Zielige eiken langs de Fransebaan en archaische stadsdistributie in Eindhoven

Milieudefensie kreeg een klacht van een huishouden in de Eindhovense wijk Achtse Barrier, waarvan de achtertuin aan de Fransebaan ligt. Ze hebben pech, want hun woning ligt precies op een plek waar de vrachtauto’s, die de naburige Jumbovestiging bevoorraden, allerlei kerende manoeuvres maken.
Ik heb de situatie voor Milieudefensie geïnspecteerd en geconcludeerd dat er een concreet verkeerskundig probleem is (dat eenvoudig oplosbaar is) en een algemeen politiek probleem dat ook oplosbaar is, maar wat wel meer vraagt.
Ik heb namens Milieudefensie een brief gecomponeerd aan de Jumbo en een brief aan het College van B&W. Die aan B&W druk ik hieronder af. Die aan de Jumbo is grofweg dezelfde, maar heeft een wat beperktere algemene vraagstelling (zie Bevoorrading Jumbo Fransebaan-klachten Rousillonhof-brief Jumbo)

Jumbovestiging Fransebaan met vrachtauto

Aan het College van B&W van
Eindhoven                                                          08 mei 2017

Geacht College

De Vereniging Milieudefensie vraagt uw aandacht voor de verkeersproblemen, die optreden bij de bevoorrading van het Jumbo-filiaal aan de Fransebaan in de Achtse Barrier (onderaan onderstaande linkse plattegrond, de rechtse is een vergroting)

Kaartje van het gebied

Dit filiaal wordt bevoorraad met grote vrachtauto’s met een dieselmotor.

Veel Jumbo-chauffeurs (een enkele slimmerik uitgezonderd) adresseren het filiaal via de Artoisstraat en komen dan tot de ontdekking dat het niet mogelijk is met een grote vrachtauto op deze wijze bij het filiaal voor anker te gaan. Mogelijk aangevuurd door hun TomTom rijden zij het onheil tegemoet.

Er rest hen dan niets anders dan rechtsaf te gaan, in Noordelijke richting, op zoek naar een plek waar zij kunnen keren om diezelfde Fransebaan af te rijden in Zuidelijke richting, om alsnog bij het filiaal te komen. Die gelegenheid menen de chauffeurs te zien bij de volgende doorsteek door de middenberm ter hoogte van de Besanconlaan (zie detailtekening).
Nu is de Fransebaan een wijkontsluitingsweg, maar niet overdreven breed, met een middenberm die nog veel minder breed is. De Jumbo-chauffeurs voeren daar met hun lange vrachtauto’s ingewikkelde meervoudige balletbewegingen uit om op deze plaats, die zich daar niet voor leent, toch te keren.

Precies naast deze balletlocatie ligt de achtertuin van meneer Van Klinken en mevrouw Snelleman, met als adres Rousillonhof 31. De Jumbo-diesels blazen bij hun inspanningen wolken uitlaatgassen in Oostelijke richting, via enkele zomereiken die daar staan, de tuin van de familie Van Klinken-Snelleman in. Dit heeft zichtbare gevolgen.

De rij zomereiken langs de Fransebaan doet het prima, behalve twee eiken op de balletlocatie. Deze kampen met een ernstige ontwikkelingsachterstand. Het zielige eikje iets rechts van het midden heeft men als vervanging moeten aanplanten (links de doorsteek naar de Besanconlaan, rechts het adres Rousillonhof 31).

De zomereiken ter hoogte van Rousillonhof 31

Ook de raamkozijnen aan de achterkant van de familie Van Klinken-Snelleman ogen enige shades of grey donkerder dan die van de buren, maar dit valt op een foto moeilijk weer te geven.
Het moge duidelijk zijn dat het verblijf van genoemde families in hun achtertuin niet aangenaam is als de Jumbo-vrachtauto’s met hun balletmanoeuvres bezig zijn.

Mevrouw Snelleman heeft al eens contact gezocht met de beheerder van het filiaal, maar dat resulteerde in de reactie “ik zal het doorgeven” waarna er niets veranderde.
Dit terwijl zij aangaf dat het probleem volledig overbodig was, omdat de chauffeurs hun doel veel makkelijker zouden kunnen bereiken door via de Roubaix- of de Rijsellaan de Fransebaan te adresseren. Dat maakt allerlei ingewikkelde keer-balletten overbodig en resulteert totaliter in minder en in beter verdeelde dieselemissies in deze woonwijk.

De situatie leidt onze Vereniging Milieudefensie tot een concrete en een meer algemene vraag.

De concrete vraag is of u uw College een verkeersbesluit wil nemen, waardoor het Jumbo-filiaal aan de Fransebaan niet meer bevoorraad kan worden via de Artoislaan, maar (liefst) via de Roubaixlaan of anders de Rijssellaan. Een dergelijk verkeersbesluit zou misschien de sirenenzang van de TomTom richting de Artoislaan kunnen doen verstommen.

Dit concrete probleem in de Achtse Barrier geeft Milieudefensie een kapstok om twee meer algemene vragen te stellen, die betrekking hebben op hoe er in stedelijk Eindhovens gebied duurzame vormen van goederendistributie gerealiseerd kunnen worden. Met dit onderwerp houdt Milieudefensie zich al langer bezig.

Er zijn in Nederland legio initiatieven om op een vernieuwende wijze tegen stedelijke distributie aan te kijken.

  • De hogescholen van Amsterdam en Rotterdam zijn een onderzoek begonnen naar de inzet van lichte elektrische vrachtvoertuigen (Logistiek 15 sept 2016);
  • verschillende steden hebben een Milieuzone tegen diesel-vrachtauto’s;
  • sinds 2014 hebben we een Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (waaraan Eindhoven, bij ons weten, nog steeds niet deelneemt);
  • er is een studie van CE Delft “De omvang van de stadslogistiek, juli 2016”;
  • de LIDL gaat elektrische bevoorraden;
  • Heineken heeft een knalrode “groene” vrachtauto rondrijden;
  • sinds vorig jaar bestaat het City hubs-netwerk.
  • Enz enz.
    de groenste vrachtauto van Heineken

    De gemeente Eindhoven heeft ooit enige interesse in deze problematiek getoond in de Raadsinformatiebrief “Beter Benutten vervolg” dd 30 maart 2015, waarin onder het kopje “Goederenvervoer” gemeld wordt dat “met stakeholders naar vernieuwende en financieel haalbare logistieke concepten gezocht zal worden” en dat “een dergelijke aanpak aansluit bij de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek”. Daarna echter is het oorverdovend stil gebleven. De website van de gemeente Eindhoven geeft op een aantal zoektermen, die met het onderwerp te maken hebben, geen enkele treffer. Voorwaar een anti-innovatieve houding!

