Slotbijeenkomst Energiedialoog minister Kamp

Minister Kamp heeft een Energiedialoog georganiseerd, een soort mushawara-proces waarbij iedereen welkom was die het goed meende met de toekomstige energievoorziening na 2023, als het nu geldende Energieakkoord afgelopen is.
Kamp liet het grotendeels vrij. Hij bracht zelf weinig in en ‘voelt u zich vrij om te roepen!’. Dat kwam hem op nogal wat kritiek te staan.
Ik heb zelf een bijeenkomst in Eindhoven meegemaakt. Zo zijn er een stel geweest. Op 4 juli was er een slotbijeenkomst op het Industriepark Kleefse Waard, een oud en herleefd industrieterrein met een kunstvezeltraditie.

Het oude AkzoNobel-terrein op industrieterrein Kleefseward in Arnhem
Het oude AkzoNobel-terrein op industrieterrein Kleefsewaard in Arnhem

Het was zo’n bijeenkomst die ‘draagvlak’ wil creëren. Een stoet aan bobo’s en andere sprekers trok voorbij met een gemiddelde van één per vijf minuten, en de minister zelf pleegde de nodige plichtplegingen, samen met astronaut André Kuipers. De basisschool SALTO-school Strijp Dorp uit mijn woonplaats Eindhoven  die de wedstrijd gewonnen had mocht op het podium komen en het meisje dat bedacht had dat je de bliksem in een potje kon vangen voor energiedoeleinden kreeg de hoofdprijs. Het kon wel niet, maar het was wel heel lief. (Overigens: één flinke bliksem heeft ongeveer de energie van 10 liter benzine – het gaat wel heftig, maar duurt heel kort).
Na afloop mochten de kinderen met André Kuipers op de foto. Daar was veel animo voor.

De winnende klas van SALTO-school Strijp Dorp uit Eindhoven
De winnende klas van SALTO-school Strijp Dorp uit Eindhoven

Nu doe ik een beetje badinerend, maar misschien pakt Kamp het toch wel verstandig aan. Techniek is één ding, techniekacceptatie blijkens talloze dure ervaringen een ander ding. Met mijn techneutenachtergrond krijg ik er af en toe jeuk van, maar politiek (in de geest van ‘hoe krijg ik het publiek mee?’) is het iets anders. Ik zal er dus verder niet over kankeren. Per slot van rekening hebben er meer dan 3000 mensen bij meer dan 125 bijeenkomsten in den lande meegedaan.
de energiedialoog_2016
Gelders gedeputeerde Jan Jacob van Dijk en de Tilburgse wethouder Berend de Vries hadden nog een leuke visualisatie.
De CO2-ballonnen-r

De zwarte ballon zou 200gr CO2 bevatten, goed voor ongeveer 5 minuten douchen.

Van de stoet bobo’s wist Ab van der Touw, CEO van Siemens Nederland, er in vijf minuten nog de meeste zinvolle informatie uit te brengen. Hij zei onder andere dat Siemens in tien jaar tijd 6000 fossiele banen kwijt was geraakt, maar er 8000 in de windsector voor teruggekregen had. Hij verwees naar de studie van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) “Rijk zonder CO2 “ (zie http://www.rli.nl/publicaties/2015/advies/rijk-zonder-co2-naar-een-duurzame-energievoorziening-in-2050 ). Tenslotte bracht hij het voorstel van VNO/NCW in herinnering NLII (Nederlandse Investeringsinstelling), dat overigens wat weg heeft van het SP-voorstel lijkt om een Nederlandse Investerings Bank op te richten’.

Sungevity-vicepresident Roebyem Anders pleitte op een iets te opgefokt activistisch toontje voor het behoud van de salderingsregeling voor huishoudens en scholen tot 2030, en op een uitbreiding van die regeling naar grote daken. Een standpunt dat, hoewel niet ontbloot van enig eigenbelang, het overwegen waard is.

De dialoog gaat uitmonden in een Energieagenda met concrete plannen voor de periode na 2023.

Na afloop van het propagandistische deel heb ik nog een workshop bezocht over de ruimtelijke inpassing van duurzame energie door Ruimtevolk, en die was uiterst interessant. Ruimtevolk is een kennisplatform voor stedelijke en regionale ontwikkeling (zie https://ruimtevolk.nl/ ). Het bureau stelt zonder enige aarzeling dat de overgang op duurzame energie de allergrootste opgave op het gebied van ruimtelijke ordening zal zijn in de komende decennia.
Een (slecht) plaatje over de energiereus Terneuzen van de inleider: één industrieel complex in die gemeente heeft 146PJ nodig (146PJ is 4,5% van het totale Nederlandse energieverbruik).  In de (nog net leesbare) tekstinzet staat dat er 13 van dit soort complexen in Nederland zijn. Het is dan ook verstandig voorzichtig te zijn met al te snelle claims dat een regio energieneutraal gemaakt kan worden.

Eén industrieel complex in terneuzen verbruikt 4,5% van het totale Nederlandse energiebudget
Eén industrieel complex in terneuzen verbruikt 4,5% van het totale Nederlandse energiebudget

Brabantse gemeenten en duurzame elektriciteitsinkoop

De gezamenlijke gemeenten in den lande zijn samen goed voor ca 2% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik (9,4PJ van de 428PJ). Daarmee zijn ze een niet onaanzienlijke speler op de elektriciteitsmarkt met bovendien een grote voorbeeldfunctie.
SOMO
Greenpeace heeft daarom aan SOMO (een gerespecteerd onderzoeksinstituut) gevraagd in kaart te brengen hoe de 390 Nederlandse gemeenten (met samen 408 inkooprelaties) hun stroom inkopen. Na het nodige mail- en belwerk kreeg SOMO de gegevens van 308 van de 408 inkooprelaties boven tafel.

Het volledige rapport is te vinden op SOMO-rapport Kortsluiting op de groene energiemarkt_juni2016
de bijbehorende landelijke op SOMO-onderzoek stroominkoop gemeenten landelijke data .

De terminologie uitgelegd
Het is een beetje een ingewikkeld verhaal en vraagt daarom eerst wat uitleg.

