Luchtvervuiling in de Global Burden of Disease, en outsourcingseffecten op de luchtvervuiling

De Global Burden of Disease

In de Lancet van 10 april 2017 heeft een team van geleerden de data in de Global Burden of Disease 1990-2015 (waarin 79 risicofactoren meegenomen zijn) gecombineerd met satellietdata, transportmodellen van chemische stoffen en metingen aan de grond. In hun resulterende artikel worden de resultaten “ingekookt”  tot cijfers over PM2.5 en ozon (aan de grond). Het is een mondiale studie
Het is een Open Acces-publicatie, die toegankelijk is op Lancet_10april2017_GBD-artikel . Bij twijfel of diepere nieuwsgierigheid, ga daar kijken.

Het artikel leidt tot een aantal veelzeggende plaatjes en statistieken (de getinte band is de onzekerheidsmarge en die is soms ruim).

Dosis-effectrelaties tussen PM2.5-concentraties en het relatieve risico (RR). Lees 1.5 als dat de kans dat je doodgaat met PM2.5 1,5* zo groot is als wanneer de vervuiling er niet geweest was)
  • PM2.5 in de buitenlucht leidt mondiaal tot 4,2 miljoen doden en 103 miljoen verloren DALY’s (dat is een telwijze waarin ook ziektes, waar je niet of niet meteen aan doodgaat, via een soort gewichtsfactorensysteem meegeteld worden).
  • PM2.5 binnenshuis leidt mondiaal tot ca 2,8 miljoen doden en ca 86 miljoen verloren DALY’s.
  • Beide samen leiden mondiaal tot ca 6,4 miljoen doden
  • Fijn stof in de buitenlucht was in 2015 mondiaal de vijfde doodsoorzaak
  • Ozon leidt mondiaal tot een kwart miljoen (extra) doden en ca 4,1 miljoen verloren DALY’s en was mondiaal de 34ste doodsoorzaak
  • De ‘geen effect-drempel’ ligt voor PM2.5 op 2,4-5,9μgr/m³ en voor ozon op 33-42ppb (ca 70 tot 90μgr/m³ )
Doden door PM2.5 als % van alle doden
Doden door ozon als % van alle doden
De ontwikkeling van de PM2.5 – concentraties door de jaren heen in een aantal landen

De PM2.5- concentraties in verschillende landen lopen sterk uiteen en gedragen zich in de tijd anders. Nederland daalt, mede als gevolg van geïmplementeerd EU-beleid dat echter nog niet ver genoeg gaat.
Het WHO-advies (geen wet) is 10μgr/m³, de EU-norm (wel wet) is 25μgr/m³ , en de Oost-Brabantse werkelijkheid zag er in 2014 als volgt uit (in 2015 waren de concentraties overigens lager):

PM2.5-concentraties in Oost-Brabant in 2014 (Atlas voor de Leefomgeving)

In stedelijk gebied in Oost-Brabant zaten de concentraties in 2014 in de orde van grootte van 15μgr/m³ , in 2015 wat lager. Dat getal kun je dus op de horizontale as van de dosis-effectrelaties leggen en dat geeft overal een RR > 1 (bij COPD, rechtsonder, bijvoorbeeld een RR = 1,2, dus de kans dat je COPD krijgt met deze luchtvervuiling is ongeveer 20% groter dan als wanneer die luchtvervuiling er niet geweest was). Dit met een ruime onzekerheidsmarge, maar wel significant.
Het RIVM meent (Luchtkwaliteit en Gezondheidswinst, 2015) dat de WHO-advieswaarden in Nederland rond 2030 gehaald kunnen worden.

Voor Brabant is nog van belang dat de auteurs van het Lancet-artikel stellen dat het niet mogelijk is de gezondheidseffecten te differentieren naar de samenstelling of de herkomst van het PM2.5 , en dus dat PM2.5 uit de veeteelt geacht wordt even gevaarlijk te zijn als alle andere PM2.5 . Dat leidt tot onzekerheid in de gevolgschattingen, want men weet niet of dat echt waar is en er wordt nog steeds op gestudeerd. Vooralsnog echter telt gewoon simpelweg hoeveel PM2.5 er in de lucht zit (zie ook Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij ).

Outsourcing, internationale handel en luchtvervuiling

Een internationaal team, geleid door Qiang Zhang van de Tsinghua Universiteit in Beijing, heeft onderzocht wat de effecten zijn van het outsourcen van de productie van goederen, en in welke mate luchtvervuiling door PM2.5 grensoverschrijdende gezondheidseffecten heeft.

Dit staat in Nature van 29 maart 2017 ( Transboundary health impacts of transported global air pollution and international trade), maar behalve de abstract zit dat achter de betaalmuur. Een goede samenvatting op het betaalvrije Internet door Dennis Normile staat onder International trade shifts the burden of pollution-related deaths .

Het artikel is gebaseerd op 2007, het laatste jaar waarvoor genoeg cijfers bekend waren. Het team komt voor dat jaar mondiaal op 3,45 miljoen doden door PM2.5 buitenshuis, waarvan 2,52 miljoen ten gevolge van de landbouw en productie en transport van goederen (de rest aan bijvoorbeeld opgewaaid stof, bosbranden, door planten afgescheiden chemicalien en lozingen door de internationale scheep- en luchtvaart).

De effecten zijn bepaald niet alleen maar lokaal.
12% van die 3,45 miljoen (ruim 411.000) is doodgegaan aan grensoverschrijdende luchtverontreiniging.
22% van die 3,45 miljoen (762.000) is doodgegaan door lozingen ten gevolge van productieprocessen in regio’s, waarvan de producten geexporteerd worden naar een andere regio.
De productie van in China gemaakte producten voor West-Europa en de VS veroorzaakt waarschijnlijk ongeveer 108600 vervroegd overleden Chinezen.
Anderzijds is het windafwaarts van China ook niet gezond voor de buren: in de landen ten Oosten van China geen 30900 mensen vervroegd dood door over de grens waaiend Chinees fijn stof (waarvan zelfs nog 3100 in de VS en West-Europa).

Containerschip in Hamburg

Zhang ziet ook niet meteen wat hieraan concreet te doen is. Er ruzie over maken heeft weinig zin. Luchtvervuiling blijkt een internationaal probleem dat vraagt om meer duurzame consumptie en milieu-hulp aan arme landen door het Westen.
Het wordt een ingewikkeld verhaal.

 

Rechter verbiedt Engelse regering luchtkwaliteitsaanpak onder de pet te houden

De regering van het United Kingdom heeft een ontwerp-plan om iets te doen aan de te hoge NO2 – concentraties in de lucht, die daar vooral komen door dieselmotoren. 37 van de 43 regio’s in het UK overtreden de regels van de EU voor deze stof (te weten een jaargemiddelde van 40μgr/m³ en-of hogere piekgemiddeldes). Daardoor gaan ongeveer 23500 mensen in het UK voortijdig dood.

