Over houtprijzen en productievolumes van diverse houttoepassingen

Inleiding
Op deze site, en ook tijdens mijn vele discussies op Facebook, bestrijd ik allerlei complottheorieën en andere waanideeën, die stellen dat massale ontbossing op de gematigde breedtes plaatsvindt, slechts ten behoeve van biomassacentrales. Naast andere argumenten gebruik ik ook dat het voor een bosexploitant economisch uiterst stom zou zijn om zijn houtoogst geheel te versnipperen. Dit in weerwil van larmoyante en misleidende TV-uitzendingen. Zaaghout brengt namelijk veel meer op dan snipperhout.
Bovendien kan de exploitant voor zijn houtresten kiezen tussen (versimpeld) de bestemmingen papier, spaanplaat, groene chemie en verbranding. Zelfs als de TV of YouTube ergens een houtversnipperaar in actie toont, is het nog maar de vraag met welk doel de versnippering plaatsvindt.

Bestemmingen van hout dat vrijkomt bij Staatsbosbeheer (eigen site)

Omdat versnippering ten behoeve van verbranding relatief weinig geld oplevert, zou je verwachten dat in het totale productiepakket energiehout slechts een relatief bescheiden plaats inneemt. Dat is precies wat de statistiek uitwijst.

Als de camera aan de rand van een kapvlakte staat (en dat ziet inderdaad desolaat uit), zie je niet de zuigkracht van de biomassacentrales in de EU, maar zie je als regel gewoon de commerciele bosbouw in actie. Het gekapte veld levert een pakket aan producten, waarin energiehout een relatief bescheiden plaats inneemt.
Wat je ook niet ziet, is dat een dergelijk kapveld een stukje van een groter geheel is. Als de generatieduur van een productiebos 50 jaar is, wordt dus in een groot bos jaarlijks 2% gekapt. Het beeld toont die 2% .

Er bestaan grofweg twee soorten bosexploitanten: ideële zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer (en vergelijkbare organisaties elders), en commerciële. In praktijk bezetten die posities op een continue schaal.
Voor de ideële zijn natuur en beheer hoofdzaak en is de commercie bijzaak. Voor commerciele bosondernemingen is de opbrengst van de productie hoofdzaak, maar vaak hebben ze een ideële bijzaak. De scheiding is niet zwart-wit.
Ik ben sowieso geen aanhanger van de ongebreidelde vrije ondernemingsgewijze productie, maar ik heb bij de commerciële bosbouw in principe niet meer bedenkingen dan bij vele andere vormen van economische bedrijvigheid, zolang die zich fatsoenlijk gedragen en ecologische grenzen respecteren. Deze samenleving accepteert de vrije ondernemingsgewijze productie van boerenkool (die heeft ook ecologische consequenties), en zou dus ook de vrije ondernemingsgewijze productie van fijnsparren moeten accepteren (met voorbehoud idem).

Ik heb in mijn vele discussies beloofd dat ik de cijfers over de verkoopprijzen en de diverse productievolumes zou bewijzen. Dat ga ik nu doen, met de kanttekening dat economie niet mijn vak is. Ik ben niet goed genoeg vertrouwd met de diverse databestanden om het bewijs wetenschappelijke kwaliteiten te geven, maar wel goed genoeg om het binnen redelijke grenzen aannemelijk te maken.

Verder nog de algemene disclaimer dat de houtmarkt in de tijd, in de locatie, in de vraag en in de aard van het product zeer variabel is. Alle hierna volgende uitlatingen zijn indicatief bedoeld.

Boomstammen in het Leenderbos, opgewaardeerd van monotoon productiebos tot Natura2000-gebied.

Houtprijzen
Ik begin met te verwijzen naar een eerder artikel over een werkbezoek met de SP-fractie in de provincie aan Staatsbosbeheer in het Leenderbos (zie www.bjmgerard.nl/?p=11185 ).
De medewerkers van Staatsbosbeheer vertelden dat ze voor zaagbaar hout x-honderd Euro per kuub kregen (afhankelijk van de kwaliteit), en voor snippers in de orde van grootte van een tientje.

Dat vraagt om een tweede bron.
Er is elk jaar een rondhoutveiling van de Bosgroepen en die van 2019 was in Velp. Zie https://bosgroepen.nl/mooie-prijzen-voor-iep-zwarte-noot-en-peervormige-lijsterbes-op-23e-rondhoutveiling/ . Een Bosgroep is een soort koepel van boseigenaren. De Bosgroep Zuid gaat over Limburg, Brabant en Zeeland, is een coöperatieve vereniging zonder winstoogmerk met ca 400 leden die allemaal bos beheren (zowel natuurorganisaties als gemeenten als commerciele exploitanten als kloosterorden).

Hollandse iep, die op de Bosgroepenveiling van 2019 opbracht €750/kubieke meter

Kampioen was een Hollandse iep met €750/kuub. Het gemiddelde over ca 400 kavels was €171 per kuub, iets minder dan in 2018.
Elders op dezelfde site ( https://bosgroepen.nl/de-rondhoutveiling-bijzonder-hout-gekoppeld-aan-bijzondere-kopers/ ) staat dat als een eik van 19,3kuub voor brandhout verkocht was, hij €300 had opgebracht. Dus orde van grootte van €15 per kuub. Uiteindelijk werd hij als hogere kwaliteit verkocht en bracht hij €200 per kuub op.

Nou ga je als consument naar de Gamma, met je rekenmachientje in de hand, en je vraagt haardhout, pellets en timmerhout (de Gamma is zomaar als voorbeeld genomen, er is niets speciaals mee).

Pellets van de Gamma
Balk van de Gamma

Een pallet met haardhout (77 zakken van 22 liter), dus 1,69 kuub, kost je online €307,23 , dus €181/kuub . Omdat er lucht tussen de blokken zit, kost het, omgerekend naar zuiver hout, meer maar dat is lastig schatten. Doe eens pakweg €250/kuub op zuiver hout-basis.

Een pallet ECO-pellets van 65 zakken a 15 kg (dus 975kg) kost in de aanbieding €272,35 . Op zuivere materiaalbasis is de dichtheid van pellets (als het goed is) 1100kg/kuub, dus je hebt 0,89 kuub pelletmateriaal. Pellets kosten dus €307 per kuub.

Een forse balk van 6,9*19,4*330cm (dus 0,0442 kuub geschaafd vurenhout, merkloos, FSC  kost kost €36,72 . Dus €831 per kuub. Bij kleinere balken wordt de prijs per kuub hoger tot ergens rond de €1300.

Het verhaal heeft twee moralen:

  1. De tussenhandel verdient verrekte veel, zelfs na aftrek van BTW
  2. Ook op consumentniveau brengt timmerhout beduidend meer op dan brandhout

Kortom, als je bosbouwer bent en je hebt een mooie grote boom, dan ben je gek als je die tot brandhout versnippert.

Statistieken
Het opbrengstverhaal zie je terug in de statistieken.

Ik heb in www.bjmgerard.nl/?p=11315 al wat Estlandse en Zweedse statistiek gegeven. Ik kom daar niet op terug.

Het is vergeven van de statistieken, ik zal hier wat voorbeeldstatistieken plaatsen.

De eerste is een statistiek van de houtproductie in het Zuidoosten van de VS. Dat gebied is van belang omdat wat er aan pellets uit de VS naar Nederland komt of kwam, meestal uit dit gebied komt.
De statistiek staat in een studie van de Wageningse bosbouwexpert, professor Nabuurs , en is te vinden op www.wur.nl/en/Research-Results/Research-Institutes/Environmental-Research/show-wenr/Insight-in-sustainable-export-of-pellets-from-Southeast-US.htm .

Bossen in het Zuidoosten van de VS, naar locatie en soort boom
(Een green short ton betekent 907kg versgekapt materiaal, veneer = fineer, pulpwood wordt gebruikt voor de cellulosevezels en dient meestal voor papier, composite is hout, gemengd met iets anders, meestal voor plaatmateriaal, timber – zaagbaar hout voor het zagen en lumber is hout na het zagen).

Het diagram toont de productie en niet noodzakelijk de export (het zou kunnen dat een deel van de pellets in eigen land gebruikt wordt).

Het staafdiagram kun je, waar het om de omstreden pellets gaat, op twee manieren lezen die beide waar zijn:

  1. In 2017 maakten pellets ruim 6% van de totale houtopbrengst uit, dus het is nog steeds een bescheiden deel
  2. In 2007 was dat 0%, dus het groeit.

Nabuurs zegt in de begeleidende tekst dat de opkomst van de pellets mede veroorzaakt is door het verval van de papierindustrie. Hij meent dat je op basis van de duurzaamheidseisen (oa wat betreft biodiversiteit) die in dit gebied gelden, de pelletproductie ongeveer te verdubbelen moet zijn (van ca 16 naar ca 35 millioen green short ton) – waarmee het nog steeds een bescheiden deel van de totale houtopbrengst is.

In de VS als geheel blijven het bosareaal en het bosvolume door de jaren heen ongeveer gelijk. Onderstaande grafieken zijn van het Forest Inventory and Analysis (FIA) Program of the U.S. Forest Service .
Het oppervlak zit sinds 1900 rond de 745 miljoen acres en zat in 2017 iets hoger op 765 miljoen acres (dat is ongeveer 3,1 miljoen km2 )
Het bosvolume blijft ongeveer gelijk, omdat de groei ongeveer even groot is als de oogst en de natuurlijke sterfte samen.

Wie overigens dieper in deze materie wil duiken, kan ongeremd zijn of haar gang gaan in de mondiale statistieken van de FAO (de landbouw- en voedselorganisatie van de UN) op http://www.fao.org/forestry/statistics/80938@180724/en/ .

In 2018 maakten de mondiale pelletproductie 0.6% uit van de mondiale productie van alle houtachtige producten.
In 2018 maakten de mondiale pelletexport 3,7% uit van de mondiale export van alle houtachtige producten.
24 miljoen ton pellets klinkt veel, maar de energieinhoud ervan is ongeveer 456PJ . De mondiale handel in pellets is dus ongeveer even groot als de elektriciteitsbehoefte van alleen Nederland.

Alle gegevens samen roepen een nogal relativerend beeld op. Er is geen reden voor een pelletpaniek.

Nog wat gegevens van Canada, in dit geval exportgegevens. Wat opvalt:

  • De EU was in 2017 goed voor 3% van de Canadese exportwaarde
  • Het overgrote deel van de Canadese export bestaat niet uit wood chips
De Canadese exportmarkten voor houtproducten

De RED II-richtlijn van de EU
In alle overzichten in de VS komt terug dat de EU steeds kritischer wordt in zijn milieueisen. Andere landen doen dat overigens niet, dus voor de totale omvang van de productie van de export maakt de EU-houding niet veel uit. De handelsstromen verschuiven gewoon.

