Petitie voor beter landbouwbeleid van De Goede Zaak

De organisatie De Goede Zaak heeft een petitie opgezet, gericht op minister Schouten, om tot een veel beter landbouwbeleid te komen. Ik heb deze petitie getekend en steun verdere verspreiding.
De petitie is te vinden op https://actie.degoedezaak.org/petitions/schouten-laat-je-niet-afleiden?from_action_confirmation=true&signature_token=4a0ff664e8e1b20aa6205e93782cc5ea087d0545&utm_campaign=blast2020-02-19 .

Aan: Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Schouten, laat je niet afleiden!

TD Campagne aangemaakt door Team DeGoedeZaak

Schouten, laat je niet afleiden!
Afbeelding: Rosa Snijders.

De landbouw moet anders. Dat weten we al heel lang, en de stikstofcrisis maakt dat er nu geen keus meer is. Ons land is te klein, onze grond is te duur en de natuur te kwetsbaar om nog langer in te zetten op uitwassen als varkensflats, megakippenschuren en slachtfabrieken die we nu nog hebben. Wij willen beter voedsel, een gezond landbouwbeleid en meer ruimte voor de natuur.

Er liggen uitstekende eerste stappen om af te rekenen met de bio-industrie, een goed bestaan te bieden aan boeren die willen stoppen of overstappen naar duurzame en circulaire landbouw. Gelukkig wil een groot deel van de boeren dit zelf ook. Maar dit land wordt al een half jaar gegijzeld door radicale boeren, die voor het karretje gespannen worden van de grote slachterijen, de veevoedergiganten en de vleesmultinationals.

Wij hebben ook een stem, en die verheffen we hierbij luid en duidelijk: minister Schouten, laat je niet afleiden en kom in actie voor duurzaam landbouwbeleid, minder stikstofuitstoot en meer ruimte voor de natuur. Maak haast met het opkopen of verplaatsen van boeren, het verduurzamen van stallen en de omslag naar kringlooplandbouw met dierenwelzijn hoog in het vaandel. Kies voor de natuur en een duurzame toekomst voor de boer.

Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in Den Bosch

Waarom is het belangrijk?

Het stikstofdebat wordt nu al te lang gegijzeld door een kleine groep boeren die op oude voet verder willen. De overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur. Door grote hoeveelheden stikstof kunnen veel planten niet goed meer groeien en daardoor kunnen ook de dieren die deze planten eten niet goed overleven. Hierdoor neemt in voedselarme gebieden zoals de heide, duinen en hoogveen het aantal planten en dieren af.

Stikstofuitstoot wordt voor een groot deel veroorzaakt door de landbouw. Sinds de uitspraak van het Europese Hof in 2018 over het Nederlandse beleid rondom stikstof, het oordeel van de Raad van State in mei 2019 dat het Programma Aanpak Stikstof onvoldoende is, en het rapport van de commissie Remkes, ‘Niet alles kan’ in september 2019, overlegt het kabinet met de landbouwsector over stikstofmaatregelen.

Eerder deze maand kondigde minister Schouten maatregelen aan voor de landbouw, waaronder het opkopen of verplaatsen van veehouderijen van boeren die dat zelf willen, innovatie en verduurzaming van stallen, en bedrijfsadvies en een fonds voor bedrijven die willen omschakelen naar kringlooplandbouw. Goede eerste stappen, waar we al lang genoeg op moesten wachten. Nu moet minister Schouten doorpakken: laat je niet gijzelen door een kleine groep radicale boeren, maar kies voor de stille meerderheid van Nederland die klaar is met de trekkers op het Malieveld, vindt dat onze kwetsbare natuur moet worden gered en staat voor een duurzame toekomst. Vooruit met de geit!

Kritische CDA-ers kletsen in het Eindhovens Dagblad uit hun nek

Drie (naar eigen zeggen) ‘kritische CDA-leden’ mochten in het Eindhovens Dagblad een gastopinie plaatsen “Weinig mensen weten wat natuurbeleid beoogt”.
Het gaat om Els Stravens uit Steensel, Quinten Pluymaekers uit Boxtel, en Maarten van de Tillaart uit Tilburg. De eerste twee zijn lid van het Algemeen Bestuur van Waterschap De Dommel.
Ze betogen (soms in omfloerste termen) dat het ecologische natuurbeheer tegenover het natuurgevoel van het volk staat, dat Natura2000 eigenlijk onzin is, dat er geen bomen gekapt moeten worden in bijvoorbeeld De Peel, want bomen vinden stikstof lekker.

Kortom, ze willen eigenlijk van de Natura2000 af (of minstens minder) en dat komt goed uit, want dan hebben de boeren meer vrijheid en de stikstof kost veel geld. Dat is ongeveer de logica.
Wie het na wil lezen kan terecht op www.ed.nl/opinie/weinig-mensen-weten-wat-natuurbeleid-beoogt~a949ca8e/ .

Ik heb een ingezonden brief naar het Eindhovens Dagblad gestuurd om op het verhaal van de drie CDA-ers te reageren. Die staat hieronder (met steunkleur) afgedrukt.
Ik weet niet of de brief geplaatst wordt.

Dode zomereik

Kritische CDA-ers kletsen uit hun nek

In het Eindhovens Dagblad van 21 februari jl staken de ‘kritische CDA-leden’ Stravens, van den Tillaart en Pluymaekers een betoog af over hun opvatting van natuurbeleid. Die komt er op neer dat er tot een soort gezond volksgevoel tegen Natura2000 gebieden wordt opgeroepen, als zijnde natuur die u en wij niet als zodanig aanvoelen.
Bomen, dat is het, want die houden van stikstof, dat is fijn voor de boeren en de Strabrechtse Hei mag gerust dichtgroeien want alleen bos is natuur. Zo voelen wij dat, althans het CDA.

Maar er zitten een paar fouten in de redenering.

Op de eerste plaats heeft Nederland de Natura2000-gebieden Europees vastgelegd en is nu juridisch gebonden aan minstens instandhouding.

Op de tweede plaats heeft elke plant meer voedingsstoffen nodig dan alleen maar stikstof. Als die andere voedingsstoffen er niet zijn, leidt meer stikstof niet tot meer groei. Alleen een paar soorten planten als brandnetel en braam hebben geluk.

Maar daar blijft het niet bij.
De stikstofoxides en nog veel meer de ammoniak, die de landbouw uitstoot, worden in de lucht of in de bodem geoxideerd, met als eindproduct salpeterzuur. Het is de oude zure regen-problematiek van het Waldsterben in een nieuw jasje.
Het zuur loogt de bodem uit, waardoor essentiële stoffen als calcium, kalium en magnesium oplossen en de diepte induiken. Die voedingsstoffen zijn er dus steeds minder, met name op droge zandgrond.
Daar tegen over staat dat het in die context schadelijke aluminium vrijkomt.

De stikstof, meer in het bijzonder de ammoniak van de boeren, vermoordt de bodem.

Bomen zijn meestal helemaal niet blij met stikstof. Integendeel, de zomereiken op droge zandgronden als  de Maasduinen en de Veluwe gaan er massaal de pijp door uit (zie de NRC van 07 april).

Stravens en Pluymaekers zitten in het Algemeen Bestuur van het Waterschap. Ze zouden beter moeten weten.

Bernard Gerard

Dode eik in Gelderland

Nu is de echte paradox, dat de drie CDA-ers tot op zekere hoogte gelijk hebben, maar dan op een andere manier dan ze zelf bedoelen. En op de manier die ze bedoelen, hebben ze geen gelijk.

Linkse en milieumensen weten inderdaad vaak niet wat natuurbeleid beoogt, maar dan vanuit een heel andere optiek dan bovenstaande dienstbaarheid aan boeren.
Er komen in deze tijd meerdere spanningsvelden bij elkaar.

  • energieopwekking zonder of met weinig CO2
  • klimaat
  • biodiversiteit
  • landschap[ en natuur, zowel objectief als subjectief
  • grondwater
  • eindigheid van materialen
  • vervuiling en gebiedsaantasting
  • en maatschappelijke problemen die zeer reëel zijn, maar die ik hier niet behandel (bijvoorbeeld armoede)

Het probleem is dat een oplossing voor het ene spanningsveld soms in strijd is met die voor het andere spanningsveld. Bossen zijn hiervan een goed voorbeeld.
Binnen zekere grenzen kun je met een bos energie opwekken, binnen zekere grenzen kun je met een bos koolstof opslaan, en met hout kun je binnen zekere grenzen prima de eindigheid van sommige materialen bestrijden.
Maar een bos kan slecht zijn voor de grondwaterstand (zoals in de Peel), en kan slecht zijn voor de biodiversiteit (bijv. als het een oude, monotone dennenplantage is).