De regering heeft een ontwerp-plan en moet dat uiterlijk 9 mei 2017 publiceren (het definitieve plan moet 31 juli klaar zijn). Maar er komen verkiezingen en daarom wil de regering de publicatie van het ontwerp-plan uitstellen. Er bestaat immers een soort gentlemans agreement dat in de aanloop naar verkiezingen er geen politiek gevoelig beleid naar buiten gebracht wordt.
Maar de hoogste rechter was het daar niet mee eens. Op de eerste plaats, vond hij, was dat gentlemans agreement geen wet en bovendien dat het sowieso niet gold voor kwesties die met de Volksgezondheid te maken hadden.
De rechtszaak was aangespannen door Client Earth.
Aldus The Lancet Respiratory Medicine van 05 mei 2017. Als men het zelf wil nalezen, zie thelancet.com/UK Government must publish air pollution strategy .

Een week later (op 13 mei) maakte The Lancet opnieuw gehakt van het Engelse regeringsbeleid. Zie Lancet_UK air pollution and public health_13mei2017 .

De Britse Long Stichting wil zaken die ons al vertrouwd voorkomen, zoals milieuzones, monitoren van de luchtkwaliteit en publicatie van de bevindingen, en geleidelijk uitfaseren van oude diesels.
Nederland heeft eerder naar de EU geluisterd dan het UK. Op enkele plaatsen en tijden is het nog steeds niet best, maar Engelse toestanden bestaan niet in ons land.

 

De Telegraph over fijn stof in Engeland

A jogger makes her way through the fog at Grantchester meadows in Cambridgeshire

De Telegraph schreef op 25 jan 2017 dat de luchtvervuiling in Londen, met 197μgr/m³ fijn stof, erger was dan die in Beijing, en dat dat onder andere kwam omdat ruim een miljoen Engelsen hout stoken – een snel groeiend aantal (zie www.telegraph.co.uk/science/2017/01/24/air-pollution-london-passes-levels-beijingand-wood-burners-making/ ) . Bovenstaande foto komt uit dat artikel.
Een klassieke wintersmog.

 

Bergeijk deed meting geluid en (ultra)fijn stof Eindhoven Airport

Bergeijk is een eigenwijze gemeente.

Het vliegveld ging van 30 mei 2016 middernacht tot 16 juni, 07.00 uur dicht omdat de startbaan onderhouden moest worden. Dat was een gelegenheid om het verschil te meten tussen de luchtkwaliteit zonder vliegtuigen en met bulldozers en vrachtauto’s, en met vliegtuigen en zonder die andere voertuigen. De provincie wou o.a. vanwege die bulldozers (bederft de meting) niet betalen en toen ging het over. Zie Provincie positief over ultrafijn stof-metingen bij EhvA

Niet in de gemeente Bergeijk. De naar het oosten afdraaiende vliegroutes komen over Walik en Riethoven en de bewoners maakten zich ongerust. Bergeijk liet dus de Anteagroup meten. De financiele middelen waren beperkt en daarmee ook de duur en de scope van de meting, maar desalniettemin kwamen er wat interessante resultaten uit. Die heeft de Anteagroup op 22 december 2016 vrijgegeven.

Ligging van de drie meetlocaties. Ik heb hierna steeds de gegevens van De Beemd 4 gebruikt, omdat dat de enige plek was waar een UFS-meter stond
Het monitoringprogramma

Meteo
Het was gedurende de meetperiode meestal zwakke tot matige ZZW tot ZW-wind, dus de wind waaide niet van het vliegveld naar Riethoven.
De luchtvochtigheid zat als regel tussen de 60 en 100%, dus vaak regen-
achtig weer. Dat drukt de aantallen fijn stof-deeltjes.

Geluid
Kort door de bocht leiden de geluidsgegevens tot de uitspraak dat het vliegverkeer overdag voor een bescheiden toename zorgt. Er zijn echter meer geluidsbronnen. Het meetprogramma is met frequentieanalyse in staat om onderscheid te maken tussen vliegtuigen en niet-vliegtuigen.
Als er een vliegtuig overkomt, zit dat gemiddeld op 44dB(A) en maximaal op 55 tot 65dB(A).
Overall zit het over een korte periode gemiddelde geluid (Leq ) overdag zonder vliegtuigen in de range 42-52dB(A) en met vliegtuigen in de range 45-60dB(A) .
Tenminste, gedurende dat ene etmaal met en zonder dat gemeten is – deze beperking moet steeds herhaald worden.

Het geluid gedurende een etmaal zonder en met vliegtuigen

PM2.5 en PM10

Fijn stof-concentraties zijn door de tijd heen grillig. Wel of niet vliegen heeft in deze categorie geen zichtbaar effect. Dat past bij de in deze kolommen al vaker geponeerde stelling dat het vliegveld in deze categorieën verzuipt in de andere bronnen (bijv. auto’s en achtergrond).
Overigens zijn dit nu net de categorieën die wel meetellen voor de vergunningverlening.

Ultrafijn stof (UFS)

Voor ultrafijn stof bestaat geen wettelijke norm.

In deze categorie, zo heb ik op deze site eerder betoogd, is het vliegveld wel een grote speler en dat zie je dan ook meteen. Dat komt omdat a) kerosine veel zwavel bevat en autobenzine en -diesel niet en b) omdat kerosine veel benzeen bevat, die bij verbranding roet vormt, en omdat het nu eenmaal niet mogelijk is om een roetfilter op een straalmotor te zetten. Zie respectievelijk Kun je zwavelvrije kerosine kopen? en Kun je zwavelvrije kerosine kopen ? (vervolg) en Roet en zwavel uit straalmotoren: dat kan veel minder!
De blauwe lijn in de grafiek is het tijdstip 16 juni, 07.00 uur en de horizontale as rechts van de blauwe lijn beslaat dus 8 uur en 24 minuten. Blijkbaar is de UFS-concentratie op die plaats in de nacht voorafgaand aan de blauwe lijn ca 7000 deeltjes/cm3 (kan kloppen, ik gokte in een eerdere schatting voor dichter op het vliegveld op 8000) (zie UFS-onderzoek rond Schiphol vertaald naar Eindhoven  .

Interessant is om ook een (jaargemiddelde) UFS-schatting van de gemeente Eindhoven af te zetten tegen de (incidentele) Bergeijkse meting. Het betreft hier een rekenmodel.

UFS-schatting gemeente Eindhoven, 2016, incl snelweg

De groene tint in de blob is achtergrond*2. Riethoven zit een eind richting achtergrond*2 en ligt een stuk verder weg.
Interessant om dat naast de uitkomsten van het model te zetten.

Je kunt nog wat meer met de gegevens varieren.

Deze plot toont het aantal deeltjes per cm3 horizontaal en de deeltjesdiameter (in nm) vertikaal. Overigens bevatten uitlaatgassen van vliegtuigen ook nog een heleboel deeltjes in het gebied van 10-30nm, die niet in de plot te zien zijn. Waarschijnlijk kan de gebruikte Aerasense die niet zien. De deeltjes in uitlaatgassen van auto’s zijn groter en die kan de Aerasense waarschijnlijk wel bijna allemaal zien. Bovendien kunnen de andere bronnen dichterbij zijn. De plot kan dus vertekend zijn.

Een ander idee van Antea was om er de P-index tegen aan te gooien. Dat is volgens Antea een soort gevaarparameter die in de literatuur gebruikt wordt voor nanodeeltjes. Als P<2 is, is de lucht redelijk schoon. Tussen 2 en 4 is de lucht gematigd verontreinigd.
Ik heb die literatuur overigens nu niet kunnen vinden. Daar kom ik nog wel eens op terug.