Onlangs is in het kader van de Topsector Logistiek de studie uitgebracht “Gebruikers en inzet van bestelauto’s in Nederland” (CE Delft, TNO, Buck ea, zie www.ce.nl/publicatie/gebruikers_en_inzet_van_bestelauto%E2%80%99s_in_nederland/1927 ). Daaruit blijkt dat bestelauto’s tot op hoogbejaarde leeftijd doorrijden en daarbij onevenredig veel fijn stof lozen (bestelauto’s zijn in en buiten de stad samen goed voor 8% van de gereden kilometers, voor 14% van de CO2-uitstoot en voor 39% van de geëmitteerde fijn stof).

Lozingscijfers binnen de stad (CE Delft TNO Buck ea april 2017)

Milieudefensie, daarin gesteund door een initiatiefvoorstel van Groen Links, heeft al vaker voorgesteld om de Eindhovense milieuzone aan te scherpen, o.a. door hem ook voor bestelauto’s te laten gelden. De ervaring in den lande wijst uit, dat dit een versnellend effect heeft op de modernisering van het wagenpark en de emissie van met name roet.

Resumerend dus twee vragen:

Waarom mogen er in stedelijk gebied voor het goederenvervoer nog fossiele brandstof-verslindende en vergif uitbrakende grote dieselbakbeesten rondrijden, en waarom wordt er niet gedistribueerd met kleinere elektrische vrachtvoertuigen?

Wil uw College opnieuw nadenken over het eerder afgewezen voorstel van Milieudefensie (en Groen Links) om de Eindhovense milieuzone uit te breiden met oude bestelauto’s?

Met vriendelijke groeten

Namens Milieudefensie Eindhoven

Bernard Gerard, secretaris
040-2454879
bjmgerard@gmail.com
www.bjmgerard.nl

Verslag studiemiddag TGE over de nieuwe Wet Natuurbescherming

Molenheide in het natuurgebied Leenderbos

Het Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) heeft op 20 april 2017 in de Eindhovense raadzaal een voorlichtingsmiddag georganiseerd over de nieuwe Wet Natuurbescherming. Dat trok de aandacht van ca 120 mensen, hoofdzakelijk natuurmensen uit Eindhoven.
Sprekers waren Sander Hunink (ecologisch adviesbureau Ecologica) en Arjan Ooms (ecologisch MUS (Met U Stadsnatuur)).

Mijn vriend en medebestuurslid van Milieudefensie Eindhoven, Leonhard Schrofer, heeft er een verslag van gemaakt. Ik vind dat interessant genoeg om hier te plaatsen.

– – – – –

Natuurreservaten in het Leenderbos

Inleiding Sander Hunink (ecologisch adviesbureau Ecologica) over de Wet Natuurbescherming

De nieuwe Wet Natuurbescherming vervangt met ingang van 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet, Flora- en Faunawet en Boswet. Het Rijk heeft nog wel bevoegdheden, maar de provinciale besturen hebben nu de leiding gekregen. Dit betekent dat er nu maar liefst 13 bevoegde gezagen zijn, die afhankelijk van de politieke kleur geheel verschillend ingevuld gaat worden. Bij het Rijk heet dit: ‘Samen natuur versterken’.

De nieuwe wet kent twee soorten van bescherming:

  1. Actieve soortenbescherming. In ons geval kan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant verplichtingen opleggen en is verantwoordelijk voor de uitvoering.
  • De provincie Noord-Brabant heeft de taak een ‘natuurvisie’ op te stellen. Deze is nog niet gereed, waardoor er op dit moment geen sprake is van een effectieve bescherming.
  • Binnen een natuurvisie is ruimte voor een programmatische aanpak en kunnen ontheffingen voor tijdelijke natuur verleend worden.
  • De natuurvisie moet in 2017 gereed en vastgesteld zijn.2. Passieve soortenbescherming. Bescherming door verbodsartikelen in de wetgeving. De initiatiefnemer is hier verantwoordelijk.
  • Ten opzichte van de Flora- en Faunawet zijn er soorten en groepen dieren en planten uitgevallen of minder zwaar beschermd geworden.
  • Één gehanteerde definitie voor voortplantingsplaats en rustplaats. Fourageergebieden zijn niet meer beschermd.
  • In het vogelbroedseizoen blijven alle vogels wettelijk beschermd.
  • Twee typen beleid:
    • ‘Letter’ van de wet: De fysieke aantasting van de verblijfplaats is uitgangspunt bij een overtreding.
    • ‘Geest’ van de wet: Verlies van functies in een leefgebied is uitgangspunt bij een overtreding.

Dit dient in de natuurvisie uitgewerkt te worden.

De nieuwe Wet Natuurbescherming:

  • dient juridisch ‘navolgbaar’ te zijn.
  • is een mix van juridische en ecologische interpretaties.
  • kent veel kinderziekten.
  • is lastig voor burger en ondernemer uit te leggen.

Waar moet het naar toe?

  • Vergroot het draagvlak. Dit is op dit moment te ‘smal’.
  • Verbindt geïsoleerde natuurgebieden weer met elkaar.
  • Verlicht regeldruk.
    • Tijdig rekening houden met de Wet Natuurbescherming. Doorlooptijden in verband met vereiste onderzoeken neemt veel tijd.
  • Bouw ‘natuurinclusief’. Het is beter en veel goedkoper rechtstreeks te investeren in natuur dan dure onderzoeken uit te laten voeren. Natuur-
    inclusieve soortenbescherming en actieve handhaving hand in hand laten gaan. De gemeente Den Haag is al hier heel actief mee aan de slag gegaan.
  • Generieke aanpak natuur. Regel als gemeente met ondernemers een
    ontheffing voor grotere gebieden waar de komende 10 jaar veel te veranderen staat op het gebied van nieuwbouw en renovatie.
  • Handel in de geest van de Wet Natuurbescherming.
  • Stel natuurwaardenkaarten op.

