Een groot aantal organisaties zijn gaan samenwerken om de winkelbevoorrading in stedelijk gebied te verbeteren. Nu is dat vaak een ratjetoe aan technische en bestuurlijke beperkingen bovenop de individualistische aanpak die voortvloeit uit de vrije ondernemingsgewijze productie.
De organisaties zijn Simacan, Breda University of Applied Sciences, Conundra, Gemeente Tilburg en Jumbo Supermarkten. Ook het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gebruikers van Simacan, de Stichting UTC, GS1 en een heleboel andere partijen in de logistieke sector dragen een steentje bij. Het geheel wordt gesteund door de Europese Unie en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Simacan is een al langer bestaand initiatief om de logistiek efficienter te organiseren.
Merkwaardig dat de gemeente Tilburg ook hier weer progressiever is dan de Brainportregio die ontbreekt.
Uit het bericht op de website (van freelancejournalist Ferdi den Bakker):
Data delen en combineren
De bevoorrading van stedelijke gebieden wordt complexer door de (terechte) wens om de leefbaarheid te verhogen terwijl de vraag toeneemt. De maatregelen om die leefbaarheid te verhogen zien we terug in regelgeving zoals venstertijden, zero-emissie zones, voorkeursroutes en gewichtsbeperkingen. Aan de andere kant zien we de wens om de distributiekosten in bedwang te houden en de (terechte) wens van chauffeurs en de logistieke sector om rekening te houden met de uitvoering van hun werkzaamheden. Technologie stelt ons gelukkig in staat om die toenemende complexiteit beter te plannen en daar waar nodig realtime bij te stellen.
Om de technologie te laten werken, moeten partijen in de logistieke keten de beschikking hebben over kwalitatief bruikbare en realtime informatie over de last mile. Informatie die straks te vinden is via Lastmile.info. Daarvoor worden niet alleen beschikbare datasets van overheden gecombineerd (denk aan NDW/verkeersplatformen/visibility platformen), maar zetten we ook de community (crowd) en kunstmatige intelligentie in om die informatie te valideren.
Als we dat als community goed regelen, kunnen partijen in de sector op termijn informatie over planningen en verstoringen met elkaar delen. Wegbeheerders kunnen daardoor real-time prioriseren en regelgeving dynamiseren om de leefbaarheid nog verder te kunnen verbeteren. Denk daarbij aan bevoorrading buiten venstertijden voor aangekondigde stille emissieloze voertuigen die een tijdslot en route krijgen.
Transitievisie warmte Het Klimaatakkoord vraagt van gemeenten om de regie nemen in warmtetransitie, om een TransitieVisie Warmte (TVW) op te stellen met oplossingsrichtingen en volgorde buurten, om dit plan in 2021 in de gemeenteraad vast te stellen, en om dit iedere 5 jaar te actualiseren.
Eindhoven heeft inmiddels zo’n plan.
(Uit een presentatie door de gemeente dd 12 okt 2020 van Janneke Karthaus)
De voorgestelde stadsverwarming in de Generalenbuurt Dit artikel gaat over wat hierboven aangeduid is als “RWZI, Generalenbuurt”. Het interesseert me sowieso omdat warmtenetten enerzijds een oplossing kunnen zijn en anderzijds een probleem. Een warmtenet als oplossing is altijd contextgebonden. Bovendien interesseert het me extra omdat ik tot mei 2000 in deze buurt gewoond heb.
RWZI Eindhoven – foto Waterschap De Dommel
De aanleiding is de bekendmaking door de gemeente (gevolgd door een artikel in de krant) dat men een warmtenet overweegt in mijn oude buurt met (zoals in bovenstaand schema staat) de Eindhovense (in praktijk regionale) RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI als warmtebron. Dat is een van de grootste RWZI’s van Nederland. Zie https://www.eindhoven.nl/nieuws/woningen-generalenbuurt-aardgasvrij-dankzij-geld-van-rijk . Waarmee al meteen één probleem vervalt, omdat deze warmtebron permanent zal blijven bestaan. En waarmee ook meteen een tweede probleem vervalt, namelijk dat de warmte het eindproduct is van iets wat toch moet, namelijk het verwerken van rioolslib. Rioolslib is prima te vergisten, nog sterker, als men dat niet beheerst doet, gebeurt het onbeheerst en komt het methaan en/of de CO2 gewoon vanzelf in de lucht. Ook een derde potentieel probleem bestaat niet: de RWZI is van Waterschap De Dommel en dus publiek eigendom. De gemeente Eindhoven wenst eventuele nieuwe stadsverwarmingen publiek te definieren. Zou het Waterschap zijn GigaJoules gaan verkopen, dan vertaalt zich dat aan de andere kant als een daling van de waterschapslasten.
De bruine stip, met het kader erbij, is de RWZI met een thermisch vermogen in de vorm van lage T-warmte van ruim 28MW. De zwarte stip, iets naar links (voor Eindhovenaren: net over de Kennedylaan) is de koeling van de voormalige Albert Heijn in de Generaal Coenderslaan in de wijk waar het warmtenet zou moeten komen (de kaart loopt hier achter).
Als de RWZI non stop een jaar lang warmte zou leveren, en als een gemiddelde woning in de Generalenbuurt ongeveer 1100m3 gas gebruikt per jaar, zou de RWZI theoretisch 25000 van deze huizen kunnen verwarmen. Deze uitkomst is irreëel hoog, ook al omdat er aanvullend warmtepompen nodig zijn, maar het getal van ca 8000 woningen die de gemeente (geciteerd in het Eindhovens Dagblad van 11 maart 2022) denkt te kunnen verwarmen met de RWZI zou wel eens reëel kunnen zijn.
Mits men een stadsverwarming aanlegt, en dat is dus het voorstel. Voorlopig voor 208 koopwoningen, 351 huurwoningen va woningbouwcorporaties, en 21 utiliteitsgebouwen. De warmte komt als Zeer Lage Temperatuurwarmte (<30°C) door de ‘backbone’ van de RWZI naar de wijk en wordt daar collectief opgewaardeerd naar 50°C (Lage T). Uiteraard kost die opwaardering wel stroom. Samen met maatregelen aan de woning zou dat genoeg moeten zijn om het in de Generalenbuurt warm te krijgen. Nog wel is onduidelijk hoe men op deze basis aan warm tapwater (douche etc) denkt te komen. Vanwege Legionella moet dat minstens 60 graad C zijn. Het Rijk heeft er ongeveer €6miljoen subsidie voor over, zo’n 10 mille per adres.
(Uit een presentatie door de gemeente dd 12 okt 2020 van Janneke Karthaus. Let wel dat het hier om NIEUWE stadsverwarming gaat).
Nu is de aanleg van geen enkel warmtenet bij voorbaat een gelopen race. Tegenover de problemen, die door de RWZI-opzet opgelost zijn, staan problemen die dat niet zijn. Stadsverwarmingen hebben een financieringsmodel waarbij de aanleg aan het begin heel duur is, waarna de exploitatie goedkoop kan zijn als de grondstof dat ook is. De vaste lasten moeten worden omgeslagen over een aantal adressen dat niet bij voorbaat vast staat, omdat bestaande woningen op dit moment niet verplicht kunnen worden van het gas af te gaan. En het kan te ingewikkeld worden, zoals bleek toen de aanhaking van de stadsverwarming in de wijk ’t Ven en de Lievendaal aan de stadsverwarming van Meerhoven uiteindelijk toch niet doorging. Van belang zal zijn hoe hoog straks de gasprijs is. OP dit moment stijgt die beduidend sneller dan de warmteprijs van een warmtenetwerk.
Weer eens wat actiewerk waar ik bij betrokken was, mede namens Milieudefensie Eindhoven, nu rond de Eindhovense gemeenteraadsverkiezingen. De ene was een debat op 11 maart 2022 op de TU/e, georganiseerd door de JongRES, en de andere een demonstratieve alternatieve modeshow op het 18 septemberplein in de stad, op 12 maart 2022.
