De Pinot Noir als klimaatvluchteling

De verandering van het klimaat doet zich op soms onverwachte wijze voelen, zo vertelt mijn lijfblad de Scientific American in januari 2015. De bekende wijndruif Pinot Noir heeft een probleem. Het wordt uitgelegd voor Californië, maar geldt overal.

In een rijpende druif werken drie, voor de smaak belangrijke,  processen: het suikergehalte stijgt, de zuurhoeveelheid daalt en de (meer dan 1000) aromabestanddelen pieken. De druif is goed als de juiste verhouding zuur-zoet en de piek op hetzelfde moment vallen.

Een Pinot Noir heeft het liefste een relatief koel groeiseizoen. Met generaties geduld hebben de wijnbouwers alles zo af weten te richten dat de druif in de gegeven omstandigheden zo goed mogelijk piekt. En nu veranderen de omstandigheden en druiven blijken zeer temperatuurgevoelig. De smaak verandert en dat kan maken dat de wijn enkele malen minder opbrengt per ton.

groeiseizoen_druiverassen-rDe voor de hand liggende gedachte is dat de druif verder van de evenaar af gaat en/of de berg op. Dat kan in beginsel, maar dan moet er wel de goede bodem zijn, de goede regenval enz. En dan vraagt het weer enkele generaties tot het subtiele evenwicht weer bereikt is, maar in die paar generaties wordt het weer warmer. Enzovoort.

Hieronder een afbeelding over Duitse wijn.

temp&suikerconcentratie_wijn-r

SWEET AS WINE In Germany’s Franconia region, where wine has been made since the eighth century, the sugar concentration of pressed grapes (purple) has risen over the last few decades as growing-season temperatures have climbed (green). Sweeter grapes lead to higher alcohol levels.

A. Bock et al/PLOS ONE 2013

 

Kun je zwavelvrije kerosine kopen ? (vervolg)

Het eerste deel van dit verhaal (  Kun je zwavelvrije kerosine kopen? ) beschreef dat, als je op dit moment zwavelvrije kerosine wilt kopen (van belang voor de luchtkwaliteit rond vliegvelden), je aangewezen bent op synthetische kerosine (in de volksmond wat slordig aangeduid als biodiesel). Die is meestal zwavelvrij, terwijl de gangbare kerosine 400 – 800 ppm zwavel bevat. In feite is gangbare kerosine rode diesel waarvan het afval in het rondte gespoten wordt.
Synthetische kerosine is vaak, maar niet altijd, van biologische oorsprong en kan duurzaam zijn (maar dat hoeft niet of niet geheel).

In het tweede deel van dit verhaal de vraag hoeveel synthetische kerosine je kunt kopen. Het toeval wil dat ik vanuit mijn contacten bij de Werkgroep Toekomst Luchtvaart (een denktank van bewoners rond Schiphol) attent gemaakt werd op de publicatie Sustainable Fuels UK Roadmap (december 2014) van de belangen-organisatie Sustainable Aviation www.sustainableaviation.co.uk . Daarin een redelijke schets van de ontwikkelingen op de synthetische kerosinemarkt. Ik heb me eerder bezig gehouden met dit onderwerp vanwege de klimaataspecten van het vliegen (zie http://www.toekomstluchtvaart.nl/ en daar het rapport Luchtvaart en klimaat in de EU) . Het kon sowieso geen kwaad om weer eens een recente publicatie te lezen om te kijken of dit rapport bijgesteld moest worden. Dat is niet het geval.
Nu kwam er een tweede reden bij om dit rapport te lezen, namelijk het ultrafijn stofverhaal en een belangrijke oorzaken daarvan, de zwavel in de kerosine. Het is te vinden op Sustainable Fuels UK Road-Map via www.sustainableaviation.co.uk/?s=fuels . Let wel dat het hier om een document gaat van belanghebbenden.
Ik heb een samenvatting met commentaar van de UK-publicatie geschreven.
Ik zal me hier beperken tot het korte antwoord. Dat is:

– op papier houden de producenten zich aan de duurzaamheidscriteria, die door erkende organisaties opgesteld zijn voor biobrandstof. Of ze dat in praktijk doen, onttrekt zich aan mijn waarneming.
Deze duurzaamheidscriteria maken overigens een wat rommelige indruk. Door de vele goede bedoelingen ziet men het bos niet meer (wat in dit geval als beeldspraak bedoeld is)

