Milieudefensie organiseert “Van vervuiler naar formatie”.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021

OP donderdag 10 juni heeft Milieudefensie een actie georganiseerd, gericht op de kabinetsformatie (althans, de pogingen daartoe), om “het klimaat op 1 te zetten”. Daartoe moet de nieuwe regering er voor zorgen dat:

  • Nederland stoot in 2030 65% minder CO2 uit – en dat kan ook!
  • Nederland voert een eerlijke CO2-heffing in, zodat de vervuiler betaalt
  • Nederland maakt duurzame oplossingen bereikbaar voor iedereen

De actie had drie hoofdonderdelen (zie https://milieudefensie.nl/klimaatop1 ):

  • een paginagrote advertentie in enkele landelijke kranten, waarvoor ruim 3000 crowdfunders ruim 90 mille bijeen hadden gebracht;
  • een fietstocht naar Den Haag om daar te manifesteren met uitzicht op de formatie (meestal niet in één dag, overnachting geregeld);
  • een “banner drop” bij 10 bedrijven in Nederland . Dat is Greenpeace-Engels voor het ergens aan bevestigen van een spandoek.
De landelijke advertentie

De banner drop vond plaats bij één bedrijf in bijna elke provincie

  • Friesland Campina in Utrecht en Friesland
  • Vion in Noord-Brabant
  • De NAM in Drenthe
  • Yara Sluiskil in Zeeland
  • Shell in Zuid-Holland
  • Tata Steel in Noord Holland
  • Chemelot in Limburg
  • Lelystad Airport in Flevoland
  • Nobian in Overijssel
  • RWE in Groningen

Zie https://milieudefensie.nl/actueel/van-vervuiler-naar-formatie-zet-het-klimaat-op-1 .

De hier getoonde beelden zijn van de banner drop, om 06.30 uur, bij Vion in Boxtel. Daar was Milieudefensie Eindhoven bij betrokken.
Vion is veruit de grootste varkensslachterij van Nederland – er sterven 18000 varkens per dag. De fabriek heeft uiteraard zelf ook een klimaateffect, maar de meeste broeikasgassen komen vrij in de gehele veeteeltketen.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021_foto Willemieke Arts

BMF beoordeelt ingediende RES-plannen

Tijdslijn van de landelijke RES-operatie

De nationale link van het nationaal Programma RES is te vinden op www.regionale-energiestrategie.nl/home/default.aspx .

Criteria, wie ze definieert, en hoe
De Brabantse Milieu Federatie (BMF) heeft de ingediende RES-plannen (Regionale Energie Strategie) van de vier Brabantse RES-regio’s bestudeerd en beoordeeld. Dat doet ze op basis van een gemeenschappelijke visie van de BMF, Natuurmonumenten en Brabants Landschap, en ook op basis van een consultatie van ruim 100 Brabanders tijdens verschillende bijeenkomsten. De visie heet Energieopgaven en het Brabantse landschap en bevat zeven paragrafen. Deze visie is hieronder als bijlage toegevoegd.

Om de RES-plannen scoorbaar te maken, zijn de paragrafen onderverdeeld in 3*4 kleinere brokken:

  1. Energieopgave
    a)   Ambitie elektriciteit
    b)   Ambitie warmte
    c)   Besparing
    d)   Zon op verharding
  2. Zorgvuldig ruimtegebruik
    e)   Zonneladder
    f)   Windladder
    g)   Natuurpanorama’s
    h)   Concentratiegebieden
  3. Maatschappelijk draagvlak
    i)    Lokaal eigendom
    j)    Procesparticipatie
    k)   Maatschappelijke kosten en baten
    l)    Borging in beleid

Het geheel resulteert uiteindelijk in een ‘stoplicht-beoordeling’ per brokje, en die samen in een rapportcijfer.
In het hierna volgende neem ik per RES-gebied de infographic over. Bij mij is die statisch, maar in de bijgevoegde link staat de dynamische versie.
De infographic bevat ook de goede en slechte punten van het RES-plan in kwestie.

Verder per infographic een link naar een artikel van mijzelf op deze site over de betreffende RES. Mijn artikelen zijn geschreven op basis van de (toen juist aangeleverde) concept-RESsen 1.0.

Van de RES-regio West-Brabant, Hart van Brabant, en Noordoost-Brabant is de versie 1.0 inmiddels aangeleverd. De zelfbenoemde slimste regio van Nederland, het MRE-gebied, is nog niet verder dan een tweede concept van de RES 1.0. Daar hebben ze tot 1 juli 2021 de tijd voor, wat lastig is omdat de inspraak voor de bijbehorende PlanMER loopt t/m 10 juni.

Mijn mening
Ik ben lid van de BMF en Natuurmonumenten, ik waardeer over het algemeen de mening van de BMF en in mindere mate die  van Natuurmonumenten. De meningen van Het Brabants Landschap ken ik niet goed genoeg.
Ik vind bovenstaande systematiek alleszins verantwoord opgezet.
Desalniettemin zijn genoemde natuurorganisaties belangenbehartigers in een complex krachtenveld waarin hun opinies, in mijn optiek, zwaar maar niet oneindig zwaar wegen. De som van alle inspanningen moet er wel toe leiden dat Nederland over 50 jaar niet voor een groot deel onder water staat, want dat is ook niet best voor de natuur (althans, voor de boven water-natuur).
En uiteraard zijn er ook economische en politieke en maatschappelijke belangen.

In elk geval moet, naar mijn mening, de lopende RES-operatie in 2030 geheel afgerond zijn met op zijn minst (pakweg) een zeven voor de BMF-beoordeling.

De infographics

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/infographic-res-1-0-west-brabant-krijgt-rapportcijfer-7-met-kanttekening/

De kanttekening is: “Door in de RES 1.0 sterk in te zetten op zon-op-dak en vooral bestaande windparken te vernieuwen en uit te breiden blijft de impact op natuur en landschap beperkt. Onze kanttekening betreft met name de ontwikkeling van windlocaties in de zuidelijke gebieden ná 2030. Wat ons betreft zijn andere locaties voor windturbines in West-Brabant logischer en meer geschikt.”

www.bjmgerard.nl/?p=12919

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/reks-1-0-hart-van-brabant-krijgt-ruim-voldoende/

www.bjmgerard.nl/?p=12285

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/infographic-res-noordoost-brabant-haalt-doelen-niet/

(Deze regio is er niet in geslaagd om regionale bindende afspraken te maken voor de energietransitie)

www.bjmgerard.nl/?p=12493

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/huiswerk-voor-res-1-0-van-metropoolregio-eindhoven/

Commentaar: Voor een deel wordt de onvoldoende bepaald doordat er nog veel onduidelijk is en nader uitgewerkt moet worden. Zo is de verdeling van de totale opgave van 2 TWh naar zon-op-dak, zon-op-land, en wind-op-land nog niet gemaakt. Ook is de verdeling naar gemeenten nog onbekend. De reden ligt deels in het volgen van een plan milieueffectrapportage (plan m.e.r.) procedure, waarvan de uitkomsten de komende maanden worden meegenomen in de definitieve RES 1.0.

www.bjmgerard.nl/?p=13055

CO2 -prijs onder het EU ETS schiet door de €50 per ton

Nederlandse CO2 – heffing momenteel ineffectief

Hoe werkt het systeem?
Het Emission Trade System is het belangrijkste mechanisme waarover de EU beschikt om de uitstoot van broeikasgassen door de industrie te verminderen.

Het systeem heeft enkele kenmerken:

Werking van het ETS
  • De ton CO2 is de eenheid
  • Aan het totaal aantal ton CO2 dat jaarlijks in de EU (+ Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein) is een maximum gesteld. Dit resulteert in evenzovele rechten.
  • Sinds 2013 tellen ook een deel van het N2O (lachgas) en PFK’s (perfluorkoolstoffen) uit de aluminiumproductie mee als broeikasgas. Die worden op de gebruikelijke manier tot CO2 omgerekend.
  • Deze ‘cap’ stabiliseerde eerst de uitstoot op die van 1990, maar daalt vanaf 2013 met 1,7% en vanaf 2020 met 2,2% per jaar en binnenkort (na juni 2021) mogelijk nog sneller
  • Bedrijven moeten over rechten beschikken als ze CO2 uitstoten
  • Het gaat om bedrijfscategorieën (zie hieronder)
  • Sinds 2013 moeten ze die kopen op een veiling waarvan de opbrengst naar de nationale schatkist gaat. Het aandeel kopen versus gratis loopt op 48% versus 47% in 2020 (de resterende 5% is voor nieuwkomers en innovatie.
  • Ten dele krijgen ze die voor niets.
    IN de testfase van het systeem (2005 t/m 2008) kregen alle onderneming alles, wat de op dat moment uitstootten, gratis.
    Ook ondernemingen waarvan men (al dan niet terecht en na het nodige gelobby) bang was dat ze anders hun werk buiten de EU zouden gaan uitvoeren (carbon leakage), kregen veel rechten gratis (bijvoorbeeld Tata Steel). Vanaf 2020 is dit de enige reden om nog gratis rechten uit te keren. Energiebedrijven krijgen bijvoorbeeld sinds 2020  geen gratis rechten meer.
    Tot 2013 keerden de nationale overheden de gratis rechten uit, na 2013 deed de Europese Commissie dat.
  • Koolstofrechten die niet nodig zijn voor de eigen uitstoot mogen worden verhandeld (‘Trade’). Wie te weinig koolstofrechten heeft, moet bijkopen. Dit werkt in zekere zin als een soort bonus-malus systeem. De transacties vinden plaats op de Duitse EEX.
  • In Europa vallen 11000 bedrijven onder het ETS, die samen goed zijn voor 45% van de Europese broeikasgasuitstoot
  • Sinds 2012 valt ook de luchtvaart onder het ETS, voor vluchten waarvan start en landing binnen de EU28 liggen.

