Milieudefensie Eindhoven aanwezig bij demo tegen gasboringen in Ternaard

Ik ben een klein rood stipje bij de rechte lijn van de P, iets aan de hoge kant van het midden (de waterplas in de kwelder is de lage kant)

Milieudefensie Eindhoven heeft het protest tegen de voorgenomen gasboring in Ternaard van afgelopen zaterdag 06 september 2025 ondersteund. Ik was zelf ook aanwezig. De demonstratie was georganiseerd door Milieudefensie en de Waddenvereniging. Mijn taak was om zoveel mogelijk mensen in de bus vanuit Den Bosch te krijgen.

De spreker namens Milieudefensie besteedde aandacht aan het zeer recente onderzoek, in opdracht van Milieudefensie, naar de nieuwe velden die Shell van plan is aan te boren, waaronder in Nederland, waaronder dus in Ternaard. De spreker namens de Waddenvereniging stelde onder andere dat Nederland het risico loopt de Unesco-status voor het uniele gebied Waddenzee kwijt te raken vanwege de mijnbouw.
Een korte samenvatting van met name Shell in Nederland is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/onderzoek-nieuwe-olie-en-gasvelden-van-shell-in-nederland . Een uitgebreide samenvatting van het rapport/ maar dan mondiaal,  is te vinden op /nieuw-onderzoek-bevestigt-de-olie-en-gasplannen-van-shell-verergeren-de-klimaatcrisis .
Er blijkt uit:

  • Shell heeft in totaal 1.196 olie- en gasvelden volledig of deels in zijn bezit. Hiervan zijn 700 olie- en gasvelden (59%) nog niet in gebruik genomen, en 496 (41%) wel al in gebruik genomen.
    Hiervan 84 in Nederland, waarvan 30 nieuw.
  • Als Shell stopt met nieuwe olie- en gasvelden aanboren, zou dit maar liefst 5,2 miljard ton CO2-uitstoot voorkomen. Dat is evenveel als 36 keer de jaarlijkse uitstoot van heel Nederland!
  • Als Shell doorgaat met nieuwe velden betekent dit dat de CO2-uitstoot van Shell’s productietak in 2030 met 4% kan toenemen (in vergelijking met 2022).
  • Als Shell al zijn olie- en gasvelden (onontwikkeld en ontwikkeld) aanboort, loopt de CO2-uitstoot op tot  10.8 billion tonnes CO2: dat is 1/4 van de wereldwijde CO2-uitstoot.

De demonstranten ontplooiden en een goed georganiseerde choreografie negen hele grote spandoeken met op elk één letter, samen vormend de boodschap ‘Stop Shell’. De drone keek toe en zag dat het goed was. Voor mooie, bewegende beelden zie https://www.youtube.com/watch?v=GlEPBKKXBw4 .

En hoewel de Waddenzee, vanuit Eindhoven, zo ongeveer aan de andere kant van het land ligt, was de regio Eindhoven toch met minstens een handvol mensen vertegenwoordigd.

Voor meer informatie, en voor een link naar het onderzoek, zie https://milieudefensie.nl/actueel/shell-kan-ook-in-nederland-nieuwe-olie-en-gasvelden-aanboren .

Update dd 05 dec 2025

De actie heeft succes gehad en de gasboring bij Ternaard gaat niet door!

Dat heeft minister Hermans laten weten.
Er was brede tegenstand: milieuorganisaties hebben er betoogd (o.a. Milieudefensie), maar ook het Staatstoezicht Op De  Mijnen was tegen vanwege de te verwachten bodemdaling die, in combinatie met de zeespiegelstijging, het voortbestaan van d Waddenzee zou gaan bedreigen.
uiteindelijk heeft mininster Hermans de NAM voor €163 miljoen uitgekocht.

Voor het bijbehorende NOS-bericht zie https://nos.nl/artikel/2592354-gaswinning-onder-waddenzee-bij-ternaard-wordt-afgekocht-voor-163-miljoen-euro .
Het nieuwsbericht van Milieudefensie is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/samen-winnen-we-shell-mag-niet-boren-naar-gas-onder-de-waddenzee .

Aan de schöne, maar niet zo blaue Donau

Vooraf
Bij elke duizendste (bruto) passant van mijn weblog traditioneel een wat meer persoonlijk getint verhaal in een wat vrijere onderwerpkeuze. Die duizendtallen volgen elkaar overigens steeds sneller op – ik loop achter. Dit was de 48.000ste.