– op dit moment is er maar één bedrijf dat  synthetische kerosine verkoopt op een schaal die ertoe doet (2 miljoen ton per jaar voor alle vormen van transport samen) en dat is Neste Oil met raffinaderijen in Finland, Rotterdam en Singapore. Solazymes in de VS komt met 100.000 ton per jaar  op de tweede plaats. Daarna volgen alleen plannen, constructiefases of kleinschalige pilots. Neste Oil heeft brandstof, die aan alle vliegtuigspecificaties voldoet. Hun site http://www.nesteoil.com/ gaat uitgebreid in op de herkomst van hun grondstoffen.
Ik heb de directeur van Neste Oil horen spreken op de Avans Hogeschool in Breda. Hij zei dat ze diesel gemaakt hadden uit vissenkoppen.

Bij Neste Oil hoort nog een verhaal dat wellicht de voorsprong verklaart en de voordelen van een goede industriepolitiek illustreert. De directeur vertelde dat Neste Oil in meerderheid een Finse staatsonderneming is met onder meer militair-strategische doelen. Mocht er nog eens wat gebeuren, dan moesten de tanks bij -40 graad Celsius nog kunnen rijden. Ik twijfel er niet aan dat men die specificaties waar kan maken. En op 10 km hoogte is het altijd zo koud, dus dat komt goed uit.

Wie dus op dit moment zwavelvrije kerosine wil, moet dus Neste Oil bellen.

De raffinaderij van Neste Oil in Rotterdam
De raffinaderij van Neste Oil in Rotterdam

– Het is niet mogelijk om op ideologische gronden te verklaren dat je voor of tegen synthetische kerosine bent, zelfs niet als deze van biologische oorsprong is. Men moet het proces kennen dat er aan ten grondslag ligt. Politiek correcte uitspraken tegen biomassa geven misschien een goed gevoel, maar een soms een schadelijke uitkomst.

Continue reading Kun je zwavelvrije kerosine kopen ? (vervolg)

Kun je zwavelvrije kerosine kopen?

Op dit artikel is een vervolg geproduceerd, dat op deze site te vinden is op Kun je zwavelvrije kerosine kopen ? (vervolg)

TNO heeft onderzocht of je in het Amsterdamse Bos het ultrafijn stof kon meten dat straalmotoren op Schiphol uitblazen. Dat blijkt goed te kunnen en dat veroorzaakte een hoop opschudding.
De stofdeeltjes blijken voor een groot deel uit zwavelzuur te bestaan. Die stof ontstaat omdat kerosine tussen de 400 en 800 ppm (0,04-0,08gewichts%) zwavel bevat. De logische vraag is of er ook kerosine bestaat zonder zwavel en of je die in significante hoeveelheden kunt kopen. Het antwoord is:
– maak onderscheid tussen kerosine uit aardolie en synthetische kerosine (die soms duurzaam is)
– kerosine uit aardolie bevat altijd zwavel. Dat mag zelfs oplopen tot 3000 ppm.
– dat is volkomen overbodig. Kerosine is praktisch hetzelfde als diesel en diesel kan met de DHS-bewerking teruggebracht worden tot 10 ppm zwavel, want dat moet ook voor auto’s. Het zou ca een halve cent per liter meer kosten (een liter kost ongeveer 50 cent). Het vliegtuig vliegt zonder zwavel even goed.
– Synthetische kerosine is vaak zwavelvrij. Soms kun je deze kerosine duurzaam  noemen. Synthetische kerosine kan uit biomassa komen, maar ook uit heel andere bronnen. Als het uit biomassa komt, kan het wel of niet duurzaam zijn. Om dit soort vragen te beantwoorden moet je je verdiepen in het productieproces.
Er is op aarde zeer veel meer kerosine uit aardolie als synthetische. Je kunt zwavelvrije kerosine kopen, maar niet in hoeveelheden die zoden aan de dijk zetten. Vooralsnog gaat het bij toepassingen meer om pilots en symbolische handelingen. Die kunnen echter waardevol zijn, mits goed overdacht.

De ontzwaveling van kerosine zou jaarlijks vele duizenden mensen een vroegtijdige dood besparen.

Voor de volledige tekst, die ik hierover voor Milieudefensie en de BMF gemaakt heb, lees meer Continue reading Kun je zwavelvrije kerosine kopen?