Bedrijfscategorieën waarvoor het ETS geldt:

Het ETS heeft voor- en nadelen ten opzichte van andere manieren om koolstof te belasten.

  • Een voordeel is dat de emissies met zekerheid dalen, omdat het systeem dat voorschrijft. Bij  een ‘gewone’ koolstofbelasting is die zekerheid er niet.
  • Een voordeel is dat de CO2 – besparing naar de plek schuift waar die het goedkoopste is.
  • Voordeel is dat een juiste uitvoering van het ETS bewustwording en innovatie in de hand werkt
  • Een nadeel is dat het ETS als een Brussels compromis ontstaan is en dus onder invloed van industriële lobby’s (die er overigens ook geweest zouden zijn bij een nationaal versie van het ETS). Daardoor heeft het systeem de kleur aangenomen van de grote bedrijven die bestonden ten tijde van invoering.
  • Een nadelig gevolg daarvan is dat er in het begin teveel gratis rechten verstrekt zijn. Na de testfase stortte de prijs van een recht in van ca 30€/ton tot onder de €5 per ton (zie afbeelding hieronder). Dat heeft heel land alle goede bedoelingen gefrustreerd.
    De economische crisis van 2008-2009 versterkte dat effect.
    Vervolgens ontstond er een levendig gesjacher, waarbij grote vervuilende bedrijven aan het systeem verdienden in plaats van betaalden. Zie https://ce.nl/publicaties/calculation-of-additional-profits-of-sectors-and-firms-from-the-eu-ets-2008-2015/ . Dit droeg niet bij aan de populariteit va het systeem bij de bevolking.
    In 2013 waren er meer gratis rechten dan nodig was voor de totale uitstoot in dat jaar.  
  • Het is een traag systeem. De lange adem moet zijn werk doen.

Voor meer uitleg zie www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/wat-is-emissiehandel/vraag-en-antwoord/hoe-zit-het-europese-emissiehandelssysteem-in-elkaar en https://ec.europa.eu/clima/policies/ets_nl .
Voor een eerder verhaal op deze site zie Europese CO2 – heffing aangescherpt, ook voor de luchtvaart .

Koolstofprijs onder het ETS door de jaren heen (Sandbag)

In 2013 is het ETS hervormd, o.a. door ingrepen die blijvend of tijdelijk rechten uit de markt namen (bijna de helft ging in de ijskast). Dit samen met de permanent dalende cap (sinds 2013 -2,2%/jaar) dreef de prijs vanaf 2016 geleidelijk aan weer omhoog. Daarna ging het steeds sneller, tot op 5 mei 2021 het bericht in de NRC stond dat de prijs voor het eerst door de €50/ton-grens gegaan was – wat velen niet voor mogelijk hadden gehouden.

Men zag meteen een effect, bijvoorbeeld dat de opslag van CO2 in de zeebodem ineens weer op de agenda stond (op welke trend ik hier nu niet in ga).
Sandbag gaf onderstaand verloop van de prijs .

Nieuwe ontwikkelingen zijn te verwachten, maar op het moment dat dit geschreven wordt, wordt daarover nog gespeculeerd.
De ambities van de EU zijn aangescherpt, dus te verwachten is dat de mechanismen dat ook worden en dat de prijs verder omhoog gaat. Tegelijk ligt de CO2 – prijs buiten de EU onder de €2/ton. Dat beïnvloedt de concurrentieverhoudingen en daarom wordt er gespeculeerd op een tariefmuur rond Europa ter hoogte van dit prijsverschil. Het worden interessante tijden.

De Nederlandse CO2 – heffing
In de discussies over het Klimaatakkoord was een heftig omstreden onderwerp in hoeverre de industrie moest meebetalen aan de klimaatdoelen. Het kabinet wou er niet aan en daarom tekenden Milieudefensie, Greenpeace, Natuur&Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, de Jonge Klimaatbeweging, FNV en MVO niet.
De grote klimaatdemonstratie in maart 2019 zette alsnog de discussie in gang en vernietigende rapporten van PBL en CPB droegen daar eveneens aan bij. Bij Prinsjesdag 2019 kwam het kabinet alsnog met een beperkte CO2 – heffing voor de industrie op de proppen. Milieudefensie, Greenpeace en de Jonge Klimaatbeweging hebben nog steeds niet getekend.

De heffing is inderdaad nogal mild.
De heffing gaat alleen over bedrijven die al onder het ETS vallen, en daarnaast over afvalverbranders en enkele specifieke processen waarbij lachgas vrijkomt. Men wilde dat de Nederlandse regeling zoveel mogelijk op het ETS leek.

Het tarief ziet er als volgt uit ( https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/co2-heffing-voorlichting ):

Bij bedrijven die al onder het ETS vallen moeten deze getallen gezien worden als een bodem van ETS en Nederlandse heffing samen.
Als het ETS in 2022 €30 zou zijn geweest, zou de Nederlandse heffing bedragen hebben €40,21 – 30, zodat de som van beide €40,21 is. Als het ETS boven de Nederlandse heffing zit, telt het ETS.
Voor afvalverbranders en lachgasproducenten die niet onder het ETS vallen, telt de volledige Nederlandse heffing.
Net als bij het ETS kent ook de Nederlandse heffing een dalende vrijstelling en handelmogelijkheden.

De regering verwacht dat de kans driekwart is dat de industrie in 2030 een emissiereductie van 14,3 Mton CO2,eq haalt.

Nu het ETS al in 2021 boven de €50 zit (en waarschijnlijk verder stijgt), bestaat er dus de eerste paar jaar in feite alleen voor de afvalverbranders en de lachgasproducenten een nieuwe koolstofheffing.
Inderdaad erg mild. Laten we het op Corona houden.

ETS-bedrijven in Nederland, Brabant en het MRE-gebied
De volledige lijst met inrichtingen die onder het ETS vallen, is te vinden via www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/deelnemers-ets . Daar staat nu een lijst dd januari 2015.

Ik heb er voor mijn site (die focust op Brabant) de Brabantse inrichtingen uit gezeefd. Die is te vinden –>

De lijst in het MRE-gebied (Zuidoost Brabant) is:

  • Bavaria N.V. NL-200400297 Provincie Noord-Brabant LIESHOUT
  • Brabantse Asfaltcentrale (BAC) NL-201000120 Provincie Noord-Brabant HELMOND
  • DAF Trucks N.V. NL-200500022 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN
  • KWS Infra B.V. Asfaltcentrale Eindhoven NL-200800077 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN
  • Nyrstar Budel B.V. NL-200500008 Provincie Noord-Brabant Productie of bewerking van non-ferrometalen BUDEL-DORPLEIN
  • Rendac Son B.V. NL-200400181 Provincie Noord-Brabant SON
  • Vlisco Netherlands B.V. NL-200400232 Provincie Noord-Brabant HELMOND
  • WKC Eindhoven NL-200400054 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN (de stadsverwarming op Strijp S)
  • WKC Helmond 1 & 2 NL-200400056 Provincie Noord-Brabant HELMOND (de stadsverwarming)

Deze bedrijven staan allemaal op de lijst vanwege een verbrandingsinstallatie, behalve Nyrstar (in de volksmond de zinkfabriek in Budel).
Zie ook Trafigura en de zinkfabriek – formeel geen probleem, maar het voelt niet lekker .

Nyrstar_foto bgerard

Nyrstar is overigens goed voor 1,2TWh (4,3PJ), ca 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik . Van die stroom gaat 85% op aan het elektrolyseproces en dat is al geheel geoptimaliseerd (www.ed.nl/economie/symposium-bij-nyrstar-in-budel-bij-metaal-is-veel-energie-te-besparen~a4489ec5/ ).
Het reusachtige zonnepark op de jarosietvelden voorziet maar voor 0,16PJ  in die 4,3PJ (dat staat trouwens fout op de site van Solarcentury/Statkraft – beetje dom. MWh moet GWh zijn.). Nyrstar zegt energieneutraal te zijn, maar haalt dus het merendeel van zijn duurzame energie elders. Zie https://middenlimburgactueel.nl/2021/02/11/nyrstar-budel-produceert-zink-op-bijna-volledig-groene-energie/  en www.nemokennislink.nl/publicaties/zuiver-zink/ .

Zuiver zink maken vreet stroom. Maar dat zuivere zink bespaart elders energie. Verzinkt staal roest 12 keer zo langzaam als onbeschermd staal. En het zit in batterijen en medicijnen.
De industrie verduurzamen is een gecompliceerd verhaal.

Roestbier

Warmte uit metaalpoeders
De TU/e doet research op het gebied van verbrandingsprocessen. Men probeert zowel bestaande brandstoffen schoner te maken en nieuwe, koolstofloze, brandstoffen te ontwikkelen.

Een researchtak die volwassen begint te worden is de warmteontwikkeling uit oxidatie van metalen, met voorop gewoon ijzer .
In alledaagse omstandigheden gaat de oxidatie van een ijzeren spijker traag en noemt men dat ‘roesten’. Maar als die spijker tot uiterst fijn poeder gemaakt wordt, gaat precies hetzelfde roestproces in fracties van seconden. Bij de intacte en de gemalen spijker komt dezelfde warmte vrij, alleen dus de ene keer in jaren en de andere keer in millisecondes.
Het fijne poeder, opgenomen in een luchtstroom, moet worden aangestoken en daarna houdt de verbranding zichzelf in stand. Niet anders dus dan bij een gasvlam. En zo’n ijzer-vlam kan richting de 2000°C gaan.

