De constructies van Massoud Hassani en de Eindhovense lucht

Massoud Hassani is in 1983 in Kabul geboren. In 1998 verliet hij Afghanistan en kwam in Nederland terecht. Daar is hij afgestudeerd aan de Design Academy.

Landmijnen
Op de Graduation Show van 2011 maakte hij de blits met zijn rollende landmijnenopruimer.
massoud hassani mine kafon
Het ding weegt 70 kg, maar kan door de wind worden voortgeblazen door de grote woestijnachtige zandvlakten van Afghanistan. Als het ding op een landmijn ‘stapt’, gaat die af en gaat de constructie eraan. Maar die bestaat vooral uit bamboe en plastic (met wel een GPS-ontvanger, zodat te reconstrueren valt waar de explosie plaatsvond).

Bij een proef lukte het.
Bij een proef lukte het.

Hassani heeft een onderneming opgericht Mine Kafon (“Let the mines explode”). De onderneming heeft duidelijke Brainport-roots.
Of de gedachte in praktijk zoden aan de dijk zet moet nog blijken. De omstandigheden in Afghanistan laten het nog niet toe. Behoefte aan iets dat snel, gevaarloos en goedkoop landmijnen opruimt is er wel. Volgens de officiele cijfers liggen er ca 10 miljoen landmijnen, maar volgens Hassani zijn het er veel meer.
Hoewel de constructie zichzelf nog niet heeft kunnen bewijzen, was het wel een prachtig PR-succes. Het ding heeft veel gedaan voor de bewustwording van het probleem.

Wie er meer over wil lezen, kan terecht op http://massoudhassani.blogspot.nl/ en http://minekafon.org/ .

Bij gebrek aan mogelijkheden in Afghanistan en landmijnen in Nederland is Hassani in de drones gegaan. Zijn eerste ontwerp is ook weer tegen landmijnen gericht.
drone mine kafon
Een drone om ultrafijn stof te meten
Vandaag (28 juli 2016) en gisteren haalde het nieuwste idee van Hassani de pers, de inzet van een drone bij de Karpendonkse plas om ultrafijn stof te meten.

Die wens ligt bij de onderneming Oxility uit Best en Hassani leverde de drone-expertise. Oxility is (sinds 2014) een groothandel in meet- en regelapparaten. Zie http://oxility.com/ . Het bedrijf gebruikt de Aerasense NanoTracer op basis van een Philipslicentie om ultrafijn stof te meten.
Onder “Applications” staat een interessant rijtje toepassingen (van de aerasense, niet van de drone),  ook binnenshuis. Mogelijk is het ding ook geschikt voor ARBO-diensten.
Onder /downloads staat ergens Leaflet Nanotracer XP. Die leaflet is te groot voor deze website. De datasheet is hier te vinden.

De drone is een nieuwe toevoeging. AiREAS gebruikte hem om te kijken of het mogelijk was ultrafijn stof in de lucht te meten.
drone voor meten luchtkwaliteit_juli2016-2
AiREAS heeft een dikke 30 vaste luchtmeetopstellingen in Eindhoven staan, waarvan er vijf ook ultrafijn stof meten. ‘Met de drone’ zegt Jean-Paul Close van AiREAS ‘kun je ook meten als er bijvoorbeeld brand is, niet in de buurt van onze vaste stations, of als het te gevaarlijk is om er een mens op af te sturen.”

Het gebeuren bij de Karpendonkse plas is een test-sessie. Naast Oxility kwam ook de Helmondse onderneming Intemo “INnovate Technology in Motion” opdraven (http://www.intemo.com/nl/home/ ). De onderneming heeft een ruim pakket aan producten, waaronder “innovatieve buitensensoren”.

Een verslag door AiREAS van de Karpendonk-sessie is te vinden op https://aireas.wordpress.com/2016/07/28/drone-tests-zijn-geslaagd/ .

Gebeurt er nou ook iets met al die metingen?
Het is logisch dat die vraag gesteld wordt.
Je ziet hoe bedrijven proberen hun business op te bouwen. Op zich prima.
Je ziet hoe wetenschappelijke carrières bevorderd worden. Er komen academische publicaties uit. Ook niks mis mee.
Het zou trouwens leuk zijn als AiREAS zijn metingen in een archief zette, waar iedereen bij kan, net zoals dat kan bij het Landelijk Meetnet van het RIVM. AiREAS heeft uiteraard metingen uit het verleden (je ziet af en toe wat bij presentaties), maar buitenstaanders als ikzelf kunnen er niet aan.

Maar wordt de lucht nou schoner en komt dat door die metingen? Die vraag is makkelijker gesteld dan beantwoord.
Vast staat dat de lucht in het kader van het Nederlands Samenwerkingsprogram Luchtkwaliteit (NSL) langzaam maar zeker schoner wordt, op zijn minst in die categorieën waar het NSL over gaat (NO2 , PM10 en PM2.5).
Vast staat dat zeer onlangs (juli 2016) de Brabantse Health Deal aangenomen is, waarin met weidse blik zeer veel goede bedoelingen opgenomen zijn. In de uitwerking echter kom je opnieuw projecten tegen, waar het academisch-industriele complex blij mee is.
Het is een soort nederlandse ziekte (en nog meer zelfs een Brainportziekte) dat het sterft van de projecten die interessant zijn, resultaat opleveren, en ophouden als de subsidie op is, waarna als regel geen vervolg. Je zou willen dat af en toe zo’n project in een grootschalig, stevig gefinancierd beleid werd omgezet tot nut van het grote publiek.