De belangrijkste nieuwe regulering op biomassa-gebied is de RED II – richtlijn (Renewable Energy Directive, de tweede versie die in de EU van kracht geworden is in december 2018). Deze regelgeving zet belangrijke nieuwe stappen op het gebied van duurzaamheid van biomassa (maar het blijft een compromis).

Drie belangrijke artikelen, die van toepassing zijn op houtachtige biomassa voor energiedoeleinden:

Artikel 6 en 10 geven eisen, waaraan biobrandstof (dus ook houtige biomassa) moet voldoen.

Artikel 7 is een probleem voor de VS, omdat dat land zich teruggetrokken heeft uit het Klimaatakkoord van Parijs. Dat zou betekenen dat landen van de EU na 4 november 2020 überhaupt geen pellets meer kunnen betrekken uit de VS.
Leuk cadeautje van Trump voor zijn eigen  bosbouwers.

Milieudefensie geeft eigen biomassa-onderzoek verkeerd weer

Inleiding
De discussie, die op dit moment woedt binnen de milieubeweging over biomassa, verdeelt ook Milieudefensie. Op de site https://milieudefensie.nl/onderwerp/biomassa-spelen-met-vuur  (dd 27 jan 2020) geeft Milieudefensie zijn standpunt over deze duurzame energievorm, die niet duurzaam gevonden wordt.
Milieudefensie zegt

  • Impliciet dat alleen verbranden getalsmatig zoden aan de dijk zet. Vergisten wordt genoemd, maar wordt verder niet uitgewerkt (terwijl bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties door vergisting lokaal grootleveranciers van hoge en lage temperatuurwarmte kunnen zijn bg)
  • Dat hout, dat in Nederland verbrandt wordt, regionaal resthout moet zijn, wat gedefinieerd is als uit Nederland of uit ‘in de buurt van’ Nederland (‘in de buurt van’ wordt niet gespecificeerd bg)
  • Impliciet op enigszins dubbelzinnige wijze dat import ‘not done’ is
  • Dat dit hout niet nodig moet zijn op de plek van herkomst
  • Dat het met weinig uitstoot te vervoeren moet zijn
  • Dat biomassacentrales alleen op kleine schaal ingezet mogen worden (terwijl de tekst elders zegt moderne, grote biomassacentrales een moderne rookgasreiniging hebben bg)
  • Dat alleen houtige biomassa verbrand wordt (wat wel vaak zo is, maar niet altijd, zoals bij BMC Moerdijk dat energie wint uit kippenmest of AEB dat rioolslib verbrandt – als die weer werkt- bg)
  • Impliciet dat houtige biomassa vooral uit het bos komt
  • Dat de hoeveelheid afvalhout niet op duurzame wijze kan worden uitgebreid

Milieudefensie verwijst ter onderbouwing naar de studie “Reststromen uit bossen en de houtverwerkende industrie – een overzicht van zeven Europese landen”, waartoe Milieudefensie aan Biomass Research opdracht gegeven heeft. Dit onderzoek is downloaden  op https://milieudefensie.nl/actueel/reststromen-uit-bos-en-houtverwerkende-industrie_biomass-research-1903.pdf .

https://www.avih.nl/biomassakaart/

Het onderzoek van Biomass Research
Biomass Research heeft over het algemeen een goed onderzoek afgeleverd (alleen wat slordig rekenwerk, maar dat tast de lijn van het verhaal niet aan). Auteur is J.W.A. Langeveld.
Biomass Research gebruikt dezelfde methode en dezelfde (goede) bronnen die ik ook zou gebruiken, alleen zijn zij professioneel en ik amateur. Ze komen er verder mee.

Maar het onderzoek van Langeveld ondersteunt de erop gebaseerde beweringen van Milieudefensie slechts ten dele.

De zeven Europese landen zijn Nederland, Duitsland, Zweden, Finland, Estland, Letland en Litouwen. (Niet duidelijk is of dit hetzelfde is als het criterium ‘in de buurt van Nederland’ van Milieudefensie bg).
Langeveld stelt dat ‘transport over water uitermate gunstig is qua kosten en qua energieverbruik’ (wat ik ook altijd gezegd heb: uit genoemde landen voegt het transport hooguit een paar procent CO2 toe bg).

Bij alle cijfers, die de studie noemt, wordt standaard aangenomen (conform Europese wetgeving en praktijk) dat aan duurzaamheidsvoorwaarden voldaan is:

  • Gebieden met natuur en hoge biodiversiteitswaarde zijn uitgesloten van de analyse
  • Biomassa die gebruikt wordt als voedsel, veevoer, strooisel telt voor de uitkomst niet mee
  • Biomassa die nodig is om de bodemvruchtbaarheid te handhaven (behoud van biodiversiteit, bestrijding van erosie, handhaving organisch stofgehalte) telt niet mee.

De navolgende cijfers zijn die welke overblijven nadat bovenstaande doelen apart gezet zijn.
Het bos in deze zeven landen groeit dan nog steeds. De houtoogst zit systematisch onder de aangroei.

Bosbalans in de EU

Langeveld beschouwt de in- en export als een dermate vanzelfsprekende zaak, dat hij in de hoofdlijn van zijn betoog de zeven landen als één markt ziet. Pas in de bijlagen specificeert hij naar afzonderlijke landen).
Hij onderscheidt twee brede aanbodcategorieën:

  • Reststromen uit bos en houtindustrie, in 2020 samen goed voor 61,3Mton (1126PJ)
    1) direct uit het bos (goed voor ca een kwart van deze post)
    2) uit de houtverwerkende industrie (goed voor ca driekwart van deze post)
  • Overige beschikbare houtige reststromen, in 2020 samen goed voor 73,5Mton (1405PJ)
    1) akkerbouwresten, goed voor ca 34Mton
    2) GFT, goed voor 24Mton
    3) de rest, goed voor ruim 15Mton

Alle getallen zijn herleid op droge stof, waaraan een verbrandingswarmte wordt gehangen van 18 a 19MJ/kg .
Langeveld maakt in het discussie-hoofdstuk twee kanttekeningen die hier van belang zijn.

  • “Niet al deze stromen zijn echter zomaar in te zetten voor de productie van energie. Met name voor reststromen uit de landbouw en de voedingsindustrie ontbreekt de nodige infrastructuur en ervaring (blz 24).” Anders dan Milieudefensie zegt Langeveld niet dat het verbranden van ander materiaal dan hout onmogelijk is – hij zegt dat bij een deel van dat andere materiaal praktische problemen moeten worden opgelost bg)
  • “In deze studie wordt de omvang van houtige reststromen gebruikt zoals deze in het S2Biom basis (‘Base’) scenario is berekend. Dit is een conservatieve schatting. Indien wordt ingezet op sterke technologische ontwikkeling (het zogenaamde ‘Tech’ scenario) komt ruim 117 miljoen ton droog hout die beschikbaar uit bossen en houtindustrie ruim; twee keer zoveel als onder het basis scenario (blz 24-25).” (dus ruim 117 ipv 61Mton bg )

Als vraag naar biomassa voor energie noemt Biomass Research 91 Mton droog hout (ca 1680PJ).

Langeveld concludeert dan ook dat “alle houtige reststromen tezamen genereren genoeg biomassa om anderhalf keer aan de totale vraag te voldoen in 2020 (blz 21).” (van welke anderhalf dus nog een deel gebonden is aan praktische problemen).
Dit is in het conservatieve basis-scenario. In genoemd techscenario is het aanbod ongeveer het dubbele van de vraag.

Milieudefensie stelt dus ten onrechte dat er te weinig houtige biomassa voor de huidige vraag.

Beschikbaarheid in de categorie Bos en houtindustrie, uit het rapport van Biomass Report
Beschikbaarheid in de categorie Overige Reststromen, uit het rapport van Biomass Report

Wat is er mis met import van duurzame energie?
Overall is Nederland al sinds jaar en dag een energie-importerend land. De import overtreft de aardgasexport en dat verschil gaat steeds groter worden als de aardgaswinning gestaakt wordt.
In 2018 importeerde Nederland driekwart van zijn energie. In een klein en dichtbevolkt land is dat geen schande.

Ik zie geen principiele reden waarom Nederland geen duurzame energie zou mogen invoeren. Volgens mij is zelfvoorzienendheid op energiegebied een zware, mogelijk onuitvoerbare taak.

Ik zie wel een praktische reden, namelijk dat er geen planmatig buitenlands aanbod is van duurzame stroom, en al helemaal niet van warmte. Het enige planmatige aanbod van hernieuwbare energie bestaat uit de biomassa waarover dit artikel gaat.

Vanwaar die kleinschaligheidsromantiek?
Er is een soort onuitgesproken gevoel dat klein fijn is. Maar kleinschaligheid heeft twee grote nadelen.

  • Kleinschaligheid brengt per definitie  te weinig op
  • In grootschalige centrales kun je een betere, op maat gesneden, rookgasreiniging bouwen, met meervoudige rookgasreiniging en een Denox-installatie die 80% van de stikoxides wegvangt
    Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10699
Rookgasreiniging BWI De Lage Weide Utrecht van Eneco

Gerichte rantsoenering
Ik heb hier altijd beweerd, en dat blijf ik doen, dat de mogelijkheden van biomassa begrensd zijn, maar niet tot nul en zelfs tot meer dan Milieudefensie beweert. Maar het houdt een keer op, mogelijk ergens bij de 200PJ?) op een huidig Nederlands primair  energiebudget van 3100PJ).

De eis dat biomassa onze problemen moet oplossen is onzin. Op een dergelijke stomme vraag krijgt men een stom antwoord.
Ook windenergie, geothermie, en welke dan hernieuwbare energie dan ook gaan op hun eentje Nederlands duurzame energie-probleem niet oplossen. Als het al lukt om binnenlands zover te komen, is dat met een mozaiek aan oplossingen waarvan biomassa er één is.

Houtsnippers zijn nu de laagste trede van de cascadeladder. Voor de hogere treden zijn houtresten momenteel onbruikbaar. Het is niet gezegd dat dat zo blijft. Er zijn groene chemie-toepassingen denkbaar, bijvoorbeeld biokerosine.

Mijns inziens vraagt de schaarste aan biomassa om een nationale, demokratisch gestuurde top down – regulering. Dat kan niet aan de vrije markt worden overgelaten. Er moeten politieke keuzes gemaakt worden waarvoor de biomassa moet worden ingezet.
ik vind bijv. het overgaan op 100% biomassa bij de Amer9-centrale een denkbare optie, als aan voorwaarden voldaan is. Dat zou ongeveer 55 a 60PJ input vragen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=11315 .

Met geïnteresseerden ga ik graag in discussie.

