Via Facebook (toch nog ergens goed voor) kwam er een artikel uit De Groene Amsterdammer bij mij terecht over ecologische aspecten vna het werk van Marx. Het artikel is al weer uit juli 2018, maar ik zie het nu pas. Het is een rustige en degelijke analyse, zonder overdrijving de ene of de andere kant op. De moeite waard.
BVM2 heeft zienswijze ingediend Met de Luchtruimherziening wil men het luchtruim efficiënter indelen. Ook voor Eindhoven kan dat gevolgen hebben, o.a. in de vliegroutes. Deze herziening is een formeel proces dat start met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Die is nog abstract. Er staat vooral in wat er in de komende procedure wel en niet wordt meegenomen. Hij is nog niet zo concreet dat de bocht bij Son en rechtdoor vliegen aan de Belgische grens er al in staat. Bij de uitwerking kunnen dat soort zaken er wel in komen. Het is wel van belang om alvast gereageerd te hebben, ook al moet men daar geen wonderen van verwachten.
Bernard Gerard heeft daarom, mede namens BVM2, een zienswijze ingediend. In het kort staan daar twee aandachtspunten in:
De herziening wil meer capaciteit mogelijk
maken, maar het Klimaatakkoord van Parijs staat dat niet toe. Het vliegen mag
niet groeien en moet zelfs krimpen.
Het klimaat zit slechts in de
toetsingscriteria via de CO2 – emissies. Maar vliegen op 10 km
hoogte leidt ook tot niet CO2 – effecten die van dezelfde orde van
grootte zijn. Deze moeten dus in de berekeningen worden meegenomen.
Iedereen
krijgt antwoord door hem of haar aan een aantal standaardargumenten te koppelen.
Argument a) wordt gekoppeld aan antwoord nr 30 en dat luidt:
30. Capaciteit Indieners vragen zich af waarom de plannen alleen maar uitgaan van de groei van de luchtvaart. Indieners verzoeken om het aantal vliegbewegingen te reduceren en niet uit te gaan van groei van het aantal passagiers.
Antwoord Eén van de doelen van het programma Luchtruimherziening is om de civiele en militaire capaciteit (militaire missie effectiviteit) in het luchtruim te verruimen. De verruimde capaciteit kan worden ingezet voor groei van het civiele verkeer maar ook voor meer betrouwbaarheid, voorspelbaarheid van het verkeer, geluidsbeperking, minder vertragingen en het opvangen van verstoringen (bijvoorbeeld slecht weer). Binnen het programma Luchtruimherziening wordt niet bepaald of capaciteit wordt vertaald in groei of krimp van het aantal vliegbewegingen, of wordt benut voor een of meer van de andere genoemde mogelijkheden. Hierover doet de Luchtvaartnota een uitspraak, waar vervolgens het programma Luchtruimherziening op aansluit. Alle varianten worden daarom vergeleken met dezelfde aantallen vluchten. Het programma gebruikt hierbij de onafhankelijke Europese voorspellingen van Eurocontrol over de jaarlijkse aantallen bewegingen in het Amsterdam FIR en per luchthaven.
De
overheid maakt geen beleid waarin gestuurd wordt op het aantal passagiers, dat
is altijd een resultante van het aantal vliegbewegingen en afhankelijk van vele
andere factoren, zoals het type vliegtuig waar luchtvaartmaatschappijen
Nederlandse luchthavens mee aandoen.
Contrails die vooral ‘s nachts het klimaat beïnvloeden
Argument b) wordt gekoppeld aan antwoordnr 70 en dat luidt:
70. Milieu en klimaat Indieners hebben aangegeven dat de gevolgen voor het milieu in beeld moeten worden gebracht en niet alleen de mogelijkheden om het effect te beperken. Gevraagd is om ook uitstoot met een klimaateffect anders dan CO2, zoals waterdampuitstoot (aerosol), mee te nemen. Verder is gevraagd om de uitstoot van NOx en (ultra)fijnstof mee te nemen en om alle emissies tot aan de landsgrenzen op alle hoogtes mee te nemen. Voor stikstof is hierbij aangegeven om ook boven de 3.000 voet te kijken naar de uitstoot.
Antwoord Op grond van de ingebrachte adviezen en zienswijzen worden de toetsingscriteria zoals beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) aangescherpt. Daardoor zullen in het plan-MER zoveel mogelijk de daadwerkelijke effecten in beeld gebracht worden, in plaats van de mogelijkheden die een variant of bouwsteen biedt voor een bepaald criterium. Hiermee worden de resultaten van het plan-MER meer specifiek en objectief.
