Het grillige gedrag van luchtwassers (update dd 2 mei 2018)

Waartoe dient een luchtwasser?
Nederland volgt met zijn Natura2000-wetgeving de Europese natuurbeschermingsregels. Dat is een goede zaak.
Die gebieden worden onder andere aangetast doordat er veel meer stikstof op neer regent dan wat zo’n gebied aan kan. Die komt overal vandaan: verkeer, luchtvaart, industrie, maar ook heel veel uit de landbouw en de veeteelt. Dat laatste gebeurt in de vorm van het gas ammoniak (NH3 ). De eerste taak van een luchtwasser is zoveel mogelijk ammoniak uit de stallucht afvangen.

Daarnaast stinken die stallen ook nog ‘gewoon’ richting omwonenden. Toen men eenmaal begonnen was, kwam de gedachte al gauw op om ook de geur zo veel mogelijk af te vangen. Dat werd de tweede taak van de luchtwasser.

Chemische en biologische luchtwassers (mono-)
Chemische luchtwassers zonder verdere toevoegingen (mono) werken door de stallucht over een soort lamellensysteem te leiden waarlangs een zwavelzuuroplossing loopt. Dat bindt de ammoniak en als het goed is, resulteert dat uiteindelijk in een neutrale oplossing van ammoniumsulfaat. Daar moet je dan ergens mee naar toe en dat is een ander verhaal.
Chemische luchtwassers werken heel goed tegen ammoniak en doen betrekkelijk weinig tegen geur.

Biologische luchtwassers werken anders. Een goede uitleg staat op de site van een producent www.dorset.nu/nl/home-fs/biologische-luchtwasser/#werking . De stallucht gaat daar van onder naar boven door een filterpakket, waarop bacterien zitten, en die worden van boven af nat gehouden door circulerend waswater. Die oxideren ammoniak (als het goed is) tot eerst nitriet en dan nitraat. Dat stroomt met het waswater mee en dat wordt regelmatig ververst. Het nitriet/nitraat mag op het land worden uitgereden, zo lang het niet in het oppervlaktewater komt (want nitriet is vergiftig bij inname).
Biologische luchtwassers werken minder goed tegen ammoniak en beter tegen geur.

Combi-luchtwassers en controlemetingen
Waarna de gedachte voor de hand ligt om combinatie-luchtwassers te maken (combi-). Daar begint de politieke actualiteit.

De hierna genoemde stukken kunnen worden gedownload via www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2018D22770&did=2018D22770 .

Het lijkt er erg op dat vanaf hier de wens te veel de vader van de gedachte werd. We schrijven dan 2006 en het Programma Gecombineerde Luchtwassers.
Er is een theoretische functie gedefinieerd die een output moest halen van 85% ammoniakverwijdering en 70 tot 85% geurverwijdering. Vervolgens zijn er vergunningen afgegeven (vooral aan varkenshouders) alsof dat theoretische apparaat daadwerkelijk werkte. Daardoor mochten de varkensboeren meer varkens houden en/of dichter bij woonbebouwing of Natura2000 – gebieden staan dan tot dan toe mogelijk was geweest.

Maar de klachten bleven en dat bracht het Ministerie van I&M (2015) ertoe Wageningen een onderzoek te laten doen. Dat heeft Wageningen (WUR) in twee stappen gedaan en dat leidde tot “evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen”, deel 1 en deel 2.
Deel 1 beschrijft de uitslag bij 2 bio-combiwassers en bij 2 chemo-combiwassers, die elk op 6 tijdstippen gemeten zijn met Nederlandse en Duitse aanpak.
Deel 2 beschrijft de uitslag bij 16 mono-chemische wassers, 29 combiwassers en 3 mono-biowassers. Bij deze inrichtingen is één keer gemeten.
Dat leidde tot een aantal conclusies die ik in mijn eigen woorden geef.

  • Het blijkt heel moeilijk om geur te meten. Er zijn grote toevallige en systematische fouten. Duitse laboratoria, die aan dezelfde NEN-normen voldoen, meten systematisch veel lagere concentraties. Uiteindelijk komt het erop neer dat een ambtenaar of een laborant, na een foutgevoelig voortraject, aan een monster moet snuffelen.
    Het gebeurt regelmatig dat de geurrendementsverwijdering negatief is (de lucht stinkt na de wasser harder dan voor de wasser). Of dat echt zo was of dat de snuffelaar het fout had, valt niet te achterhalen. Meer algemeen is niet duidelijk of het grillige verloop van de cijfers in de tijd bij een bepaald apparaat aan een grote meetonzekerheid liggen, aan het grillig functioneren van het apparaat, of aan beide.
    Er is dringend behoefte aan een objectieve sensor (‘elektronische neus’) die stallucht aan kan.
    Ammoniakmetingen zijn goed uitvoerbaar.
  • De techniek blijkt erg storingsgevoelig. Bij de 24 metingen, die in deel 1 beschreven worden, was er in 5 gevallen een storing. Bij de 48 metingen, die in deel 2 beschreven zijn, was er in 8 gevallen een storing (waarbij aangetekend moet worden dat de steekproef eigenlijk in eerste instantie uit 59 adressen bestond, maar dat vijf boeren niet mee wilden doen).
  • In deel 1 werd bij geen van de 24 Nederlands-uitgevoerde metingen een rendement gevonden dat zowel voor ammoniak als voor geur aan de specificaties voldeed. Bij 3 van de 24 metingen zou men de uitslag, hoewel voor geur onder de specificaties, redelijk kunnen noemen.
    Geen van de inrichtingen voldoet (tijd)gemiddeld aan de combi-norm.
    In deel 2 wordt bij 7 van de 16 mono-chemische wassers zowel voor geur als voor ammoniak de voor deze inrichting geldende norm gehaald (maar voor geur is die lager dan de combinorm). (Groep)gemiddeld halen deze de geldende norm niet.
    In deel 2 voldoet 1 van de 29 combi-wassers aan beide normen. Van 11 combiwassers kan men stellen dat deze de ammoniaknorm halen en redelijk, maar onder de norm, presteren op geurgebied. (Groep)gemiddeld haalt deze groep, noch voor ammoniak noch voor geur, de norm.
    In deel 2 voldoen 2 van de drie mono-biowassers aan beide normen (maar die zijn lager dan bij combi-wassers). (Groep)gemiddeld voldoet deze groep aan de norm.

De politieke actualiteit was dat de combiwassers niet aan de norm zouden voldoen. Dat klopt, maar de mono-chemische wassers voldoen vaak, en gemiddeld, ook niet aan de norm. WUR redeneert dat dit verschil niet significant is, gezien de grote onzekerheid.

Bouwtekening van een chemo-biologische combiwasser

Constructie-overwegingen: hoe combineert men en kan het idee werken?
Men kan combineren met drie mono-basis-bouwstenen: een watergordijn (zoiets als een sprinklerinstallatie), een chemische trap (zwavelzuurgordijn) en een biologische stap.
De sprinklerinstallatie verwijdert stof, waardoor wat er na komt beter zou werken.
Het zwavelzuurgordijn verwijdert heel veel ammoniak en een beetje geur, de biotrap een beetje ammoniak en veel geur. Tenminste, dat is het idee.

De eenvoudigste opstelling, die goed is voor 25 van de 29 in deel 2 beschreven combi-inrichtingen, combineert een watergordijn met een biologische stap (bio-combi). Waarschijnlijk is dat ook de goedkoopste inrichting.
De conclusie is dat deze opstelling vergelijkbaar werkt met een mono-biologische wasser. Met andere woorden, de sprinklerinstallatie heeft weinig of geen meerwaarde.

Overigens schrijft de WUR-studie niet over stofafvangrendementen.

Een inrichting die een chemische trap combineert met een nageschakelde biologische trap (zie bouwtekening) zou op papier moeten kunnen werken, maar in praktijk werkten de 2 combi-chemische inrichtingen in deel 1 en de 4 van de 29 combi-chemische inrichtingen in deel 2 allemaal niet of matig vanwege een storing. Vaak komt er zwavelzuur uit de eerste trap in het water van de bio-trap en dan leggen de bacterien al gauw het loodje.

Het is, al met al, geen hoopgevend beeld.

Zou het kunnen werken?
In theorie kan alles. Dit zijn standaard-technische problemen en die zijn oplosbaar. Als men de destructor (Rendac, de dooie beesten-fabriek tussen Son en Best) nagenoeg geurloos kan krijgen, kan men alles zowat geurloos krijgen. Maar de destructor is een grote, professionele inrichting en de meeste boerenbedrijven niet.

Rendac

De zeer scherpe specificaties, die in de wet zijn vastgelegd (een geurreductie van 70-85% in het Rgv en een ammoniakreductie van 85% in het Rav) kunnen, mijns inziens, met alleen een biologische trap (met of zonder sprinklerinstallatie) niet gehaald worden. Met een chemische en een biologische trap kunnen ze op papier gehaald worden, maar tot nu toe niet in de reëel bestaande situatie op een boerderij (met een reëel bestaand opleidingsniveau, budget, werklast, en handhavingsregime).

