Bewoners verliezen bij Raad van State inzake Marcogas

De Raad van State heeft op 12 juli 2017 uitspraak gedaan in de rechtszaak tussen enerzijds een groep bewoners en anderzijds de gemeente Gemert-Bakel. Het ging om een door de gemeente verleende milieuvergunning voor een modernisering en uitbreiding van het bedrijf Marco Gas in Bakel.

Een bord met maatschappelijke instellingen pal naast de ingang

Marco Gas vult gasflessen, slaat gassen als propaan in grote hoeveelheden op, en distribueert die flessen met vrachtauto’s.
De ruimtelijke ordening van de situatie is tot stand gekomen in de donkerste dagen van de Gemert-Bakelse gemeentepolitiek, en dat heeft geleid tot een idiote locatie. In een weiland, pal tegen een dennenbos aan, niet ver van woningen en in een gebied met veel maatschappelijke activiteiten zoals het kindervakantiewerk en sportverenigingen. Bovendien is het complex slechts via smalle weggetjes te bereiken, die bovendien bij evenementen ook nog eens vol staan met geparkeerde auto’s.

Verkeerssituatie op en langs de weg bij Marco Gas tijdens een evenement

Het bedrijf is van klein groot geworden en inmiddels zelfs een BRZO-onderneming (Besluit Rampen en Zware Ongevallen). Elke normale, zichzelf respecterende gemeente zou zo’n bedrijf op een categorie 4 of 5-bedrijventerrein geparkeerd hebben, maar zo niet Gemert-Bakel.
Maar alle juridische riedels inzake de ruimtelijke ordening zijn inmiddels achter de rug en aan de locatie is niets meer te doen.

Marco Gas tegen de bosrand

Wat nu voorlag is in essentie de vraag of je een dergelijke idiote situatie van een niet-idiote milieuvergunning kunt voorzien. Dat had nogal wat voeten in het weiland.
De Raad van State had er een tussenuitspraak voor nodig, waarin gesteld werd dat de gemeente Gemert-Bakel zijn huiswerk niet goed genoeg gedaan had. Ik heb daarover eerder geschreven, zie Tussenuitspraak Raad van State over Marcogas (en vandaar naar eerdere artikelen). De gemeente moest een nieuw besluit nemen.

Dat heeft de gemeente gedaan, en de Raad van State vond dat goed genoeg.
Op zich valt het standpunt van de Raad van State goed te volgen als je uitgaat van het Shakespeariaanse “There is a method in the madness”-beginsel, door sommigen ook wel geciteerd als “There is a madness in the method”. De Raad heeft de milieuvergunning beoordeeld aan de criteria van een milieuvergunning en daar voldeed het aan. Binnen de gegevenheden van een zeer aparte Ruimtelijke Ordening-situatie was er sprake van Best Beschikbare Technieken en het plaatsgebonden – en groepsrisico bleven onder de drempel. Nu wel, want eerst had de gemeente de maatschappelijke activiteiten achterwege gelaten in de berekeningen van het groepsrisico.

Het gebied rond Marco Gas waarop de (onvolledige) berekening van het groepsrisico gebaseerd is (uit de QRA van het veiligheidsrapport).

Uiteindelijk zijn er een stel dingen verbeterd

  • Marco Gas mag geen propaan laden als er evenementen aan de gang zijn, zoals in de Kindervakantieweek. Er kunnen soms wel 1000 mensen bij een evenement zijn. Het was niet duidelijk of dit verbod ook al in de eerste versie van de vergunning zat (volgens de gemeente wel, volgens de bewoners niet). Nu in elk geval wel. Daardoor zat het groepsrisico al meteen onder de norm.
  • Bovenstaand plaatje is gebaseerd op een BLEVE (een Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), zo ongeveer de zwaarste onbedoelde explosie in de chemie. Er is brand, in de brand staat toevallig een volle tankauto, de tank begeeft het vroeg of laat, en de vuurbal volgt.
    Gevolgen na een BLEVE. Tot op 700m is geen hulpverlening mogelijk.

    Na een BLEVE is in half Bakel geen hulpverlening mogelijk.
    In de nieuwe vergunning staat zo’n volle tankauto onder een sprinkler-installatie, die hem bij brand kan koelen. In de oude situatie ontbrak de sprinkler. En hoe vreemd het ook lijkt, onder andere door een dergelijke voorziening is de grotere nieuwe situatie veiliger dan de oude. De Raad van State kan hier gelijk hebben.
    Anders uitgedrukt: de oude situatie was nog idioter dan de nieuwe.

  • Verder zijn er nog wat veranderingen doorgevoerd, zoals extra bluswatervoorzieningen (de bestaande deugden niet) en een hek om het terrein (vroeger kon je gewoon het terrein oplopen – nu overigens nog wel als je je door bos en bramen wurmt)Actie helpt altijd, alleen soms anders als je van tevoren verwacht.
  • Marco Gas aan de achterkant, vanuit het tot het hek doorlopende bos.

 

 

Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017

Op vrijdag 7 juli 2017 hebben PS, na een marathonvergadering, besloten om een aantal maatregelen te nemen die beperkingen opleggen aan de veehouderij. Ik ben zeer blij met dit besluit, al moet er nog veel meer gebeuren.

Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Ik heb voorafgaand aan 7 juli al een korte samenvatting van het voorstel op deze site gezet. Die kan men nalezen op Behandeling nieuwe maat-
regelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen
.

Deze voorstellen zijn als integraal pakket aangenomen. Ik zal daarop binnenkort uitgebreider reageren.
Nu wil ik alvast aandacht vragen voor een reactie van Werkgroep Behoud de Peel. Die zetten in hun recente Nieuwsbrief een aantal verstandige kanttekeningen.