Diverse vlammen

Het samenwerkingsverband van de TU/e in deze is Metalot op (toen nog) het Duurzaam Industrieterrein Cranendonck bij Nyrstar. Ik heb daarover eerder geschreven , zie www.bjmgerard.nl/?p=8667 .
Helaas heeft de stikstofuitspraak van de Raad van State nadien het bestemmingsplan onderuit gehaald waarop de verdere ontwikkeling van Metalot gebaseerd was (zie www.ed.nl/cranendonck-heeze-leende/duurzaam-industriepark-cranendonck-van-tafel-onderzoek-gaat-door~a3834a2f/ ). Nyrstar, een van de founders en beoogd leverancier van de grond, trok de stekker er uit. Metalot gaat nu slechts als researchproject verder ( www.metalot.nl/future-energy-lab/ ) verder. Dat is jammer.

Swinkels Family Brewers
Inmiddels was er een groep studenten die het proces door wilde ontwikkelen in een praktijksituatie, het Solid Team (www.tue.nl/en/our-university/community/solid/ ). Dat leidde tot een project bij Swinkels Family Brewers, in de volksmond bekend als Bavaria.
Het is een familiebedrijf . De huidige CEO Peer Swinkels is een bekwame ondernemer met een goed gevoel voor PR (vandaar de nieuwe naam, en de zevende familiegeneratie komt ook goed van pas)) en een groot netwerk in de regio.
Swinkels Family Brewers wil 100% circulair worden. Op de site staat een uitgebreide duurzaamheidsparagraaf ( https://swinkelsfamilybrewers.com/nl/mvo/ons-beleid.html ) en de feitelijke gedragingen in de regio spreken deze ambitie niet tegen. Daarnaast is het ook een goed en toekomstbestendig bedrijfsmodel.

Ketels bij Bavaria

Om bier te maken moet er ergens in het proces heel veel graan-halfproduct gekookt worden in hele grote ketels met water. Dat gebeurt nu met gas.
Hier kwamen de belangen bij elkaar. De studenten mochten een proefopstelling maken en die kon een klein deel van het gas vervangen.

Partners in Iron Fuel ( https://ironfuel.nl/ ) zijn de TU/e, Metalot, het Solid Team.. de EMGroup, Heat Power, Uniper, Shell en Pometon. Zoiets als het regionale bier-industriële complex.

Het proefproject kon starten en dat vroeg om een kleine plechtigheid in de vorm van een YouTube – filmpje. Op https://youtu.be/65bbHzirevI . Het publieksprogramma Energy Days van de TU/e (dat ik volg) presenteerde het op 29 oktober 2020 en zodoende kwam ik in contact.

vlnr Peer Swinkels (CEO van Swinkels Family Brewers, presentator Diederik Jekel, Gedeputeerde De Bie en verbrandingsprofessor de Goey . de Bie zit achter een fles met metallisch ijzer en een fles met Fe2O3 (gangbare ijzerroest)

 
Namens de studenten waren bij het feestje aanwezig Chan Botter en Lex Scheepers, namens de brouwerij Peer Swinkels en Martijn Junggeburth (manager duurzaamheid van Swinkels), directeur-bestuurder Maria van der Heijden van MVO Nederland voor een duurzame preek, en verbrandingsprofessor De Goey van de TU/e. Verder verscheen kwispelstaartend Eric de Bie, gedeputeerde van Energie, erfgoed en bestuurlijke vernieuwing namens het Forum voor de Demagogie, welke partij normaliter hel en verdoemenis preekt over klimaat en duurzaamheid, maar die hier toch niet wilde ontbreken bij een initiatief waar de provincie aan meebetaalt (en waar bier gemaakt wordt).

Het proefproject is een verbrandingsinstallatie van 100kW.
De hete verbrandingsgassen gaan door eerst een cycloon, die het grootste deel van het ijzerroestpoeder terugwint. Daarna verhitten de gassen de kookketels, waarna de afgekoelde gassen nog door een HEPA-filter gaan. Uiteindelijk wordt nagenoeg alle ijzer teruggewonnen.
Om alle aardgas te vervangen zou de installatie 150 keer zo groot moeten zijn – een minder dramatische opschaling dan men als leek zou denken. De eerstvolgende geplande opschaling gaat naar 1MW.
Er zijn in Nederland 125000 verbrandingsinstallaties. Die hadden de studenten allemaal in een databestand bekeken (zeiden ze).
Voor het verhaal zie ook https://teamsolid.org/metal-power/ .

Ijzerpoeder is als brandstof relatief zwaar. Het ligt dan ook voor de hand om het niet in lichte toepassingen (als bijvoorbeeld auto’s) te gebruiken. Maar zonder al teveel verbouwing zou men met ijzerpoeder ook een (voorheen) kolencentrale kunnen stoken. En er is ook interesse voor gebruik in schepen.

De 100kW-installatie bij Swinkels Family Brewers

 
De zwakke plek: waterstof en het proces andersom
De stap van metallisch ijzer naar ijzerroest (oxideren) is recht toe, recht aan. Er valt nog wel het nodige aan praktische dingetjes aan uit te zoeken, maar het principe werkt.

Het omgekeerde proces (reduceren) is een heel ander verhaal. Het filmpje van het studentenproject schenkt daar nauwelijks of geen aandacht aan, in de geest van ‘dat zoeken we nog wel uit’.

Als het koolstofvrij geregenereerd moet worden (roest terug naar ijzer), dan is waterstof het meest logische verhaal. In het filmpje doet men daar luchthartig over ‘die maken we wel uit overschotten van wind- en zonnestroom’ en ook de sites geven weinig informatie. Men veronderstelt gewoon dat er in 2030 genoeg waterstof is.  

In de Iron Fuelgroep zit ook Niels Deen, professor of regeneration en die heeft bij een andere gelegenheid eens gezegd dat het totale ketenrendement van zonnepaneel tot warmteproductie nu ongeveer een kwart is. Dus voor elke 1Joule warmte bij Swinkels zou elders 4J zonnestroom geproduceerd moeten worden met waterstof als tussenproduct.

Chemisch kan de regeneratie het recht toe, recht aan als je genoeg waterstof hebt.
Wat je eigenlijk in dit proces doet, is dat je een soort variant bouwt van een hoogoven die geen cokes, maar waterstof gebruikt om de zuurstofatomen van het ijzererts af te trekken. Het verbrandingsproduct van de iron fuel is niet wezenlijk anders dan ijzererts.
Zo’n alternatieve hoogoven bestaat sinds kort in Zweden (zie oa http://www.fchea.org/in-transition/2019/11/25/hydrogen-in-the-iron-and-steel-industry ).

Het Zweedse HYBRIT-project om staal te maken met waterstof (bron http://www.hybritdevelopment.com/ )


Maar waterstofproductie op deze schaal vreet stroom. Als Tata de Zweedse technniek over zou nemen (of omgekeerd de Zweedse fabriek Tata Steel, waarover gesprekken gaande zijn), zouden alle bestaande windparken op de Noordzee alleen voor Tata moeten gaan draaien – zegt Tata.
De Zweden hebben waterkracht, maar in Nederland?
Elders op deze site staat een artikel over een TNO-studie die aantoonde dat alleen al het produceren van synthetische brandstof voor het lange afstands vrachtautoverkeer, de scheepvaart en de luchtvaart tot een verzesvoudiging van het Nederlandse elektriciteitsbudget leidt ( www.bjmgerard.nl/?p=13623 ).
Komen daar allerlei grote inrichtingen uit de industrie bij, dan ontploft het Nederlandse elektriciteitsbudget en dat is bij lange na niet binnen Nederland op te vangen. Het vraagt internationale productie en im- en export (net als nu).
Allerlei instanties zijn met allerlei mooie projecten rond waterstof bezig, maar voor het hoofdprobleem heb ik nog geen oplossing gezien. Ik zie nu al veel meer claims op groene waterstof dan er ooit binnen Nederland waargemaakt kunnen worden.

Laat vervuilers niet wegkomen met een slappe CO2-heffing

Ik neem hier een actie van Milieudefensie landelijk over. Die actie wil bereiken dat de industrie een hogere CO2-heffing gaat betalen. Het is nu te weinig en te laat.
Er ligt nu een formeel consultatietraject voor de nieuwe wet. Men kan daarop reageren. Ik roep mensen op om dat te doen.


Dit consultatietraject is nu verlopen. Ik laat dit bericht staan ter informatie. De site waarnaar toe verwezen wordt, bestaat nog.


We kunnen de klimaatcrisis alleen stoppen als vervuilen duurder wordt. Daarom moet er een ambitieuze CO2-heffing worden ingevoerd voor de industrie. Op dit moment maakt de overheid hiervoor een nieuwe wet. Maar die kan echt stukken beter. Gelukkig kunnen we invloed uitoefenen. Help je mee? Het kost je maar een paar minuten.

Ja, ik help graag mee!

Probleem: de industrie stoot nog steeds veel te veel CO2 uit

De vervuiler betaalt. Logisch toch? Helaas is nu precies het omgekeerde het geval: de vervuiler wordt juist beloond. Met grote gevolgen voor mens, dier en natuur. 