Wellicht is het beter bij reëel bestaande boerderijen de wens niet langer de vader van de gedachte te laten zijn. En accepteren dat het geurverwijderingsrendement ergens rond de 40% zit en het ammoniak-verwijderingsrendement ergens rond de 90%.
Uiteraard heeft dat gevolgen voor het aantal varkens achter de luchtwasser.

Iedereen een probleem
In feite kent de situatie alleen verliezers.

  • De omwonenden zitten meer in de stank als de bedoeling is,
  • Boeren die nog geen vergunning hebben moeten langer wachten of krijgen hem niet,
  • boeren die wel een vergunning hebben zijn nu, meestal buiten hun schuld, de kwaaie peer en hebben betaald voor iets wat niet deugt,
  • de provincie moet handhaven maar kan dat niet,
  • en staatssecretaris Van Veldhoven mag de kastanjes uit het vuur halen voor minister Schouten.

Waarbij men met laatstgenoemde het minste medelijden hoeft te hebben, want het is het Rijk (en onder andere de CU, de partij van minister Schouten) die voortdurend de veeteelt de hand boven het hoofd houden en elke poging het aantal dieren terug te dringen, blokkeert.

In een brief dd 03 april 2018 aan de Tweede Kamer schetst staatssecretaris Van Veldhoven de voorgeschiedenis, en neemt ze het besluit om de emissiefactoren van combiwassers terug te brengen tot die van mono-wassers. Daarmee geeft ze in feite de fictie op.
Het gevolg is dat ze per decreet wetsovertredingen creëert, waartegen niet zomaar kan worden opgetreden omdat deze bona fide begaan worden.
De brief van de staatssecretaris is te vinden op www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2018D22770&did=2018D22770 .

De provincie heeft op 06 april 2018 een brandbrief gestuurd aan de staatssecretaris.
De provincie wijst erop dat er bij 732 bedrijven in Brabant samen ruim 2000 combiwassers in gebruik zijn, en dat er nog meer dan 100 vergunningaanvragen liggen waarin een of meer combiwassers zijn opgenomen.
Verder wijst de provincie erop, dat door alle stikstoflozingen, en door de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) de provincie al bijna helemaal op slot zit (zie Varkens verhinderen vooruitgang – ontwikkelingen rond de PAS )
De provincie vraagt de staatssecretaris

  •  de nieuwe geuremissiefactoren voor combiwassers direct vast te stellen
  •  een zeer spoedig herstelplan voor overbelaste gebieden op te stellen, samen met RIVM en GGD
  • ruimte te bieden aan innovatieve systemen inaanvulling op of ter vervanging van luchtwassers
  • bij minister Schouten erop aan te dringen dat op korte termijn meer duidelijkheid wordt
  • gegeven over de effectiviteit van combi-luchtwassers mbt de ammoniakverwijdering, eventueel na nader onderzoek

De brief van de provincie is hier te vinden brief falende luchtwassers prov aan rijk_06april 2018

Inmiddels heeft er overleg plaatsgevonden tussen een ambtelijke delegatie uit Den Haag, de provincie, de BMF en de ZLTO . Zodra daar meer over te vertellen valt, zal ik daar een artikel aan wijden.

Update:
De minister wil de eisen, die aan geurreductie door luchtwassers gesteld worden, verlagen. Chemische luchtwassers hoeven nog maar 30% geur te verwijderen (was 70 tot 80%), voor biologische en combi-luchtwassers daalt de geurreductie-eis naar 45% (was 75 of 85%). Dat meldde De Boerderij van 02 mei 2018. Tot 30 mei loopt er een Internetconsultatie.

Met deze stap brengt de minister de tot nu toe bestaande fictie terug tot wat daadwerkelijk bereikt kan worden (bij een goede bedrijfsvoering). Gegeven hierboven staaand verhaal is dat niet verrassend.
Het betekent wel dat het aantal dieren in bestaande stallen nu ineens te hoog is. Als 800 varkens samen, door het fictief verwijderen van bijv 80% van de geur, net onder de berekende geurnorm aan de gevel van nabije woningen zitten, komen diezelfde 800 varkens met een reëel geurverwijderingsrendement van 40% aan diezelfde gevel boven de norm uit. In praktijk kwamen ze dat ook al wel.

Het stankprobleem is niet opgelost, maar vanaf straks heet het geen overtreding meer.

Luchtwachter fietst met snuffelhond

Persbericht                                                             Eindhoven 16 April 2018

Deze week fietst Lisa van der Geer (14) met een digitale snuffelhond naar school. Op de bagagedrager deze keer geen schooltas met boeken, maar een geavanceerd meetinstrument van TNO dat continu de luchtkwaliteit meet en registreert. Hiermee probeert Rijkswaterstaat, in samenwerking met de gemeente, inzicht te krijgen in hoe vervuild de lucht nu werkelijk is die duizenden fietsers dagelijks inademen.

Eindhoven

Dat in Eindhoven de wettelijke normen voor luchtkwaliteit niet gehaald worden is inmiddels bekend. Maatregelen zijn nodig. Op initiatief van Milieudefensie zijn er in alle grote steden van Nederland luchtwachters die het beleid volgen. Lisa van der Geer uit Eindhoven is de jongste, en de reden dat ze zich inzet voor gezonde lucht is dat vooral kinderen in de groei veel last kunnen hebben van ongezonde lucht. Deze keer is het alleen geen campagnevoeren, maar bijdragen aan het onderzoek naar de luchtkwaliteit in de stad. En dat is hard nodig, want veel informatie ontbreekt of is onduidelijk.

Meten is weten

De normen voor luchtkwaliteit zijn gebaseerd op computerberekeningen. Maar kloppen die wel? In Eindhoven zijn er meetkasten van AiREAS en van het RIVM, en ook op de fietsroute van Lisa naar school staat er een. “Maar die meetkast staat niet achter een stinkende brommer bij een rood stoplicht, en dat is wél de lucht die ik inadem”, zegt Lisa van der Geer. Hoe ongezond is de lucht voor al die middelbare scholieren die dagelijks naar school fietsen? Is het zinvol fietspaden te verleggen? Moeten fietspaden worden omgeven door groene bomen, of juist niet omdat daardoor de vervuilde lucht moeilijker weg kan? Met dit initiatief van Rijkswaterstaat in samenwerking met de gemeente gaat Lisa samen met tientallen andere fietsers genoeg data verzamelen om zulke vragen te beantwoorden.

 

Luchtwachters Eindhoven: luchtkwaliteitsplan is slappe wijn in oude zakken

De Eindhovense Luchtwachterscampagne heeft naar aanleiding van de plannen, die Staatssecretaris Van Veldhoven gepubliceerd heeft, een persbericht uitgegeven met een oordeel over die plannen. In elk geval het Eindhovens Dagblad heeft dat nog niet gepubliceerd.
Hieronder het persbericht op deze site.

  •  –  –  –  –  –  –  –

Persbericht                                                                        Eindhoven, 29 maart 2018

 Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven, publiceerde op 27 maart 2018 nieuwe plannen om de luchtvervuiling aan te pakken. Volgens Luchtwachters Eindhoven en Milieudefensie is het een eerste aanzet, maar is hiermee bepaald niet verzekerd dat op de kortst mogelijke termijn alle knelpunten in Eindhoven worden opgelost.
De rechter oordeelde in september 2017 in een kort geding, aangespannen door Milieudefensie, dat het Rijk met een nieuw luchtkwaliteitsplan moest komen. Dat plan moest ervoor zorgen dat de wettelijke normen zo snel mogelijk worden gehaald. Van Veldhovens plannen dienen om dit vonnis uit te voeren.

Eindhoven
Luchtwachters in zeven steden controleren of hun gemeente voldoende maatregelen neemt om de Europese normen te halen. Ook in Eindhoven wordt nog niet overal aan die normen voldaan. Meetpunt 32336 op de Vestdijk was in 2016 het op vier na vuilste traject van Nederland. Daarom moet de gemeente maatregelen nemen (zie https://milieudefensie.nl/luchtkwaliteit/probleem-en-oplossing/rechtszaak-voor-gezonde-lucht ). Van Veldhoven noemt voor Eindhoven in haar plannen bijvoorbeeld de praktijkopstelling op de Vestdijk en de bijbehorende plannen om het verkeer anders te organiseren; een betere doorstroming op de Ring; fietspadenpolitiek; een milieuzone voor bestelauto’s; de stofhapper in de parkeergarage op het Stadhuisplein; en een stedelijk distributiesysteem.

