OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein (update dd 29 juni 2018)

OCI Nitrogen is een groot chemisch bedrijf dat voortkomt uit twee activiteiten van de DSM (nl DSM Agro en DSM Melamine). De twee bedrijven zijn in 2010 opgekocht door de Egyptische multinational OCI, welke ze samengevoegd heeft tot één onderneming met de huidige naam. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/OCI_Nitrogen ).
De fusie-onderneming zit nog steeds op wat toen het DSM-terrein (bij Geleen) heette en nu Chemelot. OCI houdt zich nog steeds vooral bezig met de productie van stikstofhoudende kunstmest en melamine.

Op dit terrein wil OCI Nitrogen, samen met Re-N Technology uit Hilvarenbeek, een mestvergister bouwen die jaarlijks 700.000 ton mest kan bewerken (dat is ongeveer 3,5% van alle mest in Zuid-Nederland). De naam wordt Zitta Biogas Chemelot. De provincie Limburg heeft de omgevingsvergunning al verleend.
Zie https://chemelot.nl/nieuws/oci-nitrogen-en-re-n-technology-ontwikkelen-biogasinstallatie-op-chemelot en www.ocinitrogen.com/NL/newscenter/Pages/Biogasinstallatie-maakt-productie-op-Chemelot-duurzamer.aspx .

Het realiseren van het plan hangt er van af of het SDE+ subsidie krijgt. Ik heb daarover nog niets vernomen. Zo ja, dan hoopt men in 2020 in bedrijf te zijn.
Update: op 27 juni 2018 meldde De Boerderij, dat er geen SDE+ – subsidie verstrekt wordt. Het bevoegd gezag RVO zegt niet waarom, maar verwijst naar andere projecten, zoals Agrogas in Varsseveld, dat €59 miljoen krijgt voor een vergister die 8 miljoen m³ biogas gaat maken. Zitta zou 40 miljoen m³ biogas gaan maken. Een financieel motief bij RVO ligt voor de hand.
De drie grootste mestvergistingsprojecten in 2017 zijn samen goed voor bijne €160 miljoen aan SDE+ .
Agrogas is al ruim 10 jaar bezig met de realisatie van zijn vergister.
De initiatiefnemers van Zitta beraden zich op de toekomst.

Er bestaan trouwens ook plannen (het is me niet duidelijk hoe ver die zijn) om een Zitta Biogas Tilburg (op de Spinder) op te richten.

Het schema van de beoogde vestiging op Chemelot:

Het schema van de mestbewerker Zitta Biogas

Het is uit de beschrijving niet duidelijk of het om een mono- of covergister gaat.
In de beschrijving van OCI Nitrogen bestaat de 700 miljoen binnenkomende biomassa slechts uit mest. Er is geen sprake van andere biomassa. De som van alle optelbare output-kilo’s zit een flink eind onder de input-kilo’s en ook dat doet vermoeden dat er geen aanvullend organisch materiaal binnenkomt. Ik zou dus denken dat het om een monovergister gaat, ware het niet dat er in de tekening co-vergister staat. Meer duidelijkheid is gewenst.
Ik hou het er toch maar op dat het om een monovergister gaat.

Het is een plan dat bij mij enerzijds bewondering oproept, en anderzijds vragen.

De plus
Enerzijds ben ik er principieel voor dat alle mest vergist wordt, alvorens er wat dan ook mee gebeurt, en dat daarna de kringlopen (met name die van fosfaat) zoveel mogelijk gesloten worden. Dat gebeurt hier. Verder ben ik er ook voor dat reststromen (zoals in dit geval de afvalwarmte van de kunstmest- en melamineproductie) hergebruikt worden en dat gebeurt hier ook.
Dat hergebruik is mogelijk omdat de vergister op een groot industrieterrein staat, dat gespecialiseerd is op grootschalige en soms gevaarlijke chemische processen. Omdat Chemelot een privaat terrein is, heersen er op Chemelot veiligheidsvoorschriften die verder gaan dan die welke publiek afgesproken zijn. Zo beschouwd is er moeilijk een beter terrein te bedenken dan dit terrein.

Chemelot. Door Michiel1972 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9896960

Het jaarlijkse resultaat bestaat uit

  • 43 miljoen m3 biogas (bij een 50-50 methaan-CO2 verhouding en bij 50°C) goed voor 50 miljoen kg en voor 0,58PJ . De monovergister zou dan all-in ongeveer 0,8GJ/ton halen. Zou kunnen.
    Voor 0,58PJ stroom uit zonnepanelen heb je een park nodig van ongeveer (bruto) 1,5km2 (150 hectare).
  • 75 miljoen kg droge mestkorrels, die het overgrote deel van het fosfaat bevatten dat eerst in de mest zat
  • Iets meer dan 30 miljoen kg, wat men noemt, “vloeibare kunstmest”
  • 300 miljoen kg schoon water als vloeistof
  • En (om de balans sluitend te maken) ongeveer 240 miljoen kg water in de dampvorm. Er wordt in de plannen niet vermeld wat daarmee gebeurt.
  • En (niet in gewicht uit te drukken) een ontsmetting en een gereduceerde stank van het product. Ik ga er van uit dat een professionele inrichting als deze, op een dergelijke locatie, zijn atmosferische emissies onder controle krijgt.

Dit alles aan de positieve kant van de balans.

De min
Er zijn twee categorieën onopgeloste hoofdproblemen.

De ene categorie betreft naar welke keten je kijkt.
De korte keten (die van de varkenskont tot mestkorrel, methaan en vloeibare kunstmest) is netto energetisch rendabel en hergebruikt materiaal, en kan bij een goede vormgeving binnen zijn beperkingen duurzaam zijn.
De lange keten begint momenteel in het tropisch regenwoud en loopt via allerlei emissies,  bodemuitputting en andere onwenselijke fenomenen tot een volledig uit de hand gelopen veeteelt. De lange keten is zeker niet duurzaam.
Het probleem is echter dat op de lokale en regionale schaal slechts zeer beperkt wat tegen de onhanteerbare omvang van de veeteelt te doen valt, en dat de landelijke politiek niet wil.
Er is op zichzelf niets op tegen, en veel op voor, om alle mest te bewerken op een wijze als hier geschetst, maar dan op basis van een veel kleinere veestapel. Alleen, die is er niet en vooralsnog komt die er niet.