De Amercentrale

Amercentrale op biomassa een te overwegen optie – nadere uitwerking nodig

Kenmerken van en vergunningverlening aan de Amercentrale
De Nederlandse elektriciteitscentrales moeten ophouden kolen te stoken. De Hemweg is al dicht, de Amer9 in Geertruidenberg krijgt t/m 2024 de tijd om het zonder kolen te gaan doen, en de andere drie t/m 2029. Vanwege het klimaat is deze sluiting een goede zaak.
Zie ook Gevolgen sluiten drie extra kolencentrales – Amercentrale blijft open .

RWE, de exploitant van de Amercentrale, heeft in 2018 40% van de kolen vervangen door biomassa (houtsnippers), wil in 2020 op 80% houtsnippers komen, en eind 2024 dus op 100%.
De centrale heeft (anders dan particulieren die hout stoken) een omvangrijke rookgasreiniging, die een groot deel van de toxische stoffen en 80% van de stikstofoxides af vangt.

De locatie van de Amercentrale

Het voorafgaande proces:

  • 2011:
    de Amer 8 (uit 1981) en de Amer 9 (uit 1994) draaien beide.
    Deze draaiden op basis van een vergunning ex de Natuurbeschermingswet 1998, verleend in 2011. Over de juridische details wordt gesteggeld, maar volgens de provincie hoort er bij deze vergunning een maximale NOx – lozing bij van ruim 5500ton/y en een maximale ammoniaklozing van ruim 175 ton/y.
  • 2015:  de PAS wordt van kracht.
  • 2015:  de Amer8 ging dicht.
  • december 2017: diverse niet ingrijpende veranderingen, die in de loop van de tijd aan de inrichting waren aangebracht, werden formeel verwerkt in een revisievergunning. Dit is een vooral technische nieuwe vergunning, die tevens een begin maakte met het bijstoken van biomassa. In het kader van deze vergunning is geen nieuwe natuurvergunning opgenomen.
  • december 2019: de provincie verleent een natuurvergunning. De uiteindelijke vergunning bevatte 1505 ton NOx en 50 ton ammoniak (overigens beduidend minder dan aangevraagd was – gedeputeerde Grashoff heeft zijn best gedaan).
    Zie www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen/vergunning-detail?id=09d70219-3976-4124-a221-a8621071978e .
  • januari 2020: MOB tekent beroep aan
  • februari 2020: Gedeputeerde Grashoff geeft nadere informatie en verdedigt terecht zijn besluit dat de Natuurvergunning goed is

De Amercentrale als stok van MOB . . . . . . .
De actiegroep Mobilisation for the Environment (MOB), bij het publiek beter bekend als Vollenbroek en Wösten, heeft op 25 januari 2020 beroep aangetekend tegen de natuurvergunning.
Hun documenten zijn te vinden op https://mobilisation.nl/index.php?id=5 .
Wat betreft de stikstofoxides baseren ze zich vooral op de vraag wat de referentie moet zijn: de oorspronkelijke eis uit 2011, of een veel scherpere waarde die na de sluiting van de Amer8 ontstond. Ik treed hier niet in, want het is me te juridisch.
Wat betreft niet in de natuurvergunning genoemde stoffen als SO2, HCl en HF baseren ze zich op een eerdere omgevingsvergunning. In elk geval voor HF gebruiken ze een waarde, die in de revisievergunning bij “100% kolen” hoort. Dit is niet juist.

Het is, hoe dan ook, een nieuwe fase in de stikstofstrijd. Tot nu toe bestreed MOB vooral toenames in de stikstofdepositie. Hier bestrijden ze een bestaande emissie (die zelfs sterk afneemt).
Ik zie wel wat de rechter ervan vindt.

Ik spreek als waarde-oordeel uit dat ik het merkwaardig vind dat een nieuwe vergunning, die over stikstof gaat en die drie-en-een-half keer minder stikstof toe laat als de vergunning die hij vervangt, aangevallen wordt. Dit terwijl allerlei verbrandingsprocessen bij andere bedrijven die een nieuwe vergunning nodig hebben en die hun stikstofhoeveelheid niet reduceren, niet een dergelijke aandacht krijgen.

Het lijkt op een stok om de hond te slaan.

… . . . . met de biomassastook als hond
MOB heeft een milieumissie waar allerlei onderwerpen binnen vallen. Daaronder ook houtstook, waaronder die in biomassacentrales. MOB is daar erg op gebeten en doet allerlei uitspraken over de omvang van de houtkap en de ecologische schadelijkheid daarvan, zonder daarvoor nader bewijs aan te leveren. Ik ben het hier niet mee eens.

Ik ga eerst laten zien dat de bosbouw in de EU-landen zoals de Scandinavische, waar de pellets volgens MOB vandaan komen, per saldo gunstig is. De negatieve impact is klein en de positieve impact groter. Het bosoppervlak in deze landen neemt jaarlijks toe.

Hoe draait de Scandinavische bosbouw?
Deze cijfers vallen te controleren. Ik doe dit voor een typisch voorbeeld als Estland, maar ik heb ook zitten grasduinen in vergelijkbare cijfers van Zweden.
Stel dat de pellets, die volgens MOB uit de USA, Canada en de Baltische landen komen, alleen maar uit één Baltisch land zouden komen, te weten Estland (wat uiteraard niet zo is, maar het geeft een bovengrens). Van Estland bestaat goede statistiek op https://estoniantimber.ee/statistics/ .

Estland als geheel omvat 4,5 miljoen hectare, waarvan 2,3 miljoen hectare bos, waarvan 0,3 miljoen hectare zwaar beschermd, 0,3 miljoen hectare economisch beperkend beschermd, en 1,7 miljoen hectare productiebos. Even wat getallen-spielerei op basis van beweringen van MOB:

  • De Amercentrale vreet 20.000 voetbalvelden per jaar”.
    Dat betekent 14000 hectare en dat is dus 0,8% van het economisch exploiteerbare bos.
  • Op een hectare bos in Estland staat 213 mhout en bij niet strict beschermd bos gaat het om 2,0 miljoen ha, dus er staat in Estland 426 miljoen kuub hout in niet strikt beschermd  bos. Daarvan wordt jaarlijks 10 miljoen gewonnen, dus ruim 2%.
  • De Amercentrale vreet  2,5 miljard kg/y”.
    Estland kapt momenteel ongeveer 10 miljoen m3/y bij een jaarlijkse nieuwe aanwas van 15 miljoen m3/y.
    10 miljoen kuub hout is ongeveer 8 miljard kg, dus de Amercentrale vraagt hooguit 30% van het jaarlijks in Estland gekapte hout. In werkelijkheid is dit percentage veel lager, want er is veel meer hout dan alleen hout uit Estland (bovengrens)
  • Pellets zijn goed voor minder dan 9% van de waarde van de Estlandse houtverkoop. Het grootste deel van de financiele waarde gaat in langlevend hout zitten.
  • Elk jaar wordt er netto in 5 miljoen kuub nieuw hout blijvend koolstof vastgelegd

Kortom, ik zie op kwantitatieve gronden niet meteen een drama.

Er is wel discussie met de natuurorganisaties in Estland (en ook in Zweden). De drijvende kracht hierin is vooral de biodiversiteit. Als men tot in het extreme door abstraheert en alle nuances verwaarloost, blijft over dat sommige (leden van)  natuurorganisaties vinden dat productiebos behandeld moet worden als natuurbos en dat er dus helemaal niet gekapt zou mogen worden.
Dit standpunt is niet verdedigbaar

  1. Omdat je dan geen hout meer hebt, wat een waardevol constructiemateriaal is dat bovendien CO2 – uitspugers als staal en cement kan vervangen
  2. De Scandinavische landen er hun hoge duurzaamheidscijfers op klimaatgebied mee halen
  3. Hun economie erop draait
  4. Aan zichzelf overgelaten bos vroeg of laat geen klimaateffect meer heeft (de opbouw valt na verloop van tijd weg tegen de afbraak).

Voor zover ik dat vanuit Nederland beoordelen kan, formuleren de Estse natuurorganisaties hun standpunten als compromis. Ze vinden bijvoorbeeld dat er nog meer herbebost moet worden dan al gebeurt, en dat er nog meer land beschermd moet worden.
De Zweedse organisaties willen van 4 naar 10% beschermd bos gaan, en willen exta bescherming voor oud bos. Voor een toegankelijk verhaal over het Zweedse bos, zie www.weforum.org/agenda/2018/12/swedens-forests-have-been-growing-for-100-years/ .

Het compromis is hier een logische stap, omdat er meerdere crises tegelijk spelen. En het klimaat èn de behoefte aan materialen èn de biodiversiteit èn de energieproductie. Daarnaast bestaan er ook menselijke behoeften die niet meteen als crisis aangemerkt kunnen worden.

Kortom, ik zie ook op kwalitatieve gronden niet meteen een drama.

En daarmee vervalt de alarmistische basis onder het categoraal afwijzende standpunt van MOB inzake biomassacentrales.

Bosvolume in Zweden door de jaren heen

Argumenten voor en tegen het volledig op biomassa overzetten van de Amercentrale
Er zijn specifieke argumenten vóór het volledig op biomassa overzetten van de Amercentrale, en algemene argumenten die ook zouden gelden bij het op biomassa overzetten van andere kolencentrales.