  • Het besluit is niet historisch, want er is in 1995 in midden- en oost Brabant en midden- en noord Limburg een soort standstill-beginsel geweest. Maar dat heeft het maar twee jaar uitgehouden.
  • Dit is een eerste stap richting natuurherstel
  • Met extra staltechnieken schiet je niet veel op als tegelijk het aantal dieren omhoog mag
  • De kosten van het stalderen moeten niet onevenredig bij de uitbreidende boeren gelegd te worden. In het flankerend beleid moet hiernaar gekeken worden.
  • Er is geen reden voor ophef vanwege de mogelijkheden uit te breiden tot een bouwblok van meer dan 1,5 hectare. Er bestonden al uitzonderingsmogelijkheden. Er komt één uitzondering bij, maar twee andere worden strenger. En ook dan moet 100% nieuwe ruimte opgebracht worden met 110% minder ruimte elders (dat heet stalderen).
  • De schaalvergroting wordt met dit besluit niet gestimuleerd, maar juist afgeremd.
  • Stalderen heeft wel degelijk effect voor de burger. Het aantal dieren groeit niet verder en waarschijnlijk komt er een lichte krimp. Meer is binnen de provincie niet te realiseren.
  • Boeren kunnen inderdaad andere boerderijen uitkopen om zo uit te breiden. Daar is niets aan te doen. Maar ook dan doen de nieuwe techniekeisen en de staldering hun werk.
  • Er komt in praktijk weinig of geen nieuwe mestbewerking, want tussen de bestaande en de nieuwe afspraken bestaat in praktijk weinig verschil.

De tekst van de Nieuwsbrief van Werkgroep Behoud de Peel is hier te vinden.

Peel zonder stikstofoverschot
Peel met stikstofoverschot

Een korte geschiedenis van Brabant en de boeren

Wateroverlast op de aardappelvelden
————————————————–

Door Gepost op

OPINIE – Boeren horen bij Brabant. Deze leus komt de laatste weken, keer op keer terug. En het klopt ook, Brabant is gevormd door boeren. Boeren en Brabant hebben een lange gezamenlijke geschiedenis. En het is nu net die geschiedenis die ervoor zorgt dat deze verbintenis onder druk staat.

Al in 1970 verscheen er een rapport bij de overheid met de titel “Mestoverschotten: een potentiële bron van milieuverontreiniging”. Het was niet het enige rapport. Onderzoekers trokken regelmatig aan de bel met verontrustende bevindingen.

Een overheidscommissie kwam kort erna met een adviesstuk: “De afvoer en eliminatie van mestoverschotten”. Meerdere rapporten vanuit de overheid en het Landbouwschap, de belangenorganisatie voor land- en tuinbouw, volgden. Fons van der Stee, de minister van Landbouw en lid van de voorloper van het CDA, deed niets.

In de jaren daarna bleven stukken elkaar opvolgen, mede door opdrachten vanuit het ministerie. Het had er zelfs een werkgroep voor, het Curatorium Landbouwemissies. In 1978 verscheen een voorstel om het mestprobleem aan te pakken, geschreven door een medewerker van het Landbouwschap.

Toen in 1980 CDA minister voor Landbouw, Gerrit Braks, het toneel betrad, beweerde hij dat niemand zicht had op vervuiling door mest. Een uitermate vreemd standpunt, helaas volgde hij daarmee de lijn van eerdere ministers vanuit zijn partij.

Toch verandering?

Nu hebben waarnemingen en conclusies de vervelende eigenschap niet te verdwijnen doordat je ze negeert. Rapport na rapport en advies na advies volgden. In 1984 werd Braks dan ook gedwongen om maatregelen te nemen en in samenspraak met de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB), werd gesproken over de grote mestproblemen. Het kwam tot een voorstel waarin de absolute ondergrens van de adviesrapporten werd gebruikt om een soort van paal en perk te stellen. De NCB reageerde woedend. Ook dat hoort bij Brabant. Uiteindelijk bleken de maatregelen een dode letter: boeren deden er alles aan om zich te onttrekken aan de regels, controle was lastig en dus was er nauwelijks handhaving. De verzuring van de grond werd niet gestopt.

De problemen duren voort en worden erger

In 1990 blijkt dan dat er van alles mis is met de Nederlandse landbouwgronden: een achtste van alle beschikbare landbouwgrond blijkt fosfaatverzadigd. En om grondwatervervuiling tegen te gaan mag hier geen extra mest meer worden uitgereden, het mestoverschot werd dus alleen maar groter.

De Algemene Rekenkamer komt met een vernietigend rapport over het mestbeleid en schuwt daarbij harde woorden richting ambtenaren en hun houding niet: ambtenaren hebben jarenlang de problematiek bewust verzwegen. Volgens adviseur en onderzoeker Henkens lijkt de regelgeving afhankelijk van een rendabele bedrijfsvoering, in plaats van dat de bedrijfsvoering wordt aanpast op wat het milieu en de maatschappij kan verdragen. CDA minister Bukman weerspreekt de kritiek.

In het begin van de jaren 90 wordt de toevlucht gezocht in technologische oplossingen, zoals mestbewerking. De hoop is dat het overschot aan meststoffen dan geëxporteerd kan worden. Mestbewerking voor grootschalige export is heden ten dage nog steeds niet aan de orde en pakt het probleem enkel achteraf aan, in plaats van bij de bron: een te grote hoeveelheid dieren op te weinig grond.

Mestvergister

In 1993 wordt er alarm geslagen omdat er groot gevaar van fosfaatvergiftiging van oppervlakte- en grondwater dreigt. In 1995 blijkt dat de landbouw sector opnieuw te weinig maatregelen heeft getroffen tot verbetering en sancties blijven weer uit. We zitten inmiddels in een kabinet met een VVD minister op Landbouw. Een jaar later wordt het doel van 6 miljoen ton mestverwerking niet gehaald. Het verbaast helaas niet.