Stel, een persoon, bedrijf of gemeente wil duurzame stroom inkopen. Men wil dan natuurlijk zeker weten of die stroom echt uit een duurzame bron komt.
Daartoe heeft Nederland een systeem in het leven geroepen dat “Garanties Van Oorsprong” (GVO) heet. Zo’n GVO stelt 1000kWh voor en is een jaar geldig en ziet er op een computerscherm zo uit:
GVO screendump
De technische controle zit bij CertiQ, een dochteronderneming van TenneT, de exploitant van het hoogspanningsnet, en de energiebedrijven rapporteren aan de Autoriteit Consument en Markt.

Als een windmolenexploitant 1000kWh verkocht heeft, heeft hij/zij één GVO opgebouwd. Logischerwijs zou hij de stroom en de GVO samen willen verkopen, want dan is zijn stroom bewezen groen. Maar nergens staat dat dat je ze samen móet verkopen. De exploitant kan ook zijn stroom grijs aan Delta Energy verkopen en de GVO apart.
In Nederland loont dat niet zo, maar het ligt anders met stroom die in Ijsland of (in mindere mate) Noorwegen geproduceerd is. Ijsland en Noorwegen draaien volledig op duurzame energie uit waterkracht en (in Ijsland) geothermie. Daarmee produceren ze, naast stroom, ook GVO’s. Omdat die vrij verhandelbaar zijn, wordt die grotendeels vanuit Ijsland of Noorwegen geëxporteerd. Hun eigen stroom wordt daarmee op papier grijs, maar dat zal de bevolking daar een worst wezen. Noorwegen heeft dan nog een kabel naar Nederland, maar Ijsland niet eens.
In Nederland wordt de Ijslandse GVO op Nederlandse grijze stroom geplakt en die heet dan ineens groen. Het mag, maar het is strijdig met de bedoeling van het systeem. WISE heeft daarom de term “sjoemelstroom” gemunt.
Deze sjoemelwerkwijze stimuleert niet dat er nieuwe duurzame energie-installaties bij gebouwd worden.

De classificatie
SOMO noemt Noorse en IJslandse GVO’s slecht en de rest goed.

Verder noemt SOMO de (aan gemeenten leverende) leveranciers Greenchoice, Eneco en HVC Energie groen (‘voorloper’), omdat die in een puntensysteem op 6,0 of hoger uitkomen.
SOMO-stroomleveranciers
Zodoende ontstaat een op twee indelingen gebaseerd classificatie waaraan de Nederlandse gemeenten worden afgemeten.
SOMO-uitleg classificatie
De onderliggende tabel met Brabantse gemeenten is te vinden op SOMO_Brabantse Data stroominkoop gemeenten

Ik heb naar mijn eigen gemeente Eindhoven gekeken. Deze verbruik volgens SOMO 155TJ per jaar (maar dat is teveel. De eigen gemeentelijke website zit ergens rond de 120TJ). Eindhoven zit bij Eneco en dekte in 2014 56% van zijn stroom met een biomassacentrale bij zwembad de Tongelreep en de stadsverwarming in Meerhoven. De rest komt van wind elders. In de gemeente Eindhoven staan geen windturbines (oa vanwege het vliegveld) en er liggen maar weinig PV-panelen op gemeentegebouwen. Eindhoven is groen.

Een aantal gemeenten zitten collectief bij De Vrije Energie Producent en die is oranje (slechte leverancier en slechte GVO’s). Het betreft de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze-Rijen, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, en Woudrichem. De leverancier scoort slecht en de GVO’s komen uit Noorwegen. Eigenlijk zouden de gemeenteraden in deze gemeenten in actie moeten komen voor een andere leverancier en, als dat niet kan vanwege een contract, op zijn minst voor goede GVO’s. Waalwijk zit ook bij De Vrije Energie Producent, maar die gemeente is ‘geel’ want is op wind-GVO’s uit Italie over gegaan. Blijkbaar kan het dus wel.

Een aantal andere gemeenten zitten bij Delta Energy BV en die is rood (slechte leverancier en helemaal geen GVO’s). Het betreft de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en St Hubert, Oss, Schijndel, St Antonis, St Michielsgestel, St OedenrodeUden, Veghel, en Vught. Ook de gemeenteraden in deze gemeenten zouden in actie moeten komen voor een andere leverancier en, als dat niet kan vanwege een contract, op zijn minst voor goede GVO’s. Heusden zit ook bij Delta Energy en heeft wel (Noorse) GVO’s. Blijkbaar kan het dus wel.

Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Roosendaal, Rucphen, en Den Bosch hebben hun gegevens zo slecht op orde dat ze niet te classificeren zijn.

 

Vragen in PS over zonne-energie uit geluidsschermen en -wallen langs wegen, en als update de antwoorden

Update:

Op 28 juni 2016 kwam het antwoord en dat hield in dat GS, bij gebrek aan gegevens, het onderzoek van Meppelink niet voor de Brabantse provinciale wegen konden repliceren.
Er staat langs de Brabantse provinciale wegen 5,32km geluidswal of -scherm. Die zijn technisch niet geschikt om de bestaande zonnepanelen aan vast te monteren.

Wel neemt de provincie Brabant ‘met trots’ deel in Solliance, een samenwerkingsverband van TNO, ECN en TUE dat technologie ontwikkelt om dunne zonnecellen te produceren. Waarna een kort verhaal over de binnengehaalde subsidie en de te verwachten economische voordelen.

GS geven aan de lopende ontwikkelingen te volgen en in een geschikte nieuwe situatie over zonnepanelen op geluidsschermen na te willen denken.

Mijn eigen commentaar hierop:
1) met 5,32km wal of scherm, niet altijd optimaal georienteerd, kun je inderdaad niet heel veel.
2) er zijn ook nog spoorwegen en gemeentelijke wegen. Niets let een politieke partij dezelfde vragen voor de eigen gemeente te stellen.
3) het Solliance-antwoord is een voorbeeld van de typisch Brabantse gewoonte om energiepolitiek te reduceren tot industriepolitiek. Solliance komt ongetwijfeld vroeg of laat met iets moois op de proppen, maar ondertussen is er in de Solliancestad Eindhoven bijna geen zonnepaneel te vinden – en als ze er liggen, dan eerder ondanks dan dankzij Brainport.
Ik zou blij zijn met minder nieuwe techniek, en meer nieuwe vierkante PV-meters.

—————————————-
De SP-fractie in PS heeft vragen gesteld over de mogelijkheden om zonnepanelen te plaatsen  op geluidsschermen en -wallen langs provinciale wegen. Ik heb aan de totstandkoming van deze vragen meegewerkt.