Dit is het plaatje:

Wat als u de studie wilt lezen?
De Antea-studie is op Internet (nog?) niet te vinden, ook niet bij de gemeente Bergeijk. Hij is te groot om als bijlage bij deze site te kunnen dienen. Ik kan hem dus niet downloadbaar maken. Wie interesse heeft, moet me maar een mail sturen (zie de rubriek Contact).

Helpen bomen tegen de luchtvervuiling?

Kappen met kappen
Een mevrouw uit een dorp in de regio Eindhoven stuurde mij een mail dat ze het er niet mee eens was dat de gemeente twee twintigjarige eiken wilde kappen. De bomen stonden niet als waardevol op een lijst en de gemeente hanteerde een objectieve matrix voor wel of niet kappen, dus goede raad was duur. Kon je met de luchtkwaliteit als argument dwars gaan liggen?

Ik heb van het juridische deel geen verstand. Bij ons in Eindhoven gaat het Trefpunt Groen Eindhoven over de bomenkap en ik heb voor de juristerij de mevrouw daar naar toe doorverwezen.

Twee situaties
Resteert de inhoudelijke vraag of bomen iets tegen de luchtvervuiling doen. Mensen houden (meestal) van bomen en daar zijn goede subjectieve en objectieve redenen voor. De gedachte dat bomen de lucht zui-
veren is sympathiek, maar niet elke sympathieke gedachte is waar. Zuiveren bomen echt de lucht?

Aan die vraag is veel onderzoek gewijd, tot en met metingen, windtunnels en computermodellen toe, en het antwoord is dubbelzinnig. Dat
blijkt uit het Nederlandse standaardwerk op dit gebied van het RIVM “Het effect van vegetatie op de luchtkwaliteit (Update 2011)”. Men kan dat vinden op www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680705019.pdf  . Ik gebruik vooral deze bron. Andere bronnen zijn hierin vaak meegenomen.
Ook:  www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport1419.pdf
en https://www.ecn.nl/nl/nieuws/newsletter-nl/2010/juli-augustus-2010/bomen-als-stofvanger/
en http://www.groeneruimte.nl/dossiers/groen_en_luchtkwaliteit/home.html (is goed)

De vraag moet worden opgeplitst in twee hoofdvragen: hoe is de wisselwerking tussen bomen (meer algemeen vegetatie) en de atmosfeer, en welke effecten hebben bomen en struiken langs drukke wegen?

De wisselwerking bomen (cq vegetatie) – atmosfeer sec
Deze vraag is onderzocht voor NO2 en voor fijn stof.

Van de stikstofoxides gaat alleen NO2 een relatie aan met een plant, via de huidmondjes.
huidmondjes

Tot een bepaald maximum werkt NO2 gunstig voor de groei, na dat maximum werkt de stof schadelijk op de plant. Dat maximum kan per soort plant sterk uiteen lopen.

Planten vangen fijn stof (en hebben daar geen last van, het regent er vaak vanaf) door de zwaartekracht (de grofste deeltjes vallen omlaag); aerodynamica (de wind maakt bij een tak een bocht en de deeltjes vliegen recht door); en de Brownse beweging (voor hele kleine deeltjes).
depositiesnelheid-als-functie-van-de-grootte
(Een depositiesnelheid is een kunstmatig begrip. Stel je voor dat de wind een concentratie fijn stof met zich meevoert van 25µgr/m3 en dat die op een loodrecht vlak van 1m2  5µgr/m3sec afzet, dan heet de depositiesnelheid 5/25 = 0,2 m/sec. De depositiesnelheid is dus per definitie een maat hoeveel fijn stof er op een dwarsoppervlak kan worden afgezet, gegeven hoeveel er per m3 in de lucht zit).
De depositiesnelheid wordt bepaald door de aard van het oppervlak. Harige, gekrulde blaadjes hebben een grotere depositiesnelheid dan gladde platte.

Weggevangen hoeveelheden per boom per jaar bij verschillende stamdiameters
Weggevangen hoeveelheden per boom per jaar bij verschillende stamdiameters

Er is op allerlei manieren aan bepaald en gerekend oa door de Amerikaanse Forest Service. Dat leidde o.a. tot bijgevoegd illustratief plaatje, waarin geschat wordt hoeveel een individuele boom van een bepaalde stamdiameter in Chicago per jaar vangt (een pound is 454gram en een inch is 2,5cm).
Lees dus: een boom in Chicago met een stamdiameter  van >=30 inch (75cm) vangt per jaar ca 500gr PM10, ca 500 gr ozon, en ca 200 gr NO2 . Accepteer hierin de nodige onzekerheid en situatiegebondenheid, en hou voor Nederland overeind dat een forse boom goed is voor een paar honderd gram fijn stof per jaar.
Een in Nederland veel gebruikte schatting is ca 100gr fijn stof per stadsboom per jaar (maar stadsbomen zijn meestal een stuk dunner dan 75cm). Kan dus grofweg kloppen.

Het is bij het RIVM nog onduidelijk hoe effectief groene daken zijn.

Een plaatje van Internet voor Nederland geeft dit (dus per hectare ipv per boom), in een onaannemelijk hoge precisie:
opname-fijn-stof-per-opp-per-soort-vegetatie-header

Opname van fijn stof per jaar per hectare
Opname van fijn stof per jaar per hectare

Naaldbomen vangen overigens niet alleen materie, ze stoten ook uit. Die lekkere dennenlucht bestaat o.a. uit terpenen, Vluchtige Organische Stoffen die in smogomstandigheden een rol kunnen spelen.

De vraag of bomen NO2 en fijn stof vangen kan dus bevestigend worden beantwoord. Let wel: dat is dus een afspiegeling van alle fijn stof in de lucht, waarvan slechts een beperkt deel van het lokale verkeer afkomstig is.

De vraag wat jouw longen daaraan hebben, is een geheel andere. Voor jouw longen telt niet wat de boom weggevangen heeft, maar wat de boom overgelaten heeft. Jouw longen ademen luchtconcentraties in. Die 500gr van een forse boom moet via ingewikkelde modellen verdeeld worden over heel veel km3 lucht. Dat resulteert in een daling, maar de grootte daarvan valt tegen. Onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat alle bomen in New York samen, als de groen zijn, de concentraties ozon met 0.50% verlagen, PM10  met 0.47% en NO2 0.31%.

Alleen als je heel veel bomen zet kom je hoger. In Glasgow en Wolverhampton is berekend wat het zou schelen als van de aanwezige open ruimte een kwart begroeid zou raken (waarbij het probleem was dat de meeste PM10 hing op de plekken met de minste ruimte). Dat zou resp. 2,5% en 7% schelen.

Wat doen bomen langs drukke wegen?
Bij drukke wegen wordt het verhaal gecompliceerder, omdat het verkeer een punt- of lijnbron is met een specifieke vormgeving, te midden van grotere omgeving. Daardoor treden er zowel concentratie- als verspreidingseffecten op ten gevolge van de wind. De netto som van de verspreidingseffecten over het gehele gebied is nul, maar dat geldt niet in elk afzonderlijk deelgebied.

Stedelijke canyon, luchtkwaliteit met en zonder bomen
Stedelijke canyon, luchtkwaliteit met en zonder bomen

Dit is een “stedelijke canyon” met in het tweede plaatje geen bomen en in het derde plaatje de bomen uit het eerste plaatje. Vervolgens een computersimulatie. Het algemene effect is dat in deze situatie bomen de wind breken, waardoor in de straat aan de grond de lucht vuiler is en op grotere hoogte schoner.