Namens de Luchtwachters Eindhoven reageert Bernard Gerard dat het hier uitsluitend om reeds bestaande gemeentelijke voornemens gaat. Van Veldhoven voegt nauwelijks iets nieuws toe. De Luchtwachters zijn pas echt blij als Van Veldhoven er geld bij legt.
Nu worden de gemeentelijke plannen niet of traag uitgevoerd. Dat moet anders, bijvoorbeeld:
De Eindhovense milieuzone heeft een slap toelatingsbeleid en er wordt nauwelijks gecontroleerd. Andere steden lopen inmiddels ver voor op Eindhoven. De technische eisen moeten scherper, ze moeten ook voor bestelauto’s gaan gelden en er moet echte controle komen.
Het Eindhovense stedelijke distributiesysteem is onlangs van de oneindig lange baan op de heel erg lange baan geschoven (na 2026, de branche zelf is progressiever).
En de stofhapper op het Stadhuisplein is niet op deugdelijk vooronderzoek gebaseerd en het is een gok wat die uit gaat halen.

De stofhapper op het Stadhuisplein

Meer ambitie nodig

“Het is mooi dat er nu een eerste stap wordt gezet en dat de staatssecretaris het belang van gezonde lucht inziet. Maar er zal nog een tandje bij moeten om de overschrijdingen van de Europese luchtkwaliteitsnormen echt snel op te lossen, zoals de rechter heeft opgedragen”, zegt Anne Knol, campagneleider duurzaam verkeer Milieudefensie. Belangrijke maatregelen, zoals bijvoorbeeld de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur terugdraaien en stoppen met de aanleg van allerlei nieuwe snelwegen, staan niet in de plannen. 

Juist op plekken waar de knelpunten heel hardnekkig zijn, is onduidelijk of de maatregelen voldoende zijn om de grote verkeersdrukte terug te dringen. “Het ministerie erkent in de plannen ook dat de knelpunten daar zeer hardnekkig zijn. Ook weten we dat de Europese normen niet streng genoeg zijn om de gezondheid te beschermen. Dat betekent dus dat er meer ambitie nodig is”, zegt Anne Knol. “Zowel vanwege de rechtszaak, maar -vooral- vanwege het belang van gezonde lucht voor omwonenden.”

 

Noot voor de redactie:

Voor meer informatie Bernard Gerard, 040-2454879, bjmgerard@gmail.com .

RIVM start onderzoek naar het effect van ultrafijn stof van Schiphol op basisschoolkinderen

Op de website van het RIVM staat een persbericht over een onderzoek naar de effecten van ultrafijn stof van Schiphol op basisschoolkinderen.|
In de hieronder staande tekst is het persbericht van het RIVM overgenomen.

Zie voor het persbericht en aanvullend materiaal https://rivm.nl/Onderwerpen/F/Fijn_stof/Ultrafijn_stof/Onderzoek_Gezondheidsrisicos_Schiphol/Studie_basisschoolkinderen .

Zie voor algemene voorlichting over ultrafijn stof door het RIVM www.rivm.nl/Onderwerpen/F/Fijn_stof/Ultrafijn_stof .

– – – – – – – – –

In december 2017 is een onderzoek gestart naar de effecten van ultrafijn stof op kinderen van scholen in de buurt van Schiphol. De vraag is welke effecten ultrafijn stof heeft op de longen van kinderen na inademing. Tweehonderd kinderen tussen 7 en 11 jaar in de omgeving van Schiphol doen aan dit onderzoek mee.

Studie onder basisschoolkinderen

De lucht in een gebied van enkele kilometers rond Schiphol is vervuild, net als in andere stedelijk gebieden. Dit komt vooral door de uitstoot van wegverkeer, vliegverkeer en industrie. Het gaat daarbij onder andere om hele kleine stofdeeltjes die in de lucht terecht komen: ultrafijn stof. In de wetenschap is nog weinig bekend over wat de invloed is van ultrafijn stof op de gezondheid van de longen.

In deze studie wordt onderzocht wat de korte termijn-effecten zijn van het inademen van ultrafijn stof op de gezondheid van de longen bij kinderen. Kinderen zijn gevoeliger, omdat hun longen klein zijn en ze vaak buiten actiever zijn dan volwassenen. Als er negatieve gevolgen zijn van luchtverontreiniging, dan zullen die gevolgen eerder te zien zijn in kinderen dan in volwassenen.

Onderzoekers

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gevraagd om de gezondheidseffecten van ultrafijn stof in de regio Schiphol te onderzoeken. Het onderzoek bestaat uit studies naar de korte- en lange termijn-effecten. De studie onder schoolkinderen wordt uitgevoerd door onderzoekers van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit van Utrecht, in samenwerking met het Energiecentrum Nederland (ECN), de GGD Kennemerland en de GGD Amsterdam.

Wat gebeurt er in deze studie?

Er doen twee scholen tegelijkertijd mee aan het onderzoek. Deze scholen staan aan weerzijden van Schiphol, zodat bij verschillende windrichtingen steeds de lucht bij de ene school wel en de andere school niet in aanraking komt met ultrafijn stof van vliegtuigen. Het onderzoek startte november 2017.  De luchtverontreiniging wordt tijdens het schooljaar bij de scholen gemeten. 

Onderzoek naar UFS door Schiphol op een nabijgelegen basisschool (foto NH Nieuws)

Op de deelnemende scholen is een informatieavond voor ouders door onderzoekers georganiseerd. Ook ontvangen alle kinderen uit groep 6 en 7 een informatiebrief over het onderzoek, voor henzelf en hun ouders. Met deze informatie kunnen kinderen samen met hun ouders beslissen of ze mee willen doen aan het onderzoek. Ieder kind doet voor een periode van ongeveer 3 maanden mee aan het onderzoek. Er doet 3 keer een andere groep kinderen gedurende 3 maanden mee, wat de totale duur dus 9 maanden maakt.

Naast de studie op scholen worden 50 kinderen tussen 7 en 11 jaar die astma hebben en in de buurt van Schiphol wonen, geworven voor het onderzoek. Dit is om de effecten op ademhalingsklachten en medicijngebruik te kunnen bestuderen.

Wat moeten de kinderen die deelnemen doen?

De kinderen doen zelf thuis blaastests en houden een dagboekje bij op de laptop, tablet of telefoon, waarin ze vragen over hun gezondheid beantwoorden. Op de scholen wordt wekelijks bij ieder kind wat uitgebreider een meting van de longfunctie uitgevoerd door de onderzoekers. Er wordt geen bloed of urine afgenomen.

Waar kunt u met vragen terecht?

Voor vragen over de studie met schoolkinderen kunt u contact opnemen met de onderzoekers van de Universiteit van Utrecht. Meer informatie over het totale onderzoek kunt u vinden op de RIVM-website.

Heeft u als omwonende van Schiphol vragen over ultrafijn stof in uw omgeving? Dan kunt u contact opnemen met de GGD in uw woonplaats.

 

Lezing over luchtkwaliteit bij het GOEB in Best

Het GOEB is het Gezamenlijk Overleg Erkende Buurtverenigingen in Best (een voorstad van Eindhoven). Zie https://goeb.nl/ .
Het GOEB is een vereniging met als leden vertegenwoordigers van 14
wijkorganisaties uit Best (die zelf allemaal stichtingen zijn).

Het GOEB vroeg mij om op de jaarvergadering van 8 maart 2018 een verhaal te vertellen over de luchtkwaliteit in Best. Dat heb ik gedaan. Naast de 14 vertegenwoordigers zaten er ook twee externe mensen. Het was een goede bijeenkomst.

De luchtkwaliteit in Best wordt in hoofdzaak bepaald door de algemene achtergrond, en daarnaast door de snelwegen A58 en A2, en voor een onbekend deel door het ultrafijn stof en de roet van het vliegveld. Dat passeerde uiteraard de revue.

De tekst van de presentatie is te vinden op Lezing luchtkwaliteit bij het GOEB in Best dd 08mrt2018

Milieudefensie gaat in hoger beroep over schone lucht-vonnis, en vraagt crowdfunding

Update:
Milieudefensie gaat in hoger beroep tegen onderstaande uitspraak. Op milieudefensie.nl/mobiliteit/recht-op-gezonde-lucht/we-gaan-in-beroep-voor-gezonde-lucht  valt de argumentatie na te lezen.

Inmiddels heeft ook de Gezondheidsraad zich uitgesproken voor een veel ambitieuzer luchtkwaliteitsbeleid.
Dit zegt de Gezondheidsraad op zijn site:
—————————————–

Ik baal er heel erg van dat Milieudefensie bij de Haagse rechtbank de bodemprocedure over de Nederlandse luchtkwaliteit heeft verloren. De winst in eerder kort geding had andere verwachtingen gewekt.

NO2-concentraties in de groeivariant in 2015 rond de Poot van Metz en het vliegveld bij Eindhoven

Er is al erg veel over deze uitspraak gezegd en als niet-jurist ben ik altijd voorzichtig met juridische meningen.