Het TU/e debat
De RES staat voor Regionale Energie Strategie, in dit geval in het MRE-gebied Eindhoven-Helmond, en er is een jongerenbeweging JongRES ( https://jongres.nl/ ), in Eindhoven enigszins gefaciliteerd door de Metropool Regio Eindhoven (MRE), die er naar streeft om de RES uitgevoerd te krijgen. Een goed streven.Daartoe organiseerde de JongRES een verkiezingsdebat op vrijdag 11 maart. Ik was zijdelings bij de voorbereiding betrokken. Het was niet heel druk. Voorzitter was Alex Panhuizen, ex-lid van Provinciale Staten voor de VVD. Tussendoor was er Spoken word van Peter Roosen. Er waren negen kandidaat-raadsleden, die zich per drie over een stelling moesten uitspreken. De drie stellingen:
“Participatie mag nooit vertragend werken voor de energiedoelen van het Parijsakkoord” (D66, Becker; PvdA (Hopstaken) en Lijst Pim Fortuin (LPF, een lokale rechtse partij van het niet-rabiate soort), Reker. D66 en de PvdA beleden hun goede bedoelingen (betaalbare transitie, mensen meenemen, niemand laten vallen) zonder de vraag duidelijk te beantwoorden. Wat als de participatie moeilijk loopt en wel tot vertraging zou leiden? Reker wil de RES niet uitvoeren en hield de boot af. Begin maar eens met isoleren en denk dan na hoe je verder moet. Verder verwachtte hij veel van kernenergie – wat, ongeacht hoe men daar inhoudelijk over denkt, een Rijksbevoegdheid is en dus irrelevant voor gemeenteraadsverkiezingen.
“De betaalbaarheid van de energietransitie moet prioriteit nummer één zijn” SP, Visscher; VVD (Werkman); Volt (Rubenkamp). VVD en Volt noemden het halen van het Parijsresultaat als doel en de betaalbaarheid als noodzakelijke randvoorwaarde. Visscher noemde het klimaatprobleem een systeemcrisis, wat op zich terecht is, alleen gaf de SP er geen systeemantwoord op. Visscher ging dieper in op de onrechtvaardige verdeling van de emissies van broeikasgassen (een kleine rijke groep loost onevenredig veel en omgekeerd). Ze wilde begrip voor de lage inkomens en bijvoorbeeld strengere eisen aan Brainport.
(TU/e, 11 maart 2022, klimaatdebat JongRES
“Als het nodig is voor het behalen van klimaatdoelen moeten zonne- en windparken op landbouwgrond en nabij natuurparken ook gerealiseerd kunnen worden”. GroenLinks (Meerhof), Partij voor de Dieren (PvdD, Verhees) en CDA (Groot). Het is een enigszins onzuivere vraag omdat ’op landbouwgrond’ en ‘nabij natuurgebieden’ twee verschillende dingen zijn, maar die opmerking kwam niet uit de sprekers. Het CDA hield een enerzijds-anderzijdsverhaal op de bekende manier. Het wilde de boeren niet tegen de haren instrijken en de industrie niet extra belasten en via de retorische draagvlak-constructie kun je alles tegenhouden waar je zelf geen in in hebt. Groen Links en de Partij voor de Dieren hadden twee jonge kandidaten het veld ingestuurd met meer enthousiasme dan kennis. Beide hebben ermee te dealen dat er verschillende crises tegelijk spelen waarvan energie en biodiversiteit als twee elkaar uitsluitende categorieën genoemd werden – wat niet perse hoeft als je het goed doet. GroenLinks zat meer aan de kant van het klimaat, en de PvdD zat in een spagaat waarbinnen de spreker geen keuze kon maken.
Ik heb er zelf in de discussie de vraag tegen aan gegooid, namens Milieudefensie, of, als de grote ongelijkheid in de samenleving het doorvoeren van klimaatmaatregelen schaadde, we dan niet eens moesten gaan nadenken over een sterkere progressie in de belastingen en een vermogensbelasting. Deze vraag aan CDA en VVD (meer partijen mocht niet). Genoemde partijen waren het er niet mee eens en vonden dat je de bestaande probleem situatie niet nog verder moest compliceren door ook nog over herverdeling van inkomen en vermogen te beginnen.
Als we met de klimaatmensen landelijk gecoördineerd een actie willen doen, doen we dat in de Klimaat Crisis Coalitie (KCC). Op 12 maart 2022 was dat het geval, vanwege de komende gemeenteraadsverkiezingen. De Eindhovense pagina voor deze actie binnen de landelijke website is https://klimaatmars.nl/coalities/eindhoven/ . Onder de HOME-tab het landelijke overzicht van de 12 maart-acties. Ik zit in de KCC Eindhoven namens Milieudefensie (maar ook anderen namens Milieudefensie).
Om de aandacht te trekken is gekozen voor een uitdagende, alternatieve modeshow op het 18 september-plein. De creaties moesten de leuzen ondersteunen (en deden dat voortreffelijk, alle lof voor de huisvlijt). Technisch verliep het draaiboek voortreffelijk.
De hoofdgedachte van de manifestatie was: “Stem ten gunste van het klimaat!”
KCC-actie 12 maart 2022, mannequin met ‘stembroek’
De politieke uitdaging was om het abstracte containerbegrip ‘Klimaatrechtvaardigheid’ te vertalen in praktische leuzen waar een gemeenteraad iets mee kan.
Er is een long list opgesteld van 20 leuzen, namelijk:
Extra subsidie voor duurzaam witgoed uit de bijzondere bijstand
30% minder vliegtuigen op Eindhoven Airport
30 hectare zonnepark in Eindhoven
Een grootscheeps isolatieprogramma en een vouchersysteem!
Wees streng op de energieprestaties van de industrie
Burgerberaad voor het klimaat!
Goed en goedkoop openbaar vervoer
Meer groen tegen extreme hitte en wateroverlast
Help eerst de slechtste woningen en de armste wijken met subsidie
Voor een regionaal energie-ontwikkelbedrijf
Brainport, verduurzaam je eigen regio!
Voer de Energiebespaarhypotheek ik
Steun 040Energie en het Energieloket
Eén nieuwe boom per inwoner
Meer houtbouw in Eindhoven
Maak gebouwgebonden financiering van isolatie mogelijk
Goedkope leningen voor zonnepanelen op het dak met ontzorging
Help Verenigingen Van Eigenaren
Een Energie Prestatie Advies voor elke koopwoning
Maak van elk huis een warmtefoto
De eerste tien werden op een bord gezet, waarvan vijf tot een mannequincreatie leidden. Maar mogelijk komen de niet-gebruikte leuzen ook nog eens in de gemeentepolitiek van pas.
De politieke partijen waren uitgenodigd met partijstickers langs te komen (drie stuks) en om die bij een leuze naar keuze te plakken. Daar mochten ze iets bij zeggen. Daarna zag het bord er zó uit:
Men kan allerlei beschouwingen wijden aan de geplakte stickers. De steun aan ‘30% minder vliegen op Eindhoven Airport’ valt op, als ook eerst de slechtste woningen aanpakken. Verder dat politiek gevoelige onderwerpen als ’30 hectare zonnepark in Eindhoven’ en ‘een regionaal energie-ontwikkelbedrijf (bedoeld is publiek) gemeden worden – begrijpelijk, maar jammer in verkiezingstijd want dit soort ideeën zijn juist politiek onderscheidend.