Kalkammonsalpeter van OCI Nitrogen

Zolang de veeteelt wel te groot voor Nederland  is, betreft de tweede categorie de mate waarin de fosfaat en het nitraat uit het Nederlandse systeem kunnen worden gebracht. Pas als dat lukt, wordt mestbewerken mestverwerken.
Vergisten op zichzelf brengt geen mest uit het systeem. Alleen de vervolgbewerkingen kunnen in principe uit het systeem treden.
Omdat Nederland vol zit, betekent “buiten het systeem brengen” in praktijk “exporteren”. De beschrijving van Zitta Biogas (voor zover deze op Internet te vinden is) doet er geen uitspraak over in hoeverre dat zal lukken. Vooralsnog wordt dat slechts zonder nadere argumentatie verondersteld.
De mestkorrels moeten in de toekomst concurreren met de ruwe mest, die nu met verhitten als enige bewerking geëxporteerd mag worden. Het moet blijken of de betere kwaliteit van de mestkorrels ten opzichte van ruwe mest opweegt tegen een prijs, die waarschijnlijk ook hoger is. Mogelijk lukt dat.
Van de dunne fractie is onduidelijk of er iets zinvols mee gedaan kan worden. De omschrijving “vloeibare kunstmest” klinkt sjiek, maar in de praktijk zitten, bij experimenten tot nu toe, de nutrienten er zeer sterk verdund in en in de verkeerde verhouding stikstof staat tot kalium (teveel kalium kan leiden tot dierziektes). Bovendien zitten er, zonder nadere bewerking, hormonen, medicijnresten, zware metalen en zo in. Uit het installatieschema blijkt niet dat er op dit concentraat een verdere nabewerking wordt toegepast.
Wageningen verwacht tot nu toe weinig heil van dit “concentraat” en deskundigen noemen het in De Boerderij “wensdenken” (www.wur.nl/nl/nieuws/Invloed-van-kunstmeststatus-op-afzet-mineralenconcentraat-gering.htm ).
Mogelijk kan een professioneel chemisch bedrijf dingen die anderen niet kunnen, maar vooralsnog blijkt dat uit niets.
Vooralsnog eindigt er heel erg veel stikstof, al dan niet legaal, in het grond- en oppervlaktewater.

De plus plus de min
De koninklijke weg zou zijn om een breed akkoord te sluiten waarin de verschillende energetische, klimatologische en agrarische problemen aan elkaar gekoppeld worden en de veeteelt niet langer te groot is voor Nederland.
Maar dit paradijs bestaat niet, er bestaan alleen dilemma’s (sommige reëel, andere vals).

Mijn idee zou zijn om, zolang de situatie zo is als die is, van alle mestbewerking te eisen dat die begint met een vergistingsstap, dat er ergens daarna voldoende verhitting plaats vindt, dat het hele proces professioneel volgens high tech-criteria verloopt, en dat de vergunning langlopende afzetcontracten voor fosfaat en nitraat als voorwaarde eist.
In technische zin kan men zich nauwelijks een betere omgeving voor een dergelijke grootschalige inrichting voorstellen als deze beoogde inrichting op Chemelot.
Als ze nou ook nog tussen nu en 2020 eens afzetcontracten op tafel konden leggen?

SP brengt werkbezoek aan DIFFER

Een delegatie van de SP-fractie in Provinciale Staten (PS) van Brabant en uit kringen van de Tilburgse SP-fractie heeft op vrijdag 22 juni 2018 een werkbezoek gebracht aan DIFFER. De delegatie werd ontvangen door directeur Richard van de Sanden.
Er volgde een rondleiding, een inleiding en een discussie.

DIFFER als instituut
DIFFER staat voor Dutch Institute For Fundamental Energy Research. Het is een NWO-instituut dat sinds 2015 een eigen laboratorium heeft op de Eindhovense TU/e . De verhuizing is betaald met €5,0 miljoen vanuit de regio (provincie, MRE en gemeente Eindhoven) en met €4,0 miljoen vanuit NWO.
Er werkt een staf van 220 mensen (verdeeld over 150 fte), en het jaarbudget bedraagt bijna €14 miljoen, grotendeels publiek gefinancierd.
DIFFER heeft een zestal geregistreerde patenten en licensies uitstaan bij de industrie en heeft vier industriele partnerships. Als uit die patenten geld gaat rollen, krijgt DIFFER royalties.

Visie van DIFFER op de energietransitie

DIFFER als onderzoeksinstelling
DIFFER werkt op twee hoofdonderwerpen, kernfusie en “Solar Fuels”.

Voor kernfusie is DIFFER toeleverancier van research ten behoeve van het Europese onderzoeksproject ITER. Concreet doet men onderzoek met hele hete plasma’s aan materialen, die binnen de ITER een uitlaatpoort moeten worden.
Vroeg of laat moet beheerste kernfusie (om PinkFloyd te citeren “Setting the controls for the heart of the sun”) een regelbare volcontinu basis worden voor de elektriciteitsvoorziening.
Politiek is dit belangrijk, maar het is ver van het regionale en lokale bed.

Omzetting en opslag van Solar Fuels

Voorstelbaarder en dichter bij huis is het solar fuels – programma. De TU/e en de Brainportregio dromen over het Fuelliance-initiatief (een naam in analogie met het dunne PV-film onderzoeksproject Solliance) dat iets vergelijkbaars moet gaan doen met synthetische brandstof uit zonlicht of overschotten aan duurzame elektriciteit.

De basistechnieken hiervoor bestaan al, maar de opgave is om die op een goede wijze te combineren en op te schalen. Als men dit op grote schaal en voor betaalbare prijzen voor elkaar zou krijgen, heeft dat klimaatvoordelen. Bovendien brandt de synthetische brandstof veel schoner dan fossiele brandstof. Het Beraad Vlieghinder Moet Minder heeft bijv. om die reden synthetische brandstof op zijn eisenlijstje staan.
Het rendement van de hele keten (van bijv. energie in zonlicht naar synthetisch ‘aardgas’) is nog klein (onder de 10%). Dat is een van de dingen die veel beter moet (maar het rendement van zonnepanelen was in het begin ook veel kleiner dan het nu is).