Het beste voorbeeld van dat laatste is dat de regio Eindhoven – Helmond bezig is een verkeersplan aan te nemen met heel wat progressieve kenmerken (het Bereikbaarheidsprogramma ZO Brabant).
Misschien is daar het baanbrekende verschil geweest dat er een buitenparlementaire actie bij betrokken geweest is, namelijk die welke leidde tot het afblazen van de Ruit om Eindhoven. Welk besluit prima bleek te passen bij de belangen van het mechatronika-wereldje in de regio.
Ik denk dat ook de AiREAS-campagne hier een nuttige rol gespeeld heeft door de geesten rijp te helpen maken.

De politiek volgt nu vooral ademloos al die leuke projectjes en betaalt er op incidentele basis aan mee. Misschien zouden die partijen af en toe eens een geschikte uitkomst bij de kop moeten pakken en actie voor gaan voeren dat die grootschalig geïmplementeerd wordt.

Doe je Pokémon Go en je vindt een nieuw nijlpaard – wat nu?

Er staat in Nature van 21 juli 2016 een amusant artikel over het nieuwste wetenschappelijke project, namelijk om de talloze Pokémon Go – spelers in te zetten om nieuwe diersoorten te ontdekken. Immers, dat volk kijkt in allerlei duistere hoeken en gaten en wie weet wat daar allemaal rondkruipt? Bovendien hebben ze per definitie een hele goede camera bij zich.
pokemon go_nature_juli2016

Civil Science – projecten zijn niet nieuw. Er jagen al heel lang amateurs op kometen, ze meten dubbelsterren, of luisteren (in het SETI-project) naar veronderstelde radiosignalen van aliens. Er komt soms zinvol resultaat uit (alleen nog geen aliens).

Goed, je wroet in de bosjes en je vindt een nieuw soort vlinder, vogel of nijlpaard – althans, je maakt een foto en een bevriende bioloog kent de soort niet. Wat nu?

De catalogisering van de diersoorten staat tegenwoordig online en jouw eventuele vondst kan ook online gepubliceerd worden.
Maar is een foto genoeg bewijsmateriaal? Dat leidde tot discussie. Eigenlijk vraagt de biologie om een vers lijk, maar laatst vingen twee wetenschappers in Zuid-Afrika een ‘bee fly’ (in het Nederlands een wolzwever)  die een nieuwe soort zou zijn, maar na het nemen van de foto vloog het beest weg voordat het een vers lijk werd.

Een bee fly, in het Nederlands wolzwever
Een bee fly, in het Nederlands wolzwever

Helaas, het wereldje was onverbiddelijk: je kunt het gefotografeerde beest niet op zijn rug leggen en in alle rust de genitalien bestuderen, bijvoorbeeld. Dus wie bij het Pokémonnen een nieuw soort nijlpaard op de foto gezet heeft, moet terug om het beest te vangen. Nijlpaarden lopen niet zo hard, aldus Nature.

Daarna zijn er (anders dan bij radioactieve elementen, ziekten en
planeten) geen regels.
Er bestaan slime-mould beetles die naar Dick Cheney, Donald Rumsfeld en George W. Bush genoemd zijn. Een ‘slime-mould’ is iets ongedefinieerd glibberigs dat ik met mijn lekenverstand tussen algen en schimmels positioneer. De kevers vreten dat spul. Zie http://www.livescience.com/6977-slime-mold-beetles-named-bush-cheney-rumsfeld.html .

Een slime-mould beetle
Een slime-mould beetle

Het is de vraag of deze naamgeving op prijs gesteld wordt. De Chinese ecoloog Cheng-Bin Wang noemde een nieuw ontdekte kever naar zijn president Xi Jin-Ping vanwege diens ‘leiderschap om ons moederland steeds sterker te maken’. Dat viel blijkbaar niet in goede aarde. De Chinese censuur probeerde daarna om alle verwijzingen naar de nieuw ontdekte kever van het Internet te poetsen.
Het Nature-artikel vermeldde niet wat die kever voor menu had.

Over fietsen, Hammoerabi en het multiculturele talstelsel

Dit is mijn driehonderdste artikel op deze site. Reden om weer eens een persoonlijke noot te schrijven.

Mijn vrouw en ik gaan in het voorjaar altijd naar mijn zoon en zijn vriendin, die samen in Monpazier aan de zuidrand van de Dordogne. Ik heb daar al eerder over geschreven en als je in de buurt bent en voor een redelijke prijs fatsoenlijk wilt eten, zie Terug van een weekje weg .
(Overigens zijn mijn zoon en zijn vriendin in november 2017 als beheerder op een camping elders in Frankrijk begonnen. Het Monpazier-verhaal is dus afgelopen).

Daarna zijn we naar Brive-La-Gaillarde gefietst, daar de Intercity gepakt naar Parijs, drie dagen daar, en toen in een aantal dagen naar Maastricht gefietst (unplugged, puur natuur). En dat dwars door de Dordognese heuvels en de Ardennen, met de wind meestal op kop, bij elkaar 664km. We waren trots op onszelf.
Onderweg nog het lunchpakket opgegeten recht onder de aanvliegroute van vliegveld Charles de Gaulle. Elke anderhalve minuut een landend vliegtuig. Zeer apart.

Parijs en Hammourabi.
Ik wilde voor het eerst naar het Louvre. Niet voor het A4-tje waarop een Italiaanse meneer een Italiaanse mevrouw geschilderd heeft, en ook niet voor een marmeren mooie Griekse mevrouw zonder armpjes die ook beroemd is, maar naar de Zuil van Hammoerabi, het oudste overgebleven wetboek ter wereld. Dacht ik, maar er zijn nog oudere, bleek later, maar die zijn niet gebeiteld in donkergrijze dioriet. De zuil dateert uit ongeveer 1780 voor Christus.