Om de klimaatimpact van de luchtruimherziening te
bepalen wordt de CO2-uitstoot berekend. Dit gebeurt door te kijken naar het
motorgebruik van vliegtuigen tijdens de vlucht, dat wil zeggen: de verbranding
van brandstoffen, met name kerosine. De luchtruimherziening is van invloed op
de mate waarin rechtstreeks (zonder omvliegen) kan worden gevlogen en de mate
waarin glijdend kan worden gedaald. De CO2-uitstoot draagt bij aan de opwarming
van de aarde en is de belangrijkste bijdrage van de luchtvaart aan
klimaatverandering. Deze bijdrage wordt wetenschappelijk goed begrepen en door
naar de CO2-uitstoot te kijken kunnen varianten onderling goed worden
vergeleken. Daarbij wordt de uitstoot op alle hoogtes tot aan de landsgrenzen
meegenomen.
Naast het effect van
de CO2-uitstoot beïnvloedt de luchtvaart het klimaat ook anders, onder andere
door de uitstoot van NOx die leidt tot de vorming van ozon en de afbraak van
methaan, door de uitstoot van roet en door vorming van contrailstrepen en
cirrusbewolking. Deze bijdragen worden nog niet allemaal goed begrepen; er is
nog geen wetenschappelijk consensus over de precieze verbanden met
klimaatverandering. Wel is het zo dat deze geaggregeerde effecten min of meer
recht evenredig zijn met het motorgebruik, net als de CO2-uitstoot. Om die
reden wordt de CO2-uitstoot gezien als een goede maat om te bepalen of een
variant beter of slechter scoort op klimaatimpact dan een andere variant.
Voor de bepaling van het
effect op de luchtkwaliteit wordt de uitstoot van NOx en (ultra)fijnstof
bepaald. In het plan-MER wordt ingegaan op het verband tussen de vlieghoogte en
de uitstoot van NOx en (ultra)fijnstof. Daarbij wordt gebruik gemaakt van
bestaande modellen. Het programma Luchtruimherziening voert daarnaast een
voortoets uit om te bepalen of er een kans bestaat op negatieve effecten voor
de wettelijke instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De
stikstofdepositie in die gebieden maakt daar onderdeel van uit.
Beide antwoorden zijn ontwijkend. Daar kun je nu niets aan doen. BVM2, en de landelijke koepel LBBL, volgen het vervolg van het proces.
Opwarmend effect van contrails overdag, ‘s nachts en beide samen
De landbouw moet anders. Dat weten we al
heel lang, en de stikstofcrisis maakt dat er nu geen keus meer is. Ons
land is te klein, onze grond is te duur en de natuur te kwetsbaar om nog
langer in te zetten op uitwassen als varkensflats, megakippenschuren en
slachtfabrieken die we nu nog hebben. Wij willen beter voedsel, een
gezond landbouwbeleid en meer ruimte voor de natuur.
Er liggen uitstekende eerste stappen om af te rekenen met de
bio-industrie, een goed bestaan te bieden aan boeren die willen stoppen
of overstappen naar duurzame en circulaire landbouw. Gelukkig wil een
groot deel van de boeren dit zelf ook. Maar dit land wordt al een half
jaar gegijzeld door radicale boeren, die voor het karretje gespannen
worden van de grote slachterijen, de veevoedergiganten en de
vleesmultinationals.
Wij hebben ook een stem, en die verheffen we hierbij luid en
duidelijk: minister Schouten, laat je niet afleiden en kom in actie voor
duurzaam landbouwbeleid, minder stikstofuitstoot en meer ruimte voor de
natuur. Maak haast met het opkopen of verplaatsen van boeren, het
verduurzamen van stallen en de omslag naar kringlooplandbouw met
dierenwelzijn hoog in het vaandel. Kies voor de natuur en een duurzame
toekomst voor de boer.
Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in Den Bosch
Waarom is het belangrijk?
Het stikstofdebat wordt nu al te lang gegijzeld door
een kleine groep boeren die op oude voet verder willen. De overdaad aan
stikstof is een groot probleem voor de natuur. Door grote hoeveelheden
stikstof kunnen veel planten niet goed meer groeien en daardoor kunnen
ook de dieren die deze planten eten niet goed overleven. Hierdoor neemt
in voedselarme gebieden zoals de heide, duinen en hoogveen het aantal
planten en dieren af.