De hydrolyse-machine (op pilotschaal) van DIFFER

In de discussie ging het over de vraag waar je de oppervlakten vindt om dergelijke hoeveelheden energie te produceren. Het antwoord is: in landen met veel zon en veel ruimte, zoals de Sahara. Marokko heeft bijvoorbeeld veel zon-initiatieven.
Maar het zou ook een basis kunnen zijn om de positie van landen als Griekenland en Spanje binnen de EU te versterken.
Dit is nog toekomstmuziek.

Men kan de geproduceerde elektriciteit via zg. HVDC-kabels rechtstreeks transporteren, maar dat is duur. Het is tien maal zo goedkoop (zegt Van de Sanden) als je de stroom op locatie omzet in synthetische brandstof en die op de gebruikelijke wijze met tankers rond vaart.
(Dat er een HVDC-kabel naar Noorwegen ligt (de NorNed-kabel) is omdat die helpt om in real time het elektriciteitsnet te stabiliseren. De elektrische energie gaat ’s nachts naar het Noorden en overdag naar het Zuiden, en per saldo gaat er netto niet veel doorheen. Desalniettemin heeft het ding zijn aanlegkosten in no time terugverdiend.)

De thoriumreactor
De PVV zeurt in Provinciale Staten iedereen de kop gek over de thoriumreactor. Windmolens zijn minaretten en zonnepanelen deugen ook niet, maar de thoriumreactor is het helemaal. Wat Van de Sanden van de thoriumreactor vond?
Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Thoriumreactor .

Experimentele thoriumreactor van Seaborg (“Waste Burner”)

Van de Sanden vond de thoriumreactor, althans de gesmolten zoutvariant ervan, op zich een goed ontwerp. Hij is inherent veilig (stopt vanzelf bij storingen), er is relatief veel thorium, je krijgt veel minder radioactief afval dat veel korter straalt, en je kunt er zelfs bestaand radioactief afval in ‘verbranden’ . Er hebben kleine prototypes gedraaid.
Maar, en dat is voor de een een voordeel en voor de ander een nadeel, het is veel moeilijker om er kernwapens mee te maken. Daarom is in de naoorlogse jaren de afslag naar thoriumcentrales gepasseerd ten gunste van uranium als grondstof. Dat is nu de standaard.
Als een land nu een thoriumcentrale zou willen ontwikkelen, kost dat decennia en heel veel geld. Op korte termijn lost het dus geen problemen op.
Bovendien kan een provincie er niets mee. Als je er al wat mee zou willen, is dat nationale of mogelijk zelfs Europese industriepolitiek.

Hiermee gaf van de Sanden een mening die ik zelf ook al had.

Volgorde van prioriteiten voor lagere overheden tav klimaat

Een advies voor de provincie en de gemeenten
In bovenstaande rangorde van verdienste staat energie-efficiency, isolatie en het gebruik van restwarmte bovenaan.

Het gebruik van restwarmte echter is een bij uitstek politiek vraagstuk. Want wie legt de warmtenetten aan en wie exploiteert ze?
De Eindhovense TU/e zelf heeft bijvoorbeeld een groot warmteoverschot en zou gemakkelijk een stuk omgeving kunnen verwarmen, maar de TU/e gaat echt zelf niet zo’n net aanleggen – als dat überhaupt al zou mogen. En ook de industrie mag niet zomaar van alles.
De nationale politiek zou eens kritisch naar de Warmtewet moeten kijken (zie De Warmtewet moet anders! of Het Brabantse warmteplan nader geanalyseerd  )

Voor de grootschalige uitrol van wind en zon is de betrokkenheid van de lagere overheden van essentieel belang. Dat zal veel gaan vragen!

De Fuelliance-droom van Brainport

Milieudefensie presenteert in Ebook gebundelde interviews met boeren

Van erf tot Erf – hoe wordt ons eten gemaakt?
Milieudefensie wil boer en consument dichter bij elkaar brengen. Laten zien hoe je eten wordt gemaakt. Zo zullen boeren en consumenten meer naast elkaar staan in plaats van tegenover elkaar. En dat is nodig want alleen samen kunnen we voor verandering zorgen. Daarom zijn ruim 100 vrijwilligers rond de jaarwisseling 2017-18 van erf tot erf langs gegaan bij boeren in het hele land. De gesprekken gingen over hoe de toekomst van boeren eruit ziet. En over hoe je gezond eten op een duurzame en eerlijke manier kan maken.
De veeteelt komt vaak negatief in het nieuws. De sector als geheel is te groot geworden voor Brabant. Afzonderlijke boeren echter hebben verhalen die je soms graag wilt horen.

De Genneper Hoeve in Eindhoven

Milieudefensie Eindhoven heeft met vier boeren gepraat. Leonhard en Bernard met Erik van de Ven en Tiny Schepens, beide varkenshouders in Eindhoven resp. Gerwen, en Dorry en Sanne met de biologische varkenshouderij De Blije Big in Eindhoven en de Genneper Hoeve, een gemengd bedrijf, ook in Eindhoven. Het waren zeer interessante gesprekken.

De interviews zijn samengebracht in een E-book. Dat is te vinden via https://milieudefensie.nl/actueel/van-erf-tot-erf-verhalenbundel-nu-online . Het is zeer de moeite waard om te lezen.

Mestongeval Makkinga leidt tot veroordeling bedrijf in hoger beroep

Wat er gebeurd is en het vonnis
Op 19 juni 2013 wilde het bedrijf Heeres Mix & pomptechniek uit Abbega een opdracht uitvoeren om in het Friese Makkinga een mestsilo, waarin nog rundermest aanwezig was, schoon te maken en om een kapotte mestmixer te vervangen. Het werd een drama.

De eerste werknemer van Heeres ging met adembescherming de silo in en raakte bedwelmd. De tweede werknemer, die aan de buitenkant op de ladder de wacht hield, ging daarop (zonder enige bescherming) ook de silo in en raakte ook bedwelmd. De veehouder zelf volgde en raakte ook bedwelmd, waarna een werknemer van het loonbedrijf dat de mest moest afvoeren hetzelfde lot onderging.
De twee werknemers van Heeres overleden, evenals de veehouder. De man van het andere loonbedrijf overleefde met blijvende schade.
De vader van de veehouder heeft nog (vergeefs) geprobeerd met een tractor met een hefvork erop de silo kapot te rammen. Pas de brandweer, met perslucht, kreeg met veel moeite een gat onderin de wand gezaagd waardoor de lichamen uit de silo gehaald konden worden.