Voor boeren?

Brabant is gevormd door boeren. Of is het andersom? Is Brabant gevormd voor boeren?

Want inmiddels is het de 21e eeuw en nog steeds verschijnt rapport na rapport. In 2007 komt het rapport “Uitspoeling van stikstof overschot naar grond- en oppervlaktewater”. Nu is de helft van de beschikbare landbouwgrond fosfaatverzadigd, in sommige gebieden zelfs meer dan drie kwart. Het wordt er niet bepaald beter op.

CDA minister Veerman komt bij zijn vertrek in 2007 tot de conclusie dat het systeem hopeloos is vastgelopen. Oud ABN AMRO directeur van afdeling Agrarische Bedrijven, Geu Sibenga, verzucht dat het bedrijfsmodel absoluut onrendabel is omdat er simpelweg veel te veel productie is.

In datzelfde jaar weigert de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) haar handtekening te zetten onder een manifest tot verbetering van het landelijk gebied. Blijkbaar moet de natuur maar blijven bloeden.

Betwijfelen, vertragen, frustreren

In 2009 wordt een langlopend onderzoek gestart naar gezondheidsrisico’s.

In 2010 komt hoogleraar rurale sociologie Van der Ploeg tot de conclusie dat de sector bezig is zichzelf collectief te bedreigen, volgens hem is schaalvergroting een doodlopende weg. Supermarktwatcher Rutte zegt dat boeren teveel afhankelijk zijn van subsidies en herhaaldelijke hulpmaatregelen.

Het nieuws volgt elkaar steeds sneller op. In 2011 blijkt uit onderzoek dat omwonenden van nertsenfokkerijen meer last hebben van astmaklachten. VVD minister Schippers legt de aanbevelingen naast haar neer.

De universiteit van Utrecht publiceert de resultaten van haar onderzoek naar de gevolgen van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden in 2011. De reacties uit de sector zijn zoals verwacht, men wil meer onderzoek en vooral geen nieuwe regels.

Nieuwe regelgeving dreigt. De ZLTO waarschuwt voor miljoenenclaims vanwege deze milieu- en gezondheidsbeschermende maatregelen. Ondertussen lopen er veel leden weg, zij staan niet langer achter de richting van deze zogenaamde belangenbehartiger.

Een schot in eigen voet

In april 2015 volgt de afschaffing van het melkquotum, ooit ingesteld vanwege de door subsidiëring aangejaagde overvloedige productie. De sector heeft flink voor de afschaffing gelobbyd. Boeren hebben massaal geïnvesteerd in nieuwe stallen en er komt een forse toename van melkvee. Het gevolg? De daling van fosfaatuitstoot stopt, boeren schieten opnieuw door het fosfaatplafond en door de hoge productie keldert de melkprijs naar het laagste niveau sinds 2009.

Later dat jaar presenteren Rabobank, het ministerie van Economische Zaken en Producten Organisatie Varkenshouderij, de POV, een plan om het aantal varkenshouderijen van 5000 bedrijven naar 3000 terug te dringen. De LTO is enthousiast, zo lang er maar een grote zak geld klaarstaat.

De natuur heeft het zwaar

De natuureffecten zijn groot. In 2017 brengt de RIVM naar buiten dat de voedselproductie  verantwoordelijk is voor 25% van de uitstoot van broeikasgassen en 60% verlies in biodiversiteit. Vlees en vis productie zijn hier voor meer dan de helft schuldig aan.

In gebieden met intensieve veehouderij blijkt antibiotica tot 25 meter diep in het grondwater te zitten en langzaamaan in het oppervlakte water terecht komen. De gevolgen voor de micro-organismen, ook nodig voor de landbouw, laten zich nog vooralsnog raden. Het zal wel niet positief zijn. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid insecten drastisch afneemt.

Er zit in Brabant door de verzuring zo weinig kalk in de grond, dat eierschalen van vogels dun zijn en de botjes van jonge kuikentjes te zwak zijn: hun pootjes breken voordat ze het nest kunnen verlaten. In beschermde natuurgebieden wordt kalk gestrooid om het verlies op te vangen. Maar organisaties weten: het is vechten tegen de bierkaai.

Gezondheidsrisico’s blijven terugkomen

In de zomer van 2016 blijkt volgens een 3-jarig onderzoek dat omwonenden van veehouderijen meer luchtweg klachten hebben. De Landbouw en Tuinbouw Organisatie (LTO) claimt dat schaalverkleining geen oplossing is voor gezondheidsproblemen.

Als uit 4 jarig onderzoek blijkt dat er vaker longontstekingen zijn in de buurt van pluimvee- en geitenhouderijen, vraagt de LTO, zoals altijd, om meer onderzoek, en agrarisch adviseur Van Westreenen oppert dat de overheid maar met een zak geld moet komen en dat de sector het dan zelf wel oplost, want regeltjes zijn er al genoeg.

Kaart met 21 vanwege de mest gesloten drinkwaterputten in Nederland

En twee weken geleden slaan waterbedrijven opnieuw alarm, bij bijna de helft van de grondwater-punten wordt een te hoge dosis meststoffen gemeten. Het zuiveren van ons drinkwater wordt te complex en te duur. Volgens de directeur gaan onze kinderen nog tientallen jaren last hebben van overbemesting.

De reactie van de boerenlobby? De ZLTO dreigt met een rechtszaak als Brabant, voor het eerst sinds decennia zonder CDA, haar strengere milieu- en gezondheidsmaatregelen doorvoert. Er is altijd een reden voor vertraging, altijd een reden voor uitstel.