Veel linkse en milieumensen zitten in praktijk op één van deze sporen en vinden dat hun spoor de leiding moet hebben over de andere sporen. Een veel voorkomende denkreflex is bijvoorbeeld dat bos = natuur= waardevol = biodivers = klimaat = niet kappen, terwijl je bij elk van die =tekens een relativerend verhaal kunt vertellen.
De drie CDA-ers hebben de denklijn natuur = bos = stikstofsink = waardevol voor de boeren; en niet-bos = niet-natuur = kan niet tegen stikstof = lastig voor de boeren.

Er is hier veel gebrek aan kennis.

Er is dringend behoefte aan een Gesamt-verhaal dat de verschillende spanningsvelden in een groter geheel onderbrengt, waarmee in afzonderlijke gevallen maatwerk geleverd kan worden.
Hier moet nog veel over nagedacht worden.

Mede door de zure regen gestorven sparren in het Ertsgebergte (1998).
Von bdk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1331377

Boeren-actieleiders profiteren van Brusselse subsidie

Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in Den Boscvh

Het Financieel Dagblad (20 feb 2020) heeft in de (openbare) database van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het officiele agentschap van EZ) opgevraagd wat leiders van boerenactiegroepen als Farmers For Defence (FDF), Agrifacts en Mesdag in 2018 aan Europese subsidies krijgen. Het blijkt om aanzienlijke bedragen te gaan.

Zie https://fd.nl/economie-politiek/1335073/actieleiders-farmers-defence-force-krijgen-ook-veel-subsidie-uit-brussel .

De databank in kwestie is te vinden op https://mijn.rvo.nl/openbaarmaking-europese-subsidiegegevens en vereist het invoeren van de naam en de adresgegevens van de persoon van wie men de subsidie wil weten, en van de soort subsidie – een zeer lange lijst die men een voor een kan aflopen.

Een derde van de subsidies is gericht op milieu- en klimaatvriendelijke landbouwmaatregelen> Dat is opmerkelijk voor ondernemers die het bestrijden van milieu en klimaat als hoogste doel zien.

  • FDF-voorzitter Mark van den Oever €25593
  • FDF-bestuurder Jeroen van Maanen €42050
  • FDF-penningmeester Daniëlle Hekman €20922
  • FDF-vicevoorzitter Jos Ubels €169.102
  • Jan Cees Vogelaar, directeur van Agrifacts en voorzitter van het Mesdagfonds €9313
  • Marc Calon, voorzitter van LTO €16199
  • Voormalig FDF- en Agractieleider Arjen Schuiling €24407
  • Voorzitter Alex Datema van BoerenNatuur €25485

De FDF-leiders zeggen dat het allemaal niet waar is en van Maanen dreigde met juridische stappen bij publicatie. Wat er dan wel waar is, blijft onbeantwoord.
Ubels voegt eraan toe dat het bedrag lager is en dat hij op een ander adres woont. Maar de Kamer van Koophandel en RVO kennen dat adres niet.

Jan Cees Vogelaar laat weten dat het bedrag klopt maar dat deze informatie irrelevant is, evenals het feit dat hij zijn onderbroeken bij de HEMA koopt in de maat 3XL.

Schuiling stelt voor om de subsidie af te schaffen, “Brussel en Den Haag gebruiken die als dwangmiddel.”. eigenlijk de enige verstandige reactie.

Herkomst stikstof_Trouw_2018

Stikstofadvies Remkes bemoeilijkt groei luchtvaart – geen onmiddellijke consequenties voor Eindhoven

Inleiding
Er is al veel geschreven over het stikstofrapport van Remkes over de luchtvaart. Dat wordt hier niet nog eens dunnetjes overgedaan.

Doel van dit artikel is om het advies in de Brabantse context  te plaatsen. Daarvoor moeten enkele zaken eerst worden uitgelegd.

Vanwaar het stikstofprobleem van de luchtvaart?
Stikstofoxides (NO en NO2) ontstaan bij elk verbrandingsproces dat bij hoge druk en temperatuur plaatsvindt, uit de zuurstof en stikstof die al in de atmosfeer zitten. Gegeven deze omstandigheden is daar weinig aan te doen, want een motor bij lagere druk en temperatuur laten werken verlaagt zijn rendement.
Bij een nieuwe dieselauto kan de hoeveelheid stikstofoxides drastisch door nabehandeling worden teruggedrongen door ureuminspuiting (AdBlue). Bij een straalmotor is dat niet mogelijk.
Ook de overgang op synthetische kerosine heeft, bij gelijkblijvende temperatuur en druk, geen effect (die overgang heeft wel effect op sommige andere vormen van luchtverontreiniging).

Het verschil tussen emissie, luchtvervuiling en depositie
Wat uit een motor komt heet emissie.
Wat in de neus komt heet immissie, in de volksmond luchtverontreiniging en in het jargon luchtkwaliteit.
Wat op of in de grond gaat heet depositie. De begrippen zijn niet identiek, maar hebben wel met elkaar te maken.

Dit onderscheid geldt voor alle bronnen van stokstofoxides, en dat zijn er heel veel. Binnen het totaal aan stikstofoxide-bronnen is de luchtvaart een kleine speler.

Voor alle drie geldt verschillende wetgeving.

De totale emissie van stoffen in Nederland wordt wettelijk begrensd door de National Emission Ceiling (NEC). Zie www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/nec-stoffen/#Plafondsvoor2020 . In 2010 was de norm 260kton en de realiteit 276kton. In 2020 is de norm 202kton en de realiteit zou 184kton moeten zijn (wat ik nog moet zien).

Voor de luchtvervuiling geldt het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), dat aan NO2 de atmosferische concentratie 40µgr/m3 voorschrijft (dat is waar nu het Vestdijk-verhaal over gaat en waar de eerste afbeelding in dit artikel betrekking op heeft).
In het NSL zijn maatregelen opgenomen (bijv. elektrische bussen) om de lozing van stikstofoxides te beperken. Die input wordt via een rekenmodel omgezet in output. Die maatregelen resulteren inderdaad in een gemeten daling van de concentratie en de verwachting van een verdere daling. In het hierna volgende heet dat de autonome afname.
De maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren (wb stikstofoxides), verbeteren in deze categorie ook de depositie.

Voor de depositie geldt de Wet natuurbeheer (waarin een tijd lang de PAS opgenomen was), die bedoeld is om de grote overschrijding van de Kritische Depositiewaarden op Natura2000-gebieden te verkleinen en minstens niet te vergroten.
Die depositie is overal te hoog, maar alleen in Natura2000-gebieden is dat strafbaar (met dank aan de EU). Daar staat de situatie nu zo op scherp dat er gewoon helemaal niets meer bij mag (specifieke uitzonderingen daargelaten). De PAS was erop gericht de huidige geit en de toekomstige kool te sparen en daarop is de regeling afgeknapt. Bij een contemporaine kool en geit dat dat wellicht anders gelegen.

De Wet natuurbeheer werkt als toets in  situaties waarin om een toets gevraagd wordt, dus bij formele besluiten om vliegverkeer te doen groeien. Zo’n besluit is voorzien voor Schiphol en Lelystad, maar momenteel niet voor de andere vliegvelden in Nederland. Daarom concentreert Remkes zich op deze twee vliegvelden, evenals het commentaar.

Bij Eindhoven ligt er momenteel een formeel besluit om het aantal vliegbewegingen niet te doen groeien. Dat wil niet perse zeggen dat er niet meer stikstofoxides kunnen vrijkomen, namelijk als de vliegtuigen groter en zwaarder worden. Maar daar is geen besluit voor nodig (in de PAS zou het een autonome ontwikkeling geheten hebben).