De zonneladder en het misbruik daarvan De natuur- en milieu-organisaties hebben op 10 jan 2019 hun “Constructieve Zonneladder” gepresenteerd. Zie www.nmu.nl/nieuws/wij-presenteren-de-constructieve-zonneladder/ . Het was hun eigen werkstuk en er stonden geen handtekeningen onder van organisaties buiten de natuur- en milieuhoek. Gemakshalve is het document waarnaar verwezen wordt HIER te vinden
De bedoeling is om, voordat er ergens zonneparken aangelegd worden, eerst na te denken. Hoeveel zonne-energie is er nodig en hoe verdelen we dat rationeel en met respect voor het buitengebied. Niet alleen maar aan de goedkoopste en makkelijkste toepassing denken. De bedoelde volgtijdelijkheid is eerst denken en dan handelen. En resultaat van het denken kan een zonnepark in een weiland zijn.
Maar in praktijk verwordt de Zonneladder vaak van beleidsinstrument tot sabotage-instrument.
De misbruikvariant maakt zonder nadenken het handelen volgtijdelijk. Zonder enige overweging, behalve blinde afkeer, wordt geëist dat eerst alle daken volmoeten, en dan alle parkeerplaatsen overdekt, en dan alle geluidswallen, en dan enzovoort. De eerste stap is bij voorbaat onuitvoerbaar omdat de gemeente, tot op dit moment, niets over de daken te vertellen heeft en bovendien sommige daken zich er niet voor lenen. Ergo is niet aan de eerste voorwaarde voldaan en stopt het proces. En dat was precies de bedoeling van de tegenstanders.
De natuur- en milieu-organisaties hebben een tweesnijdend zwaard gecreëerd. Het concept is in de Tweede Kamer bekrachtigd en het is me niet duidelijk of het stemgedrag met de positieve of negatieve interpretatie beargumenteerd is.
De Zonneladder is eigenlijk bedoeld voor specifieke gebieden, maar men kan het concept ook nationaal toepassen. Hoeveel zonne-energie willen we nationaal, kun je de gewenste hoeveelheid op daken kwijt, in hoeverre is dat verstandig en als panelen op de grond, dan hoe en waar? Dus de Zonneladder als beleidsinstrument op nationaal niveau.
Over deze vraag is veel nagedacht en in maart 2021 hebben TKI Urban Energy en Generation Energy het document uitgebracht “Ruimtelijk potentieel van zonnestroom in Nederland”. Inmiddels hèt standaardwerk op dit gebied in Nederland. Een samenvattend persbericht is te vinden op https://www.topsectorenergie.nl/nieuws/genoeg-dak-grond-en-water-voor-zonnepanelen-nederland-voor-de-ambities-2050 en (onopvallend op het eind) kan men doorlinken naar het rapport.
Daarnaast wil menigeen ook geen windturbines. Dan maar zon.
Alvorens aan de bespreking te beginnen, eerst de grotere context.
Energie en elektriciteit in 2019, 2030 en 2050 Toch maar even, omdat deze grootheden door minder deskundige personen vaak verward worden.
Doel is dat de toegevoegde hoeveelheid broeikasgassen in 2030 55% minder is, en 2050 ongeveer nul, en dat Nederland (ook na besparing) voldoende energie heeft om de maatschappij door te laten draaien. Middel is dat een flink en groeiend aandeel van die energie in de vorm van elektriciteit is. De energiebehoefte is dus groter dan de elektriciteitsbehoefte. Omgekeerd: als je de stroomvraag opgelost hebt, heb je nog niet de energievraag opgelost want die is een stuk groter.
In het hierna volgende overzicht worden de eenheden TWh (een miljard kiloWattuur kWh) en de eenheid PJ (PetaJoule) door elkaar gebruikt. 1TWh = 3,6PJ. Meestal gebruikt men de TWh bij stroom en de PJ bij andere soorten energie, maar dat is niet verplicht.
(deze grafiek loopt t/m 2030)(kolom 3 t/m 6 hebben betrekking op 2050. KA = KlimaatAkkoord)(kolom 3 t/m 6 hebben betrekking op 2050. KA = KlimaatAkkoord)
De grafieken (de bovenste uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2020 van het PBL (KEV2020), de onderste twee van Berenschot en Kalavasta) zijn om een gevoel voor de verhoudingen te krijgen. De eerste twee grafieken geven de energie weer die als energie aan de klant geleverd wordt (uit het stopcontact, de benzinetank, de gasleiding etc – zeg maar netto). Bruto (wat het systeem-Nederland in gaat) is momenteel ruim anderhalf keer zoveel. Bruto wordt komt voor een deel onzichtbaar (‘embedded’) in materialen terecht als plastic, kunstmest en aluminium, zink of waterstof. Deze post is hier niet getoond, maar zit ruwweg momenteel rond de 500PJ (waarin een onzichtbare hoeveelheid stroom). Bovenstaande grafieken zijn dus een onderschatting van wat nodig is. De derde grafiek geeft de noodzakelijke elektriciteitsproductie in 2050 als je embedded energie wel meetelt. Let wel dat de as in TWh is (300TWh = 1080PJ) De bovenste grafiek is te vinden op https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020 . De tweede en derde grafiek zijn te vinden op: https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Toekomstscenario%27s_64_9ab35ac320.pdf of op http://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/15/kamerbrief-klimaatneutrale-energiescenarios-2050. Op deze site is er eerder aandacht aan besteed op https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/ .
Samenvattend:
In 2019 werd 1840PJ aan de klant afgeleverd, waarvan 393PJ in de vorm van elektriciteit (netto). Bruto was dit 421PJ.
In 2030 wordt (prognose KEV) 1750PJ aan de klant geleverd, waarvan ruwweg 410PJ in de vorm van elektriciteit (zie eerste grafiek hierboven)
In de Regionale Energie Strategie wordt op nationale schaal in 2030 84TWh (302PJ) hernieuwbare elektriciteit geëist uit wind en grootschalige zon (staat in het Klimaatakkoord), waarvan 35TWh (=126PJ) op het land en 49TWh (=176PJ) op zee. Naast de RES (en er niet in meetellend) wordt verondersteld dat kleinschalige PV-projecten (bijvoorbeeld op woningdaken) in 2030 7TWh/y binnenbrnegen (ca 22PJ/y). Daarnaast tellen andere energievormen als elektriciteit (bijvoorbeeld waterkracht of biomassa) wel voor het totale budget mee, maar niet voor de RES. In deze waarden is de verduurzaming van de industrie nog niet meegenomen. Dat gaat om een hernieuwbare energievraag in 2030 van ca 45TWh (162PJ) die geheel of gedeeltelijk elektrisch wordt ingevuld met wind op zee. Zie eerder op deze site https://www.bjmgerard.nl/over-de-aanstaande-elektrificatie-van-de-industrie-en-de-datacenters/ . De RES dekt dus lang niet de verwachte stroomvraag in 2030 af.
In 2050 wordt (ruwe schatting) 1200 tot 1700PJ aan de klant geleverd, waarvan ruwweg 700 tot 850PJ in de vorm van elektriciteit (zie tweede grafiek hierboven). Telt men ook de ‘embedded’ energie mee, dan moet er 1000 tot 1500PJ geproduceerd worden.
Beschouwingen rond zonne-energie, al dan niet op daken, moeten dus geplaatst worden tegen deze behoeftecijfers. En dan blijkt dat zonne-energie in geen enkel scenario de vraag naar stroom kan afdekken, hoe grootschalig ook. Daarover gaat het volgende deel van dit verhaal, dat over genoemd Ruimtelijk Potentieel gaat. Uit dat rapport blijkt dat
zonne-energie een zeer waardevolle bijdrage kan leveren, groter zelfs dan ingeschat
zon op daken een grotere bijdrage kan leveren dan vroeger gedacht
maar dat zonne-energie het op zijn eentje bijlange na niet redt
er dus andere energievormen nodig zijn
waaronder wind op land en wind op zee
Dan nu de beloofde potentieelstudie
Ruimtelijk potentieel van zonnestroom in Nederland Voor genoemd rapport hebben de auteurs een strakke systematiek gevolgd.