Extreem weer, straalstroom en klimaat

In mijn lijfblad The Scientific American schreef Jeff Masters in december 2014 onder de titel “The jet stream is getting weird” hoe, onder invloed van de klimaatverandering, de straalstroom verandert. De (polaire) straalstroom is een soort rivier van lucht die ergens tussen de 50 en 60 graad NB op  ca10 km hoogte slingerend rond de aarde draaide van West naar Oost. “Draaide” in de verleden tijd, daarover gaat het artikel.
(De afbeeldingen komen van de site https://klimaatverandering.wordpress.com)

jul3_jet 3 juli 2014

De straalstroom beïnvloedt het weer aan de grond. Waar bij tegen de klok indraait ontstaat een groot lagedruk gebied, waar hij met de klok meedraait een hogedrukgebied. Vooral als de straalstroom in zijn eigen staart bijt (in natuur-kundige termen, als er een staande golf ontstaat), kunnen deze grootschalige weerpatronen een hardnekkig leven leiden.
De straalstroom wordt gevoed door het temperatuurverschil tussen de gematigde en de polaire breedtes. Hoe groter dat verschil, hoe harder de straalstroom waait en hoe minder hij slingert. Het artikel van Masters geeft een voorbeeld-illustratie (hier niet weergegeven) dat de gematigde breedtes tussen 1979 en 2012 1 graad C warmer zijn geworden, en de poolgebieden 3 graad C warmer. Het onderlinge verschil is dus 2 graad kleiner geworden.

Het resultaat is dat de straalstroom langzamer stroomt en veel verder heen en weer meandert. Ik stel me dat voor als een gewone rivier: waar het steil is meandert hij niet, op het vlakke laagland wel.
Die wijdere meanders brengen laten de koude lucht veel verder naar het Zuiden doordringen, en de warme lucht veel verder naar het Noorden, met bijpassende windpatronen. Dit is bijvoorbeeld hoe de straalstroom liep ten tijde van de Russische hittegolf van 2010:monsoon_weather_guide_464_s2

Masters brengt het systeem in verband met de droogte in Californië, heel veel neerslag in Engeland en Wales, in mei 2014 eenderde van Bosnie overstroomd, en in 2012 de grootste droogte in de VS sinds de jaren ’30. De regen die in 2010 niet op Rusland viel, viel wel op Pakistan en leidde daar tot catastrofale overstromingen. In essentie zegt Masters dat wat vroeger een uitzondering was, nu eerder regel wordt. In dit verband valt het woord “tipping point”. Het is een heel erg griezelig idee.
Niet iedereen is het in alle opzichten met Masters eens, maar de hoofdmoot van de geleerden wel, op zijn minst een heel eind.

(De straalstroom vanuit de satelliet ten Oosten van Canada)

Tijdens het World Economic Forum in Davos is het Global Risks Report 2015 uitgebracht. Eigenlijk is dat niet éénrapport, maar een pakket materiaal dat te vinden is op https://reports.weforum.org/global-risks-2015/ . Wie ‘gezellig’ een paar uur wil grasduinen, kan er terecht.

Op de horizontale as van bovenstaande infographic de waarschijnlijkheid dat iets gebeurt, op de vertikale as de impact van dat gebeuren.
De samenstellers van het rapport zien extreem weer als het een-na waarschijnlijkste risico, na “conflicten tussen staten”.

Mee met de Klimaatmars

OP zondag 21 september 2014 waren er ca 2800 initiatieven in ca 160 steden over de hele wereld, gericht op het klimaat. In Nederland was de slotmanifestatie op het plein voor EYE in Amsterdam, pal aan het Ij en aan de voet van de grote Shell-wolkenkrabber. Een aparte demonstratieomgeving!

DSCF1839-rr
Aan de slotmanifestatie gingen een aantal andere initiatieven vooraf, o.a. een mars van Utrecht naar Amsterdam.
Hoofdorganisator was de actiegroep Urgenda. Milieudefensie en andere organisaties ondersteunden de actie.

Milieudefensie Eindhoven was er met vijf mensen bij,waaronder ik.