Stikstofuitstoot wordt voor een groot deel veroorzaakt door de
landbouw. Sinds de uitspraak van het Europese Hof in 2018 over het
Nederlandse beleid rondom stikstof, het oordeel van de Raad van State in
mei 2019 dat het Programma Aanpak Stikstof onvoldoende is, en het
rapport van de commissie Remkes, ‘Niet alles kan’ in september 2019,
overlegt het kabinet met de landbouwsector over stikstofmaatregelen.
Eerder deze maand kondigde minister Schouten maatregelen aan voor de
landbouw, waaronder het opkopen of verplaatsen van veehouderijen van
boeren die dat zelf willen, innovatie en verduurzaming van stallen, en
bedrijfsadvies en een fonds voor bedrijven die willen omschakelen naar
kringlooplandbouw. Goede eerste stappen, waar we al lang genoeg op
moesten wachten. Nu moet minister Schouten doorpakken: laat je niet
gijzelen door een kleine groep radicale boeren, maar kies voor de stille
meerderheid van Nederland die klaar is met de trekkers op het
Malieveld, vindt dat onze kwetsbare natuur moet worden gered en staat
voor een duurzame toekomst. Vooruit met de geit!
Inleiding De discussie, die op dit moment woedt binnen de milieubeweging over biomassa, verdeelt ook Milieudefensie. Op de site https://milieudefensie.nl/onderwerp/biomassa-spelen-met-vuur (dd 27 jan 2020) geeft Milieudefensie zijn standpunt over deze duurzame energievorm, die niet duurzaam gevonden wordt. Milieudefensie zegt
Impliciet dat alleen verbranden getalsmatig zoden aan de dijk zet. Vergisten wordt genoemd, maar wordt verder niet uitgewerkt (terwijl bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties door vergisting lokaal grootleveranciers van hoge en lage temperatuurwarmte kunnen zijn bg)
Dat hout, dat in Nederland verbrandt wordt, regionaal resthout moet zijn, wat gedefinieerd is als uit Nederland of uit ‘in de buurt van’ Nederland (‘in de buurt van’ wordt niet gespecificeerd bg)
Impliciet op enigszins dubbelzinnige wijze dat import ‘not done’ is
Dat dit hout niet nodig moet zijn op de plek van herkomst
Dat het met weinig uitstoot te vervoeren moet zijn
Dat biomassacentrales alleen op kleine schaal ingezet mogen worden (terwijl de tekst elders zegt moderne, grote biomassacentrales een moderne rookgasreiniging hebbenbg)
Dat alleen houtige biomassa verbrand wordt (wat wel vaak zo is, maar niet altijd, zoals bij BMC Moerdijk dat energie wint uit kippenmest of AEB dat rioolslib verbrandt – als die weer werkt- bg)
Impliciet dat houtige biomassa vooral uit het bos komt
Dat de hoeveelheid afvalhout niet op duurzame wijze kan worden uitgebreid
Het onderzoek van Biomass Research Biomass Research heeft over het algemeen een goed onderzoek afgeleverd (alleen wat slordig rekenwerk, maar dat tast de lijn van het verhaal niet aan). Auteur is J.W.A. Langeveld. Biomass Research gebruikt dezelfde methode en dezelfde (goede) bronnen die ik ook zou gebruiken, alleen zijn zij professioneel en ik amateur. Ze komen er verder mee.
Maar het
onderzoek van Langeveld ondersteunt de erop gebaseerde beweringen van
Milieudefensie slechts ten dele.
De zeven Europese landen zijn Nederland, Duitsland, Zweden, Finland, Estland, Letland en Litouwen. (Niet duidelijk is of dit hetzelfde is als het criterium ‘in de buurt van Nederland’ van Milieudefensie bg). Langeveld stelt dat ‘transport over water uitermate gunstig is qua kosten en qua energieverbruik’ (wat ik ook altijd gezegd heb: uit genoemde landen voegt het transport hooguit een paar procent CO2 toe bg).
Bij alle
cijfers, die de studie noemt, wordt standaard aangenomen (conform Europese wetgeving
en praktijk) dat aan duurzaamheidsvoorwaarden voldaan is:
Gebieden
met natuur en hoge biodiversiteitswaarde zijn uitgesloten van de analyse
Biomassa
die gebruikt wordt als voedsel, veevoer, strooisel telt voor de uitkomst niet
mee
Biomassa
die nodig is om de bodemvruchtbaarheid te handhaven (behoud van biodiversiteit,
bestrijding van erosie, handhaving organisch stofgehalte) telt niet mee.