De ene aanleiding was een afstudeeronderzoek dat betrekking had op panelen op geluidsschermen langs Rijkswegen. De andere aanleiding was een buurtproject op basis van de postcoderegeling van de gemeente Rotterdam. Zie onder.

Ik heb over dit onderwerp al eerder op deze site geschreven, zie Dubbelzijdige zonnepanelen langs A50 bij Uden en op baggerdepots  en Hoeveel zonnestroom kan opgewekt worden langs wegen?

———————————————-

Vragen ex art. 43 van de SP-fractie

Geacht College van GS                                                          8 juni 2016

Twee actuele ontwikkelingen hebben bij onze fractie de interesse opgewekt in de mogelijkheden (en beperkingen) van zonnepanelen langs wegen.

De ene ontwikkeling betreft de voorgenomen realisatie van een zonnepark (op basis van de postcoderoosregeling) van 2000 panelen op de geluidswal langs de A20 bij de Rotterdamse wijk Nieuw Terbregge. Deze panelen zijn samen goed voor ongeveer 500MWh per jaar (ongeveer 1,8TJ).

Zonnepark langs de A20 bij Rotterdam
Zonnepark langs de A20 bij Rotterdam

De andere ontwikkeling betreft de publicatie (1 april 2016) op Tendernet van een marktconsultatie t.b.v. een nieuw op te richten geluidsscherm langs de A50 bij Uden, waarin in de opstaande wand een reeks bifaciale PV-schermen ter lengte van 450m wordt geïntegreerd.  Rijkswaterstaat (RWS) ziet dit als een pilot.

Deze publicatie sluit aan bij een al langer lopende gedachtenvorming bij RWS. Die heeft er toe geleid dat de Utrechtse student Sander Meppelink in september 2015 zijn Master Thesis gepubliceerd heeft ‘The potential of photovoltaics along the Dutch national high- and expressways (Rijks-
wegen)’. De A50 bij Uden is een expliciet punt van aandacht in deze thesis, hoewel er toen nog geen definitief besluit genomen was.
Meppelink stelt dat de gezamenlijke geluidsschermen langs de Rijkswegen in Nederland over hun volle lengte van 641km jaarlijks in 2015 ongeveer 760TJ zonnestroom kunnen opwekken (en in 2030 900TJ). Meppelink brengt vervolgens stapsgewijze beperkingen aan op dit ideaalbeeld, die leiden tot een lagere opbrengst, maar die tot een snellere en goedkopere realisatie kunnen leiden. (Voor details zie hieronder).

Aannemende dat Brabant 14,4% van Nederland is, moet zonnestroom langs Rijkswegen in Brabant ongeveer 109TJ kunnen bedragen in 2015 en ongeveer 130TJ in 2030.
Deze evenredige afdeling moet echter op basis van feitelijke data beter kunnen. Bovendien kunnen ook geluidsweringen langs provinciale wegen (die Meppelink niet onderzocht heeft) een bijdrage leveren.

Onze fractie zou een exercitie als van de gemeente Rotterdam en van de thesis van Meppelink graag willen vertalen naar Brabantse omstandigheden. Daarbij volstaan redelijke schattingen op eenvoudige basis.

  • Hoeveel kilometer geluidswal en geluidsscherm liggen er langs Brabantse provinciale wegen en langs Rijkswegen in Brabant?
  • Hoeveel TJ zouden de schermen en wallen langs de Brabantse provinciale wegen, en de schermen en wallen langs de in Brabant gelegen Rijkswegen jaarlijks kunnen opbrengen, uitgaand van de maximale variant van Meppelink?
  • Staat uw College in principe positief tegenover de gedachte een of meer PV-projecten te realiseren op geluidswerende voorzieningen langs provinciale wegen?
  • Zo nee, waarom niet?
    Zo ja, zou uw College een business case willen schetsen voor de plaatsing van bijvoorbeeld 2000 PV-panelen op een gunstige locatie, zowel bij nieuwe aanleg als bij aanleg op een bestaande wal of scherm, en zowel op basis van de postcoderoosregeling als op basis van de SDE+ – regeling?
    Zou u ook inzichtelijk kunnen maken in hoeverre dit plaatje verandert als meegelift kan worden met onderhoud aan de geluidswerende voorziening dat toch al noodzakelijk is?

Namens de SP

Willemieke Arts
Joep van Meel

 

De precieze gegevens die Meppelink gebruikt:
 -  641km geluidsscherm, zijnde de volle lengte langs rijkswegen, waaraan hij via extrapolatie een opbrengst toegekend heeft
 -  De rij panelen is gemiddeld 2,0m hoog en heeft in ideale omstandigheden een rendement van 21%
 -  de eerste beperking is dat Meppelink alleen trajecten van meer dan 500m meetelt
 de tweede beperking is dat daar bovenop alleen bezonningen > 1044kWh/y*m2 meegenomen worden
 in de derde beperking daar bovenop worden alleen trajecten meegenomen die urgent onderhoud vragen

Waar Meppelink niet naar gekeken heeft:
 -  de 359km geluidswal langs rijkswegen
 -  provinciale wegen
 -  mogelijkheden in de berm en op overkappingen (zoals onder)

solar_array_tunnel_aschaffenburg

LIDL gaat alle winkels van zonnepanelen voorzien en begint met gratis laadpalen (update)

(Bron: Solar Magazine 25-2016)

De LIDL gaat in Nederland elk jaar 10 supermarkten van zonnepanelen voorzien. Daar steekt het bedrijf elk jaar €2 miljoen in. Men denkt aan 400 tot 500 panelen per winkel. De LIDL heeft in totaal in Nederland 407 locaties (winkels en distributiecentra).
Op dit moment liggen er op ruim 20 locaties 12.000 panelen.
LLIDL zonnepanelen-r

Daarnaast heeft de LIDL ook andere duurzaamheidsprojecten. In 2020 bijv. moeten alle winkels door LED’s verlicht worden.