  1. Er hangt een grote stadsverwarming aan, waarvan nog allerminst duidelijk is hoe die op duurzame warmte zou moeten overgaan. Vooralsnog zouden die dan op gas moeten gaan draaien.
    Dit is een specifiek argument voor de Amercentrale, omdat aan de andere kolencentrales geen stadsverwarming hangt
  2. De Amercentrale is al ver op weg naar de omschakeling op biomassa (dat zou in 2020 op 80% moeten zitten). (Specifiek argument)
  3. De Amercentrale geeft regelbaar continu vermogen.
  4. De Amercentrale speelt een forse rol in de duurzame energie-transitie van Noord-Brabant . In orde van grootte redenerend zal het Brabantse energiebudget rond 2030 ongeveer 260 a 280PJ zijn, waarvan de helft duurzaam moet zijn. Dus 130 a 140PJ.
    De Regionale Energie Strategie moet in NBrabant ongeveer 18PJ/y opbrengen.
    De Amercentrale is ook goed voor 22PJ/y (18 stroom en 4 warmte). Houtstook in biomassacentrales is bij een juist inkoopbeleid trouwens, gerekend over de levensloop, bijna klimaatneutraal, in weerwil van hardnekkige onzinverhalen die het tegenovergestelde beweren).
    Daarnaast zijn er nog andere bronnen, maar het voert te ver om die hier allemaal op te voeren. Hoe dan ook ziet het Brabantse duurzame energiebudget er met Amercentrale op biomassa heel anders uit dan zonder Amercentrale op biomassa.
  5. Als de centrale zou wegvallen, en als men dezelfde duurzame productie op jaarbasis zou willen vervangen met zonneparken of windturbines, zou dat een aanvullende, in NBrabant te realiseren taakstelling betekenen van 55 a60km2 zonnepark of ruim 350 windturbines van 7,58MW (kengetallen uit de provinciale POSAD-studie) . Ook dit heeft forse consequenties, o.a. voor het landschap.
  6. De Amercentrale heeft een rol in de sociaal-economische verhoudingen in West-Brabant (specifiek argument)
  7. Biomassa is in praktijk de enige vorm van hernieuwbare energie die geïmporteerd kan worden. Nederland hoeft niet om principiele redenen energie-autarkisch te zijn, dat is het nu ook niet.
  8. Het omzetten van kolen naar biomassa kan sommige schadelijke emissies van de centrale verbeteren. Zie voor een meer uitgebreide onderbouwing hiervan Biomassa kan wel degelijk duurzaam zijn (en is nodig voor de getallen) .
    Het daar beschreven DNV-rapport werkt met rekenmodellen, waarvan model 2 veel op de huidige Amercentrale lijkt, en model 3 op die met 100% bijstook.
    Ten opzichte van de bestaande kolen-situatie
    a)   daalt sowieso de uitstoot van kwik, fluorwaterstof, zoutzuur en zwavel tot weinig of nul, omdat die elementen niet of weinig in houtresten zitten (hangt van de toelatingsspecificaties af).
    b) kan de lozing van fijn stof dalen, omdat het asgehalte van biomassa ongeveer tien maal lager is dan van kolen. Dit voordeel kan echter slechts bereikt worden door de rookgasreiniging van de centrale, die nu waarschijnlijk nog geoptimaliseerd is voor kolen, om te bouwen tot een procedé dat optimaal is voor biomassa (zoals bij de recent gebouwde biomassacentrale in Utrecht)
    c) De stikstofemissie van een 100% biomassacentrale is nagenoeg identiek aan die van een even grote kolencentrale (dit is een specifiek argument, omdat de andere kolencentrales verder van de bewoonde wereld staan).
Warmtenetten op de Amercentrales

Er zijn ook algemene argumenten tegen het op biomassa overzetten van de Amercentrale (en dus voor sluiting).

  1. Er hangt een fors prijskaartje aan, maar aan het alternatief hangt ook een fors prijskaartje en je kunt niet willekeurig veel duurzame energie naar elders (zee) verschuiven (men is vandaag nog een nieuwe ruimtelijke ordening voor de Noordzee overeengekomen). CE Delft (2016, www.ce.nl/publicaties/1732/alternatieven-voor-biomassameestook-in-kolencentrales ) heeft gerekend aan prijskaartjes voor scenario’s, maar de daar gebruikte algemene scenario’s passen niet naadloos op de Amercentrale. Die is een combinatie van het goedkoopste en duurste scenario en is al voor een eind omgebouwd. Bovendien moeten ook de eventuele kosten van de ombouw van de stadsverwarming in rekening gebracht worden. Dit vraagt nadere studie.
  2. De beschikbaarheid van biomassa is beperkt, zij het niet tot nul zoals tegenstanders willen. Alleen de Amercentrale van pellets voorzien lukt nu al voor een groot deel, aannemelijk is dat de 100% te halen is bij een ruimer duurzaam importbeleid. Op deze wijze alle Nederlandse kolencentrales ombouwen kan een paar bruggen te ver zijn.
    Bovendien is niet duidelijk dat (bijvoorbeeld) Estland een laagwaardige inzet in de vorm van pellets blijft aanbieden. Er zijn berichten dat Estland hoger op de cascadeladder wil instappen en hoogwaardiger toepassingen wil gaan maken op het gebied van groene chemie. Men zou moeten inzetten op langjarige leveringscontracten (bijv. 15 jaar) om de investeringen eruit te halen.
  3. Een en ander vraagt om een goede handhavingsstructuur
  4. Bovenstaande argumenten m.b.t. schadelijke emissies zijn gebaseerd op een theoretisch model van DNV, dat lijkt op, maar niet identiek is aan de situatie nu en straks van de Amercentrale. Dit vraagt nadere studie van de feitelijk bestaande situatie.
  5. Als het stoken van biomassa afgelast zou worden, staat er alleen nog een gascentrale voor de stadsverwarming. T.o.v. deze situatie zijn de gezamenlijke schadelijke emissies van een Amercentrale (anders dan CO2) op biomassa uiteraard een nadeel.

Het afwegen van voor- en nadelen is een typisch politieke belangenafweging, die op basis van feiten en niet op basis van demagogie gevoerd moet worden.

Hermen Vreugdenhil

Hermen Vreugdenhil
Hermen Vreugdenhil is een lid van Provinciale Staten voor de ChristenUnie (CU).
Die is een woest twitteroffensief begonnen tegen de Amercentrale, met daarin nogal wat, door misleidende beweringen ondersteunde, demagogie.
Het systeem in zijn tweets lijkt te zijn dat de Amercentrale dicht moet en dat de stikstofruimte (goed voor 200 a 300 middelgrote melkveehouderijen) aan de landbouw en veeteelt toegekend moet worden.
Hoe het met de Brabantse energievoorziening verder moet, en meer speciaal met de hernieuwbare Brabantse energievoorziening, blijft bij Vreugdenhil onvermeld. En dat die veeteelt nog meer milieuproblemen met zich meebrengt dan alleen maar de stikstof, blijft ook onvermeld.
Inmiddels heeft ook het boer-lievende en klimaat-hatende Forum voor Democratie zich in het strijdgewoel tegen de Amercentrale gemengd.

MOB is in “goed” gezelschap.

Antwoord aan David Smeulders

Ik heb gereageerd op een lang artikel in het Eindhovens Dagblad van 04 feb 2020 van TU-hoogleraar David Smeulders (met wie ik overigens persoonlijk een goede relatie heb). Zie www.ed.nl/wonen/hoogleraar-kraakt-klimaatbeleid-stoppen-met-gas-zorgt-juist-voor-meer-co2~ae3edac7/ .
Hoogleraren worden geacht onafhankelijk te denken, dus hij mag uiteraard best eens wat provocerends zeggen. Ik was het er echter in dit geval zo mee oneens, dat ik een gastopinie aan het Eindhovens Dagblad aangeboden heb als weerwoord. Die is geplaatst op 08 februari 2020.
De alinea’s in mijn stuk corresponderen met alinea’s in het stuk vna Smeulders.

David Smeulders

De aangeboden tekst is bij plaatsing wat ingekort, en een kritische passage, met afbeelding. over een persbericht in het Eindhovens Dagblad was weggelaten. Bovendien was de layout nogal compact.
Vandaar dat ik de aangeboden tekst hieronder integraal afdruk, met nog een extra afbeelding met Europese bos-statistiek en een kleine tekstwijziging ter verduidelijking.

Beste David

         Je stond met een lang artikel in het Eindhovens Dagblad. Veel mensen trokken hun wenkbrauwen op. Ik ook.

Je beste zin staat op het eind, namelijk dat politiek en wetenschap echt twee verschillende takken van sport zijn. Die constatering zou je iets terughoudender gemaakt moeten hebben.
Om in de sport-beeldspraak te blijven: wetenschappelijk speel je eredivisie, maar politiek bij de amateurs. Ik  speel zelf, bij wijze van spreken, eerder in de Keuken Kampioen Divisie, maar dan wel op beide terreinen.
De  samenhang tussen wetenschap en politiek is mijn core business. Ik lees wetenschappelijke artikelen met een politieke blik, en politieke artikelen met een wetenschappelijk blik. Ook jouw artikel.

Elke politicus vindt (net als ik) het klimaat een groot probleem tussen andere grote problemen, behalve domme politici die überhaupt geen klimaatprobleem zien.
Misschien zijn er wetenschappelijke argumenten tegen de gasvrij-route, maar er zijn ook andere overwegingen.

Geen politicus bijvoorbeeld zal beweren dat we alleen maar “sympathie voor Groningen” bereiken en dat “Groningen Nederland in een kramp deed schieten”. Terecht niet. Hier toetert de TU/e vanuit de ivoren toren. De aardgaswinning heeft het leven in Groningen ontwricht. Dat is een serieus en nog onopgelost probleem.
Op de kleine gasvelden kun je geen toekomst bouwen en kopen bij meneer Poetin is ook niet alles.
Allemaal goede politieke argumenten voor de gasvrij-route.

Woonlasten worden bij verduurzaming als regel niet hoger. Anders krijg je namelijk die huishoudens niet mee. Kijk bijvoorbeeld maar eens op de website van het Haarlemse Ramplaankwartier (via www.bjmgerard.nl/?p=11121 ).
Weet je wanneer de woonlasten gaan stijgen? Als je niets doet, want de belasting op gas gaat omhoog. Slecht regeringsbeleid overigens als je niet gelijktijdig een grote verduurzamingscampagne aanbiedt.
De beste verduurzamingsmaatregel van dit moment is niet technisch, maar politiek: schaf onder voorwaarden de verhuurdersheffing af.

Studie van CE Delft naar mogelijke warmtevoorziening op wijkniveau in opdracht van Gasunie en Gasterra. Zie www.bjmgerard.nl/?p=4209 .

CE Delft heeft tot op wijkniveau in kaart gebracht hoe woningen zonder aardgas verwarmd zouden kunnen worden. Daarin is de warmtepomp slechts één van de mogelijke oplossingen. Daarnaast bijv. ook  collectieve warmtelevering of hybride vormen.
Grijze stroom is een afnemend probleem. In 2030 moet Nederland 49% minder CO2 lozen.

Je focust overigens, net als de regering, onevenredig op huishoudens.
Maar huishoudens zijn slechts goed voor ca 1/8ste van het Nederlandse energiebudget. De rest gaat op aan zaken als de de industrie, spullen en het verkeer.
Waarom niet Tata Steel en de Shell krachtiger aanpakken? Waarom geen kleinere hubfunctie van Schiphol? Dat zou echt zoden aan de dijk zetten.

De omzetting van duurzame waterstof in synthetisch aardgas (of vloeibare brandstof) als opslagtechniek  is inderdaad een verstandig idee.
Maar politiek naar je verhaal kijkend, zie ik vooral beperkte volumes. Daarom is het politieke verhaal dat er een dirigistische  industriepolitiek nodig is die prioriteiten bepaalt en schaarste verdeelt.
Of waterstof voor woningverwarming dan de optimale bestemming is, is onduidelijk.