De Zuil van Hammoerabi
De Zuil van Hammoerabi

Het is een echt wetboek. Het stond in de openbare ruimte, was verhoudingsgewijze eenvoudig geschreven (maar de meesten konden überhaupt niet lezen) en beoogde een beschermende, soms harde rechtvaardigheid, alsmede als promo voor de koning zelf als zelfverklaarde favoriet van de zonnegod. De tekst gaat er af en toe ruig op en wekt de indruk dat er ook in die tijd veel zondige sex en geweld, roof en en ander wangedrag bestreden moesten worden.
Flarden van de introtekst echter ogen tijdloos, om niet te zeggen modern.
Ik kan verder niet meer doen dan geïmponeerd zijn. Waarna Wikipedia dieper inzicht geeft onder Hammurabi en Codex_Hammurabi .
Ik jat zomaar een stukje van Wikipedia als voorbeeld. Lezing van het hele artikel aanbevolen, want Wikipedia is meestal erg goed.

Verhuur

Niet alleen velden en tuinen konden verhuurd worden, ook woningen duiken in de gevonden documenten op als verhuurbare objecten. Ook voor deze huurovereenkomsten liet Hammurabi regels opstellen. De overeenkomsten hadden vaak een looptijd van één jaar. De huur werd op twee manieren betaald, ofwel werd aan het begin van het jaar een aanbetaling gedaan met het restant te voldoen aan het einde van het jaar, ofwel men betaalde pas aan het einde van het jaar de volledige huur. De huurders hadden zorg te dragen voor een onberispelijke toestand van het huis; reparaties moesten uitgevoerd worden, bij beschadigingen moest de verhuurder schadeloos worden gesteld.

Huizen bestonden in die tijd voornamelijk uit leem, hout was zeer schaars. Indien het huis houten onderdelen bevatte, dan werden deze uitdrukkelijk in het huurcontract vermeld. Daarvoor moest dan extra betaald worden. Behoorden de houten onderdelen toe aan de huurder, dan kon de huurder deze bij vertrek meenemen. Huurders en verhuurders stonden ook toen vaak op gespannen voet met elkaar, getuige de vele gerechtelijke documenten over huurconflicten.

Babylonie onder Hammoerabi, die voortdurend oorlog aan het voeren was om zijn stadsstaatjes binnen te houden en vijand Elam buiten. Zowel het een als het ander liep nog wel eens mis. De keuze was of dat de staatjes elkaar de hersens insloegen, of dat de koning ze allemaal tegelijk onderdrukte, waar mogelijk mee te leven was zolang je daar geen probleem van maakte. Het probleem lijkt van alle tijden. Het lijkt zelfs wel wat op de EU.
Babylonie onder Hammoerabi, die voortdurend oorlog aan het voeren was om zijn stadsstaatjes binnen te houden en vijand Elam buiten. Zowel het een als het ander liep nog wel eens mis.
De keuze was of dat de staatjes elkaar de hersens insloegen, of dat de koning ze allemaal tegelijk onderdrukte, waar mogelijk mee te leven was zolang je daar geen probleem van maakte.
Het probleem lijkt van alle tijden. Het lijkt zelfs wel wat op de EU.

Ik heb mijn tijd in het Louvre grotendeels doorgebracht op de Babyloni-
sche afdeling. Ik vind de periode in dat gebied vanaf de uitvinding van de landbouw, diep in de prehistorie, tot pakweg Alexander de Grote een van de meest fascinerende stukken geschiedenis, ook vanuit mijn eigen fysische achtergrond.
De landbouw zorgde voor grote maatschappelijke overschotten waar de baas over gespeeld moest worden – vandaar de koning en het wetboek.
Het oogsten vroeg om een kalender, dus om een tijdsindeling, dus om astronomie, dus om wiskunde. De indeling van de cirkel in 360⁰ is hiervan een rechtstreeks gevolg: de graad was ongeveer de hoek die de zon in één dag aflegde in de Dierenriem. En het was een lekker getal, op allerlei manieren handig te delen. Zo handig, dat het tot nu toe alle aanslagen van het metriek stelsel overleefd heeft. De aanduiding GRAD (rechte hoek = 100GRAD) op rekenmachines heeft het nooit gemaakt. En ons uur is nog steeds 60 minuten enz. (de 24 uur-indeling van het etmaal schijnt Egyptisch te zijn)
De landverdeling in een gebied met slingerende rivieren vroeg om de berekening van de oppervlakte van ronde akkers, dus om de eerste benadering van het getal pi.
De boekhouding leidde tot de ontwikkeling van het eerste positionele talstelsel (dus waarbij de plaats van een teken de waarde aangaf als in 306 = 3*100 + 0*10 + 6*1), met als belangrijkste manco dat de Babyloniers geen apart teken voor de 0 hadden. De Babyloniers werkten voor kleine getallen met het grondtal 10 en voor grote getallen met het grondtal 60.
De astronomie groeide over de eeuwen uit tot een uitzonderlijk geraffineerd gedachtengoed. Onlangs werd nog achterhaald dat de Babyloniers tot een primitieve integraalrekening op de baan van Jupiter waren gekomen.

Voorbeeld van het Babylonische zestigtallig stelsel
Voorbeeld van het Babylonische zestigtallig stelsel

Het gedachtengoed is echter via diverse omwegen tot ons gekomen, en die omwegen hebben het product geen kwaad gedaan.