Het verhaal heeft eigenlijk twee hoofdthema’s.

Het ene is dat Milieudefensie wil dat Nederland zich gaat houden aan de luchtkwaliteitsrichtlijnen van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO). Die WHO-richtlijnen zijn een stuk strenger en dus een stuk beter voor de gezondheid.
Die richtlijnen zijn echter binnen Europa, en binnen Nederland, niet in wetgeving omgezet. In plaats daarvan is een soepeler versie gecomponeerd (de Europese Richtlijn) en die is nu doorvertaald ook  in Nederland wet. Strikt beschouwd zijn de WHO-standpunten niet meer dan juridisch niet-verplichtende adviezen.
Dat de Rechtbank deze eis afgewezen heeft kan men betreuren, maar is te volgen.

07 november 2017, Zuidenwind, NO2, recente Tropomifoto

Het andere is dat Nederland ook die soepeler eisen niet haalt. Ook bijvoorbeeld in Eindhoven zijn er zeven overschrijdingspunten, waaronder het roemruchte punt op de Vestdijk. Eindhoven voldoet daar gewoon  niet aan de wet.
Zo ook op een aantal andere wegtrajecten in den lande (vanwege NO2), en in sommige veeteeltgebieden (vanwege fijn stof PM10).
De overschrijdingen moeten “met passende maatregelen” en “binnen een zo kort mogelijke periode” opgelost worden. De rechtbank vindt dat de Staat daar voldoende aan doet en noemt ook geen nieuwe maatregelen en termijnen. Dat is onbevredigend.
Nog onbevredigender vind ik dat de Rechtbank eist dat individuele mensen moeten aantonen dat ze geschaad zijn door het overschrijden van de regels. Bij luchtvervuiling (en bij veel andere vormen van vervuiling) kan dat niet, omdat de problemen zich statistisch voordoen.
Je kunt ook niet met zekerheid aantonen  dat nou net jij geschaad bent door stanklozingen, grondontsmetters, geluid of wat dan ook waarvoor hetzelfde geldt. Als de handhaving van de milieuwetten  afhankelijk wordt gemaakt van de aantoonbaarheid van individuele geschaadheid, legt dat de bij aan de wortel van de milieuwetgeving. Ik vind dat zelf een principiele rechtsvraag, maar de juristen van Milieudefensie moeten maar bekijken hoe ze dit verder oppakken.

Het is sowieso een winst dat de uitspraak erg veel publiciteit gekregen heeft De kranten stonden er vol van.
Een rechtszaak is altijd ook een actie, en dat deel van de actie is zeker geslaagd.

De reactie van Milieudefensie is te vinden op https://milieudefensie.nl/mobiliteit/recht-op-gezonde-lucht/nieuws-en-blogs/rechtszaak-gezonde-lucht .
Op die pagina kan worden doorgeschakeld. Je komt dan in een tekst van De Rechtspraak, die (zeg maar) een samenvatting voor niet-juristen geeft. Die tekst staat hieronder in groen.
Op het eind van deze tekst staat een link naar het eigenlijke vonnis zelf.

———————

                                             Den Haag, 27 december 2017

De rechtbank wijst de vorderingen van Milieudefensie en anderen in zaak schone lucht af

Milieudefensie, de stichting Adem Rotterdam en 57 individuele eisers, hebben een bodemprocedure aangespannen tegen de Staat over verbetering van de luchtkwaliteit. De rechtbank Den Haag heeft vandaag geoordeeld dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
De inzet van de procedure is verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland. De zaak gaat over stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10). Luchtvervuiling met deze stoffen brengt uiteenlopende en ernstige risico’s voor de volksgezondheid met zich mee. De Staat neemt maatregelen om luchtvervuiling terug te dringen. Deze zijn neergelegd in het Nationaal Samenwerkingsplan Luchtkwaliteit (NSL).

WHO richtwaarden

De Staat moet de verplichtingen uit de Richtlijn 2000/50/EG betreffende de luchtkwaliteit naleven. Deze Richtlijn bevat grenswaarden voor de schadelijke stoffen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft strengere richtwaarden voor fijnstof vastgesteld.
De Staat ‘werkt toe’ naar het bereiken van de WHO-richtwaarden, die nog niet overal in Nederland zijn bereikt. De rechtbank oordeelt dat de Staat niet nu al of op korte termijn aan de WHO-richtwaarden moet voldoen. Er is geen verdragsbepaling die de Staat daartoe verplicht.

Richtlijn 2000/50/EG: twee verplichtingen

Wel moet de Staat voldoen aan de Richtlijn. Deze bevat twee verplichtingen voor de Staat: ten eerste moesten de grenswaarden op tijd zijn bereikt: de grenswaarde voor PM10 moest op 11 juni 2011 zijn bereikt en de grenswaarden voor PM2,5 en NO2 op 1 januari 2015. Die uiterste data zijn niet gehaald voor PM10 en NO2. De Staat heeft deze eerste verplichting dus geschonden. Het staat echter niet vast dat de individuele eisers en de personen voor wiens belang Milieudefensie opkomt hierdoor daadwerkelijk schade hebben geleden.

De tweede verplichting: zo kort mogelijk houden van de periode van overschrijding

Nu de grenswaarden niet op tijd zijn bereikt, legt de Richtlijn een tweede verplichting op de Staat: de grenswaarden voor PM10 en NO2 moeten nog steeds worden bereikt. De Staat moet de periode van overschrijding zo kort mogelijk houden. De Richtlijn schrijft voor dat de Staat daartoe ‘passende maatregelen’ moet nemen. Eisers vinden dat de Staat deze tweede verplichting schendt. In hun ogen volstaat het NSL niet. Zij betogen dat de Staat meer en andere maatregelen moet nemen.
Welke periode ‘zo kort mogelijk’ is en welke maatregelen ‘passend’ zijn, wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Vaststaat dat de grenswaarden voor PM10 en NO2 nog steeds niet overal in Nederland bereikt. De uiterste data zijn – zeker voor PM10 – ruimschoots overschreden. De prognoses wijzen erop de grenswaarden in 2020 waarschijnlijk niet overal in Nederland bereikt zullen worden. Daaruit kan echter niet worden afgeleid dat de Staat onvoldoende heeft gedaan en doet om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. De overschrijdingen zijn de afgelopen jaren teruggedrongen. De resterende overschrijdingen worden vooral veroorzaakt door verkeer op een beperkt aantal knooppunten in de binnenstad van Amsterdam en Rotterdam, die van belang zijn voor de bereikbaarheid in de stad. De resterende knelpunten zijn hardnekkig. Het aanpakken daarvan is een complexe aangelegenheid vanwege de aard van de problematiek en het risico van verschuiving van de problemen. De door eisers geuite kritiek op het NSL is te algemeen van aard om te kunnen concluderen dat de Staat tekortschiet.
De rechtbank oordeelt dus dat de Staat de tweede verplichting niet heeft geschonden.

Ander oordeel dan voorzieningenrechter

De rechtbank komt hiermee tot een ander oordeel dan de voorzieningenrechter van deze rechtbank in het vonnis van 7 september 2017 (ECLI:NL:RBDHA:2017:10171). Het kort geding vonnis bevat een voorlopig oordeel, dat geen bindende kracht heeft in deze bodemprocedure.

Uitspraken

Koop een goede afzuigkap en zet die aan!

Fijn stof binnenshuis
De door bronnen binnenshuis veroorzaakte luchtvervuiling komt bovenop de
achtergrond binnenshuis, die ongeveer de buitenshuis bestaande luchtvervuiling  volgt.
Aan de buitenshuis bestaande luchtvervuiling is in deze kolommen al veel aandacht besteed, daarom nu ter aanvulling over luchtvervuiling binnenshuis. Die vooral in gangbare situaties veroorzaakt wordt door het koken.

Rood = binnen, zwart =  buiten. Het gaat over PM2.5 .

Daarover is in negen woningen onderzoek gedaan door Piet Jacobs en Wouter Borsboom van TNO. Zie www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2017/2/wat-u-moet-weten-over-fijnstof-dat-vrijkomt-bij-het-koken/ . Onderaan deze webpagina wordt doorverwezen naar een meer gedetailleerd .pdf- document, dat eventueel ook te vinden is op www.tno.nl/media/8957/pm2-5_in_dutch_dwelling . De eerste twee afbeeldingen komen uit deze bron.

Behalve de bekende kookgeuren komen er ook hoge concentraties (ultra)fijn stof vrij. Hier moet de kanttekening geplaatst worden dat dat een ruim begrip is en dat daar van alles onder verstaan kan worden wat heel klein is.