Snelweg, luchtkwaliteit met en zonder bomenrij aan één kant
Snelweg, luchtkwaliteit met en zonder bomenrij aan één kant

Dit is een vergelijkbaar plaatje met bomen aan één kant langs de snelweg.

De concentratieeffecten door de bomen zijn beduidend groter dan de vervuilingsabsorbtie van diezelfde bomen. Het is dus niet verstandig om bomen langs een drukke weg te zetten, als daarvan het uitsluitende doel is om de luchtkwaliteit in de nabijheid van die weg te verbeteren. Wil je toch bomen (bijv. voor de sfeer of de sier), zorg dan dat de kruinen geen gesloten tunnel vormen.

Vegetatie-geluidsscherm
Vegetatie-geluidsscherm

Vegetatieschermen en idem geluidswallen hebben er vlak achter dubbelzinnige effecten. De schaarse metingen laten zowel iets lagere als iets hogere concentraties van stikstofoxiden zien.

De moraal
Bomen in de stad zijn goed. Een individuele boom is niet heilig, maar de gemeente moet wel een goed verhaal hebben om te kappen en liefst elders een nieuwe de grond in. De mevrouw van de twee eiken heeft mijn sympathie, maar ik ken het achterliggende verhaal niet.

Als de gemeente een heleboel bomen in het stadspark zet, is dat een goede zaak.
Maar als de gemeente bomen langs een drukke autoweg wil zetten, moet ze goed weten wat ze daarmee wil bereiken en wat ze doet en hoe ze het doet.

Andere maatregelen zijn belangrijker voor schone lucht in de stad.

De luchtkwaliteit in Boxtel – update 21 okt en 16 november 2016

Update – 2:
Het College van B&W van Boxtel heeft antwoord gegeven op onderstaande vragen. Het lijkt een alleszins redelijk antwoord.

De eerste vraag ging over stedelijke distributie, digitaal bestelde pakjes bezorgen, etc, liefst ook om mensen in te schakelen met afstand tot de arbeidsmarkt. Het antwoord lijkt me welwillend, maar om het goed te kunnen beoordelen moet je de lokale situatie kennen, en die ken ik niet goed genoeg.

De tweede vraag of het Luchtkwaliteitsplan uit 2011 niet eens ge-updated zou moeten worden vanwege alle ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar. Die updating is toegezegd voor 2017, en alle relevante zaken worden er in meegenomen. Dat is prima.

De derde vraag ging over houtstook. B&W willen meelopen in het spoor van de Vereniging van Nederlandse  Gemeentes (VNG). Dat is op zich een logische keuze van B&W, maar ik kan niet goed overzien wat de inspanningen van de VNG waard zijn. Ik heb die de laatste maanden niet gevolgd.

Update – 1:

Naar aanleiding van de lezing heeft de Boxtelse SP schriftelijke vragen gesteld aan het College van B&W. Ze vragen om het Boxtelse luchtkwaliteitsplan uit 2011 (in die tijd een goed standaard-plan) te evalueren en te updaten, omdat er sinds die tijd het nodige gebeurd is, oa het digitaal winkelen en navenant bezorgen, de hogere maximum snelheid op de A2, de ontwikkelingen in de landbouw en recente publicaties over houtstook.
De vragen zijn hier te vinden.

——————————–

Verschillende Boxtelse organisaties op duurzaamheidsgebied hebben de Duurzame Week Boxtel georganiseerd. Ze hadden mij via Milieudefensie gevraagd om in die week (donderdag 6 oktober 2016) een lezing in de Bibliotheek te houden over de Boxtelse luchtkwaliteit. Een eervolle vraag.

De presentatie is te vinden, vanwege de omvang van het bestand in twee delen, –> lezing-duurzame-week-boxtel-06-okt-2016-helft-1 en lezing-duurzame-week-boxtel-06-okt-2016-helft-2.

Ik heb mij in mijn lezing beperkt tot stoffen in de atmosfeer, die toxisch zijn voor de mens, dus tot de volksgezondheidsaspecten. Daarin moeten verschillende vormen van onderscheid worden aangebracht: naar schaalgrootte (Boxtel zelf en het grotere geheel), naar soort vervuiling, tussen meten en berekenen, tussen normen en adviezen.

Voorbeeld-concentratieopbouw van luchtvervuiling bij een stad
Voorbeeld-concentratieopbouw van luchtvervuiling bij een stad

In een dorp als Boxtel, dat relatief ver van grote steden ligt, wordt de luchtvervuiling vooral bepaald door de regionale achtergrond.  Daarbovenop komt een, niet zo hoge, Boxtelse blauwe bobbel, de rode piek moet je zien als de A2 en de gele als de grotere wegen door Boxtel.
De blauwe bobbel bevat verwaaide uitlaatgassen binnen Boxtel, vee-
teelteffecten (Boxtel was een station in het VGO-onderzoek van
Heederik), houtstook door huishoudens en andere huishoudelijke lozingen, en industriele fijn stof-lozingen.
De Nationale Emissie registratie noemt vier Boxtelse bedrijven, samen goed voor ruim 46 ton PM10: Van Oers, Van Oerle-Alberton, Vion Boxtel en Van Geel Systems metaalwarenfabriek. 46ton is ongeveer 1% van de totale Brabantse PM10-lozingen – die overigens verhoudingsgewijze hoog zijn.

Een piek zie je op de plattegrond vooral als een piek bij ultrafijn stof en roet. Dit plaatje uit Rotterdam voor het verschil tussen PM10 en roet (EC) is illustratief:

Vergelijking lokaal karakter PM10 en roet in Rotterdam
Vergelijking lokaal karakter PM10 en roet in Rotterdam

De meest directe relatie tussen een milieuhygienische handeling en een zichtbaar resultaat binnen de bebouwde kom krijg je als je iets aan roet doet. Dus aan auto’s en houtstook door amateurs.
De Boxtelse roetkaart ziet er als volgt uit:

Roetkaart van Boxtel. 2014, Atlas voor de Leefomgeving en RIVM
Roetkaart van Boxtel. 2014, Atlas voor de Leefomgeving en RIVM

Tot slot heb ik met de aanwezigen over mogelijke praktische stappen gepraat, die Boxtel alleen of samen anderen zou kunnen zetten:

  • versnelde modernisering wagenpark (elektrisch rijden, hybride of Euro6)
  • meer fiets en OV, bijv. via collectief vervoer naar Boxtelse bedrijven op Ladonk
  • meer planmatigheid in de distributie van goederen
  • een lagere maximum snelheid op de A2 (heeft de gemeente al vergeefs geprobeerd)
  • werk mee aan een kleinere en ecologisch meer verantwoorde veehou-
    derij
  • actie tegen open haarden
  • het Boxtelse Luchtkwaliteitsplan is goede standaard, maar dateert al weer uit 2011. Het zou geupdated kunnen worden.

Tenslotte: ik heb voor Boxtel een handleiding gemaakt hoe om te gaan met visualisatie-programma’s van de luchtkwaliteit als de viewer van het NSL en de Atlas voor de Leefomgeving. Die kan men vinden –> handleiding-voor-het-lezen-van-gevisualiseerde-bestanden-met-luchtkwaliteitsgegevens_okt2016

Groen Links Eindhoven bouwt met initiatiefvoorstel voort op verkeersactie Milieudefensie Eindhoven, maar haalt het niet

Het voorstel van Groen Links heeft het in de gemeenteraadsvergadering niet gehaald. Voor stemden Groen Links zelf, de SP en de lokale linkse partij BBL.

