Milieuvriendelijker recept voor onkruidbestrijding functioneert goed

De studenten Van Tilburg en Luijkx van de HAS Den Bosch hebben onderzoek gedaan naar efficiency en kosten van drie strategieën om onkruid te bestrijden. Die van het project Schoon Water komt er het beste af.
Schoon Water is een initiatief van de provincie Noord-Brabant. Het beoogt om het gebruik van schadelijke chemicaliën bij grondgebruik terug te dringen. Anders dan vaak gedacht, heeft de provincie hierover geen zeggenschap, tenzij het om waterwingebieden gaat. In het grootste deel van Brabant is deelname van boeren en andere grondgebruikers vrijwillig.
Desalniettemin heeft het project goede resultaten.
Schoon Water is te adresseren op https://www.schoon-water.nl/ . Dit is op zichzelf al een interessante site.
Op www.schoon-water.nl/2019/10/28/milieuvriendelijker-recept-voor-onkruidbestrijding-functioneert-goed/#more-10332 staat onderstaand persbericht.
Op het moment dat dit persbericht gepubliceerd werd, was de volledige tekst van het onderzoek nog niet beschikbaar.

In het onderzoek behandelde gewassen

PERSBERICHT, Culemborg, 28 oktober 2019

Afgelopen zomer hebben studenten Wim van Tilburg en Joost Luijkx voor hun afstudeer-opdracht aan de HAS Den Bosch onderzoek gedaan naar de efficiëntie van verschillende onkruidbestrijdingsstrategieën. Zij vergeleken drie ‘recepten’: een set van middelen die geadviseerd wordt door
1) de fabrikant,
2) de teeltadviseur en
3) binnen het project Schoon Water voor Brabant.
Van deze drie recepten geeft het Schoon Water recept de minste milieubelasting en bovendien is dit recept het goedkoopst. Uit de resultaten blijkt dat het Schoon Water recept even goed functioneert als de andere twee recepten. Deze resultaten zijn een indicatie dat het Schoon Water advies een gedegen aanpak vormt voor onkruidbestrijding.

De proefopzet
De HAS studenten hebben een praktijkproef opgezet bij de Schoon Water telers Johan van den Boogaart en Frank van Poppel, in percelen met mais, aardappel en suikerbiet. Op ieder van de uitgezette proefveldjes is gespoten met een conventionele spuittechniek, volgens drie verschillende recepten (opgesteld volgens advies van een Schoon Water adviseur, de boer in overleg met zijn teeltadviseur en de leverancier van de middelen). Het verschil tussen de recepten zit in de middelenkeuze en dosering. In de proefveldjes zijn op een aantal momenten onkruidtellingen gedaan. Ook is het gewas beoordeeld op spuitschade. “Het doel van het onderzoek was om te kijken of er met een schoner/milieuvriendelijker recept een even goed resultaat kan worden behaald voor de onkruidbestrijding”, vertelt begeleider Bert Aasman, die werkzaam is bij Delphy en het project Schoon Water.

Schoon Water werkt
In de proefveldjes die volgens het Schoon Water recept waren gespoten waren niet significant meer of minder onkruiden aanwezig dan op de andere veldjes. Het recept is qua efficiëntie dus vergelijkbaar met de andere twee methoden, terwijl de milieubelasting ervan lager is en de kosten ook lager uitvallen. De proef is uitgevoerd op zandgrond, voor drie verschillende gewassen en geeft een beeld voor de situatie afgelopen teeltseizoen. Of de resultaten ook te vertalen zijn naar andere percelen, bij andere weersomstandigheden, moet in de toekomst blijken. De proef wijst erop dat het Schoon Water recept goed functioneert en gezien de bijkomende voordelen zeker overwogen moet worden. Niet meegenomen in deze proef is overigens de mechanische onkruidbestrijding. Bij een dergelijke aanpak is er natuurlijk helemaal geen uitspoeling van middelen naar het grondwater. Over de recente ontwikkelingen op dit gebied wordt ook geadviseerd binnen Schoon Water.

Winde-onkruid op mais

Van straatgras tot haagwinde
De studenten kijken tevreden terug op de praktijkproef en hebben veel geleerd. Ze weten hoe ze een grootschalige praktijkproef moeten opstellen en zijn inmiddels ook zeer geoefend in het determineren van allerlei soorten onkruid. “Als ik ooit nog een dergelijke proef uitzet zal ik alleen wel zorgen dat ik hogere paaltjes gebruik”, verzucht Wim. Aan het eind van de proef waren de gewassen dermate hard gegroeid dat het terugvinden van de proefvelden een uitdaging werd. Maar het harde werk heeft zijn vruchten afgeworpen; de heren zijn met het project succesvol afgestudeerd aan de HAS.

Resistente schimmels op bloembollenafval

Beschrijving
Bloembollen zijn in milieuopzicht het vuilste gewas dat er is. De bodem moet worden ontsmet en er moet onevenredig veel worden gespoten.

Onlangs was er weer nieuws over bloembollen. Tegen de gangbare middelen om schimmels te bestrijden, de groep van de azolen, blijken die schimmels uitermate efficiënt resistent te worden. Het RIVM heeft er een onderzoek aan gewijd. De publiekssamenvatting daarvan is hieronder afgedrukt. De hierna volgende beweringen komen uit dit onderzoek, uitgevoerd in 2018 en gepubliceerd in 2019.

Vooral stapels bollenafval werken al bij hele lage concentraties als een prima broedstoof. Ze scheiden in hoog tempo sporen in de lucht af.
Ook bij opgeslagen houtsnippers en opgeslagen GFT-afval kan dat gebeuren, maar minder heftig. In weer andere soorten plantenafval ontwikkelt zich nauwelijks resistente schimmel.
Ook de onderzochte, professioneel geproduceerde, compost bevatte geen resistente schimmels, zelfs al zaten die wel in het startmateriaal. Het is dus blijkbaar mogelijk handelingsvoorschriften op te stellen die het probleem oplossen of verminderen.

Aspergillus fumigatus (Wikipedia)

Het alarmerende is dat ook mensen ziek kunnen worden van deze schimmels.
De sporen waaien makkelijk weg en worden standaard door mensen ingeademd. Een normaal afweersysteem kan ze aan, maar een verzwakt afweersysteem niet. Er kunnen dan ernstige infecties optreden. Een verzwakt afweersysteem bestaat bijvoorbeeld bij HIV-patienten, leukemielijders, en patienten na een orgaantransplantatie.
Het probleem is nu dat de medicijnen, die bij mensen tegen schimmelinfecties ingezet worden, zoveel lijken op bestrijdingsmiddelen die bij bloembollen tegen schimmelinfecties ingezet worden, dat in de bloembollenwereld opgedane resistentie ook bestaat tegen ziekenhuismedicijnen. Het zijn allemaal azolen.

Dit is zo bedreigend, dat minister Schouten aan het Ctgb (College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) gevraagd heeft of er nadere voorwaarden gesteld kunnen worden aan azolen. Dat meldde De Boerderij van 18 juni 2019. De minister wil een volledig inzicht in de situatie.
Ook de sector zelf ziet de bui hangen en heeft daarom meegewerkt aan het RIVM-onderzoek.

Commentaar mijnerzijds
Ook in mijn provincie Brabant worden bloembollen geteeld. Ik heb daarover al eerder geschreven.  Naar mijn mening zou de provincie de teelt moeten ontmoedigen en moeten er, indien deze ontmoediging niet werkt, maatregelen genomen worden om de omgeving te beschermen. Ik heb dit al in eerdere artikelen bepleit en herhaal dat. Zie www.bjmgerard.nl/?p=8817 en www.bjmgerard.nl/?p=5441 .
Ik vind hier dwingende politieke actie op zijn plaats.

Verder blijkt er mijns inziens uit dat velen in milieukringen geen goede kennis hebben van waar ze emotioneel tegen zijn, en daarom te veel hameren op het vertrouwde aambeeld en te weinig op wat er echt toe doet.
Voorbeeld is de preoccupatie met Roundup (waarvan glyfosaat het werkzame bestanddeel is) – een hier al vaker bereden stokpaardje. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=3530 .