Het rapport ‘Meer natuur minder knel; Met de Wet Natuurbescherming naar actief natuurherstel’ van Kees Bastmeijer en Arnold van Kreveld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken uitgevoerd geeft aan waar het voor het Rijk naar toe moet.

https://www.landschappen.nl/Uploaded_files/Zelf/meernatuurminderknel.dedcdf.pdf

Het Natuur Netwerk Nederland staat los van de Wet Natuurbescherming. De provincie Noord-Brabant is één van de zeer weinige provincies die voltooiing van het complete Natuur Netwerk Nederland nastreeft.

 

Conclusies:

De verwarring bij burgers en ondernemers is nu maximaal door:

  • Overdracht bevoegdheden van Rijk naar provincie.
  • Ontbreken vastgestelde natuurvisie bij de provincie Noord-Brabant.
  • Het ontbreken van voldoende draagvlak; lees motivatie.

 De politieke partijen in de Provinciale Staten van Noord-Brabant zijn nu aan zet!

Gierzwaluw

Inleiding Arjan Ooms (ecologisch MUS (Met U Stadsnatuur)) over stadsnatuur in Eindhoven

MUS combineert ‘natuur’ op professionele wijze met ‘duurzaam’, ‘samen’ en ‘creatief’. MUS realiseert natuurprojecten met bewoners in de wijk en voert deze mooi vormgegeven uit.

Doelgroepen zijn vogels en vleermuizen in de stad Eindhoven.

De sleutel tot succes ligt bij het creëren van draagvlak bij de bewoners.

MUS werkt samen met wijkbewoners, gemeente, scholen, provincie, woningbouwcorporaties, bouwers, renoveerders en veel vrijwilligersorganisaties.

Projecten zijn uitgevoerd in het Vonderkwartier, Augustijnenkwartier, Schrijversbuurt, Palingstraat, Lievendal, Genderdal, Woenselse Heide en dergelijke.

Als Willem Barendtsz dat nog had mogen meemaken…

Willem Barendtsz wilde noordelijk langs Azie varen, wat hem vanwege het ijs niet lukte, en hij strandde in september 1596 op Nova Zembla, waar hij de winter doorgekampeerd heeft in het Behouden Huys. Een nationale legende.

Nu ziet het ijs er zo uit (het plaatje komt uit The Economist van 1 mei 2017, maar die heeft het ook weer ergens anders vandaan). Nova Zembla ligt iets boven de M van Moermansk.

De omvang van het arctische zeeijs in 2016

Het rapport “Snow, Water, Ice, Permafrost in the Arctic” (SWIPA) van de Arctic Council schat nu in dat het permanente ijs in 2040 weg is. de schatting tot dan toe was 2070.

‘s Zomers kun je dus nu wat Willem Barendtsz niet kon, namelijk ijsvrij varen. Rotterdam-Yokohama zou negen dagen korter duren als om de Zuid.

De ijsvrije zeeroute langs de Noord

Tenminste, op papier want in werkelijkheid is het nog steeds link vanwege de stormen, de ijsbergen, en het ontbreken van enige vorm van havenfaciliteiten op het grootste deel van de tocht. Op tijd leveren is nog steeds een probleem en dat is misschien maar goed ook.

Een milieuongeluk wordt dus per definitie een milieuramp, want hoe wil men in een dergelijk gebied stookolie opruimen?
De International Maritime Organisation doet pogingen gedaan (schrijft The Economist) om tot een gedragscode te komen, de Polar Code – geen afval overboord, geen olietanks spoelen en dan de plomp is, en een ban op zware stookolie zoals die nu in Antarctica bestaat, aan de andere kant van de wereld. het schijnt allemaal nog niet heel hard te open.

Laagste inkomens de zak door kostentoedeling klimaatbeleid?

Inleiding
Het is een belangrijke vraag die Milieudefensie op tafel gelegd heeft: hoe rechtvaardig is het klimaatbeleid en wat zijn de inkomenseffecten op verschillende typen huishoudens? Die vraag bepaalt rechtstreeks hoe het armoedige deel van de Nederlandse bevolking om zal gaan met het klimaatbeleid. Doe het verkeerd en de PVV staat likkebaardend klaar.

Milieudefensie heeft de vraag neergelegd bij CE Delft en dat gerenommeerde instituut heeft in maart 2017 het rapport uitgebracht “Rechtvaardigheid en inkomenseffecten van het klimaatbeleid”. Het is te vinden op www.ce.nl/publicatie/rechtvaardigheid_en_inkomenseffecten_van_het_klimaatbeleid/1930 . Maar (ik durf het bijna niet te zeggen), ik vind het een rapport met gebreken. Niet zozeer om wat er in staat als wel om wat er niet in staat.
Dit is de formele onderzoeksvraag:

Ik lees echter alleen maar een verhaal over de toedeling van de kosten en niet over de toedeling van de baten. Het is dus maar een half verhaal, of ik snap het verkeerd.
Het vraagteken in  de titel staat er niet voor niets.

De aannames
Een dergelijk rapport kan niet bestaan zonder een heleboel aannames, teveel om hier allemaal op te schrijven. Een paar:

  • Het klimaatbeleid wordt geacht begonnen te zijn in 1990
  • “huidig” = 2015
  • De systematiek van het huidige klimaatbeleid verandert niet
  • Kosten die het bedrijfsleven maakt worden doorberekend aan de bevolking
  • Kosten bestaan uit heffingen en kosten van maatregelen (als isolatie of zonnepanelen)
  • Als heffingen worden meegenomen de energiebelasting (een algemeen dekkingsmiddel), de ODE (de Opslag  waaruit de Duurzame Energie betaald wordt), de brandstofaccijnzen, en de BTW over dit alles.
    Het ETS telt nu niet mee (want stelt niks voor), maar de koolstofprijs wordt (langs welk mechanisme dan ook)  €500 per ton in 2050.
    De energiebelasting voor grootverbruikers is 0 en blijft 0 .
  • De range in het besteedbaar inkomen (‘netto’) wordt in 10 gelijke stappen verdeeld. Soms worden de effecten op de 10-80-10% zichtbaar gemaakt (laag-midden-hoog), soms op de een na laagste en een na hoogste inkomensgroep.
  • Het besteedbaar inkomen van de laagste groep is €7358/y; midden €31797; top €87994
  • De studie geeft een interessante en goed leesbare beschouwing over het complexe begrip ‘rechtvaardigheid’, maar operationaliseert dat uiteindelijk tot het ‘draagkrachtbeginsel’ en het ‘de vervuiler betaalt’ beginsel. Het eerste beginsel leidt tot de grote verschillen waarover ik schrijf, het tweede leidt niet tot grote verschillen.