Ik kom er nog op terug.

De voorgeschiedenis
Milieudefensie Eindhoven heeft in maart 2014 bijna 3500 handtekeningen aangeboden aan wethouder Toronoglu (en daarmee aan de gemeenteraad). Die waren in het voorafgaande half jaar opgehaald met schonere lucht-eisen.
Milieudefensie had, ter gelegenheid van de aanbieding, een uitgewerkt verkeersplan gemaakt. Dat is maatregelenpakket 2014-2018 te vinden. De bedoeling was dat dat plan een rol zou gaan spelen bij de convenantsonderhandelingen.

Het plan bevatte twee inrichtingsvoorstellen:

  • Volg het advies van de Amsterdamse GGD- geen nieuwbouw binnen 300m van de snelweg en binnen 50m van een provinciale of drukke stedelijke weg, vraag altijd GGD-advies
  • Het (beperkte) luchtzuiverend vermogen van planten meenemen in het groenbeleid
    Eindhovense milieuzone (het rode deel wordt slecht gehandhaafd, het blauwe deel in het geheel niet)
    Eindhovense milieuzone (het rode deel wordt slecht gehandhaafd, het blauwe deel in het geheel niet)

    Het plan bevatte acht verkeersvoorstellen:

  • Vanaf 2015 milieuzone voor bestelauto’s Euro 1 en 2 (beginjaar 2001)
  • Handhaaf de hele milieuzone binnen de Ring (dus ook Woensel en Tongelre)
  • Gebruik daarbij moderne technische middelen
  • Voer een subsidie t.b.v. sloop van oude auto’s in
  • Ontwikkel een plan voor stedelijke distributie
  • Faciliteer een pilot met elektrische taxi’s en vraag bij de aanbesteding van het OV om   een kosten-baten analyse van elektrische bussen
  • Garandeer aan iedereen met een elektrische auto, binnen redelijke grenzen, een oplaadpunt in de buurt. Kijk of er in de openbare ruimte voldoende oplaadpuntenzijn voor elektrische fietsen.
  • Werk aan een gunstige modal split tussen de auto enerzijds en lopen, fiets en OV anderzijds. Rond HOV-lijn twee af en begin na te denken over HOV-lijn drie.
Vergelijking Groningen-Eindhoven op een spinnewebdiagram, buitenste lijn = 5
Vergelijking Groningen-Eindhoven op een spinnewebdiagram, buitenste lijn = 5

Het huidige College van B&W voert over het algemeen een tamelijk progressief verkeersbeleid. Uiteraard wordt dat niet alleen door Milieudefensie, maar ook door andere krachten beïnvloed.
Welke drijvende kracht ook de sterkste geweest moge zijn, een deel van bovenstaand tienpuntenprogramma is uitgevoerd (het groenbeleid, de pilot met elektrische taxi’s, elektrische bussen, auto’s en oplaadpalen minstens voor een deel, modal split een eind, HOV-lijn 2 wordt afgerond).

Maar het College wou niet aan een sterkere milieuzone. Op 1 maart 2016 vonden B&W (zie raadsinformatiebrief_milieuzone)dat aanscherping van de milieuzone met personen- en bestelauto’s Euro 0-2 of Euro 0-3 teveel chagrijn zou opleveren, teveel zou kosten en te weinig zou opleveren, en de auto’s worden vanzelf ook schoner. Een en ander op gezag van een TNO-onderzoek (tno-rapport).
Een subsidieregeling voor de sloop van oude auto’s zou 5 miljoen incidenteel kosten, de techniek van kentekenonderzoek met camera’s incidenteel 0,5 tot 1 miljoen, en extra personeel 0,2 miljoen per jaar.
Verder wilde het College niet wat tegen brom- en snorfietsen doen, omdat dat gemiddeld te weinig opleverde.

Milieudefensie is het niet eens met het standpunt van het College, maar kan het wel volgen. Gemeentepolitiek betekent afwegingen maken en (even kort door de bocht) aan te weinig thuiszorg gaan ook mensen dood.

Uiteindelijk heeft Milieudefensie een brief teruggestuurd, waarin voor een beperkte variant van het eerdere plan gekozen werd. Wel aanscherping van de milieuzone, geen sloopregeling, bromfietsen van het fiets-
pad en telefoontjes naar de minister dat de toelating van nieuwe brommers landelijk sneller opgekuist werd, stimuleren van elektrische brommers en fietsen bij speciale doelgroepen). Dat plan zou een stuk minder kosten (zie persbericht_mildef-ehv-wil-toch-aanscherping-milieuzone_12april2016).

Het initiatiefvoorstel van Groen Links en het ronde tafel-gesprek
Voor er een antwoord van het College op deze nieuwe brief kwam, pakte Groen Links Eindhoven de uitdaging op en kwam op 15 september met een initiatiefvoorstel, dat goeddeels de ideeën van Milieudefensie ver-
woordde (fijn-stof-tot-nadenken-groenlinks-eindhoven_sept2016).
fijn-stof-tot-nadenken_grl_sept2016_voorpagina
Zoals wel vaker startte het politieke proces met een ronde tafel-gesprek (04 oktober 2016). Daar spraken JP Close namens AiREAS, ik namens Milieudefensie en Leendert van Bree als extern deskundige.
Jean-Paul Close legde de algemene ideologische lijn van zijn coöperatie uit. Samen de schouders onder de gezonde stad! AiREAS heeft een geavanceerd meetnetwerk tot stand gebracht (zie AiREAS), maar omdat AiREAS een beetje terughoudend is t.a.v. concrete gemeentepolitieke standpunten, schoot Groen Links daar als ondersteuning van het initiatiefvoorstel niet zoveel mee op.
Voor mijn bijdrage zie presentatie-bij-stadsgesprek-04okt2016. Die was doelgericht vormgegeven als uitleg bij en ondersteuning van het Groen Links-voorstel.
Leendert  van Bree was tot zijn pensionering verbonden aan de Universiteit van Utrecht (hij weet alles van Gezonde Steden) en hij was deskundige voor het Planbureau voor de Leefomgeving. Zijn bijdrage staat eindhoven-transitie-naar-gezonde-stad-van-de-toekomst-relatie-luchtbeleid-_04okt2016. Leendert van Bree verbindt een brede visie, op een hoog abstractieniveau, op de Gezonde Stad met een down to Earth-benadering waar het concreet moest worden. Dat werkte als een goede ondersteuning voor het voorstel.
Hij noemde als maatregelen onder meer handhaven van de Euro6-verplichting in de praktijk, een milieuzone, stimulering van elektrische en waterstofauto’s via het parkeerbeleid, een lagere maximum snelheid, het aanpakken van houtstook, meer thuiswerk, meer OV en een betere organisatie van de ‘last mile’.

Het was een genoegen weer eens te debatteren op de plaats waar ik dat van 1990 tot 2010 als gemeenteraadslid gedaan had. Ik was het nog niet verleerd. Er zat een VVDer uit de Blijde Rijder-Autotelegraafschool die met meer luidruchtigheid dan deskundigheid de aandacht opeiste. Kortom, het was gezellig en dat voor 30 mensen publiek.