Glyfosaat is een van de minst vergiftige vergiften (mogelijk is Roundup giftiger dan glyfosaat), maar wordt relatief veel gebruikt, is zichtbaar bij gebruik, en wordt geproduceerd door de verkeerde namen. Daar moet op gescholden worden en dat lucht op, en men gaat over tot de orde van de dag. Maar de kans dat een mens in Nederland een medisch probleem, krijgt door glyfosaat is nagenoeg nul.

De kans dat iemand in Nederland een medisch probleem krijgt door resistente schimmels is zeker niet nagenoeg nul. Het kan zomaar gebeuren dat iemand op de Intensive Care de sporen in zijn longen heeft en een schimmelcultuur ontwikkelt in zijn longen. Die rotschimmel groeit overal doorheen en zaait zichzelf uit. Zie o.a. https://en.wikipedia.org/wiki/Aspergillus_fumigatus .
In Elsevier beschreef Simon Rozendaal op 15 feb 2018 een patient, waarvoor de schimmel een groter gevaar was dan de leukemie waaraan ze behandeld werd. Ik jat nu even uit Elsevier: “Jaarlijks belanden zo’n zeshonderd Nederlanders met een door deze schimmel veroorzaakte, ernstige longinfectie in het ziekenhuis. Van hen is ruim 10 procent niet goed te behandelen, omdat de schimmel resistent is tegen de meest effectieve medicijnen, de azolen. Er zijn weliswaar andere medicijnen, maar die moeten worden toegediend via een infuus, werken veel minder goed en hebben ernstige bijwerkingen: ze tasten bijvoorbeeld de nieren aan.”
Tot en met 1998 bestond het probleem niet, aldus Elsevier. In 1999 werden de azolen ingevoerd en sindsdien gaat het crescendo omhoog.

Je zou willen dat de maatschappelijke discussie over bestrijdingsmiddelen een minder ritueel en meer to the point karakter had.

En je kunt begrijpen dat de minister zenuwachtig is.

Mechanisme van de schimmelinfectie (uit Wikipedia)

Het RIVM-artikel

Nieuwe inzichten in ontwikkeling van resistentie bij Aspergillus fumigatus

Samenvatting
(te vinden op www.rivm.nl/publicaties/new-insights-in-development-of-azole-resistance-in-aspergillus-fumigatus )

In dit onderzoek is gekeken naar factoren die de ontwikkeling van resistentie van de schimmel Aspergillus fumigatus beïnvloeden in plantenafval uit de bollenteelt. Anti-schimmelmiddelen, de zogenaamde azolen, worden gebruikt in de bollenteelt en in vele andere toepassingen. Resistentie van A. fumigatus ontstaat al bij zeer kleine hoeveelheden van deze azolen. Ook blijkt dat alle gebruikelijke typen azolen deze resistentie kunnen veroorzaken. Resistente A. fumigatus komt het hele jaar voor in het onderzochte plantenafval.

V slaat op een van de drie boerderijen waar onderzoek gedaan is

Aspergillus fumigatus is een schimmel die groeit op dood plantenmateriaal. Deze schimmel maakt grote hoveelheden sporen die in de lucht komen die wij vervolgens kunnen inademen. Voor gezonde mensen vormt dit geen gevaar, maar voor patiënten met een verzwakt immuunsysteem kan dit zorgen voor ernstige longinfecties. De azolen waarmee we A. fumigatus bestrijden (medicinale azolen) lijken erg op de azolen die in de landbouw en voor andere toepassingen gebruikt worden. Deze medicinale azolen werken echter steeds minder goed, omdat in patienten steeds vaker resistente A. fumigatus wordt aangetroffen.

Deze resistentie ontstaat door aanpassingen van de schimmel als die wordt blootgesteld aan azolen. Het resistentiemechanisme dat gevonden wordt in A. fumigatus in plantenafval in de bollenteelt is gelijk aan het resistentiemechanisme van A. fumigatus dat werd gevonden bij patiënten met Aspergillus-infecties. Het is daarom plausibel dat patiënten een infectie kunnen oplopen door het inademen van resistente sporen uit de omgeving. Beheersing van resistente A. fumigatus in plantenafval in de bollenteelt kan mogelijk infectie van patiënten met de resistente schimmel beperken. We hebben onderzocht of de ontwikkeling van resistentie afgeremd kon worden door de levenscyclus van de schimmel te verstoren. Verstoring van de levenscyclus bleek geen invloed te hebben op de ontwikkeling van resistentie.

Deze studie laat zien dat opslag van plantenafval in de bollenteelt gunstig is voor de selectie van resistente A. fumigatus. Een voor de hand liggende preventieve maatregel zou daarom zijn de opslag van plantenafval in de bollenteelt te voorkomen. Of dit ook geldt voor voor opslag van plantenafval in andere bedrijfstakken is nog niet voldoende onderzocht.

Superkritisch vergassen van natte biomassa (update dd 06 mei 2019)

Er is een nieuwe techniek, het superkritisch vergassen van natte biomassa. Dat kan van alles zijn, van zuiveringsslib tot drijfmest. Deze techniek verdient aandacht in de milieuhoek, Hij biedt zowel grote kansen als bedreigingen.

De oplossing kan het probleem worden.

Update: op 24 april 2019 stond het initiatief groot in de krant . Het nieuwe nieuws was dat pensioenbelegger PGGM (van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn) met geld in dit initiatief gaat zitten. Op www.pggm.nl/wie-zijn-we/pers/Paginas/PFZW-investeert-in-revolutionaire-groene-energietechnologie.aspx staat een heel verhaal. Er staat alleen niet bij hoeveel geld PGGM erin stopt.

Wat is superkritisch vergassen?
Bij superkritisch vergassen wordt natte biomassa verhit tot boven het kritische punt van water. Dat ligt bij 374°C en 221Bar (1 bar is ongeveer 1 atmosfeer).

Superkritisch diagram

Boven het kritisch punt gedraagt water zich geheel anders. Er is geen onderscheid meer tussen vloeibaar en gasvormig water. Het water verliest zijn polair karakter, waardoor organische stoffen ineens goed oplossen en zouten ineens slecht.
Normaliter gaan chemische reacties dubbel zo snel als ze plaatsvinden bij 10°C meer. Bij 374°C of hoger gaan chemische reacties dus heel snel, zo snel dat bijna alle organische molekulen worden afgebroken. Alle zouten slaan neer en komen in een soort pekelslurrie terecht, die kan worden afgescheiden.

De afbraak leidt tot een menggas dat heeft ruwweg de verbrandingswaarde van biogas heeft en ook waterstof kan bevatten. De netto energiebalans van het systeem kan positief zijn en die energie komt voor een deel in bruikbare, want chemische, vorm vrij.
Om het systeem te laten werken moet je eerst een heleboel water op minstens 374°C brengen. Dan gebeurt er van alles en uiteindelijk moet de temperatuur weer omlaag tot de oude waarde. De meeste afkoelende warmte kan worden gebruikt om het inkomende water voor te verwarmen, maar er blijft altijd een hoop water over van bijv. 50°C of zo. Je moet zo’n inrichting dus eigenlijk al bij voorbaat inpassen in een warmtenetwerk.

Het is heel erg nieuwe techniek. Eigenlijk een techniek die de universiteiten verlaten heeft maar daarbuiten nog niet tot grootschalige wasdom gekomen is. De techniek zit dus in de Valley of Death en zoals bekend, wordt die bevolkt door vele duivels die in vele details wonen. Je kunt er dus nog niet alles van zeggen.

Zuiveringsslib
Stowa, het wetenschappelijk bureau van de waterleidingbedrijven, heeft in Karlsruhe een eerste verkennend onderzoek laten doen naar de mogelijkheden om zuiveringsslib superkritisch te vergassen. Het tekent de situatie dat Stowa naar Karlsruhe moest, omdat de daar 50 tot 100 liter natte biomassa per uur kunnen doorvoeren, terwijl die capaciteit in Nederland in de milliliter/uur ligt.

Het eerste onderzoek is in 2016 gepubliceerd (zie www.stowa.nl/sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202016/STOWA%202016-16.pdf ). Het is eigenlijk een goede tekst om enig inzicht te krijgen van wat de methode voorstelt.
Daar staat onder andere dat ongeveer 95% van de organisch gebonden koolstof afgebroken wordt. Interessant is dan wat er in die overblijvende paar procent zit. Het onderzoek vermeldt niet wat er specifiek met bijv. bestrijdingsmiddelen gebeurt. De koolstof-fluorbinding (zoals bijv. in fipronil) is sterk.