Op een of andere manier is het positionele talstelsel in  India terecht gekomen. Een onbekend hindoe-genie ver voor Christus heeft een apart teken voor de 0 bedacht (‘shunya’, ‘leegte’ in het Sanskriet), en ingezien dat je daarmee kon rekenen alsof het een normaal getal was. De Indiers hebben uitgedacht wat nu onze cijfers zijn. Zie http://www.kennislink.nl/publicaties/het-getal-nul.
De Arabieren hebben dit gedachtegoed naar Europa getransporteerd en er theorie aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld ons woord ‘cijfer’, het Arabische woord sifr. De Indische cijfers heten dus bij ons Arabisch. Ons woord ‘algebra’ komt van het Arabische woord Al-Jabr , wat afkomstig is uit de Arabische vertaling van de titel van een werk uit 830 na Christus van de Pers (nu Iranier) Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi over lineaire en kwadratische vergelijkingen. Diezelfde meneer heeft de kennis over de Indische cijfers in de Arabische wereld gebracht. Ons woord ‘Algoritme’ is een verbastering van de naam van meneer al-Khwarizmi. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi

Een pagina uit het boek van A;Kwarizmi over lineaire en vierkantsvergelijkingen
Een pagina uit het boek van A;Kwarizmi over lineaire en vierkantsvergelijkingen

Een deel van de Babylonische kennis is via de Grieken tot ons gekomen, die daaraan bijv. het concept van het formele bewijs aan hebben toegevoegd. Een recente astronomische Europese satelliet, die met grote nauwkeurigheid posities van sterren meet, heet de Hipparchos.
Er valt ook het nodige te melden over de Egyptische bijdrage aan de wiskunde (bijv. het volume van een afgeknotte pyramide) , maar daarvoor ontbreekt hier de ruimte.

De tiendelige breuk (het kommagetal) is West-Europees: Napier en Simon Stevin.

Ik heb in mijn (door mijn pensionering beeindigde) beroepsleven als natuurkundeleraar het huidige talstelsel, met de daaraan gekoppelde
tijdsindeling, vaak gebracht als HET prototype van een multicultureel gedachtengoed. Er is geen Wilders-aanhangende leerling geweest die mij dat ooit bestreden heeft.

Bij de dood van David MacKay

David MacKay
David MacKay

Professor David MacKay is overleden. Hij stierf op 14 april 2016 op 48-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij laat een vrouw en twee kleine kinderen na.

MacKay hield zich aanvankelijk bezig met Machine Learning en Informatietheorie, waar hij enkele belangrijke wetenschappelijke resultaten bereikte. Daarnaast was hij geïnteresseerd in onderwijsmethodes en in de ontwikkeling van Afrika. Hij heeft een tijd les gegeven op het African Institute for Mathematical Sciences in Kaapstad.
Bij een kampvuur kwam de discussie, ergens rond 2005, op de mogelijk-
heid om de wereld met duurzame energie te voeden. Daar was zo veel van, vond iedereen op één na, dat moest toch makkelijk kunnen.
Dat wakkerde MacKay’s al lang bestaande milieubewustzijn aan en hij besloot de vraag rigoureus door te rekenen. Het product werd “Sustainable energy without the hot air”, een boek dat op dit gebied al snel de
bijbel werd en dat iedereen zou moeten bestuderen die serieus mee wil doen aan welke discussie over duurzame energie dan ook. Het is gratis downloadbaar op http://www.withouthotair.com/ , maar ook in boekvorm te koop.

Het boek verkocht voor een natuurkundeboek verbazingwekkend goed en in verbazingwekkend brede kring, aldus de uitgeverij “van Shell en EDF tot Friends of the Earth en Greenpeace”. Om de schichtigheid van de uitgever, UIT Cambridge Ltd, te overwinnen, kocht MacKay de eerste 1000 boeken voor de halve prijs. Het bleek ook een commerciële voltreffer: er zijn (dd april 2016) 75000 exemplaren gedrukt, en dat terwijl het werk gratis downloadbaar is, gepirateerd is. Het is inmiddels in een groot aantal talen vertaald.
without hot air omslag

Bij het boek hoort een website en bij de website goede interactieve mogelijkheden. Er heeft zich inmiddels een grote vraag-en antwoord-rubriek opgebouwd (met ook twee vragen van mij), die in zichzelf al het lezen waard is. MacKay was niets te beroerd om meningen aan te passen als er een verstandig commentaar kwam.

Hij werd wetenschappelijk adviseur van de Britse regering en een veelgevraagd spreker op allerlei congressen. Ik heb hem zelf meegemaakt op de KNAW-bijeenkomst over de mogelijkheden van biomassa. Ook daar sprak hij in zijn karakteristieke stijl: geen grote woorden of verheven bespiegelingen, maar zakelijke voorlichting op basis van getallen.

Het boek is geschreven voor een zo groot mogelijk publiek. Het is in vier delen verdeeld: het eerste is relatief eenvoudig (een VWO-NTer moet het aan kunnen) en gaat over wat dingen energetisch kosten of kunnen opbrengen, zoals bijvoorbeeld auto’s of windenergie. Het eindigt met de vraag of Groot-Britannie zijn bestaande verbruik van 195kWh per persoon per dag zou kunnen dekken, en met het antwoord dat je daar op papier met 176,5kWhpppd dichtbij komt, maar dat de publieke opinie een groot deel van de mogelijke maatregelen zal afschieten.

Energetische kosten en opbrengsten van processen, hun balans en MacKay's inschatting van de publieke acceptatie
Energetische kosten en opbrengsten van processen, hun balans en MacKay’s inschatting van de publieke acceptatie

Let wel: dit is uit het boek dd 2010. Op sommige terreinen gaan de ont-
wikkelingen snel. Dat kan bovenstaand plaatje achterhaald maken. De afbeelding geldt voor Groot-Britannie.
Let wel: MacKay schrijft over opwekking, niet over besparing. Dat is een heel andere discipline. Uiteraard zou het helpen als de rode kolom een stukje lager werd. MacKay zegt daar niets over, maar andere bronnen denken dat er in 2050 ongeveer eenderde af kan zijn. Die vinger is echter kletsnat.