Een interview met de manager energiezaken van de LIDL, Arnold Baas, is te vinden –> lidl gaat alle winkels van zonnepanelen voorzien

——— (toevoeging dd 26 juni 2016)—–

De LIDL gaat in 2016 ook laadpalen zetten bij diverse nieuwe vestigingen in Nederland. Daar kunnen de klanten tijdens hun boodschappen doen gratis de auto-accu opladen. Volgens de berichten kost dat 20 minuten.
Uit een opinie-onderzoek onder 320 gebruikers van een elektrische auto blijkt, dat die wel een eindje willen omrijden en bij de LIDL inkopen, als ze daar elektrisch kunnen tanken.

laadpaal LIDL

Op werkbezoek bij zuivelboerderij Den Eelder

Tijdens het provinciale Energiefestival op 1 juni 2016 waren er allerlei workshops en excursies. Een interessante excursie ging met de bus naar zuivelboerderij Den Eelder, bij Kerkwijk en Ammerzoden. Eigenaar is de familie Van der Schans.
Zie ook http://www.deneelder.nl .
koeien op Den Eelder
Op Den Eelder hebben ze momenteel 550 melkkoeien en 350 stuks jongvee op eigen (zware klei)grond. Het is dus een relatief grote boerderij. Een deel van de koeien staat een deel van de tijd in de wei.

Den Eelder draait (het zijn mijn woorden, niet die van hen) half-biologisch. De familie zegt veel elementen van biologisch boeren toe te passen, maar ze gebruiken kunstmest en ze passen in een eerder stadium dan biologische boeren curatieve antibiotica toe. Preventieve antibiotica worden niet toegepast.

De familie Van der Schans wilde wat betekenen voor een duurzamer aarde. Op zijn minst moest het eigen bedrijf energieneutraal. Ze wilden niet aan een windturbine en kozen uiteindelijk voor het vergisten van de mest van hun koeien.

Daar kun je twee kanten mee op: mono- en covergisting. Bij monovergisting wordt alleen de mest zelf vergist, bij covergisting gaat er plantaardig materiaal en bepaalde soorten afval en reststoffen bij. Elk van beide technieken heeft voor- en nadelen.
Covergisting brengt makkelijk 5 tot 10 keer zoveel op (in mest zelf zit niet heel veel energie, die zit vooral in de maïsstengels en het bermgras dergelijke), maar de prijzen van covergistingsmateriaal kunnen omhoog schieten bij schaarste en/of als ze in Duitsland gesubsidieerd worden.
Uiteindelijk heeft men op Den Eelder voor monovergisting gekozen op het eigen erf.

De mestschuif
De mestschuif

De mest wordt verzameld met een permanent doorlopend schuifsysteem, naar de vergister gevoerd en daar in real time verwerkt. Daardoor komt er maar heel weinig methaan uit de mest in de atmosfeer. Dat is een groot voordeel, want het is een krachtig broeikasgas.

Omdat er in mest op zich relatief weinig energie zit (het is veel water), is voor een bescheiden vermogen een forse installatie nodig.

De monovergister. (op de foto dhr. Gosselink van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij BOM)
De monovergister.
(op de foto dhr. Gosselink van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij BOM)

De installatie verwerkt 15.000 ton dagverse mest per jaar en produceert daarmee jaarlijks via een gasmotor 0,50 miljoen kWh elektrische energie (1,8TJ) en (via die motor en een kachel) 1,5 kWh miljoen warmte (5,4TJ) in de vorm van water van 110⁰C.
De installatie heeft €800.000 gekost en bespaart jaarlijks voor 10% van dat bedrag aan stroom en gas. Daarnaast krijgt  Den Eelder 12 jaar lang SDE+ subsidie. Het komt net uit.

Het processchema
Het processchema

Daarnaast liggen er bij Den Eelder ongeveer 1100 zonnepanelen op het dak van de bedrijfsgebouwen. Die moeten volgens de gangbare statistiek jaarlijks ongeveer 0,85TJ leveren.

Een deel van de 1100 zonnepanelen
Een deel van de 1100 zonnepanelen

Als je alles optelt (wat officieel niet mag) kom je aan 8,0TJ per jaar. Dat dekt volgens Van der Schans ongeveer de eigen jaarlijks energiebehoefte. Hij levert niet veel terug aan het net.

Van der Schans erkent de gangbare wijsheid dat het vergisten niet helpt voor de fosfor- en stikstofproblematiek, waaraan de wettelijke bepalingen zijn opgehangen. Hij zou ooit nog wel eens een scheidingsinstallatie achter zijn vergister willen hangen om het restproduct uit de vergister, het digestaat, tot kunstmestvervanger op te waarderen..

Een blik op de melkverwerkingstechniek
Een blik op de melkverwerkingstechniek

Als men de zaal met de melkverwerkingstechniek ziet, en de vergister en de zonnepanelen, rijst de vraag in hoeverre het eigenlijk zinvol is een scherpe scheiding te hanteren tussen een agrarische en een industriële bestemming.
Bij de Raad van State speelt dat ongetwijfeld een rol. Maar als die niet in beeld is, kan men zich gevoeglijk de vraag stellen hoe materieel eigenlijk het verschil is tussen een groot boerenerf en een klein industrieterrein.

Brabants Energie Akkoord officieel getekend

Tijdens het Energiefestival in het Provinciehuis in Den Bosch, op 1 juni 2016, is het Brabantse Energie Akkoord (BEA) door een groot aantal partijen getekend. 

Het gezelschap ondertekenaars van BEA 2.0
Het gezelschap ondertekenaars van BEA 2.0, inclusief  een glimmende gedeputeerde Annemarie Spierings (D66)

Door de ondertekening is de oude tekst uit 2015 van het Brabantse Energie Akkoord opgewaardeerd tot BEA 2.0 . De tekst zelf is niet veranderd, maar er is een mooi kaftje aan toegevoegd en, wat belangrijker is, een groot aantal handtekeningen.

BMF-directeur Nol Verdaasdonk tekent
BMF-directeur Nol Verdaasdonk tekent

Ik ben niet enthousiast over de originele tekst van BEA. De tekst bestaat vooral uit monologen van afzonderlijke deelnemers met onvoldoende centrale regie die van dat verhaal een geheel maakt. De tekst spreekt wel goede bedoelingen uit (1,5% per jaar bezuinigen en daarna in 2020 14% duurzaam), maar is technisch niet goed genoeg om een concreet programma op te baseren en dat te kunnen afrekenen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=695 .
Er zit bijvoorbeeld onwaarschijnlijk weinig zonne-energie in het ak-
koord en onwaarschijnlijk veel biomassa. Ik heb geen principieel bezwaar tegen biomassa (mijn mening is ja, mits mits mits), maar de 28PJ in het BEA zou ik niet meteen voor mijn rekening durven nemen.
Het verhaal is indertijd teveel in haast afgeraffeld, zodat de tekst beschikbaar was bij het aantreden van het nieuwe College van GS. Dat is gelukt.