Het huidige kostenplaatje en afwezig batenplaatje
Dat alles maakt dat het huidige klimaatbeleid 5,155 miljard per jaar kost, verdeeld over 1,261 miljard maatregelen en 3,894 miljard heffingen.

De fysieke consumptie van deze drie groepen ziet er als volgt uit (A= een na laagste en B = een na hoogste 10%):

De fysieke consumptie van huishoudens

Na enig rekenwerk levert dit het volgende kostenplaatje (huishoudelijke producten staat er niet bij want daarvoor bestaat geen klimaatbeleid – is dat trouwens helemaal waar? A en A+-koelkasten en zo?):

Kosten van het klimaatbeleid voor drie categorieën huishoudens

Gecombineerd met de bijbehorende inkomens betekent dat, dat in 2015 de hoogste categorie 1,5% van zijn inkomen kwijt was aan het klimaatbeleid, de middengroep 2,0%, en de laagste groep 5,1%.

CE Delft geeft ook het plaatje voor voorbeeldinkomens uit de een na laagste (hieronder ‘laag’) en een na hoogste categorie (‘hoog’), uitge-
splitst naar gezinstypen. Dat geeft:

Kosten van het klimaatbeleid voor een zestal voorbeeldhuishoudens

Tegenover die kosten staan echter ook baten. Woningbouwverenigingen hebben  in 2015 ook geïsoleerd en op koophuizen zijn zonnepanelen geplaatst. Dat brengt ook op. In bovenstaand plaatje zouden dus ook onder de as blokjes moeten staan.
Het zou best kunnen dat ook daar een inkomenseffect in zit. Helmond
bijvoorbeeld heeft veel lage inkomens en huurhuizen en plaatst nauwelijks zonnepanelen, Nuenen met het omgekeerde plaatst er veel. Nu ligt dat ook aan het achterlijke Helmondse energiebeleid en de goede Nuenense energiecoöperatie, maar daar ligt het niet alleen aan. (Zie ook www.bjmgerard.nl/?p=2231 ).
Je kunt op dit gebied wel van alles fantaseren, maar CE Delft geeft geen antwoord op de inkomensverdeling aan de batenkant.

Toch is inzicht in de batenkant essentieel voor de acceptatie van het beleid.

Als voorbeeld Woonbedrijf en Thuis
De Eindhovense woningbouwverenigingen Woonbedrijf (32000 woningen) en Thuis (11000 woningen) gaan als proef aan 900 huurders zes zonnepanelen aanbieden.
Dat kost de huurders jaarlijks in directe zin €152 in de servicekosten en indirect een onzichtbaar toegerekend deel van de eventuele subsidieverlening door het Rijk aan de SWS. Deze kosten zitten in het CE Delft-plaatje als ‘maatregelen’ en eventueel als ‘heffing’
Dat levert de huurders volgens de berichten (Eindhovens Dagblad 24febr2017) jaarlijks ongeveer 1300kWh/y op, momenteel goed voor €270/y (moeten de omstandigheden wel ideaal zijn). 1300kWh is zo’n 40% van het gemiddelde huishoudelijk stroomverbruik.
Omdat deze opbrengst voor een belangrijk deel uit niet-betaalde energiebelasting bestaat, komt een deel van de opbrengst ook ten rekening van ‘heffingen’, in dit geval ten gunste van de bevolking (krijgt een hef-
fing terug). Een ander deel van de opbrengst is echter reële productie en besparing.

Als je dit goed zou willen doen, zou je het eigenlijk niet op basis van individuele transactie moeten doen, maar op basis van collectieve organisatie, zodat ook huurders die toevallig op het oosten of westen uitkijken of die in een appartement wonen, er baat bij hebben. Maar dan zou de woningbouwvereniging (aldus in het ED) energieleverancier worden en daar zitten nogal wat haken en ogen aan (zeggen ze zelf).

Het kostenplaatje in de toekomst
Onder weglating van heel veel mitsen en maren geef ik de CE-plaatjes voor de 10-80-10% verdeling in 2030 en 2050:

Ontwikkeling in de relatieve kosten van het klimaatbeleid

Politieke bijstellingen van het beleid
CE Delft geeft aan dat ongewijzigd beleid leidt tot inkomenseffecten die voor met name de laagste inkomens onaanvaardbaar zijn. Ook als men rekening houdt met de onzekerheden en met de ontbrekende batenkant in het verhaal, blijft mijns inziens deze eindconclusie waar.

CE Delft doet (blz 45) een aantal aanbevelingen die ik kortheidshalve jat. Ik hoop dat de politiek er iets mee doet.

Aanbevelingen van CE Delft

Een energiegesprek op de Kempervennen

We hebben met Milieudefensie een tijd geleden aandacht besteed aan Montana Snowcenter en zijn buurman, de Kempervennen van Center Parcs Europe.

Eerste aanleiding was het bericht in de krant dat Montana zijn dak
prijzenswaardig vol gelegd had met heel veel zonnepanelen, waardoor de exploitant zijn fossiele energiegebruik kon halveren. Maar dat was nog steeds heel hoog, want je kunt daar zelfs in juli en augustus skiën en je kon je afvragen hoe duurzaam je een dergelijke onderneming moet noemen. In juli en augustus sluiten zou ook een duurzame maatregel zijn. De ijsbaan is ook niet het hele jaar open. Maar goed. Zie Is Montana Snowcenter duurzaam?

Montana Snowcenter op het Kempervennenterrein in Westerhoven (Bergeijk)

Daarna was de vraag of al die afvalwarmte niet bij buurman Kempervennen nuttig gebruikt kon worden. Daar staan heel veel huisjes en een groot centraal gebouw en 1+1=2. We hebben dit in een Open Brief voorgesteld ( Milieudefensie in Open Brief aan Kempervennen: maak een warmteplan! en Welwillend, maar afhoudend antwoord), beetje prikactie, waarna de eerste mail over en weer ging en we op onze tweede mail uitgenodigd werden voor een gesprek op het park. Prima idee.