De onuitroeibare neiging van mensen om andere mensen te helpen droeg hier bij aan een onbedoeld drama dat alleen maar verliezers kent.

Luchtmasker en compressor in Makkinga

Directeur Heeres van genoemde onderneming moest zich voor de rechter verantwoorden, eerst voor de Rechtbank in Zwolle en daarna voor het Gerechtshof in Leeuwarden. Hem werden overtredingen van de arbeidsomstandighedenwetgeving ten laste gelegd. Beide instanties kwamen tot dezelfde uitspraak: een ton boete, 240 uur werkstraf, en een jaar voorwaardelijk.

De uitspraak van het Gerechtshof is te vinden op https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2018:5635 .

Het vakblad de Boerderij schrijft veel over deze zaak. Wie het verhaal in gewone mensen-taal wil lezen, kan kijken op www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2018/6/Verdachte-ongeval-mestsilo-Makkinga-opnieuw-veroordeeld-299407E/ .

Mestgassen en spuiwater
Onbewerkte mest is gore zooi en per definitie levensgevaarlijk, tenzij je of heel goed uitkijkt of geluk hebt, zelfs in ruimtes die niet eens helemaal afgesloten zijn.
Vooral H2S (zwavelwaterstof) is een verraderlijke killer, en soms staat ook blauwzuur (waterstofcyanide, HCN) onder verdenking.
CO2 is zwaarder dan lucht en kan daarom in een besloten ruimte verstikkend werken.
Ammoniak (NH3) is ook heftig, maar als regel niet meteen dodelijk en lichter dan lucht, evenals methaan (dat niet erg toxisch is).
Alle gassen zijn uiterst brandbaar.

Eigenschappen van H2S en HCN

Rundermest is in zoverre extra gevaarlijk, omdat er na verloop van tijd een korst op komt. Daaronder verzamelen zich de gassen, die als een wolk vrij kunnen komen als bij bewerkingen de korst breekt.

Men komt in alternatieve kringen wel eens een soort mest en bodem – romantiek tegen. Misschien toch goed om vragen te stellen over de voorgeschiedenis van die mest.

Heeres beriep zich in het hoger beroep op het gegeven dat de mest in de silo aangezuurd was met spuiwater van een luchtwasser, dat hij dat niet wist, en dat als hij dat wel geweten had, hij de klus niet aangenomen had. De schuld lag dan ook, volgens hem, bij de veehouder. Deze uitspraak leidde tot heftige emoties.
Spuiwater van een chemische luchtwasser bevat als regel zwavelzuur (wat in overmaat toegevoegd wordt om maar zoveel mogelijk ammoniak te vangen), en het toevoegen van zwavelzuur aan mest kan inderdaad chemische evenwichten verschuiven, waardoor zure gassen als H2S en HCN omhoog kunnen wolken.
Het gerechtshof ging hier uiteindelijk, na raadpleging van enkele deskundigen, niet in mee. Heeres had een punt, maar dat punt werd niet zwaar genoeg bevonden. Ook zonder spuiwater was de mest al zo levensgevaarlijk, dat de klus niet op deze wijze uitgevoerd had mogen worden.

De Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV)
De OVV heeft naar aanleiding van het ongeval in Makkum een onderzoek verricht naar mestgassen (zie www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/1959/dodelijk-ongeval-in-mestsilo-te-makkinga/publicatie/1517/gevaren-mestgassen-onderschat ).

Aantal geregistreerde mestongevallen in Nederland

De OVV zegt dat het ongeval in Makkinga niet op zichzelf staat. Tussen 1980 en 2013 hebben zich in Nederland ten minste 35 ernstige ongevallen met mestgassen voorgedaan. Daarbij vielen 57 slachtoffers, waarvan 28 doden.
De OVV meent dat dit het topje van de ijsberg is, en dat veel ongevallen niet gemeld worden. Bijvoorbeeld niet, als er geen mensen overlijden of gewond raken, maar wel dieren.

De drie doden door H2S bij Reiling in Sterksel zijn hierin niet meegenomen, omdat het daar niet om mest ging, maar om waterzuiveringsslib.

Mogelijk berust de stijging in de laatste vijf jaar mede op een betere rapportage. Maar vast staat ook dat er in deze periode sprake is geweest van toenemende “bij-mixing”.

Letterlijk zegt de OVV:
Kennis en risicobesef
Mestongevallen vinden vooral plaats in besloten ruimten zoals een silo of tank (voor transport en uitrijden) en in stallen tijdens het mixen van de mest in de ondergelegen kelder. Het merendeel van de ongevallen ontstaat doordat er onvoldoende veiligheidsmaatregelen worden getroffen, zoals het gebruik van geschikte adembeschermingsapparatuur, het regelmatig mixen van de mest en het zorgen voor voldoende ventilatie. Het achterwege laten van veiligheidsmaatregelen bij het werken met mest komt naar het oordeel van de Raad vooral door het ontbreken van kennis en daardoor onderschatting van de gevaren. Een belangrijke oorzaak van het tekort aan kennis en risicobesef is dat de gevaren van mestgassen niet worden behandeld in agrarische opleidingen.

Risicoverhogende ontwikkelingen
De ontwikkelingen in de agrarische sector van de afgelopen decennia hebben de kans op ongevallen vergroot. Schaalvergroting, strengere milieuwetgeving en aanscherping van het mestbeleid hebben er toe geleid dat meer mest wordt geproduceerd, de mest gedurende langere tijd wordt opgeslagen en de mestopslagen afgesloten zijn. Verder worden in toenemende mate stoffen als spuiwater (een soort vloeibare kunstmest afkomstig uit luchtwasinstallaties) toegevoegd aan de mest, wat de vorming van mestgassen kan versterken. Hiermee zijn ook de risico’s groter geworden, wat te weinig aandacht heeft gekregen in de sector zelf en bij de overheid.”