Luchthavenbesluit 2014
De laatste keer dat er rond vliegveld Eindhoven een in dit kader relevant besluit genomen is, was bij het Luchthavenbesluit 2014 , gebaseerd op een MER dd juni 2013. Dat was vóór de PAS van kracht werd. Toen moest er een Passende Beoordeling gemaakt worden of de voorgenomen uitbreiding (in twee tranches) van 18000 naar 43000 vliegbewegingen tot een onaanvaardbare toename van de depositie zou leiden.
In bijlage B van die MER (waaruit de meeste afbeeldingen in dit artikel afkomstig zijn) werd geoordeeld dat de uitbreiding zo weinig toevoegde, dat het Natura2000-gebied niet onherstelbaar in gevaar kwam. BVM2 heeft daar toen wel geprobeerd een vinger achter te krijgen, maar dat lukte niet. Zie Eindhoven Airport en PAS

Lees dit als volgt.
Deze tabellen geven de geschatte deposities weer door het vliegverkeer op luchthaven Eindhovne (incl. het militaire), door het bijbehorende autoverkeer en door de grondoperaties.
De referentiesituatie is die van de Voorlopige Voorziening van de Raad van State en die gaat uit van een geluidzone die voor het militair luchtverkeer is berekend op het feitelijke gebruik in het jaar 2007 met een opslag van 5% en het gebruik van een squadron F-16 vliegtuigen gedurende zes maanden en voor het commerciele civiele luchtverkeer op het feitelijk gebruik in 2007 met een opslag van 12,5%.
De ene kolom geeft dus wat de depositie zou zijn als de referentiesituatie nog gold in 2014, en de andere idem in 2024. Het verschil is de veronderstelde autonome afname vanwege de maatregelen in o.a. het NSL.
De tweede tabel geeft aan wat het effect zou zijn van de voorgenomen uitbreiding van 18000 naar 43000 vliegbewegingen over 2019, als er geen autonome afname door het NSL zou zijn.

Om dit te plaatsen bovenstaande tabel.
De Kritische Depositie Waarde voor Kempenland-West hangt van het landschapstype af en staat in de 2de kolom, de feitelijke deposities in de derde kolom.

Vergunning nodig, ja of nee?
Vast staat dat Eindhoven Airport geen natuurvergunning heeft.
Johan Vollenbroek meent dat een dergelijke vergunning nodig is en eist van het ministerie van LNV handhaving van deze eisen middels reductie van het aantal vliegbewegingen tot het moment dat die vergunning, ten onrechte, niet aanwezig was – in concrete 11000 vliegbewegingen in december 2004.
De Minister meent dat de vergunning niet nodig is, omdat de MER laat zien dat er geen significante verslechtering is en de bescherming van soorten niet in het gedrang komt.
De tijd moet uitwijzen wie gelijk krijgt. BVM2 heeft een sympathie voor Vollenbroek.

Mocht een vergunning door LNV nodig zijn, dan is de volgende vraag wie die zou moeten ontvangen. Er zijn twee exploitanten op vliegbasis Eindhoven, te weten Defensie en civiel.

Remkes zegt in zijn rapport niets over het onderwerp ‘vergunningen’.

Biotopen binnen de 20Ke-contour

Hoog vliegen en laag vliegen
Bij de luchtvaart worden de emissies, concentraties en deposities van stikstofoxides tot nu toe berekend over de Landing and Take-Off (LTO)-cyclus, een formeel gedefinieerde reeks handelingen onder de 300 voet (914m). Zo ook de schattingen in de MER 2013 .
Dat gebeurt omdat dan via een voorgeschreven rekenmodel de individuele bron (oorzaak) toegerekend kan worden aan een specifiek effect op tijd t en plaats x (gevolg). Als plaats x  in Natura2000-gebied ligt, kan dat strafbaar zijn.

Uiteraard stoot een straalmotor ook stikstofoxides uit boven de 914m hoogte, en uiteraard komt een deel daarvan op Natura2000-gebieden terecht. Maar het gebruikte model kan dat niet meer als een causaal verband uitrekenen.

Een verdienste van Remkes is dat hij dit probleem in kaart heeft laten brengen, dit mede omdat de Tweede Kamer erom gevraagd had. RIVM en TNO hebben andere modellen gebruikt, en op een grotere schaal gerekend, en komen er op uit dat de NOx – depositie, gemiddeld over heel Nederland van onder de 3000 voet 4,1Mol/ha*jaar is, en van boven de 3000 voet 8 tot 15Mol/ha*jaar is (Een Mol N is 14 gr.)

Men gaat er dan van uit dat de stikstofoxideverdeling boven de 3000 voet een tamelijk structuurloze wolk is die overal ongeveer hetzelfde is. Met andere woorden, op alle Natura2000gebieden slaat 8 tot 15Mol/ha*jaar meer neer dan tot nu toe uitgerekend wordt.

Gemiddeld over heel Nederland is de stikstofdepositie uit alle bronnen samen ongeveer 1600Mol/ha*jaar). Vandaar de conclusie van Remkes dat de luchtvaart, gemiddeld over heel Nederland, goed is voor ongeveer 1% van de stikstofdepositie.


(In deze afbeelding zit een fout die ook elders verschijnt. De aanduiding in Mol/ha*jaar is juist, maar de aanduiding kg N/ha*jaar niet. Dit moet zijn kg NO2/ha*jaar. De N-fractie hierbinnen is het 14/46ste deel. Omdat de gangbare aanduiding die in Mol is, heeft deze slordigheidsfout verder geen gevolgen.)

Schiphol en Lelystad, ‘evenwichtig’ en het afschuifsysteem
Voor Schiphol en Lelystad heeft het advies van Remkes wel gevolgen omdat

  • er een formeel besluit genomen moet worden dat met het stikstofargument aangevochten kan worden
  • in die hoek de LTO-depositie uiteraard groter is dan de landelijk gemiddelde 1% van alle stikstof
  • in de huidige omstandigheden ok een kleine toename al teveel is

 Zonder nadere maatregelen is de uitbreiding van Schiphol en de opening van Lelystad kansloos (de door BVM2 gewenste uitkomst). Maar de VVD-er Remkes wil dat eigenlijk niet.
Het advies bevat twee sluiproutes waar het kabinet en de luchtvaartsector wat aan hebben.

Op de eerste plaats gebruikt Remkes het woord ‘evenwichtig’ en niet het kwantitatief meer verplichtende woord ‘evenredig’. Dat biedt ruimte aan een subjectieve, zo men wil politieke, besluitvorming. De minister mag iets ‘redelijk’ vinden.

Op de tweede plaats kiest Remkes een erg ruime definitie van ‘luchtvaartsector’. Daaronder vallen niet alleen de eigenlijke vliegtuigoperaties, maar ook alles wat er in ruime zin logistiek en economisch mee samenhangt. Relevant is nu de passage uit het advies op het eind “Dit betekent dat groei ten opzichte van de huidige situatie alleen kan worden toegestaan, wanneer de huidige hoeveelheid aan NOx-emissies (gerelateerd aan de luchtvaartsector als geheel) wordt gereduceerd.”.
Daarmee wil Remkes een stikstofreductie te verschuiven van binnen naar buiten de sector, waarbij de vraag is hoe dat kwantitatief uitpakt. Gaat 100% van de bereikte NOx-reductie naar het vliegen? 80%? 50% ?

Maar op zichzelf heeft de ontvangende sector (bijvoorbeeld het personenvervoer) ook een verduurzamingstaakstelling. De ten behoeve van de vliegerij ingeboekte verduurzaming mag niet dubbel geteld worden, en dus wordt de verduurzamingstaakstelling van het overige personenvervoer zwaarder – er moeten evenveel elektrische auto’s zijn op een kleinere vloot.

Het vliegen wil zijn problemen afschuiven op andere sectoren. Daarover is op deze site al eerder geschreven, zie Hoe het PBL de luchtvaart Parijs binnen praat

Visualisatie stikstofproblematiek in DtE leuk, maar niet correct

In het december 2019-nummer van het blad Down to Earth, dat met een onafhankelijke redactie bij Milieudefensie hoort, stond een aardig uitziende visualisatie van de Nederlandse stikstofproblematiek.

Aan de ene kant is een goede visualisatie van een complex verhaal goede wetenschapsvoorlichting. Ik waardeer zulke pogingen. Het stikstofverhaal is een van die zaken, waar je niet alleen maar moreel iets moet voelen, maar waar je ook wat van moet snappen. Maar het is een heel complex verhaal.
Aan de andere kant echter bevat deze specifieke visualisatie fouten, waardoor je het toch weer verkeerd snapt. Ik  moest er zelf over nadenken en meestal is dat geen goed teken.

Ik neem de visualisatie als idee over, maar ik vertel er een verhaal bij. Daarin opgenomen een verhaal over de scheikunde van stikstof.