De TNO-website: “Ondanks dat de hoogste concentraties zijn gevonden bij bewegen in het verkeer (fietsen en gemotoriseerd) vond ongeveer 90% van de totale blootstelling binnen plaats door de vele tijd die hier doorgebracht werd. Het achtergrond niveau binnen leverde het grootste aandeel aan de totale blootstelling en wordt waarschijnlijk voor het grootste deel veroorzaakt door bronnen buiten, zoals industrie en verkeer. Echter, opvallend was dat een kwart tot een derde van de totale blootstelling aan ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) plaatsvond in maar enkele procenten van de tijd. Deze pieken vonden binnen met name plaats tijdens en net na het eten en worden waarschijnlijk veroorzaakt door koken. Ook bleek dat pieken binnen veel langer bleven hangen dan pieken buiten, die vooral voorkwamen tijdens de spits.” Aldus TNO.

Vlees braden en groente wokken geeft het meeste fijn stof.
Een inductiekookplaat geeft minder luchtvervuiling dan een gastoestel.

Wat is een goede afzuiging?
Een goede afzuigkap blijkt erg veel verschil te maken (zie de tabel met resultaten boven).
Zonder afzuigkap blijven geur en stof uren hangen, zoals bekend. Je kunt dan wel flink ventileren, maar dat kost je ook een heleboel warmte.
Het is veel beter om de kookdampen meteen, in situ, af te vangen met een afzuigkap.

TNO:

  • Om kookluchtjes en verontreiniging af te zuigen, is een capaciteit van minimaal 300 m3/uur nodig. Indien op de achterste pitten wordt gekookt worden dan vrijwel alle kookdampen afgevangen. Bij koken op de voorste pitten kan de vangstefficiëntie afhankelijk van het type afzuigkap veel lager zijn.
  • De kap moet minimaal even groot zijn als de kookplaat en moet bij voorkeur een randje hebben van ca. 5 cm, zodat de damp eronder blijft.
  • De vetafvangst is voldoende hoog. De vetfilterefficiëntie kan worden afgeleid van het energie-efficiëntielabel van de afzuigkap. De indeling loopt van A tot G. Hoe beter de klasse, hoe meer vet er wordt opgenomen.
  • Bij gebruik van bovenkastjes sluit de afzuigkap hier direct op aan.
  • Kies er een met een motor die rechtstreeks naar buiten loost, geen recirculatiemodel (die doen sowieso niets met NO2 en vangen na enige tijd ook geen stof en vet meer weg).
Met CFD gevisualiseerde luchtstromingen bij 75 (links) en 300 (rechts) m3/uur afzuigcapaciteit. De berekende vangst efficiëntie bedraagt respectievelijk 58% en 95%

(Latere toevoeging)
Mijn Itho dateert al weer uit 1999, maar doet het nog steeds. Hij is al weer uit de catalogus, maar een mailtje naar Itho (tegenwoordig Itho Daalderop) volstaat voor de specificaties van oudere types.

Die van ons voldoet ruim aan de TNO-eisen.
Wel hebben mijn vrouw en ik, toen we het ding aan het inspecteren waren, besloten om twee nieuwe filters te kopen. Die zaten toch wel erg vol met vet, en dat kreeg je er niet meer uit.
De gebruiksaanwijzing raadt aan om de filters elke twee weken te reinigen. Heel eerlijk gezegd hebben wij dat niet gedaan.

Bouwregelgeving aanpassen
De bouwregelgeving eist 75 m3 per uur, maar sommige afzuigkappen halen de 40 m3 per uur nog niet.  TNO wil de bouwregelgeving aanscherpen:
“Daarom pleit TNO er voor om de ontwerpcapaciteiten voor keukenafzuiging in de bouwregelgeving te herzien en/of aanvullende eisen te stellen voor kookafzuiging. Dit is met name van belang voor luchtdichte energiezuinige nieuwbouwwoningen waar het fijnstof urenlang kan blijven hangen. Komend jaar doet TNO onderzoek naar hoe dit het best kan worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van de energiezuinigheid van deze woningen. Oplossingen kunnen zitten in efficiëntere afzuigkappen, meer afzuigcapaciteit door ruimere afvoerbuizen en slimmere systemen die met maatwerk precies naar behoefte afzuigen en zodoende optimaliseren op energieprestatie rekening houdend met gezondheid en comfort.”

Ga je er dood aan, of word je ziek?
Het is verstandig om deze resultaten met enige nuchterheid te beschouwen.

Bij een van de metingen gaf de fluitketel ’s morgens ook een knaap van een piek op de meters, maar dat waren toch echt alleen maar microscopische waterdruppeltjes.
Overigens gaven ook deodorant en hairspray verrassende resultaten.

Fijn stof is vaak een complex mengsel. TNO geeft aan dat er in het algemeen allerlei gevaren verbonden zijn aan (ultra)fijn stof, dat dat afhangt van de druppel- of korrelgrootte en de chemische samenstelling, en dat er minder bekend over de gezondheidseffecten van fijnstof specifiek uit bronnen in het binnenmilieu.

Dus geen paniek, maar zet toch maar de afzuigkap aan als je kookt. Als je een nieuwe koopt, koop die dan niet alleen op design maar ook op functionaliteit.

En als je in de keuken van een restaurant werkt, is het een belangrijke ARBO-factor!

Gesprek Wijkraad Brouwhuis (Helmond) met B&W over stank

Ik heb in het verleden aandacht besteed aan de stank, die het Helmondse BZOB-terrein in de omgeving verspreidt. Toen ging het vooral om Diervoederbedrijf Coppens. Daaraan is gewerkt, mede met een beperkte inzet van mijn kant. Coppens heeft meer gedaan dan wettelijk verplicht is.
Zie Wijkraad Brouwhuis (Helmond) sluit convenant af met Coppens Diervoeding (update 19 feb 2016)  en van daaruit naar oudere links over hetzelfe onderwerp.

Andere bedrijven zijn blijven stinken. Nu gaat de stennis vooral over Den Ouden, maar dat bedrijf staat niet alleen.

Op de Facebookpagina van de Wijkraad Brouwhuis staat een gesprek afgedrukt tussen de Wijkraad en B&W van Helmond. Het gaat over het BZOB-terrein .
Ik mocht dit verhaal, met meegeleverde foto’s door de wijkraad, overnemen.


———————————————

Wijkraad Brouwhuis           05 januari 2018

Interview met burgemeester Blanksma en wethouder Smeulders over stankoverlast in Brouwhuis (Helmond)

Dit interview heeft eind december 2017 plaatsgevonden. Hieronder de vragen met antwoorden.

  1. Als redactie van het wijkblad van Brouwhuis, De Corridor, willen wij u interviewen over de stankoverlast die de industrie al zovele jaren uitstort over de wijk. Neemt u de klachten uit de wijk wel serieus en wat doet u er aan?
    Wij nemen de klachten zeer serieus en doen op dit moment alles wat we kunnen om de geuroverlast voor inwoners te verminderen. Gemeente Helmond wil absoluut dat dit probleem wordt aangepakt. Wij hebben er belang bij dat de inwoners van Brouwhuis van deze stank verlost worden en voelen ons hierbij, college-breed, betrokken. Daarbij is de inzet van de wijkraad voor ons ontzettend belangrijk, zij zijn voor ons aanspreekpunt en met hen, met de Omgevingsdienst en de Provincie werken we intensief samen om de geuroverlast aan te pakken.
  1. Heeft u als Gemeentebestuur ook invloed op individuele bedrijven?
    Wie doet wat?

    De Provincie is de officiële toezichthouder voor Den Ouden, het bedrijf dat op dit moment de meeste overlast veroorzaakt. Dat betekent dat zij de vergunning moeten laten controleren. De uitvoerende dienst is de Omgevingsdienst, zij controleren of Den Ouden voldoet aan de afspraken in de vergunning.

De Omgevingsdienst registreert de meldingen van overlast die door inwoners worden gedaan. Naar aanleiding van die meldingen gaat de Omgevingsdienst op pad om te onderzoeken waar de overlast vandaan komt. Gemeente Helmond brengt partijen bij elkaar, voert gesprekken met inwoners en zoekt naar alle mogelijke manieren om de overlast aan banden te leggen.

Burgemeester Blanksma: ‘Wij zoeken absoluut de grenzen op om de stankoverlast aan te pakken en daarin gaan we, binnen wat wettelijk mogelijk is, ver. Wij komen op voor de belangen van onze inwoners.’

Geurbeleid
De gemeente heeft op verzoek van de wijkraad in het afgelopen jaar een aanvullend geurbeleid voor Helmond opgesteld. Voortaan wordt niet alleen per bedrijf gekeken hoeveel geur ze mogen uitstoten, maar ook van alle bedrijven samen.