Tenslotte: biomassa is geen “kleinigheid”, zoals je zegt, maar goed voor ruim 60% van de hernieuwbare energie (van welke 60% het meeste overigens geen hout is).
Sommige professoren verlaten hun hooggeleerde kennisgebieden met verhalen over de verdorven energiebron biomassa, tegen de hooggeleerde heren in die wel specialist zijn op bosbouwgebied. Maar wie goed kan voetballen, kan nog niet meteen goed handballen.
Met alle respect, dat geldt ook voor jou en de TU/e. Wat doet de TU/e eigenlijk aan biomassa en bosbeheer?

Bosbalans van de EU. De eenheid is een miljoen ton = miljard kg per jaar.
Lees dit als: jaarlijks komt er 505 bij. Daarvan gaat 61 vanzelf dood, 281 wordt gekapt, en 163 is de jaarlijkse netto groei. Het bosareaal neemt dus jaarlijks met dat bedrag toe.
Van de gekapte 281 blijft 57 in het bos achter voor natuurdoeleinden.

Want het echte verhaal gaat over bosbeheer. Dat is op de gematigde noordelijke breedtes helemaal niet zo beroerd, want het bosareaal in de EU en in Noord-Amerika groeit al decennia. De Scandinavische landen halen hun hoge duurzaamheidspercentages vooral met verantwoord bosgebruik. Mits goed gereguleerd, kan bos gebruikt worden voor een pakket aan producten (met energiehout als minst opbrengende optie) en toch groeien. Ik stel je graag de EU-statistiek beschikbaar.

De 11 miljard, dat je noemt, is slechts gebaseerd op een krantenbericht in het ED van 04 oktober 2019. Sowieso wetenschappelijk onvoldoende onderbouwing, maar het getal klopt zelfs als krantenbericht niet. Er staat niet bij om welke biomassa het gaat, over welke jaren het is, om welke subsidiestroom het gaat, en waarom 11 miljard veel is.
Hieronder wat er feitelijk van 2011 t/m voorjaar 2019 uitgekeerd is door de belangrijkste subsidie, de SDE+, aan alle vormen van hernieuwbare energie. Alle biomassaprojecten samen beslaan 36% van de uitgekeerde bedragen, terwijl  biomassa goed is voor ruim 60% van de hernieuwbare energie-opbrengst. Waar zit eigenlijk de misstand?

UItgekeerde bedragen door de SDE+-subsidie van 2011 t/m voorjaar 2019

Kortom, ik ben het niet helemaal met je eens. Zullen we er een keer met wat koffie verder over praten?

Verduurzaming Ramplaankwartier Haarlem interessant voorbeeldproject

Inleiding
Het Ramplaankwartier (genoemd naar een vroegere familie Ramp met veel grond in het gebied) is een wijk in het westen van Haarlem. De wijk telt 1124 woningen. De eerste golf hiervan is gebouwd rond 1910 als toenmalig nieuw tuindorp. In de jaren ’30 is er een tweede bouwgolf geweest, en daarna is er steeds verder toegevoegd.
Ongeveer driekwart van de wijk bestaat uit koopwoningen.

De wijk heeft een actieve buurtorganisatie. Zie https://ramplaankwartier.nl/ . Deze is nauw bij de verduurzaming betrokken en leidt de ontwikkelingen eerder dan dat ze die volgt.

Voor het Ramplaankwartier geldt wat voor veel Nederlandse wijken geldt. Er zijn weinig duurzame warmtebronnen in de omgeving, er is weinig ruimte voor duurzame opwekking en ambitieuze isolatiemaatregelen zijn voor veel woningtypen onhaalbaar of onbetaalbaar.

Toch begint er een plan vorm te krijgen dat het aardgasverbruik op termijn misschien drastisch kan terugdringen. Omdat de wijk model kan staan voor mogelijk 1 tot 3 miljoen woningen in Nederland, bestaat er van hogerhand veel interesse. De bewoners vonden steun bij de TU Delft, waar al een dergelijk plan in concept op de plank lag, en daarna ook bij het Rijk. De Topsector Energie vond het plan €350.000 subsidie waard. Inmiddels is er een consortium gevormd met de o.a. de Sichting Raamplan, TU Delft, Deltares en TripleSolar. In de Stuurgroep zitten mensen van de gemeente, bewoners, en Sabine Jansen van de TU Delft.
Zie o.a. https://projecten.topsectorenergie.nl/projecten/lage-temperatuur-feed-in-zonnewarmtenetten-00031480 .

Het is de bedoeling om medio 2021 een wijk Energie Bedrijf op te richten voor de praktische uitvoering.

PVT-paneel van TripleSolar

De opzet van het plan
Op het dak van de woning denkt men zich PVT-panelen van (in principe) TripleSolar (dit bedrijf is bij het project betrokken). Dat zijn dubbellaags panelen. De voorste laag is een regulier PV-paneel voor stroom, de achterste laag is een paneel dat warmte opneemt uit de omgeving en afgeeft aan het erdoor stromende water (met glycol). Die warmte komt deels van het PV-paneel (dat warm wordt tijdens bedrijf) , deels uit de buitenlucht. Er wordt dus ook warmte opgenomen als de zon niet schijnt en dat gaat door tot -7°C. (Daarna volgt elektrische bijverwarming).
Omdat het langsstromende water de PV-panelen koelt, werken die wat beter.
TripleSolar stelt dat zijn PVT-panelen, in een stand alone-situatie, voor stroom een piekvermogen van 180W/m2 (inmiddels goede standaard) hebben en voor warmte een bronvermogen van 300W. Gangbare kengetallen m.b.t. het aantal vollastbedrijfsuren leiden tot een jaarscore voor elektriciteit van ca 0,6GJ/m2, en voor warmte ergens rond de 2 GJ/m2. Maar deze cijfers moeten gezien worden als een orde van grootte- schatting, het hangt van veel zaken af.
Om deze cijfers te plaatsen: een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikte in 2017 1340m3 gas (43GJ) en 2830kWh stroom (10GJ). Een goed geïsoleerd huis verbruikt veel minder gas (zie www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik/ ).

Op www.triplesolar.eu/home/ is een brochure te vinden met informatie over PVT-panelen.

De warmte gaat via een lage temperatuur-wijkwarmtenet in de zomer de grond in en wordt daar op 100m diepte bewaard. In de winter is de stroomrichting andersom en komt het water met een temperatuur van ca 20°C weer boven (dus een collectief WKO-systeem).

De bewoners worden eigenaar van deze collectieve structuur. Het werkt als een coöperatie.

De woningen krijgen een eigen warmtepomp die het water verder verhit tot (in principe) 55°C. Daarmee kan de woning, soms zonder ombouw van het radiatorsysteem, verwarmd worden, als die woning voldoende geïsoleerd is.

Het basis-isolatiepakket omvat dichting van kiezen en naden, spouwmuurisolatie, vloer- en/of dakisolatie, en isolerend glas. Een aanvullend pakket omvat warmte-terug-win-ventilatie en exta radiatorcapaciteit.
De officiele documentatie noemt geen label, maar de projectleider Fortuijn stelt in Gebiedsontwikkeling.Nu van 14 oktober 2019, dat alle woningen isolatiewaarde C of beter moeten hebben.

Alle maatregelen zijn ‘off the shelf’. Ze bestonden al en moesten alleen nog worden gecombineerd.

Meer comfort voor evenveel woonlasten
De operatie moet een woonlasten-neutrale uitkomst krijgen en door de aanpassingen meer wooncomfort gaan bieden. De bewonersorganisatie noemt de te verwachten toekomstige stijging van de gasprijzen als argument.

Kanttekeningen
Men kan uiteraard kanttekeningen maken bij dit verhaal, zowel in het negatieve als in het positieve.

In de beschrijving worden nog weinig harde getallen genoemd. Op basis van de eerste berekeningen acht de buurtorganisatie het plan ‘haalbaar, betaalbaar en aantrekkelijk’. Maar er zijn nog geen concrete getallen anders dan globaal. Daaraan wordt nog gerekend, per huistype.

De onderdelen van het plan mogen dan wel ‘of the shelf’ zijn, de combinatie is dat nog niet. De technische specificaties alsmede de meet- en regeltechniek ontbreken nog. Aldus de Topsector Energie, die dit plan vooralsnog inboekt als studieobject.

De ambitie is dat de woningen aardgasvrij worden, niet dat ze energieneutraal worden. Het eerste doel kan slagen, van het tweede is dat onduidelijk. Als men een beetje jongleert met als voorbeeld 10 panelen van 1,67m2 en de gegeven kengetallen, is er zonder meer sprake van een sterke teruggang in het totale energieverbruik (minus een heleboel warmte en plus 3 a 4 GJ stroom), maar haal je de energieneutraliteit niet omdat er per saldo meestal nog stroom het huis in zal gaan.

Bedacht moet ook worden (maar daar kan het Ramplaankwartier niet wat aan doen) dat huishoudens maar voor een klein deel van het Nederlandse energieverbruik zorgen. Veel mensen denken dat je klaar bent als je de huishoudelijke energievraag opgelost hebt, maar dat is niet zo – bij lange na niet.

In het positieve de observatie dat de combinatie van lage temperatuurwarmte plus een collectieve WKO plus een individuele warmtepomp een format is dat kansen biedt. Er is erg veel lage temperatuurwarmte in Nederland (bijvoorbeeld restwarmte van datacenters), en als deze combinatie levensvatbaarheid heeft, heeft hij dat misschien op meer plaatsen, al dan niet in combinatie met PVT-panelen.

En tenslotte: de organisatiewijze van de buurt is leerzaam.

Update:
Het blad Solar heeft op 17 mei 2021 een special aan PVT-oplossingen gewijd. Het Ramplaankwartier werd daarin ook genoemd.
Enkele artikelen zijn hieronder te vinden.

Warmtebronnenregister Noord-Brabant

Introductie
De provincie Noord-Brabant wil de overgang op aardgasvrije wijken ondersteunen.

Die woningen, nuts- en bedrijfsgebouwen en industrieën hebben warmte nodig. Dat kan restwarmte zijn of warmte die uit de natuur gewonnen kan worden. Het is van belang om inzicht te hebben in het bestaande en potentiele warmteaanbod.

De provincie heeft daarom een register annex kaart ontworpen die dat voor Noord-Brabant doet. Deze kaart is te vinden op https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=10292284d5024bea9e3e9e594d110eb3 . Het is de versie dd september 2019 – aan nieuwere versies wordt gewerkt.

De provincie geeft op de kaart zelf de volgende toelichting:

Warmtebronnenregister van Brabant (versie 2019)

De energietransitie is een enorme opgave. De noodzaak ervan wordt onderstreept door forse internationale en nationale ambities, met als mijlpalen het Akkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord. Ook in Brabant committeren wij ons aan deze doelen en streven we naar een energieneutrale samenleving in 2050.

Het aardgasvrij maken van wijken moet een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Er is afgesproken dat de regio’s in Nederland regionale energiestrategieën maken en dat alle gemeenten in 2021 transitievisies warmte opleveren.