Stikstof kan op zeven verschillende wijzen voorkomen.
Onze atmosfeer bevat al aeonen 79% stikstofgas. De stikstofatomen zijn daarin niet aan andere atomen gebonden (intimi noemen dat de 0-vorm). Dit gas is niet erg reactief en heeft daarom weinig directe effecten op het leven.
Stikstof kan wel aan andere atomen gebonden worden, maar dat kost moeite. Die moeite kan natuurlijk zijn (bliksems of stikstofbindende bacterien), of door de mens gemaakt (de ammoniaksynthese of de dieselmotor).
Enerzijds kan stikstof gebonden worden tot ammoniak, oftewel NH3 (voor intimi de -3-kengetal). Het 14/17de deel van een ammoniakmolecuul bestaat uit stikstof (de rest dus waterstof).
Anderzijds kan stikstof gekoppeld worden aan zuurstof in vijf verschillende verhoudingen (voor intimi de +1- t/m +5-vorm). Deze stoffen noemt men als groep de stikstofoxiden (NOx) . Daarvan komen er drie in de atmosfeer in de gastoestand voor, waarvan er voor de rol van stikstof in de natuurdiscussie twee relevant zijn, namelijk NO (kengetal +2), NO2 (+4) .
De derde is N2O (lachgas, maar daar hoort een andere discussie bij).
In praktijk rekent men meestal met NO2 .
Een molecuul NO2 bestaat voor het 7/23ste deel van het gewicht uit stikstof.

Men noemt het geheel aan ammoniak en stikstofoxides ook wel eens ‘reactieve stikstof’ (die verzamelnaam omvat dus de kengetallen -3 en +1 t/m +5).

Sommige wetgeving hanteert het totale gewicht van een molecuul, andere alleen de stikstofcomponent daarin.

Door allerlei oorzaken kunnen stikstofverbindingen van het ene kengetal in het andere overgaan. Een bekende is de -3 –> +5 overgang , die door bacterien in de bodem uitgevoerd wordt en voor verzuring en vermesting zorgt. De +5-vorm heet in de omgangstaal nitraat en dat is een meststof.

Bij vervuiling heb je altijd een bron, een overdrachtsmedium en een eindopslag.

  • Wat uit de bron komt heet een emissie.
    Bij gasvormige stikstofverbindingen kan die bron zijn een koeienkont zijn of een auto-uitlaat of de pijp van een elektriciteitscentrale of een teveel aan kunstmest in de grond.
    Emissies van stikstofverbindingen worden gelimiteerd in de National Emission Ceilings (NEC’s).  
    De NEC werkt met het totale gewicht van een molecuul.
  • Bij gasvormige stikstofverbindingen is het overdrachtsmedium de atmosfeer.
    De hoeveelheid stikstofverbindingen per m3 heet de concentratie. De concentratie op neushoogte heet luchtvervuiling. Daar bestaat aparte wetgeving voor (zie elders op deze site) , maar de huidige stikstofdiscussie vanwege de natuur gaat hier niet over.
  • Als stikstofverbindingen (ook vloeibare of vaste) op of in de grond komen is dat als regel de eindopslag. In deze context heet dat depositie.
    Binnen een specifieke groep natuurgebieden (de Natura2000-gebieden) is de depositie aan limieten gebonden. Omdat men de boel al decennia heeft laten verzieken, staat er nu de noodrem op en daarom is de limiet voor een toename van de stikstofdepositie, uit welke bron dan ook, in principe momenteel nul.  
    De depositie werkt met de zuivere stikstof-component van moleculen (ammoniak telt dus voor 14/17de deel mee). De eenheid is kg per hectare per jaar (of een chemische aanduiding die op hetzelfde neerkomt als kg).

Terug naar de visualisatie.

De passage “378 miljoen kg stikstof daalt jaarlijks neer in Nederland’ is om enkele redenen onjuist.
Het getal komt uit de NEC-verslaggeving, zie http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/international/nec.aspx

  • Het gaat hier niet om stikstof, maar om reactieve stikstof. Uit de kleine lettertjes ter hoogte van Oost-Groningen blijkt dat. Men kan dit als een concessie aan de leesbaarheid t.b.v. de leesbaarheid voor het publiek opvatten.
  • Het gaat hier niet om deposities, maar om emissies. Om precies te zijn behelst het getal de som van alle bronnen, die op Nederlandse grondgebied reactieve stikstof de lucht in blazen. Dat hier werkelijk Nederlands grondgebied bedoeld wordt, is o.a. omdat de NEC’s dienen als input voor Europees verzamelbeleid. Elk EU-land heeft zijn eigen limiet en levert zijn eigen praktijkwaarden aan.
  • Uit de bron-website blijkt dat er uit Nederlandse bronnen 132,4 miljoen kg ammoniak en 245,9 miljoen kg NOx de lucht ingaat (gerekend op basis van het hele molecuul). Die bedragen worden opgeteld en daar komt het getal 378 ter hoogte van de Waddeneilanden vandaan.
    Maar eigenlijk mag dat niet, twee verschillende stoffen optellen (ook al verzin je daar de verzamelnaam ‘reactieve stikstof’ voor). Die twee stoffen gedragen zich geheel anders. NOx waait verder weg dan ammoniak, heeft in verhouding een kleinere stikstofcomponent en gedraagt zich chemisch heel anders.
    Omwille van de eenvoud kan men er voor kiezen om ze toch op te tellen. Men is tot op zekere hoogte in goed gezelschap: TNO doet het ook in zijn publicatie “Factsheet Emissies en Depositie van Stikstof in Nederland”. Daaruit onderstaande figuur (Nr = reactieve stikstof = som van beide).
    Let wel dat het hier om een emissie-overzicht gaat (en niet om een depositie-overzicht). Dit overzicht kan dus naast de NEC-cijfers gezet worden.

Maar eigenlijk zou je dus minstens twee pijlenschema’s moeten maken in de geest van de visualisatie, een plaatje voor ammoniak en een plaatje voor NOx . De twee plaatjes zouden erop het oog hetzelfde uitzien, maar de bijbehorende getallen zouden heel anders zijn.
In genoemde publicatie heeft TNO dat, in een andere vormgeving, wel gedaan. Dat leidt tot (rood is NOx , groen is ammoniak):

Let wel dat dit plaatje een depositie-overzicht is in de eenheid kg stikstof per hectare per jaar (en dus geen emissie-overzicht in kg/jaar).

Er wordt steeds gedeeld door 4154300 hectare, zijnde de oppervlakte van Nederland inclusief water. Alle hierna volgende hectares zijn “Nederlandse hectares”.
TNO vertaalt de NEC-cijfers voor ammoniak en NOx tot een emissie van 109 resp. 74 miljoen kg op zuivere N-basis, dus samen op 183 miljoen kg. Bij TNO bestaat dus het geheel aan ammoniak en stikstofoxides voor zowat de helft uit zuivere stikstof.
In het theoretische geval dat alle emissie op Nederlandse grondgebied neer zou komen (quod non) zou dat een depositie zijn van 44 kg zuivere N per hectare per jaar. Daarvan waait 33,9 kg zuivere N per hectare per jaar de grens over en blijft dus 10,1 in Nederland achter.
Daar bovenop wordt er vanuit het buitenland 10,4 kg zuivere N per hectare per jaar in Nederland gedeponeerd.
Netto exporteert Nederland bij TNO dus 33,9 (uit) – 10,4 (in) = 23,5 kg per Nederlandse hectare per jaar op basis van zuivere stikstof.
Een vies land, moeten ze in Europa wel denken.

De TNO-factsheet is te vinden op https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2019/10/factsheet-stikstofemissie/ .

Altijd goed om even waakzaam te zijn bij percentages.
In de visualisatie van Down to Earth kom je op 100% als je de import van gasvormige reactieve stikstof als ‘bron buitenland’ meetelt. Die is goed voor 35% .
Zoals het er staat, zou de totale emissie binnen Nederland 100/65*378 miljoen kg/jaar zijn = 582 miljoen kg reactieve stikstof per jaar, wat in TNO-verhoudingen neer zou komen op een depositie van 68 kg zuivere N per ha per jaar (door de inheemse productie plus door wat aan komt waaien). Dat lijkt te hoog (de equivalente waarde van TNO is hier 44 + 10,4 = 54,4).
Waarschijnlijk is hier een fout gemaakt en moet de inheemse emissie van 378 miljoen kg op 100% gesteld worden, waar bovenop 35% uit het buitenland komt. De totale emissie aan reactieve stikstof is dan 510 miljoen kg reactieve stikstof per jaar, wat in TNO-verhoudingen neer zou komen op 59 kg zuivere N per ha per jaar (door de inheemse productie plus door wat aan komt waaien). Dat lijkt beter te kloppen (de equivalente waarde van TNO is hier 44 + 10,4 = 54,4). Er zit wat speling in de modellen.