Wethouder Smeulders: ‘Deze regelgeving is redelijk uniek in Nederland. Voorheen konden we juridisch gezien de bedrijven niet aanpakken, omdat zij los van elkaar aan hun individuele stankcirkels voldeden. Nieuwe stank verwekkende activiteiten en bedrijven waren lastig tegen te houden. Omdat de huidige situatie het plafond is, kan dit voortaan wel. En als de geuroverlast en daarmee ook de vergunningen minder worden, waarvoor de provincie aan de lat staat, brengen we als gemeente het plafond verder naar beneden. Dan is dat de nieuwe grens met minder stank. Het klinkt ingewikkeld, maar dit is de manier om binnen de wettelijke mogelijkheden als overheden en wijkraad samen te werken naar minder stank.’

Den Ouden in Helmond
  1. Die aanpassing is mooi, maar wat is er het laatste jaar concreet aan de problematiek gedaan?
    Proef met digitale neuzen

    Er is in opdracht van de Provincie een proef gedaan met digitale neuzen die in de schoorsteen van bedrijven (die een geur produceren) worden geplaatst en ook in de buitenlucht. Daaruit blijkt dat Den Ouden een bedrijf is dat vaker verantwoordelijk is voor de geuroverlast. Coppens diervoeding heeft namelijk de afgelopen tijd succesvolle maatregelen genomen om de geuroverlast die zij produceren terug te dringen. Wij hebben samen met de Wijkraad, de Provincie bewogen om de vergunningverlening aan Den Ouden te vernieuwen. Niet langer is de uitstoot van geurstoffen uit de schoorsteen (emissie) bepalend voor ingrijpen maar de mate van stankoverlast zoals die door de Brouwhuizenaren wordt ervaren (immissie). Dit is een fundamenteel andere benadering dan doorgaans in Nederland gevolgd wordt. In de nieuwe ontwerp-vergunning wordt het bedrijf aangezet om steeds verdergaande maatregelen te nemen zolang nog overlast in de wijk ervaren wordt. Zo is de druk op Den Ouden opgevoerd.

Afspraken met Den Ouden
De Provincie heeft kortgeleden mestverwerker Den Ouden met klem verzocht om een plan van aanpak waarmee de geuroverlast wordt verlaagd. Den Ouden heeft aangegeven daaraan mee te werken. Zij zijn op dit moment bezig met het voorbereiden van een vergunningsaanvraag om hun schoorsteen te verhogen. Ook onderzoekt Den Ouden welke mogelijkheden er zijn om het productieproces te verbeteren waardoor de geuruitstoot verder moet verminderen. Dit stemt ons als college zeer positief.

Controles
Op het moment dat inwoners overlast ervaren kunnen zij dit melden bij de Omgevingsdienst. De Provincie heeft de afspraak met de Omgevingsdienst dat zij deze meldingen onderzoeken.

Brief
Om te onderstrepen dat het College dit onderwerp zeer serieus neemt, heeft zij eind december 2017 een brief verzonden aan de Provincie (Gedeputeerde Staten). Daarin is er een verzoek aan hen gedaan om een aantal punten op korte termijn aan te pakken:
• De registratie en –analyse van klachten van inwoners door de Omgevingsdienst moet beter. Wanneer inwoners een melding doen van overlast, moet van deze melding een duidelijke verslaglegging en analyse worden gemaakt.
• Er is ook aandacht gevraagd voor piekmomenten. Wanneer meerdere meldingen binnenkomen moet een handhaver controleren of het bedrijf voldoet aan de vergunning. Het uitvoeren van geurmetingen bij het bedrijf maakt hier onderdeel van uit.
• Daarnaast is verzocht om in het plan van aanpak van Den Ouden een duidelijke tijdplanning te verwerken. Op deze manier hebben inwoners perspectief op welke termijn er maatregelen worden ingevoerd.

Cumulatieve geurcontourenkaart
  1. Wat gaat u in 2018 ondernemen?
    Begin 2018 wordt er een onderzoek gedaan onder de inwoners van de wijk hoe zij graag geïnformeerd willen worden over alle stappen in het proces om geuroverlast in te dammen. Daar geven we waar nodig gevolg aan. Het zou kunnen dat er een informatieavond komt of er wordt een nieuwsbrief in het leven geroepen; dat is aan de inwoners. Daarnaast willen wij met het onderzoek een helder en compleet beeld krijgen van de geurproblematiek in de wijk.

Wij zijn positief over de afspraken die in de afgelopen maanden gemaakt zijn en maken een compliment voor de inzet en betrokkenheid van de wijkraad. We hopen dat het plan van aanpak van Den Ouden snel zijn vruchten afwerpt. Het overleg met de Provincie, Omgevingsdienst, de wijkraad en bedrijven wordt ook in 2018 onverminderd voortgezet, daar zorgen wij voor.

Wij willen als College, net als de inwoners, dat de geuroverlast in de wijk echt wordt aangepakt!

 

Twee onderzoeken naar luchtkwaliteit en gezondheid, en een brief van de longartsen

Het komt zo uit dat er in december 2017 twee onderzoeken gepubliceerd zijn, die allebei een negatief verband aantonen tussen luchtvervuiling en gezondheid.
Overigens zijn dit niet de eerste onderzoeken aan dit verband en het zullen ook niet de laatste zijn. Te hopen valt dat er behalve dat er steeds weer onderzoek plaatsvindt, er ook maatregelen tot verdere aanscherping van het beleid genomen worden. Meten is weten, maar handelen is nog weer iets anders.

Onderzoeken heb je in alle soorten en maten. Deze twee onderzoeken werken in zekere zin complementair.

Dosis-effectrelaties tussen PM2.5-concentraties en het relatieve risico (RR). Deze komen uit een eerdere Lancetpublicatie dd april 2017 . Eindhoven zit op 12 tot 14µgr/cm3 .

Het Harvard-onderzoek
Het Harvard-onderzoek is gepubliceerd in het prestigieuze JAMA (Journal of the American Medical Association), maar zit achter de betaalmuur.
De officiele “abstract” is te vinden op www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29279932 , maar die is voor gewone mensen moeilijk te lezen.
Een beschrijving in meer alledaagse termen is te vinden op de website van de Harvard T.H. Chan School of Public Health op www.hsph.harvard.edu/news/press-releases/air-pollution-premature-death-u-s-seniors/ .

Het onderzoek baseert zich op de gegevens van Medicare, het Amerikaanse zorgprogramma  voor mensen van 65 jaar en ouder. Daarom zijn er veel medische data bekend. De hele Medicare-doelgroep is meegenomen, verspreid over 39182 postcode-gebieden (dat is 93% van alle postcodegebieden in de VS en exclusief Hawai).

Francesca Dominici, een van de auteurs van de Harvardstudie

Het kijkt mee met de doelgroep over de periode 01 januari 2000 t/m 31 december 2012. Van die doelgroep gingen er in de studieperiode ruim 22,4 miljoen mensen dood. Van die mensen zijn alleen enkele demografische gegevens geregistreerd en op welke dag ze doodgingen, niet waaraan. Het is dus de sterfte aan alle oorzaken samen.
De onderzoekers hebben op een 1*1km-grid gereconstrueerd wat van dag tot dag op allerlei plaatsen de blootstelling aan PM2.5 en ozon was. (PM2.5 is fijn stof met een diameter < 2,5µm).

Omdat zowel van de vervuiling als van de sterfte de datum bekend was, en omdat het zo’n vreselijk groot onderzoek was, kan (bij  mijn weten voor het eerst) statistisch significant vastgesteld worden in hoeverre luchtvervuiling onmiddellijk dodelijk is – onmiddellijk in de zin van de overlijdensdatum en de dag ervoor.

(De medische effecten van langdurige blootstelling aan luchtvervuiling zijn al langer met grote precisie bekend, ook in Europa, zie op deze site bijvoorbeeld Reusachtig Nederlands onderzoek naar luchtvervuiling en sterfte (maar na enig grasduinen vindt u er wel meer). Dezelfde Harvardschool als hierboven heeft in juni 2017 ook een dergelijk lange termijn-onderzoek gepubliceerd).

De effecten van het korte termijn-onderzoek kunnen als volgt samengevat worden:

  • De dosis-effectrelatie is lineair en begint gewoon in het punt (0,0). Er bestaat geen veilige dosis.
  • In de Medicare-doelgroep gaan, over het hele jaar gemiddeld, nu per dag en per miljoen 137,33 mensen dood. Als de PM2.5-concentratie 10µgr/m3 meer zou worden, gingen er per dag 1,05% meer mensen dood, oftewel 1,42 in absolute getallen. Er zouden dan dus 138,75 Medicare-mensen per miljoen per dag doodgaan.
  • In de Medicare-doelgroep gaan, gemiddeld over de maanden april t/m september, nu per dag en per miljoen 129,44 mensen dood. Als de ozon-concentratie 10 ppb meer zou worden, gingen er per dag 0,51% meer mensen dood, oftewel 0,66 in absolute getallen. Er zouden dan dus 130,10 Medicare-mensen per miljoen per dag doodgaan.
  • De nauwkeurigheid in deze cijfers is vanwege de enorme omvang van de studie zo groot, dat deze cijfers statistisch significant zijn.
  • Voor PM2.5 is vastgesteld dat bij wie arm was (gekwantificeerd als in aanmerking komend voor Medicaid), de extra sterfte ongeveer drie keer zo hoog was als genoemde 1,05%.
    Bij vrouwen en niet-blanken was de extra sterfte 25% meer was dan genoemde 1,05% (dus ongeveer 1,3%).