Tijdens het debat bleek overigens dat er moties aangenomen zijn in de gemeenteraad op twee andere punten van interesse van Milieudefensie. Alleen hadden die de krant niet gehaald.
De ene betrof een advies, dat ik aan Groen Links gegeven had, over laadpalen. Het idee om meer laadpalen voor elektrische auto’s te plaatsen, is eigenlijk niet meer omstreden. Er staan er nu ca 100 in Eindhoven en door een provinciaal plan worden er dat binnenkort 120. Mijn advies was om uit te zoeken hoe zich dat aantal verhield tot de behoefte. Staan de mensen er voor in de rij of staan ze ongebruikt? Zijn het gewone of snellaadpalen? Kortom, een gebruiksonderzoek. Maar daarover was al een motie aangenomen, dus dit advies was niet meer nodig.
Het andere betrof de noodzaak van en stedelijk distributieplan. Zeker nu het elektronisch winkelen, met de bijbehorende bezorging, zo’n hoge vlucht neemt, is er een plan nodig om de goederen zo efficient en schoon mogelijk bij de klant terecht te laten komen. Ook daarover was een motie aangenomen (van de CU).
Milieudefensie gaat dit volgen.

Roet in the City
Eigenlijk gaat de discussie vooral over roet. (NB: ultrafijn stof is een grootte-aanduiding. Daaronder vallen alle deeltjes in het submicrometergebied. Roet is een samenstellingsaanduiding: daaronder vallen deeltjes die grotendeels uit koolstof bestaan, met aanhangende extra vervuiling, en die als regel uit verbrandingsprocessen afkomstig is). Roet is van-
uit medische overwegingen verdacht.

Vergelijking lokaal karakter PM10 en roet in Rotterdam
Vergelijking lokaal karakter PM10 en roet in Rotterdam

De effecten van roet zijn een stuk lokaler dan die van PM10 (grover fijn stof).
Het eerder genoemde TNO-rapport laat zien dat een aangescherpte milieuzone vooral voor roet resultaat heeft.
In de minst vergaande variant (personen- en bestelauto’s, geen euro 0-2) scheelt het aanscherpen van de milieuzone binnen die zone 20% van de roetbijdrage van het verkeer, zijnde bijna 5% van alle roet in dat gebied. In absolute getallen: in de milieuzone (het gebied binnen de ring) is de roetconcentratie in de lucht 1,1µgr/m3 , waarvan 0,26µgr/m3 voor rekening van het verkeer komt. De milieuzone verlaagt die concentraties met 0,05µgr/m3 .
In de meest vergaande variant (geen personen- en bestelauto’s diesel 0-3 en benzine vanaf Euro0), zijn diezelfde percentages resp. bijna 30 en ruim 7%.
Naarmate de tijd vordert dalen die percentages (wordt dus de verbetering relatief minder), omdat de auto’s ook vanzelf al schoner worden (wat overigens ook weer mede veroorzaakt wordt door diezelfde milieuzones).

Het TNO-rapport rekent niet door wat het effect is van een gelijktijdige verbetering van de handhaving. Het doet alsof de handhaving nu zeer goed is en straks ook, maar in werkelijkheid is de handhaving nu belabberd en wordt in het Groen Links-plan voorgesteld die zeer goed te maken. Het onbekende effect van een betere handhaving komt bovenop het bekende effect van een betere techniek.

(Roetkaart Eindhoven, RIVM, 2014, modelmatig berekend).
(Roetkaart Eindhoven, RIVM, 2014, modelmatig berekend).

Milieudefensie raadt alle partijen aan om het initiatiefvoorstel van Groen Links over te nemen.

Industriele luchtvervuiling brengt nanodeeltjes magnetiet in hersenen – mogelijk gezondheidsgevolgen

In een artikel in Science van 05 sept 2016 (van de hand van Michael Price) wordt beschreven hoe industriele luchtvervuiling kleine korreltjes magnetiet in de hersenen kan doen belanden.

Bij post-mortems gedetecteerde nanodeeltjes magnetiet in de hersenen
Bij post-mortems gedetecteerde nanodeeltjes magnetiet in de hersenen

Magnetiet (Fe3O4) is een veel voorkomende vorm van ijzeroxide. Het is magnetisch (de naam is niet toevallig).
De stof komt van nature in weefsels voor. Vermoed wordt dat bijv. het oriëntatievermogen van vogels zijn oorsprong vindt in magnetietkristalletjes in organen. Er is op dit  gebied nog veel onbekend.
Naast deze biologische vorm kan magnetiet ook in de hersenen terecht komen ten gevolge van luchtvervuiling, veroorzaakt bij hoge temperaturen in bijvoorbeeld verbrandingsprocessen of hete remmen. Het materiaal heeft dan een andere vorm en samenstelling. Het gaat om een soort bolletjes, kleiner dan 150 nanometer, waarin ook platina, nikkel en cobalt voorkomen. Dit ultrafijne stof passeert dan de vaatwanden en de blood-brain barrier en verzeilt zo in de hersenen. Barbara Maher van de Universiteit van Lancaster, expert op het gebied van magnetisme in de leefomgeving, heeft secties verricht op de frontale cortex van 37 mensen, meestal afkomstig uit Mexico City en verder uit Manchester. Zij trof biologisch magnetiet aan, maar zeer veel meer magnetiet, afkomstig uit luchtvervuiling.  Zie afbeelding.
Ook Kirschvink, de wetenschapper die 25 jaar geleden voor het eerst biologisch magnetiet in de hersens ontdekte, is verontrust over de relatief hoge concentraties  industriele nanodeeltjes.

Het is denkbaar dat nanodeeltjes magnetiet een risicofactor zijn voor de ziekte van Alzheimer en andere neurodegeneratieve ziekten. Dat idee moet serieus genomen worden, maar is (nog) niet bewezen, aldus Jennifer Pocock (neuroloog University College London) in een in het artikel geciteerde second opinion.

Voor het volledige artikel zie –> industrial-air-pollution-leaves-magnetic-waste-in-the-brain_science_sept2016

Zie ook https://en.wikipedia.org/wiki/Magnetite

Noorden van Waterrijk in risicogebied UFS en de mogelijke gevolgen voor de woningverkoop

De officiële goegemeente in Eindhoven doet altijd holadiee over de vele baten die het (vooral) vakantievliegveld de regio zou schenken. Er zijn wel baten, maar die zijn niet zo hoog als vaak aangenomen.

Wat vaak over het hoofd gezien wordt, is dat er ook kosten voor de omgeving zijn, bijvoorbeeld in de zin van beperkingen aan de ruimtelijke ordening. Binnen de 20 Ke-zone heeft men afgesproken geen grootschalige woningbouw te plegen, waardoor bijvoorbeeld Son met een deel van de bouwplannen in Sonniuswijk bleef zitten. Een ander glanzend plan, de Brainport Innovatie Campus, ligt grotendeels binnen de 20Ke-zone en deels zelfs binnen de 35Ke-zone, en verder in het beinvloedingsgebied van de A2. Ik kan mij niet voorstellen dat al die kenniswerkers zich goed kunnen concentreren en mocht de regio hier nog eens een kwetsbare bestemming willen realiseren, dan is dat in elk geval in de 35Ke-zone verboden.