Goed. Een product dat de goede bedoelingen heeft, is nu breed onder-
tekend. Laten we het erop houden dat een matige tekst, die breed ondersteund is, beter is dan een goede tekst die niet ondertekend is.

Niet dat het een gelopen race is dat de goede voornemens in 2020 inderdaad gerealiseerd zullen blijken. Er wordt veel te weinig deugdelijk kwantitatief gedacht. Dat had moeten gebeuren in de Uitvoeringsagenda Energie, waarover ik ook het nodig geschreven heb ( zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/?p=2702 en www.bjmgerard.nl/?p=2722 en https://www.bjmgerard.nl/?p=2755 ).

Mijn Open Podium-presentatie
Mijn Open Podium-presentatie

Ik verwacht dat in 2020 gebleken zal zijn dat de kwantitatieve doelstelling niet gehaald zal zijn. Daarom heb ik voor gesteld om alvast een reserveprogramma te definieren, bestaande uit 5PJ zonne-energie uit parken op de grond. Ik heb dat verwoord in een podiumpresentatie tijdens de lunchpauze. Voor de tekst –>  Verhaal bij het provinciale Energiefestival op 1 juni 2016 .

Ik blijf de ontwikkelingen volgen en zal ook mijn SP-fractie in PS over dit onderwerp adviseren.

Tijdens het festival vond een groot aantal workshops en excursies plaats. Ik heb er enkele bij kunnen wonen. De excursie naar een melkveebedrijf loonde genoeg de moeite voor een apart verhaal.

Belgische nucleaire prof tegen heropstart van Doel3 en Tihange2 – update2: ondeugdelijk staal gebruikt

In een groot interview in het Belgische blad Knack  stelt professor Walter Bogaerts “Met wat ik nu weet, zou ik een heropstart van de kerncentrales niet langer aanbevelen.” Zie 


Bogaerts is niet de eerste de beste. Hij is specialist in corrosie en metaalmoeheid in roestvrij staal, hoogleraar in Leuven en Gent, en een wereldwijd geraadpleegde expert in de petrochemie en de nucleaire sector.
Hij is geen activist tegen kernenergie. Integendeel, hij is ruim vijf jaar CEO geweest van Belgoprocess, een bedrijf dat geconditioneerd is in de verwerking, conditionering en opslag van kernafval.

Desalniettemin is hij het niet eens met de Belgische nucleaire waakhond, de FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle), en met het StudieCentrum voor Kernenergie SCK. Het verschil van inzicht gaat over Bogaerts’ vak, corrosie, in dit geval in de 20 cm dikke wand van het reactorvat (waarbinnen zich water van 3400C onder 150 atmosfeer bevindt. De corrosie leidt tot dunne, maar behoorlijk lange behoorlijke scheuren die evenwijdig aan het oppervlak lopen.
De discussie is niet zozeer of er corrosie kan optreden (dat staat vast), maar over a) hoe erg het is en met name b) of het erger wordt en c) of het metaal het zodanig kan begeven dat het water uit het vat loopt.
Het FANC en het SCK geven op deze drie vragen een geruststellend antwoord, Bogaerts (en zijn collega Digby Macdonald) niet (zie FANC-standpunt )

In de politiek moet men soms op basis van tegenstrijdige gegevens een besluit nemen, ook al zou je dat niet willen. De vraag is dus wie je gelooft als de deskundigen het oneens zijn.
Voor zover ik het probleem begrijp (corrosie is mijn vak niet), zijn er drie redenen waarom een stalen reactorvat kan gaan corroderen:
– Waterstofverbrossing (er zamelt zich in en tussen de kristallen steeds meer waterstof op, een bekend probleem). Als je aanneemt dat die waterstof alleen in het metaal terecht gekomen is bij de fabricage van de vaten, zit je op de lijn van de FANC, en als je aanneemt dat het een voortschrijdend proces is omdat de straling in het reactorvat steeds opnieuw watermoleculen splitst en waterstof en zuurstof, kom je dichtbij het standpunt van Bogaerts terecht (die in het interview dit niet met zoveel woorden gezegd heeft)
– Neutronenbestraling is een bekende oorzaak van verbrossing, die voortdurend doorgaat.
– Thermische stress in het materiaal door aan- en uitzetten van de centrale, wat op gezette tijden plaats vindt.
Volgens mij zijn het allemaal structurele en cumulerende oorzaken, die bovendien in vereniging werken.

Kristalfouten bij de fabricage zijn meestal, zoals Bogaerts zegt, ‘een vingernagel groot’. Bij de stillegging in 2012 vond men scheuren tot ruim 2 cm, en na de stillegging in 2014 van 15 tot 18 cm. Intussen zijn ook de detectiemethodes verbeterd, maar ‘ook in de vroege jaren ’80 bestonden er wel degelijk methoden om scheuren op te sporen’. En waarom ze toen dan niet ontdekt werden (Bogaerts) ‘omdat ze er niet waren of alleszins niet zo groot waren.’ en de FANC ‘de ingenieurs die destijds de ultrasooninspecties hebben uitgevoerd op basis van hun ervaring geoordeeld hebben dat er geen fouten gevonden waren die expliciet in het inspectieverslag moesten worden vermeld. Dat was conform de praktijken van die periode.’ En de FANC vindt de 15 tot 18 cm overdreven hoog ingeschat.
Een praktijktest met intensieve neutronenbestraling leidde tot spectaculair slechte en tot nu toe niet uitgelegde resultaten.
Bogaerts en de FANC zijn het erover eens dat deze reactievaten afgekeurd zouden worden, als je er nu mee kwam aanzetten.

Tihange

De discussie heeft internationaal aandacht getrokken, onder andere van de overheden uit naburige landen. De stad Aken heeft de exploitant van Tihange voor de rechter gedaagd. Die rechter krijgt daar een aardige klus aan.
De Duitse deelstaten NoordRijnland-Westfalen en Rijnland-Palts hebben aangekondigd een gezamenlijke klacht in te gaan dienen bij de EU en de Verenigde Naties.
De discussie laait nog hoger op omdat het kabinet net in deze tijd jodiumpillen ging verspreiden.