Vandaag een artikel over de Donau van Passau tot en met Wenen. Dat zit zo: mijn vrouw en ik fietsen elk jaar op vakantie (ouden van dagen, helmpje op, elektrisch). Kan ik meteen wat vakantieimpressies kwijt en bijbehorende foto’s, plus wat uitzoekwerk als we terug zijn. Met de fiets op de trein naar München (interessante stad die een verblijf van een kleine week op zichzelf waard is), en vandaar af in etappes naar Salzburg. Vandaar af langs de Salzach stroomafwaarts tot die in de Inn komt, de Inn stroomafwaarts tot die bij Passau in de Donau komt, en van daar af begint het verhaal.

Soms ontbreekt er – per definitie aan de rustige kant waar het voor fietsers leuk is-, een stuk weg omdat het daar te ontoegankelijk of te steil is. Dat wordt opgevangen met fietspontjes. Dit is stroomafwaarts van Passau.

De Donauradweg als economische kracht
De Donauradweg is erg fijn om te fietsen. We hebben hem  in verschillende eerdere jaren, soms omhoog en soms omlaag, al helemaal gefietst van de bron, voorbij Donaueschingen, tot Passau. Nu dus het stuk tot Wenen erbij. Daarna volgt er nog een heel lang stuk tot de Zwarte Zee, maar of we daar nog aan toe komen is de vraag.

De Donauradweg is nu een dermate beroemd instituut, dat het een economische kracht geworden is. De toeristische koepelorganisatie ARGE Donau Österreich  becijferde  in /926-000-radfahrer-am-oesterreichischen-donauradweg-2023 dat zich  in 2023 926.000 fietsers op de route vertoond hadden. Grofweg eenderde zijn vakantiegangers, een derde Oostenrijkers zelf die een dagtochtje  fietsen, en een derde fietst ter wille van zijn of haar alledaagse bezigheden.

Het instituut  is overigens niet oud. De eerste aanzet is van een jaar of 40 geleden (zegt wikipedia/Donauradweg ) en die bestond eruit dat de oude jaagpaden (waar een paard een schip vooruit trok met een touw) geopend werden voor fietsers. Het Bundesstrombauamt zag dat eigenlijk niet zo zitten.
Nu is het traject Passau-Wenen de een na drukste fietsroute van Europa (na de Bodenseeroute).

Vakantiegangers gaven in 2023 ongeveer €70 per persoon per dag uit. Dat tikt dus lekker aan: een dikke €20 miljoen per dag, en dat vaak meerdere dagen. Blije horeca, blije fietsers.

Overigens zie je die drukte niet terug op het fietspad. Het is een groot gebied.

Natuurwaarden
Als fietser heb je weinig zicht op wat er onder water rondscharrelt.
Als je verdere informatie zoekt, vind je bijvoorbeeld het Oostenrijkse klimaat- en milieuministerie op oekologische_sanierung_donau   Om de zoveel kilometer liggen er bijvoorbeeld stuwdammen waardoor vispopulaties van elkaar gescheiden zijn. Sommige trajecten lijken op zoiets als een onbedoeld kanaal met strakke oevers. Er zijn heel veel saneringsmaatregelen nodig.
Maar onze ervaring hiermee als fietsers gaat niet verder dan de educatieve afbeeldingen bij Fischgasthof  Aumuller in Obermühl.

De natuurwaarden langs de Donau zijn vanaf een fietszadel wel goed te zien en er staan vaak goede informatieborden. Je ziet bloemrijke bermen (best mooi) en mooie Au-landschappen (sommige Donau-Auen zijn terecht beroemd).
Ik laat het bij wat mooie plaatjes. Wetenschappelijke pretenties ontbreken.

Wegberm tussen Persenbeug en Melk       Fijnstraal  

Donau-Auen tussen Melk en Zwentendorf

Traject Melk-Zwentendorf.
Voor meer info en veel mooiere plaatjes zie https://www.life-traisen.at/de ).Life+ is een EU-programma ten behoeve van Natura2000 – gebieden.

De waterkrachtcentrales, het Verbund en energie in publieke handen
Om de zoveel tientallen kilometer verschijnt het volgende ‘Kraftwerk’.
Ik heb altijd interesse in hernieuwbare energie-oplossingen, dus ik heb goed gekeken en naderhand  informatiemateriaal binnengehaald.

De tien centrales in de Donau zijn allemaal van het Verbund ( algemeen  power.verbund.com/de en specifiek voor de waterkracht op de Donau (de tien centrales en hun kenmerken worden hier genoemd) power.verbund.com/de/wasserkraft/laufkraftwerk/donau ). Vragen en antwoorden op www.verbund.com//haeufige-fragen  .