DSCF1832-rr

Op de manifestatie (tussen 18 en 20 uur) spraken of zongen o.a. Marian Minnesma, directeur van Urgenda, de wethouders duurzaamheid uit Leeuwarden en Amsterdam, Florian Wolff, Jan-Willem Atsma van Schaliegas Nee, en Bas Eickhout van Groen Links (die 2,1 miljoen handtekeningen van de Internetactivisten van Avaaz in ontvangst nam).
De afsluiting kwam van het duo Jan Rotmans (van Urgenda) en Freek de Jonge met een speciaal voor de gelegenheid gemaakte conference. ENERGIE! Was de moraal, voortvloeiend uit het houthakkerslied dat tragisch afliep.

Windpark Kabeljauwbeek Ossendrecht aanvaardbaar plan – tweede update

De PS-fractie van de SP kreeg een oproep toegestuurd van de milieu-
vereniging Namiro om zich te keren tegen het windmolenplan Kabeljauwbeek. Ik heb aangeboden dit af te wikkelen. Ik heb het plan bekeken en volgens mij was het een goed plan. Ik heb een artikel geschreven voor de website van de provinciale SP. Hieronder de tekst.
————————————-
———————

De gemoederen lopen soms een beetje op bij het plannen van nieuwe windparken. De SP meent dat het verstandig is om eerst naar het grotere belang te kijken en daarna naar de afzonderlijke projecten. Windpark Kabeljauwbeek is een goed voorbeeld.

Kaart gebied Kabeljauwbeek
Kaart gebied Kabeljauwbeek

Er zijn drie goede strategische redenen om over te gaan op duurzame energie: fossiele brandstoffen raken op binnen enkele tientallen tot honderden jaren en voor die tijd gaat de prijs al omhoog; de fossiele brandstoffen die er zijn, zitten vaak bij verkeerde mensen als meneer Poetin en de Saoedische sjeiks; en de verbranding van fossiele brandstoffen verandert het klimaat.
Het heeft te lang geduurd voor dit besef in Nederland tot consistent beleid leidde. In september 2013 is het Energieakkoord afgesloten, op basis waarvan het percentage duurzame energie in 2023 16% moet zijn (dat is nu 4%). In het akkoord is bevestigd wat in de aanloop ertoe al afgesproken is, namelijk dat er in 2020 6000 MW windenergie op het land moet staan.

Die taak is over de provincies verdeeld. Brabant moet 470 MW wegzetten, waarvan het merendeel in West-Brabant. “Moet” betekent echt “moet”, want anders neemt het Rijk de uitvoering over.
De gemeenten in West-Brabant hebben op deze situatie geanticipeerd (2011) door zelf met een bod te komen van 2*100 MW (100 verspreid en 100 langs de A16) . Dat is daarna afgekaart.

Het project Kabeljauwbeek, voorgedragen door de gemeente Woensdrecht, draaide eerst niet mee in de taakstelling omdat de windmolens op die locatie de defensieradar van Woensdrecht zouden storen. Dat probleem is in juli 2011 softwarematig opgelost, waardoor het Woensdrechtse plan alsnog aan het pakket is toegevoegd. Ook dat is in 2011 politiek afgekaart.

Zoals wel vaker werden de hoofden heter toen de feitelijke uitvoering van het plan naderbij kwam. “Kabeljauwbeek” betekent vijf hoge turbines van samen 10 tot 12,5 MW. Ze zijn inderdaad hoog: de ashoogte wordt 100 tot 105 m.
Ze staan vlak langs het Schelde-Rijn kanaal dat hier de grens met Belgie vormt. Aan de andere kant van het kanaal begint het Antwerpse havengebied en aan de Nederlandse kant ligt een dunbevolkte polder. De woonkernen liggen aan de andere kant van de A4 op minstens 2 kilometer afstand van de meest oostelijke van de vijf molens.
Voor dit soort projecten is een Milieu Effect Rapport nodig (MER). Die is uitgevoerd en staat met bijlagen op de site van de gemeente Woensdrecht. De boodschap is dat er geen probleem is. Er worden niet op grote schaal vogels en vleermuizen vermoord en om de schaarse woningen in de buurt niet met teveel slagschaduw op te zadelen, worden drie van de vijf molens 40 uur per jaar stilgezet. Het geluid reikt juridisch tot ca 500 m en voor die tijd is de A4 al een grotere geluidsbron.

Zakelijk beschouwd is het enige probleem met de turbines dat men er tegen aan kijkt, vanuit Nederland met het Antwerpse havengebied op de achtergrond.