Mogelijke samenstelling van het menggas na superkritische vergassing

In de specifieke toepassing ‘zuiveringsslib” heeft het menggas ongeveer bovenstaande samenstelling.

Een recent vervolgonderzoek aan de Supersludge (waarin Stowa, de waterschappen De Dommel en Aa en Maas, en Slibverwerkinng NBrabant deelnemen) is gepubliceerd in juli 2018. Zie www.stowa.nl/publicaties/supersludge-demonstratie-van-zuiveringsslib-superkritisch-water .

Proefcontainer voor superkritische vergassing van twee Brabantse waterschappen

Bewerking van biomassa en mest en de proeffabriek
Waar toepassing van deze techniek op zuiveringsslib vooral voordelen biedt, bestaan er bij het bewerken van biomassa zowel voor- als nadelen. Ook mest is natte biomassa.

De discussie is niet hypothetisch, want er is onlangs in Alkmaar een proeffabriek geopend van SCW-systems (zie www.scwsystems.com/index.html ). Deze wordt gesteund door RVO, de provincie Noord-Holland en de Gasunie.

De proeffabriek van SCW in Alkmaar

Stroomschema van de proeffabriek

De techniek heeft zeker voordelen. De inrichting levert warmte en groen gas op en vernietigt op efficiente wijze het overgrote deel (zo niet alle) micro-organismen, virussen, sommige bestrijdingsmiddelen, de meeste of alle medicijnresten en hormonen. Er is nu eenmaal weinig dat 374°C of meer overleeft.
Verder worden nitraat en fosfaat-zouten in een geconcentreerde vorm afgescheiden. Ze kunnen dus gemakkelijker uit het grond- en oppervlaktewater gehouden worden.
Waarschijnlijk stinkt het eindproduct niet meer.
De website van de fabriek geeft geen informatie wat er met chloor- en fluorhoudende organische verbindingen gebeurt. Het is mij dus niet duidelijk in hoeverre dit aspect van het milieu gebaat is bij deze natte vergassing.

De mogelijke nadelen zitten in de context. De paradox daarbij is dat de kracht van het systeem tevens de zwakte is.

Ten eerste het aantal dieren.
Dat wordt gereguleerd via de hoeveelheid mest die op het land mag worden uitgereden, en die hoeveelheid wordt op zijn beurt uitgedrukt in een aantal kg fosfaat per hectare.
De gangbare vergisting van mest heeft geen invloed op het aantal dieren (of een zwak remmende invloed bij covergisting), omdat digestaat, het eindproduct van de vergisting, juridisch nog steeds mest is en scheikundig nog steeds evenveel fosfaat bevat.
Het eindproduct van superkritische vergassing is zeker in juridische zin geen mest meer. Het is groen gas, schoon water en een slurrie aan anorganische zouten. Er vervalt dus een beschermingsconstructie tegen een groter aantal dieren. Maar  de veeteelt veroorzaakt meer problemen dan alleen het mestprobleem. Omwonenden zullen een groter aantal dieren nog steeds niet leuk vinden.

Het organisch stofgehalte van de bodem door de jaren heen, gemiddeld over een groot aantal meetpunten

Ten tweede de bodem.
Het gehalte aan organische stof in de bodem is het resultaat van een ingewikkelde balans tussen continue aanvoer en continue aanvoer. Gemiddeld over heel Nederland is die balans momenteel in evenwicht. Maar de balans kan per grondsoort, en in hetzelfde gebied van perceel tot perceel verschillen en hangt mede af van de agrarische bedrijfsvoering.
Die organische stof levert belangrijke ecodiensten: waterberging, koolstofopslag, biodiversiteit, gewasopbrengsten.
Ik denk dat er wel wat rek zit in de mest en bodem – romantiek van de biologische landbouw. Maar zeker niet zoveel dat je zonder enige vorm van aanvoer van organische stof kunt. De vraag is de superkritische vergister indirect de koolstof in de bodem op gaat stoken.
Bij gangbare vergisting speelt dit probleem veel minder, omdat grofweg tweederde van de inkomende biomassa niet vergist wordt, waaronder het moeilijkst afbreekbare deel.

het belang van de bodem voor ecosysteemdiensten

Ten derde het verband met de afvalverwerking.
Sommige soorten afval kun je zien als natte biomassa. Mogelijk kan superkritische vergassing nieuwe impulsen geven aan de afvalverwerking. Maar aan de andere kant is een dergelijk systeem, behalve superkritisch, ook super fraudegevoelig. Wat gebeurt er als iemand er een zak drugsafval in mikt of een lading fipronileieren?

Een van de twee ruimtelijke vormen van fipronil. Wat gebeurt er met die fluoratomen?

De website van SCW Systems kijkt slechts met dollartekens in de ogen naar de energetische opbrengst. Op zich is daar niets mis mee, zolang de gevolgen in de hand gehouden worden. Dat betekent andere politiek die het nieuwe systeem inkadert in een groter geheel.

Als men niet meer met de fosfaatwetgeving het aantal dieren in de hand zou kunnen houden, moet dat op andere manieren gebeuren.
Nu is het organische stof – gehalte een kwestie van de individuele boer. Men zou dat moeten veranderen in die zin, dat er een richtinggevende bodempolitiek ontwikkeld zou moeten worden.
Ik kan niet goed beoordelen of de bestaande afvalverwerking ingesteld is op deze nieuwe techniek. Mogelijk wel – en dan de handhaving nog.

Milieumensen doen er goed aan om zich in deze techniek in te lezen.

Vragen van de SP en (update) de antwoorden over de Zembla-uitzending over de vergif-blootstelling van omwonenden van bollenvelden.

Ik heb voor de SP-fractie in Provinciale Staten van Noord-Brabant vragen opgesteld naar aanleiding van de Zembla-uitzending over de blootstelling van omwonenden van bollenvelden door het spuiten van vergif.
Bloembollen zijn het gewas met veruit het hoogste bestrijdingsmiddelengebruik per jaar per hactere.

Inmiddels zijn de vragen onbevredigend beantwoord. OP 02 april liet het College van GS weten, dat

  • Hoewel Zembla er al een uitzending over gemaakt had, het rapport nog niet openbaar was.
  • De commentaren van de Wetenschappelijke Adviesgroep en de Maatschappelijke Klankbordgroep zijn nog niet verwerkt.
  • Het is niet zorgvuldig om nu al op het rapport in te gaan
  • Daarom doen GS nu niets en de dingen die gedaan hadden kunnen worden (zie onder) zijn ook niet gedaan.
  • Ondanks de groei van het areaal gaat het nog steeds maar om 0,009% van het landbouwareaal. Dit cijfer klopt overigens niet. Ze kunnen niet rekenen. 1120ha bollen op 235000 ha cultuurgrond in Brabant leidt tot 0,5% (zie http://edepot.wur.nl/5912 en https://brabant.databank.nl/kiosken/ en op deze provinciale pagina dan landbouw.

Hieronder de tekst van de vragen.

Zie voor een eerder artikel op deze site
https://www.bjmgerard.nl/?p=5441 en https://www.bjmgerard.nl/?p=5762 .

Naar aanleiding van een advies van de Gezondheidsraad uit 2014 is het RIVM in 2015 het onderzoek begonnen “Blootstelling aan Bestrijdingsmiddelen van Omwonenden”, afgekort OBO.
De onrust van omwonenden richtte zich tegen gifgebruik in de hele landbouwsector en helderheid daarover is nog steeds het uiteindelijke doel.
In het voorstel voor een onderzoeksopzet dd 01 december 2015 ( www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/nederlandse-samenvatting-onderzoeksvoorstel-blootstellingsonderzoek ) wordt gekozen voor een aanpak in tranches. De eerste tranche betreft de teelt met veruit het hoogste gebruik van bestrijdingsmiddelen per hectare, de bollenteelt, de tweede betreft de fruitboomgaarden.
Een consortium voert het onderzoek uit, met het RIVM als opdrachtgever.

Voor de eerste tranche was vier jaar uitgetrokken. Het OBO-onderzoek naar de omgeving van bollenvelden is in concept klaar, maar nog niet gepubliceerd. Maar het is bij Zembla terecht gekomen en Zembla heeft er op 06 maart een uitzending aan gewijd. Deze vragen zijn gebaseerd op deze uitzending en op voorbereidende documenten t.b.v. dit onderzoek, die al wel gepubliceerd zijn (zoals de genoemde onderzoeksopzet).