De
navolgende cijfers zijn die welke overblijven nadat bovenstaande doelen apart
gezet zijn.
Het bos in deze zeven landen groeit dan nog steeds. De houtoogst zit systematisch
onder de aangroei.
Bosbalans in de EU
Langeveld
beschouwt de in- en export als een dermate vanzelfsprekende zaak, dat hij in de
hoofdlijn van zijn betoog de zeven landen als één markt ziet. Pas in de
bijlagen specificeert hij naar afzonderlijke landen).
Hij onderscheidt twee brede aanbodcategorieën:
Reststromen
uit bos en houtindustrie, in 2020 samen goed voor 61,3Mton (1126PJ)
1) direct uit het bos (goed voor ca een kwart van deze post)
2) uit de houtverwerkende industrie (goed voor ca driekwart van deze post)
Overige
beschikbare houtige reststromen, in 2020 samen goed voor 73,5Mton (1405PJ)
1) akkerbouwresten, goed voor ca 34Mton
2) GFT, goed voor 24Mton
3) de rest, goed voor ruim 15Mton
Alle getallen zijn herleid op droge stof, waaraan een verbrandingswarmte wordt gehangen van 18 a 19MJ/kg . Langeveld maakt in het discussie-hoofdstuk twee kanttekeningen die hier van belang zijn.
“Niet al deze stromen zijn echter zomaar in te zetten voor de productie van energie. Met name voor reststromen uit de landbouw en de voedingsindustrie ontbreekt de nodige infrastructuur en ervaring (blz 24).” Anders dan Milieudefensie zegt Langeveld niet dat het verbranden van ander materiaal dan hout onmogelijk is – hij zegt dat bij een deel van dat andere materiaal praktische problemen moeten worden opgelost bg)
“In deze studie wordt de omvang van houtige reststromen gebruikt zoals deze in het S2Biom basis (‘Base’) scenario is berekend. Dit is een conservatieve schatting. Indien wordt ingezet op sterke technologische ontwikkeling (het zogenaamde ‘Tech’ scenario) komt ruim 117 miljoen ton droog hout die beschikbaar uit bossen en houtindustrie ruim; twee keer zoveel als onder het basis scenario (blz 24-25).” (dus ruim 117 ipv 61Mton bg )
Als vraag naar
biomassa voor energie noemt Biomass Research 91 Mton droog hout (ca 1680PJ).
Langeveld concludeert dan ook dat “alle houtige reststromen tezamen genereren genoeg biomassa om anderhalf keer aan de totale vraag te voldoen in 2020 (blz 21).” (van welke anderhalf dus nog een deel gebonden is aan praktische problemen). Dit is in het conservatieve basis-scenario. In genoemd techscenario is het aanbod ongeveer het dubbele van de vraag.
Milieudefensie stelt
dus ten onrechte dat er te weinig houtige biomassa voor de huidige vraag.
Beschikbaarheid in de categorie Bos en houtindustrie, uit het rapport van Biomass Report Beschikbaarheid in de categorie Overige Reststromen, uit het rapport van Biomass Report
Wat is er mis met import van duurzame energie? Overall is Nederland al sinds jaar en dag een energie-importerend land. De import overtreft de aardgasexport en dat verschil gaat steeds groter worden als de aardgaswinning gestaakt wordt. In 2018 importeerde Nederland driekwart van zijn energie. In een klein en dichtbevolkt land is dat geen schande.
Ik zie geen
principiele reden waarom Nederland geen duurzame energie zou mogen invoeren.
Volgens mij is zelfvoorzienendheid op energiegebied een zware, mogelijk
onuitvoerbare taak.
Ik zie wel een
praktische reden, namelijk dat er geen planmatig buitenlands aanbod is van
duurzame stroom, en al helemaal niet van warmte. Het enige planmatige aanbod
van hernieuwbare energie bestaat uit de biomassa waarover dit artikel gaat.
Vanwaar die kleinschaligheidsromantiek? Er is een soort onuitgesproken gevoel dat klein fijn is. Maar kleinschaligheid heeft twee grote nadelen.
Kleinschaligheid brengt per definitie te weinig op
In grootschalige centrales kun je een betere, op maat gesneden, rookgasreiniging bouwen, met meervoudige rookgasreiniging en een Denox-installatie die 80% van de stikoxides wegvangt Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10699
Rookgasreiniging BWI De Lage Weide Utrecht van Eneco
Gerichte rantsoenering Ik heb hier altijd beweerd, en dat blijf ik doen, dat de mogelijkheden van biomassa begrensd zijn, maar niet tot nul en zelfs tot meer dan Milieudefensie beweert. Maar het houdt een keer op, mogelijk ergens bij de 200PJ?) op een huidig Nederlands primair energiebudget van 3100PJ).