Overigens moet het in beide scenario’s mogelijk zijn om een getal bij de uitgaande pijl in de visualisatie te tekenen.

Op zich heeft Down To Earth een verdienstelijke visualisatie ontwikkeld, maar de getallen zouden aangepast moeten worden.

Zie voor meer stikstofuitleg ook Wageningen en WNF: stikstofprobleem te groot voor alleen maar lokaal maatwerk

De Peel (van de website van Werkgroep Behoud de Peel)

Historische ontwikkelingen die actueel zijn voor de landbouw

De VVD over de boeren

VVD waarschuwt boeren!
De Tweede kamerfractievan de VVD wil de veehouderij nog twee jaar de tijd geven om zelf de uitstoot van de verzurende stof ammoniak uit dierlijke mest terug te dringen. Slagen de boeren daar niet in, dan is inkrimping van de veestapel voor de liberalen bespreekbaar
.”

Klinkt verdacht modern? Nee. Het krantenartikel waarin deze passage stond afgedrukt, dateert van 08 december 1988. Zie hierboven.

Derig jaar later klinkt de VVD in feite wat minder vergaand als toen, en in die tijd is de groei van de sector alsmaar doorgegaan. En zijn de problemen alsmaar groter geworden, tot ze nu nog maar met veel pijn opgelost kunnen worden.

Ondertussen proberen de boeren de volgende periode van slap geklets waarin niets gebeurt, eraan vast te plakken. De geschiedenis herhaalt zich soms.

De mijnsluitingen als voorland voor de landbouw

Het dagblad Trouw publiceerde op 23 nov 2019 een groot artikel, waarin Willibrord Rutten een vergelijking maakte tussen twee werelden, de landbouw en de Limburgse kolenmijnen.
Rutten kent beide, want hij is in de jaren ’90 aan Wageningen gepromoveerd in de agrarische geschiedenis, en doet nu mijnbouwgeschiedenis aan het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg in Maastricht.
Zie www.trouw.nl/verdieping/de-protesterende-boer-van-nu-doet-denken-aan-de-mijnwerker-van-toen~b404a677/ .

Rutten ziet duidelijke parallellen.
Na de oorlog waren de Limburgse mijnen een tijd lang de beste en de efficientste van Europa. Ze draaien als een tierelier. Maar goedkope olie en gas verschenen, en elders op de wereld kwamen de kolen uit de (veel goedkopere) dagbouw.
Men zag de feiten onder ogen. Den Uyl reisde in persoon af naar de Heerlense Schouwburg met een Masterplan, over tien jaar verspreid, om de mijnen te sluiten. Met een sociaal plan.
Door de fasering kon 31% van de mijnwerkers met vervroegd, natuurlijk pensioen.
Voor de kantoormensen kwam het ABP en het CBS.
Voor de handarbeiders kwam DAF Born, en later DSM.
Het kostte 8 miljard, maar het heeft Nederland, en Limburg, een hoop ellende bespaard – (hoewel, voor Limburg, misschien nog niet genoeg bgerard).

Sleutelwoorden uit die tijd:

  • zie de feiten onder ogen
  • zoek samenwerking met alle partners
  • kom met een sociale strategie

In hoofdlijnen, zegt Rutten,valt de Nederlandse landbouw te vergelijken met die van de mijnen. De milieuproblematiek is van dien aard geworden, dat het zo niet verder kan. Zie dat onder ogen, zegt Rutten. En “Carola Schouten, doe als Den Uyl”. Die vertrok bezweet, maar met applaus uit de Heerlende Stadsschouwburg.

Den Uyl (foto Rijksoverheid)

De grootste misvattingen rondom de stikstofcrisis

Greenpeace heeft, bij monde van Herman van Bekkem, een analyse uitgebracht over de huidige stikstofcrisis en de landbouw.
Nu ben ik het niet bij voorbaat altijd eens met standpunten van Greenpeace (van welke organisatie ik overigens wel donateur ben), maar dit overzicht vind ik wel goed. Ik heb het afgedrukt.

Greenpeace    door Herman van Bekkem     17 oktober, 2019

In de Tweede Kamer wordt de afgelopen weken flink gedebatteerd over de aanpak van de stikstofcrisis. Hoog tijd om de balans op te maken van wat er de laatste weken is gezegd over hoe we uit deze crisis moeten komen.

De ontwikkelingen in dit ingewikkelde dossier volgen elkaar in razend tempo op. Er komen dan ook veel argumenten langs die om uitleg vragen. Bovendien passeren veel halve waarheden de revue. Wij zetten deze op een rij om het debat beter te begrijpen want je duizelt vast ook van termen als externe en interne saldering, de stikstofoxiden, ammoniak, Natuurbeschermingswetgeving en de modellering van stikstofdepositie.

Stelling 1: ‘De boeren krijgen nu alle schuld’

Wat duidelijk wordt uit de protesten van de boeren is dat ze het beu zijn om als schuldige van natuur- en milieuproblemen te worden gezien. Net als veel andere Nederlanders hebben we diep respect voor de boeren die keihard werken om borden van consumenten te vullen. We begrijpen dan ook goed dat de voortdurend veranderende regels en de storm aan maatschappelijke kritiek niet te verteren is.

Ook Greenpeace is kritisch. Maar onze kritiek is nooit gericht op individuele boeren. Wij zijn het niet eens met de industriële werkwijze van de sector; het klimaat en de natuur kunnen simpelweg geen veestapel van 114 miljoen dieren aan. En de lobby van partijen als LTO, de Rabobank en FrieslandCampina heeft boeren de afgelopen jaren op het doodlopende spoor van schaalvergroting en intensivering gezet. Als daar geen verandering in komt is de boerenstand in 2030 opnieuw gehalveerd. 

We moeten de feiten rond de stikstofcrisis onder ogen zien. Uiteraard zijn alle sectoren aan zet om het probleem op te lossen, dus ook de luchtvaart en de industrie, maar 46% van de stikstofneerslag komt uit de Nederlandse landbouw, en dan met name de veehouderij. Laten we de uitstoot vanuit het buitenland buiten beschouwing, dan gaat het zelfs om 65% van de totale neerslag. Voor dit deel van de oplossing houden we de veehouderij verantwoordelijk. Nederland heeft de grootste stikstofneerslag in Europa als het gaat over neerslag van deze meststof. Ook heeft Nederland de grootste dichtheid van vee per hectare landbouwgrond. 

Al sinds de jaren ‘70 is de ammoniakuitstoot door veeindustrie problematisch. In tussentijd is de uitstoot – door technieken (en een kleine krimp van de veestapel) verminderd. Maar de rek is eruit. Het potentieel van deze technieken valt tegen – krimp van de veestapel is nu de meest logische oplossing. 

Krimp van de veestapel is bovendien een oplossing voor veel verschillende problemen. Zo wordt tegelijk een grote stap gezet in het terugdringen van broeikasgasuitstoot, krijgt de natuur ruimte om te herstellen en verbetert de leefbaarheid en gezondheid van mensen op het platteland. 

 Stelling 2: ‘Metingen en modellen kloppen niet’

Omdat het praktisch onmogelijk is om overal in Nederland de stikstofuitstoot en neerslag te meten, wordt modellen gebruikt – maar ook getoetst door metingen in de praktijk. De uitkomst van deze onderzoeken is dat de ammoniakuitstoot uit de landbouw heel groot en problematisch is, en een verstikkende deken over onze natuurgebieden legt. Dit is een ongemakkelijke waarheid. Ondanks dat deze rekenmodellen op steun van wetenschappers in binnen- en buitenland kan rekenen, wordt er veel misinformatie over verspreid. Metingen zouden niet deugen en het gebruikte model klopt niet. Allemaal argumenten die gebruikt worden om de werkelijkheid te verdoezelen en zand in de ogen van politiek en maatschappij te strooien.

Stelling 3: De natuur in Nederland wordt te streng beschermd

De ‘te strikte normen’ van stikstofvervuiling is een veelgehoord argument. ‘Uitstootnormen in Duitsland zijn lager, waarom mogen wij dan niet meer uitstoten?’ De natuur moet uiteindelijk kunnen herstellen – stellen juridisch experts in een hoorzitting in de tweede kamer. Dit werd duidelijk uit de uitspraken van de Raad van State. Natuurgebieden in Duitsland zijn gezonder en groter dan die in Nederland en kunnen daarom beter tegen stikstof.