Boeren horen bij Brabant

Boeren horen bij Brabant. Elke individuele boer heeft zijn of haar eigen zorgen, dat is te begrijpen. Helaas is het de hele sector, de hele keten van begin tot eind, die op een vreemde manier bezig is om zichzelf onmogelijk te maken. Adviseurs en banken die blijven inzetten op schaalvergroting om steeds meer, voor minder te produceren, werken financiële problemen in de hand. Belangenorganisaties die blijven betwijfelen, vertragen en frustreren, dienen het boerenbelang niet. 

Om boeren in Brabant te houden, moet het roer om. Het huidige systeem werkt niet. Iedereen weet het.

Laten we als maatschappij en overheid de welwillende agrariërs onze steun geven: met een investeringsfonds, met gefundeerd transitie advies, met maatwerk. Richt je op de toekomst, een gezonde toekomst, met financieel gezonde veehouderijbedrijven en een gezonde leefomgeving.

Na 50 jaar is het wel tijd.

Waarom de elektrische auto nu al groener rijdt (update dd 9 juli 2017)

In weer een nieuw artikel heeft Thalia haar punt nog eens sterker onderbouwd. Ze houdt van doorwerken!
Lees https://decorrespondent.nl/waarom-de-elektrische-auto-nu-al-groener-rijdt-maar-er-betere-argumenten-zijn-om-over-te-stappen versie 3

In onderstaand artikel dd 25 april 2017  beschrijft Thalia Verkade van De Correspondent waarom een elektrische auto nu al beter is dan andere auto’s.

Sindsdien is er een kleine mediacampagne geweest, met onder andere een fact check in de NRC, waarin klimaatveranderingontkenners proberen om elektrische auto’s verdacht te maken. Dat gaat met de gebruikelijke halve en kwart waarheden en selectief winkelen.

Thalia Verkade heeft op 28 juni gereageerd op deze mediacampagne en aangetoond dat het allemaal onzin is. De oorspronkelijke bewering is nog steeds waar.
Het nieuwe artikel is te vinden op  decorrespondent.nl/elektrische-autos-sparen-het-klimaat-wel-analyse-van-een-mediahype .

——————————————–

(maar er betere argumenten zijn om over te stappen)

Onder deze titel schreef Thalia Verkade op 25 april 2017 een artikel in De Correspondent, de online-krant waar je voor €60 lid van kunt worden. Geen advertenties, altijd een serieuze poging om dingen uit te analyseren en met onbeperkte interactiemogelijkheid. Ik lees van elk nummer wel minstens één artikel (per keer een handvol)).

De graphic van Thalia ziet er als volgt uit:

De CO2 over een heel autoleven

Het verhaal van Thalia is te vinden op https://decorrespondent.nl/waarom-de-elektrische-auto-nu-al-groener-rijdt-maar-er-betere-argumenten-zijn-om-over-te-stappen .

De TNO-onderzoekers Richard Smokers en René van Gijlswijk, en daarnaast ook een aantel abonnees van De Correspondent, hebben geassisteerd.

Verkade bouwt haar verhaal op in drie stappen:

  • Het maken van de auto (inclusief onderhoud, sloop, recycling),
  • het maken van de brandstof (benzine, grijze en groene stroom) en
  • het rijden met de auto (de uitstoot onderweg).

In bovenstaande graphic zijn alle drie de stappen verzameld.

Uiteraard zijn er aannames gedaan.
Vanwege de lengte van het artikel, en om inhoudelijke redenen die i het artikel genoemd worden, zijn dieselauto’s, waterstofauto’s en hybrides niet meegenomen in het verhaal. Wel in het rapport van TNO dat eraan ten grondslag ligt, en waarnaar in het artikel een link staat.
Verder zijn er inhoudelijke aannames gemaakt, zoals een levensduur van een accu van 220.000 km, en allerlei aannames over de CO2-emissie van allerlei delen van het verhaal (staal, aluminium, accufabricage). Zoals Smokers zegt: er is niet één verhaal over de vergelijkende voordelen van de ene auto boven de andere.
“Grijze stroom” betekent hier de huidige elektriciteitsmix, te weten 1/5 de deel groen en de rest fossiel. ‘Groen”is 100% groen.

Die aannames leiden tot onzekerheden die men er in bovenstaande graphic bij moet denken. De trend is dat de meeste onzekerheden in de toekomst in de goede richting gaan uitpakken. Bovenstaand plaatje zal dus waarschijnlijk beter worden.

Schema van B- en E-auto_Corr_25april2017

Op verhalen in de Correspondent volgen onvermijdelijk een heleboel reactie. Op dit verhaal zijn dat er zoveel, dat, als je alles zou uitprinten, je een klein boek had. De reacties zijn soms even waardevol als de tekst van het verhaal zelf.
Helaas zijn de reacties alleen voor leden van De Correspondent toegankelijk.

Windturbines op zee steeds imposanter

Inleiding
De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft op 03 april 2017 een publieksbijeenkomst georganiseerd over de Toekomst van windenergie. In praktijk ging het voornamelijk over wind op zee, want daar ligt de toekomst. Ik was erbij in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam.

Ik heb na afloop even met een van de sprekers gepraat, Dirk Sijmons. Dat is de auctor intellectualis (althans, een van de ..) van het mooie Energetic Odyssey-plan. Het is aan de ene kant een visionair plan, anderzijds is het perfect uitvoerbaar met grotendeels huidige techniek, mits daar voldoende investering, grootschalige logistiek en voldoende politiek benul aan gekoppeld wordt. Materiaal van zijn hand heb ik al gebruikt als inbreng in het Posad-verhaal over energie in Brabant (zie ZO Brabant als trage supertanker richting energietransitie en de terreinbeheerders in spagaat).

Ook van een andere spreker, Mel Kroon van TenneT, heb ik de inbreng al in deze kolommen verwerkt (zie Het energie-eiland van Tennet).