De eis dat biomassa onze problemen moet oplossen is onzin. Op een dergelijke stomme vraag krijgt men een stom antwoord. Ook windenergie, geothermie, en welke dan hernieuwbare energie dan ook gaan op hun eentje Nederlands duurzame energie-probleem niet oplossen. Als het al lukt om binnenlands zover te komen, is dat met een mozaiek aan oplossingen waarvan biomassa er één is.
Houtsnippers zijn
nu de laagste trede van de cascadeladder. Voor de hogere treden zijn houtresten
momenteel onbruikbaar. Het is niet gezegd dat dat zo blijft. Er zijn groene
chemie-toepassingen denkbaar, bijvoorbeeld biokerosine.
Mijns inziens vraagt de schaarste aan biomassa om een nationale, demokratisch gestuurde top down – regulering. Dat kan niet aan de vrije markt worden overgelaten. Er moeten politieke keuzes gemaakt worden waarvoor de biomassa moet worden ingezet. ik vind bijv. het overgaan op 100% biomassa bij de Amer9-centrale een denkbare optie, als aan voorwaarden voldaan is. Dat zou ongeveer 55 a 60PJ input vragen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=11315 .
Langs de A50 bij Uden (die daar bijna pal Noord-Zuid loopt) is een geluidsscherm geplaatst dat uitgevoerd is als dubbelzijdig PV-scherm. Rijkswaterstaat en TNO zijn er trots op.
De eerste metingen wijzen uit dat de opbrengst niet tegenvalt. Het is meer dan gedacht. Gemeld moet wel worden dat de cijfers nog op extrapolatie berusten. De metingen zijn nog niet af.
Om precies te zijn zullen de 1600 m2 netto PV-paneel ongeveer 200MWh/y produceren. Dat is 0,72TJ. De persvoorlichting zegt dat dat genoeg is voor 60 huishoudens (schatting vooraf was 50). Een gemiddeld huishouden zou dan 3300kWh/y stroom verbruiken. Zou kunnen.
Reken je met 900 vollast=uren, dan is de machine als geheel 222kW, en per m2 ongeveer 139W. Reken je per m2 op jaarbasis, dan haalt de machine ongeveer 4,5TJ/hectare*y = 0,45PJ/km2*y. Dat is alleszins redelijk en te vergelijken met een goed scherm op het zuiden.
Een aangenaam resultaat is dat de panelen niet vies blijken te worden. De opbrengst neemt er althans niet zichtbaar door af.
Drie (naar eigen zeggen) ‘kritische CDA-leden’ mochten in het Eindhovens Dagblad een gastopinie plaatsen “Weinig mensen weten wat natuurbeleid beoogt”. Het gaat om Els Stravens uit Steensel, Quinten Pluymaekers uit Boxtel, en Maarten van de Tillaart uit Tilburg. De eerste twee zijn lid van het Algemeen Bestuur van Waterschap De Dommel. Ze betogen (soms in omfloerste termen) dat het ecologische natuurbeheer tegenover het natuurgevoel van het volk staat, dat Natura2000 eigenlijk onzin is, dat er geen bomen gekapt moeten worden in bijvoorbeeld De Peel, want bomen vinden stikstof lekker.
Kortom, ze willen eigenlijk van de Natura2000 af (of minstens minder) en dat komt goed uit, want dan hebben de boeren meer vrijheid en de stikstof kost veel geld. Dat is ongeveer de logica. Wie het na wil lezen kan terecht op www.ed.nl/opinie/weinig-mensen-weten-wat-natuurbeleid-beoogt~a949ca8e/ .
Ik heb een ingezonden brief naar het Eindhovens Dagblad gestuurd om op het verhaal van de drie CDA-ers te reageren. Die staat hieronder (met steunkleur) afgedrukt. Ik weet niet of de brief geplaatst wordt.
Dode zomereik
Kritische
CDA-ers kletsen uit hun nek
In het Eindhovens Dagblad van 21 februari jl staken de
‘kritische CDA-leden’ Stravens, van den Tillaart en Pluymaekers een betoog af
over hun opvatting van natuurbeleid. Die komt er op neer dat er tot een soort
gezond volksgevoel tegen Natura2000 gebieden wordt opgeroepen, als zijnde
natuur die u en wij niet als zodanig aanvoelen.