De OVV signaleert dat de stallen, en de bijbehorende kelders en silo’s, steeds groter geworden zijn. Dat komt mede omdat de periode, waarin geen mest mag worden uitgereden, langer wordt en dat dus de mest langer bewaard moet worden. Er treden overschotten op en er moet vaker geroerd worden.
Vanwege het milieu zijn mestsilo’s steeds vaker afgedekt. De opkomst van emissie-arme roostervloeren maakt dat het boven die vloer beter is (hoewel ook dat mis kan gaan), maar dat het eronder dus slechter is.
De laatste jaren wordt er steeds meer bijgemengd bij de mest. Dit levert soms risico’s op.

De OVV zoekt de oplossing in scherpere regels en meer aandacht in het agrarisch onderwijs, zulks vooral te realiseren door de branche-organisaties.

Overzicht van gevaarlijke situaties

Waarom niet het probleem zelf aanpakken?
De beperking van het rapport van de OVV is dat er geen maatregelen aan de orde komen die de oorzaken van de gevaren aanpakken, maar alleen de omgang met de gevaren. De OVV en het Gerechtshof behandelen de vraag slechts als een ARBO-probleem.
Mij interesseert de vraag of dat, wat vanuit de ARBO-optiek logische maatregelen zijn, in lijn of in tegenspraak zijn met wat men vanuit de milieu- en klimaatproblematiek zou willen.

Er staat in elk geval minstens één deur wagenwijd open.
Aan de ARBO-onveiligheid ligt ten grondslag dat er teveel mest is, en dat die te lang bewaard moet worden. Dat komt weer omdat er teveel dieren zijn, en omdat daardoor de regels steeds strenger worden. Minder dieren is beter voor arbeidsveiligheid, milieu en klimaat.

Er wordt steeds meer bijgemixt o.a. omdat er steeds meer luchtwassers zijn (waaronder chemische), en omdat die standaard spuiwater produceren met ammoniumsulfaat en zwavelzuur. Beide mogen door de mest gemixt worden (de eerste omdat ammoniumsulfaat in technische zin als kunstmest geldt en de tweede omdat het niet verboden is – het gebeurt soms om de ammoniak die nog in de mest zit te neutraliseren, maar tegelijk kan dat zwavelzuur H2S en HCN vrijmaken).
Minder dieren leidt tot minder ammoniak leidt tot minder luchtwassers leidt tot minder spuiwater.
Met zou het chemische spuiwater als chemisch afval kunnen definieren.

Ik ben nog voorzichtig met een andere gedachte, namelijk dat het vergisten en hygieniseren van mest , behalve dat het gunstig is voor klimaat en milieu (dat staat op zich vast) ook voor de arbeidsveiligheid gunstig is. Ik denk dat dat zo is, maar daar staan nog vraagtekens bij.
De beste mestbewerking die ik met eigen ogen heb zien werken was die bij zuivelboerderij Den Eelder (zie Op werkbezoek bij zuivelboerderij Den Eelder ). Daar staan 550 volwassen koeien op stal (het is dus een hele grote boerderij). De stront wordt met een lopende band-schuif non-stop tussen de koeienpoten door in een put geschoven, vanwaar het in real time met een ondergrondse pijpleiding naar een flinke monovergister gaat, die elektriciteit levert en veel proceswarmte voor de zuivelverwerking en voor het hygieniseren van het digestaat (dat is wat uit de vergister komt).

De monovergister van Den Eelder.
(op de foto dhr. Gosselink van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij BOM)

De gevormde H2S-verontreiniging wordt als onderdeel van het proces afgevangen, de methaan wordt als doel van het proces opgevangen.
De combinatie van vergisten en (vooral) hygieniseren reduceert het aantal gramnegatieve bacterien (waaronder salmonellen, E.Coli en Q-koorts ) drastisch.
Pas vergiste mest (dat heet digestaat) is een stuk minder gevaarlijk als onvergiste mest.
Daar staat tegenover dat er leidingen en pompen zitten tussen de stal en de vergister, waar onbewerkte mest doorheen loopt. Verder is het mij niet duidelijk hoe het digestaat zich gedraagt als dat maanden zou moeten worden opgeslagen –  wat dus moet omdat er in totaal teveel mest is – gaan zich dan opnieuw gevaarlijke gassen vormen?

Mijns inziens liggen hier nog de nodige onderzoeksvragen.

Een rood sein voor Eindhoven Airport

Ook omwonenden van Eindhoven Airport hebben meegedaan aan de landelijke actiedag tegen de ongebreidelde groei van het vliegen. In zes plaatsen in Nederland (horend bij een nabijgelegen vliegveld) gingen samen duizenden mensen de straat op: Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Maastricht, Eelde en Zwolle (ivm Lelystad).
De actie was georganiseerd door Greenpeace en het LBBL (Landelijk Bewonersberaad Luchtvaart). Ons Eindhovense platform BVM2 is een van de oprichters van het LBBL.

In Eindhoven kwam men bijeen op het podium voor de Catharinakerk. Iedereen had zich rood uitgedost en Bernard Gerard had een indrukwekkend groot spandoek laten maken van 10 * 1,3 m . Het geheel werd door een Greenpeace-fotograaf vanuit de toren, op 25 m hoogte, vastgelegd (met dank aan de Catharinakerk dat dat mocht!).
Op de foto staan ruim 200 mensen.

Hagar Roijakkers (GrL) en Bernard Gerard, op de rug gezien

Naast het openingswoord en enkele praktische aanwijzingen werd er een kort woord gezegd door Klaas Kopinga namens BVM2, door Selçuk Akinci namens de BMF, door Jannie Visscher van de SP (de SP is ondersteunende organisatie van BVM2), en door Hagar Roijakkers van Groen Links (hierboven op de rug gezien naast Bernard Gerard die de megafoon vasthield).

Daarna werden er een stel foto’s gemaakt in een samenwerkingsregie tussen Willemieke Arts op de grond en het hogere wezen in de toren.

Toen was het afgelopen. Een echte flits-manifestatie!

Het landelijke actie-spandoek

Het persbericht van Greenpeace, met een overzicht van de acties in alle zes de steden, is Persbericht Greenpeace te vinden.

Natuurmonumenten in actie voor insecten

Onder de titel “alle beestjes helpen” onderneemt Natuurmonumenten een publiciteitsoffensief vanwege de ondergang van de insecten in Nederland. In 30 jaar verdween driekwart van die beestjes die, anders dan wel eens gedacht, ook vaak nuttig zijn.