De EPA en de NAAQS
De EPA (Environmental Protection Agency) moet elke  vijf jaar de National Ambient Air Quality Standards (NAAQS) beoordelen (althans, dat moest tot aan Trump, ik weet niet of dat nu nog zo is).

De EPA-norm voor PM2.5 bedraagt nu jaargemiddeld 12 µgr/m3 , en etmaalgemiddeld 35 µgr/m3 .
De EPA-norm voor ozon bestaat jaargemiddeld niet, en is 8 uur-gemiddeld 70ppb = 150 µgr/m3 .

De Nederlandse (= de Europese) norm voor PM2.5 is dat die overal onder de 25 µgr/m3 moet zitten, en in stedelijk gebied liefst onder de 20 µgr/m3 .
De Nederlandse (= de Europese) norm voor ozon is vrijblijvend 120 µgr/m3 , maar men informeert het publiek pas bij 180 µgr/m3 .

De WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) adviseert voor PM2.5 een maximum van 10 µgr/m3 .

De EPA is dus strenger dan Europa en iets soepeler dan de WHO. Benieuwd wat de EPA nu gaat doen.

Het onderzoek van Sinharay
Sinharay is een Britse longspecialist.

Hij zette met een stel collega’s een totaal ander onderzoek op, dat in eigen recht ook interessant is. Het is veel kleinschaliger, maar specifieker.
Het artikel is open access op The Lancet gezet (ook een zeer gerenommeerd tijdschrijft) en is te vinden op www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(17)32643-0/fulltext .
Het onderzoek vond plaats van oktober 2012 t/m juni 2014.

Hij selecteerde 40 gezonde vrijwilligers, 40 mensen met COPD en 39 met een ischaemische hartziekte (= vernauwde kransslagaders). De patienten stonden niet op omvallen.
Alle deelnemers moesten 65 jaar of ouder zijn, minstens een jaar niet gerookt hebben en normaal hun medicijnen slikken.

Ze trokken lotjes en moesten, afhankelijk daarvan, twee uur in Oxford Street of in Hyde Park gaan wandelen. Het ene is druk en vier en het andere relatief schoon. Tijdens de wandeling werden de concentraties bepaald.

Alle deelnemers in Hyde Park knapten ervan op. Dat effect hield soms wel een etmaal aan.

De ongelukkige COPD-ers die door het tot een wandeling over Oxford Street veroordeeld waren, knapten er eerder door af. Ze gingen ten opzichte van hun gelukkige collega’s in Hyde Park twee keer meer kuchen, drie keer meer spugen, gingen vier keer zoveel piepen en kregen bijna twee keer zoveel ademnood. De voordelen van het lopen werden ongeveer weggewerkt door de nadelen van de vuile lucht.
Voor hartpatienten gold ongeveer dezelfde logica, met dien verstande dat ze tegen bepaalde negatieve aspecten beschermd werden door hun medicatie.
Ook bij hun gezonde leeftijdgenoten werkte de vuile lucht gedurende de verblijftijd op Oxford Street ongeveer de nuttige effecten van lichaamsbeweging tegen, maar daar bleef het bij.

(FEV = Forced Expiratory Volume in 1ste second, FVC = Forced Vital Capacity)

Sanhiray beveelt iedereen aan zo drukke winkelstraten met veel luchtvervuiling te mijden bij het lopen.

De verslechteringen blijken het beste te corresponderen met roet en ultrafijn stof, en minder met PM2.5 . Dat is in lijn met eerder onderzoek dat de geleerden gedaan hebben aan asthmapatienten.
Op de gekozen locatie zijn roet en ultrafijn stof vooral gelinkt aan dieselauto’s.

Als je voor de lichaamsbeweging een stukje wilt lopen, zoek dan schone lucht uit.
Let wel, zoals velen zeggen, dat een gebrek aan lichaamsbeweging een nog groter medisch probleem als de vuile lucht. Laat je dus niet verleiden tot thuis blijven zitten.

De relevantie voor Brabant cq Eindhoven
Iedereen kan op de Atlas voor de Leefomgeving voor zijn eigen woonplaats opzoeken hoe hoog de PM2.5 – concentraties zijn ( www.atlasleefomgeving.nl/ ). Dat zijn berekende gegevens en ik weet niet wat er precies in meegenomen wordt.

PM2.5 kaart Eindhoven 2015 (Atlas Leefomgeving)

Ik neem nu even mijn woonplaats Eindhoven.  Het gros van Eindhoven zat over 2015 voor PM2.5 op 12 tot 14 µgr/m3 , zeg 13.
Als de 10 µgr/m3 van het WHO-advies voor PM2.5 in Eindhoven de norm zou worden, zou dat dus 3 µgr/m3 schelen.
Als (volgens Harvard) 10µgr/m3 meer leidt tot 5% meer sterfte onder senioren, leidt 3µgr/m3 minder tot 1,5% minder sterfte.
Eindhoven heeft 225000 inwoners, waarvan 1/6de deel boven de 65, dus 37500 .
Neem je de Amerikaanse dagelijkse sterftecijfers over (127 per miljoen per dag) over en voer je dan in evenredigheid voor Eindhoven de berekening uit, dan kom je jaarlijks op een kleine 30 Eindhovense senioren uit, die bij de huidige concentratie PM2.5 van de ene dag op de andere overlijden, en die niet overleden zouden zijn (althans niet op deze wijze) als het WHO-advies leidend zou zijn geweest.
Let wel: dit is een natte vinger-schatting!

Nog iets over roet en ultrafijn stof.
Sanhiray noemt specifiek ultrafijn stof en roet als grootste bedreigingen in drukke winkelstraten. Als je gaat lopen of fietsen, kun je daar maar beter niet te lang rondhangen.
Een ultrafijn stof  kaart van Eindhoven bestaat niet, maar het RIVM heeft wel een roetkaart.

Roetkaart van Eindhoven 2015 (Atlas Leefomgeving)

Het gebied binnen de Ring is meestal flink belast met roet, meestal iets boven de 1 µgr/m3 . Dat haalt het overigens niet bij Oxford Street.
De Eindhovense detailhandel zou er goed aan doen om het advies van Sinhiray tot zich door te laten dringen en niet steeds te mekkeren als men de rol van de auto in de stad wil terugdringen. Voor je het weet ontstaat de reputatie dat het centrum van Eindhoven niet geschikt om te winkelen is voor hart- en longpatienten. Lijkt mij commercieel niet fijn.
Bekend is dat het aanscherpen van de milieuzone met oude bestelauto’s met name voor de hoeveelheid roet een zichtbaar effect zou hebben. Dat is voorgesteld, maar door de gemeente afgewezen. Het idee zou opnieuw overwogen moeten worden.

Verder blijkt uit de begeleidende tekst, dat deze roetkaart alleen gebaseerd is op het wegverkeer. De kaart is dus exclusief roet, dat van het vliegverkeer komt. En is dus een onderschatting (van onbekende omvang) van de situatie.
Ook dat zou de Eindhovense politiek mee moeten nemen bij de beraadslagingen over de toekomst van het vliegveld.

Longartsen en Longfonds sturen brandbrief naar Tweede Kamer
169 longartsen, gesteund door het Longfonds, hebben een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd om iets te doen aan de luchtvervuiling. Daarover ging op 14 december een debat. Dit is een van de brieven. Ik zal hier te zijner tij een keer over schrijven.

Fijn Stof afvangen op het Eindhovense Stadhuisplein

Het “Glazen huis”

Inleiding
De gemeente Eindhoven, de TU/e, en de firma’s Air Liquide en ENS Technology gaan gedurende het voorjaar van 2018 een proef doen met het verwijderen van fijn stof uit de lucht, die uit de parkeergarage onder het Eindhovense Stadhuisplein. Voor dit alles is het “Glazen Huis” opgericht.
Uit die afgassen wordt zoveel fijn stof weggehaald, dat de bewerkte lucht schoner wordt dan de overige stadslucht (de achtergrond). Die schonere lucht wordt uitgeblazen en verdunt de vervuiling in een gebied buiten de parkeergarage.
Tenminste, dat laatste is de bedoeling want het is een experiment dat zeker vier maand gaat lopen.
Naast genoemde vier instellingen is er een sturingscommissie met externe deskundigen van het IRAS van de Universiteit van Utrecht, en Grimm Aerosol Technology, die meetapparatuur maakt.