Het tweede deel gaat over beleid en verbeter-ideeën (met, voor de liefhebber, bijvoorbeeld (vanaf blz 140) een uitvoerige kwantitatieve analyse van diverse manieren om woningen te verwarmen). Ook een kostenschatting, voor Engeland, Wales en Schotland van 870 miljard pond, vooral veroorzaakt door zonnecellen (die overigens sinds 2010 veel goedkoper geworden zijn). Over 40 jaar en 58 miljoen Engelsen valt dat nog te overzien, mede omdat zonnepanelen sterk in prijs dalen en omdat daarna de exploitatielasten een stuk lager worden.
Het heeft wel consequenties. Hieronder het landgebruik in full deployment. Het landschap blijft dus niet wat het is. Natuur- en milieuorganisaties komen voor fundamentele keuzes te staan en doen er goed aan zich strategisch grondig te bezinnen.

Voorbeeld van enb ruimteclaim door een grote mate van zelfvoorzienendheid met duurzame energie (gegevens 2010)
Voorbeeld van een ruimteclaim door een grote mate van zelfvoorzienendheid met duurzame energie (gegevens 2010)

Het derde deel gaat dieper op de techniek in en is een goudmijn aan formules, tabellen en grafieken. Dit is niet iedereen gegeven.
Deel vier bevat een groot aantal tabellen.
Mijn advies zou zijn (dat doe ik zelf ook) om deel 1 en 2 te lezen en de rest als naslagwerk te gebruiken.

Zo maar een tabel, de embedded energy in bouwmaterialen. Kan men uitrekenen hoeveel energie het kost om het materiaal voor het huis te maken (waarna de bouw zelf nog moet plaatsvinden):

Energie die het gekost heeft om bouwmaterialen te maken
Energie die het gekost heeft om bouwmaterialen te maken

MacKay heeft duurzame sympathieën, maar geeft daar in zijn wetenschappelijke werk niet luidruchtig uiting aan, met als uitzondering de
fiets. Hij was een verwoede fietser. De CD van een rechtopzittende fietser is 0,9, de frontoppervlakte moet men zelf schatten (ik kwam op 0,75m2 toen ik met volle fietstassen samen met mijn vrouw vorige week door Frankrijk fietste), de rolweerstandscoefficient is volgens MacKay voor een fiets 0,005 , en het totaalgewicht van de combinatie ongeveer 140kg, zodat mijn vermogen bij een relaxte 18km/uur bij windstil en op het vlakke rond de 90W mechanisch moet zitten. Zou kunnen, want past bij de fitness-resultaten. Dat soort dingen kun je met MacKay-cijfers uitrekenen.
MacKay komt voor een fietser bij 21km/uur op 2,4kWh per 100km en voor een auto bij 110km/uur op 80kWh. Wil je dus een 30* zo efficiente auto, zegt MacKay, ga dan fietsen.

 MacKay op de fiets (bron: Wikipedia)
MacKay op de fiets (bron: Wikipedia)

Het Tribute van de uitgever geeft meer informatie en is te vinden op Tribute bij het overlijden van David MacKay .
Het Wikipedia-artikel is te vinden op https://en.wikipedia.org/wiki/David_J._C._MacKay .

Hoe Kemal Ali op Lesbos terecht kwam

In de Scientific American van maart 2016 staat een verhaal van buitenlandverslaggever John Wendle dat persoonlijke kleur toevoegt aan afstandelijker verhalen waarover ik in deze kolommen eerder geschreven heb (zie “Klimaatverandering hangt direct samen met de groei van het terrorisme” (Bernie Sanders) en Burgeroorlog in Syrie mede veroorzaakt door klimaatverandering )

Uit de geschetste levenslopen kies ik die van Kemal Ali. Dat was een kleine aannemer uit de buurt van Kobane die al 30 jaar putten boorde voor boeren. Gebruikelijk boorde hij tot 60 à 70m diep, maar na de winter van 2006-2007 begon de grondwaterspiegel te dalen. Ali boorde er achteraan, hoewel dat van Assad niet meer mocht, maar de endemische corruptie in Syrie maakte dat probleem niet onoverkomelijk. De diepste put, die Ali geboord heeft, was 700m.
Twee hoofdoorzaken: de agrarische politiek van Assad die winstgevende maar watervragende gewassen wilde zonder te kijken of er water was, en de langdurige droogte.

Uiteindelijk werd de situatie voor het bedrijf onhoudbaar. De klanten konden geen putten meer betalen en vertrokken naar de stad. De bevolking in de Syrische steden steeg van 8,9 miljoen in 2002 naar 13,8 miljoen in 2010, waar de verwaarlozing en probleemonderschatting door Assad van de sloppenwijken een van de lonten in het kruitvat werd.

Ook Ali nam de bus naar Damascus, maar die kreeg onderweg een raketinslag. Ali hield er een dwarslaesie aan over en eindigde uiteindelijk miraculeus en met veel hulp in een rolstoel op Lesbos, waar hij hoopt op een toekomst in Duitsland waar men de scherven uit zijn rug haalt, zodat hij hopelijk nog eens kan lopen.

Richard Seager van Lamont-Doherty Earth Observatory becommentarieert de ontwikkelingen in een artikel in PNAS “Climate change in the Fertile Crescent and Implications of The Recent Syrian Drought” (vol 112, 17 maart 2015, Link naar PNAS-artikel ). Hij zegt dat het Midden-Oosten erg gevoelig is voor de klimaatverandering, mede omdat rivieren als de Eufraat en de Jordaan minder water gaan bevatten, en omdat de atmosferische Hadley cel groter wordt, (waardoor de dalende warme en droge lucht verder naar het Noorden de grond raakt bg). Als de klimaatverandering doorzet zoals nu, houdt mogelijk de Vruchtbare Halve Maan op te bestaan – het gebied waar de landbouw, 12000 jaar geleden, uitgevonden is.