Natuurmonumenten wil dat iedereen zoveel mogelijk stukjes groen in de eigen omgeving claimt voor de natuur, al is het in de eigen tuin of op het eigen balkon.

Je kunt een gratis Insectengids bestellen (met kans op een verblijf bij Landal Greenparks ter waarde van €350 ).

Uitleg en bestelling op www.natuurmonumenten.nl/gids .

 

SP haalt 303 zienswijzen tegen uitbreiding gaswinning in Waalwijk op

De actie in Waalwijk
De SP heeft als partij een achterstand in te halen op energiegebied en is daar nu mee begonnen. In Waalwijk bleek op 16 juni 2018 dat de SP mogelijkheden heeft die andere partijen niet hebben. Met een ploeg van zo’n 45 SP-ers werden er in Brabant zienswijzen tegen de uitbreiding van de gaswinning uitgedeeld en, waar mogelijk, ingevuld meegenomen.

De gaswinning in en ten zuiden van Waalwijk bestaat al sinds 1991. Het veld nadert bij de huidige wijze van exploitatie zijn einde. Exploitant Vermilion wil nog wat meer gas uit dit kleine veld persen nieuwe putten boren of bestaande uitbreiden, en wil gaan fracken.
Het hoofdbezwaar is dat Vermilion er in deze tijd überhaupt naar streeft om nog meer gas te winnen. Daarnaast verhoogt de uitbreiding de kansen op aardbevingen, lekkages etc. Dat de kans op geïnduceerde aardbevingen niet nul is, bleek bij een ander klein gasveld in Noord-Holland.

Voor een uitvoerig verhaal zie Vermillion mag van Wiebes gaan fracken in Waalwijk – en een aardbeving bij een ander klein gasveld . Ik had dat verhaal geschreven op basis van een gevoel van actualiteit. Een dag later bleek er in het Brabants Dagblad een verhaal over Waalwijk te staan,  en daarna kwam de actie snel.
Ik heb voor de (toen nog) aanstaande actie een concept geschreven voor de zienswijze, en voor een technische toelichting daarop. Zie Waalwijk Standaard zienswijze_16juni2018_defin

Uiteindelijk heeft onze grote ploeg 303 ingevulde zienswijzen opgehaald. Die gaan als pakket naar het Ministerie. Daarnaast zullen er ook nog wel een paar zienswijzen rechtstreeks opgestuurd gaan worden.

SP-Tweede Kamerleden Henk van Gerwen en Sandra Beckerman (woordvoerder energie), met de 303 ingevulde zienswijzen in de hand.

De SP zou een beter uitgewerkt energie-verhaal moeten hebben
Als laatkomer op dit gebied heeft de SP nog geen algemene greep op de materie. Er zijn losse episodes, zoals deze Waalwijkse wandeltocht en een eerdere demonstratie tegen de wrakke Belgische kerncentrales, maar er is geen algemeen verhaal dat bijvoorbeeld klimaatbewuste jongeren aanspreekt. Die zouden bijvoorbeeld graag willen weten of de Randstad in 2050 nog boven water ligt.

Wel heeft de SP een sterk verhaal over de energietransitie en de inkomensrechtvaardigheid. De facto is de energietransitie nu een financiele transfer van arm naar rijk, van mensen die veel betalen door hun tochtige huis en die geen zonnepanelen mogen of kunnen leggen, naar mensen met een grote bungalow die wel geld hebben en flink wat panelen kwijt kunnen.
De SP vindt, in navolging van Milieudefensie, geheel terecht dat de lusten en de lasten anders verdeeld moeten worden (zie Laagste inkomens de zak door kostentoedeling klimaatbeleid? ) . Dat betekent een inkomenstransfer van rijk naar arm. Die voorwaarde is noodzakelijk, maar op zich niet voldoende. Meel is een essentieel bestanddeel van brood, maar brood is meer dan alleen maar meel.
Er moet een ruimer verhaal komen.

Niet alleen dus over de vraag of er geld van rijk naar arm moet, maar ook hoe dat het beste kan. Als je bijvoorbeeld twee miljard per jaar zou hebben (het bedrag dat de regering met de verhuurdersheffing uit de volkshuisvesting haalt), wat zou je dan het beste kunnen doen? Uitgeven aan een individuele regeling als de salderingsregeling, waarvoor de noodzaak geleidelijk aan vermindert? Uitgeven aan opslagtechnieken? Teruggeven aan de woningbouwverenigingen met een verplichting het geld voor verduurzaming in te zetten? Uitgeven zoals Wiebes dat wil (dat verhaal kwam net uit tijdens onze Waalwijkwandeling)?
Ik ben er niet meteen uit. Ik zou eerst de kleine lettertjes van Wiebes wel eens willen lezen. En ik vind dat alle subsidies per definitie eindig zouden moeten zijn.

Zo ook hoe het technisch moet. Dat is geen detail, zoals sommige SP-ers wel eens denken, maar juist essentie. Er zwerven nogal wat politieke keuzes rond, bijvoorbeeld over waar er hoeveel windmolens moeten staan, of landbouwgrond plaats mag maken voor zonneparken, of je biomassa mag inboeken, en hoe het moet met hoogspanningstrajecten. Die keuzes zijn soms zeer vervelend.

Je ontkomt er als partij niet aan om een beeld te hebben wat je hiermee aan wilt, zodat (bijvoorbeeld) niet elke Provinciale Staten- of gemeenteraadsfractie apart het wiel moet uitvinden.

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard)
(Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

En een theorie over de beste organisatievorm. Grootschalig (mijn voorkeur, want simpelweg onontkoombaar), kleinschalig (wat politiek lief klinkt maar bijna niets opbrengt), of een iets grotere kleinschaligheid in de vorm van coöperaties? Privaateigendom? Participatieregelingen? Terug nationaliseren van de vroegere Nutsbedrijven? Zie Duurzame energie bottom-up of top-down organiseren? .

Er ligt nog heel wat denkwerk voor de SP.

Milieuvoorzieningen tegen de-icing vloeistof op Eindhoven Airport ontbraken volledig

Al eerder is in deze kolommen gesproken over een incident op 22 maart 2018, waarbij de-icing vloeistof, die gebruikt wordt om (civiele) vliegtuigen op Eindhoven Airport ijsvrij te maken en te houden, via het riool de beek Ekkersrijt inliep. Dat water kwam terecht in wat verderop de Grote Beek heet. Die loopt door de waterpartij in de Achtse Barrier en die werd volledig zuurstofloos. Alle vissen dood, grote stank.