Stelling 4: ‘Techniek is de oplossing’

De politiek heeft, onder invloed van de lobby van industrie, decennialang ingezet op technieken die de stikstofuitstoot moesten verminderen. Voorbeelden zijn luchtwassers en emissiearme stalvloeren. Deze technieken zijn veelal – letterlijk – end-of-pipe maatregelen die het onderliggende probleem onopgelost laten en geen oplossing voor bijvoorbeeld het klimaat bieden. Het gevolg? Meer megastallen met dure luchtwassers. Ook zorgen ze voor een hogere kostprijs voor boeren. Daarnaast blijken deze technieken een stuk minder effectief dan ze op papier moeten zijn. 

Recent onderzoek van Wageningen laat zien dat techniek ons ook niet uit de stikstofcrisis gaat halen. Bovendien is krimp van de veestapel onvermijdelijk. Lees in dit factsheet waarom de enige echte oplossing om ons klimaat, onze natuur en uiteindelijk ook onze boeren te beschermen, minder dieren is.

Stelling 5: ‘Wie gaat Nederland dan voeden?’

Ongeveer 2/3e van de vlees- en zuivelproductie van Nederland gaat direct de grens over. Halvering van de veestapel zou onze vlees- en zuivelconsumptie dan ook niet raken. Bovendien is krimp van de veestapel onvermijdelijk om klimaatdoelstellingen te halen en dat betekent zelfs dat wij in Nederland flink onze consumptie moeten verminderen. In 2050 is het passend om 300 gram vlees per persoon per week en 630 gram zuivel per persoon per week te consumeren. 

Stelling 6: ‘Natuur verstikt de economie’

Boerenbelangenbehartiger LTO liet al snel weten de natuur onbelangrijk te vinden en pleitte voor het afschaffen van natuurgebieden om uit de stikstofcrisis te komen. Terwijl vorig jaar nog bleek dat 80 procent van de Nederlandse boeren juist met de natuur samen wil werken. Onze natuurgebieden lijden al veel te lang onder de verstikkende deken van stikstof. In plaats van een onhoudbaar landbouwsysteem in het zadel te houden en natuur simpelweg af schaffen wanneer economische belangen in het geding komen, is het nu tijd om ons systeem drastisch te hervormen. Daar heeft ook de individuele boer veel meer baat bij.

Onze stelling: ‘Zie de crisis als kans!’

Experts kraakten het voorstel dat de regering deed. Zij vinden het geen passend en effectief antwoord op de uitspraak van de Raad van State over de aanpak van het stikstofprobleem. Door de grote mate van vrijwilligheid wordt niet eerst de natuur op orde gebracht, maar weer direct ruimte uitgedeeld die er waarschijnlijk helemaal niet is. De uitstoot van stikstof is simpelweg veel te hoog. Daarom moet er gewerkt worden aan een echte oplossing voor de lange termijn.

Greenpeace vindt dat het kabinet dit moment moet aangrijpen om onze natuur te herstellen. En om boeren na jaren van pappen en nathouden en ingewikkelde regels nu eindelijk een eerlijke en heldere toekomst te bieden. Weg van het industriële systeem met megastallen en monoculturen, naar een diverser voedselsysteem dat werkt volgens ecologische principes met minder dieren. Dat is uiteindelijk ook beter voor de boer. 

over de auteur

Herman van Bekkem

Campagneleider Landbouw Twitter – @Hermanvb_GP

Een chemische luchtwasser

Wageningen en WNF: stikstofprobleem te groot voor alleen maar lokaal maatwerk

Het WNF
Het Wereld Natuur Fonds Nederland (WNF-NL) heeft de Universiteit van Wageningen gevraagd om een beeld te geven van de stikstofuitstoot van verschillende bronnen, het gedrag van die stof, en van wat dat betekent voor maatregelen, specifiek voor de landbouw.
Het resultaat is een document dat te vinden is via https://www.wwf.nl/wat-we-doen/actueel/nieuws/stikstofplannen-kabinet-niet-toereikend .

Uitleg
In het hierna volgende is een Mol N (op atoombasis) 14 gr, een Mol NH3 (ammoniak) 17 gr, en een Mol NO2 46gr .
Emissie is wat uit een pijp, kont of tank komt; immissie is wat via de atmosfeer in een neus of meetapparaat komt; en depositie is wat op of in de grond komt. Omdat de gassen zich op verschillende wijze gedragen en op verschillende locatie, hoogte en wijze worden losgelaten, hoeven emissieverhoudingen niet perse dezelfde te zijn als depositieverhoudingen (de zeescheepvaart bijvoorbeeld).

Levende wezens hebben een bepaalde hoeveelheid stikstof nodig, maar het aanbod in Nederland is veel groter dan wat nodig is. Daardoor worden bodems te voedselrijk en verzuren ze, waardoor essentiële stoffen als kalium, calcium en magnesium oplossen en wegspoelen, en aluminium vrijkomt, dat in overmaat ecologisch giftig is. Teveel stikstof vermoordt sommige bodems en de daarop levende schepselen.

(www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/stikstof-nekt-vogels-op-de-veluwe )

Tot op zekere hoogte zijn herstelmaatregelen mogelijk (bijv. afplaggen), maar dat is beperkt (met de stikstof worden ook andere stoffen afgeplagd).

De huidige stikstofproblematiek heeft juridisch betrekking op Europees beschermde Natura2000-gebieden, maar geldt algemener. Van die Natura2000-gebieden zijn er een heleboel in  Nederland, in allerlei soorten en maten (‘habitats’). De meeste zijn vatbaar voor teveel stikstof. Bij een stikstofgevoelig Natura2000-gebied hoort een kritische depositiewaarde (KDW), die afhankelijk is van het soort gebied.

De emissies
Van de totale emissie binnen Nederland bestaat goede CBS-statistiek . De cijfers in de hierna volgende statistische tabel zijn in kiloton (= miljoen kg). Lees dit als: in Nederland werd in 2018 139 kton NH3 geloosd, waarvan 132 kton meetelt voor de Europees opgelegde limiet van 128kton (het NEC-plafond 2010).

Hetzelfde verhaal in een staafdiagram, ook weer van binnen Nederland geloosde stikstof. Dit staafdiagram geeft twee regels uit bovenstaande tabel in verdergaand detail weer, namelijk de regel Verkeer en vervoer (bij NO2 ) en landbouw (bij ammoniak).
De vliegtuigemissie is meegenomen tot 3000 voet (914m) hoogte.

Stikstofemissies in de categoriëen landbouw (NH3) en verkeer (NO2)

De deposities
De emissies verspreiden zich in de atmosfeer en de eruit voortvloeiende deposities per hectare nemen af met de afstand. Ondanks dat belandt de meeste depositie ver van de bron. Hieronder hoe dat voor ammoniak werkt (20% van de ammoniak slaat binnen een kilometer van de bron neer). Let op de logaritmische schalen!
Voor NO2geldt een vergelijkbare grafiek met grotere afstanden.

De kaart van de depositie van stikstof wordt zowel berekend als gemeten. Anders dan soms gedacht wordt, lukt beide met behoorlijke precisie.
Vanwege alle commentaar heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) de RIVM- resultaten nog eens nagerekend. De CDM kwam er op uit dat de ammoniaklozingen waarschijnlijk hoger waren dan het RIVM inschatte. De woordkeus suggereert dat de boeren als groep de boel flessen, maar dat staat er niet met zoveel woorden.

De stikstofdepositie, gemiddeld over heel Nederland, bedraagt ruim 1600 Mol/ha*y (Mol per hectare per jaar). Lokaal kan dat veel meer of minder zijn: de Peel bijvoorbeeld zit op ca 4000Mol/ha*y .
42% van de totale Nederlandse stikstofdepositie (NH3 en NO2 samen) komt van de landbouw; 30% komt uit het buitenland; 20% komt uit de rest van Nederland; 5% van schepen op de Noordzee; en een paar % is onverklaard.
Overigens exporteert Nederland van beide stikstofvarianten ongeveer 3 a 4 keer zoveel als het importeert. Nederland is in Europa een vies land.

Na enig gecijfer komt Wageningen er op uit dat, gemiddeld over heel Nederland, er ongeveer 500 Mol N/(ha*y) te veel op Natura 2000-gebieden terecht komt.
Gemiddeld over alle Noord-Brabantse Natura2000 – gebieden komt er ongeveer 650 Mol N/ha*y teveel op terecht.