Enkele klimatologisch relevante trendlijnen voor Syrie
Enkele klimatologisch relevante trendlijnen voor Syrie, bron het PNAS-artikel

Het staat in de Koran‘  zegt Ali ‘Water is leven‘ .

Windmolens als toeristisch doel – update mrt2016

Het bericht ging niet over de windmolens in Kinderdijk, maar over turbines in zee. Zoals gebruikelijk is de middenstand bang voor veranderingen en in badplaatsen als Zandvoort ook. Als de windparken op zee vanaf het land te zien zijn, is de vrees, blijven de toeristen weg.
windturbines op zee_afb1
Nu kun je dat subjectief al onzin vinden, maar het is ook objectief onderzocht. Een representatieve groep van 500 Duitse consumenten is bevraagd en 1 op de 5 geeft aan vaker naar de Nederlandse kust te komen als er windmolens zichtbaar in zee staan. 64% maakt het geen bal uit. Dat heeft Natuur en Milieu op zijn site gepubliceerd (zie http://www.natuurenmilieu.nl/nieuws/duitse-badgasten-enthousiast-over-windmolens-in-zee/ ). Duitsers vormen de grootste toeristische buitenlandse groep in Nederland.
56% van diezelfde groep is geïnteresseerd in toeristische activiteiten rond windmolens, zoals boottochten of duiken – de fundering van windmolens op zee bevat veel zeeleven en is een duikwalhalla.
kinderdijk_afb1
Niets overigens ten nadele van Kinderdijk. Ik ben een keer van Capelle aan de IJssel langs Kinderdijk tussen de krioelende toeristen door via de Alblasserwaard naar Eindhoven gefietst. Het gebied heeft nu een hoog schattigheidsgehalte, maar toen, rond 1350, was dit het meest ge-
avanceerde technische en organisatorische complex in zijn soort op aarde en van levensbelang voor de leefbaarheid van de polder (zie https://www.kinderdijk.nl/over-Kinderdijk/geschiedenis/kinderdijk-ontstaan ). Fiets maar eens door de dorpen en kijk maar eens naar de merktekens op de gevel hoe hoog het water kwam bij de verschillende overstromingen.

De Alblasserwaard
De Alblasserwaard

Ik vraag me af of je bij ons in Brabant ook niet wat zou kunnen met
toerisme en windturbines. Bescheiden, maar toch. Je zou dan de windparken mooi moeten aanleggen (met oog voor landschapsarchitectuur) en bij grote complexen, zoals de 100MW langs de A16 of de Zeeuwse Krammer, een klein museum. En dan op gezette tijden een excursie. Ik denk niet dat de toeristen er speciaal voor naar Brabant komen, maar die toeristen die er toch al zijn hebben meer keus.

Update:
Natuur en Milieu heeft opnieuw enquête gepubliceerd, nu onder watersporters op de HISWA over windturbines op zee (maart 2016). Zie www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2016/03/Rapport-HISWA.pdf . Het blijkt 80% van de watersporters niet uit te maken dat er windturbines zijn, bijna 3% komt zelfs vaker. Bijna de helft (47%) van de watersporters zou wel een excursie naar een windturbine willen meemaken. Verder zit er onder de watersporters veel duurzame energie-sympathie.

 

De Melkweg steeds beter in kaart gebracht

het entree-plaatje=detailopname
Met deze detailopname van een stukje van de Melkweg opent de website van ESO, het European Southern Observatory. Het grotere geheel, waarvan dit detail deel uitmaakt, is veruit het meest geavanceerde beeld van de Melkweg, zoals die op het zuidelijk halfrond te zien is. Daar kan men het centrum van de Melkweg bestuderen (dat is niet dit plaatje).

Het hele plaatje ziet er als hieronder uit, maar de beperkingen van deze site staan niet toe om het beeld even mooi te laten zien als op www.eso.org/public/news/eso1606/ . Die site verdient een bezoek.

Deze kaart is 140 (galaktische) lengtegraden breed en 3 breedtegraden hoog.
Deze kaart is 140 (galaktische) lengtegraden breed en 3 breedtegraden hoog.

Dit is een composiet-kaart.
De scherpe ‘rode’ details zijn van de 12m grote APEX-telescoop. Die staat op een 5100 m hoge berg in de Chileense Atacamawoestijn. De ‘blauwe’ achtergrond komt van de NASA Spitzer Space Telescope als deel van de GLIMPSE survey , en de meer wazige ‘rode’ structuren komen van de Planck satelliet van de ESA (de Europese ruimtevaart organisatie).
‘Blauw’ en ‘rood’ moeten hier niet letterlijk worden opgevat. De afbeeldingen zijn gemaakt in golflengtes die het menselijk oog niet kan zien. De opnames van de APEX-telescoop zijn bijvoorbeeld gemaakt bij een golflengte van 0,870mm, dat zit ergens tussen de warmtestraling en de korte radiogolven in. De kleuren zijn kunstmatig toegekend in analogie met de kleuren, die hoogtes aangeven op een landkaart.
De golflengte van 0,870mm wordt uitgezonden door dichte, zeer koude stofwolken waaruit ooit nieuwe sterren zullen ontstaan.

Het voordeel van langgolviger straling boven zichtbaar licht is dat het makkelijker door de stofwolken dringt (enigszins in analogie met dat rood licht makkelijker door de mist dringt als blauw licht – onder andere daarom zijn gevaarsignalen rood).