We zaten er van hun kant met directeur Inge Zwaagman van de Kempervennen en Wilbert Hermans, de landelijke energiemanager van Center Parcs, en van onze kant met Tom Edelbroek en ondergetekende van ons Eindhovense Milieudefensiebestuur, en Evert Hassink van Milieudefensie landelijk (want de strekking van het verhaal reikt verder dan dit ene park).
Het was een verhelderend en aangenaam gesprek. Zo kom je nog eens ergens met je boodschap, waar je anders niet geweest zou zijn.
Wat punten eruit.

  • Montana Snowcenter en de Kempervennen zijn autonome ondernemingen die niet wat over elkaar te vertellen hebben, maar soms samenwerken.
  • Onze inschattingen als Milieudefensie over de mogelijke opbrengst van Montana voor de buurman was te optimistisch, o.a. omdat Montana al een  flink deel van de restwarmte in eigen huis gebruikte.
  • Montana en het centrumgebouw van Kempervennen liggen ongeveer 1,2km uit elkaar en een leiding kost fors per strekkende meter.
    De ene levert vooral warmte als de ander het niet nodig heeft. Dat valt met een ondergrondse warmtebuffer op te vangen, maar dat is heel duur.
    Het hoofdprobleem om in dit soort bestaande situaties infrastructuur aan te leggen zijn de kosten en de terugverdientijden.
  • De Kempervennen is een relatief oud park, uit 1983. De huisjes hebben tegenwoordig een individuele HR-ketel en geen vloerverwarming. Er is geen voor de hand liggende manier waarop daar op een of andere manier lage temperatuur-warmte zou kunnen worden ingezet. Voor vakantiehuizen bestaat geen verplicht labelsysteem.
    Men is er goed in om de bestaande woningen te ‘refurbishen’, maar dat heeft zijn grenzen.
    Het centrumgebouw (met het zwembad) zou een betere kandidaat zijn en er is gekeken of restwarmte van de buurman daar iets zou kunnen betekenen, maar dat is onbetaalbaar (aldus Hermans). Wel komt daar een houtkachel, want De Kempervennen heeft meer dan genoeg afvalhout.

    Huisje op De Kempervennen
  • Binnen Center Parcs (net overigens als binnen concurrent Landal) lopen de parken sterk uiteen. Zo sterk, dat het tot nu toe niet mogelijk is gebleken om voor de branche als geheel een Erkend Maatregelen Pakket op te stellen. Evenmin kent de toeristische branche Meer Jaren Afspraken (MJA).
    Bij nieuwere parken worden veel modernere milieu- en energiesystemen doorgevoerd. Bij het Duitse Bostalsee-park heeft men door een centrale warmtelevering 70% kunnen besparen.
    In praktijk werkt het jongste park als benchmark-vertrekpunt.
  • Center Parcs Nederland valt met zijn ca 2900 werknemers onder het European Energy Directive (EED) , waardoor de onderneming van 2010 tot 2020 20% energie moet bezuinigen. Hermans geeft aan daarmee ongeveer op schema te zitten. Na 2020 komt er een vervolgtrap. De verplichte vierjaarlijkse audit heeft nog niet plaatsgevonden, maar binnenkort wordt de onderneming ISO 15001 en dat heft de auditverplichting op.
    De vrijwillige Energie Prestatie Keuring heeft al plaatsgevonden.
    De gemeente Bergeijk is bevoegd gezag (in praktijk via de Omgevings
    Dienst ZO Brabant (ODZOB).

    Kempervennen

    We doen veel, maar niet alles kan en ik wou dat ik in de toekomst kon
    kijken – aldus ongeveer samengevat de boodschap van de gesprekspartners. Met af en toe buikpijn, bijvoorbeeld bij de gedachte wat de toekomst van een park als de Kempervennen was (een flinke werkgever in de regio), mocht er nog eens een gasloze samenleving komen. 600 warmtepompen à 35dB(A) per stuk, allemaal tegelijk ’s avonds draaiend, is ook niet alles.

Sommige dingen kunnen misschien op het eerste oog financieel niet, maar  moeten op termijn toch. Dat is het lot van veel betrokkenen bij de energietransitie.

En of Milieudefensie wat voor hun kon doen? We zijn een actiegroep en we willen dus het beleid beïnvloeden, voor zover onze mogelijkheden reiken. Wat zouden zij willen?

  • Met stip: een betrouwbare overheid. Het Rijk is in het verleden berucht onbetrouwbaar gebleken, met als dieptepunt de afschaffing van de MEP in 2006 door Joop Wijn (CDA). De Duitse overheid is veel consistenter.
  • Vervolgens: een CO2 – beprijzing die wat voorstelt .
  • Misschien wat meer mogelijkheden tot subsidie. De SDE+ is een exploitatiesubsidie en geldt dus alleen voor het produceren van energie en niet (zoals hier) voor het besparen van energie. Misschien wat ruimere mogelijkheden voor eenmalige subsidie in de geest van VAMIL/MIA?

Ik elk geval zijn we het als Milieudefensie geheel eens met de eerste twee wensen, en we zouden met ene positieve grondhouding moeten nadenken over de derde.

Tsja, en verder hebben we misschien niet dezelfde opvattingen over het kapitalisme en de bestemming van de bedrijfswinsten, maar die discussie overstijgt De Kempervennen. Hoe MVO moet een onderneming zijn?

Waarom de elektrische auto nu al groener rijdt

(maar er betere argumenten zijn om over te stappen)

Onder deze titel schreef Thalia Verkade op 25 april 2017 een artikel in De Correspondent, de online-krant waar je voor €60 lid van kunt worden. Geen advertenties, altijd een serieuze poging om dingen uit te analyseren en met onbeperkte interactiemogelijkheid. Ik lees van elk nummer wel minstens één artikel (per keer een handvol)).

De graphic van Thalia ziet er als volgt uit:

De CO2 over een heel autoleven

Het verhaal van Thalia is te vinden op https://decorrespondent.nl/waarom-de-elektrische-auto-nu-al-groener-rijdt-maar-er-betere-argumenten-zijn-om-over-te-stappen .