Per afzonderlijk Brabants Natura2000-gebied ziet het plaatje er, alleen voor ammoniak uit de landbouw,  als volgt uit:

Lees dit als volgt.
In gebied 144 (Boschhuizerbergen, een stuifzandgebied met dennen op de Brabants-Limburgse grens bij Venray) wordt de kritische depositiewaarde met ongeveer 420 Mol/(ha*y) overschreden (= CL).
Uit Brabant zelf (E ) komt 510 Mol/(ha*y) aanwaaien en van buiten Brabant (B) is dat ongeveer 760 Mol/(ha*y) . De agrarische herkomst van E en B is met een kleurtje gecodeerd. Daarnaast is er een beetje ammoniak van buiten de landbouw, en is er NO2 – depositie, maar die zijn niet ingetekend.
Zo ook de andere gebieden.

Voor de landbouw te overwegen maatregelen
De analyse is bedoeld om mogelijke maatregelpakketten voor de landbouw te kunnen overdenken, waarvan dan bovendien de effecten kunnen worden ingeschat.

WNF wil dat alle sectoren, die bijdragen aan de eerder genoemde stikstofoverdaad van (landelijk gemiddeld) 500 Mol N/(ha*y), naar evenredigheid van hun lozing stikstofdepositie inleveren. Gemiddeld zou het probleem dan opgelost zijn.
De landbouw is goed voor 40% van de stikstofemissies en moet dus 40% van 500 = 200 Mol N/(ha*y) inleveren. Aldus Wageningen namens het WNF.
Waarna het verhaal wordt hoe je aan die 200 komt.

Wageningen bespreekt hiertoe drie brede categorieën.

  1. Technische en management-maatregelen binnen het huidige veehouderijsysteem
  2. Transitie naar een meer grondgebonden kringloop- en/of een natuurinclusieve landbouw
  3. Lokaal maatwerk rond Natura2000 – gebieden: emissiebeperking of sanering van ongelukkig gelegen boerderijen

Ad

  1. Met maatregelen als ander voer; betere stallen met lagere emissiewaarden; stalsystemen met gescheiden opvang van poep en plas; en een meer emissiearm uitrijden van de mest over het land; moet je volgens Wageningen aan 220 Mol N(ha*y) kunnen komen.
    Maar daarvoor zijn wel soms paardenmiddelen nodig en/of middelen die duur zijn en/of middelen waarvan het effect nog niet zo duidelijk is.
    Bovendien is de stikstof niet het enige probleem. Er is ook nog zoiets als de Nitraatrichtlijn (voor het grondwater), de Kaderrichtlijn Water (voor grond- en oppervlaktewater) en het Klimaatakkoord. Het is nog niet meteen duidelijk wat maatregelen op het ene gebied doen op het andere gebied.
  2. Dit wordt onderverdeeld in twee typen maatregelen: enerzijds de kringloopgedachte, anderzijds natuurinclusieve landbouw in zones rond Natura2000-gebieden.
    Bij de kringloopgedachte is de voornaamste variabele op welke schaal de kringloop zich afspeelt.
    Bij de studie naar de ‘Noordwest Europa-kringloop’ ben ik zelf betrokken geweest. Deze studie is voor Noord-Brabant uitgevoerd in de nasleep van de Ruwenbergconferentie (2013) over de veeteelt. De Brabantse Milieu Federatie (BMF) had mij gevraagd om mee te draaien in de klankbordgroep van deze operatie. Dat was een leerzame ervaring. Op deze site staat er een artikel over op drie zittingen over het sluiten van kringlopen op het niveau van NW Europa . Wat hier staat beschrijft de uitkomsten adequaat, mits men dit als een verkenning beschouwt en een flinke onzekerheidsmarge inbouwt.
    Wageningen leert dat alleen het sluiten van de kringlopen op nationale schaal voor het stikstofprobleem zoden aan de dijk zet. Dan moet je ook weer aan 220 Mol N(ha*y) kunnen komen.
    Ook bufferzones rond Natura2000-gebieden zijn een paardenmiddel.
    Als men aanneemt (onzeker) dat natuurinclusieve veeteelt de emissie relatief halveert, en als men kiest voor een buffer van 5 km breed rond Natura2000-gebieden, moet je ermee tot 200 MolN(ha*y) kunnen komen.
    Mogelijk vraagt dit om een verandering van het landbouwsysteem tot op EU-niveau.
  3. Sommige, nabij een Natura2000-gebied gelegen, bedrijven veroorzaken op hun eentje deposities in de orde van grootte van 200 Mol N(ha*y) . Het emissiearm maken van dergelijke bedrijven, of het saneren ervan, kan dus lokaal veel verschil maken. Gemiddeld is het effect veel kleiner. Als er in het kader van het eerste opkoopprogramma van varkensbedrijven (dat op beperking van de geur gericht is) 10% van de varkensrechten wordt opgekocht, levert dat (Nederlands gemiddeld) 1 tot 5 Mol N/(ha*y) op, provinciaal gemiddeld tot 10 a 20Mol N(ha*y), en lokaal dus mogelijk meer.

Per saldo komen Wageningen en WNF-NL tot de volgende conclusies en aanbevelingen:

En dit gaat dan alleen nog maar over een beperkt probleem als de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Resteren overige milieu-, klimaat- en volksgezondheidsproblemen.

Het moet iets totaal anders in de landbouw en dat houden boeren niet tegen door met trekkers het Provinciehuis binnen te rijden.
En het kabinet moet het eigen pappen en nathouden niet neerwaarts afschuiven naat de provincies. Ze moeten zelf flink zijn.

Factsheet Uitspraak Raad van State Programmatische Aanpak Stikstof

Er is veel te doen over de uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Ook in de kolommen van deze blog staan eerdere artikelen over het onderwerp.
Gezien de vele eerdere artikelen, wil mij beperken tot een handzaam overzicht voor mensen die door de bomen het bos niet meer zien.
Verder kan het geen kwaad te benadrukken dat de PAS niet alleen maar de positieve gevolgen heeft, die sommige milieumensen er in zien, maar ook nadelige.
En dat de PAS niet zo’n absoluut verbod is als velen denken (of hopen) dat het is.

Ik trof een handzame factsheet aan van de hand van Frank Futselaar, Tweede Kamerlid voor de SP (woordvoerder landbouw). Omdat de factsheet zich richtte op de SP-afdelingen heb ik er een lichte redactie opgezet, zodat hij zich nu richt op een algemeen publiek.
Hieronder de factsheet.

Voor een indruk aan welke maatregelen om het PAS-probleem aan te pakken het kabinet denkt, zie www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2019/6/Schouten-wil-PAS-meldingen-legaliseren-444335E/?cmpid=NLC|boerderij_vandaag|2019-06-28|Schouten_wil_PAS-meldingen_legaliseren .

Stikstofbronnen_evaluatie PAS 2017

Samenvatting:
Op 29 mei dit jaar heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over een aantal vergunningsaanvragen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Directe consequentie ervan is dat er geen natuurbeschermingswetvergunningen meer in het kader van de PAS kunnen worden verstrekt voor bijvoorbeeld veestallen, wegen, bedrijven die stikstof uitstoten, en nieuwe woonwijken.

Feitelijke deposities in 2014 en (berekend) in 2020 in de Kampina en de Oisterwijkse vennen in Brabant

Wat is er aan de hand?
Nederland is een land met heel veel stikstofuitstoot (bijvoorbeeld van veehouderij en verkeer) en een groot aantal vrij kwetsbare natuurgebieden waarvan de diersoorten en planten via Europese regels beschermd moeten worden (Natura 2000). Stikstof is schadelijk voor veel soorten, omdat de grond er te voedselrijk van wordt en dus bijvoorbeeld schrale heide verdwijnt.

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is feitelijk een enorm theoretisch computermodel waarin alle bronnen van stikstof in Nederland zijn opgenomen en alle Natura 2000-natuurgebieden. Hiermee kan bij elke nieuwe stikstofbron (bv een grotere stal) berekend worden wat de theoretische gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden. Als die er niet zijn of acceptabel zijn kan op grond hiervan en Nb-wetvergunning worden vertrekt. Tegelijkertijd wordt extra stikstofruimte gecreëerd door ingrepen in natuurgebieden om hen te versterken. Idee van de PAS is dat natuurgebieden worden beschermd tegen teveel stikstof maar tegelijkertijd niet heel Nederland “op slot gaat”, dwz dat geen vergunning meer verleend kan worden.