Dat zit zo: Grote vervuilende bedrijven – zoals staalfabrieken, olieraffinaderijen en chemiegiganten – stoten meer CO2 uit dan alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Tegelijkertijd betalen ze veel minder mee aan duurzame oplossingen. Oneerlijk toch?

Oplossing: een ambitieuze CO2-heffing voor de industrie

Grote vervuilende bedrijven helpen helaas niet uit zichzelf mee om de klimaatcrisis aan te pakken. Dus is er beleid nodig vanuit de overheid: een CO2-heffing.  Alleen op die manier prikkel je de industrie om beter met onze aarde om te gaan. Lees hier meer over wat een CO2-heffing precies is.

De wereld op z’n kop: gewone mensen betalen de rekening

Er ligt nu een wetsvoorstel voor zo’n CO2-heffing. Mooi zo. Maar de wet is echt nog niet ambitieus genoeg. Zo hoeven bedrijven bijvoorbeeld geen heffing te betalen over het overgrote deel van hun uitstoot. De eerste jaren hoeven ze zelfs helemaal niets te betalen. Vervolgens krijgen ze ook nog eens miljarden subsidie om te vergroenen. En wie draait er (via de belastingen) voor die subsidie op? Juist. Huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. De wereld op z’n kop.

Zo wordt de nieuwe wet veel beter

Een ambitieuzere CO2-heffing is echt noodzakelijk. Nu is de heffing nog veel te slap.  De wet wordt stukken beter door deze drie verbeterpunten:

  • Een hoge prijs per ton CO2 , minimaal  €50, en oplopend per jaar (de Nederlandse Bank berekende dat dit nauwelijks invloed heeft op de economie)
  • De industrie krijgt geen vrijstellingen en voordelen meer
  • De heffing gaat snel van start, niet pas in 2024, zoals nu gepland is

Als de opbrengst van de CO2-heffing  vervolgens gebruikt wordt om de vergroening van de grote vervuilers te betalen, hoeven wij dat niet voor hen te doen. De opbrengst kan daarnaast ook huishoudens en kleine ondernemingen helpen met duurzame oplossingen, zoals woningisolatie en zonnepanelen. 

Op deze manier gaat de vervuiler betalen. Zo simpel kan het zijn.Kijk en/of luister ook onze vodcast over dit onderwerp!

Hoe jij kan helpen

Wil je ook dat de vervuiler betaalt? Help ons dan door mee te doen met de zogenoemde ‘consultatie’. Hiermee geef je jouw reactie op de nieuwe wet. Het mooie is dat de overheid verplicht is om jouw reactie mee te nemen in de besluitvorming. Je hebt dus direct invloed!

Let op: de deadline is op vrijdag 29 mei.

Zo doe je mee (het duurt maar een paar minuutjes):

  • Stap 1: Ga naar: www.internetconsultatie.nl/co2heffingindustrie 
  • Stap 2: Druk op de blauwe knop ‘Geef uw reactie op deze consultatie’.
  • Stap 3: Geef je reactie in het open veld. Je kunt zelf een reactie schrijven, of – lekker makkelijk – ons voorbeeld hieronder kopiëren en plakken:

Ik wil een ambitieuze en effectieve CO2-heffing voor de industrie. Dat is dus een heffing:
– Met een hoge prijs per ton CO2 , minimaal  €50, en oplopend per jaar
– Waarbij de industrie geen vrijstellingen en voordelen meer blijft krijgen
– Die snel ingaat, niet pas in 2024, zoals nu gepland is

Met de opbrengst van de heffing kan de vergroening van grote vervuilers mooi 
worden betaald. Dan hoeven wij dat niet voor hen te doen, zoals nu het geval is. De opbrengst kan daarnaast ook huishoudens en kleine ondernemingen helpen met duurzame oplossingen, zoals woningisolatie en zonnepanelen.

De vervuiler betaalt. Logisch toch? Laten we bouwen aan een duurzaam en eerlijk Nederland. Voor iedereen.

  • Stap 4: Druk op de knop ‘Verder’, vul je gegevens in, en verzend jouw reactie.
  • Stap 5: Check je mail en bevestig jouw inzending.

Ziezo, het is gelukt. Heel erg bedankt!

De Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant

Inleiding
Nederland is verdeeld in 30 regio’s, die elk hun eigen bod moeten schrijven (nu nog concept-bod) om samen in 2030 aan de landelijke doelstelling te komen van 35TWh duurzame elektriciteit (126PJ) en moeten er anderhalf miljoen woningen en andere gebouwen geïsoleerd zijn en/of van het aardgasnet gehaald. De website van de RES is www.regionale-energiestrategie.nl .

De RES is een tussenstap, een impuls en niet de eindoplossing. Hij dekt nationaal (en regionaal ook) ongeveer 30% van het bestaande stroomverbruik en 20% van de woningen af. Het concept-bod wordt neergelegd in een document, geheten de Regionale Energie Strategie (RES).

De RES moet als minimum een document omvatten

  • waarin uitgelegd wordt welke taak de regio voor zichzelf weggelegd ziet bij het grootschalig opwekken van elektriciteit met wind en zon (bij zon is de SDE-voorwaarde van  15kWpiek de ondergrens) en hoe dat in 2030 gerealiseerd zal zijn
  • waarin uitgelegd wordt hoe het macroverhaal van de warmtevraag en -aanbod van de gebouwde omgeving in de regio in elkaar kan zitten (de Regionale Structuur Warmte). Deze moet voor de afzonderlijke gemeenten als uitgangspunt dienen.
  • Waarin op het elektriciteitsnet en de opslagstructuur ingegaan wordt

Wat geen wind of grootschalige zon is, telt niet mee voor de RES, maar uiteraard wel voor het grotere plaatje waarvan de RES een deel is.

(1TWh = 1000 miljoen kWh = 3,6PJ = 3600TJ. De TWh wordt meestal voor elektriciteit gebruikt en de PJ meestal voor warmte, maar dat is geen verplichting.)

De inleverdatum voor de definitieve eerste ronde-RES-documenten is (vanwege Corona) verlengd van 01 juni naar 01 oktober 2020. Desalniettemin hebben de Brabantse regio’s Hart van Brabant, West-Brabant en Noordoost-Brabant hun bod al uitgebracht. De  zelfbenoemde slimste regio van Nederland, Zuidoost Brabant, ontbreekt nog.
Het concept-bod is opgesteld door een Stuurgroep met de gemeenten, de waterschappen en de provincie, netbeheerder Enexis, en een Klankbordgroep met de energiecoöperaties, de BMF en het Brabants Landschap, rijksinstituten als Defensie en Rijkswaterstaat, de ZLTO en Agrifood, en nog een stel andere instituties. Het was een rijkgeschakeerd gezelschap.
Het concept-bod van Noordoost Brabant zou te vinden moeten zijn door de regio aan te klikken op https://regionale-energiestrategie.nl/kaart+doorklik/default.aspx , maar die link doet het niet. Ik heb de documenten van de site van een gemeente gehaald.
Het (forse) pakket bestaat uit een hoofddocument en een aantal bijlagen. Zolang de link het niet doet, voeg ik gemakshalve hieronder het hoofddocument bij.

Het is een degelijk pakket en het is goed te volgen en heeft maar weinig rekenfouten.

De storendste is in het hoofddocument op blz 11, waar de pijplijnprojecten stroom op tellen tot 4TWh, terwijl dat 0,4TWh moet zijn.
In de bijlage over de Regionale Structuur Warmte, in de afbeelding op blz 21, staat TJ waar PJ moet staan. Dit is gedeeltelijk doorvertaald naar het hoofddocument. Het is ook zo bij de identieke afbeelding in Energieverbruik en opwekpotentie (blz 33).
De tabel op blz 45 van deze bijlage (4.4 Overzicht) is niet in lijn met eerdere getalsmatige beweringen.

Het staat de regio’s vrij om eigen interesses aan het minimum toe te voegen.
De regio Noordoost Brabant heeft een uitvoerige landschapsstudie toegevoegd.
Het onderwerp ‘klimaatadaptatie’ (hoe gedragen we ons in reactie op de problemen die gaan komen?) komt wel langs in de tekst, maar is niet zelfstandig besproken. Dat zou moeten bij de uitwerking van wat men de ‘koppelkansen’ noemt.  Een zinvolle klimaatadaptatie is bijvoorbeeld zonneparken combineren met waterberging.

Warmtevraag en hernieuwbaar aanbod 2017-2050
Elektriciteitsvraag en – hernieuwbaar aanbod 2017-2050

Het concept-bod en de getallen – warmte
De zestien gemeenten verbruikten in 2017 samen  16,2PJ aan warmte, waarvan 0,1PJ hernieuwbaar werd opgewekt (WKO) in de categorieën wind en zon die voor de RES meetelt (en 1,1PJ uit biomassa, maar dat telt niet mee voor de RES).

Het geraadpleegde bureau gaat uit van de Nationale Energie Verkenning 2017, en raamt met een behoorlijk gedetailleerde input dat de vraag daalt naar 12,2PJ in 2050. Men trekt vervolgens gewoon de rechte lijn.

Die 12,2PJ in 2050 moet in 2050 volledig hernieuwbaar opgewekt worden. Het bureau laat het aanbod groeien met een S-curve, omdat het aanneemt dat de bulk van de van het gas af-projecten pas na 2025 valt (en de RES loopt tot 2030). Men prikt het aanbod van hernieuwbare warmte in 2030 op 3,0PJ , en dat is dus de taak t.a.v. het opwekken van hernieuwbare warmte. Die 3,0PJ/y is een beetje uit de losse pols.
Het opwekken van de hernieuwbare warmte kost elektrische energie (pompen en elektromotoren en zo). Daardoor gaan baten aan de warmtekant gepaard met (kleinere) kosten een de elektra-kant.