De SP is het dan ook niet eens met de milieuvereniging Namiro en heeft moeite met een toonzetting als “windmolens zijn gehaktmolens die op grote hoogte dieren vermorzelen”. Verder meent Namiro in het hoofd van de kolgans te kunnen kijken – “een van de algemeenste in Nederland overwinterende ganzen” aldus de Vogelbescherming. Die zouden door de turbines gaan verkassen naar het veldje van de buren.

Het vogelverhaal is niet waar. Dat is wetenschappelijk uitgezocht.
Als je goed zoekt, vind je wel eens een dode vogel onder een windturbine. Meestal niet en in elk geval geen stapels lijken.
Integendeel. Als alle fossiele centrales door windturbines zouden kunnen worden vervangen, zou dat wereldwijd 70 miljoen vogels het leven redden. Uit een studie van Mike Barnard in Renew Economy:” Jaarlijks sterven wereldwijd 100 miljoen of meer vogels door tegen ramen te vliegen, onze lieve huiskatten zijn goed voor 500 miljoen dode vogels per jaar, hoogspanningsdraden voor 174 miljoen, pesticiden voor minstens 74 miljoen en auto’s voor 60 miljoen. Windmolens kosten, wereldwijd, waarschijnlijk 150.000 vogellevens (=0,15 miljoen)”.
Barnard heeft nog meer cijfers, grafieken en verwijzingen naar oorspronkelijke onderzoeksrapporten op http://reneweconomy.com.au/2012/want-to-save-70-million-birds-a-year-build-more-wind-farms-18274 .

De SP meent dat individuele windenergieprojecten op een zakelijke manier bekeken moet worden. De gangbare MER-procedure is daartoe het middel.
Verder meent de SP dat de financiele afwikkeling met de omwonenden afdoende geregeld moet zijn. Een eventuele planschadeprocedure moet niet kleingeestig aangepakt worden en omwonenden moeten in de gelegenheid gesteld worden financieel te participeren in het project, waarbij de coöperatieve vorm bij de SP een streepje voor heeft.

Er valt niet aan te ontkomen dat je tegen de windturbines aankijkt. De beste insteek is een goede ruimtelijke ordening met aandacht voor landschapsarchitectuur.

Update:
De milieuorganisaties Namiro en Benegora hebben bij de Raad van State bezwaar aangetekend tegen de turbines. Dat hebben ze gewonnen. Op 16 september 2015 heeft de Raad van State het besluit van de gemeente Woensdrecht op formele gronden vernietigd.
De reden is dat de provinciale Verordening Ruimte deze locatie niet genoemd had als mogelijke windenergielocatie. Dat kwam omdat ten tijde van de vaststelling van deze Verordening de defensieradar van Woensdrecht gestoord zou worden door de turbines. Nadien is dat probleem opgelost, maar toen was de Verordening al klaar. De provincie heeft vervolgens met een truc geprobeerd om de turbines toch mogelijk te maken. Dat keurde de Raad van State af. De provincie moet nu de Verordening Ruimte aanpassen. Dat is een tijdrovend proces. Men verwacht dat dat minstens het najaar van 2016 wordt.
Wethouder De Waal van Woensdrecht was zeer teleurgesteld door de uitspraak.  “Wij willen uiteindelijk allemaal groene energie en uitgerekend de natuur- en milieuverenigingen gaan dan in beroep en frustreren de procedure. Op deze manier halen we de norm voor 2020 zeker niet.” Waarop Jim de Blank van deze organisaties niet beter wist te zeggen als dat hij de turbines te hoog vond, een puur subjectief argument (Internetbode Woensdrecht 21 sept 2015).

Tweede update:
uiteindelijk heeft het eindeloze getraineer van de twee natuurorganisaties niet geholpen en gaat windpark Kabeljauwbeek in 2020 stroom leveren. Op www.eneco.nl/over-ons/Wat-we-doen/In-de-praktijk/Windpark-Kabeljauwbeek/ is te zien wat het wordt. Het gaat 46.272 MWh leveren (167TJ).
Het park krijgt gezelschap van een park in de naburige Zeeuwse gemeente Reimerswaal, en van de park in de nabije Antwerpse haven.

Zienswijze ingediend over NRD Schaliegas

Vlak voor ik op vakantie ging, moesten er nog een stel milieuzaken in korte tijd er door heen geramd worden. Een zienswijze op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) was een van die verplichtingen, omdat de termijn kort erna afliep. De volledige tekst van mijn zienswijze staat hieronder doorgelinkt.