Op 11 maart 2016 meldde de Rheinische Post, dat de Belgische kerncentrales in Doel en Tihange niet over een gefilterd overdrukventiel beschikken. Dat is een voorziening die het mogelijk maakt om bij een calamiteit (bijvoorbeeld het smelten van de reactorkern) de ontstane overdruk gefilterd en gecontroleerd te lozen in plaats van ongefilterd en ongecontroleerd (bijv. bij een gunstige windrichting).
Alle Duitse centrales hebben na Tsjernobyl zo’n voorziening gekregen. Andere landen waren daar later mee, maar Fukushima heeft ook daar de doorslag gegeven.
Overigens helpt een filter alleen tegen deeltjes en niet tegen gasvormige splijtingsproducten zoals krypton en xenon.

Op 14 mei meldde de Belgische krant De Tijd dat de kans bestaat dat de kerncentrales stalen onderdelen bevatten die niet aan de normen voldoen. Men heeft het vele decennia niet al te nauw genomen in de Franse Creusot-fabrieken waar het staal vandaan komt. De Franse kerncentralebouwer Areva heeft de onderneming een jaar of tien geleden overgenomen. Areva heeft moeten opbiechten dat bij 400 onderdelen ‘onregelmatigheden’ waren vastgesteld.

Uitbater Electrabel van Doel en Tihange heeft gezegd dat het ‘te vroeg is voor conclusies‘.
De nucleaire waakhond FANC is sinds kort met de zaak bezig en heeft opheldering bij Areva gevraagd.

Voor het artikel in De Tijd zie http://www.tijd.be/ondernemen/milieu_energie/Onderzoek_sjoemelstaal_in_kerncentrales.9766259-3088.art .

Mijn politieke oordeel is dat het verhaal tegen heropening van Doel3 en Tihange2 een stuk sterker is dan het verhaal vóór heropening.

Dit oordeel is gebaseerd op de specifieke kenmerken van deze situatie. Mijn negatieve houding tegenover kernenergie is niet principieel. Als men ooit een centrale-ontwerp bedenkt dat bij atmosferische druk werkt, beheersbare corrosieproblemen kent, vanzelf stopt bij een ongeluk, afval produceert dat niet langer dan een paar honderd jaar radioactief blijft, en waarmee men moeilijk kernwapens kan maken, dan ben ik daar niet om principiële redenen tegen. Zo’n centrale bestaat nu niet en mogelijk is hij niet meer nodig als we twintig jaar verder zijn.
Maar dat laatste moet eerst nog blijken.

De demonstratie in Antwerpen tegen heropening van Doel en Tihange op 12 maart 2016
De demonstratie in Antwerpen tegen heropening van Doel en Tihange op 12 maart 2016

Op 19 januari hebben de Brabantse en Zeeuwse Milieufederaties, samen met WISE en de West-Brabantse milieuorganisatie Benegora, een openbare avond georganiseerd over hetzelfde onderwerp. Er waren ca 150 mensen.

Een verslag van de avond treft u aan hier –> Geslaagde informatieavond over kerncentrales Doel_19jan2016_BMF .

Bij de dood van David MacKay

David MacKay
David MacKay

Professor David MacKay is overleden. Hij stierf op 14 april 2016 op 48-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij laat een vrouw en twee kleine kinderen na.

MacKay hield zich aanvankelijk bezig met Machine Learning en Informatietheorie, waar hij enkele belangrijke wetenschappelijke resultaten bereikte. Daarnaast was hij geïnteresseerd in onderwijsmethodes en in de ontwikkeling van Afrika. Hij heeft een tijd les gegeven op het African Institute for Mathematical Sciences in Kaapstad.
Bij een kampvuur kwam de discussie, ergens rond 2005, op de mogelijk-
heid om de wereld met duurzame energie te voeden. Daar was zo veel van, vond iedereen op één na, dat moest toch makkelijk kunnen.
Dat wakkerde MacKay’s al lang bestaande milieubewustzijn aan en hij besloot de vraag rigoureus door te rekenen. Het product werd “Sustainable energy without the hot air”, een boek dat op dit gebied al snel de
bijbel werd en dat iedereen zou moeten bestuderen die serieus mee wil doen aan welke discussie over duurzame energie dan ook. Het is gratis downloadbaar op http://www.withouthotair.com/ , maar ook in boekvorm te koop.

Het boek verkocht voor een natuurkundeboek verbazingwekkend goed en in verbazingwekkend brede kring, aldus de uitgeverij “van Shell en EDF tot Friends of the Earth en Greenpeace”. Om de schichtigheid van de uitgever, UIT Cambridge Ltd, te overwinnen, kocht MacKay de eerste 1000 boeken voor de halve prijs. Het bleek ook een commerciële voltreffer: er zijn (dd april 2016) 75000 exemplaren gedrukt, en dat terwijl het werk gratis downloadbaar is, gepirateerd is. Het is inmiddels in een groot aantal talen vertaald.
without hot air omslag

Bij het boek hoort een website en bij de website goede interactieve mogelijkheden. Er heeft zich inmiddels een grote vraag-en antwoord-rubriek opgebouwd (met ook twee vragen van mij), die in zichzelf al het lezen waard is. MacKay was niets te beroerd om meningen aan te passen als er een verstandig commentaar kwam.

Hij werd wetenschappelijk adviseur van de Britse regering en een veelgevraagd spreker op allerlei congressen. Ik heb hem zelf meegemaakt op de KNAW-bijeenkomst over de mogelijkheden van biomassa. Ook daar sprak hij in zijn karakteristieke stijl: geen grote woorden of verheven bespiegelingen, maar zakelijke voorlichting op basis van getallen.

Het boek is geschreven voor een zo groot mogelijk publiek. Het is in vier delen verdeeld: het eerste is relatief eenvoudig (een VWO-NTer moet het aan kunnen) en gaat over wat dingen energetisch kosten of kunnen opbrengen, zoals bijvoorbeeld auto’s of windenergie. Het eindigt met de vraag of Groot-Britannie zijn bestaande verbruik van 195kWh per persoon per dag zou kunnen dekken, en met het antwoord dat je daar op papier met 176,5kWhpppd dichtbij komt, maar dat de publieke opinie een groot deel van de mogelijke maatregelen zal afschieten.