Voor de voorgeschiedenis zie Openbaar Ministerie onderzoekt glycol-lozing vliegveld en Glycoldumping door Eindhoven Airport (en ander spul…) .

Verloop van de beek Ekkersrijt. Na het passeren van de waterpartij in de Achtse Barrier komt bij in de Grote Beek uit en die stroomt langs Blixembosch naar De Dommel.

Naar aanleiding van het incident  heeft de Eindhovense SP technische vragen gesteld aan het College van B&W. Niet over het incident zelf, want daar vindt strafrechterlijk onderzoek naar plaats, maar naar hoe eigenlijk de reguliere vergunning in elkaar zit. Op die vragen is op 7 juni 2018 antwoord gekomen (voor de volledige tekst zie Technische vragen van de SP-fractie over de lozing van de-icing vloeistof_antwoord juni 2018).
De belangrijkste elementen uit het antwoord:

  • De vergunning dateert van 2003 en zat toen bij de provincie. Op 1 oktober 2010 is de vergunning, grotendeels ongewijzigd, overgedragen (bij de WABO) aan de gemeente Eindhoven. Die is dus sinds 2010 bevoegd gezag voor de milieuaspecten van de grondoperaties van het civiele vliegen.
    Het Ministerie van I&W is bevoegd gezag voor de Defensie-activiteiten zit, maar hoe die vergunning precies in elkaar zit, wist de gemeente niet.
  • De provincie dacht indertijd dat het de-icen geen milieugevolgen zou hebben, en heeft daarom geen eisen gesteld aan de chemische samenstelling en aan het weglopen van de-icing vloeistof in het riool. Die eisen worden nog steeds niet gesteld.
    Het de-icen gebeurt op een betonnen platform, maar dat was er toch al.
    Vloeistoffen die niet met water mengen en op het water drijven (bijvoorbeeld gemorste kerosine) worden met een olieafscheider verwijderd. Maar de stoffen in de de-icing vloeistof lossen goed op in water (anders zouden ze niet werken), en daar doet deze afscheider helemaal niets tegen. De de-icing vloeistof kon dus ongehinderd in het riool lopen, en daarna in de Ekkersrijt.
  • Toen het leed in de Achtse Barrier zich voordeed, is er in haast gereageerd. Het uitgaande riool van het vliegveld is met een ballon dichtgeknepen en de Ekkersrijt is tijdelijk afgedamd, waarna het vervuilde water met vrachtwagens is afgevoerd.
  • Er wordt niet gemeld of de afsluiting van het uitgaande riool een blijvend karakter heeft, en evenmin of er bij deze afsluiting een opslagbekken hoort.
  • Door het incident loopt er nu een procedure voor een nieuwe aanvraag, waarbij op basis van de huidige inzichten door de Omgevingsdienst wordt beoordeeld of er aanvullende technische maatregelen nodig zijn. De tekst suggereert dat er (nog) geen aanvraag van het vliegveld ligt.
  • B&W geven geen eigen ambities mee aan de Omgevingsdienst in de geest van “Wij willen dat afvalwater gerecycled wordt” of “wij willen dat er nooit meer de-icing vloeistof  in de Ekkersrijt terecht komt” . De Omgevingsdienst moet het zelf maar uitzoeken en dat betekent dat B&W aan de ambtenaren een politieke taak opleggen.
  • Het incident had op basis van de Wet Milieubeheer gemeld meten worden.
Tijdelijke dam in de Ekkersrijt

De gang van zaken versterkt de al bestaande indruk, dat Eindhoven Airport zich niet als een normale onderneming aan normale milieuregels hoeft te houden.

Soortoverstijgende empathie – de jonge slechtvalk

De Catharinakerk in Eindhoven heeft twee torens van elk 73m hoog en op beide nestelen slechtvalken. Dat met enige menselijke ondersteuning, want eerst nestelden ze jaren achtereen op het gebouw van de Technische Dienst, tot dat gesloopt/gerenoveerd moest worden. Er moest wat en zodoende kwam de Catharinakerk in beeld, bij de slechtvalken al bekend als uitkijkpost. Het zijn trouwe kerkgangers.
Als je ze wil begluren, moet je naar http://eindhoven.peregrines.nl/ . Daar komen wat foto’s vandaan. Volgens deze site komt hij uit De Mortelen (het platteland tussen Eindhoven, Tilburg en Boxtel), en is zij een ongedocumenteerde Belgische immigrante. ’t Is wa.

Sinds er geen DDT meer gespoten wordt, is de slechtvalk met een opmars bezig. De grote stad is een ideale biotoop.

Nestkast van een slechtvalkpaar op de Catharinakerk

Geheel belangeloos was deze menselijke empathie niet (is hij trouwens wel vaker niet), want de slechtvalken houden de kauwtjes- en duivenpopulatie in toom. De Schreeuwjezus voert de duiven en de duiven voeren de slechtvalk, zodoende. En af en toe gaat er een afgekloven karkas over de rand.
Het dier discrimineert niet, want vreet alles wat vliegt. De legende wil dat hij/zij in duikvlucht een zwaluw uit de lucht kan plukken of een eend uit het water (dat zal dan wel niet in duikvlucht zijn). Wikipedia meldt dat men bij een afgerichte slechtvalk de snelheid heeft kunnen meten en dat die 389km/uur bedroeg (https://nl.wikipedia.org/wiki/Slechtvalk ) .
Maar stadskauwtjes en stadsduiven zijn eenvoudiger, dus waarom aan een zwaluw beginnen?

Eieren van een slechtvalk (Catharinakerk 2018)

Van die nestkasjes kwamen kinderen en de broedzorg is roerend, behalve vanuit het perspectief van de duif.

Jonge slechtvalk uit het nest op de Catharinakerk. Foto ter beschikking gesteld door Laurens Mulkens, koster van de Catharinakerk .