Voorop gesteld zij dat ik in de schaliegaszaak geen diehard – tegenstander ben. Ik heb me toch wel zoveel met energiezaken bezig gehouden om te weten dat de toekomstige energievoorziening een uiterst moeizame zaak gaat worden. Schaliegas is geen feest, maar duurzame energie ook niet. Ik ben er terughoudend mee om energievormen bij voorbaat categorisch af te wijzen.

Daar komt bij dat het IPCC weliswaar (terecht) adviseert om het gebruik van fossiele brandstof sterk terug te dringen, maar niet geheel tot nul. Het 2 graad C – scenario van het IPCC voorziet in 2050 in een CO2eq–productie die de helft is van die in 2005. Die helft zal ergens vandaan moeten komen, bijvoorbeeld voor de vliegtuigen, lange afstandsvrachtauto’s en schepen. Het restant moet ergens vandaan komen.

afbeelding_schaliegaskaart_nederland

Mijn standpunt is geen blinde reflex. Het boren naar schaliegas verschilt in sommige opzichten van het conventioneel boren naar olie en gas (waar soms ook bij gefrackt wordt), maar komt er soms ook mee overeen. De bestaande olie- en gaswinning in Nederland heeft een goede track  record, waar tegenover staat dat je bij schaliegas veel meer boringen moet uitvoeren.
Mijn zienswijze bevat dan ook soms echte vragen.
Overigens is een zienswijze op een NRD ook niet bedoeld voor een eindoordeel. Het is een tussenstap in een proces, welke tussenstap vooral dient om in kaart te brengen wat men wel en niet bij de vervolgstap mee wil nemen.

Uiteindelijk wegen op dit moment de nadelen zwaarder dan de voordelen, bijvoorbeeld om de volgende redenen:
– de bovengrondse problematiek van de verminking van het landschap
– de logistieke problemen
– waar het afvalwater blijft
– er is geen haast bij de winning van schaliegas

Zienswijze_NRD_05072014

Schaliegasavond Milieudefensie met internationale gasten

Milieudefensie had twee internationale gasten (uit de Oekraine en Argentinie), die beide wat te melden hadden over schaliegas. Ze wilden graag een avond beleggen in Eindhoven.

We hebben ze met onze afdeling geholpen met facilitaire hand- en spandiensten, o.a. met de zaalhuur.

Zie verder Schaliegasavond in Eindhoven_21052014

Klimaatavond in Eindhovense Raadszaal

Milieudefensie in Eindhoven (toen nog de Werkgroep Luchtkwaliteit en Klimaat), het Vredesburo en het Vredescentrum van de TUE  wilden het klimaat en de maatschappelijke gevolgen daarvan hoger op de regionale en Eindhovense politieke agenda krijgen. Dat moest met een soort vertaalslag van de wereldpolitiek naar de staat. Daartoe is er op 12 maart 2014 een openbare avond belegd in de Eindhovense raadszaal. Daar waren ongeveer 70 mensen.

De avond had een centraal deel en daarna twee workshops, een over energie en klimaat, een over mobiliteit en klimaat. Diskussieleider was Jacqueline Kuppens.
In het centrale deel hield professor Bregman een inleiding. Hij is een van de professoren die Nederland vertegenwoordigt bij het IPCC. Hij werkt bij het KNMI en bij de Universiteit van Nijmegen.

Prof. Bregman
Prof. Bregman

Na Bregman vonden er twee aparte workshops plaats, een over “Een klimaatneutrale stad, kan dat?” en een over “Hoe houden we Brainport mobiel met de halve hoeveelheid brandstof?”.

Het publiek in de raadszaal
Het publiek in de raadszaal

Voor de eerste workshop zijn uitgenodigd deskundigen uit kringen van de gemeente, de woningbouwverenigingen, de energiecoöperaties en het Nutsbedrijf.
Bij de tweede workshop hebben gesproken Hans Buurma (over vliegen en klimaat en wat hogesnelheidslijnen voor Eindhoven konden betekenen), Ivo Stumpe van Milieudefensie met een meer politiek verhaal en Richard Smokers van TNO voor de techniek.

HSL-net-rr

Voor Eindhoven was Luik een te overwegen gedachte als opstap naar de HSL, volgens Buurma.

Ongetwijfeld komt er ooit een vervolg.