De constructies
Blijven drie coryfeeën over, waar ik nog niet aan toegekomen was, Gijs van Kuik, Edwin van de Brug en Kees Versteegh.

Gijs van Kuik is emeritus-hoogleraar aan de TU Delft en als het ware de eminence grise van de Nederlandse windmolen-wetenschap. Hij schetste de ontwikkeling, en de vele researchvragen die er nog lagen. Het opschaaltempo van windturbines op zee is beduidend korter dan de technische levensduur van losse exemplaren, dus dat kan in principe nog verrassingen gaan geven. Bijvoorbeeld, hoe de fundering zich houdt van die machtige constructies, want dat is soms gewoon een paal die diep in de grond steekt.

Balastingsmodel van de zeebodem (via Van Kuik)
(Van Kuik, TUDelft, april 2017)

Onder het kopje “De ontwikkeling van de bladtechnologie van Bonus (1985) tot Siemens (2012)” toont van Kuik in een notedop de technische vooruitgang in de sector. Bonus was het eerste bedrijf dat in 1985 commercieel moderne bladen maakte. Sindsdien zijn ze in essentie qua opzet niet veranderd, maar wel groter en beter geworden.
De clou is dat de rotordiameter *10 is, de rotoroppervlak dus *100, het vermogen * bijna 100, en het rotorgewicht *80 (terwijl men op basis van de normale opschaling *1000 zou verwachten).
Desalniettemin, zegt Van Kuik, beginnen de grenzen gevoeld te worden van het eigen gewicht van de machines en de ontoereikende kennis van de metaalmoeheid.
En er doen zich vragen voor van systeemintegratie. Wie is waarover de baas? Hoe stem je elektriciteitsmarkten af? Hoe verzeker je technische zaken als afstemming en opslag?

(Van Kuik, TU Delft, april 2017)

Eén windturbine, zei van Kuik, is goed bestuurbaar. Hierboven de windsnelheid en daaronder het feitelijk afgeleverde vermogen aan het net, vraaggestuurd. Maar werkt dit ook nog bij een heleboel turbines tegelijk?

Ander interessant punt: hoe kunnen windparken op zee multifunctioneel worden? Boten mogen vanwege de kabels niet tussen de palen vissen, wat enerzijds kost en anderzijds wel eens meer zou kunnen opbrengen omdat er rustplekken voor vis in zee komen. Of er waterstof gaan maken (idee van TenneT-baas Kroon). Of energie-opslag?

Van Kuik, TU Delft, april 2017

Edwin van de Brug is van reiomanager van Van Oord Offshore Wind Projects – mondiaal een van de paar overgebleven spelers die in deze booming business nog mee kan. “De Denen leveren de turbines, de Nederlanders plaatsen ze en wij zorgen voor de broodjes” aldus een jaloers Engels citaat. Men kan zich de vraag stellen of bij een meer consistente Nederlandse energie- en industriepolitiek in het verleden Nederland niet ook turbines had kunnen leveren, maar dit terzijde.
“We zijn nog maar net begonnen” was de veelzeggende titel van de presentatie, die verder een typische mix was van beroepseer, ontzag voor de bijna waanzinnig grote machines en de eisen die aan een onderneming in dit soort situaties gesteld worden.

Een Nacelle (het “huis” boven op de paal waar de wieken aan vast zitten)
Funderingspaal (Van de Brug, Van Oord, april 2017)
Het huidige grootste installatieschip (Van de Brug, Van oord, april 2017)

De hefschepen werden te klein. Op een gegeven moment had iemand het heldere idee om een coaster te kopen, daar vier bedienbare poten onder te zetten, en daarmee het hele schip zichzelf te laten ophijsen. Dat werkte, maar de constructie was al weer snel te klein. Hierboven het jongste en dus grootste hefschip in de vloot.

Kees Versteegh had een adviesbureau VWEC, een bedrijf dat is overgenomen door het Chinese XEMC. Nu gaat hij door het leven als CTO van XEMC-Darwind.
Zijn bijdrage is vooral technisch van aard, maar staat ver van de politiek af. In deze kolommen heb ik een voorkeur voor onderwerpen met een politieke lading en daarom (en uit ruimteoverwegingen) laat ik de bijdrage van Versteegh onbesproken. Maar dat is niet omdat hij niet goed was.

Alle bijdragen, behalve die van Sijmons, (ook die van Kroon en Versteegh) zijn terug te vinden via www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/windenergie (tab “sprekers en samenvattingen”).
De ideeën van Sijmons zijn terug te vinden op www.hnsland.nl/nl/projects/2050-energetic-odyssey .

En wat kan dat nou opleveren aan energie? En de gevolgen voor Brabant
De cijfers die voor wind op de Noordzee genoemd worden lopen wat uiteen, maar zitten in dezelfde orde van grootte.

Tennet-baas Kroon spreekt in zijn presentatie van 150GW. Als je uitgaat van 4000 vollasturen, geeft dat grofweg 2160PJ per jaar.
Sijmons heeft het over 25.000 turbines van 10MW gemiddeld, dus over 250GW.  Bij hetzelfde aantal vollasturen geeft dat 3600PJ.
Het blad De Ingenieur noemt bij het plan van Sijmons 4300PJ.

Voor dergelijke nog half-visionaire ideeën voor het jaar 2050 een alleszins acceptabele mate van overeenstemming.