Zo’n kind kon al goed genoeg vliegen om niet vanaf 73m dood neer te vallen, maar nog niet goed genoeg om vanaf de grond weer op te stijgen.  Dus stapte het beest op een dag in het voorjaar van 2018 plompverloren de Rambam binnen, waarop publiek en personeel in deze spijkerbroekenwinkel ijlings het hazenpad kozen. Mogelijk ook in paniek (dat vermeldt het verhaal niet) stiefelde het dier op zijn grote platvoeten twee winkels verderop naar binnen, waar de inmiddels gealarmeerde vogelaar hem/haar kon vangen.

Die zette het dier ergens hoog op een rand van de toren, waarop het duikend vaart kon maken en weer terug kon keren op het nest. Mogelijk leeft het nog lang en gelukkig.

Circulair cement?

Inleiding
De fabricage van cement is goed voor ca 5% van de mondiaal geloosde CO2 – uitstoot. Alle reden om te kijken of dat niet minder kan. In Nederland wordt daar al veel aan gedaan en daardoor loost de Nederlandse betonfabricage in verhouding minder (ca 1,6% van de Nederlandse CO2 -lozing). Dat is echter nog steeds veel.

De betonwereld is daar al lang bezig. In 2014 kwam er een studie uit van CE met de boodschap, dat het tot 2020 30% minder kon. Zie https://mvonederland.nl/publicatie/onderzoek-ce-delft-betonketen-kan-tot-30-procent-besparen-op-co2-uitstoot-2020 . Er kon van alles, maar er was nog een lange weg te gaan. De relatieve CO2 – lozing is al een eind gedaald.

BPMN, een van de grootste betonindustrieën in het Belgische Malonne (eigen foto bedrijf, Wikipedia)

Dat cement echt circulair kan worden ligt niet voor de hand. Je maakt cement door kalksteen te branden of een mengsel van kalksteen net kleiachtige toeslagstoffen. Daarvoor moet de oven heel heet worden (wat op zich al veel CO2 loost) en splitst de kalksteen een heleboel CO2 af, waardoor je ongebluste kalk krijgt of een mengsel waar ongebluste kalk in zit. Aan dat primaire proces zelf is niet wat te doen.
De cement wordt gemengd met zand en grind en eventueel andere stoffen (bijv. vliegas), en met (als het goed is) de juiste hoeveelheid water. Het water reageert heftig met de ongebluste kalk en er ontstaat een mix van calciumhydroxide (‘gebluste kalk’), vaak een flink restant ongebluste kalk (de hoeveelheid water klopte dan niet) en toeslagstoffen. Dat geheel heet beton.

Ouderwetse betonrecycling betekent lomp maalwerk en de korrels als fundering gebruiken, bijvoorbeeld voor wegen. Waarna voor nieuwe toepassingen weer geheel nieuw beton aangemaakt moet worden. Zonde van de CO2.

Koos Schenk uit Oss probeert al jaren betonrecyclingstechnieken te ontwikkelen. Zijn SmartCrusher kreeg in 2014 de Wereldprijs van de ASN-bank. Dat leverde 10 mille op voor doorontwikkeling. Het artikel in BouwWereld, waar dat in staat, geeft eigenlijk al een goed inzicht in de essentie van het idee. Zie www.bouwwereld.nl/nieuws/oud-beton-slim-hergebruiken/ .
De TU/e bewees dat het ontwerp van Schenk werkte.
Aan de basis ligt de observatie van Schenk dat er als regel in beton meer cement gebruikt wordt (of minder water toegepast) dan nodig.

De recente presentatie: PR of echt waar?
Nadien heeft Schenk partners gevonden in, of zijn uitvinding verkocht aan, twee ondernemingen, New Horizon Urban Mining en de Rutte Groep, een wegenbouwer. Die kwamen er op 5 juni 2018 op de Provada mee voor de dag, begeleid door een behoorlijk ronkende PR-campagne “Nederlandse primeur: circulair cement schudt de betonsector op” (Trouw) of “Nieuwe betonvreter is de ‘heilige graal’”(NRC – www.nrc.nl/nieuws/2018/06/05/deze-betonkneuzer-is-de-heilige-graal-in-de-bouw-a1605490 ). Het ding heet de “New Liberator”.
Ongeacht de waarde van de bewering, weet men in elk geval een pakkende naam te verzinnen.
Maar gegeven het rauwe productieproces van nieuwe cement leek het me sterk dat het echt “circulair” was. Is de circulair-claim nou waar, half waar of niet waar? Ik wilde het wel eens uitzoeken.

Half waar
Nu ben ik zeker geen betondeskundige, maar de basisbeginselen zijn niet zo moeilijk en met een wat achtergrondkennis van de chemie kom je al gauw een heel eind.

De Smart Liberator (foto Rutte Groep)

Het NRC-artikel is goed en het artikel in BouwWereld van 2014 ook.
Oude puinbrekers breken lomp. Met grof geweld maalt men alles middendoor, tot en met de kiezelstenen –  wat nergens voor nodig is. Daardoor krijg je gemengde brokken waar je eigenlijk niets anders meer mee kunt als onder wegen stoppen.
De essentie van het proces is dat de Smart Crusher echt smart crusht. Subtiel zogezegd. Hij herkauwt als het ware als een koe, om het onnavolgbare PR-proza te blijven gebruiken.
Daardoor komen het grind, het zand, de wel-uitgeharde en de niet-uitgeharde fracties er gescheiden uit. De gescheiden niet-uitgeharde cement (Freement” gedoopt) kan gewoon weer als cement gebruikt worden in toepassingen waar het niet erg kritisch komt (putten en zo) en tot 30% in constructiebeton.

Al met al vind ik, dat het woord “circulair” niet op zijn plaats is. Het proces is niet cyclisch.
Maar het proces spaart wel flink CO2, op drie manieren:

  • De ongebruikte cement wordt alsnog gebruikt en hoeft niet nieuwe gemaakt te worden. Dat spaart een deel van het CO2-uitbrakende primaire proces uit
  • De wel-uitgeharde cement moet terug het primaire proces in, maar bevat geen of weinig CO2 en daardoor komt er alleen de CO2 van de ovenbrandstof vrij
  • Het maalproces is minder lomp (men maalt niet overbodig kiezelstenen middendoor) , en dat zal wel minder energie kosten.
Het eindproduct (foto Urban Mining)

Per saldo is het oordeel dat de fraaie PR (die eigenlijk een prijs in eigen recht zou moeten krijgen) maar half waar is, maar dat de helft die waar is een grote verbetering is.