De TNO-onderzoekers Richard Smokers en René van Gijlswijk, en daarnaast ook een aantel abonnees van De Correspondent, hebben geassisteerd.

Verkade bouwt haar verhaal op in drie stappen:

  • Het maken van de auto (inclusief onderhoud, sloop, recycling),
  • het maken van de brandstof (benzine, grijze en groene stroom) en
  • het rijden met de auto (de uitstoot onderweg).

In bovenstaande graphic zijn alle drie de stappen verzameld.

Uiteraard zijn er aannames gedaan.
Vanwege de lengte van het artikel, en om inhoudelijke redenen die i het artikel genoemd worden, zijn dieselauto’s, waterstofauto’s en hybrides niet meegenomen in het verhaal. Wel in het rapport van TNO dat eraan ten grondslag ligt, en waarnaar in het artikel een link staat.
Verder zijn er inhoudelijke aannames gemaakt, zoals een levensduur van een accu van 220.000 km, en allerlei aannames over de CO2-emissie van allerlei delen van het verhaal (staal, aluminium, accufabricage). Zoals Smokers zegt: er is niet één verhaal over de vergelijkende voordelen van de ene auto boven de andere.
“Grijze stroom” betekent hier de huidige elektriciteitsmix, te weten 1/5 de deel groen en de rest fossiel. ‘Groen”is 100% groen.

Die aannames leiden tot onzekerheden die men er in bovenstaande graphic bij moet denken. De trend is dat de meeste onzekerheden in de toekomst in de goede richting gaan uitpakken. Bovenstaand plaatje zal dus waarschijnlijk beter worden.

Schema van B- en E-auto_Corr_25april2017

Op verhalen in de Correspondent volgen onvermijdelijk een heleboel reactie. Op dit verhaal zijn dat er zoveel, dat, als je alles zou uitprinten, je een klein boek had. De reacties zijn soms even waardevol als de tekst van het verhaal zelf.
Helaas zijn de reacties alleen voor leden van De Correspondent toegankelijk.

Een voedselbos in een stuwmeer

Milieudefensie Eindhoven heeft een excursie georganiseerd naar het gebied Aanschotse Beemden, een mooi stuk Eindhoven waar ik tot mijn schande nog niet eerder geweest was. Tijdens de excursie werd vakkundig commentaar gegeven door de (thans gepensioneerde) stads-
ecoloog Leonhard Schrofer, die nauw betrokken is geweest bij de planvorming.
Er liepen een dozijn mensen mee.

Waar ligt het?
Hieronder de ligging in Noord-Eindhoven. Je kunt er het beste komen door om het Revalidatiecentrum heen te fietsen, de Toledolaan af, tot die weg bij een keerlus ophoudt.

De Groote Beek
Door het gebied loopt de Groote Beek (tevens de oude naam van de psychiatrische inrichting die stroomopwaarts ligt). De waterloop is niet natuurlijk, maar in de 19de eeuw gegraven ten behoeve van de afwatering voor de landbouw. Het is nu best wel een mooi watertje geworden.

Er komt wat kwelwater omhoog in het gebied.
Het is onderdeel van de Ecologische Hoofd Structuur.

De Groote Beek

Voor dit gebied is een ontwikkelproject gestart (inmiddels grotendeels afgerond), waarin een aantal doelen tegelijk gerealiseerd worden: waterbeheersing, natuur, recreatie, en landbouw en cultuurhistorie.

Voedselbos, landbouw en recreatie
De trekker van de excursie was het “Voedselbos”. Dat is een opkomende populaire trend. Een ander park, het Philips-de Jong park is populair bij Nederlandse families met een Turkse achtergrond omdat je er kunt plukken.
Ook in de Aanschotse Beemden zijn voedselbomen aangeplant: zeven tamme kastanjes, acht appelbomen (Sterappels en Brabantse Bellefleur), 3 walnootbomen en twee pruimebomen (Reine Claude Vert). Alleen zijn die nog niet zo groot, dus verwacht er niet meteen wagonladingen oogst van. Verder staan er heel veel hazelaars (waar ook wat aan komt), maar die groeien er vanzelf.

Appelbloesem

Landbouw is een groot woord, maar het plukken wordt zeer zeker aangename recreatie. En als er niks aan de vruchtbomen zit, is het nog steeds een fiets- en wandelgebied dat zeer de moeite waard is.

Ten behoeve van de ‘echte’ landbouw wordt de vroegere rechthoekige kampstructuur weer teruggebracht. Enige landbouw en veeteelt is toegestaan, mits ecologisch.

Er staan heel veel populieren en die zijn er ooit neergezet voor de exploitatie. “Neergezet” is het juiste woord, want de populier is in Brabant niet inheems. Je kunt dat ook een soort landbouw noemen. Die ziet er wel mooi uit. Populieren worden niet oud, dus als je een ander soort bos wilt, hoeft dat geen eeuwigheid te duren. Er zijn inmiddels jonge essen aangeplant.
Als het bos eenmaal gevarieerd genoeg is, is er nog nauwelijks beheer nodig. Goed natuurbeheer kan geld besparen.

Er is met de omwonenden in Blixembosch overlegd hoe men het wilde. Op een paar plaatsen moesten de populieren weg want ze namen de zon weg, op andere moesten ze blijven staan want dat ruiste zo lekker.

Natuur
De beoogde natuurtypes.

De beoogde natuurtypen

Het hooiland wordt periodiek gemaaid en wordt blauwgrasland. De eerste orchideeën beginnen op te komen.

In het gebied liggen acht poeltjes. Daar zitten salamanders in (oa Alpenwatersalamanders) en daarom geen muggen (want de salamanders eten de muggen op) en geen vis (want anders eten de vissen de salamandereitjes op). Om dat laatste moeten de poeltjes af en toe droogvallen.
Dertig van de zestig Eindhovense basisscholen hebben een poel geadopteerd – een unieke situatie. Dat was zo populair, dat men om financiele redenen een tijd lang een wachtlijst heeft moeten hanteren. De kinderen helpen in het voorjaar mee met een inventarisatie en doen in het najaar symbolisch klein onderhoud.