(De oppervlakten zijn horizontaal gerekend)
Om te beginnen worden vier ruimtelijke categorie vastgesteld, elk gesplitst in twee deelcategorieën. Die tellen op tot de totale oppervlakte van Nederland. (bovenste grafiek)
Binnen elke (deel)categorie zijn vormen van landgebruik benoemd (alles samen 43). De vier vormen van landgebruik, elk met hun maximale landsbrede oppervlakte, in de deelcategorie ‘woningen’ staan als voorbeeld in de onderste grafiek. Toegevoegd zijn ook gevels (behalve op het Noorden), die geen horizontale oppervlakte hebben.
Binnen elke (deel)categorie zijn ook systeemtypologieën gedefinieerd (alles samen 38). De negen systeemtypologieën voor woningen bijvoorbeeld staan in de tabel hieronder.
Op deze wijze ontstaan combinaties, waarin het landgebruik de maximale oppervlakte levert en de typologie de jaaropbrengst per m2 . Die jaaropbrengst per m2 wordt berekend vanuit een aantal technische kengetallen en maatschappelijke beperkingen (de opbrengst van railsystemen en tuinen bij woningen wordt bijvoorbeeld op 0 gesteld) die er geloofwaardig uitzien, maar hier niet in detail worden besproken. Wat kwalitatieve uitspraken:
de studie brengt alleen het technisch en ruimtelijk potentieel in beeld
de beperkte draagkracht van sommige utiliteitsdaken is verwerkt in de typologie ‘plat dak flex’. Een latere, en hier niet gepresenteerde, studie toont dat dit probleem, na behapbare aanpassingen, niet erg groot hoeft te zijn
het met de jaren toenemende rendement van zonnepanelen is in rekening gebracht
alle standaardverliezen worden in rekening gebracht tot aan het elektriciteitsnet
energetische verliezen door toedoen van het elektriciteitsnet en/of opslag worden niet meegeteld. Dit is op de langere termijn te onvoorspelbaar.
wat politiek en economisch wel en niet uitvoerbaar is, speelt geen rol. Bijvoorbeeld wie wat moet betalen en hoe het subsidiesysteem in elkaat zit, en hoe dwingend de wetgeving is.
niet alle mogelijkheden zijn vóór 2030 uitvoerbaar – een belangrijk criterium
Op deze wijze is een rekenmodel gecreëerd, dat als een soort robot zacht zoemend staat te wachten tot zijn baas er een vraag in stopt. Zo’n vraag komt er in essentie op neer dat je de belangrijkste parameters geeft (welke combinatie van deelcategorieën, typologieën en oppervlaktes (binnen de maximale oppervlakte) leidt tot welke opbrengst, en omgekeerd.
Vragen aan het rekenmodel Je zou bijvoorbeeld aan de zacht zoemende robot kunnen vragen: breng de situatie in 2020 en die in de KEV2020 geprognosticeerd is voor 2030 in kaart. Dan krijg je dit:
Je zou ook de vraag kunnen stellen: ik wil in 2050 (!) 70TWh of 200TWh? Ter herinnering dus nog even de derde grafiek met waarden voor de stroomproductie rond de 300TWh, en waarden voor de energieproductie van 400-600TWh/y. Dus ook die 200TWh is voor de elektriciteit onvoldoende, en voor de energie als geheel nog meer onvoldoende. En hoe zien deze opbrengsten er uit in een variant eruit die zich concentreert op de daken, en hoe zou ene meer gemengde variant eruit kunnen zien? Dan krijg je dit:
(deze tabel heeft betrekking op 2050)
In deze tabel doen gevels niet mee en is het niet-dak wat er in 2020 al op de grond ligt ligt of zal liggen. Aannemende dat het economisch, politiek en technisch mogelijk is om in 2050 de daken voor 80% volgelegd te krijgen (nadert de limiet), dan haal je de 200TWh en dat is ongeveer 1/3de tot de helft van wat er aan energie nodig is. Dat is overigens heel veel, veel meer dan eerder mogelijk werd geacht, maar het is niet genoeg.
Je kunt als baas tegen de zacht zoemende robot zeggen: verzin eens wat nieuws. Dan zou daar dit uit kunnen komen (voor 2050):
(BIPV betekent Building Integrated PV. De panelen vervangen bouwmaterialen en liggen in het dak. BAPV staat voor Buidling Applied PV. De panelen liggen traditioneel op het dak).
In dit schema haal je (met nogal wat onzekerheden) in 2050 229TWh/y zonder zon op zee.
Zon op zee is dan gekoppeld aan windparken op zee, die bij 60GW wind een oppervlakte beslaan van 6600km2 . Die zou dan in dit model voor de helft bedekt kunnen worden met zonnepanelen (andere helft niet omdat het anders de zee te donker maakt waardoor de ecologie instort). Klinkt naar mijn idee erg ambitieus en ecologisch erg gewaagd, en is vooralsnog toekomstmuziek.
De moraal tot 2030 De hoofdmoraal is voor mij dat het Klimaatakkoord moet worden uitgevoerd en dat daarbij de RES onmisbaar is. Die loopt tot 2030 en is zoiets als een absolute ondergrens. Die moet in principe gehaald kunnen worden op het land en met kennis, techniek en organisatie die er nu is. Dus niet allerlei speculatieve afschuiftechnieken op een onduidelijke toekomst of een onduidelijk buitenland. De hoofdinspanning boven op de RES (dus niet in plaats van de RES) toto 2030 betreft extra wind op zee t.b.v. de elektrificatie van de industrie.
Deze studie ging over zonne-energie en niet over windenergie, maar windenergie komt zijdelings aan de orde waar het om de systeemverliezen gaat door slechte inpassing in het elektriciteitsnet (blz 55). Bij een mix van tweederde wind en een derde zon vallen die verliezen te overzien, maar als de energiemix teveel uit zon bestaat, lopen die verliezen snel op. De RES moet dus ook met windenergie ingevuld worden. Een goede mis spaart het elektriciteitsnet. Dus niet alle windturbines door zoneparken vervangen.
Nederland heeft behoefte aan een ordelijk project dat op de lange termijn (ook na 2030) consistent en met voldoende middelen naar verduurzaming toewerkt. Dat lukt alleen met een krachtige overheidssturing, en niet op basis van een vrije markt.
Typologieën landschap. Een intensief zonnepark brengt ongeveer het dubbele op van een extensief park. Een extensief beheerd park leent zich beter voor meervoudig gebruik.
Beschrijving van het Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf REKS Ik wil het nu hebben over een nieuwe ontwikkeling, namelijk de oprichting van een Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf REKS. De Colleges van B&W van het betreffende gebied (minus Waalwijk) en GS van de provincie hebben een intentieverklaring getekend om voor eind oktober 2022 een definitief besluit te nemen over deelname aan het Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf (welk besluit genomen moet worden door PS en de gemeenteraden). De gemeente Tilburg ziet zichzelf in een voorlopersrol en zal naar verwachting al begin 2022 het besluit tot deelname nemen en de eerste stappen in de verdere oprichting van het ontwikkelbedrijf op zich nemen. Het leverde GS nog een stel boze vragen op van de rabiate windmolenhaters van de PVV.
In een presentatie voor de gemeenteraden in de regio gaven de Colleges de volgende argumenten voor een dergelijk publiek ontwikkelbedrijf:
Er bestaat urgentie om een en ander bestuurlijk goed te regelen. Marktpartijen willen posities vastleggen, boeren willen meedoen met de ontwikkelingen en melden zich, en er is snel geld nodig voor de hubs (daarmee worden de energie-opweklocaties bedoeld). Dit ten behoeve van projectmanagement, visieontwikkeling en planologie.