De raming oogt mijns inziens plausibel.

Het concept-bod en de getallen – stroom
De zestien gemeenten verbruikten in 2017 samen  12,3PJ aan elektriciteit, waarvan 0,35PJ hernieuwbaar werd opgewekt in de categorieën wind en zon die voor de RES meetelt (en daarnaast 0,88PJ uit biomassa, 0,16PJ uit waterkracht en 0,30PJ zon op woningdaken, maar dat telt allemaal niet mee voor de RES).

De raming van de toekomstige stroomvraag bestaat uit een – en drie +-en.
Als er niets zou gebeuren, zou het stroomverbruik dalen vanwege besparing en vanwege de PV-panelen op woningen. Maar wordt wel iets verwacht, namelijk meer airco’s, meer laadpalen en extra stroom die nodig is voor de hernieuwbare warmtesector. Tot 2030 (de looptijd van de RES) kan men dat alles met redelijke zekerheid op één hoop gooien tot het saldo van 13,6PJ/y. Daarna wordt de voorspelling moeilijker en, op basis van expert judgment, wordt het op 18 a 21PJ/y ingeschat.

Voor het hernieuwbare aanbod heeft het bureau, versimpeld, gezegd dat in 2050 de elektriciteitsvraag met een volledig hernieuwbaar aanbod moet worden afgedekt, en daar vanaf 0,3PJ die er al was een rechte lijn naar toe getekend. Het verschil 5,5 PJ = 5,8 – 0,3PJ = 1,5TWh is de nog te realiseren opgave voor de RES.

Er zitten nogal wat onzekerheden in de raming, maar hij oogt mijns inziens plausibel.

Met 1,5TWh/y voldoet Noordoost Brabant iets meer dan evenredig aan de landelijk gesommeerde taakstelling van 35TWh/y.

Warmtebronnen en warmtenetten
De RES NOB stelt dat “individuele (warmte)oplossingen aan de orde zijn als er geen grootschalige collectieve oplossingen beschikbaar zijn” en “om maximaal gebruik te maken van (natuurlijk)  aanwezige bronnen om de impact op de elektriciteitsvraag te beperken” (bijlage Regionale Structuur Warmte, blz 19 en 30) en “Individuele oplossingen beschouwen wij binnen de clusters voor collectieve oplossingen als sluitpost” (Pondere blz 25) Warmtepompen zijn geen wondermiddel. Ze zadelen, bij massale inzet, anderen met windmolens en zonneparken op.

(Waar TJ staat moet PJ staan).

Op papier lijken er veel mogelijkheden, maar er zijn nogal wat kanttekeningen.
In de RES Hart van Brabant staat een uitgediepte versie van deze materie, zie De Regionale Energie- en Klimaatstrategie Hart van Brabant .

  • TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) bestaat in NO Brabant al op vier plaatsen. De techniek is redelijk berekenbaar, al zijn nog niet alle ecologische risico’s bekend. De techniek vraagt om een ZLT-warmtenet (Zeer Lage Temperatuur)
  • LT- en MT/HT-restwarmte komt uit de industrie, datacenters, RWZI, enz. De hoeveelheid is via indirecte modellering afgeleid en is in praktijk onzeker en waarschijnlijk lager. Dit vraagt om een LT- of HT-warmtenet.
  • Biomassa (droog) is een theoretisch maximum. Dit kan zowel als individuele als als collectieve oplossing dienen. Is transporteerbaar op wielen.
  • Biogas kan in het gasnet. Er is een relatie met de omvang van de veeteelt en dus met de transitie in de landbouw. Het Ministerie van EZK werkt aan en Routekaart Groen Gas en een duurzaamheidskader.
    Advies is om dit in de gebouwde omgeving te beperken tot oude binnensteden waarvoor geen ander alternatief is, en tot de industrie (de RWZI in Den Bosch levert biogas aan de Heineken voor het stoken van de ketels).
  • Zonthermie: het getal is alsof er geen PV-panelen liggen. Is zeer lokaal. Kan als individuele oplossing dienen en als collectieve (met WKO en LT-warmtenet).
  • LTA (Lage Temperatuur Aardwarmte) is geothermie van 500 tot 1500m diepte; GEOthermie is van >1500m diepte; beide oogsten energie uit de aarde zelf.
    Op dit moment is de aardwarmtepotentie NO Brabant grotendeels onbekend. Er vindt onderzoek plaats. De getallen zijn gekozen alsof de techniek al wel bestond.
  • WKO (Bodemenergie) gaat tot 500m diepte en is geen oogst, maar een opslagtechniek, Kan individueel of met een LT-warmtenet.
    Zie ook https://www.bjmgerard.nl/?p=7871 en https://www.bjmgerard.nl/?p=9323 .
Overzicht van woongebieden waar een warmtenet theoretisch uitvoerbaar is

Bij een MT- of HT-warmtenet mag de bron tot 5km van de huizen af liggen, bij een (Z)LT-netwerk 500 tot 1000 m.Het warmtebureau noemt woningen van na 1960 als regel goed genoeg geïsoleerd voor een ZLT- of LT-warmtenet (met ergens een warmtepomp tussen geplaatst), en van voor 1960 slechts geschikt voor een LT- of HT-warmtenet. 2000 woningen in een dichtbebouwd gebied is de ondergrens voor een warmtenet, 200 in dichtbebouwd gebied voor een collectief WKO-systeem.Bovenstaande schets brengt woongebieden in kaart die meer dan 2000 dicht opeen gebouwde woningen tellen en grotendeels van na 1960 zijn (groen); idem van voor 1960 (oranje); en >200 dicht opeen gebouwd (rood). De schets geeft dus slechts aan dat een woongebied aan de eisen voor een warmtenet of WKO-inrichting voldoet, niet dat dat ook daadwerkelijk aangelegd zal worden.

Er bestaat momenteel een warmtenet in ’s Hertogenbosch, dat aan een WKO hangt, en een warmtenet in ’s Hertogenbosch dat op TEO werkt.

Er bestaat momenteel in de regio, behalve biomassa, geen grote gemeentegrensoverschrijdende bron. De gedetailleerde invulling van de regionale strategie is op dit moment aan de gemeenten.

Elektriciteitsbronnen – wind
De bijlage over de opwekpotentie gaat uit van een standaard windturbine van 4MW en 3000 vollasturen(ashoogte en rotordiameter 130m). Deze levert 43TJ/y (= 0,043PJ/y).

Successievelijk worden gebieden weggestreept die onder een beperking vallen

  • De 15 km-cirkels en de aanvliegfunnels  t.b.v. de verkeersleidingradar van vliegveld Volkel en De Peel
  • Gevoelige gebouwen (oa woningen op minder dan 400m afstand
  • Buis- en hoogspanningsleidingen tot 200m afstand, spoorwegen tot 123,5m en vaarwegen tot 65m afstand
  • Windturbines moeten instens 500m uit elkaar staan, anders beïnvloeden ze elkaars wind
  • Van de provincie moeten er minstens drie bij elkaar staan
  • Conform provinciale verordening geen windturbines in Natura2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant

Blijft over ruimte voor 100 a 120 windturbines (samen dus goed voor 4,3 tot tot 5,2PJ per jaar.

Zoekgebied wind

Elektriciteitsbronnen – zon

  • Gangbare, relatief kleinschalige, PV-installaties tellen voor de RES niet mee (worden ingeboekt als besparing). Deze worden op maximaal 3,0PJ per jaar ingeschat.
  • Voor PV-installaties op grote daken, die voor de RES wel meetellen, rekent men vanaf 285m2 dak, panelen van 300Wpiek per stuk, die goed op de zon georienteerd zijn.
    Enerzijds is dat een overschatting want niet elk dak kan dat dragen, anderzijds is het een onderschatting want ook ongunstig gepositioneerde panelen produceren stroom. Al met al boekt en 3,4PJ per jaar in
  • Op restgronden (spoorbermen, geluidsschermen, voormalige stortplaatsen en braakliggende terreinen wordt samen 0,13PJ per jaar verondersteld
  • Voor PV-installaties op de grond rekent men met 300Wpiek per stuk , 3000 panelen per hectare, en 950 vollasturen per jaar, en met plaatsing op  4% van de agrarische grond. Dat levert dan 5,8PJ per jaar.

Alles samen komt men met zon op 9,4PJ per jaar.

Zoekgebied zonneparken

Vergelijking hernieuwbare warmte- en stroomvraag en het bijbehorende aanbod
De hernieuwbare warmte binnen de gebouwde omgeving moet van 0,1 naar 3PJ/y in 2030 naar 12,2PJ/y in 2050. Je zou zeggen dat, ook binnen de beperkingen van de gekozen invulling van de RES, dat in 2030 technisch zou moeten kunnen lukken, al zijn eigenlijk alle warmteschattingen onzeker. Voor 2050 zou ik op dit moment geen uitspraak durven doen.

De hernieuwbare elektriciteit moest van 0,3PJ/y in 2017 naar 5,8PJ/y in 2030, en dan naar ergens rond de 20PJ/y in 2050.
Volledige realisatie van het hier geschetste aanbod komt tot 4,3 a 5,2 + 9,4PJ is ongeveer rond de 14PJ.