Maatregelenkaart in het kader van de PAS bij de Kampina-Oisterwijkse Vennen

De uitspraak van de Raad van State betekent dat de PAS niet langer voldoet. Onder andere heeft de Raad van State gesteld dat Nederland niet toekomstige verbeteringen van natuurgebieden nu al mag inzetten om stikstofruimte te creëren. Ook bepaalde uitzonderingen die Nederland had gemaakt op de PAS, zoals beweiden van koeien, zijn door de Raad afgewezen.

De consequenties van deze uitspraak zijn dat er voorlopig geen enkele Nb-wetvergunning kan en zal worden uitgegeven, inclusief vergunningen die voorlopig waren goedgekeurd. Ook is beweiding, waar dat NB-wet-vergunningsplichtig is, feitelijk illegaal. In totaal zitten naar schatting zeker 3300 bedrijven nu in een illegale situatie, grotendeels veebedrijven. Daar zal overigens niet op korte termijn op gehandhaafd worden.

Voor bestaande, volledig afgegeven vergunningen verandert er niets.
De enige manier waarop een nieuwe vergunning kan worden afgegeven is als, uitgebreid voor deze individuele casus, kan worden onderbouwd dat dit geen negatief effect heeft.

Is dit goed nieuws?
Op zich is het positief dat nu volledig zichtbaar is dat ons natuurbeleid niet werkt, er veel te veel stikstofuitstoot is en er op veel plekken nu geen stal meer bij kan. Aan de andere kant maakt dit ook dingen onmogelijk die veel mensen misschien wel willen: koeien in de wei, sommige wegen, aanleg van spoorlijnen, aanleg van woonwijken.  Zelfs de aanleg van windparken kan in theorie op plekken onmogelijk worden met deze uitspraak. Er zal dus wel iets moeten gebeuren. Een fors deel van Nederland zit met deze uitspraak inderdaad voorlopig op slot. Provincies zullen vrijwel zeker komende weken, misschien maanden helemaal geen vergunningen af geven.

De uitspraak biedt kansen op een aantal zaken. In de eerste plaats natuurlijk om de intensieve veehouderij terug te dringen, die het nu (op veel plekken) wel heel moeilijk gaat krijgen te groeien. Maar dat geldt waarschijnlijk ook voor een aantal geplande wegen en bijvoorbeeld een ontwikkeling als Lelystad Airport (hiervan is door het kabinet al bevestigd dat de aanleg bemoeilijkt wordt door de uitspraak).
Er is sowieso een inventarisatie van grote projecten die komt stil te liggen hierdoor aangekondigd. De afgeschoten PAS kan daarmee een stok worden om mee te slaan. Het ligt voor de hand om bij alle niet-welgevallen projecten te vragen om stillegging, als dat niet al gedaan is.

Overzichtskaart PAS-gebieden 2017

Wat moet er gebeuren:

  • In de eerste plaats is het verhaal relatief simpel: de stikstofuitstoot moet omlaag. Niet theoretisch, maar in de praktijk. Minder vee, minder vliegtuigen, minder auto’s. Hiervoor zou een brede strategie moeten worden ontwikkeld. Daarnaast zijn forse investeringen in onze natuurgebieden nodig om ze te versterken. Hiermee kan ruimte gecreëerd worden die we echt nodig hebben voor bijvoorbeeld extra woningbouw en die ene rondweg die echt nodig is.
  • Op korte termijn zijn er ook een aantal juridische aanpassingen nodig. In de eerste plaats zal er snel wetgeving moeten komen om weidegang weer vergunningsvrij te maken: niemand in de Tweede Kamer wil boeren juist dwingen hun koeien op stal te zetten.
  • Daarnaast zijn er twee mogelijke oplossingen op de korte termijn. De eerste is provinciale salderingsbanken. Dat wil zeggen dat als bijvoorbeeld een veebedrijf in Brabant stopt, diens stikstofuitstoot in de salderingsbank gaat en weer kan worden uitgegeven aan een ander bedrijf. Dit kan als juridisch instrument best werken. Probleem is dat zo’n bank gevuld moet worden, en er is juist teveel stikstof. Waardoor we weer terugkomen bij het eerste punt.
  • Een tweede alternatief is de zogenaamde ADC-toets. Hierbij kan de hele PAS omzeild worden als voldaan wordt aan 3 voorwaarden: Alternatieven ontbreken (A), er is een Dwingende reden van groot openbaar belang (D) en er worden Compenserende maatregelen (C) getroffen. Dit is onder andere gebruikt om de Blankenburgverbinding aan te leggen, die anders dreigde stil te liggen vanwege de PAS. De Raad van State accepteerde in deze zaak dat de verbinding nergens anders kon (geen alternatief) en zag volksgezondheid en openbare veiligheid als gegronde redenen.

    De ADC-toets is zowel een kans als een bedreiging. Hij kan misbruikt worden om projecten door te drukken, al zal dat alleen om grotere infrastructuur gaan (een individueel veebedrijf bijvoorbeeld maakt geen enkele kans), maar doordat de overheid in kwestie gedwongen wordt te praten over gebrek aan alternatieven en dwingend belang, kan de overheid in de politieke discussie ook vastgezet worden. Denk wederom aan Lelystad Airport, waarvoor de argumentatie nogal zwak is.
Uitleg van de PAS in een eerdere RvState-uitspraak

Programmatische Aanpak Stikstof en Eindhoven Airport

De Raad van State heeft een ver-reikende uitspraak gedaan over de aanpak van stikstofemissies door allerlei processen. Het kan gaan om de veehouderij, maar ook om allerlei verbrandingsprocessen zoals in vliegtuigmotoren.

De SP heeft er in Provinciale Staten vragen over gesteld. Kortheidshalve nemen we hier de tekst van hun site over (met toestemming).
Let wel dat het om vragen gaat die, in elk geval bij Eindhoven Airport, niet retorisch naar de bekende weg vragen. Het zijn  echt vragen.

Pratt&Whitney motor van een F15 met ingeschakelde naverbrander

–  –  –  –  –  –

29 mei 2019

De PAS beschermt de natuur onvoldoende

De SP in Brabant stelt vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Volgens fractievoorzitter Maarten Everling betekent de uitspraak namelijk nogal wat: “eigenlijk zegt de Raad van State: overheid, je beschermt de natuur onvoldoende.”

De PAS is bedoeld om bedrijven die bij hun activiteiten stikstof uitstoten de ruimte te geven om te ontwikkelen terwijl er tegelijkertijd maatregelen genomen moeten worden om diezelfde uitstoot terug te dringen. Stikstof is problematisch omdat een teveel aan stikstof een negatieve invloed heeft op natuur, zo heeft de biodiversiteit er bijvoorbeeld zwaar onder te lijden. Everling: “het probleem met de PAS is dat het eigenlijk voor de natuur niks oplost, aan de ene kant worden er maatregelen genomen om de natuur te beschermen door de uitstoot van stikstof te verminderen, maar aan de andere kant komt er doodleuk weer nieuwe bedrijvigheid bij dat weer stikstof toevoegt. Wat schieten we daar uiteindelijk mee op?”

De gevolgen van de uitspraak zullen volgens de SP groot zijn. Alle nieuwe, nog af te geven vergunningen kunnen niet meer uitgegeven worden op basis van de PAS. De veehouderij is grootverbruiker van de beschikbare PAS-ruimte en zal de gevolgen snel gaan voelen: “de veehouderij stoot enorm veel stikstof uit en heeft daarmee veel invloed op onze natuur en moest bij uitbreidingen daarom een vergunning aanvragen. Dat kan dus niet meer,” zegt de SP-voorman, “maar dat geldt niet alleen voor de veehouderij, maar voor álle activiteiten die stikstof uitstoten, bijvoorbeeld bij het aanleggen van wegen of uitbreiding van Eindhoven Airport, ook dat soort activiteiten staan nu op losse schroeven.”

“Willen we de natuur écht beschermen, dan moeten er maatregelen genomen worden die zekerheid bieden over de afname van de neerslag stikstof. Dat betekent dat we in de veehouderij echt naar minder dieren toe zullen moeten, dat we het OV goedkoper en beter zullen moeten maken waardoor we minder vaak in de auto hoeven te stappen en dat het aantal vluchten op Eindhoven Airport omlaag zal moeten. Deze maatregelen zullen in de nabije toekomst noodzakelijk blijken en ondertussen zijn wij reuzebenieuwd naar wat het college denkt dat de gevolgen zullen zijn,” aldus Everling. Bijlage: vrg_uitspraak_pas_raad_van_state_29mei2019_PS_SP

Feitelijke deposities in 2014 en (berekend) in 2020 in de Kampina en de Oisterwijkse vennen