De SP heeft eerder vragen gesteld over dit onderwerp, en wel op 06 sept 2017. Deze waren gebaseerd op een onderzoek, dat gepubliceerd is in Nature Communications van 29 augustus 2017. In een zeer grote studie in San Joaquin Valley in Californie werd een statistisch significant verband vastgesteld tussen de totaal toegepaste hoeveelheid bestrijdingsmiddelen per hectare enerzijds en het aantal  aangeboren afwijkingen bij baby’s anderzijds. Vanaf 15kg/hectare neemt de kans op een aangeboren afwijking met 9% of meer toe.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie)


Verder ziet de San Joaquin-studie een afstandseffect in die zin dat minder dan 200m van een bron afwonen soms een significant effect heeft.
Uw College heeft de vragen beantwoord op 25 september 2017. Uw antwoord eindigde met een verwijzing naar het OBO-onderzoek – dat dus nu in ongeauthoriseerde vorm naar buiten is gekomen.
De SP beschouwt deze vragen, en uw antwoorden daarop, als achtergrondkennis bij de hier gestelde vragen.

De Gezondheidsraad spreekt in bijlage G van zijn advies over een inzet aan bestrijdingsmiddelen in de Nederlandse bollenteelt van 73,4kg/ha*y, in de fruitteelt van 40,1 kg/ha*y, in de boomteelt van 17,0 idem en in de algemene akkerbouw van 9,7 idem. De voor OBO gekozen opsplitsing in tranches is dan ook alleszins te begrijpen.

De bollenteelt groeit in Noord-Brabant veel sneller dan het landelijk gemiddelde. Waar het landelijk areaal tussen 2000 en 2017 steeg van 22512 naar  26676 hectare, steeg dat in Brabant in dezelfde tijd van 605 naar 1120 ha ( https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80780ned/table?dl=8BA2 ).
Zoals uw College ook al aangaf, gebeurt dat vaak op basis van kortdurende pacht. Daardoor is de bollenteelt soms buiten beeld bij langlopende provinciale initiatieven als bijvoorbeeld ‘Schoon water’. Bovendien  is dit initiatief gericht op de bescherming van grond- en oppervlaktewater, en niet gericht op atmosferische emissies en de gevolgen daarvan voor omwonenden.

Uit het ‘gelekte’ RIVM-rapport komt een verband naar voren tussen de atmosferische concentraties en het gehalte aan bestrijdingsmiddelen in de urine van volwassenen en in de luiers van baby’s. Binnen 250m van een bron is het verband statistisch significant. De afstand waarop en de blootstellingsduur blijken groter dan gedacht.
Het RIVM-rapport heeft wel de blootstelling in kaart gebracht, maar niet de gevolgen van de blootstelling voor de gezondheid. Dat zou om aanvullende studie vragen (in de geest van het San Joaquin-onderzoek).

Hierover liet Zembla de bekende toxicoloog Prof. Martin van den Berg aan het woord. Hij heeft de resultaten van Zembla mogen inzien en vindt hier het voorzorgsbeginsel op zijn plaats. Zijn advies: “Niet spuiten tot op enkele honderden meters afstand van woonkernen waar ook gezinnen met kinderen wonen”. Want die zijn extra gevoelig.
Een advies met ingrijpende ruimtelijke gevolgen

Deel van de bestrijdingsmiddelenkaart van CLM over lelies

Zembla bracht in dezelfde periode een bericht over bezorgde inwoners van de Drentse gemeente Westerveld, die op eigen kosten 13 bodem- en watermonsters lieten onderzoeken van nabij lelievelden ( https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/drentse-bewoners-onderzoeken-landbouwgif-in-bodem-en-water-en-vinden-57-middelen ). In alle tien de, ten tijde van de uitzending geanalyseerde, monsters zat verontreiniging met, opgeteld over alle monsters, 57 verschillende stoffen. Elk afzonderlijk onder de EU-norm, maar voor de opgetelde hoeveelheden bestaat geen norm. (De San Joaquin-studie gebruikte opgetelde hoeveelheden).
De lelieteelt in Drente is explosief gegroeid tot ruim 700 hectare (in Brabant besloeg de lelieteelt in 2017 674 hectare).
Kinderarts en hoogleraar P.Sauer vindt dat de bollelteelt minstens een kilometer van menselijke bewoning weg moet blijven.
De Drentse bewoners eisen van hun gemeente:

  • een wettelijk spuitvrije zone van 100m, gemeten vanaf de erfgrens van woningen, scholen, campings, biobedrijven en drink- en grondwaterbeschermingsgebieden
  • jaarlijkse metingen naar bestrijdingsmiddelen  in het oppervlaktewater, moestuinen en natuurgebieden die grenzen aan percelen met bollen-, pioenrozen en lelieteelt, waarna de uitkomsten voorgelegd worden aan onafhankelijke deskundigen .

Adviezen met ingrijpende ruimtelijke gevolgen.

Deel van de bestrijdingsmiddelenkaart van CLM over lelies

Voor de vraagstelling wil de SP verder gaan waar de beantwoording van uw College in september 2017 ophield.

  1. Bent u bekend met de publicatie van Zembla en de commentaren erop?
  2. U zei in 2017 dat er “voor de bloembollenteelt in enkele  gemeenten  in het Oosten van het land convenanten zijn afgesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop telers omgaan met gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot omwonenden.”
     Heeft uw College sinds september 2017 bevorderd dat er ook in Brabant dergelijke
     convenanten opgesteld zijn?
  3. Zo nee, bent u hier alsnog toe bereid?
  4. Zijn er Brabantse gemeenten waar, al dan niet door toedoen van uw College, dergelijke convenanten bestaan?
  5. U zei in 2017 dat “gemeenten een afstandsmaat kunnen opnemen tussen bebouwing en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. Daarbij wordt momenteel gewerkt met een minimale afstandsmaat van 50m. Via de Verordening Ruimte kan de provincie afstandsmaten of andere maatregelen opleggen voor bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen. Op dit moment maakt onze provincie daar nog geen gebruik van.”

Bevat de Verordening Ruimte op dit moment opgelegde afstandsmaten rond percelen waar bloembollen geteeld worden of gaan worden en zo ja, welke is deze afstand?

  • Zo nee, is uw College bereid om alsnog een afstandsmaat tot gifpercelen, minstens tot bloembollenpercelen, op te nemen in de Verordening Ruimte? Kunt u het antwoord motiveren?
  • Zo ja, bent u bereid om die afstand vast te stellen op meer dan 50m, bijvoorbeeld 100 of 250m?
  • Zijn er Brabantse gemeenten waar, al dan niet door toedoen van uw College, dergelijke afstandsmaten toegepast worden?
  • Bent u bereid om mee te werken aan metingen van vergif in het grond- en oppervlaktewater op de wijze zoals geformuleerd in de gemeente Westerveld?
    Bent u bereid om op relevante plaatsen atmosferische gifconcentraties te meten?
  • Het ware beter als er überhaupt veel minder gespoten zou worden in de bloembollenbranche.
    Het is de SP bekend dat de provincie geen bevoegdheden heeft inzake het toelaten van bestrijdingsmiddelen, en evenmin zeggenschap heeft over het schoner en duurzamer maken van de bloembollenbranche.
    Maar provincies hebben soms wel invloed, bijvoorbeeld in IPO-verband of in overleg met de VNG of de Rijksoverheid.
    Is uw College bereid om in dergelijke zin invloed uit te oefenen waar dat mogelijk is?

Natuurmonumenten in actie voor insecten

Onder de titel “alle beestjes helpen” onderneemt Natuurmonumenten een publiciteitsoffensief vanwege de ondergang van de insecten in Nederland. In 30 jaar verdween driekwart van die beestjes die, anders dan wel eens gedacht, ook vaak nuttig zijn.

Natuurmonumenten wil dat iedereen zoveel mogelijk stukjes groen in de eigen omgeving claimt voor de natuur, al is het in de eigen tuin of op het eigen balkon.

Je kunt een gratis Insectengids bestellen (met kans op een verblijf bij Landal Greenparks ter waarde van €350 ).