In dit soort stobben hebben twee paar ijsvogels gebroed.
Een mooie sleedoorn

Waterbeheer
Het gebied dient ook om piekafvoeren van de gescheiden riolering van de omringende nieuwbouw af te voeren. Er moet een stuwtje komen in de Groote Beek (van afstand bediend), waardoor het gebied bij heftige regenval eigenlijk een groot, maar ondiep stuwmeer wordt. Er moet 20.000m3 in kunnen. Het binnenstromende water loopt ter zuivering door een helofytenfilter (riet met actieve slibbacteriën). Het riet wordt een meter of vier hoog en in de winter gemaaid en afgevoerd.

Ondanks dat het na een plensbui een kleine binnenzee wordt, kun je er toch wandelen. De paden zijn verhoogd aangelegd en door het riet-
moeras loopt een knuppelbrug. Aan alles is gedacht!

Hoogwaterafvoer

Er zijn ondiepe sleuven gegraven, evenwijdig aan de beek, waardoor na een plensbui extra afvoercapaciteit ontstaat. Eigenlijk dus een vorm van klimaatadaptatie.

Anti-oorlogstaferelen op Spaanse schilderijen

Madrid heeft een stel uitstekende musea. Wie wil, kan daar weken zoet brengen. Die tijd hadden Willemieke en ik niet tijdens ons weekje Madrid, dus we hebben gekozen vooral voor Velázquez, de Goya en Picasso. Niet de minsten.
Velázquez is grootleverancier aan het Prado, de Goya hangt veel in het Prado en een beetje in het Reina Sofiamuseum, en Picasso in het Reina Sofia. Het Prado gaat grofweg tot 1900 en het Reina Sofia vanaf 1900.
Ze hebben van alles geschilderd, maar in dit verhaal wil ik het hebben over hun schilderijen die over oorlog gaan.
Ik wil in deze merkwaardige tijd aandacht vragen voor grote kunstenaars die de oorlog geschilderd hebben. Mensen zouden moeten weten waaraan ze beginnen.

De overgave van Breda door Velázquez
Diego Velázquez (1599-1660) was de Spaanse hofschilder vanaf grofweg 1623 tot zijn dood, in redelijke welvaart, in bed. (Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Diego_Vel%C3%A1zquez ). Ik heb uitgezocht een van zijn beste en bekendste schilderijen, “de overgave van Breda”. Die vond na een belegering van tien maand plaats in 1625 (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/De_overgave_van_Breda ). Op de tekening worden de sleutels overhandigd door Justinus van Nassau.

De overgave van Breda (Velázquez)

In de commentaren op het werk wordt gewezen op het ontbreken van een triomfalistische en vernederende stemming aan Spaanse zijde. De Spaanse overwinnaar is van zijn paard afgestapt. Hij verbood oorlogsmisdaden en stond niet toe de stad te plunderen, hetgeen in die dagen ongewoon was.

‘Los Desastres de la guerra’ door de Goya
Fransisco de Goya (1746-1828) was ook hofschilder, en wel van Karel IV en Ferdinand VII. Daarnaast werkte hij ook voor de kerk.
De verhoudingen waren complex. De Inquisitie keek voortdurend mee, bijvoorbeeld naar Los Caprichos, waarin onder andere de corruptie in de Kerk aan de orde kwam. Het was een serie etsen, die daardoor op grote schaal verspreid konden worden.

In 1808 viel Napoleon Spanje binnen om de verworvenheden van de Franse Revolutie te bezorgen. Dat viel niet goed in het conservatieve Spanje, waardoor het een bloedige campagne werd. Een bekend schilderij van De Goya brengt de executies in beeld na de volksopstand in Madrid. Het is aan deze oorlog dat de wereld het woord “guerilla” dankt (“oorlogje”).
Tussen 1810 en 1814 tekende De Goya  “Los Desastres de la Guerra”.  Het is een serie van 82 etsen waar een mens niet vrolijk van wordt, en dat was ook de bedoeling. Het is bij mijn weten de eerste expliciete anti-oorlogskritiek in de beeldende kunst. Hieronder nr 12 (het Spaanse onderschrift betekent “Hiervoor ben je geboren”) en nr 81 “fiero monstruo”.
Op de Spaanse Wikipediasite https://es.wikipedia.org/wiki/Los_desastres_de_la_guerra zijn ze alle 82 terug te vinden.

De Goya “Desastres de la Guerra” nr 12 “Hiervoor ben je geboren”.
De Goya “Desastros de la Guerra” nr 81 “Fiero Monstruo”

De eerste 47 etsen gaan over de oorlog zelf, de etsen 48 t/m 64 over de hongersnood in Madrid als gevolg van dezelfde oorlog, en de laatste 17 gaan over de ontgoocheling toen de reactionaire Bourbon-dynastie weer aan de macht kwam en elke modernisering de kop indrukte. Zie oa https://en.wikipedia.org/wiki/The_Disasters_of_War .

Het probleem was dat de Goya aan de ene kant sympathie had voor de idealen van de Franse revolutie en afkeer van het Spaanse conservatisme, maar dat hij evenzeer afkeer had van de manier waarop de Fransen in Spanje tekeer gingen. En ondertussen was hij nog steeds hofschilder en schilderde, zeer bekwaam, wie er toevallig de baas was en betaalde.
Uiteindelijk had hij ruzie met iedereen en eindigde doof en ziek en depressief vanaf 1824 in ballingschap in Bordeaux.

De etsenserie werd pas in 1863 uitgegeven, toen het kon.

De Goya heeft grote invloed gehad op de na hem komende kunst.

Picasso en de Guernica
Er hangt heel erg veel in het Reina Sofia van Picasso, en eigenlijk is dat bijna nooit politiek. Picasso schilderde mensen en stillevens en ruimtes, maar geen politieke analyses. Hij werd er beroemd mee en kreeg tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936 – 1939), de generale repetitie van de Tweede Wereldoorlog, de vraag van de (linkse) Republikeinse regering om een werk te maken voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs. Als in wezen een tot dan apolitiek schilder hikte hij een hele tijd tegen die opdracht aan, tot het bombardement op het Baskische marktplaatsje Gernika – het eerste “tapijtbombardement” in de wereldgeschiedenis. De plaats werd grotendeels verwoest en honderden mensen verloren het leven. De wereld was geschokt en Picasso had zijn onderwerp. Het resulteerde in mogelijk het bekendste anti-oorlogsschilderij ooit, de “Guernica”.