De opzet omvat twee juridische entiteiten:
Het Publiek Ontwikkelbedrijf wordt een BV, met een directie en een Raad van Commissarissen van 3 tot 5 leden, voorgedragen door Tilburg, de provincie en de andere gemeenten
Een Regionaal Klimaatfonds in de stichtingvorm. De stichting krijgt een part-time directeur, ook weer een Raad van Commissarissen van 3 leden, voorgedragen door Tilburg, de provincie en de andere gemeenten. De RvC is de baas over de subsidieverstrekking. De stichting werkt met nauwe betrokkenheid van de waterschappen. Het Klimaatfonds dient de klimaatadaptatie.
Het publiek Ontwikkelbedrijf krijgt een vermogen mee van €17 miljoen (€5,9 miljoen provincie, €5,9 miljoen gemeente Tilburg, en €5,2 miljoen van de andere gemeenten samen. Bij de gemeenten is dit voorlopig op basis van ruim €27 per inwoner. Die 17 miljoen gaan op aan de ontwikkelkosten van de hubs. Daarnaast doneren de partijen, volgens een vergelijkbare verdeelsleutel, als startkapitaal €4 miljoen rechtstreeks aan het klimaatfonds. Nadien kan er vanuit de BV nog aanvullend geld in het fonds gestort worden.
Vanwege het staatssteunargument is goedkeuring door de Europese Commissie nodig. Die wordt verwacht, maar bepaalt nu het tempo van de afwikkeling.
China verbiedt gebruik bitcoin en gooit alle bitcoinminers buiten China heeft een groot energieprobleem en heeft zijn hulpbronnen hard nodig voor wat er werkelijk toe doet, en probeert op ’s lands eigen wijze te verduurzamen. Bovendien heeft het land zijn economie graag in staatshanden en wil het geen clandestien gerotzooi.
Het gezelschap verkast naar elders Computers kun je inladen en verhuizen. Volgens Wired zitten ze nu o.a. in Kazakstan, Rusland en de VS
Oude kolencentrales krijgen nieuw leven in de VS Ongetwijfeld valt er evenveel negatiefs te zeggen over Kazakstan en Rusland, maar die landen zijn iets minder toegankelijk voor onafhankelijk onderzoek. Ondanks alles zijn de VS dat nog wel.
Thiel vond het allemaal wel meevallen: alle wasmachines samen in de VS verbruikten minder stroom dan hij. Verder had hij ook schone energie-plannen, waarover echter niet in detail getreden werd. We moesten wel, aldus Thiel, want bijna niemand in de energiewereld wilde zaken doen met bitcoinminers.
De Guardian meldt in dit verband dat zelfs vroege bitcoinenthousiastelingen als Tesla’s Musk en Uber zich distantiëren van de bitcoin zolang de klimaatimpact niet verbeterde.
In het Eindhovens Dagblad van 15 februari 2022 stond onder een Baudettiaanse kop ‘Rechters bepalen klimaatbeleid” een klaagverhaal van VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen, waarin ze het maar niks vindt dat de onduidelijke wet- en regelgeving op klimaat- en energiegebied in ons land allerlei belanghebbenden beweegt om naar de rechter te stappen. Dat bleef in binnen- en buitenlandse directiekamers allesbehalve onopgemerkt. Het Eindhovens Dagblad baseerde zich op een eerder artikel in het Financieel Dagblad.
Naar aanleiding van dit artikel in het Eindhovens Dagblad heeft Jeanne Adriaans van Operatie Klimaat (ook Milieudefensie) uit Eersel een opinieartikel geschreven. Ik heb me daar namens Milieudefensie Eindhoven bij aangesloten. Zie hieronder.
VNO-NCW en het Nederlandse klimaatbeleid.
Een paar weken geleden heeft Milieudefensie 29 grote bedrijven in Nederland aangeschreven met de oproep aan te tonen dat men een doeltreffend klimaatbeleid heeft dat in lijn is met het internationale klimaatakkoord van Parijs. Een van deze bedrijven is Schiphol met als filiaal onze regionale ‘trots’ Eindhoven Airport. Milieudefensie heeft de oproep niet vrijblijvend gedaan door te stellen dat uiteindelijk een rechtszaak tot de mogelijkheden behoort. Liever ziet Milieudefensie dat het niet zo ver hoeft te komen. Eerder heeft Milieudefensie wel een rechtszaak tegen Shell over dit onderwerp aangespannen en gewonnen.
Blijkbaar worden een aantal bedrijven toch een beetje zenuwachtig. Voorzitter Thijssen van VNO-NCW, zo blijkt uit een artikel in het ED van 15 februari, vindt dat rechters niet op de stoel van de politiek mogen gaan zitten. Zij vindt dat er veel onduidelijkheid in de Nederlandse wetgeving is. Hierdoor zouden belanghebbenden de neiging hebben om naar de rechter te stappen, waardoor bedrijven afgeschrikt worden om in Nederland de broodnodige investeringen te doen.
Dit zijn toch wel enkele kromme redeneringen. Op de eerste plaats gaan rechters nooit op de stoel van de politiek zitten. De politiek, zowel nationaal als internationaal (zoals in de EU) heeft wetten gemaakt en universele grondrechten van mensen. Eenieder, ook een regering of een bedrijf, moet zich daar aan houden. Dat is waar de rechter een uitspraak over doet. Momenteel worden wereldwijd ongeveer 2.000 klimaatrechtszaken gevoerd. De juridische basis hieronder is de universeel geldende norm dat een opwarming van de aarde met meer dan 1,5 graad Celsius een existentieel gevaar is voor de mensheid. Deze norm is vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Een schending van deze mondiale 1,5-graadnorm is daarmee een schending van de universeel geldende mensenrechten. De huidige Nederlandse wetgeving is (nog) niet in overeenstemming met het universele mensenrecht. Daarin heeft Thijssen wel gelijk.
Op de tweede plaats is het vreemd dat bedrijven door uitspraken van de rechter afgeschrikt zouden worden om broodnodige investeringen te doen. Normaal gesproken zijn uitspraken van rechters aansporingen om het goede te doen en het slechte te laten. Je mag toch aannemen dat dat ook voor bedrijven geldt. Het zou Thijssen sieren als ze dat zou uitdragen. Dat ze bedrijven zou stimuleren om een klimaatbeleid te hebben dat de grondrechten van mensen respecteert. Maar nu spoort VNO-NCW eerder aan om, sterk aangezet, onze democratische rechtsstaat te ondermijnen.
Wij zijn bijzonder benieuwd hoe Eindhoven Airport en haar moederbedrijf Schiphol op de brief van Milieudefensie gaan reageren. Laten ze zich leiden door korte termijn economische belangen a la VNO-NCW of door rechtspraak over universele mensenrechten?
Jeanne Adriaans, Klimaatcoalitie (Milieudefensie) de Kempen Bernard Gerard, Milieudefensie Eindhoven
De landelijke Vereniging Milieudefensie heeft bij 29 grote bedrijven in den lande de eis neergelegd dat ze een klimaatplan moeten maken dat binnen de grenzen van de Klimaatovereenkomst van Parijs blijft. Dit initiatief volgt op een eerder initiatief van Milieudefensie tegen de Shell (zie Milieudefensie wint klimaatzaak tegen Shell ) .
Het plan moet tot resultaat hebben dat de broeikasgasemissies in 2030 minstens 45% lager moeten zijn dan in 2019. De plannen worden uiterlijk 15 april 2022 ingewacht en vervolgens ter beoordeling voorgelegd aan het NewClimate Institute. Zie https://milieudefensie.nl/ .
Een van de 29 ondernemingen betreft de Schiphol Group. Die is eigenaar van 51% van de aandelen van Eindhoven Airport. Daarmee is Eindhoven Airport een filiaal van Schiphol.