De Provincie Brabant levert hieraan een bijdrage door het beschikbaar stellen van een Brabantbreed warmtebronnenregister. Dit register geeft een geografisch overzicht van huidige en potentiële warmtebronnen in Brabant inclusief de infrastructuur.

Status warmtebronnenregister           
In april 2019 lanceerden we de eerste versie van het warmtebronnenregister op basis van openbare data. Stapsgewijs verrijken we het warmtebronnenregister met data uit landelijke onderzoeken (bijv. restwarmtelozingen op Rijkswateren) uit lokale potentieel studies (bijv. thermische energie uit oppervlaktewater).

Wilt u op de hoogte blijven van data updates of heeft u zelf aanvullingen? Dan nodigen we u uit voor de werkgroep warmtebronnenregister op www.energiewerkplaatsbrabant.nl. Hier vindt u tevens relevante informatie, handige tools en een evenementenkalender.

          Bij (technische) problemen met de viewer: geo@brabant.nl.  

Disclaimer 
De gegevens in het warmtebronnenregister zijn afkomstig uit openbare bronnen, opgehaald bij bedrijven/instanties of ontstaan uit interpretaties van lokale potentieel studies. Samen met CE Delft streven we naar de meest betrouwbare en actuele informatie en verzorgen we periodieke wijzigingen. Hierdoor is het warmtebronnenregister continu aan verandering onderhevig en kunnen gegevens afwijken van de werkelijkheid. Niemand kan op een of andere manier rechten ontlenen aan de inhoud. Beslissingen op basis van informatie uit het warmtebronnenregister zijn voor uw eigen risico.

Er bestaat al een warmte-inventarisatie door het Rijksagentschap RVO in de vorm van een landelijke Warmte-atlas. Die is gemaakt door RVO Nationaal Expertisecentrum  Warmte (  http://www.rvo.nl/NEW ) en is te vinden op https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 . Wat het verband tussen beide kaarten is, weet ik niet.
Wie er bij de provinciale kaart niet uitkomt, kan het ook eens bij de nationale proberen.

Om enig gevoel te krijgen voor de omvang van de taak: in 2016

  • verbruikte Brabant netto 290PJ energie
  • waarvan 144PJ in de vorm van warmte

Hoe de kaart werkt
Beide zijn interactieve kaarten. Ik druk hieronder voor instructiedoeleinden een paar maal de  provinciale kaart af, maar om de informatie per gemeente en warmtesoort binnen te halen, moet men dus naar de website.
Ik krijg de gemeentegrenzen er meestal niet op. Wel geeft de kaart de provinciegrenzen en de begrenzing van de vier RES-gebieden (Regionale Energie Strategie).


Hoge temperatuur-warmte (>80 graad C) in het MRE-gebied

Dit is het overzicht van bronnen in het MRE-gebied die warmte leveren > 80°C. Het MRE-gebied is tevens het RES-gebied N-Brabant Zuidoost.
Lees dat dus als: in Eindhoven is er één bron van 100-500MWtrermisch (dat is de biomassacentrale Strijp) en een handvol warmtebronnen onder de 100MWth . De grote stip in Helmond is de stadsverwarming van Ennatuurlijk van 122MWth .
Hoeveel energie die bron per jaar levert, hangt van de bedrijfstijd af die niet gegeven is. Als voorbeeld een bron van 100MWth bij 1000 uur bedrijfstijd per jaar levert 100 miljoen kWh= 0,36PJ.

De paarse tinten geven de geschatte opbrengsten aan voor diepe geothermie. Ik zou die vooralsnog met een grote korrel zout nemen.

De Eindhovense rioolwaterzuiveringsistallatie (RWZI) en die van Asten-Someren produceren beide een beperkte hoeveelheid hoge T-warmte uit het vergisten van rioolslib, maar die van Eindhoven maakt daaruit blijkbaar alleen maar warmte (onbekend hoeveel), en die van Asten-Someren 2,3 TJ stroom en 3,65TJ warmte. De RWZI van Asten-Someren zou een kleine 100 huizen kunnen verwarmen, als er een warmte-opslagsysteem aan gekoppeld zou zijn.


Lage temperatuurwarmte <80 graad C) in RES-gebied Midden-Brabant

Er is een datacentrum van NBrIX in Tilburg dat < 25TJ/jaar warmte levert onder de 80°C . 25TJ/jaar zou, als er een warmteopslag bij hoort en het systeem niet teveel verliest, goed zijn voor orde van grootte paar honderd woningen. Grofweg hetzelfde wb dat van Dataplace in Waalwijk.

De RWZI kan technisch (met WKO = warmte-opslagsysteem) 0,89PJ per jaar leveren en zonder WKO 0,82PJ. De RWZI heeft een geavanceerd slib-verwerkingssysteem, dat biogas en stroom maakt maar die ook weer in eigen huis verbruikt. Het is me niet duidelijk in hoeverre het genoemde getal netto of bruto is.
Dit illustreert dat men niet klakkeloos informatie van de kaart in politieke eisen kan omzetten. Nadere studie is nodig.
(De RWZI van Breda levert warmte aan de stadsverwarming, zie https://ennatuurlijk.nl/warmtenet-midden-en-west-brabant ).

De Condenswarmtestip in Oisterwijk bijvoorbeeld is van de koeling van de Albert Heijn en is goed voor 1-5 TJ/jaar. Je kunt ze zo allemaal aflopen. Alle 4500 bedrijven in Nederland in deze categorie lozen samen ca 35PJ (zie www.gemeente.nu/blog/restwarmte-van-4500-bedrijven-wacht-om-benut-te-worden/ ).


Voor de TAB bioreststromen heb ik de RES-regio NO Brabant genomen, en de gemeente Oss aangeklikt. Dat geeft een cijfer voor biomassa die door vergisting in het energetische circuit gebracht wordt (biogas), en idem door verbranding (biomassa). In Oss bedragen deze 0,40 resp. 0,29PJ . De kaart geeft default de kleuren voor biomassa (als je in de legenda biomassa weg klikt, krijg he de kleuren voor biogas).
De informatie-inzet specificeert naar soort materiaal.

Vaste biomassa (beoogd voor verbranding) in RES-regio NO-Brabant

Zoals al gezegd, moet men de informatie uit het Warmteregister niet klakkeloos gebruiken. Het vraagt altijd nader denkwerk alvorens men er wat mee kan.
Maar in politieke en bestuurlijke discussies over de energietransitie op lokaal en regio-niveau kan de informatie ook ideeën aanreiken. Bij bijvoorbeeld Waterschappen leven interessante ideeën rond hun RWZI’s.

Provincie steunt uitbreiding warmtenet Roosendaal en aquathermie-onderzoek Breda

Ter inleiding
De provincie NBrabant wil in 2030 50% minder CO2 lozen. Dat vraagt veel inzet.

Een van de terreinen betreft warmte. De provincie heeft niet altijd wettelijke zeggenschap, maar als middelgrote speler met geld wel vaak invloed. Over het algemeen gaat de provincie hier goed mee om. Zie Brabants Warmteplan nader geanalyseerd .

In het Regeerakkoord is afgesproken dat er per jaar 30.000 tot 50.000 woningen van het aardgas af worden gehaald. Het is bepaald nog niet duidelijk hoe dat moet en daarom is er een Rijksprogramma proeftuinen aardgasvrije wijken opgesteld, waar 85 miljoen bij hoort voor wijken die al in 2018 gestart zijn (van een totaalbedrag dat in eerste instantie 120 miljoen bedraagt). Gemeenten konden daar geld uit vragen en in de eerste lichting waren 27 gemeenten de gelukkige.
In NBrabant waren dat

  • Eindhoven (de wijk ’t Ven, die aangesloten moet worden op de biomassacentrale in Meerhoven)
  • Tilburg (delen van de wijk Quirijnstok)
  • Drimmelen (voor het aardgasvrij maken van het centrum van Terheijde)

Zes Brabantse gemeenten vielen buiten de boot, waaronder Roosendaal en Breda.

Bij de begrotingsbehandeling 2019 (op 09 november 2018) namen Provinciale Staten een motie aan, waarin aan Gedeputeerde Staten gevraagd werd om een middelgrote of kleine gemeente alsnog te verblijden met subsidie, mits deze

  • Zich voor de eerste lichting aangemeld had
  • 50% zelf bijlapte
  • De inwoners van de betreffende wijk participeren
  • Indien het om een warmtenet ging, dat dat in publieke handen moest zijn

De motie is ingediend door D66, de PvdA, de SP, GroenLinks, CU/SGP en Lokaal Brabant.

Verder moest de provincie stimuleren dat zoveel mogelijk gemeenten zich aanmeldden voor de tweede tranche. Die tweede tranche is op 19 nov 2019 gestart met een brief van Knops en Wiebes aan de gemeenten in den lande, met o.a. de condities (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aardgasvrije-wijken/documenten/brieven/2019/11/19/2e-uitvraag-voor-proeftuinen-aardgasvrije-wijken )

Op 10 december 2019 brachten GS een tussenstand uit, ten gunste van Roosendaal en Breda. Zie

Roosendaal
In Roosendaal staat de afvalverbrander en grondstofrecycler Suez (zie www.suez.nl/nl-nl/locaties/reenergy .
Het bedrijf draait er nu jaarlijks 386.000 ton afval doorheen en wil dat opvoeren naar 460.000 ton/y . Voor deze uitbreiding loopt nu een MER-procedure.
Als output levert de fabriek nu, naast grondstoffen, 270.000 MWh stroom (ca 0,97PJ), en een heleboel water van 40°C . De transportleiding heeft een capaciteit van 20MW (die bij een fictieve 2000 bedrijfsuren/jaar in vol bedrijf goed zou zijn voor ca 0,15PJ/jaar).
40°C is (o.a. vanwege de legionella) te koud voor tap- en douchewater. Daarvoor is elektrische naverwarming nodig.

S

De warmte wordt in ontvangst genomen door het (gemeentelijke) Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal (DER), die het verder distribueert via een eigen stadsverwarmingsnet. Naast enkele andere complexen wordt de nieuwbouwwijk Stadsoevers verzorgd. Daarna was er nog veel warmte over.
DER zegt warmte aan te bieden voor 20% minder dan het maximale Niet Meer Dan Anders-tarief (zie https://energieder.nl/veelgestelde-vragen/#vraag1 ).

Met de steun van de provincie (€1,5 miljoen) worden bijna 800 huurappartementen van de woningbouwvereniging Alwel in de bestaande wijk Westrand op de stadsverwarming aangesloten. Dit als onderdeel van een grootscheepse renovatie.
Alwel meent dat het gecombineerde pakket in staat moet zijn om de totale woonlasten omlaag te krijgen.