De ESO-site toont beelden van dezelfde stukken van de melkweg bij verschillende golflengtes.

Het centrum van de Melkweg bij verschillende golflengtes
Het centrum van de Melkweg bij verschillende golflengtes

Het bovenste plaatje geeft het beeld bij een golflengte van 0,870mm (de APEX-telescoop en de Plancksatelliet), het tweede plaatje de Spitzersatelliet, het derde plaatje van de VISTA-telescoop (die ook in de Atacama op een berg staat) en die werkt rond de 1 micrometer (als men zich het normale spectrum voorstelt, net voorbij het rood), en het vierde plaatje in het zichtbare licht. Als onze ogen beter waren, zo je ongeveer dat laatste plaatje zien.

Het centrum van de Melkweg ligt in het midden (bij Galactic Centre). Ik denk dat het openingsplaatje een stuk rechts van het midden zit, waar (nauwelijks leesbaar) NGC6337 en 6334 staat.

Men is al bezig met nog grotere en nog betere meetinstrumenten.

In discussie met Marc Chavannes over windmolens (en over volk en staat)

Ik ben lid van De Correspondent (wat ik iedereen aanraad), en sinds kort is Marc Chavannes daar politiek correspondent over, kort door de bocht, de verhouding tussen volk en staat. Een uitgebreid en interessant werkveld.

Marc Chavannes
Marc Chavannes

Het is een van de beste journalisten van Nederland, denkt goed, schrijft scherp, blijft rustig en heeft overzicht. Altijd de moeite waard.

Chavannes stond in De Correspondent met het verhaal van Lies Zondag uit Veendam, die bijna dagwerk heeft aan het tegenhouden van het 120MW-windpark bij haar woonplaats, langs de N33. De dichtstbijzijnde molen heeft een ashoogte van 140m en rotorbladen van 55m en staat 800m van haar huis (waarschijnlijk volgens de regels ver genoeg). Haar argumentatie is vooral gebaseerd op het landschap en op de procedure en is overwegend emotioneel. Wat op zich te begrijpen valt en zeker Groningers verdienen consideratie als ze emoties hebben bij de energiewinning.
Leest u het zelf maar na –>tekenlerares_Veendam_windmolens_corrjan2016

Het zoekgebied voor het windplan langs de N33 bij Veendam
Het zoekgebied voor het windplan langs de N33 bij Veendam

De totale Gronings taakstelling in het kader van het landelijk overeengekomen 6000MW-plan bedraagt 855,5MW. Een Groningse molen heeft 2250 vollasturen (CBS), is dat samen goed voor 6,9PJ (waarvan ongeveer 1PJ door het Veendamse park).
Uitgaande van de Klimaatmonitor (ook van het CBS) verbruikt Groningen nu in totaal 87PJ, waarvan ongeveer 6PJ duurzaam. Dat moet naar 11PJ duurzaam in 2020, dus er is wat ruimte over. Groningen is een relatief bevolkingsarme provincie met een relatief grote taak en relatief veel ruimte. Waartegenover provincies staan waar het andersom is. Het echte werk begint pas na 2020, want dan moet het percentage duurzame energie verder omhoog. In het theoretische geval dat het 6000MW-windprogramma in 2020, zoals voorzien, voltooid is, moet de verdere uitbreiding dus uit andere bronnen komen, zoals zon, afvalwarmte en mogelijk biomassa, en import. Aan alle mogelijkheden zijn, naast voordelen, ook duidelijke nadelen verbonden.

Het Veendamse verhaal is een perfect voorbeeld van een conflict dat zich overal voordoet of gaat doen. Duurzame energie is niet cosy of kleinschalig. Duurzame energie gaat over grote windmolens, kilometers grote vlakten met zonnepanelen, grote mestvergisters en transportleidingen. In zekere zin betekent duurzame energie een soort industrialisering van het platteland, dus van een gebied waar mensen wonen die daar nog niet eerder mee te maken hebben gehad, of die daar zelfs niet mee te maken wilden hebben. Zoals misschien mevrouw Zondag.

Er spelen dus een aantal uiterst wezenlijke dilemma’s en eigenlijk is het teleurstellend dat Chavannes er daar maar één uitpikt, namelijk de positie van Den Haag versus de bevolking en de dubieuze rol van de provincie daartussen in, daarbij de schuld vooral bij Den Haag leggend.

Naar mijn mening valt nou net in dit geval Den Haag niet veel te ver-
wijten. Minister Kamp probeert exact uit te voeren wat de Tweede Kamer opgedragen heeft, namelijk “plaats voor 2020 6000MW windenergie in Nederland”. Nog eens bevestigd in het Energieakkoord.
Zoals bij alle grootschalige infrastructuurprojecten heeft de minister doorzettingsmacht en bij het 6000MW-windplan is dat de Rijkscoördinatieregeling. Die mag de minister inzetten opdat er per provincie minstens één 100MW-plan gerealiseerd wordt.
In West-Brabant hebben de gemeenten gezamenlijk een plan ontwikkeld voor het 100MW-pakket en dat samen met de provincie aangeboden aan het Rijk. Dat is geaccepteerd, en sindsdien is de Rijkscoördinatieregeling voor Brabant buiten beeld. De molens komen langs de A16 tussen Breda en het Hollands Diep.
Blijkbaar is men in Groningen niet in staat geweest met een eigen bod te komen. Ik ken de Groningse omstandigheden niet, dus ik heb daar geen mening over.

Ik heb gebruik gemaakt van de elektronische reactiemogelijkheid van De Correspondent, en dat opnieuw op de reacties op mijn eerste reactie. Wie wil kan het nalezen op tekenlerares_Veendam_windmolens_corrjan2016_vervolgdiscussie .