Guernica

Het is een heel goed schilderij en het is wereldberoemd geworden. Het heeft de hele wereld over gereisd en onder andere gediend om fondsen te werven voor de hulp aan Spaanse vluchtelingen.
Ik ga zelf geen cultuurhistorische uitleg schrijven, want dat is mijn stiel niet. Er zijn vele beschrijvingen die dat beter kunnen.
Voor meer informatie zie bijvoorbeeld  https://nl.wikipedia.org/wiki/Guernica_(schilderij) of www.kunstbus.nl/kunst/guernica.html .

Weekje Madrid

Meestal combineren wij een verjaardagsbezoek aan mijn zoon en zijn vriendin, die in Monpazier met groot succes een bistro runnen, met een weekje vakantie. Deze keer Madrid.

Lopende het verblijf in Madrid werd er voor de 10000ste keer op de kop boven mijn kop op deze site gedrukt. Vind ik een reden voor een reisverslag. Twee eigenlijk: een geheel pretentieloos stukje wat ik mooi vind aan Madrid (dit stukje), en een stukje over Spaanse anti-oorlogsschilderijen.
Over Monpazier heb ik op deze site al eerder geschreven, zie Terug van een weekje weg .

Geschiedenis
Madrid was een dorp, maar het werd pas wat na de verovering door de Moren midden 9de eeuw. Van die Moren komt de naam ´al-Majrit’, wat ‘Waterbron’ zou betekenen.
Die Moren werden er ook weer uit geknikkerd en in 1202 kreeg de stad, inmiddels weer katholiek, stadsrechten, maar het was nog steeds niet veel. Uit die tijd zie je nu bijna niets meer terug.
In 1561 wordt Madrid tot hoofdstad benoemd in plaats van Toledo. Er lag om Madrid veel bos (dat was wel handig voor het stoken en timmeren), en de lucht was (toen nog) schoon. Nu overigens is die lucht niet erg schoon.

Inmiddels wonen er in Madrid-stad ruim 3,2 miljoen mensen en in Madrid-metropool ongeveer het dubbele. De metro is wel nodig, sommige stations zien er een beetje shabby uit maar het systeem werkt goed (althans, toen wij er waren).

Bouwstijlen en hoe het er uit ziet
Daarna is Madrid uitgedost met een veelheid aan kantoorgebouwen van de diverse besturen uit de diverse tijdperken, banken, hotels, en dat alles van redelijk sober tot overdadig protserig. Ook dictator Franco heeft er het een en ander neergezet.

Gewone normale appartementsgebouwen kunnen er best mooi uitzien (vind ik). Ze hebben vaak mooi smeedijzeren balkonhekjes en mooie voordeuren en het ritme klopt. Als men zich niet gehouden voelt kosmische roem na te streven en ‘gewoon’ te bouwen, is het alleszins aanvaardbaar.

Gewone Madrileense binnenstadsappartementen

Daarnaast staat er ook protserig werk van wie wel zijn kosmische roem nagestreefd lijkt te hebben,  soms gecomplementeerd met een meer dan levensgrote, in brons gegoten, oude Griek op het dak die zijn speer heft naar het bouwwerk van de overburen met wie de kosmische roem-eigenaar in permanente onmin schijnt te leven. Met een beetje mazzel heeft die ook zijn eigen oude Griek op het dak staan, waardoor het geheel uitziet als een architectectonische bewapeningswedloop.

Links het bekende Metropolisgebouw (gebouwd 1907-1911), rechts het door Franco verordonneerde gebouw van het Ministerie van Luchtvaart

Ik vind aan beide niets aan. De onderstaande twee voorbeelden van Habsburgse bouw vind ik wel geslaagd.

De Habsburgse bestuursgebouwen aan de Madrileense Plaza de la Villa (15de tot eind 17de eeuw)
Deel van het Plaza Mayor in Madrid (1620)

Het uitgaansleven
De Trotter en andere reisgidsen geven hoog op van het Madrileense uitgaansleven. Er gaan heel veel mensen heel laat uit en het is heel gezellig. En dat klopt.
De ANWB-gids komt voor Groot-Madrid op meer dan 15000 bars en restaurants, zijnde ongeveer één op elke 400 inwoners.

Premier Rajoy heeft geprobeerd de tijdzone van Madrid te veranderen, zodat het volk dan om 18.00 uur op kon houden met werken (en de siesta zou afschaffen). Tijdens ons verblijf is niets van enig succes van dit voornemen gebleken.

We zaten er midden in, want in een appartement in Chueca, de homo- en uitgaanswijk. Het is dat de straten zo nauw zijn en dan ook nog paaltjes, anders was het één groot terras. Ook de wisselwerking tussen Hummers en vuilnisbakken boden veel kijkgenot.
Er zit van alles, ook kleine gespecialiseerde winkeltjes.

Chueca Madrid

We zaten op spuugafstand van een in alle gidsen genoemde inrichting, de Mercado de San Anton, met een grote supermarkt beneden, een grote versmarkt daarboven, en op de tweede verdieping een onbeperkte keuze uit tapas van meer dan gemiddelde kwaliteit.

Mercado de San Anton. Chueca, Madrid

Groen in Madrid

Botanische tuin in Madrid

Ik ben gek op mooie tuinen, vooral als iemand anders ervoor zorgt. Madrid heeft een mooie botanische tuin (kostte €0,50, Madrilenen stonden in de rij) en die is van de koning hoogstpersoonlijk, dus dat zit wel goed.

Botanische tuin in Madrid

In de buurt van het Prado hebben ze tegen de zijwand van een appartementengebouw een levende groene muur gemaakt. Dat is apart om te zien.

Het is vooral apart en ook wel mooi. Sommige mensen denken dat deze groene muur ook fijn stof afvangt en in Madrid zou dat geen luxe zijn, maar meestal is het effect op de atmosferische concentraties van dit soort groenconstructies helaas klein. Zie Helpen bomen tegen de luchtvervuiling?

Madrid is goed voor een kleine week verblijf
Afsluitend deel ik het oordeel van de Trotter dat Madrid, inclusief enkele musea van wereldniveau (waarover het volgende artikel),  goed is voor 4 tot 5 dagen aangenaam verblijf, waarin zich men niet hoeft te vervelen. Als je gek bent op musea, kun je er langer zinvol rondhangen.