Uitleg en bestelling op www.natuurmonumenten.nl/gids .

 

NVWA neemt tonnen illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag (en wat achtergrondinformatie))

December 2017
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft donderdag 7 en vrijdag 8 december in totaal 64.000 liter illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag genomen. Dat gebeurde tijdens een actie op verschillende plekken in Nederland. De actie is onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek dat zich richt op een bedrijf dat wordt verdacht van het importeren en op de markt brengen van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel. Het onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket.

Bij de verdachte importeur is 25 ton van het gewasbeschermingsmiddel in beslaggenomen. Inspecteurs en rechercheurs namen bij distributeurs op 4 locaties in Nederland nog eens 39 ton van het middel in beslag. De NVWA maakt proces-verbaal op tegen de betrokken bedrijven. De NVWA doet nog nader onderzoek.

Het volledige persbericht dd 15 dec 2017, waarop het bovenstaande is overgenomen, is te vinden op www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/12/15/nvwa-neemt-64-ton-illegaal-gewasbeschermingsmiddel-in-beslag .

Juli 2017
Een eerder persbericht van de NVWA meldde op 06 juli 2017 dat
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in samenwerking met politie en douane 44.000 kg vermoedelijk illegale gewasberschermingsmiddelen in beslag genomen. Dat gebeurde in februari en maart tijdens Operation Silver Axe 2. Dat is een door Europol gecoördineerde internationale actie gericht op de import, productie en verkoop van illegale en namaak gewasbeschermingsmiddelen in de Europese Unie. Autoriteiten in 16 deelnemende landen namen in totaal 122.000 kilo illegale en namaak gewasbeschermingsmiddelen in beslag. 
In Nederland heeft de NVWA in samenwerking met de politie verschillende verkeerscontroles gehouden. Verder selecteerden NVWA-inspecteurs in de Nederlandse douanesystemen zendingen die mogelijk gewasbeschermingsmiddelen bevatten en van buiten de Europese Unie onderweg waren naar Nederland. Daarbij is ook gekeken naar zendingen die bestemd waren voor doorvoer naar een andere lidstaat. Tijdens Operation Silver Axe 2 heeft de NVWA in totaal 44.000 kg gewasbeschermingsmiddel als illegaal aangemerkt. Tegen overtreders wordt proces-verbaal opgemaakt.
(Zie www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/07/06/nvwa-neemt-ruim-40-ton-illegale-gewasbeschermingsmiddelen-in-beslag )

Interpolvangst 122 ton illegale bestrijdingsmiddelen en wat je daarmee kunt.

Silver Axe is een Interpol-project, dat zich in eerste instantie keert tegen schendingen van intellectueel eigendom. De risico’s van illegale middelen komen op de tweede plaats.
Uit de beschrijving blijkt dat het om drie soorten delicten ging: namaak van toegestane middelen, productie van niet-toegestane middelen, en valse transportverklaringen.
Uit het Interpol-persbericht blijkt verder dat de Europese 122 ton-vangst geleid heeft tot 48 zaken die verder onderzocht worden. Waarschijnlijk is dus de decembervondst een gevolg van de eerdere voorjaarsvondst.
Zie www.europol.europa.eu/newsroom/news/122-tons-of-illegal-or-counterfeit-pesticides-seized-during-operation-silver-axe-ii .

Nefyto
De branche-organisatie Nefyto waarschuwt het publiek tegen aankoop van middelen bij niet bij de bij haar aangesloten leveranciers. Zie www.nefyto.nl/Thema’s/Illegale-middelen .
Op deze website worden verdere links aangeboden, oa naar een EU-rapport over de pesticidenmarkt. Zie pesticides_illegal-study_ECPA .

Illegaal bestrijdingsmiddel, verpakt in een fles voor plantaardige olie (foto NVWA)

Illegale pesticide gevonden in Brabant, bijen dood
De Omroep Brabant meldde op 29 sept 2016 (bij monde van Jan de Vries)
Bijen dood: Brabants bedrijf verdacht van gebruik illegaal bestrijdingsmiddel
EINDHOVEN – De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft doorzoekingen gedaan bij een kwekerij van sierplanten en een woning in Brabant. Het bedrijf wordt verdacht van het gebruik van een illegaal bestrijdingsmiddel, waardoor in de omgeving een groot aantal bijen is gestorven.
Bij de doorzoeking zijn onder meer administratie en een hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen in beslag genomen. Eind augustus meldde een aantal imkers uit de regio een plotselinge massale sterfte onder hun bijen.
De NVWA trof in de bijen de stof fipronil aan. Deze stof is schadelijk voor onder meer bijen en er gelden strenge beperkingen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met deze stof. Het mag niet gebruikt worden bij sierplanten.
Onder leiding van het Functioneel Parket is een strafrechtelijk onderzoek gestart.”
Zie www.omroepbrabant.nl/Bijen+dood+Brabants+bedrijf+verdacht+van++gebruik+illegaal+bestrijdingsmiddel

Afzet naar categorie van bestrijdingsmiddelen in Nederland over 2011-2015. De totaalsom van het diagram is ca 10,3 miljoen kg.
Het cijfer komt uit de CBS-publicatie
www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/14/minder-middelen-voor-gewasbescherming-verkocht

Is dat  veel?
Uiteraard is elke illegale kg er een te veel.

Maar om de twee NVWA-vondsten te plaatsen: in 2015 is er in Nederland 10,0 miljoen kg bestrijdingsmiddelen afgezet, en over de vijf jaar 2011 t/m 2015 schommelde dat tussen de 10 en de 11 miljoen kg.
10,0 miljoen kg is 10.000 ton . De NVWA-vangsten van 44 en 64 ton moeten hiertegen worden afgezet.
Een steekproef van twee metingen, samen goed voor ca 1% van de markt, is op zich te weinig om verdergaande conclusies te trekken dan dat er een illegale scene bestaat.

De ECPA-studie (hierboven genoemd) echter schat in dat EU-breed ongeveer 10% van de markt in bestrijdingsmiddelen illegaal is.

Met het fipronilgebeuren nog in het achterhoofd, lijkt het zeer verstandig om  op deze economische activiteit scherp toe te zien. Hoeveel ton fipronil de fipronilknoeiers in omloop gebracht hebben, is niet te achterhalen.

Bloembollenteelt en geboorteafwijkingen?

Inleiding
De SP-fractie in Provinciale Staten van Brabant heeft op 06 sept 2017 vragen gesteld over een Californisch onderzoek in het landbouwgebied San Joaquin – valley naar de relatie tussen de per perceel toegediende totale hoeveelheid pesticiden enerzijds en geboorteafwijkingen anderzijds. Boven een bepaalde drempel worden deze effecten zichtbaar. Verder
blijkt er een afstandseffect te zijn.
In het onderzoek is weloverwogen voor de totale hoeveelheid pesticiden als variabele gekozen, omdat dan ook de onderlinge interactie tussen de middelen en hun afbraakproducten onderling meegenomen wordt.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie)

Doses, die in Californie tot extra geboorteafwijkingen leiden, komen in Nederland voor in de boomteelt, in de fruitteelt (die fors boven de drempel ligt) en in de bloembollenteelt (die daar zeer fors boven ligt).
Angst voor effecten van gif op aanwonenden bestaat al lang. Zie bijvoorbeeld

http://nicollinevanderspek.nl/hoe-giftig-is-de-bollenteelt-2/ of www.trouw.nl/home/onderzoek-naar-risico-s-pesticiden-voor-gezondheid~aa61c6f6/ .

De SP-vragen willen de situatie zelf in kaart brengen en de politieke en bestuurlijke mogelijkheden om daarop invloed uit te oefenen. Het eerdere artikel op deze site is te vinden op Provinciale SP stelt vragen over verband geboorteafwijkingen – pesticidenblootstelling

Op 25 sept hebben het College van GS geantwoord. (Zie antwoord schriftelijke vragen pesticiden_05okt2017 )

De politieke en bestuurlijke mogelijkheden
De Gezondheidsraad doet momenteel onderzoek naar het effect van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden en hoopt dat in 2018 af te hebben, zeggen GS. In afwachting daarvan past een zekere terughoudendheid om nieuwe activiteiten op te starten naast de al bestaande activiteiten.
Op dit moment monitort de provincie wat er in het grondwater zit (oa vanwege de drinkwaterwinning) en faciliteert de provincie het project Schoon Water. In het Schoon Waterproject werkt de provincie op vrijwillige basis samen met relevante partijen (zoals de ZLTO en het Waterschap) om de emissies naar de bodem terug te dringen.
Schoon Water is een goed project dat, hoewel vrijwillige, resultaten boekt. Zie www.schoon-water.nl .