De   ruimtelijke ordening rond vliegveld Eindhoven is ontstaan in de tijd dat het geluid het enige criterium was. Technisch is het relatief simpel om een geluidssigaar te construeren, want er zijn goede rekenmodellen die betrouwbare gegevens afscheiden als er betrouwbare gegevens ingestopt worden. Wie een blik werpt op de kaart van de regio, ziet dat nieuwe initiatieven buiten de 20Ke-zone blijven, zoals die in 2020 verondersteld wordt te zijn.  De Eindhovense wijk Waterrijk is daarvan een voorbeeld.

Geluidscontour civiel+militair Luchthavenbesluit 2013
Geluidscontour civiel+militair Luchthavenbesluit 2013

Dat is iets waard, maar een probleem blijft dat er

a) binnen de 20Ke-zone al tienduizenden huizen stonden die niet beschermd zijn.

b) als na 2020 het vliegveld verder zou groeien, de 20Ke-zone opschuift over de huizen heen, die nu buiten die zone gerealiseerd worden. De 20Ke-zone beschermt alleen de nieuwbouw die na de vaststelling van de zone gerealiseerd wordt.

c) ook buiten de 20Ke-zone bestaat veel hinder

Het nieuwe probleem is dat er een tweede milieucriterium bijgekomen is, namelijk (ultra)fijn stof (UFS). Dat gedraagt zich fysisch anders dan geluid en maakt een ander soort vlek op de kaart. Nieuwe huizen, waarvan men dacht dat ze aan de regels voldeden, kunnen toch een ander probleem hebben. Voor dit probleem bestaan nog geen wettelijke regels en in bijv. het Milieu Effect Rapport bij het recente Luchthavenbesluit speelt UFS geen rol. In praktijk bestaat er wel een probleem.

Ultrafijn stof-verdeling rond het vliegveld, 2020, alleen civiel
Ultrafijn stof-verdeling rond het vliegveld, 2020, alleen civiel

Ik kreeg dus een stel over de vloer dat overwoog om een huis te kopen in het noorden van de nieuwe Eindhovense wijk Waterrijk (een onderdeel van Meerhoven). De vraag was hoe dat plan zich verhield tot de recent bekend geworden gemeentelijke UFS-schatting rond het vliegveld. Wat ik daarvan vond?

Ik kan niet besluiten of iemand anders wel of geen huis moet kopen. De keuze is aan hen en er was geen sprake van een dwangsituatie. Ik kan slechts de informatie geven dat het Noorden van Waterrijk binnen het groene deel van de blob zit, en dat dus aannemelijk is dat de UFS-concentratie minstens verdubbeld is t.o.v. de achtergrond. Daar zit het militaire vliegen nog niet bij.

Zeer onlangs kreeg ik een mailtje dat het stel van de koop had afgezien, met de milieusituatie als een van de argumenten.

Zie ook Het milieu in Meerhoven .

Veehouderij, gezondheid en omwonenden

Sinds naoorlogse decennia heeft de veehouderij een steeds zwaarder stempel gezet op het de oostelijke helft van Noord-Brabant en Noord-Limburg, daarbij geholpen door de machtige lobby van de ZLTO en par-
tijen als VVD en CDA. Het is inmiddels de meest fosfaatbelaste regio van Europa.

Fosfaatbalans in Europa
Fosfaatbalans in Europa

Steeds duidelijker werd ook dat de veeteelt tot gezondheidseffecten voor mens en dier leidde. De op elkaar gepakte dieren bleken elkaar gemakkelijk te besmetten en soms sprong een medisch probleem op de mens over, zoals bij de Q-koorts (die inmiddels minstens 74 mensen het leven heeft gekost) en de resistente bacterien die de oorlog verklaren aan de ziekenhuizen.

Er viel niet aan te ontkomen dat hier onderzoek aan gedaan moest worden. In 2011 werd het IVG-onderzoek gepubliceerd, in 2012 het advies van de gezondheidsraad, en op 7 juli 2016 het onderzoek Veehouderij en  Gezondheid Omwonenden (VGO-onderzoek). In alle gevallen met professor Heederik van het Utrechtse IRAS aan boord. Zie Volledige tekst VGO-onderzoek  .

In dat laatste onderzoek werden voor het eerst concreet man en paard genoemd of beter, man, kip en varken. Dat leidde tot veel politieke reacties en als het goed is, tot concrete maatregelen. De Wet Dierenaantallen  zal worden losgetrokken uit zijn al twee jaar durende verstarring, en de provincie wil gaan sturen op dieraantallen, waarbij die wet het belangrijkste instrument is.
pluimvee per km2

varkens per km2
Wat staat er in het rapport?
Voor wie het zelf na wil lezen: bij het rapport hoort een populariserende brochure, die te vinden is op VGO resultaten-brochure

Het onderzoek rust op twee poten: een gezondheidsonderzoek van een grote populatie via huisartsenpraktijken, en nader onderzoek met bloedprikken, poepmonsters en bloedprikken bij een deel van de populatie; en uit metingen in het onderzoeksgebied en metingen in een (eenvoudiger) controlegebied elders.

Schema VGO
Schema VGO
  • Wie dicht op een veeteeltbedrijf woont, heeft minder gauw asthma, COPD en allergieën
  • Bij wie er toch COPD heeft nabij een intensieve veehouderij, wordt de ziekte erger
  • Veel veehouderijen kort bij de woning leiden tot een slechtere longfunctie, vooral als het er meer dan 15 binnen 1 km zijn
  • De longfunctie gaat op en neer met de ammoniakpieken in de lucht. Of die ammoniak rechtstreeks op de longen werkt of via de omweg van gevormde secundaire aerosolen (bijv. ammoniumnitraat) is onduidelijk. Heederik denkt het laatste.
  • Geitenbedrijven en kippenboerderijen (deze laatste tot op ruim een kilometer afstand) leiden tot extra longontsteking
  • Nertsen houden is een gevaar voor de volksgezondheid
  • Alle gevaren zijn voor de boer zelf en zijn gezin het grootst
  • Er zijn op 61 locaties PM10- en endotoxine-metingen. Dichtbij een intensieve veehouderij zijn die hoger dan verder weg. Dit alles moet nog verder geïnterpreteerd worden.
    PM10_endotoxinen
    Met de kanttekening dat ‘leiden tot’ opgevat moet worden als een correlatie is dit ongeveer de ondergrens van wat zeker is.

Daarnaast noemt de studie een aantal mogelijke omstandigheden die zouden kunnen bestaan, maar te zeldzaam zijn om het tot statistische significantie te schoppen, of die stuiten op technische problemen (zoals dat er nog geen goede bloedbepaling voor is), of waarvan nog veel onduidelijk is.
–      endotoxinen zijn restanten va de celwand van bepaalde bacterien. Er zitten endotoxinen in de lucht in stallen (in hoeveelheden die ver boven de advieswaarde van 30EU/m3 voor de bevolking), en ook in de lucht buiten stallen (dichtbij de stal soms boven de advieswaarde). Wat de betekenis daarvan is, is nog niet helemaal duidelijk.
–      mogelijk worden omwonenden af en toe besmet met de MRSA-bacterie. Verder kon er geen antibioticaresistentie gemeten worden.
–      1,9% van de bloedgeprikten heeft ooit de vogelgriep gehad
–      voor sommige ziektes, zoals de papegaaienziekte, bestaat nog geen goed bloedprikonderzoek

Heederik cs zeggen terecht dat er nog veel nader onderzoek nodig is. Een deel van het materiaal van dit onderzoek is nog niet uitgewerkt en verschijnt later dit jaar. Dit alles kan dus tot extra kennis van schadelijke effecten leiden.