Westrand Roosendaal

Al eerder heeft Roosendaal €6 miljoen van de provincie gekregen om het stadsverwarmingsnet op te zetten.

Dit net heeft overigens momenteel geen andere warmteleverancier dan alleen Suez. Een dergelijk privaat monopolie is niet ideaal. Anderzijds produceert Suez in normaal bedrijf sowieso warmte, die het bedrijf hoe dan ook kwijt moet – en nu vangen ze er geld voor.
Ik hoop dat de Roosendaalse politiek het contract aandachtig bestudeerd heeft.
Er wordt gepraat over andere warmtebronnen (bijv. geothermie), maar de ervaring leert dat dat niet zo gemakkelijk is.

Breda
De provincie financiert een haalbaarheidsonderzoek naar aquathermie (Thermische Energie uit Oppervlaktewater, TEO).
De locaties Gasthuisvelden en/of Crossmark zouden zich lenen voor de winning en lozing van warmte uit het water van het riviertje de Mark, die via een collectieve voorziening in de huizen gebracht wordt.
Dit kan ecologische gevolgen hebben (niet alle plantjes en beestjes kunnen even goed tegen temperatuurwisselingen). Daarom heeft de provincie, samen met Deltares en TNO, een subsidieaanvraag bij het Rijk ingediend.
Zie (zie www.deltares.nl/nl/issues/duurzame-energie-uit-water-en-ondergrond/thermische-energie-uit-oppervlaktewater/ ).

Schema van Thermische Energie uit Oppervlaktewater

De proef heeft geen vanzelfsprekend positieve uitkomst. De Wageningse hoogleraar aquatische ecologie Piet Verdonschot ziet wel wat beren in het water .Aquathermievoorstanders zien juist voordelen. Zie ook www.stowa.nl/deltafacts/zoetwatervoorziening/verzilting/ecologische-effecten-koudwaterlozingen .
Het is eindoordeel staat nog niet vast, maar de Mark is geen grote rivier. Voorzichtigheid lijkt geboden.

Mark bij Ginneken

Milieudefensie voert actie tegen open winkeldeuren

Inleiding
Veel winkeliers runnen hun bedrijf, ook midden in de winter, met open deuren. Boven die deuren hangt verwarming, bijvoorbeeld een warme luchtblazer, en veel van de warmte verdwijnt naar buiten.
Er moet in Nederland  fors op energie bespaard worden. Winkeliers zouden dat kunnen doen met een gewone duwdeur, met een automatische schuifdeur of met plastic lamellen.

Winkeliers denken dat mensen dan minder makkelijk hun winkel binnenstappen. Er is echter onderzoek dat dat tegenspreekt. In 2016 hebben enkele grote winkeliersorganisaties en de stad Antwerpen aan bureau Haystack International gevraagd wat het zou uitmaken als winkels met gesloten deuren zouden werken.
Voor de omzet en het aantal klanten zou het niet uitmaken, aldus Haystack International. Maar het aardgasgebruik daalt met 37%.

In verschillende steden zijn er al initiatieven ondernomen: Wageningen, Tilburg, Gent, Barneveld.

De actie in Eindhoven
In Eindhoven had Milieudefensie op 21 december 2019, het Winkelcentrum Woensel uitgekozen. Om praktische redenen, niet omdat het daar speciaal erg is.

Er was een publieksflyer voor iedereen en er was een raamposter, die winkeliers konden ophangen als de deur dicht was en de winkel toch open. Twee ploegjes van elk twee mensen gingen met de winkeliers praten, en een derde ploegje deelde flyers aan het winkelende publiek. Dat liep verder allemaal probleemloos.

Bij het winkelend publiek bestaat veel (en vaak spontane)  steun voor de actie. Men vindt de situatie raar (“doe je thuis toch ook niet?”). Enige groep die blij was met open winkels was de groep rolstoelrijders (die overigens met een automatische schuifdeur, zoals bij de Jumbo in het Winkelcentrum Woensel) ook goed uit de voeten kan.
Er meldde zich niemand die op hoge toon eiste dat het niet hoeven openen van een winkeldeur als een fundamenteel mensenrecht moest worden aangemerkt.

De reactie van de winkeliers was genuanceerd. Men begrijpt de wens en is er niet mordicus tegen, maar tussen droom en daad zitten praktische bezwaren als de interne richtlijnen binnen winkelketens (bijv. de ANWB-winkel die op die locatie geen enkele concurrentie heeft), of technische kenmerken van de winkeldeur of investeringskosten.

Maar daar moet dan maar iets op verzonnen worden, zoals een onderlinge afspraken binnen de winkeliersvereniging, een overgangsperiode, landelijke richtlijnen voor ketens, of lokale verordeningen voor winkels, en mogelijk enige vorm van subsidie.

Het vervolg
Milieudefensie heeft een gesprek aangevraagd met de winkeliersorganisatie van het Winkelcentrum Woensel.

Er zullen in Eindhoven vaker acties opgepakt worden als deze, ook in andere winkelcentra.

Mogelijk kan het op nationaal niveau opgepakt worden. Daarover valt nu nog niet wat te melden.

Biomassa kan wel degelijk duurzaam zijn (en is nodig voor de getallen)

Het rapport van DNV GL –  het CO2 – deel
Rond 30 oktober 2019 stonden de kranten er vol van: ‘Biomassa toch niet zo duurzaam’ en ‘Meer uitstoot dan bij kolen’ (Eindhovens dagblad 30 okt 2019) en ‘Meer uitstoot dan bij kolen’ (idem) en ‘Biomassa blijkt schadelijker dan gas en kolen’ (Trouw) of ‘biomassacentrales stoten meer CO2 uit dan steenkoolcentrales’ (NOS) . Dat zou allemaal in een rapport staan dat ingenieursbureau DNV GL geschreven had voor het Ministerie van I&M.

Nu helpt het niet mee dat genoemd rapport (waar de pers al bovenop gesprongen is) nog niet gepubliceerd is. Noch op de site van I&M, noch op die van DNV GL is het te vinden.  Merkwaardig dat er al wel op een of andere, onbekende, manier informatie naar de pers gegaan is.

Maar het rapport zwerft, ondanks de niet-gepubliceerde status, toch op het Internet en ik heb het maar gedownload en bestudeerd. En wat blijkt: de CO2 – bewering is volledig quatsch. Dat ligt niet aan het rapport van DNV GL, want dat is een prima rapport, maar òf aan dat of de journalisten slechts een selectie van het rapport voorgelegd hebben gekregen òf, indien niet, dat ze incapabel waren of van kwade trouw. Want er staat, waar het om CO2 gaat, het tegenovergestelde in. Kijk zel;f maar op

DNV GL heeft als onderzoeksvraag van I&M gekregen om de directe emissies, behorend bij een aantal centrale-scenario’s, in kaart te brengen. Dat is braaf gebeurd en die cijfers zien er aannemelijk uit.

Maar iedereen die in deze materie enigszins capabel is weet, dat je bij het opwekken van energie over de gehele levenscyclus van een een proces moet kijken. Uiteraard weet ook DNV GL dat en daarom staat er vier keer een zinnetje dat ‘De CO2 die afkomstig is van de inzet van biomassa, wordt aangemerkt als kort-cyclisch’. En dat betekent niets anders dan dat de, bij de verbranding vrijgekomen CO2 weer door planten opgenomen wordt.
Over de hele levenscyclus dus is het verstoken van biomassa CO2 – neutraal (of bijna CO2 – neutraal als er agrarische of bosbouwkundige bewerkingen nodig zijn).

Het rapport van DNV GL –  het niet – CO2 – deel
De zes onderzochte scenario’s zijn:

  • 1,2 en 3: een moderne kolencentrale van 800MWel , slechts bedoeld voor elektriciteit, met een bij  een moderne kolencentrale horende rookgasreiniging, die voor 0% resp 30% resp 100% met biomassa bijgestookt wordt.
  • 4: een voor biomassa ontworpen en daarop draaiende centrale van 40MWel  , slechts bedoeld voor elektriciteit, met rookgasreiniging
  • 5: een voor biomassa ontworpen en daarop draaiende ketel van 100MWth , slechts bedoeld voor warmte, met rookgasreiniging
  • 6: een gasgestookte ketel van  100MWth , slechts bedoeld voor warmte, met rookgasreiniging

Verder moet gemeld worden dat de hieronder genoemde emissiewaarden een worst case-uitkomst zijn. Dit omdat bij de berekeningen aangenomen is dat de concentraties die zijn welke het Activiteitenbesluit als maximum toe staat.
In werkelijkheid kunnen de emissieconcentraties veel lager zijn

  1. Omdat het bevoegd gezag bij IPPC-inrichtingen scherpere eisen mag stellen dan het Activiteitenbesluit
  2. Omdat ook zonder dat de concentraties al onder de limiet blijven, zoals bijvoorbeeld in biomassa(bij)stook voor zwavel. Er zit gewoon weinig zwavel in biomassa.

Tenslotte wordt in scenario 2 en 3 aangenomen dat als een kolencentrale op (deels) biomassa overgaat, de rookgasreiniging niet verbouwd wordt (en dus ontworpen blijft voor kolen). Dat is een ongunstige aanname.
In biomassa zit bijvoorbeeld 20* zo weinig as als in kolen. Dat zou dan ook ongeveer 20* zo weinig fijn stof betekenen als bij kolen, ware het niet dat biomassa-as en kolen-as verschillen waardoor een op kolen ingerichte rookgasreiniging slechter werkt met biomassa.

Al met al komt er dit plaatje uit:

De waarden zijn dus per eenheid van output (MWh) en niet, zoals een populaire denkfout wil, per eenheid van input.

Wat hierna komt is van mij en niet van DNV GL.

Een nieuwe biomassacentrale op een plaats, waar er eerst geen stond, brengt nieuwe toxische emissies met zich mee. Dat is een belangrijke overweging.
Dit geldt echter voor zeer veel productie-inrichtingen, of het nou de DAF is of een cementfabriek of een kippenboer. In alle gevallen stelt de gangbare milieutechniek eisen aan de emissies.
En verder kent de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een zoneringsbeleid dat afstanden voorstelt tussen een inrichting en een woonwijk.
De gangbare aanpak in milieuvergunningen is hier van toepassing en als men die niet goed genoeg vindt, kan hij worden aangescherpt. Men krijgt bekende afwegingen die niet wezenlijk anders zijn dan bij bijvoorbeeld een zwaar bedrijventerrein.

Verder brengt de bouw van een biomassacentrale op de plaats, waar er eerst geen stond, nieuwe stikstofdepositie met zich mee. Afhankelijk van de locatie in Nederland kan dat op dit moment een blokkade zijn. In hoeverre die blokkade blijvend is, hangt van het toekomstige stikstofbeleid af.