Pagina uit het bestrijdingsmiddelenoverzicht van CLM voor lelies

De trend is dat de provincie niet wat kan doen aan de hoofdzaken en wel aan de bijzaken. De provincie (en de gemeenten) hebben bijvoorbeeld niets te vertellen over de toelating van middelen. Daarover gaat de CTGB.
De provincie kan via de Verordening Ruimte wel vastleggen dat er in bestemmingsplannen een afstandsmaat moet komen tussen bebouwing en percelen waarop gewasbescherming wordt toegepast. Een enkele gemeente doet dat al zelf en hanteert dan meestal 50m.
Verder kunnen bestemmingsplannen vanwege landschappelijke, geomorfologische, ecologische of hydrologische redenen de teelt van bij-
voorbeeld bloembollen op bepaalde percelen verbieden. (Echter, niet alles kan. De gemeente Ommen wilde de teelt van bollen en sierbloemen in grondwaterbeschermingsgebieden verbieden en ging daarmee nat voor de Raad van State bg).
De provincie maakt nog geen gebruik van deze bevoegdheden.

Enkele gemeenten in het Oosten van Nederland hebben convenanten afgesloten met bloembollentelers over de omgang met bestrijdingsmiddelen.
(Ook dit is in Brabant nog een onbekend fenomeen bg).

De inventarisatie van de feitelijke situatie
GS stellen dat bij de boomkwekerijen en de fruitteelt er al vanuit de afnemers druk op een afnemend gifgebruik zit. Overheden willen vaak al biologisch gecertificeerde bomen en supermarkten zijn met Greenpeace of Natuur en Milieu met een eigen traject bezig (zie Jumbo en Albert Heijn willen 28 bestrijdingsmiddelen niet meer in hun winkel ).

Blijft over de bloembollenteelt, de giftigste van alle.
(De inventarisatie door GS is een beetje oppervlakkig. Een beetje meer Googlen had een beter antwoord opgeleverd. Aan de andere kant hadden de vraagstellers dat natuurlijk ook zelf kunnen doen. Maar goed. Bg)

Brabant is in de bloembollenteelt geen grote speler. Er ligt in Brabant voor ca 1000 hectare bloembollenveld, goed voor 3,8% van Nederland in 2016 (de Brabantse bomenteelt is goed voor 45,6% van Nederland en de fruitteelt voor 8,2%. Je vindt veel bomenteelt rond Haaren en Zundert.).
(De exportwaarde van de bollenteelt zit rond een miljard euro per jaar (waarbij nog de binnenlandse markt moet worden opgeteld), ergo moet Brabant goed zijn voor ca 40 miljoen euro. Bg)

De bollenteelt heeft, naast de giftigheid, enkele speciale andere kenmerken. De ligging van de percelen kan van jaar tot jaar veranderen door tijdelijke pacht. Dat maakt bijvoorbeeld deelname aan het Schoon water-project problematisch.
GS stellen niet an sich tegen de bloembollenteelt te zijn (idem bomen en fruit), maar wel tegen verhoogde gezondheidsrisico’s daardoor voor mens en dier.

Wat te doen?

  • Het zou verstandig zijn om in Brabant aanvullend beleid te gaan ontwikkelen tegen de toxische effecten van de bollenteelt
  • Het zou verstandig zijn om politiek bij te houden tot wat de lopende ontwikkelingen in de fruitteelt en boomteelt leiden.

Fluorhoudende organische molekulen in het milieu, GenX en fipronil

Naar aanleiding van een artikel in de Scientific American van april 2017, en commotie over het GenX-schandaal bij Chemours in Dordrecht en ook vanwege de fipronil-eieren had ik er behoefte aan om een uitleggend artikel te schrijven over verbindingen met veel fluoratomen. Aan die gemeenschappelijke noemer voldoen alle drie de (overigens onderling zeer verschillende) situaties.

Het Scientific American-artikel
De SciAm van april 2017 beschrijft hoe een onderzoek in 2013 op een oude luchtmachtbasis, nu hergebruikt als bedrijventerrein en voor twee zorginstellingen, uitwees dat drinkwater “Perfluorochemicals (PFC’s)” bevatte in een concentratie tot 35* de concentratie die de EPA aanvaardbaar vond (70 nanogram per liter). De EPA is de Environmental Protection Agency, zeg maar de nationale milieudienst van de VS.
Het bleek dat daar vroeger routinematig oude vliegtuigen in de hens waren gestoken, waarmee de brandweer oefende met blusschuim. Dat  bevatte organische fluorverbindingen en die waren de grond ingelekt.

(Overigens bevatten sommige soorten blusschuim nog steeds fluor-
verbindingen. Tot 2015 bestond er niets anders dan fluorhoudend blusschuim. Daarna zijn er ook schuimsoorten ontwikkeld zonder fluor, maar de branche beweert dat die minder goed zijn en weer andere milieunadelen hebben. En de brand zelf, indien niet geblust, heeft ook milieunadelen. Voor zover ik de branche begrijp, wordt er nu geblust met fluorhoudend schuim bij het zware werk en fluorvrij schuim in andere situaties.

Ik weet er te weinig van voor een oordeel. )

Hotspots voor perfluorverbindingen in drinkwater in de VS

De EPA is vervolgens systematisch gaan zoeken en dat leverde heftige resultaten op, zoals bovenstaand plaatje, afgedrukt in de SciAm, laat zien. 66 waterleidingbedrijven, samen goed voor 6 miljoen kanten, zaten minstens één keer boven de norm. Alleen al in delen van Pennsylvania werd de watervoorziening van 600.000 mensen afgesloten. En mogelijk is dat nog maar het topje van de ijsberg.
De site van de EPA bevat inmiddels een schat aan informatie. Zie www.epa.gov/chemical-research/research-and-polyfluoroalkyl-substances-pfas .

PFC’s (de afkorting PFAS in de EPA-URL betekent ongeveer hetzelfde) vormen een grote familie van stoffen. Sommige ervan doen niks met de gezondheid, andere alleen op de lange termijn, en enkele zijn acuut giftig. Er is bijna geen peil op te trekken: de giftigheid varieert van stof tot stof en van diersoort tot diersoort.
Er zwerven nu ruim 3000 PFC-varianten op aarde rond en dat komt omdat ze overal voor gebruikt zijn: de anti-aanbaklaag in pannen, Goretex, het vlekvrij maken van meubilair, voedselverpakkingen (het voedsel plakt dan niet aan het zakje), schoenen waterdicht maken, en dus blus-
schuim. Onder andere.

Omdat de band tussen een koolstof- en een fluoratoom ( -C-F) heel sterk is, en omdat deze band in de natuur niet voorkomt, kan die band niet of nauwelijks verbroken worden, tenzij met lomp geweld dat de natuur niet kan opbrengen. PFC’s zijn in praktijk onverwoestbaar. Het is nauwelijks overdreven om te zeggen dat elke nieuwgevormde koolstof-fluorband het eeuwige leven heeft. Ze zwerven over de aarde en worden gemeten tot in het bloed van ijsberen.

Mijn huishouden koopt geen Teflonpannen meer, maar alleen nog keramische bakpannen. Die werken bovendien fijner en slijten niet.

In de veelheid aan chemische vormen springt er één kenmerk uit, nl hoe lang de koolstofketen is. Vroeger gebruikte men vooral een keten met acht C-atomen en die deel-groep heette dan ook C8. In de afkorting PFOA (PerFluoroOctaneAcid) slaat die 8 op oktaan. Daar maakten ze tot 2010 Teflon mee. De industrie zag het leed op afstand aankomen en ging over op kortere ketens, bijvoorbeeld C6. Voor de afbreekbaarheid in de natuur maakt dat weinig of niets uit, maar het menselijk lichaam scheidt kortere ketens makkelijker uit. En inderdaad, je vindt PFOA in praktisch iedereens bloed (althans, in de VS), maar sinds de kortere ketens is de concentratie gedaald. Gemiddeld – maar er blijven hoge uitschieters als je (in de VS) op de verkeerde plaats woont.