De opwek-ambitie in 2030 (zijnde 5,8PJ)is dus met de beperkende keuzes van de gekozen invulling van de RES (wind en grootschalige zon) technisch ruim te halen 0,3 + 14 > 5,8PJ/y).
De opwek-ambitie in 2050 lijkt binnen de beperkende keuzes van de hier gekozen invulling van de RES technisch niet te halen (0,13 + ca 14 < 18 a 21PJ/y). De beperkende keuzes mogen niet verruimd worden door kleinschalige zon op dak toe te staan, omdat die al in de besparing meegenomen zijn (zou een dubbeltelling betekenen). Mogelijk kan biomassa het gat voor een deel vullen, en anders meer landbouwgrond.

De aannames bij dit alles is dat de besparingen gerealiseerd worden. De te halen getallen zijn gekoppeld aan die besparingen. Of dit lukt, is moeilijker in te schatten.

Verder moet men zich realiseren dat het totale Nederlandse energiebudget veel groter is dan wat de RES afdekt. De RES dekt slechts een deel van het elektriciteitsbudget af en een deel van de warmte binnen de bebouwde omgeving.
Daarnaast bestaan er posten als warmte buiten de bebouwde omgeving, transport voor zover dat niet elektrisch gaat, productieprocessen etc. De uitspraak dat het kan geldt dus binnen het beperkte kader van de RES.

Of dat wat technisch kan, ook politiek  en bestuurlijk en financieel kan, zal de grote vraag blijken. Ik doe geen voorspelling.

Het landschap
Er is een zeer grondige analyse gewijd aan de landschappelijke kwaliteiten van de diverse deelgebieden van NO Brabant. De beperkte bespreking, die hier mogelijk is, doet dat werkstuk eigenlijk geen recht. Toch laat ik het, noodgedwongen, bij de aanbevelingen en twee afbeeldingen op het eind:

Aanbevelingen m.b.t. het landschap

Acceptatie en participatie
Een cruciaal punt. De RES is ook een politiek en sociaal en economisch verhaal.

In het RES NOB-pakket zit ook een bijlage met een verslag van de informatiebijeenkomsten. Er was uiteraard het nodige gejeremiëer dat de kelk voorbij moest gaan en indien hij toch langs kwam, dan liever bij de buurman. En wensdromen dat je er kwam met  alleen maar zon op huizendaken en op al die grote dozen,  en op de vuilnisbelt. Dus alleen de populaire maatregelen. Nee dus, aantoonbaar niet.

Maar er waren ook wel verstandige uitspraken, bijvoorbeeld over een redelijke verdeling van lusten en lasten. Niet alleen arm-rijk, maar ook platteland-stad en burgers-bedrijfsleven. Bij het Klimaatakkoord hoort een participatieparagraaf (zie Uitwerking van de participatie-afspraken in het Klimaatakkoord ), maar die gaat vooral uit van risicodragend mede-eigendom. In (bijvoorbeeld) de gemeenteraad van Uden zijn er moties over ingediend.
Voor mensen met weinig geld en veel schuld is elk risico er een te veel, er moet dus ook iets van een niet-risicodragend fonds komen.

Multifuctionaliteit is populair, bijvoorbeeld zonneparken en extensieve veeteelt (in plaats van intensieve), of wind- en zonnepark en waterberging (klimaatadaptatie).
Een idee was om de sanering van de veeteelt via een systeem van grondruil of grondbank of iets dergelijks te koppelen aan de ontwikkeling van zonneparken. Dus als een boer op plaats A stopt, dat er op plaats B (waar dat beter uitkomt) een zonnepark kan komen (geen stom idee, maar het was al bedacht: zie het plaatje hieronder).

Een traditioneel spanningsveld is of men vindt dat de energietransitie bottom-up of top-down moet worden aangepakt. Ik ben zelf meer voor top-down. Draagvlak is mooi, maar de targets moeten gehaald worden. Goede politici pakken dat slimmer aan.

Men ziet liever lokale ontwikkelaar die de regio en de inwoners kennen, dan een prototypische anonieme multinational als projectontwikkelaar.
Zou je in eigen beheer een regionale projectontwikkelaar voor hernieuwbare energie kunnen oprichten, eventueel eerst voor coproducties? Het idee heeft haken en ogen, maar zou misschien politiek bij de bevolking goed vallen.
Wat mij zelf verbaasde is dat er geen brug geslagen is naar het technisch onderwijs en (bijvoorbeeld) de installatiebranche. Zoals in de Zeeuwse RES gezegd wordt, is het tekort aan goed technisch personeel een grote bottle neck voor de energietransitie. Waarom geen stageplaatsen, en daarna diploma’s, voor zelf opgeleide installatie- en sterkstroomtechnici? Zie Zeeland heeft RES 1.0 als eerste regio af .

Voorschriften uit de landschapsbijlage
Voorschriften uit de landschapsbijlage

Verbetering en verduurzaming huurwoningen Eindhovense wijk De Geestenberg gewenst

Foto_raadsinformatie zijdens de Henri van Abbe-stichting (https://eindhoven.raadsinformatie.nl/document/2959237/1/document )

Ik ben betrokken bij het opzetten van een buurtactie in de Eindhovense wijk De Geestenberg. Hieronder de opzet van de actie. De tekst is overgenomen van de Eindhovense SP-site.

De Eindhovense wijk De Geestenberg is een typische ‘bloemkoolwijk’ van begin jaren ’70. De laagbouw in de wijk bestaat uit 269 huurwoningen, die eigendom zijn van Woonbedrijf, en uit 411 koopwoningen.
Woonbedrijf heeft in 2014 en 2015 groot onderhoud aan zijn huurwoningen uitgevoerd. Dat heeft geresulteerd in een aantoonbare verbetering en een mooiere buitenkant. Het verschil met de (niet gerenoveerde) koopwoningen is in één oogopslag te zien.

Maar de nieuwe situatie is zeker niet perfect en kan verder verbeterd worden. Nu de energietarieven omhoog gaan, zou het een goede zaak zijn als het verbruik omlaag ging.

De SP heeft daarom  de huurders in de Geestenberg uitgenodigd voor een gesprek op het nabijgelegen partijkantoor. Dat was op 20 februari 2019.
Verder waren onder andere bij het gesprek aanwezig Stephaan Maas, emeritus-architect uit Eersel, Paulus Jansen, interimvoorzitter van de Woonbond (de landelijke organisatie van huurdersorganisaties), en Bernard Gerard, die verantwoordelijk was voor de opzet en het aan de avond voorafgaande buurtonderzoek.
De aanpak heeft niet als vooropgezet doel dat de woningen van het gas af moeten, maar wel dat ze zover mogelijk richting energieneutraal gaan

Op de voorgrond Paulus Jansen

Paulus Jansen schetste het Sociaal Huurakkoord, dat de Woonbond afgesloten heeft met Aedes, de landelijke koepel van woningbouwcorporaties.
Er is €100 miljoen subsidie voor verduurzaming van woningen, ook al is dat uit de eigen doos van de verhuurdersheffing.

Stephaan Maas had zich door middel  van archiefonderzoek en (bij wijze van steekproef) bezoek aan een woning een eerste indruk gevormd van de technische kant. Hij noemde de woningen, na het eerdere groot onderhoud, nu ‘matig geïsoleerd’. De woningen bevatten behoorlijke koudebruggen, waarvan hij enkele schetsen liet zien. De Rc – waarde zou boven de 5 moeten zitten en zit nu, voor zover achterhaalbaar, tussen de 2,5 en de 3. Er zijn zowel kleinere als grotere verbeteringen denkbaar, zoals ook zonnepanelen.
Uit het publiek kwam nogal wat commentaar op de hal en de meterkast, en ook op de afwerking van de kruipruimte

Detail van de onderkant van de nieuwe schuifpui. De nieuwe pui rust op de oude ondergrond en die is niet goed. Dit is een koudebrug.

Bernard Gerard noemde enkele veelgehoorde punten aan de deur, zoals inderdaad de hal, het ontbreken van vloerisolatie bij sommige woningen (een nieuw aanbod zou wenselijk zijn). En klachten over de aansluiting van nieuwe kozijnen op de oude ondergrond.
Totaliter vindt men wonen in de Geestenberg geen drama, maar ook niet optimaal.
Ook zonnepanelen op de platte daken van de woningen werden genoemd.
Hij noemde een aantal vervolgstappen die in de Eindhovense context gezet konden worden, zoals de vorming van een werkgroep, een bezoek aan het Helmondse Energiehuis, contact met de Energiecoöperatie 040Energie, en uiteindelijk een gesprek met de verhuurder.


De buurt krijgt een verslag en er gaan verdere stappen gezet worden om tot een buurtwerkgroep te komen.

Van roest naar ijzerpoeder: chemische opslag – proeffabriek in Cranendonck

De noodzaak van opslag
Wind en zon wisselen sterk. Er is behoefte aan opslagbuffers in allerlei soorten en maten. Daaraan wordt veel onderzoek gedaan, o.a. aan de TU/e .
Het kenmerk van alle energieopslag is dat er twee fasen zijn: een energierijke die kan leveren als er te weinig energie is, en een energiearme die energie op kan nemen als er teveel energie is. Dit beginsel kan op zeer uiteenlopende wijze vorm krijgen. Een voorbeeld is het oppompen van water van laag (energiearm) naar hoog (energierijk).
Dit gaat altijd met verliezen gepaard. Het kost meer energie om het reservoir te vullen dan er vrijkomt als het reservoir geleegd wordt. De verhouding tussen beide heet het cyclusrendement.