Reken ik verder met Sijmons, dan praat je over 3600PJ voor alle Noordzeelanden samen. Stel eens (leek Sijmons geen gekke schatting) 20% voor Nederland, dan komt er 720PJ stroom deze kant op.
Doe er eens wat verlies af en tel Brabant voor 1/7de deel van Nederland, dan omgerekend 100PJ voor Brabant. Als je erg optimistisch bent over de besparing, is het totale Brabantse energiebudget in 2050 ongeveer het dubbele.
De Noordzee zou dus in een optimistisch scenario in beginsel goed kunnen zijn voor pakweg de helft van de Brabantse energie in 2050. Die andere helft is overigens nog steeds een zware taak. In een meer pessimistisch (en vooralsnog realistischer scenario) is de Noordzee goed voor zo’n 40% van Brabant.
Geforceerde toeren uithalen om de provincie, en elke gemeente binnen de provincie, energieneutraal te laten zijn hoeft niet. Maar ook de resterende taak is zo zwaar, dat het verstandig is om voorlopig te doen alsof je wel energieneutraal moet worden.

Feiten en cijfers – Steenkool_Uniper feb 2016

Wat kost een kWh?
Men kan de PVV geruststellen, die steeds een lachwekkend nummertje maakt over zwaar gesubsidieerde windminaretten (je moet iets kronkeligs verzinnen om bij energiemachines de Islam bij te slepen – de oudst bekende windmolen dateert overigens van 500nChr en stond in Iran): wind op zee is binnenkort goedkoper dan stroom uit kolen (en zeker goedkoper dan stroom uit gas of uit kerncentrales).
Bovenstaand overzicht (gemaakt door Ecofys, 2014) staat in een brochure van Uniper (Uniper is het fossiele sterfhuis van de voormalige reus E.ON). Levelized Costs Of Energy (LCOE) is wat het kost om op de klassieke wijze de kostprijs uit te rekenen als je enerzijds geen subsidie krijgt, en anderzijds indirecte maatschappelijke kosten buiten beschouwing laat). De brochure is binnen te halen via Uniper-brochure over steenkool .
Gemiddeld over de EU kost een kWh uit kolen in Europa 7 tot 8 cent/kWh (en, nog maar eens voor de PVV, atoomstroom kost 10 cent/kWh).
Gemiddeld over Europa kostte een kWh uit wind op zee in 2014 12 a 13 cent/kWh, maar dat is snel gedaald tot 5,5 cent/kWh in de reeds afgesloten contracten Borssele 3 en 4 en 5,0 cent bij Kriegers Flak.

Om dit te plaatsen: de groothandelsprijs voor stroom schommelde in 2016 rond de 3 a 4 cent/kWh .

Er gaat dus nog wat subsidiegeld naar wind op zee, maar er zijn in 2017 al enkele overeenkomsten afgesloten die rond 2024 subsidieloos gaan werken (zie www.wattisduurzaam.nl/9119/featured/nieuw-record-offshore-wind-zakt-zakt-naar-6-cent-per-kwh/ ).
E.ON zag zijn lijk al in de Noordzee drijven en heeft zijn fossiele opwekvermogen niet voor niets in een sterfhuis ondergebracht.

 

Vlieghinderberaad BVM2 bespreekt toekomst met inwoners Meerhoven

Vliegtuigbewegingen op de kaart. Let erop dat Eindhoven grotendeels buiten schot blijft.

Het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) heeft op uitnodiging van de bewonersorganisaties in Meerhoven zijn visie gegeven op verleden, heden en toekomst van vliegveld Eindhoven en zijn relatie met de omgeving. Vanaf 2020 zijn er geen afspraken meer over de groei van het vliegen op deze luchthaven. De internationale trend in het vliegen is richting voortgezette explosieve groei. De grootspraakmeningen van de directeur van het vliegveld en de stiekum in de Brainportagenda verstopte, beweerde, noodzaak van verdere groei van de geluidsruimte doen vermoeden dat men in onze Brainportregio niet achter wil blijven.

BVM2 heeft een manifest geschreven waarin de toekomst heel anders wordt voorgesteld. Onder andere (voor de volledige tekst zie Beraad Vlieghinder Moet Minder-manifest )

  • Groei mag geen doel op zich zijn
  • De hinder, behorend bij 43000 vliegbewegingen eind 2019, mag niet toenemen en de bijbehorende geluidsruimte ook niet
  • Als er winst geboekt wordt met schonere en stillere vliegtuigen, wordt die 50-50% verdeeld over het vliegveld en de omgeving
  • Luchtvervuiling en klimaateffecten moeten worden teruggedrongen
    Het publiek bij de informatieavond in Meerhoven op 05 juli 2017

    Daarover gaat BVM2 met zoveel mogelijk mensen en groepen in discussie, zo ook op 5 juli 2017 in Meerhoven, voor zo’n 70 mensen.
    Sprekers namens BVM2:

  • Klaas Kopinga over de geschiedenis, de nu lopende zaken en wat er te verwachten valt tegen 2020
  • Wim Scheffers over het Manifest en BVM2
  • Bernard Gerard over milieu- en klimaataspecten van het vliegen, verbijzonderd naar Meerhoven.
    vlnr Wim Scheffers, Klaas Kopinga en voorzitter Ruben Trieling van Buurtorganisatie Grasrijk

    BOW-voorzitter Klaas Kopinga schetste compact, maar duidelijk de situatie en hoe die ontstaan is. In zijn People-Planet-Profit kende het People-deel plussen en minnen, het Planet-deel alleen maar minnen, en het Profitdeel een paar plussen en veel minnen. Hij gaf ook aan waar de vele acties in het verleden succes gehad hadden:

  • 43000 ipv de eerder voorgestelde 53000 vliegbewegingen
  • Gepland landen tot 23.30 uur ipv het eerder voorgestelde 24.00 uur
  • Handhaving van de boeteregeling op landen na 24.00 uur
  • Jaargemiddeld max. 4 en per dag max. zes vluchten tussen 23.00 en 23.30 uur, ipv de voorgestelde 8
  • een rem op de groei als er teveel na 23.00 uur gevlogen wordt
  • Beperkingen aan het aantal vliegtuigen dat zondagmorgen voor 08.00 uur mag opstijgen
  • Een onafhankelijk onderzoek om de overlast voor de regio verder terug te dringen
  • Een periodiek onderzoek door de GGD naar de hinderbeleving
  • Een evaluatie van vliegroute 1b in januari 2016

Geen Vluchten Na Elven (GVNE) -voorman Wim Scheffers liep de punten van het Manifest door, na eerst uitvoerig aandacht besteed te hebben aan de hinder.
Hij wees er ook nog op hoe de gemeente Eindhoven de overlast afgewenteld had op de randgemeenten. Het grootste deel van de gemeente Eindhoven ligt nu in de “stille driehoek”, terwijl de rest van de regio van de herrie mag genieten.