Het RIVM en de PFC’s
Het RIVM is zich ten volle bewust van de gevaren “voor zover die be-
kend zijn”, want een van de conclusies is dat we veel meer niet weten dan wel weten. Op de homepage leveren de zoektermen PFOA en PFOS heel wat treffers op, bijvoorbeeld www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2011/augustus/Advies_risicogrenzen_grond_en_grondwater_voor_PFOS .
Bijvoorbeeld de publicatie “Zeer Zorgwekkende Stoffen: prioriteringsopties voor beleid” uit 2016 maakt melding van de categorie. NERC betekent New Emerging Risk of Chemicals.

GenX
De Chemoursfabriek in Dordrecht is een prototypische case study van een PFC-vraagstuk. Ik hoop echter met dit artikel duidelijk te maken dat Chemours zoiets is als het topje van een ijsberg.

Nadat de fabrikanten onderling afgesproken hadden om van C8 af te stappen, waren er nieuwe productietechnieken nodig. GenX is zo’n techniek en die werkt met de stof FRD-903 en het daarvan afgeleide stoffen FRD-902 en E1. (NB: er zit dus geen GenX in water en lucht, zoals sommige journalisten schrijven, maar de stoffen waar GenX mee werkt zitten in water en lucht).

Ik zal de lezer de lange chemische naam besparen (zoek gewoon op Wikipedia op FRD-903 of op Pubchem 114481 . Het plaatje ziet er zo uit:

FRD-903 tbv Teflon

Via een tussenstap tot FRD-902 plakken ze heel veel van die molekulen aan elkaar en uiteindelijk wordt dat Teflon. Tijdens het productieproces komen twee stoffen vrij, een onuitsprekelijke naam met de afkorting E1 (waarvan men denkt dat hij niet erg gevaarljjk is), en perfluor-
isobutyleen dat zeer gevaarlijk is (de gevaarsbeschrijving op de PubChem beslaat 17 dichtgetypte kantjes A4). FRD-903 en E1 gaan als gas de schoorsteen uit, en FRD-902 en ook FRD-903 gaan het afvalwater in.
Medio augustus was er perfluorisobutyleen ontsnapt en dat had nooit mogen gebeuren.

Zie ook http://www.rivm.nl/Onderwerpen/G/GenX , waarvan onderstaand plaatje afkomstig is. Het plaatje hoort bij een eerder onderzoek, dat op 21 juni 2016 gepubliceerd is. Het gaat over de gevolgen van lozingen uit de schoorsteen.

Concentraties FRD-903 via de schoorsteen bij Chemours Dordrecht

Bij het inschatten van de risico’s via de afvalwaterroute (of via lucht en water samen) houdt het RIVM nogal wat slagen om de arm. Paniek spreekt er niet uit, maar blijdschap ook niet.

Fipronil
De kippenboeren zetten enorme monocultures kippen op een kluitje en zijn dan verbaasd dat daar parasieten op af komen. Vervolgens komen er snelle jongens met een wondermiddel, en al die boeren kunnen niet raden wat een klein kind wel kan raden, nl dat er iets niet klopt. De NVWA is de schuld want die had de boeren sneller tegen zichzelf moeten beschermen – vinden de boeren. De schuld ligt altijd bij iemand anders.

Nu is er veel mis met de NVWA, maar hun inschatting dat fipronil in de gegeven omstandigheden niet gevaarlijk was voor de volksgezondheid, en dat een strafrechterlijk onderzoek op zijn plaats was, is op zichzelf juist. Fipronil richt zich tegen een biochemisch neurologisch mechanisme dat bij insecten wel, en bij de mens niet belangrijk is. Het echte probleem is dat fipronil te goed werkt alle insecten, dus ook bij insecten die we graag om ons heen hebben zoals bijen. Het is geen neonicotinoide, maar werkt wel vergelijkbaar.
Door de oplaaiende emoties spraken pers en politiek (bij wijze van spreken) 90% van de tijd over 10% van het belang en 10% van de tijd over 90% van het belang.

Fipronil (PubChem)

In het kader van dit artikel is van belang dat een Fipronil-molekuul zes fluoratomen bevat. Het is niet ‘per’, maar wel ‘poly’. En inderdaad, de stof is erg moeilijk biologisch afbreekbaar. Zonder toetreding van UV-straling meet je de levensduur van Fipronil in normaal oppervlakte-
water in weken tot maanden. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Fipronil .

Bij Fipronil is ook de activiteit van de eerste generatie-afbraakproducten bestudeerd. PubChem noemt er drie, waarvan het afbraakproduct fipronil sulfone minstens zo gevaarlijk is als fipronil zelf. Goede berekeningen nemen dan ook de afbraakproducten mee.
Kijk je echter naar de molekuulformules van de afbraakproducten (die ik de lezer zal besparen, maar google eventueel op fipronil en PubChem en je ziet ze), dan overleeft de koolstof-fluorbinding pontificaal.  Fipronil heeft twee -CF3 groepen en elk afbraakproduct ook. De afbraak richt zich op andere chemische bindingen dan de -C-F binding want die is te sterk.
Dat roept de vraag op hoe het verder gaat. Zijn de afbraakproducten wel biologisch afbreekbaar en zo ja (en zo nee), welke tweede generatie afbraakproducten krijg je dan?

De Boerderij van 31 aug 2017 raadt de boeren aan een met Fipronil besmette stal af te soppen met een 5% soda-oplossing (twee uur intrekken, mogelijk omdat in een basische omgeving Fipronil wat beter in water oplost), en om dan de stal te lijf te gaan met 15% of 30%-waterstofperoxide – oplossing. Dit paardenmiddel zonder dieren in de buurt.
Mogelijk helpt het in die zin, dat de restanten geen Fipronil meer heten. Maar als ze fipronil sulfone heten (of nog onbekende namen uit dit geforceerde oxidatie-festijn), wat heb je dan feitelijk bereikt? En waar blijven die restanten? En hoeveel ton -C-F binding voegt fipronil per jaar aan de wereld toe?

Interessante vragen.

Provinciale SP stelt vragen over verband geboorteafwijkingen – pesticidenblootstelling

De fractie van de SP in Provinciale Staten heeft vragen gesteld over de blootstelling aan het totaal aan pesticiden enerzijds en beïnvloeding van de zwangerschap anderzijds.

In een onlangs in Nature Communications gepubliceerde studie van de hand van onderzoekers van de Universiteit van California, Santa Barbara, werd voor de San Joaquin Valley (een groot landbouwgebied in Californië) in kaart gebracht hoe de duur van de zwangerschap, het geboortegewicht en het aantal aangeboren afwijkingen samenhing met de zwaarte van de pesticidenblootstelling. Dat gebeurde door de Valley in mijl-hokken op te delen en de afloop van de zwangerschap van vrouwen, die in zo’n mijl-hol woonden in verband te brengen met de in dat mijl-hok jaarlijks opgebrachte hoeveelheid pesticiden.
De studie had betrekking op bijna 700.000 levendgeborenen.
Daaruit is een focusgroep samengesteld (ruim 137000 geboortes), bestaand uit de meest blootgestelde hokken. Binnen die focusgroep is een verdere onderverdeling aangebracht.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie). Let wel dat de getallen per hok, dus per 260hectare, zijn. Om de gift per hectare te vinden, de cijfers door 260 delen.

25% van de vrouwen woonde in een mijl-hok waarin jaarlijks meer dan 1 kg/hectare aan pesticiden was toegediend, 5% van de vrouwen woonde in een mijl-hok waarin meer dan 15 kg/hectare was opgebracht, 1% in een mijl-hok waarin meer dan 42kg/hectare was opgebracht.

In de 25%-groep waren nauwelijks effecten aantoonbaar.
In de 5% – groep deden zich 9% meer aangeboren afwijkingen voor (bij 5,8% in plaats van 5,3% van de baby’s). Daarnaast waren er negatieve effecten op de duur van de zwangerschap en het geboortegewicht.
In de 1%-groep waren deze effecten grofweg het dubbele.