Een biomassacentrale is niet ideaal. Het punt is dat andere vormen van duurzame energie, om andere redenen, dat ook niet zijn. De keuze bij duurzame energievormen gaat niet tussen zwart en wit, maar tussen grijs en grijzer of, zo men wil, tussen lichter en donkerder groen.

De locatie van de Amercentrale

De Amercentrale in Geertruidenberg – energetisch
De Amer9 – centrale van RWE is ontworpen als kolencentrale. Nederland wil in 2025 (terecht) van kolencentrales af. Daarom heeft RWE twee wezenlijke keuzes: sluiten of volledig op biomassa overgaan.
Sinds 2018 draait de centrale op 60% kolen en 40% biomassa. RWE wil in 2020 op 80% biomassa komen en eind 2024 dus op 100% zitten.
Op dit moment is alle biomassa, die in Nederland verstookt wordt, direct of indirect afkomstig van residuen uit de land- en bosbouw (zie Cijfers over energie uit biomassa en over het houtaandeel daarin; het PBE-verslag over houtige biomassa), dus ook die welke door de Amercentrale verstookt wordt. De eigen claim van RWE staat op https://www.group.rwe/nl-NL/duurzaamheid-innovatie-en-buurtinfo/grond-en-brandstoffen/biomassa-biogas .
De houtresiduen zijn grotendeels, en waren in 2018 nagenoeg geheel, afkomstig uit de EU. Dat betekent tevens dat de transportverliezen gering zijn (zie Houtsnippers importeren loont energetisch de moeite )

De Amercentrale is goed voor 631MW elektrisch en 350MW thermisch. Het warmtevermogen wordt geleverd aan de glastuinbouw van Made en aan de stadsverwarming van o.a. Tilburg en Breda.

Energetisch is de Amercentrale binnen Brabant een speler van belang. Alvorens men lichtvaardig politiek correcte meningen naar voren brengt, is het goed wat eenvoudige rekensommetjes te maken.
De provincie Brabant vraagt jaarlijks momenteel om ca 290PJ aan energie (elektrisch en niet-elektrisch samen). Er komt tot nu toe weinig terecht van energiebesparing, maar stel, met enig optimisme, dat het verbruik in 2030 260PJ is. Daarvan zou volgens het concept-klimaatakkoord de helft in 2030 duurzaam moeten zijn, dus 130PJ.
Als de Amercentrale in 2030 nog bestaat, is die goed voor ongeveer 18PJ duurzame elektriciteit en (momenteel) ongeveer 4PJ warmte. Hetgeen betekent dat in een optimistisch scenario 1/6de deel van de duurzame energie in Brabant van de Amercentrale komt, en in een meer pessimistisch scenario een groter deel.
Men moet dus in Brabant twee wezenlijk verschillende verduurzamingstrajecten plannen: een met, en een zonder Amercentrale. Met bijbehorend toekomstperspectief voor de stadsverwarming in Tilburg en Breda.

Bij de aannames uit de provinciale POSAD-studie komt 22PJ neer op 55km2 zonnepark of 345 windturbines van 7,58MW. Dit heeft landschapsimplicaties waar het recente PBL-rapport over gaat, en ook ecologische implicaties.

Zoals gezegd bestaat er geen duurzame energie-aanpak zonder nadelen, alleen zijn de nadelen van fossiele energie nog veel groter.

De locatie van de Amercentrale

De Amercentrale in Geertruidenberg – toxische emissies en stikstof
De huidige Amer9 vertoont gelijkenis met scenario 2 van DNV GL, en de beoogde Amercentrale vanaf 2025 met scenario 3 van DNV GL.
Indien men de specifieke emissies in bovenstaande outputtabel met enige relativering bekijkt, wordt duidelijk dat (dus redenerend op basis van een worst case-scenario en op basis van een niet-aangepaste rookgasreiniging) van nu naar straks

  • De zwavelemissies drastisch dalen (omdat de werkelijkheid veel gunstiger is dan het theoretisch maximum)
  • De stikstofemissies een paar % toenemen (overigens zorgt de energiesector maar voor 0,3% van alle stikstofuitstoot in Nederland, Junginger)
  • De stofemissies ca 7% toenemen

Omdat bij de Amercentrale de vergelijking gaat tussen een bestaande en een vernieuwde bestaande inrichting, kan de nieuwe situatie tot een verbetering leiden.
Zelfs het eenvoudige compromis om de centrale op 90% van zijn vermogen te laten draaien betekent al een lokale verbetering van de luchtkwaliteit en van de stikstofdepositie.
Het kan beter door de rookgasreiniging te optimaliseren. RVO schrijft daarover op www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/bio-energie/toepassingen/verbrandingstechnieken .

Rookgasreiniging BWI De Lage Weide Utrecht van Eneco

Met enig googlen vindt men een rookgasreiniging van Eneco voor een installatie in Utrecht (op www.eneco.nl/over-ons/projecten/biowarmte-installatie-lage-weide/luchtkwaliteit/ ), en die zit heel anders in elkaar als de huidige rookgasreiniging van de Amercentrale.
In plaats van fundamentalistisch over de morele verwerpelijkheid van biomassa te spreken, zou men ook eens over kunnen nadenken over een praktisch uitvoerbaar en liefst betaalbaar plan voor de verbouwing van de rookgasreiniging van de Amercentrale.
De toxische emissies van de Amercentrale moeten een heel eind omlaag kunnen.

Actualisatie dd 20 december 2019 mbt stikstof
Gedeputeerde Staten van NBrabant hebben in de nieuwe Natuurvergunning van de Amercentrale aan RWE opgedragen zijn lozingen NH3 en NOx drastisch te verminderen. Die waren al drastisch verminderd, omdat in 2015 de Amer 8 (kolencentrale) dicht gegaan is. De vigerende Natuurvergunning uit 2011 moest nog formeel worden omgezet. Dat is in december 2019 gebeurd.
De feitelijke emissies waren al zeer veel kleiner dan de maxima die RWE aangevraagd had. Zoveel minder zelfs, dat men zich kon afvragen of de vergunning niet gewoon nog scherper kon.
Die redeneerlijn hebben GS van Brabant gevolgd. De toegestane maxima zijn lager vastgesteld dan die welke RWE aangevraagd had. Bovendien moet RWE jaarlijks zijn ammoniaklozingen doorgeven. Als blijkt dat die voortdurend ver onder de limet van de nieuwe vergunning zitten, wordt de vergunning opnieuw aangescherpt.

Overigens is ammoniak voor de Amercentrale geen afvalproduct van de energie-opwekking, maar een ingredient voor de DENOX-installatie waarmee de NOx-lozingen tot ongeveer 20% worden teruggebracht. In het DENOX-procede reageren ammoniak en stikstofoxiden tot gewone atmosferische stikstof en water. Idealiter komt er geen ammoniak vrij, maar in praktijk is het proces niet feilloos te regelen en komt er af en toe wat vrij. De vergunning komt dus neer op calamiteitenruimte.
(Je kunt het DENOX-proces vergelijken met het toevoegen van Ad Blue aan de uitlaat van dieselauto’s.)
Wie meer wil weten, zie hieronder.

Martin Junginger

Junginger in de krant
Hoogleraar bio-economie Martin Junginger stond in de krant ( www.ad.nl/binnenland/ban-op-biomassa-zou-rampzalig-zijn-voor-het-klimaat~a8f0610a/ ) – AD, dus ook Eindhovens Dagblad. Ik heb het artikel met grote instemming gelezen. Wat geen toeval is, want ik heb mijn mening over biomassa opgebouwd o.a. door Junginger te lezen en in levende lijve aan te horen. Ik adviseer dringend om dit artikel te lezen. Hij is een van de grote Nederlandse experts.

Het artikel is te lang om helemaal door te nemen. Een paar highlights.

  • Het aandeel van een nieuwe professionele biomassabijstook in de luchtvervuiling is relatief zeer gering
  • Alle open haarden in Nederland moeten verboden worden
  • Kleine biomassacentrales midden in een woonwijk moet je niet willen
  • Je moet een evenwicht vinden inzake het achterlaten van dood hout in een bos. Te weinig is slecht voor de biodiversiteit, te veel is slecht vanwege bosbranden
  • Je hebt allerlei soorten biomassa en allerlei soorten centrales
  • Transportverliezen over zee zijn zeer gering
  • Zelfs inclusief de subsidies op biomassa levert zaaghout twee tot  vier keer zoveel op als pellets. Met pellets kan een deel van het dode hout economische waarde krijgen
  • Je kunt een bos het beste gebruiken voor energie èn materialen
  • Biomassa, alleen om elektriciteit te maken, moet je niet willen. Biomassa om warmte te maken zul je nog lang nodig hebben. Op de lange duur zal biomassa steeds meer naar groene chemie gaan (bijvoorbeeld kerosine en zwaar transport)
  • Je kunt met biomassa negatieve emissies halen

PS-fractie SP brengt werkbezoek aan Energiehuis Helmond

SP-leden in het Energiehuis Helmond op 29 nov 2019 (foto bgerard)

Ik heb met de fractie van de SP in Provinciale Staten op 29 november 2019 een werkbezoek gebracht aan het Energiehuis Helmond. Ook een aantal actieve leden uit naburige SP-afdelingen was aanwezig.

Het Energiehuis Helmond is een organisatie die voorlichting geeft over besparingsmogelijkheden en energieopwekking in de gebouwde omgeving. Het bedient o.a. woningen, kantoorachtige bedrijfsruimtes en onderwijsgebouwen. Omdat woningbouwverenigingen vaak zelf al een programma hebben en bijbehorende kennis, ligt de focus van het Energiehuis vooral op koopwoningen. Er is echter wel contact met woningbouwcorporaties.
Het Energiehuis heeft de organisatorische vorm van een winkel, waarin men zonder afspraak binnen kan lopen (wel even vooraf de openingstijden checken!). Maar het Huis organiseert ook thema-avonden en werkt ook voor groepen.

Het Energiehuis draait op vrijwilligers en is onafhankelijk. De gemeente Helmond betaalt de vaste huisvestingslasten. De getoonde apparatuur is afkomstig van de producenten (donatie of bruikleen), en niet van de Helmondse middenstand. Er bestaan geen voorkeursbehandelingen of sponsorrelaties.
Het Klimaatakkoord definieert ook regionale adviescentra (bijv. op schaal van de MRE). Hoe dat gaat uitwerken en welke positie het Energiehuis daarin krijgt, is nog onduidelijk.

De presentatie leidde tot een uiterst geanimeerde en vruchtbare discussie. Die bijvoorbeeld bij enkelen tot het inzicht leidde dat de gemeenteraden al in 2021 een Warmteplan vastgesteld moeten hebben, en dat dat best snel is.

De presentatie is te vinden –>