Bernard Gerard bij de infobijeenkomst Meerhoven 05 juli 2017

Bernard Gerard sprak over geluid en (ultra)fijn stof, specifiek rond de wijk Meerhoven. Hij liet zien hoe in het bestemmingsplan (BP) uit 1997 rekening gehouden is met de geluidscontour van 20Ke, maar op geen enkele manier met de luchtverontreiniging. Wat daarover in het dikke bestemmingsplan staat, past op een bierviltje. Zo ging dat in die dagen.
Maar nou net dat bleek later het hoofdprobleem in Meerhoven. Met ‘gewoon’ fijn stof van de A2 en ultrafijn stof van het vliegveld.
Ook het klimaataspect kwam aan bod, met als uitsmijter dat als de groei van het vliegen zo doorgaat, ergens rond 2020 het vliegveld evenveel broeikasgaseffecten produceert als de hele gemeente Eindhoven bij elkaar. Zie Klimaateffect Eindhoven Airport binnenkort gelijk aan dat van heel Eindhoven .
Er zijn optimistisch stemmende vormen van technische vooruitgang die, al dan niet in combinatie, geluid, luchtvervuiling en klimaatnadelen terug kunnen dringen. Voor al die gebieden moet de 50-50% regel gelden. Bernard Gerard liep er een aantal langs (zie voor een overzicht Overzicht van alle artikelen over vliegen, milieu en duurzaamheid .

De presentatie van Klaas Kopinga is te vinden hier
De presentatie van Wim Scheffers is te vinden hier
De presentatie van Bernard Gerard is te vinden hier

Na afloop bleek het publiek zeer tevreden. Velen gaven zich op als individuele ondersteuner of namen een formulier mee om dat thuis te doen.

Ryanair ziet het niet meer zitten in Nederland

O’Leary, de baas van Ryanair, is weer eens boos. Dat is geen nieuws, want dat is hij bijna altijd als klimaatactivisten, vliegherriehaters, vakbondsmensen en zo zijn pad kruisen. Die deugen geen van alle, “allemaal communisten”, aldus de Ier die het begrippen nuance en  subtiliteit niet uitgevonden heeft. Maar goed, je weet wat je eraan hebt. En op Eindhoven Airport houdt hij zich als regel aan de afspraken. Mogelijk dat de boeteregeling hier preventief werkt.

Maar de groei in Nederland lijkt eruit. ZakenreisNieuws van 06 juli 2017 citeert hem: ““Op Schiphol en Eindhoven kunnen we niet groeien en Lelystad is geen optie. Daarom schrappen we routes”, zegt topman Michael O’Leary. Hij wil ook een klacht indienen bij de NMa. “We worden oneerlijk tegengewerkt.”. O’Leary wil dat Eindhoven en Lelystad onafhankelijk van Schiphol worden, zodat er concurrentie kan ontstaan. Lees, dat hij ze tegen elkaar kan uitspelen.

ZakenreisNieuws meldt dat voor het winterseizoen zes routes op Eindhoven geschrapt worden die opgestart hadden moeten worden. Aarhus, Milaan Malpensa en Trapani gaan niet door, Tanger, Oradea en Rabat worden verplaatst naar Weeze. Daardoor houdt Ryanair nog steeds 38 routes vanaf Eindhoven over. “We krijgen simpelweg geen slots.”

O’Leary

Het standaardverhaaltje is dat Eindhoven Airport nodig is voor de kosmische aspiraties van Brainport. Moet iemand ons eens vertellen voor welke kosmische technologische hoogstandjes iemand naar bovenstaande zes vliegvelden zou willen gaan. Milaan misschien, maar daar kon je zonder Ryanair ook al wel komen.

Overigens vindt O’Leary dat Schiphol (en dus ook Eindhoven Airport) zich niks moet aantrekken van afspraken over geluidsregels. “die zijn niet eens wettelijk bindend“.
En klimaatverandering bestaat ook niet “I don’t accept the connection between carbon consumption and climate change” aldus O’Leary op RTE Radio 1 (zie www.independent.ie/irish-news/ryanairs-oleary-refuses-to-accept-global-warming-is-a-reality).

Ken uw vijanden!

Ook Boeing bezig met hybride-elektrisch vliegen

Een impressie van de Zunum

In zijn weblog “Vincent wil Zon” in het dagblad Trouw doet Vincent Dekker de oproep om van Lelystad “’s werelds eerste e-luchthaven te maken”. Dat is een pleidooi dat vanuit BVM2 ten aanzien van Eindhoven Airport ook al eens naar voren gebracht is.
Zie www.trouw.nl/maak-van-lelystad-s-werelds-eerste-e-luchthaven .