De Nederlandse Gezondheidsraad heeft in een advies over Bestrijdingsmiddelen en Volksgezondheid in kaart gebracht welke pesticidengiften in de Nederlandse landbouwpraktijk gebruikelijk zijn. Daaruit blijkt dat bij de bollenteelt (73kg per hectare per jaar), de fruitteelt (40 idem) en de boomteelt (17 idem) gemiddelde pesticidengiften gebruikelijk zijn die in de risicorange van het Californische onderzoek zitten. Deze landbouwvormen worden ook in Brabant gepractiseerd.

Zie www.nature.com/articles/s41467-017-00349-2#Tab3 en www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-leefomgeving/gewasbescherming-en-omwonenden ).

Amandelboom (Wikipedia)

De SP-fractie vraagt aan GS
– informatie over de relevantie van het onderzoek voor Brabant en de omvang en locatie van genoemde drie bedrijfscategorieen in Brabant
– welke mogelijkheden tot regulering van de pesticidetoediening er zijn
– of GS gemeenten kan en wil ondersteunen
– of de provincie de bloembollenteelt in Brabant kan en wil tegengaan of ontmoedigen

De volledige tekst van de vragen is hier te vinden.

ChickFriend deed het ook met kalveren

In een brief aan de Tweede Kamer dd 23 aug 2017 over de fipronil-eieren, schreven de bewindslieden Schippers en Van Dam, dat ChickFriend ook een tweede verboden stof ingezet heeft, in dit geval bij kalveren. De stof zou de vliegen bij die beesten moeten weghouden. Zie www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z11048&did=2017D22986 . In de brief gaat het over twee (niet genoemde) bedrijven. Op 24 augustus is er een debat in de Tweede Kamer over de fipronil-kwestie.

Amitraz
Die tweede verboden stof is Amitraz. Dat is een biocide dat vooral tegen mijten en teken werkt, en tegen insecten. De stof wordt zowel in de tuinbouw en in boomgaarden gebruikt, als voor vee (niet zijnde paarden).
De stof is niet oplosbaar in water, dus moet worden aangebracht door er een emulsie van te maken en die op de huid te sprayen.

amitraz

Uit de Engelse Wikipedia (https://en.wikipedia.org/wiki/Amitraz ) blijkt dat Amitraz geen onschuldig goedje is. Je kunt er dood aan gaan. In 1989 overleden er in Turkije 41 mensen aan Amitraz. Die mensen hadden 0.3 tot 2gr van de stof binnengekregen via neus of mond.
Anders dan de brief van Schippers aangeeft, werkt de stof wel in hoofdzaak, maar niet alleen op het centrale zenuwstelsel (en daarmee op de ademhaling). Amitraz heeft meer werkingsmechanismes, waaronder ook via een interactie met de als een hormoon werkende stof prostaglandine, die veel verschillende effecten binnen het lichaam heeft. Verder doet de stof bijvoorbeeld ook de gladde spieren samentrekken en beïnvloedt daarmee bijv. de bloeddruk.

De bekende website pubchem geeft veel informatie op  https://pubchem.ncbi.nlm.nih.gov/compound/amitraz#section=NIOSH-Toxicity-Data&fullscreen=true . Daaronder 53 onderzoeken, waarvan er een aantal ook effecten op de reproductie laten zien.
Ook het REACH-systeem van de EU is niet vrolijk over de stof. De Annex III-inventory omschrijft Amitraz als “Harmonised classification for acute toxicity#Harmonised classification for aquatic toxicity#Harmonised classification for skin sensitisation#Harmonised classification for specific target organ toxicity#Suspected bioaccumulative#Suspected hazardous to the aquatic environment#Suspected mutagen#Suspected persistent in the environment#Suspected toxic for reproduction “.
De Europese Summary on Classification and Labeling geeft aan dat Amitraz in klasse E1 van de Seveso-richtlijn valt en geeft op https://echa.europa.eu/information-on-chemicals/cl-inventory-database/-/discli/details/123775 een overzicht van de gevaren.

Naast schade voor de mens noemen deze bronnen ook schade voor het ecosysteem.

Amitraz

Het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) staat het gebruik van Amitraz in Nederland niet toe.
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen staat een diergeneesmiddel op basis van deze stof wel toe. De Diergeneesmiddeleninformatiebank noemt Amitraz onder de merknaam Taktic voor luizen en schurft bij koeien en varkens, maar slechts op recept van een dierenarts bij een apotheek of erkende leverancier. De stof kan dus niet door een beunhaas toegepast worden tegen vliegen.

Inmiddels heeft landbouwwoordvoerder in Provinciale Staten van Brabant Maarten Everling vragen gesteld. Hetgata erom of de eventuele besmetting van kalverenmest gevolgen heeft voor het Brabantse mestbeleid. Zie https://noord-brabant.sp.nl/nieuws/2017/08/amitraz-en-fipronil-in-mest .

Legbatterij

De WHO
De WHO beschouwde in 1998 Amitraz als “licht gevaarlijk” en vindt dat een mens er langdurig per dag 0,01mg/kg lichaamsgewicht van binnen mag krijgen (dat heet de ADI, de Acceptable Daily Intake).
Ter vergelijking, om een beetje een gevoel te krijgen:

  • de WHO beschouwde in 2000 fipronil als “matig toxisch” en vindt dat een mens er langdurig hooguit 0,0002mg/kg lichaamsgewicht van mag binnenkrijgen.
  • Idem dimethoaat (de stof die vanuit de Gelderse glastuinbouw de Afgedamde Maas was binnengestroomd) 0,002mg/kg lichaamsgewicht
  • en parathion 0,004 mg/kg lichaamsgewicht, malathion 0,3 mg/kg lichaamsgewicht en glyfosaat 1 mg/kg lichaamsgewicht.

    Een van de twee ruimtelijke vormen van fipronil

    Let wel dat de giftigheid van substanties door veel zaken beïnvloed wordt, bijvoorbeeld door de snelheid waarmee de giftige stof uitgescheiden wordt (Amitraz wordt bijvoorbeeld snel uitgescheiden en fipronil langzaam). Bovenstaande voorbeelden zijn dus niet meer dan een ruwe indicatie.

Let er ook op dat de cijfers betrekking hebben op giftigheid voor de mens, en bijvoorbeeld niet op giftigheid voor het ecosysteem.

Hazard en Risk
Het ogenschijnlijke verschil in alarmerendheid berust op het verschil tussen ‘risk’ en ‘hazard’. Een ‘hazard’ is een stofeigenschap en niet meer dan dat. Pubchem en REACH spreken over een hazard. De stof Amitraz kan potentieel een mens doden (hazard) en in extreme situaties in praktijk ook (risk).
Een ‘risk’ bestaat uit de combinatie van een ‘hazard’ en een situatie. Een eenvoudig voorbeeld: de ‘hazard’ van cyaankali is zeer gevaarlijk, maar de ‘risk’ van cyaankali is praktisch nul omdat je de stof in het dagelijks leven niet tegenkomt (tenzij opzettelijk klaargezet).
De ‘hazard’ van fipronil is dus best wel groot, maar de ‘risk’ is in de nu voorliggende eiersituatie veel minder, omdat je normaliter niet zoveel eieren kunt eten dat je aan de incidentele of chronische limieten komt.

Om deze zelfde reden praten voor- en tegenstanders van glyfosaat langs elkaar heen. De hazard van glyfosaat is vooral dat je er misschien kanker van krijgt, de risk daarop is in de praktijk nauwelijks aanwezig. En andere vergiften zijn veel gevaarlijker.
Ik pleit ervoor om minder emotioneel en ideologisch over bestrijdingsmiddelen te praten, en meer op wetenschappelijke basis.
Zie Van chemische naar ecologische bestrijding – 1 en Van chemische naar ecologische bestrijding – 2 en Jumbo en Albert Heijn willen 28 bestrijdingsmiddelen niet meer in hun winkel .

Alle risico’s zijn altijd relatief en nul-risico’s bestaan niet. Dat neemt niet weg dat het goed is om hazard, en nog meer risk, zo klein mogelijk te maken als dat niet elders tot snel omhoog schietende hazards en risks leidt.
Wie minder kippen op een kluitje zet heeft minder last van bloedluis, en wie minder kalveren in een stal zet haalt minder vliegen binnen. Daar tegenover staat dat de boer dan ook minder verdient, en dat leidt ook tot risico’s.
Ergens ligt het optimum, en mijns inziens ligt dat niet bij de huidige concentraties.