Chavannes is een journalist die goed naar mensen kijkt, maar minder naar dingen. In dit geval is dat een handicap. Wat mensen vinden is de verdelingsdiscussie, het afgeleide probleem. Het onderliggend probleem is dat duurzame energie die het landschap ongemoeid laat niet bestaat, maar wel onvermijdelijk is. Zelfs als je op termijn grofweg de helft van de duurzame energie zou importeren, zoals we nu met al onze energie doen, blijft het veel.

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar enkele, vooralsnog vluchtige, meningen:
–  Het landschap verandert al eeuwen, alleen nu ineens even snel. Mis-
schien moeten wij slikken en het gewoon gaan vinden (zoals hoogspanningsmasten) of zelfs mooi. Voor de planten en de dieren maakt de aanwezigheid van een windturbine of een hoogspanningsleiding weinig uit. Het is vooral onze subjectieve waarneming van de natuur die geraakt wordt, meer dan de  natuur zelf.
Waarom eigenlijk niet nieuwe Ecologische Hoofd Structuur aanleggen onder de turbines? De rotortippen bij een molen van het type-Veendam blijven 85 m van de grond. Daar past moeiteloos een  bos onder.
–  Het zou helpen als een windpark of zonnepark zó aangelegd wordt, dat het makkelijker wordt om het mooi te vinden. Dus dat het onder landschapsarchitectuur gaat. Daarvoor bestaan uitgangspunten, maar ik heb niet het idee dat die altijd gevolgd worden. Voorkom in elk geval anarchistische plaatsing.
–  Het zou helpen als energiecoöperaties en dorpsraden mee konden profiteren van de installaties, zodat de bewoners naast lasten ook lusten hebben.
–  Het zou goed zijn als we ons in dit verband realiseerden dat het platteland vaak langzaam leegloopt richting stad. Misschien kan dat gecombineerd worden met  sociale arrangementen.

Reacties welkom.

Even ziek geweest! Maar daardoor heb ik De Heer gezien!

Ik ben een dag of wat ziek geweest op een moment, dat ik toevallig ook al veel ander werk had liggen. Daarom heeft de productie op deze locatie even stil gelegen.
De bacteriën worden inmiddels met een redelijk straf antibiotica-programma uitgerookt en tot nu toe lijkt dat te gaan helpen.
Weer energie genoeg om deze site verder te vullen.

De Heer
Ik lig normaal niet op de bank TV te kijken, want dat is meestal zonde van de tijd, maar nu ziek en zodoende zag ik het optreden van de Zwolse VVD-wethouder René de Heer. Dat moet ergens rond 22 jan 2016 geweest zijn. Hij verklaarde doodleuk dat het recht alleen toegepast hoefde te worden bij een exces. Hij had het over de verkoop van flessen wijn door tankstations en het schenken van wijn door kappers. Beide zaken mogen helemaal niet en de lokale slijterijen waren dan ook terecht boos. Maar daarop bovenstaande reactie.

Wethouder De Heer, Zwolle, VVD
Wethouder De Heer, Zwolle, VVD

De schoenen vallen je uit. Ik zie het al voor me:

  • Zwart bijverdienen in de bijstand mag zolang het maar geen exces wordt (tot 10%?)
  • Een beetje de brandveiligheid saboteren mag zolang het maar geen exces wordt (er mag maar één kratje voor de nooddeur staan?)
  • Sjoemelen met Volkswagensoftware had gemogen als het maar niet tot een exces was uitgegroeid (dus als het alleen in Europa gepraktizeerd was?)
  • Clandestien chemisch afval lozen mag zolang het maar geen exces wordt (slechts één blik tegelijk?)
  • De lijst is lang en vol beloften.

De volkomen achteloos en spontaan uitgeflapte zin legt de werkelijke gedachtegang van de VVD over de rechtsstaat bloot.

Behalve bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waar elk nieuw lijk uit de kast ook weer een nieuwe VVD-er vindt om te omhelzen. Want het handhaven van de rechtsstaat tegen de eigen overtredingen vindt ook niet plaats als het inmiddels wel een exces is.

En dan is iedereen verbaasd over het cynisme onder de bevolking.

Discussie met Henk Daalder

Henk Daalder uit Nuenen is zo vriendelijk geweest op enkele van mijn artikelen te reageren. Ik stel dat altijd erg op prijs.

Ik ben het niet altijd eens met Henk, maar de discussie leidt soms tot nieuwe inzichten.

In zijn commentaar op Ruimte voor zonneparken in Brabant op incourante grond gaat het over of de SDE-regeling parasitair is (zoals Henk meent) of fatsoenlijk overheidshandelen zolang de kostprijs van (Henks voorbeeld) windenergie boven die van kolen ligt.

In zijn commentaar op Stadsverwarming Meerhoven: gefeliciteerd en toch gemengde gevoelens gaat het over voor en tegen de stadsverwarming. We zijn het erover eens dat er slechte situaties bestaan, maar verschillen van mening of die slechte situaties wetmatig moeten bestaan. Henk valt het beginsel van de stadsverwarming aan en ik verdedig het.

In zijn commentaar op Schatting opwekking duurzame energie Brabant 2015 – 2020  noemt Henk een link naar een zeer interessant artikel uit de VS, waarin Stanfordmensen bewezen hebben dat men in de VS in 2050 een systeem kan maken op basis van alleen wind, water en zon, dat leveringszeker is (richting afnemer) en afname zeker (richting producent). Dit artikel verdient zeker bredere bekendheid. De link staat in het commentaar.

Ik hoop dat meer lezers van mijn weblog zich geroepen voelen om te reageren.