Energetische kosten en opbrengsten van processen, hun balans en MacKay's inschatting van de publieke acceptatie
Energetische kosten en opbrengsten van processen, hun balans en MacKay’s inschatting van de publieke acceptatie

Let wel: dit is uit het boek dd 2010. Op sommige terreinen gaan de ont-
wikkelingen snel. Dat kan bovenstaand plaatje achterhaald maken. De afbeelding geldt voor Groot-Britannie.
Let wel: MacKay schrijft over opwekking, niet over besparing. Dat is een heel andere discipline. Uiteraard zou het helpen als de rode kolom een stukje lager werd. MacKay zegt daar niets over, maar andere bronnen denken dat er in 2050 ongeveer eenderde af kan zijn. Die vinger is echter kletsnat.

Het tweede deel gaat over beleid en verbeter-ideeën (met, voor de liefhebber, bijvoorbeeld (vanaf blz 140) een uitvoerige kwantitatieve analyse van diverse manieren om woningen te verwarmen). Ook een kostenschatting, voor Engeland, Wales en Schotland van 870 miljard pond, vooral veroorzaakt door zonnecellen (die overigens sinds 2010 veel goedkoper geworden zijn). Over 40 jaar en 58 miljoen Engelsen valt dat nog te overzien, mede omdat zonnepanelen sterk in prijs dalen en omdat daarna de exploitatielasten een stuk lager worden.
Het heeft wel consequenties. Hieronder het landgebruik in full deployment. Het landschap blijft dus niet wat het is. Natuur- en milieuorganisaties komen voor fundamentele keuzes te staan en doen er goed aan zich strategisch grondig te bezinnen.

Voorbeeld van enb ruimteclaim door een grote mate van zelfvoorzienendheid met duurzame energie (gegevens 2010)
Voorbeeld van een ruimteclaim door een grote mate van zelfvoorzienendheid met duurzame energie (gegevens 2010)

Het derde deel gaat dieper op de techniek in en is een goudmijn aan formules, tabellen en grafieken. Dit is niet iedereen gegeven.
Deel vier bevat een groot aantal tabellen.
Mijn advies zou zijn (dat doe ik zelf ook) om deel 1 en 2 te lezen en de rest als naslagwerk te gebruiken.

Zo maar een tabel, de embedded energy in bouwmaterialen. Kan men uitrekenen hoeveel energie het kost om het materiaal voor het huis te maken (waarna de bouw zelf nog moet plaatsvinden):

Energie die het gekost heeft om bouwmaterialen te maken
Energie die het gekost heeft om bouwmaterialen te maken

MacKay heeft duurzame sympathieën, maar geeft daar in zijn wetenschappelijke werk niet luidruchtig uiting aan, met als uitzondering de
fiets. Hij was een verwoede fietser. De CD van een rechtopzittende fietser is 0,9, de frontoppervlakte moet men zelf schatten (ik kwam op 0,75m2 toen ik met volle fietstassen samen met mijn vrouw vorige week door Frankrijk fietste), de rolweerstandscoefficient is volgens MacKay voor een fiets 0,005 , en het totaalgewicht van de combinatie ongeveer 140kg, zodat mijn vermogen bij een relaxte 18km/uur bij windstil en op het vlakke rond de 90W mechanisch moet zitten. Zou kunnen, want past bij de fitness-resultaten. Dat soort dingen kun je met MacKay-cijfers uitrekenen.
MacKay komt voor een fietser bij 21km/uur op 2,4kWh per 100km en voor een auto bij 110km/uur op 80kWh. Wil je dus een 30* zo efficiente auto, zegt MacKay, ga dan fietsen.

 MacKay op de fiets (bron: Wikipedia)
MacKay op de fiets (bron: Wikipedia)

Het Tribute van de uitgever geeft meer informatie en is te vinden op Tribute bij het overlijden van David MacKay .
Het Wikipedia-artikel is te vinden op https://en.wikipedia.org/wiki/David_J._C._MacKay .

Dubbelzijdige zonnepanelen langs A50 bij Uden en op Brabantse baggerdepots

Er zit nog veel potentieel voor technische vooruitgang in zonnepanelen en dat leidt regelmatig tot nieuwe vindingen.

Drijvende panelen en baggerdepot’s
Energie Centrum Nederland (ECN) heeft panelen bedacht die van twee kanten licht binnenlaten (‘bifacial’). In een persbericht dd 11 april 2016 noemt ECN meteen al twee mogelijkheden: in geluidsschermen langs
Noord-Zuid lopende wegen, en in drijvende installaties.

Artist impression voor drijvende panelen in 't Ij
Artist impression voor drijvende panelen in ‘t Ij

Die drijvende installaties zijn voor het eerst getoond op 14 april 2016 op ’t Ij, tijdens Innovation Expo in Amsterdam. Hierboven een impressie (ten tijde van het schrijven van dit artikel had ik nog geen actuele foto).
De ene kant is op de zon gericht en vangt op de gebruikelijke manier direct en diffuus zonlicht, de andere kant vangt diffuus licht dat via het water weer omhoog kaatst. Bovendien houdt het water de panelen koel (panelen functioneren slechter als ze heet worden). ‘Het kan op jaarbasis enkele tientallen procenten schelen” zegt professor Sinke van ECN.
Rijkswaterstaat (RWS) heeft een vergelijkbare pilot lopen op baggerdepot De Slufter op de Maasvlakte. In totaal heeft RWS ongeveer 500ha baggerdepot in beheer. Idealiter moet dat goed zijn voor ca 2 a 3PJ, een niet te verwaarlozen hoeveelheid.

Baggerdepot Hollandsch Diep bij Moerdijk
Baggerdepot Hollandsch Diep bij Moerdijk

RWS heeft één baggerdepot op Brabants territorium, te weten “baggerspeciedepot Hollandsch Diep’ (hierboven) ten Noorden van de Moerdijk. De provincie is verantwoordelijk voor het inmiddels gesloten  baggerdepot Dintelsas, dat ook onder water ligt.  Deze baggerdepot’s zouden gebruikt kunnen worden volgens de pilot op De Slufter.
Daarnaast is er ruimte op de grote wateren aan Brabantse grenzen. Het is niet mogelijk hier een geschikte oppervlakte te noemen.

Het geluidsscherm langs de A50 bij Uden
RWS heeft op 1 april 2016 op Tendernet een ‘marktconsultatie’ gepubliceerd voor een nieuw op te richten rechtopstaand geluidsscherm langs de A50 bij Uden, waarin over een lengte van 450m en een hoogte van 4m een rij bifaciale zonnepanelen opgenomen wordt. De A50 tussen Sint Oedenrode en knooppunt Paalgraven loopt bijna pal Noord-Zuid.