Bomen, dat is het, want die houden van stikstof, dat is fijn voor de boeren en
de Strabrechtse Hei mag gerust dichtgroeien want alleen bos is natuur. Zo
voelen wij dat, althans het CDA.
Maar er zitten een paar fouten in de redenering.
Op de eerste plaats heeft Nederland de Natura2000-gebieden
Europees vastgelegd en is nu juridisch gebonden aan minstens instandhouding.
Op de tweede plaats heeft elke plant meer voedingsstoffen
nodig dan alleen maar stikstof. Als die andere voedingsstoffen er niet zijn,
leidt meer stikstof niet tot meer groei. Alleen een paar soorten planten als
brandnetel en braam hebben geluk.
Maar daar blijft het niet bij.
De stikstofoxides en nog veel meer de ammoniak, die de landbouw uitstoot,
worden in de lucht of in de bodem geoxideerd, met als eindproduct salpeterzuur.
Het is de oude zure regen-problematiek van het Waldsterben in een nieuw jasje.
Het zuur loogt de bodem uit, waardoor essentiële stoffen als calcium, kalium en
magnesium oplossen en de diepte induiken. Die voedingsstoffen zijn er dus
steeds minder, met name op droge zandgrond.
Daar tegen over staat dat het in die context schadelijke aluminium vrijkomt.
De stikstof, meer in het bijzonder de ammoniak van de
boeren, vermoordt de bodem.
Bomen zijn meestal helemaal niet blij met stikstof.
Integendeel, de zomereiken op droge zandgronden als de Maasduinen en de Veluwe gaan er massaal de
pijp door uit (zie de NRC van 07 april).
Stravens en Pluymaekers zitten in het Algemeen Bestuur van het Waterschap. Ze zouden beter moeten weten.
Bernard Gerard
Dode eik in Gelderland
Nu is de echte paradox, dat de drie CDA-ers tot op zekere hoogte gelijk hebben, maar dan op een andere manier dan ze zelf bedoelen. En op de manier die ze bedoelen, hebben ze geen gelijk.
Linkse en milieumensen weten inderdaad vaak niet wat natuurbeleid beoogt, maar dan vanuit een heel andere optiek dan bovenstaande dienstbaarheid aan boeren. Er komen in deze tijd meerdere spanningsvelden bij elkaar.
energieopwekking zonder of met weinig CO2
klimaat
biodiversiteit
landschap[ en natuur, zowel objectief als subjectief
grondwater
eindigheid van materialen
vervuiling en gebiedsaantasting
en maatschappelijke problemen die zeer reëel zijn, maar die ik hier niet behandel (bijvoorbeeld armoede)
Het probleem is dat een oplossing voor het ene spanningsveld soms in strijd is met die voor het andere spanningsveld. Bossen zijn hiervan een goed voorbeeld. Binnen zekere grenzen kun je met een bos energie opwekken, binnen zekere grenzen kun je met een bos koolstof opslaan, en met hout kun je binnen zekere grenzen prima de eindigheid van sommige materialen bestrijden. Maar een bos kan slecht zijn voor de grondwaterstand (zoals in de Peel), en kan slecht zijn voor de biodiversiteit (bijv. als het een oude, monotone dennenplantage is).
Veel linkse en milieumensen zitten in praktijk op één van deze sporen en vinden dat hun spoor de leiding moet hebben over de andere sporen. Een veel voorkomende denkreflex is bijvoorbeeld dat bos = natuur= waardevol = biodivers = klimaat = niet kappen, terwijl je bij elk van die =tekens een relativerend verhaal kunt vertellen. De drie CDA-ers hebben de denklijn natuur = bos = stikstofsink = waardevol voor de boeren; en niet-bos = niet-natuur = kan niet tegen stikstof = lastig voor de boeren.
Er is hier veel gebrek aan kennis.
Er is dringend behoefte aan een Gesamt-verhaal dat de verschillende spanningsvelden in een groter geheel onderbrengt, waarmee in afzonderlijke gevallen maatwerk geleverd kan worden. Hier moet nog veel over nagedacht worden.
Mede door de zure regen gestorven sparren in het Ertsgebergte (1998). Von bdk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1331377
Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in Den Boscvh
Het
Financieel Dagblad (20 feb 2020) heeft in de (openbare) database van RVO (Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland, het officiele agentschap van EZ) opgevraagd wat leiders
van boerenactiegroepen als Farmers For Defence (FDF), Agrifacts en Mesdag in
2018 aan Europese subsidies krijgen. Het blijkt om aanzienlijke bedragen te
gaan.