Wat ik van het onderzoek vind
Ik heb niet veel verstand van medische kwesties, dus ik ga daar geen uitgebreid verhaal aan wijden. Voor zover ik dat beoordelen kan, is het binnen zijn beperkingen in plaats, middelen en tijd goed gedaan. Heederik zegt dat vervolgonderzoek nodig is, en dat lijkt mij ook. Wat misschien nog het meeste zin heeft, is om de trends over een langere tijd waar te nemen, zodat ook meer zeldzame effecten boven water komen.

Waar ik aan twijfel, is Heederiks verhaal over ammoniak die niet rechtstreeks werkt, maar via de omweg van fijn stof (secundaire aerosolen, wat dan in praktijk ammoniumnitraat is). Zuiver ammoniumnitraat zelf is niet giftig en roept, bij kleinschalige proeven met muizen die op Internet beschreven worden, geen biologische effecten in de longen op. Ik zou zelf verwachten dat op zijn minst een deel van de ammoniak rechtstreeks op de longen werkt.
Heederik brengt dit verhaal zelf ook speculatief en met de nodige terughoudendheid.

Waar ik ook een beetje aan twijfel is om effecten dichtbij een boerderij (bijv. <250m) te vergelijken met die verder weg in het VGO-gebied (bijv. >1000m). Het zou wel eens kunnen dat het cumulatieve effect van alles de algemene achtergrond zo verziekt  heeft, dat die niet meer als onaantastbare referentie gezien kan worden.

Het is in elk geval goed dat het onderzoek er is.

Wat ik vind dat nu wel en niet gedaan moet worden
Mijns inziens moet de reactie van de overheid niet beperkt blijven tot alleen verdergaande technische maatregelen. Die werken alleen maar als de dieren binnen zijn (maar dierenwelzijn vereist dat koe, kip of varken af en toe de snuit buiten de deur kan steken), en bovendien worden die maatregelen in praktijk soms door nalatigheid of slecht onderhoud ontdoken.

Verder moet het heil niet verwacht worden van alleen maar spreiden van de ellende. Als secundaire aerosolen inderdaad, zoals Heederik suggereert, schuldig  zijn aan de effecten en inderdaad over grote afstanden wegwaaien, dan heeft het misschien weinig nut om een intensieve
geitenboerderij tien kilometer verderop te zetten.

Ik volg de aanbeveling van de GGD’s dat men minstens 250m afstand zou moeten ouden tussen een intensieve veeteelt-onderneming en burger-
woningen. Zo legt de GGD dat uit (Milieu, mei 2015) in : “Gezondheid gebaat bij 250 meter afstand tussen intensieve veehouderij en burgerwoning”.

Tijdschrift Milieu, mei 2015, Jaap de Wolf
Tijdschrift Milieu, mei 2015, Jaap de Wolf

SP-Tweede Kamerlid Henk van Gerven heeft ook al eens voorgesteld om deze 250m – afstand wettelijk vast te leggen, maar dat was toen vergeefs (zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33792-2.html ).

Maar de allerurgentste taak in Brabant is minder dieren.

Zie verder ook op deze site:
MRSA-bacterie via de lucht in boerenneuzen
Ziektekiemen als functie van de afstand tot een intensief melkveebedrijf

Ondersteuners geworven voor vliegveldplatform

Het Platform De 10 geboden voor Eindhoven Airport, dat iedereen probeert samen te brengen die om enige reden kritisch staat tegenover de explosieve groei van het vliegen op Eindhoven Airport, heeft indertijd, al weer een jaar of zeven geleden, zo’n 4600 ondersteunings-
verklaringen geworven. Die verzameling is het politieke ‘kapitaal’ van het Platform.

In zeven jaar eroderen bestanden onvermijdelijk weg.
Daarnaast zijn er in die tijd nieuwe vliegtuig-thema’s boven komen
drijven, zowel mondiale als het klimaat, als lokale zoals luchtkwaliteit en de parkeer-wildwest.
Het kabinet en de Tweede Kamer hebben vastgesteld wat er wel en niet mag tot 2020.

Het marktaandeel van Turkish Airlines door de jaren heen
Het marktaandeel van Turkish Airlines door de jaren heen

Daarna bestaat er geen enkele afspraak. Wie de oorlogsverklaringen volgt van directeur Nijhuis van Schiphol en bijvoorbeeld van directeur Kotil van Turkish Airlines, houdt zijn hart vast voor wat er na 2020 komen gaat. Zie bijvoorbeeld www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/10/schiphol-groeit-aalsmeer-baalt en www.nrc.nl/handelsblad/2016/01/23/de-concurrentie-is-geen-grapje-hoor .

Daarnaast is het nog maar de vraag in hoeverre de omwonenden van het vliegveld via de provinciale Uitvoeringstafel invloed gaan krijgen. De verwachtingen zijn niet hoog gespannen.

Het Platform wil zichzelf voorbereiden op wat ongetwijfeld gaat komen, en zichzelf versterken met een grotere achterban, met een sterkere band met die achterban, en door andere thema’s in de discussie te betrekken.
Daarom heeft het Platform ondersteuningsverklaringen geworven op de Meerhovendag (26 juni 2016). In drie uur (tot een enorme plensbui) zijn er 41 verklaringen opgehaald, grotendeels nieuwe mensen. Er hebben vijf mensen meegeholpen. De resultaten maken een voorzichtige indruk mogelijk.
Driekwart kwam uit Meerhoven of uit Veldhoven ten Noorden van de Heerbaan. In die groep is de luchtkwaliteit met 80% de grootste zorg, gevolgd door geluid (zowat de helft), parkeren met 39% en veiligheid met 32%.
Bij de rest (maar dat is een kleine groep) scoort geluid 60% en lucht 50%.
Een deel van het publiek deed niet mee. Aan de uitkomst moet dus geen kosmische betekenis gehecht worden.

De 20Ke - geluidscontour in 2020
De 20Ke – geluidscontour in 2020
De (door de gemeente Eindhoven) geschatte ultrafijnstof verdeling door het vliegveld en de snelwegen (in 2020, excl het militaire verkeer)
De (door de gemeente Eindhoven) geschatte ultrafijnstof verdeling door het vliegveld en de snelwegen (in 2020, excl het militaire verkeer)

Die uitkomst heeft logica, want Meerhoven ligt net buiten de 20Ke-zone, want naast de baan en niet in het verlengde. De ruimtelijke ordening-regels hebben hier een beschermend effect gehad. Maar die regels voorzagen niet in de bescherming tegen overwaaiend fijn stof. Het Noorden van Zandrijk ligt in de vlek.

De score op het punt van parkeren verbaast niet, gezien het wildwestgedrag van het parkerende publiek en is in feite nog een onderschatting, omdat alleen wie in de buurt van de HOV-lijn woont daar last van heeft (en dat is slechts een deel van het gebied).

Het Platform wordt graag op de hoogte gebracht van toekomstige geschikte gelegenheden om verder te gaan met deze activiteit.