Ijzerpoeder als energierijke en roest als energiearme fase
IJzer brandt uitstekend als het maar heel fijn verdeeld is. Dat poeder is de energierijke fase. De vlam kan 1800°C halen. Op het eind is de energiearme fase bereikt en die heet ijzeroxide, in de volksmond roest. Het systeem is o.a. geschikt om hele hete stoom te maken, iets wat in de industrie vaak gevraagd wordt.
Als die roest weer kan worden teruggebracht naar ijzerpoeder, is er een opslagsysteem gecreëerd. En dat kan door er waterstof langs te leiden. En als die waterstof duurzaam is, is de buffer dat ook.

Waterstof
Nu is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Bijna alle waterstof op aarde wordt momenteel gemaakt uit aardgas en is dus niet duurzaam (de huidige waterstofauto’s zijn dat dus misschien ook niet). Duurzame waterstof kan ook gemaakt worden door water te splitsen in waterstof en zuurstof (hydrolyse). Dat is een oude, bekende techniek, die echter nog niet groot genoeg opgeschaald is. Daaraan wordt druk gewerkt, o.a. op de TU/e.
Als de hydrolyse plaatsvindt met stroomoverschotten van windturbines en zonneparken, is de ontstane waterstof wel duurzaam. Dat is een gewild goedje: iedereen wil in dezelfde duurzame waterstof-vijver vissen, terwijl die vijver er nog niet is.

Het cyclusrendement is nu ongeveer een kwart (4J zonnestroom wordt ongeveer 1J ijzerpoeder). Dat zegt prof. Deen, die aan het proces meewerkt.

Het schema van de roest-ijzer cyclus

Metalot, Cranendonck en de provincie Noord-Brabant
Op 04 februari 2019 maakte de provincie Noord-Brabant bekend dat ze 1,0 miljoen subsidie gaf ten behoeve van een proeffabriek. Die moet uiteindelijk komen op wat vroeger het Duurzaam Industrieterrein Cranendonck (DIC) heette, en nu Metalot (met een knipoog naar Chemelot dat nu zit op de plak van wat vroeger de DSM heette). DIC/Metalot ligt binnen het hek van de zinkfabriek Nyrstar in Budel-Dorplein (onderdeel van de gemeente Cranendonck).
Het moet een bescheiden proeffabriek worden van 100kW, die vooral het onderzoek dient.

De twee belangrijkste methodes om ijzerpoeder te gebruiken voor beweging te gebruiken:
1) verbranden in lucht en de hete lucht door een Stirlingmotor sturen
2) met water laten reageren en een mengsel maken van stoom en waterstof



Milieudefensie Eindhoven doet mee aan de Nacht van de Nacht

Op zaterdag 27 oktober 2018, om 23.00 uur, begint de Nacht van de Nacht. Dit initiatief wordt elk jaar georganiseerd door de gezamenlijke Natuur- en Milieufederaties. Zie www.nachtvandenacht.nl/activiteiten/ .

Helaas was er niet zo’n mooie manifestatie als vorig jaar (zie De Nacht van de Nacht 2017 . )

In Eindhoven gebeurt niet veel (zie www.nachtvandenacht.nl/?s=eindhoven ). Daar staan de goede uitzonderingen die uit zichzelf meedoen:

Milieudefensie Eindhoven heeft rondgekeken welke andere instellingen en bedrijven ’s nacht volstrekt zinloze grote lichtreclames hebben, aangelichte gebouwen of volstrekt overbodige ruimteverlichting. Een selectie uit die adressen heeft een brief ontvangen, inhoudend of het niet wat minder kon. Het vreet stroom (en geld), en het verstoort de leefwereld van de nachtdieren.
Sinds december 2015 staat in de Activiteitenregeling Milieubeheer dat reclameverlichting en buitenverlichting minimaal zes uur per nacht uitgeschakeld dienen te worden.

De volgende instellingen hebben een brief ontvangen:

Gevraagd is om te reageren. Milieudefensie is benieuwd.

Het eerste succes is al binnen. Bij een tweede bezoek aan INtertoys aan de Woenselsemarkt was het bij de Intertoys binnen gewoon donker.

Drukkerij Vrijdag, ca 22 uur

Lidl Woenselsemarkt midden in de nacht

Lidl Willaertplein, om ca 22 uur ‘s nachts

Warme bits – opnieuw geüpdate versie

De Bitcoin een ecologische ramp?
Mijn interesse begon met een kop boven een artikel in een Belgische krant De Standaard van 19 oktober 2017 “De bitcoin is een ecologische ramp”.  Er werd betoogd dat voor de winning van bitcoins ontzettend veel rekenkracht nodig was, dat dat inherent in competitie plaatsvond, dat je er goed mee kon verdienen en dat daarom computers in zeer korte tijd werden afgeschreven (en nieuwe aangeschaft). Het klonk een beetje als de goudwinning in Klondike en het proces heet van ook niet voor
niets “mining”.
De journalist zei een beetje slordig dat het stroomverbruik voor de bitcoin de helft was van het totale stroomverbruik van Vlaanderen, waardoor het net leek (voor mensen die gewend zijn om gelijksoortige grootheden te vergelijken) alsof half Vlaanderen niks anders deed als bitcoins mijnen, maar de bedoeling was dat het mondiale stroomverbruik van de bitcoin de helft was van dat van Vlaanderen.
Vervolgens zette de journalist er de verkeerde website bij zodat je het niet kon controleren, en mijn scepsis was groot.

Op 24 oktober deed de NRC een fact check op “Eén bitcointransactie voorziet een huis een maand lang van energie” en beoordeelde dat als ‘grotendeels waar’. Daar stond ING-onderzoeker Teunis Brosens genoemd bij een artikel op de ING-site ( zie ING-Think-why-bitcoin-transactions-are-more-expensive-than-you-think_13okt2017 ) , waarin doorverwijzingen naar de juiste website https://digiconomist.net/bitcoin-energy-consumption ). En zo was het toch nog te controleren.

Energievraag bitcoin versus Visa

Een bitcoin vreet stroom en andere betaalwijzen zeer veel minder. Het mondiale vermogen, dat het bitcoinsysteem vraagt, is genoeg om iets meer dan 2 miljoen huishoudens in de VS van stroom te voorzien. Het mondiale VISA-systeem wikkelt zeer veel meer transacties af en vraagt daarvoor 40* minder vermogen.

In absolute getallen kost één bitcointransactie (volgens Brosens) 200kWh.

Maar. Het bitcoinsysteem groeit als een idioot.

Groei van het stroomverbruik van de bitcoin

De verticale eenheid TWh/jaar is een beetje moeizaam bij een dergelijk groeitempo. Maar een jaar is 8760 uur dus de omrekening is gauw gemaakt: 18,0TWh/y = 2050MW en 22,0TWh=2510MW. Ter vergelijking: de kolencentrale op de Maasvlakte is 1070MW . Nogmaals voor de duidelijkheid: de 2510MW is mondiaal en de 1070MW is één Nederlandse centrale.
2510MW zit al een eindje boven het totale energieverbruik van bijv. Azerbeidzjan .

Onrustbarender is het groeitempo. Over de looptijd van bovenstaande grafiek stijgt het benodigde bitcoinvermogen lineair met 0,86% per dag. Gaat dit een jaar door, dan staat er in de linkerkolom in plaats van 18 nu ca 60TWh/jaar. Mogelijk zelfs iets meer, want het gaat in de afgebeelde maand iets harder dan lineair.

Nu vraagt de bitcoin 0,11% van de mondiale stroomproductie. Volgend jaar is het percentage (lineair redenerend) ongeveer 3* zo hoog, enz.

Ik vind het nog geen ecologische ramp, als je naar het stroomverbruik kijkt, maar dat kan het over bijvoorbeeld een decennium wel worden. Gemeten aan het materiaal hangt het er van af hoe men na het afdanken met de computers omgaat.

Men zou kunnen zeggen dat daar waar de ecologische nadelen van de bitcoin aantoonbaar zijn, en de voordelen van de bitcoin voor niet-criminelen en niet-speculanten afwezig, de kosten-baten analyse van het systeem per definitie negatief is.

Je leest in de krant soms reacties, waarin mensen uitspreken dat kritiek op de bitcoin ingegeven is door banken, die hun monopoliepositie bedreigd zien.
Zonder sympathie te willen uitspreken voor de banken, moet ik toch zeggen dat het bericht waarschijnlijk op complotdenken neerkomt. Ook onafhankelijke onderzoekers komen op vergelijkbare getallen uit.
Harald Vranken, universitair hoofddocent informatica bij de Faculteit Management, Science & Technology van de Open Universiteit, haalde met het onderwerp bitcoin mining en duurzaamheid de laatste weken een aantal malen de internationale pers. Het laatste artikel is te vinden op de website van de Open Universiteit op www.ou.nl/-/bitcoin-mining-en-duurzaamheid-ou-wetenschapper-internationaal-in-de-belangstelling .

Vranken zegt daarin dat hij in een eerder artikel dd mei 2017 (wat achter de betaalmuur zit) nog opgeschreven had dat het mondiale gemiddelde vermogen, dat aan bitcoins besteed werd, op 100 tot 500MW inschatte. Dat vond hij toen nog wel meevallen. Goud smelten en bewerken vraagt ook heel wat energie, voegde hij als voorbeeld toe.
In bovenstaand persbericht dd december 2017 zegt hij, dat tussen zijn eerste artikel en dit persbericht (dus tussen begin en eind 2017) het stroomverbruik van de bitcoin ruim vervijfvoudigd is. In het recente artikel spreekt hij nu van “een serieus probleem”.
De wereld verbruikt gemiddeld aan stroom ca 2,5 a 3 TW, de bitcoin ongeveer 0,1% daarvan (dat is al een klein land).