De voorgeschiedenis
Dit verhaal is op deze site eerder aan de orde geweest.
Dat was toen er in oktober 2016 een voorstudie gepubliceerd werd van bouwkunde-professor Blocken, universitair docent Twan van Hooff en student Rob Vervoort.

De voorstudie beperkte zich tot een computersimulatie en een maquette voor in de windtunnel. Voor de simulatie werd gekozen voor apparatuur van de firma ENS uit Cuijk (een Aufero-unit), die daar dus nog fictief werd ingezet.
Er werden drie scenario’s tegenover elkaar gezet: 0 units (de nulmeting), 99 units op 65 parkeergarages, en 594 units op diezelfde 65 parkeergarages.
De voorstudie creëerde mooie gekleurde plaatjes, waarin soms forse concentratiedalingen beloofd werden. Hieronder een plaatje van het gebied rond de Boschdijktunnel, links zonder, rechts met 594 Aufero-units. De jaargemiddelde norm voor PM10 (zie de gekleurde schaal links) is 40 µgr/m3 .

PM10-concentraties nabij Boschdijktunnel met en zonder luchtzuivering

Omdat de provincie de voorstudie betaalde, kwam het onderwerp aan de orde in Provinciale Staten. Zodoende heb ik als fractieondersteuner het verhaal beoordeeld voor de SP-fractie. Kort samengevat mijn mening:

  • Men mag verwachten dat de afdeling Bouwkunde de techniek van de computersimulaties en windtunnelmodellen beheerst. Het behoort tot hun core business. Ik heb hierover dan ook geen twijfel uitgesproken.
  • Ik had wel kritiek op de randvoorwaarden:
  • Er is alleen gerekend aan een heel zeldzaam weertype (1m/sec op 10 m hoogte dus eigenlijk windkracht 0,5 , uit het Zuidoosten, geen neerslag).Men mag verwachten dat bij een dergelijk uitgangspunt het optimale contrast bereikt wordt en de mooiste plaatjes ontstaan.
  • Er is alleen gerekend aan PM10
  • Er was een te lage achtergrondconcentratie ingegeven
  • Er was een handvol vereenvoudigingen aangebracht waar je moeilijk onderuit kon, maar die mogelijk wel enige invloed hadden

Ik vond de uitkomsten, vanwege het gekozen niet-representatieve weertype, onbruikbaar om beleid op te baseren. Immers, een lokale overheid wordt afgerekend op jaargemiddelde concentraties en bij een huilende Noordwester zien de contrasten er ongetwijfeld heel anders uit.

De vragen (dd december 2016) echter werden afgepoeierd door GS en het geheel ging richting gemeente Eindhoven voor het vervolg –  dat dus een jaar later, in de vorm van een Glazen huis, op het Stadhuisplein verrees. De voorstudie was een pilot geworden.
Zie De parkeergarage als longen van de stad? en SP-vragen over studie naar luchtzuivering in Eindhovense parkeergarages- update .

Hoe het werkt

Binnen het Glazen Huis
De communicatie van de gemeente Eindhoven naar de bevolking toe is in de bekende Brainport-ronkende stijl, die wethouder Schreurs goed beheerst. Het is allemaal fantastisch.

Er is ook een briefingsdocument voor de gemeenteraad en dat is beter (maar dat moet je dan ook eerst zoeken). Zie GR-info_Bijlage_3_Longen_van_de_stad_Eindhoven_-_Pilot_Project_Stadhuisplein_Plan_B

De begroting van het hele project staat voor 1,29 miljoen incidenteel, waarvan 0,23 miljoen voor rekening van de gemeente Eindhoven. De rest zit bij ENS en bij Air Liquide. De TU/e werkt mee met mens- en rekenkracht.

Een garage als die op het Stadhuisplein zou voor zichzelf maar 6 Aufero-units nodig hebben, maar omdat men in de pilot ook het effect op de omgeving wil onderzoeken, worden er nu 30 neergezet.

Zo’n unit jaagt er 9000 m3 lucht doorheen. Het reinigingsrendement voor PM10 is ca 70%, voor fijner stof en voor roet ergens rond de 40%.
Aufero-units zijn een soort elektrostaatfilters en kunnen daarom toe met een relatief laag vermogen van 415W per stuk (ongeveer een lichte elektrische boor). Staat zo’n ding een heel jaar aan, dan verbruikt het zo’n 3600kWh, ongeveer het stroomverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden.
Men schat in dat één unit 50 tot 100 gr fijn stof per maand vangt. Als je het narekent (9000m3/h * 20 µgr/m3 * 720h/maand * 0,70), kom je op 90 gr/maand, dus dat zou ongeveer kunnen.

PM10-concentraties in de Eindhovense binnenstad (2015, Atlas Leefomgeving)

Er wordt een uitgebreid meetnetwerk ingericht. Dat gaat de concentraties meten van fijn stof (van 0,3 tot 10 µm diameter, dus van PM0.3 tot PM10), roet (Black Carbon), en zaken als de temperatuur, de windrichting en -snelheid, en de luchtvochtigheid.

Mogelijke meetstations

Er wordt eerst 4 weken gemeten als nulmeting, dan vier weken pauze, en dan drie maand een meting met de apparaten aan.  In de tweede helft van 2018 zal er een wetenschappelijke publicatie komen in een open access-artikel in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift.
Dat stelt me wel gerust: de politieke en commerciele belangen zijn groot en het zou niet voor het eerst zijn dat een publiek-privaat onderzoek tot uitkomsten leidt die niet openbaar worden gemaakt “uit concurrentieoverwegingen” of zoiets. Ik  ga het volgen.

Critici
Je hebt twee soorten critici: zij die aan het beleid twijfelen en zij die aan de techniek twijfelen (of beide).

Mijn Vereniging Milieudefensie twijfelt (bij  monde van Anne Knol die hoofdverantwoordelijke is voor het onderwerp en zelf onderzoekster bij het RIVM geweest is) dat de principiele gedachte niet deugt.
De heilige milieudrieëenheid wil dat je eerst bronmaatregelen neemt, dan overdrachtsmaatregelen en dan end of pipe-maatregelen. Je kunt er over twisten of dit een overdrachtsmaatregel is of een end of pipe-maatregel, maar het is in elk geval geen bronbeleid.
Bovendien veroorzaken auto’s meer problemen dan alleen roet en fijn stof. Ze lozen ook CO2 (van belang voor de klimaatdoelen) en NO2 (het gas dat nu juist in Eindhoven voor het soort gedoe zorgt als op de Vestdijk). Daartegen doet het elektrostaatfilter van ENS niets.
En auto’s nemen in de stad veel ruimte in en veroorzaken ongelukken.
Kortom, ongeacht of je stof kunt wegvangen of niet, je wilt toch minder auto’s in het centrum.

Een criticus als Michiel van der Molen, universitair docent luchtkwaliteit in Wageningen, bespreekt vooral de getallen. Hij gelooft niet dat de effecten zo groot zijn als verwacht. “Op één km weg langs het Stadhuisplein wordt per dag 600 tot 700 gr fijn stof uitgestoten” zegt hij in de NRC van 22 dec 2017. “Dat haal je bij lange na niet meer uit de lucht”. ( www.nrc.nl/nieuws/2017/12/22/scepsis-over-proef-om-stadslucht-te-zuiveren-a1585932 ). (Dat getal lijkt me overigens aan de hoge kant bg: bij een parkemissiefactor over 2016 van 0,023gr/km (CBS), en bij 16000 auto’s op de Wal per etmaal, kom ik op ongeveer 370gr per km Wal per etmaal, dus op 11000 gr per km Wal per maand).
Maar of men nu mijn 11000 gr per km Wal per maand neemt, of het bijna twee keer zo hoge getal van Van der Molen, in beide gevallen lijkt het erg veel ten opzichte van de 50 a 100gr per maand die de Aufero per stuk per maand uit de lucht haalt.

In diezelfde NRC doet ook het RIVM erg sceptisch. “In het algemeen is het niet efficient om emissies in een stad te faciliteren en die na verspreiding weer uit de lucht te filteren. Vermindering en/of voorkomen van emissies is veel efficienter” aldus een woordvoerder.

Deelnemende instellingen

Mijn conclusie
Vooralsnog stel ik me ten aanzien van het onderzoek an sich neutraal op. Het is een interessant wetenschappelijk experiment dat vooralsnog vooral het karakter van fundamenteel onderzoek heeft op een belangrijk beleidsterrein. Daar kun je niet tegen zijn.
Welk beleid er straks op moet volgen, dat is een ander verhaal.

Als de conclusies bekend zijn gemaakt, kijk ik wel waar het uiteindelijk om draait: een serieuze techniek om een belangrijk probleem flink te verminderen, of vooral verkoopstrategie van de firma ENS.
Ik heb niets tegen industriepolitiek, als daar het belang van de bevolking bij voorop staat.

In tussentijd blijf ik steun verlenen aan de Milieudefensieacties voor minder en schonere auto’s in de stad.