Dekker baseert zich in hoofdzaak op een recente samenwerking tussen Boeing en de start-up Zunum Aero. CEO Kumar van Zunum mikt op een vliegtuig met 10 tot 50 stoelen, bedoeld voor afstanden tot 1000km begin jaren 2020, en vooral gericht op regionale vliegvelden. Het zou een stuk goedkoper zijn dan fossiel vliegen.
In het blad Geek Wire staat een wat langer artikel onder www.geekwire.com/2017/zunum-aero-stealth-hybrid-electric-planes/ . Ter lezing aanbevolen.
Nu is enige kritische zin nooit weg. Zunum bestaat als start-up nog maar vier jaar. De onderneming heeft al wel het patent, maar er in de VS zijn nog geen standaarden voor elektrisch vliegen en de onderneming is te klein om door te kunnen groeien tot een grote jongen. Maar recentelijk hebben Boeing en JetBlue Airways het idee opgepikt.

Ook Airbus en Siemens zijn bezig, en ook de NASA. Hybride elektrisch vliegen, voorlopig als niche “zit in de lucht”, om het zo maar eens aan te duiden, maar het duurt nog even voor ze echt in de lucht zitten.

Het inwendige van de HY4, een vliegtuig met een brandstofcel op waterstof

Zou in beginsel ideaal zijn voor Eindhoven Airport, op de accu naar boven en dan de accu op kruisvermogen onderweg bijladen. Wordt een soort Chevrolet Volt met vleugels en propellers.

NASA X-57 elektrisch testvliegtuig

De X-57 van de NASA, een elektrisch testvliegtuig

Zie ook Bruikbaar hybride-elektrisch vliegen komt dichterbij

Goed gesprek met D66 – vliegwoordvoerder Jetten

Het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) heeft op 3 juli 2017 een goed gesprek gehad met de luchtvaartwoordvoerder van D66 in de Tweede Kamer Rob Jetten, en zijn fractiemedewerker Bob van Dijk. Toevallig mede-Brabanders, zo bleek, dus ze kenden de regio.
Det gesprek vond plaats op uitnodiging van D66 aan de enkele organisaties binnen BVM2. Wim Scheffers, Klaas Kopinga en Bernard Gerard hadden de uitnodiging aanvaard.

Rob Jetten, Tweede Kamer D66, 2017

Reden tot deze uitnodiging, aldus D66, was dat ze binnen twee dagen na het aantreden van de Tweede Kamer al een uitnodiging van de grote vliegvelden en vliegtuigmaatschappijen hadden ontvangen. Dat was voldoende reden om ook de andere kant uit te nodigen “om er voorlopig neutraal in te staan”.

Het gesprek waaierde uit over een veelheid aan thema’s, zowel leidend tot analyses als tot emoties. De ervaringen met Alders kwamen aan bod, de gebruikte manipulatieve tactieken (o.a. dat luchtvaartbobo’s en de hen dienende ambtenaren de mission creep probeerden door te drijven van “hinder” naar “hinderbeleving”,  hoe het met de twee ton incidenteel ging die op initiatief van D66 aan het Leefbaarheidsfonds waren toegevoegd, waarna ook bedragen uit andere hoek (oppassen dat het geld inderdaad naar de bevolking gaat en niet naar allerlei onduidelijke tussenlagen); en over de mogelijke ontwikkelingen vanaf 2020.
Maar ook over dat het goed zou zijn om de luchtvaart eens in zijn volle breedte door te denken. Niet alleen meer, meer, meer, maar ook in relatie tot luchtvervuiling, klimaat, andere vervoerswijzen en technieken om aan de verplaatsingsbehoefte tegemoet te komen.

Nieuwtje was dat de Tweede Kamer in september een rondetafel-conferentie gaat houden over een meer selectieve toedeling van middelen en faciliteiten aan de luchtvaart. Dat is in elk geval welkom nieuws.

Ten afscheid zijn er documenten overhandigd en gaf BVM2 aan geïnteresseerd te zijn in verdere initiatieven om over een meer duurzame en schone toekomst van de luchtvaart te spreken. Het voorbeeld van TUI is even aan de orde geweest en bijv. synthetische kerosine en het hybride-elektrisch vliegen ook.

BVM2 volgt hoe het verder gaat.

Controleer je CO-detector!

De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit heeft een onderzoek gedaan naar detectors die een te hoge concentratie koolmonoxide (CO) in woningen zouden moeten registreren.

Zouden moeten, want de praktijk blijkt tegen te vallen. Op 31 mei 2017 meldde mijn Eindhovens Dagblad dat ze alle modellen die nu in Nederland verkocht worden (dat zijn er 29) onderzocht hadden. Tien modellen blijken niet aan te geven dat er teveel CO in de lucht zit en/of dat de meter kapot is. Dat is gevaarlijk als je een slechte geyser of  verwarmingsketel hebt.

Koolmonoxide is een verraderlijk gif. Het is een reukloos en kleurloos gas dat elk jaar 10 a 15 mensen in Nederland het leven kost.

Nu meldde het Eindhovens Dagblad er niet bij om welke typen het ging. Ik heb ook zo’n meter bij mijn CV-ketel hangen (die overigens elk jaar netjes onderhouden wordt), dus ik wou dat wel eens weten.

De test is te vinden op de NVWA-site onder www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/05/31/nvwa-helft-onderzochte-koolmonoxide-melders-onveilig .

Onder “Overzicht” staan ze alle 29.

De CO-meter van Alecto, type 22

Nu heb ik een Alecto COA-22 en die stond er niet bij (bij mij met serienummer, beginnend met 0812B-enz ).

Gegoogled op Alecto COA-22 , blijkt dat er a) een terugroepactie is vanaf serienummer 0912-enz en b) dat die van mij waarschijnlijk sowieso over zijn levensduur heen is.
Dit is overigens geen anti-Alecto verhaal, want de Alecto-26 komt er bij de NVWA prima uit.

De moraal: haal toch even je CO-meter van de muur af en google even op de merknaam en de vervangdatum.

Het volledige onderzoek is hier te vinden.