De afdelingen van Milieudefensie De Kempen en Eindhoven hebben in een brief aan de directeur van Eindhoven Airport, dhr. Hellemons, de eis neergelegd dat Eindhoven Airport, als onderdeel van de Schiphol Group, in eigen huis dezelfde reductie doorvoert. Dat plan moet dus tot resultaat hebben dat de broeikasgasemissies van alle met het civiele vliegen op Eindhoven verbonden activiteiten in 2030 minstens 45% lager moeten zijn dan in 2019. Het betreft hier dus zowel de grondgebonden activiteiten alsmede de vliegbewegingen.
De provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven zijn als mede-aandeelhouder (elk met 24,5% van de aandelen) van de als gevolg van dit plan te verwachten wijziging in de exploitatie op de hoogte gebracht.
Milieudefensie vraagt 29 grote vervuilers in Nederland naar hun klimaatplannen. Het is een vervolg op de Shell-actie ( Milieudefensie wint klimaatzaak tegen Shell ). Milieudefensie wil dat ze voor 15 april in een klimaatplan insturen. Dat plan moet duidelijk aantonen hoe ze hun bijdrage aan gevaarlijke klimaatverandering gaan stoppen. Daarvoor moeten ze hun CO2-uitstoot in 2030 met 45% hebben verminderd, ten opzichte van de uitstoot in 2019. En daarbij gaat het om hun internationale uitstoot, over hun hele handelsketen. Dus niet alleen wat er hier in Nederland uit de schoorsteen van een fabriek komt, maar ook de uitstoot die wordt veroorzaakt door de producten die ze inkopen, en de producten en diensten die ze verkopen. Bij Shell gaat dat bijvoorbeeld over de uitstoot die wordt veroorzaakt door oliewinning in Irak, en de uitstoot uit auto’s die tanken bij een Shell tankstation.
De bedrijven zijn geselecteerd op basis van enkele criteria:
De hoeveelheid CO2 die ze uitstoten;
Verschillende sectoren (banken, industrie, landbouw);
Dat ze internationaal actief zijn;
Eerlijke oplossingen. Klimaatrechtvaardigheid is voor Milieudefensie van groot belang, dus willen we dat mensenrechten en bijvoorbeeld ontbossing ook onderdeel zijn van de klimaatplannen.
Dat heeft geleid tot
ABN Amro
Stichting Pensioenfonds ABP
Aegon
Koninklijke AholdDelhaize
AkzoNobel
Atradius N.V.
Koninklijke BAM Groep
Boskalis Westminster
BP Europa – BP Nederland
Koninklijke DSM
Dow Benelux
ExxonMobil Benelux
Koninklijke FrieslandCampina
ING Groep
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM)
LyondellBasell Industries
NN
Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Rabobank
Royal Schiphol Group
RWE Generation
Stellantis
Tata Steel Nederland
Unilever Nederland
Uniper Benelux
Vion Food Group
Vitol
Koninklijke Vopak
Yara Nederland
Geen van deze bedrijven heeft zijn hoofdvestiging in mijn regio Eindhoven-Helmond. Wel zitten er filialen van banken en Ahold en, niet te vergeten Eindhoven Airport, zijnde een filiaal van Schiphol.
Hal van Eindhoven Airport
De brief aan de CEO’s ging weg op 13 januari. Dd 08 februari produceerde Milieudefensie voor zijn actievoerders een tussenstand.
Hoe de bedrijven reageerden Ten eerste… Er beweegt al heel veel. ABP is overstag gegaan, de nieuwe regering komt met een klimaatfonds met subsidie voor grote bedrijven, Tata Steel is onder druk van de vakbond eerste vergroeningstappen aan het zetten. Binnen deze 30 bedrijven is er steeds meer discussie, en bij veel bedrijven worden eerste stappen gemaakt. En we weten dat de Shell zaak de directies van deze bedrijven zenuwachtig heeft gemaakt. Wat nu nog een vriendelijke brief is, kan zo maar uitmonden in een rechtszaak. En die kan het bedrijf verliezen.
Een kort overzicht van de reacties van bedrijven. Sommige bedrijven reageerden rechtstreeks, anderen alleen in reactie op vragen door journalisten.
De meeste bedrijven geven aan dat ze de brief hebben ontvangen en nog met een uitgebreide reactie komen. Wat opvalt is dat de meeste bedrijven verwachten dat hun plannen voldoende zullen scoren. Ze verwijzen daarbij vaak naar initiatieven zoals het SBTI, het Science Based Targets-initiatief. Veel bedrijven laten zich door dit initiatief beoordelen. Er is vanuit milieuorganisaties veel kritiek op, zo kijkt het vooral naar de eigen uitstoot, maar zegt het te weinig over de uitstoot van de producten die bedrijven produceren.
ABN AMRO liet de NOS weten dat de actie een goede stimulans is. Dat het bedrijf binnen drie maanden met een actieplan moet komen en Milieudefensie anders naar de rechter stapt, is volgens de Bank “een uitdaging”. Maar, de bank is ook blij met de handreiking van Milieudefensie: want er is wel een dreiging van een rechtszaak maar de eerste boodschap is: laten we met elkaar in gesprek blijven. En dat gaan we doen.”
Ahold Delhaize nam de brief in ontvangst uit handen van Milieudefensie-directeur Donald Pols en JMA-voorzitter Neele Boelens. Het bedrijf erkent volgens NRC “dat zijn huidige doel ten aanzien van scope 3 veel lager ligt dan wat Milieudefensie verlangt. Het bedrijf wil juist hierover graag met de organisatie in gesprek: hoe definieer je scope 3 voor een supermarktketen?”
AkzoNobel vertelde NRC dat het voor zijn klimaatdoel uit gaat van emissies in de hele waardeketen. Het bedrijf laat zijn doelen en prestaties doorrekenen door het SBTi (zie hierboven).
DSM laat op LinkedIn weten dat het bedrijf zich al jaren inzet om zijn bedrijfsvoering in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. DSM ziet voor zichzelf een rol om ook andere bedrijven te stimuleren tot het verminderen van hun CO2-uitstoot. Met als doel om gezamenlijk klimaatneutraal te worden, uiterlijk in 2050. “Het is niet makkelijk, anders was het allang gedaan”. CEO Dimitri de Vreeze besluit: “I look forward to engaging with Milieudefensie on how we can accelerate achieving a sustainable future together”.
FrieslandCampina laat de NOS weten dat het klimaat niet ter discussie staat. “Waar het Milieudefensie vooral om gaat is de snelheid en het hoe. Wij hebben tijd, geld en kennis nodig zodat de leden van onze coöperatie verder kunnen verduurzamen. Dat gaat niet over een nacht.” Het bedrijf heeft de door Milieudefensie gewonnen Klimaatzaak goed gevolgd: “Ik denk niet dat er een ceo is geweest die dat niet is opgevallen. Het leidt ertoe dat we nog eens kijken of we wel snel genoeg gaan met onze verduurzaming. Dat is de rol van Milieudefensie en dat is alleen maar goed.”
KLM legt volgens NRC ons graag nog een keer uit dat het zijn “technologische oplossingen, waarvan sommige alleen nog in theorie bestaan, wil inzetten om zijn uitstoot te verminderen”. Om de klimaatdoelen te halen, zal de luchtvaart flink moeten krimpen. “KLM zegt die ‘groeidiscussie’ niet uit de weg te gaan, maar heeft niet doorgerekend wat dat voor het bedrijf zou betekenen”.
Rabobank liet NRC weten hun klanten “op weg naar Parijs “ te helpen “door betrokken te blijven , samen te werken en kennis, netwerk en concrete producten aan te bieden”. Onder de klanten van de Rabobank zijn ook veel bedrijven die klimaatschade veroorzaken. Milieudefensie verwacht dat de bank haar verantwoordelijkheid neemt door deze klimaatschade in kaart te brengen. Met een klimaatplan waarin de bank deze klanten ongemoeid laat, kunnen de klimaatdoelen van Parijs niet worden behaald.