De A50 bij Uden
De A50 bij Uden

Een marktconsultatie is een raadpleging van ‘de markt’ en dient als voorbereiding op de aanbesteding, die in het voorjaar van 2017 voorzien is.
De gangbare wijze om zonnepanelen aan te leggen op een scherm langs een Noord-Zuidlopende weg is om de schermen de gedaante te geven van een T , met de zonnepanelen horizontaal boven op de T. In praktijk kunnen ze dan slechts 2m breed zijn.
Het geheel van alle kenmerken leidt in een voorlopige schatting tot een opbrengst voor een traditionele T-figuur van ca 0,51TJ (ongeveer 142000kWh), en voor de dubbelzijdige opstelling van ca 1,2TJ (ca 337000kWh).
In 2020 moet Brabant ongeveer 40000TJ aan duurzame energie hebben. Daarvan is een flink deel al voorzien, maar duidelijk is dat er meer nodig is dan alleen maar een futuristisch scherm zo hier en daar.

In Zwitserland worden al langer dubbelzijdige panelen aangebracht, oa langs een spoorlijn bij Münsingen.
In Zwitserland worden al langer dubbelzijdige panelen aangebracht, oa langs een spoorlijn bij Münsingen.

Brabant loopt achter bij Wind op Land-taakstelling

Het parlement heeft besloten dat er in het jaar 2020 6000MegaWatt (MW) windvermogen op het land moet staan.
(NB: daarmee bedoelt men een maximum vermogen, waarvoor de turbine  bij een range aan windsnelheden ontworpen is. Onder die range haalt de turbine niet zijn maximum vermogen, binnen de range wordt hij afgeregeld op het nominale vermogen, en als het heel hard waait wordt hij afgeschakeld – hier niet getekend. Deze turbine is nominaal 3,00MW. De jaargemiddelde opbrengst van een turbine op het land is voor turbines op het land in Nederland gemiddeld 26% van de theoretisch maximale opbrengst, bij een goede locatie meer, bij een slechte locatie minder).

Power curve windturbine zonder afkap bij hoge windsnelheden
Power curve windturbine zonder afkap bij hoge windsnelheden

Die 6000MW is na onderhandelingen verdeeld over de provincies.

De uitvoering van de taakstelling wordt gemonitord. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft in maart 2016 de monitoring over 2015 uitgebracht. Dat heeft geleid tot korte persberichten waarin vooral stond welke provincies het slecht deden (Utrecht en Limburg) en welke goed (NHolland, Flevoland, Zeeland, Overijssel). Uiteraard was Greenpeace onthutst over wat er niet goed ging, maar liet onvermeld dat het in 2015 veel beter ging dan in 2014.
Omdat ik mij in mijn weblog, waar dat mogelijk en zinvol is, focus op NBrabant, heb ik een staatje gemaakt hoe de provincie Brabant uit de Monitor komt. Dat ziet er zo uit:
staatje monitor2015 NL-Brabant

Minister Kamp zegt dat ‘het glas half vol is’ en dat beschrijft de situatie bijna mathematisch. Half leeg had ook geklopt.

Brabant ligt achter op het Nederlands gemiddelde. Anders dan Greenpeace ben ik niet meteen onthutst, althans niet over NBrabant.
Eerst zakelijk wat de projecten zijn:

Informatie over de Brabantse projecten in 2015.
Informatie over de Brabantse projecten in 2015. (donkergrijs is in 2020 zeker, middelgrijs is aannemelijk, en lichtgrijs is onzeker).

Een meermalen genoemd probleem zijn de vijf  Brabantse vliegvelden. Die schaden de vooruitgang. Ze doen zelf niks aan de opwekking van
duurzame energie maar blokkeren wel windturbines. Gilze-Rijen en Volkel worden genoemd, maar Woensdrecht blokkeerde een tijd lang Kabeljauwbeek en rond vliegveld Eindhoven begint men niet eens over windturbines, waardoor er daar logischerwijs ook geen knelpunt ontstaat.
Kamp besteedt in de bijbehorende Kamerbrief apart aandacht aan vliegvelden (waarvan er dus in Brabant vijf liggen, achterlijk veel!).
Het ene vliegveld-onderwerp betreft de radar, waaraan nog onderzoek gedaan moet worden dat pas in 2017 klaar zou zijn.
Het andere vliegveld-onderwerp betreft de risicozonering. Het is niet de bedoeling dat vliegtuigen tegen hoge uitsteeksels aan  vliegen en daarom ligt er rond vliegvelden een soort virtuele schotel  waar  hoge constructies onder moeten blijven.

Het Brabantse 100MW-plan langs de A16 (van Breda tot het Hollands Diep) zit nog niet in de categorie ‘zeker’.  Anders dan Greenpeace denkt, ligt dat niet aan de lokale overheden want die hebben een akkoord getekend. De Rijks-dwangmaatregel (Coördinatieregeling) hoefde niet eens te worden toegepast.  Het probleem zit in de inpassing op het 150kV – net en in de verdiensten, die Rijkswaterstaat (RWS) wil inboeken op zijn gronden.

RWS wil ook verdienen aan zijn gronden bij de Volkeraksluizen en het besluit over de vergroting van die sluizen valt pas in 2020. Ook is RWS niet enthousiast over het bouwen op waterkeringen. Hierover wordt overlegd, dat er tot nu toe in geresulteerd heeft dat ‘nee’ veranderd is in ‘nee, tenzij’.

Voor een overzicht van de concrete knelpunten en de genomen maat-
regelen verwijs ik naar de volledige tekst van de Monitor 2015. De  volledige tekst is te vinden op https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-707390.pdf&ved=2ahUKEwjEm5n29rGRAxWkgP0HHV-JLw4QFnoECBsQAQ&usg=AOvVaw2upvdnugcp1Zh3h4NNiSKx.

Opbouw vier windturbines langs de A58 tussen Oirschot en Tilburg
Opbouw vier windturbines langs de A58 tussen Oirschot en Tilburg (het Kattenbergplan)

Eigenlijk blijkt bijna nergens dat er een onoplosbaar draagvlakprobleem bij de bevolking en het lokale bestuur is. Greenpeace zou er beter aan doen eerst eens onderzoek te doen, voor het de burgers en de gemeenteraden de schuld geeft.