In het december-artikel van Vranken wordt doorgelinkt naar enkele andere publicaties. Deze zijn vanuit het artikel op de OU-site vrij toegankelijk. In een artikel op spectrum.ieee.org (de IEEE is een soort mondiale organisatie van elektrotechnisch ingenieurs) wordt beschreven hoe een gezelschap van 11000 Venezolanen samen bitcoins aan het mijnen was (ongetwijfeld aangemoedigd door de wanhopige positie van hun land), tot de politie er een eind aan maakte. Door de illegale stroomaftap ontstonden er problemen op het net.

Datacentra en hun afvalwarmte in Nederland

(Ik heb de schatting van het winbare aantal PJ in Brabant bijgesteld van 3,5PJ naar 2,0PJ. In 3,5PJ zitten ook activiteiten waarvan de restwarmte moeilijk te oogsten lijkt, bijv. omdat ze decentraal zijn. De 2,0PJ zijn een wat betrouwbaarder schatting van de grote, centrale machines waarvan de restwarmte in praktijk mogelijk te oogsten valt.)

Toen het toch over computers en energie ging, het ik eens zitten kijken naar de energetische aspecten van de reguliere ICT-sector, waar ze ook nog wel eens dingen uitrekenen die voor de gewone mens wel nut hebben, bijvoorbeeld mijn pensioen. Die sector als geheel groeit ook sterk wat betreft de verwerkte bits (datacentra met zo’n 17,5% per jaar), maar omdat daar veel energiebesparende maatregelen genomen zijn, is het energiegebruik veel minder hard gegroeid en soms gedaald. De vraag is hoe het na, zeg maar, 2020 verder gaat. Het laaghangend fruit raakt gaandeweg geplukt.

Je hebt vier categorieën die voor de levering van restwarmte van belang zijn:

  • I)    de commerciele datacenters, voor wie dataopslag en -beheer de hoofdactiviteit vormen
  • II)   Telecommunicatiebedrijven
  • III)  (Semi)publieke rekencentra (bijv. van de universiteiten)
  • IV)  Commerciele ondernemingen met een groot datacentrum dat dienstig is aan een ander hoofddoel van de onderneming (bijv. de Rabobank)

(Uit het MJA-sectorrapport 2014)

De 37 grootste bedrijven uit categorie I en II vallen onder de industriele MJA-regeling en moeten 2% per jaar energiebesparen (en dat deden ze over de rapportageperiode, zo blijkt uit een controlestudie MJA3-Sectorrapport ICT-sector 2014 waaruit bovenstaande tabel). Vanaf 2011 tot 2014 kon je (alle bedrijven opgeteld) de volumegroei ongeveer wegstrepen tegen de besparingen. Zo zit deze groep ondernemingen al enkele jaren op 16,2PJ/jaar over al hun activiteiten. Een deel van deze activiteiten is van belang voor hun restwarmte.

De hele categorie I (alle datacenters samen, dus ook de niet-MJA) is goed voor 1247MW. Die dingen draaien non -stop en als dat op vollast zou zijn, zou dat 39PJ/jaar opleveren. In praktijk draaien ze geen vollast, maar grofweg 45% (zegt CE Delft). Zie Energiegebruik Nederlandse commerciële datacenters 2014-2017_CE Delft .
CE Delft kent aan de commerciele datacentra in 2017 ca 5,8PJ toe, welk aantal na 2014 weer is gaan groeien (met 23% per jaar).

(CE Delft Energiegebruik Nederlandse commerciele datacenters 2014-2017)

Van categorie III en IV afzonderlijk heb ik geen expliciete totaal-statistiek kunnen vinden.
Wel is er een studie, ook van CE Delft, Trends ICT en Energie 2013-2030 (dd feb 2016), die deze categorieën in ander verband onderbrengt en kwantificeert. Te vinden op www.ce.nl/publicatie/trends_ict_en_energie_2013-2030 .

Het blijft natte vingerwerk, maar om de gedachten te bepalen: in 2020 is er in Nederland grofweg 15PJ stroom-input waarvan men in theorie de restwarmte zou kunnen oogsten. Als die gelijkmatig over het land verdeeld zou zijn, zou 1/7de  daarvan, dus ca 2,0PJ, in Brabant te vinden zijn.

Energetisch gezien is een datacentrum/telecommunicatie/enz bedrijf iets waar stroom ingaat en ongeveer evenveel afvalwarmte uitkomt. Het in de sector veelvuldig gebruikte begrip “groen” kan dan ook drie dingen betekenen: dat er niet meer stroom ingaat dan nodig, dat die stroom groen is, en dat de afvalwarmte zinvol gebruikt wordt.
Het eerste gebeurt standaard (want dat bespaart geld), het tweede soms (niet te achterhalen valt wat precies ‘soms’ en ‘groen’ is), en het derde heel af en toe. Binnen de sector zelf is warmtelevering aan de buren regelmatig in discussie.
KPN levert bijvoorbeeld afvalwarmte aan de warmtering op de Eindhovense Hightech-campus (zie voor een artikel www.emerce.nl/nieuws/kpn-opent-eerste-tier-iv-datacenter-nederland ) en de TU/e heeft een befaamde Warmte-Koude opslag (WKO) (zie TU/e: Hoofdgebouw wordt uitzonderlijk duurzaam gerenoveerd en het lange termijn-duurzaamheidsbeleid )

Het datacenter van de Rabobank in Boxtel

Datacenter KPN Hightech campus Eindhoven

Het datacenter van de Rabobank in Boxtel
Een case study is het datacenter van de Rabobank in Boxtel.
Dat trekt bij vol vermogen ongeveer 20MW stroom naar de computers, en ongeveer 25MW naar het complex als geheel – welke 25MW er dus ook weer uitkomt als warmte. Dat volgt uit de publiek bekende ontwerpspecificaties. Het belastingspercentage is onbekend.

25MW een jaar lang zou betekenen 0,79PJ aan afvalwarmte. Als je de 45% van CE Delft zou gebruiken, produceert het complex ongeveer 0,35PJ aan warmte. Dat zou op papier genoeg zijn om alle woningen in Boxtel te verwarmen als die goed geïsoleerd waren.
Binnen de gemeente Boxtel is hier al eens over gesproken.
In de projectbeschrijving (zie Datacenter Rabobank art TVVL 2011-1 ) wordt zelfs met zoveel woorden gewag gemaakt van de mogelijkheid om het nabij gelegen bedrijventerrein te verwarmen.

In praktijk vraagt dit om buizen, organisatie, en geld, dus er is op dit vlak nog niets gerealiseerd.
De Boxtelse SP liet mij weten, dat de gemeente Boxtel in zijn woningbouwopgave probeert de restwarmte van bovenstaand datacenter, en van de RWZI, mee te nemen. Daarbij wordt samengewerkt met oa engie, Enexis, Alliander, Heijmans, Brabant Water en het Waterschap. Het benodigde warmtenet wordt in eerste instantie ingezet om een nieuwbouwwijk van 600 woningen van warmte te voorzien. Men wil later een groter deel van Boxtel gaan verzorgen.
Ik heb de Boxtelse SP aangeraden wel goed de rechtspositie van de nieuwe bewoners in de gaten te houden. In het verleden is daar nog wel eens wat fout gegaan (zie bijv. De Warmtewet moet anders!
of de verhalen op deze site over de stadsverwarming in Meerhoven.

Na het schrijven van dit artikel heb ik een ander artikel geschreven over Ecovat en het integreren van elektrische en warmtenetwerken. Dat kan in dit verband ook nuttige kennis zijn. Zie Energy Day TU/e bespreekt Ecovat-systeem .

ICT-bedrijven en Warmte in Brabant
De 2,0PJ warmte, waarvan hierboven sprake is, is in Brabantse verhoudingen een niet onaanzienlijk getal.
Ter vergelijking: in het Brabants Warmteplan, dat kort voor de zomervakantie in PS besproken is, (zie Het Brabantse warmteplan nader geanalyseerd ), staat bijvoorbeeld dat men gebruik wil maken van de 2 tot 5PJ afvalwarmte van het industrieterrein Moerdijk. De gezamenlijke warmteproductie door de Brabantse ICT-bedrijven ligt aan de onderkant van deze range.
Of: de totale geothermieverwachting ligt rond de 1,3PJ.
De Moerdijk en de geothermie staan wel in het Brabantse Warmteplan.
Zo men een andere vergelijking wil: 2,0PJ is genoeg om ca 100000 goed-geisoleerde huizen te verwarmen, zijnde ongeveer 1/10de deel van de Brabantse woningvoorraad.
Of: het is de helft van de opbrengst van het totaal Brabantse windenergieprogramma na voltooiing.
Maar in het Brabants Warmteplan zie je de ICT-bedrijven als potentiele bron van afvalwarmte niet terug. Dat is een gemis.

Nu zitten er tussen droom en daad in warmtezaken nogal wat wetten in de weg en praktische bezwaren. Er zouden buizen gelegd moeten worden en contracten getekend met een looptijd van decennia, en subsidies verstrekt. Die problemen zijn niet gering.

Toch zou het interessant kunnen zijn om op zijn minst in Brabant op korte termijn een inventarisatie van de warmte-leverende mogelijkheden van de ICT-sector in kaart te brengen.

Uit de Statenmededeling Warmte 2017