De CEO van Tata (Hans van de Berg) reageerde bij BNR: “Noblesse Oblige, adel verplicht. Wij hebben de twijfelachtige eer dat we grootste CO2-uitstoter zijn, dus zou wel heel raar zijn als we geen brief hadden gekregen.” Vorig jaar koos Tata voor een duurzamere richting. Het bedrijf omarmde het voorstel “Groen Staal”. Tata is positief over de uitkomst: “De richting en de plannen die we aan het ontwikkelen zijn, dat die de toets der kritiek zullen gaan doorstaan, daar heb ik vertrouwen in.
Nog even terug Ik meldde in een eerder artikel op deze site over de Handreiking RES 2.0 ( https://www.bjmgerard.nl/handreiking-res-2-0/ ) dat er een extra elektriciteitsvraag van 15 – 45TWh te verwachten was voor de verduurzaming van de industrie en de datacenters. Ik verwees daarvoor naar een werkstuk van Stuurgroep Extra Opgave dd 09 april 2021, opgemaakt voor de toenmalige minister Van ’t Wout. In een later artikel heb ik nog iets gezegd over wat ik van de toekomst van de datacenters vind ( https://www.bjmgerard.nl/een-bitcoinminer-in-woensel-en-de-toekomst-van-de-datacenters/ ).
Naderhand vroeg ik me af waarop eigenlijk die 15 – 45TWh gebaseerd waren.
Ook de bedrijven actie van Milieudefensie maakt het onderwerp actueel. Wat moet je je nou eigenlijk voorstellen bij een verduurzamende industrie?
Men verzeilt dan in een zee van informatie, waarvan de elektrificatie van de industrie zoiets is als een schelp aan het strand die een kind net iets mooier vindt dan de andere (vrij naar Isaac Newton).
Een Mton is een miljoen ton = een miljard kg. Een AVI is een AfvalVerbrandingsInrichting
Het Klimaatakkoord formuleert de taak in termen van broeikasgasreducties. Er zijn ook andere broeikasgassen als CO2 (methaan en lachgas en F-gassen, dat zijn chloorfluorhoudende industriele gassen voor bijvoorbeeld koeldoeleinden en vroeger als drijfgas), welke veel krachtiger zijn maar veel minder voorkomen. Als die andere gassen ook een rol spelen, worden ze omgerekend naar CO2 en heet de uitkomst CO2,eq . Om het te plaatsen: in 1990 loosde de industrie 86,7 Mton CO2,eq , in 2015 was dat 55,1Mton, op basis van het bestaand beleid ten tijde van het Klimaatakkoord moest daar vóór 2030 nog 5,1Mton af, en ten gevolge van het nieuwe beleid in het Klimaatakkoord moet er voor 2030 nog eens 14,3Mton af .
De tabel ordent naar beleidsinstrument. Maar dat beleid moet omgezet worden in technische middelen. Om bijvoorbeeld onder het ETS uit te komen, moet een proces waarbij CO2,eq vrijkomen vervangen worden door een proces waarbij dat niet gebeurt. De asfaltcentrales zijn bijvoorbeeld een ETS-inrichting en die zouden van gas op stroom kunnen overgaan en als die stroom duurzaam tot stand komt, is het doel bereikt. De elektrificatie van de industrie is zodoende een heel belangrijk middel (maar zeker niet het enige) om het doel broeikasgasreductie dichterbij te brengen.
Iemand moest dus de Mton in TWh gaan omzetten, oftewel de TWh van middel tot doel. Daar gingen een paar adviesclubs mee bezig en dat ging onderling een beetje haasje-over, maar uiteindelijk kwam het advies van de Stuurgroep extra Opgave uit op 09 april 2021. Zie https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2021/04/13/stuurgroep-extra-opgave .
Dit vraagt enige uitleg.
‘Scenario hoog’ betekent dat de elektrificatie van de industrie het enige middel is dat ingezet wordt, ‘scenario laag’ betekent dat het een middel is tussen andere middelen zoals meer besparing, groen gas, geothermie en CCS (opslag van CO2 onder de grond). Met andere woorden, onder het lage scenario kom je sowieso niet uit en dat is dus ‘no regret’. Dus de nieuwe datacenters zouden in 2030 15TWh vragen, en die vraag zal ook ingevuld worden, maar dat kan voor een deel zijn met andere middelen dan windmolens en zo.
Bij de vaststelling van de ambitie van 84TWh hernieuwbare wind en grootschalige zon (waarvan 35TWh ten grondslag ligt aan de RES’n) is al voorzien dat dat tot 12TWh extra stroomvraag zou leiden (bijvoorbeeld extra warmtepompen)
Directe elektrificatie betekent dat de opgewekte stroom rechtstreeks door een draad, via via, bij de klant terecht komt. Indirecte elektrificatie betekent dan men ‘groene’ waterstof produceert door elektrolyse. Dat is een vorm van opslag.
De restwarmte van datacenters wordt als verloren beschouwd.
Dit alles aannemende, moet er bovenop het Klimaatakkoord 15 tot 45TWh extra stroom zijn. Daar komt het eerder genoemde getal vandaan.
Een belangrijke voorwaarde die de Stuurgroep stelt, is dat de productie van en de vraag naar hernieuwbare stroom ongeveer gelijk op lopen. Zowel macro met de gemiddelde getallen, als micro vanwege de grilligheid van de productie van wind en zon. Een snel beschikbare bron om snelle wisselingen op te vangen zijn bijvoorbeeld ketels die zowel op gas als op stroom kunnen verhitten.
De Routekaart telt ten opzichte van ‘huidig’, wat ik maar invul als het laatste non-Covidjaar 2019 . Telt dus de taak die er al lag en de taak die er bijkomt samen (5,1+14,3) en komt, met enige afronding, op 20Mton CO2,eq uit die er af moet. In ‘huidig’ verbruikt de industrie, op volle capaciteit, 39TWh stroom, 76TWh lage temperatuur-warmte (laag is <200°C), en 114TWh hoge temperatuur-warmte. Samen 229TWh capaciteit.
Ook weer wat uitleg.
Van het huidige verbruik (bij volle capaciteit) aan stroom en warmte (dus van de 229TWh) wordt momenteel ongeveer 155TWh met fossiele brandstof opgewekt. Dat is de staaf bij 2020 en die staaf moet weg. Het verschil tussen 229 en 155TWh komt bijvoorbeeld uit een beetje al bestaande hernieuwbare energie, of uit hergebruik van proceswarmtewarmte.
Als de fossiele energie met alleen maar elektrificatie bestreden zou worden, en als de vraag naar hernieuwbare elektriciteit ongeveer even groot is als het aanbod, kan van die 155TWh in 2030 ongeveer 80TWh geleverd worden met hernieuwbare stroom. Ongeveer 8TWh wordt ingevuld met besparen en krimp. Die 1% in het onderschrift lijkt dus te optimistisch, en is sowieso te weinig, omdat in het MEE-convenant met de overheid uit 2009 al 2% per jaar beloofd werd. In werkelijkheid was het 1,1% per jaar, dus de 1% is zelfs minder dan feitelijk gerealiseerd is.
Als de fossiele energie-emissies ook met andere middelen bestreden kunnen worden (bijvoorbeeld eerder genoemde groen gas, geothermie en CCS), is er in 2030 in plaats van 80TWh ongeveer 30TWh een hernieuwbare energie nodig.
In 2050 is de ooit fossiele productiecapaciteit en de vraag ter waarde van 155TWh gedaald tot 130TWh, en die wordt geheel hernieuwbaar geleverd.
Naast elektrificatie om bestaand fossiel te vervangen, kan er ook hernieuwbare energie ontwikkeld worden bovenop de vervangingsvraag. Dat is in de grafiek het grijze gebied. Die ‘autonome groei’ zou gebruikt kunnen worden voor datacenters en synthetische brandstof (vindt de Routekaart).