De databank
in kwestie is te vinden op https://mijn.rvo.nl/openbaarmaking-europese-subsidiegegevens
en vereist het invoeren van de naam en de adresgegevens van de persoon van wie
men de subsidie wil weten, en van de soort subsidie – een zeer lange lijst die
men een voor een kan aflopen.
Een derde van
de subsidies is gericht op milieu- en klimaatvriendelijke landbouwmaatregelen>
Dat is opmerkelijk voor ondernemers die het bestrijden van milieu en klimaat
als hoogste doel zien.
FDF-voorzitter Mark van den Oever €25593
FDF-bestuurder Jeroen van Maanen €42050
FDF-penningmeester Daniëlle Hekman €20922
FDF-vicevoorzitter Jos Ubels €169.102
Jan Cees Vogelaar, directeur van Agrifacts en voorzitter
van het Mesdagfonds €9313
Marc Calon, voorzitter van LTO €16199
Voormalig FDF- en Agractieleider Arjen Schuiling
€24407
Voorzitter Alex Datema van BoerenNatuur €25485
De FDF-leiders zeggen dat het allemaal niet waar is en van
Maanen dreigde met juridische stappen bij publicatie. Wat er dan wel waar is,
blijft onbeantwoord.
Ubels voegt eraan toe dat het bedrag lager is en dat hij op een ander adres
woont. Maar de Kamer van Koophandel en RVO kennen dat adres niet.
Jan Cees Vogelaar laat weten dat het bedrag klopt maar dat
deze informatie irrelevant is, evenals het feit dat hij zijn onderbroeken bij
de HEMA koopt in de maat 3XL.
Schuiling stelt voor om de subsidie af te schaffen, “Brussel
en Den Haag gebruiken die als dwangmiddel.”. eigenlijk de enige verstandige
reactie.
In het ‘Global Climate Report – January 2020’ heeft de NOAA (de National Oceanic and Atmospheric Administration van de VS) gemeld dat januari 2020, globaal gemiddeld, de warmte januarimaand is in de geschiedenis, voor zover er metingen bestaan.
Ik laat het hier bij enkele illustraties uit het veel langere rapport. Wie het precies wil nalezen, moet maar op de site kijken. Waar in de afbeeldingen temperatuurverschillen gegeven worden, zijn die tussen januari temperatuur van 2020, gemiddeld over de tijd en over de wereld, enerzijds en de januaritemperatuur, gemiddeld over de 20ste eeuw en over de wereld.
Intro Na elke duizend bezoekers schrijf ik een artikel, dat buiten de grote lijn van mijn blog valt. Na de 22000ste bezoeker ging het (met flinke vertraging) over de Meyer Werft in Papenburg (een vakantie-ervaring), na de 23000ste bezoeker gaat het (zonder vertraging) over de Cyprustentoonstelling waar Willemieke en ik naar toe geweest zijn (in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden). Die tentoonstelling is de moeite waard en loopt t/m 15 maart 2020. De perspagina van de expositie is www.rmo.nl/nieuws-pers/persinformatie/nieuwe-tentoonstelling-cyprus/ . Een deel van onderstaande afbeeldingen komt daar vandaan.
Ik hobby wat
in geologie, zonder op dat gebied enige pretenties te hebben. Vandaar ook iets
over de geologische geschiedenis die Cyprus uniek maakt.
Koperwinning Hèt kenmerk, waarmee Cyprus zich onderscheidde van allerlei andere oude gebieden in de regio, is de koperwinning. De naam koper komt van het Latijnse woord Cuprum. Dit woord is afgeleid van “aes cyprium”, hetgeen “erts van Cyprus” betekent. In de oudheid werd namelijk op Cyprus koper gewonnen (aldus Wikipedia). In de Romeinse tijd had Cyprus zo ongeveer het monopolie op de koperproductie.
Vanaf ca 8700 vChr begon de eerste, primitieve ertsbewerking. Vanaf ca 5000 vChr kon men kopererts smelten, o.a. in locaties in Anatolie en het huidige Servie. Zie o.a. www.copper.org/education/history/timeline/timeline.html en https://en.wikipedia.org/wiki/Chalcolithic . Het smelten is dus waarschijnlijk niet op Cyprus uitgevonden. Het Chalcolithicum is de periode toen er al wel koper gebruikt werd, maar men de legering met tin, om brons te krijgen, nog niet ontdekt had. Brons is harder en goed gietbaar. De bronstijd is in het Middellandse Zee-gebied erg belangrijk geweest.
Koperbaren hadden in Cyprus een ‘runderhuid-vorm’, omdat de vorm
daarop leek (maar dat berust op toeval). De ratio is waarschijnlijk dat dan
vier man hem konden dragen (de baren wegen ca 30kg per stuk).
Er werd een bijbehorende God bedacht die de koperwinning
moest beschermen.
Inmiddels zijn de mijnen grotendeels uitgeput en/of
economisch onwinbaar.
Koperbaar
Kopermijn
Een ofioliet De Cypriotische koperwinning berust op een tamelijk zeldzaam geologisch verschijnsel. Cyprus (om precies te zijn het Troödos-gebergte) is een ‘ofioliet’.
De ruimte tussen Europa en Afrika bestaat geologisch uit grotere en kleinere tektonische platen, die steeds in beweging zijn. Lang geleden was de ruimte groot en heette de Tethys Oceaan. Er lag een mid-oceanische rug die hoorde bij het uiteendrijven van Afrika en Europa (net zoals die nu in de Atlantische Oceaan ligt – Europa en de VS drijven uit elkaar , en dat niet alleen politiek).
Hydrothermic vent – systeem op een mid-oceanische rug
Vaak bestaat er bij een mid-oceanische rug een hydrothermal vent – systeem. De zeebodem is verbrokkeld en er ontstaat een soort percolatiesysteem. Op enige afstand van de rug dringt het zeewater de grond in. Het loogt allerlei chemische elementen uit, die bij die temperatuur tot op zekere hoogte in water oplossen. Boven de lavakamer stijgt het hete water weer op tot het opnieuw in zee komt. In het koude zeewater lossen de elementen en hun verbindingen niet meer op, waardoor ze bij de uitstroomopening neerslaan. De uitstroom heet (afhankelijk van het elementenmengsel) een white of black smoker en de uitstroom resulteert in een ‘chimney’, een schoorsteen. Het is als het ware een soort natuurlijk, door temperatuurverschil gedreven, retort. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Hydrothermal_vent . De schoorsteen bevat heel veel metaalverbindingen, meestal in de sulfidevorm .
Black Smoker uit een ‘chimney’
Toen de geologische kansen keerden en Afrika en Europa weer
naar elkaar toe dreven, werd ergens rond 90 miljoen jaar geleden de
oceaanbodem, met alles erop en eraan, omhoog geduwd tot wat nu het
Troödosgebergte is. Omhoog is zeldzaam, omdat oceanische korst zwaarder is dan continentale korst. Normaliter zou de zeebodem de diepte in
gedoken zijn.
Ontwikkeling van Cyprus Cyprus is vanaf ca 8000 vChr permanent bevolkt (vanuit wat nu Turkije heet).
De bewoners zaten dus op een gigantische bodemschat die gaandeweg winbaar werd, en een groot economisch belang ging beteken. Daarnaast is het op de Cypriotische vlakte erg goed boeren.
Minoische handelsroutes in de bronstijd. De minoische beschaving zetelde op Kreta.
Cyprus was dus een rijk land, waar iedereen aan kwam waaien,
hetzij met goede, hetzij met kwade bedoelingen. Soms om te veroveren, zoals Alexander
de Grote of de Perzen en de Romeinen. Soms als vluchtelingen, zoals uit de
ingestorte Myceense beschaving. Er werden op het eiland diverse talen gesproken
en enkele alfabetten gehanteerd.
Voeg er nog aan toe dat de autochtone Cypriotische clans elkaar
de hersens insloegen vanwege hun marktaandeel in de koperwinning, en een
levendige handel overzee, dan moge het duidelijk zijn dat Cyprus een dynamische
geschiedenis heeft gehad (trouwens, nog heeft). “Eiland in beweging” is dan ook
het officiële thema van de tentoonstelling.
Dat weerspiegelt zich in de kunst en de andere archeologische
vondsten. Je ziet Egyptisch aandoende beelden, idem Grieks geïnspireerde –
bijv. van de godin Aphrodite die geacht werd uit Cypriotisch zeeschuim geboren
te zijn en over de liefde en de vruchtbaarheid ging.
Wat plaatjes uit de persmap. Ik ga er geen verhaal bij
vertellen, want kunstgeschiedenis is mijn vak niet. Het is interessant.