In tabel (zoals in dit hele verhaal gaat ook deze tabel over waarden bovenop het bestaande beleid):
De Noordzee Het is de bedoeling dat de extra hernieuwbare stroom op de Noordzee gepositioneerd wordt.
Op de Noordzee staan al een heleboel windturbines en er zit al een heleboel in de pijplijn. Op basis van bestaand beleid staat er in 2030 11GW opgesteld, goed voor ongeveer 50TWh. De Routekaart stelt nu voor om daaraan toe te voegen 10GW. Dat is goed voor ca 45TWh en daarmee zou de 30TWh uit de tabel en de 15TWh voor de datacenters afgedekt zijn. De windenergie op onderstaande kaart dd 2030 zou dan ongeveer het dubbele zijn van wat er nu ingetekend is.
In 2050 zou er dus van de Routekaart op de Noordzee moeten staan de 11GW van nu, de 10GW die er tot 2030 bij gezet wordt, en de 32 tot 36GW die er na 2030 bij gezet wordt. Samen ongeveer 55GW, ongeveer 5* zoveel als het huidige beleid voor 2030 projecteert.
Bij een kengetal van 3W/m2 voor de opbrengstdichtheid van windenergie op zee (MacKay) zou je voor 55GW wind op zee ongeveer 18000km2 Noordzee nodig hebben. Dat is ruim 40% van de Nederlandse Noordzee, als je de Waddenzee niet meetelt. Daarnaast lopen er drukke scheepvaartroutes, wordt er gevist, liggen er natuurreservaten en oefent Defensie er. Voor een overzicht zie https://www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/ . Het moge duidelijk zijn dat niet alles zomaar kan op de Noordzee.
Synthetische brandstoffen Tot nu toe gaat dit verhaal alleen over de industrie, en niet over het transport. Dat zou er nog bovenop komen.
De verduurzaming daarvan gaat moeilijk. Elektrisch personenvervoer zit al wel min of meer in de planning, maar vrachtvervoer, vooral zwaar en grensoverschrijdend, en de scheep- en luchtvaart is een geheel ander verhaal. De Routekaart noemt op gezag van een andere publicatie een waarde van 51-54TWh, maar er staat niet bij wat dan meegeteld wordt.
TNO heeft al eens gerekend wat verduurzaming via e-fuels van deze categorieën zou betekenen (zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ ). TNO hanteert voor zwaar vrachtverkeer 327PJ, voor de luchtvaart 168PJ en voor de havens 465PJ (in 2019). Dat is resp. 91, 47 en 129TWh). Output. Voor de stroominput van deze e-fuels rekent TNO op iets meer dan het dubbele (ketenrendement 48%. TNO heeft zich dan ook niet aan de vraag gewaagd waar die stroom vandaan moet komen. Voor vrachtauto’s die direct op waterstof rijden (en dus niet via de omweg van de synthetische diesel) ligt het iets gunstiger.
Dit soort getallen krijg je er in Nederland gewoon niet meer bij. Als je dit zou willen, kan het alleen met import. Nu zou dat op papier kunnen (bijvoorbeeld uit grote woestijngebieden), maar het zou een grote en complexe en zeer dure exercitie zijn, en de vraag is wat je er bijvoorbeeld in 2030 al aan hebt.
De moraal Ik doe mee aan de bedrijven actie van Milieudefensie. Het is een goede actie. Milieudefensie wil dat de 29 aangeschreven bedrijven (en daarnaast de Shell) half april een plan aangeleverd hebben waarin staat hoe ze in 2030, over hun hele keten, minstens 45% broeikasgassen bezuinigd denken te hebben t.o.v. 1990 (de formulering uit het Shellvonnis). De plannen worden beoordeeld door het NewClimate Institute, een gerenommeerd Duits instituut.
Ik ben benieuwd hoe dat uit gaat pakken. Ik probeer me uitkomsten voor te stellen en me op basis daarvan voor te bereiden op wat gaat komen. Wat kan een bedrijf eigenlijk doen? En is dat uitvoerbaar?
Ruwweg zit deze eis per bedrijf in de orde van grootte van de industriële verduurzaming, zoals in dit verhaal geschilderd, tot 2030, hetzij puur elektrisch, hetzij via een mix van duurzaam elektrisch met andere technieken. Dus ruwweg moet het, macro redenerend, voor het geheel aan industriële bedrijven in Nederland mogelijk zijn een verduurzamingsplan te maken zoals Milieudefensie dat eist, binnen Nederland, zolang men zich beperkt tot het bedrijf zelf en zijn energetische toeleveringsketen.
Het is prima dat Milieudefensie deze actie doet, want tussen droom en daad zitten bij bedrijven veel praktische bezwaren in de weg en soms wettelijke. Men mocht eens braver zijn dan de concurrent in binnen- en buitenland, en daardoor duurder. Verder het geld en de aandeelhouders en de winst en de macht der gewoonte en een VVD-kamerlid om de hoek. De actie duwt flink en dat is een goede zaak. Voor zover banken en pensioenfondsen en de detailhandel hun belangen binnen de Nederlandse industrie hebben liggen, zijn ze een hefboom die de algemene realisatie van de Milieudefensie-eis kan versterken. De zwakte van de actie van Milieudefensie is (maar daar is, gegeven de actie-opzet niets aan te doen) is dat de verduurzaming van afzonderlijke bedrijven beoordeeld wordt aan die bedrijven zelf, en dat niet de collectieve effecten van alle bedrijven samen worden afgemeten aan wat er in Nederland als geheel nodig en mogelijk is).
Daarnaast kan men op goede gronden kritiek hebben op de basisaannames van de industriële plannen.
Ze gaan uit van ‘business as usual, met andere woorden de bedrijven streven dezelfde bedrijfsdoelen na als vroeger en maken geheel zelf uit welke dat zijn. Eerst maakte je een miljoen kg kunstmest met gas, en nu hetzelfde miljoen kg kunstmest met stroom. De kunstmest zelf staat niet ter discussie .
De industrie eist van alles en geeft niets.
Terwijl keer op keer gebleken is dat de industrie zichzelf niet reguleren kan, en geen afspraken nakomt. Ook in de genoemde instrumenten wordt geen methode opgevoerd die voor een dwingende handhaving zorgt
Er wordt een uitgebreid subsidiesysteem opgetuigd, zonder dat duidelijk wordt uitgelegd hoe de bedrijfswinsten ingezet worden
En datacenters gaan zitten waar ze willen. De plannen gaan impliciet uit van de afwezigheid van politieke sturing. Maar Nederland zou ook kunnen vinden dat de aanwezigheid van Facebook in Nederland niet van uitzonderlijk groot belang is, en Nederland zou ook kunnen vinden dat een datacenter dat in principe wel gewenst is, zich slechts mag vestigen waar het de overheid uitkomt en waar de restwarmte in de stadsverwarming kan (zoals in Finland). Of eisen dat datacenters zich in meer landen vestigen en dat de rekenoperaties het toevallig aanwezige weer volgen (in Frankrijk rekenen als het daar waait en hier niet).
Datacenter Google Eemshaven
Het voornaamste probleem zit bij de Schipholgroep. Als je vindt dat het een taak voor Nederland is om de (extraterritoriaal geboekte) 47TWh luchtvaartbrandstof (2019, grotendeels Schiphol) te verduurzamen (wat in praktijk vooral synthetische kerosine betekent) , stuit je op het TNO-verhaal dat die verduurzaming grofweg 100TWh zou kosten. En dat leidt tot ongeveer 22GW molens en dat leidt tot nog eens ruim 7000km2 Noordzee.
En dan moet de scheepvaart (2019, 129TWh, vooral de Rotterdamse haven) nog beginnen met verduurzamen.
De grenzen van de eindigheid komen in zicht. Dat is de voornaamste vaststelling.