In totaal heeft het Verbund 132 waterkrachtcentrales (de meeste dus op andere rivieren dan de Donau), die gezamenlijk 33448GWh elektriciteit produceren (waarvan 13281GWh vanuit de tien Donaucentrales); 342 windturbines, goed voor 1818GWh stroom; 47 zonneparken, goed voor 446GWH stroom, en twee gasturbines  goed voor 1300GWh stroom per jaar. Samen is dat goed voor zo’n 40% van de Oostenrijkse vraag naar elektriciteit.

Minstens 51% van de aandelen van het Verbund is in handen van de Oostenrijkse staat – dat ligt grondwettelijk vast. Ca 30% zit bij nutsbedrijven die geheel of grotendeels in handen zijn van lagere overheden. Ca 20% is ‘Streubesitz’ – het Duits heeft af en toe van die mooie woorden.

Kraftwerk Ybbs-Persenbeug

Oude, bij renovatie vervangen Kaplanturbine (Ybbs-Persenbeug)

Als voorbeeld een van de tien, Kraftwerk Ybbs-Persenbeug ( https://power.verbund.com/de/Ybbs-Persenbeug ). We hebben in Persenbeug overnacht en er lag net een groot riviercruiseschip in de sluis.
Het Kraftwerk is 236MW en produceert 1336GWh per jaar. De installatie is in 1960 in gebruik  genomen en tussen 2015 en 2022 ingrijpend gerenoveerd. De oude Kaplanturbine is nu monument.
Voor de komende jaren staat een omleidingsroute voor vissen gepland (met weer zo’n mooi Duits woord een Fischwanderhilfe). Twee Kraftwerke verder, bij Greifenstein, ligt er al  zo’n omleidingsbeek.

Visomleidingsroute bij Kraftwerk Greifenstein

Overstromingen
De Donau is van oudsher een typische regenrivier (hij wordt niet gevoed vanuit gletschers). Het waterpeil is fiks of niks (niks is letterlijk bedoeld, want een heel eind stroomopwaarts stroomt de Donau door een karstgebied met een lekke bodem en bij weinig water staat hij daar droog – we hebben daarin een ander vakantiejaar  in de droge bedding gelopen).

Maar het kan ook heel erg fiks, zoals op zijn Valkenburgs. En men onthoudt de fikse jaren en men ziet het klimaat zijn invloed uitoefenen. Verstandige mensen gingen vroeger, en gaan mogelijk opnieuw, op een hoge bult langs de rivier wonen. En anders toch op zijn minst vloedplanken en dergelijke.

In september 2024 was het in heel Midden-Europa weer raak. Zie Ministerie/hochwasser-september-2024  : er viel in vijf dagen meer dan vijf keer zoveel dan normaal in een hele maand.

We spraken erover met de baas van het Rosenhotel in Zwentendorf, onze laatste halte voor Wenen. Goeie tent overigens. De speciale aandacht voor Zwentendorf is overigens slechts om deze toevallige reden, de problematiek deed zich voor over een veel groter gebied en was soms elders veel heftiger.
Zijn hotel lag niet heel hoog boven de Donau en hij had de rivier op bezoek gekregen, maar met een pomp en vloedplanken had hij de boel kunnen redden. Hij was voorbereid.
Maar zijn dochter woonde aan de andere kant van het dorp, veel verder van de rivier af, en voor het eerst in de geschiedenis stond het daar ook blank. De Donau was door een zijbeek om het dorp heen gelopen.

Zwentendorf onder water_foto MarktGemeinde Zwentendorf

De gemeente Zwentendorf geeft op Unsere_Gemeinde/Fotogalerie een beeld van wat soms een ravage werd. Vrijwilligers, onder leiding van de brandweer, konden soms erger voorkomen. Zelfredzaamheid bij gebrek aan beter, zogezegd. Voor de lokale pers, zie meinbezirk.at/tulln/die-geschichte-einer-flut  .

Men zou zeggen dat de Donau inmiddels helemaal gereguleerd is en op een bepaalde manier is dat ook zo. Hij is helemaal afgedekt met Kraftwerke met stuwdam en normaliter is er weinig aan de hand en kun je er bijvoorbeeld gewoon met cruiseschepen of binnenvaartschepen op varen. We stonden boven zo’n sluis en onder ons klonk uit een cruiseschip luide operamuziek – een lichtelijk vervreemdend effect.
Maar het zijn Laufkraftwerke: elke kuub die erin komt, gaat er ook meteen weer uit. Er is geen stuwmeer waarmee men het rivierpeil kan bufferen. Het enige  middel zijn noodvoorzieningen waarmee men het water zo ongehinderd mogelijk laat wegstromen.

De stad Wenen heeft, met vooruitziende blik, zijn bescherming al in een ver verleden geregeld ( Donauinsel – Wikipedia ) . Op voorstel van de SPÖ en met steun van de FPÖ , en tegen hardnekkig verzet van de ÖVP in, werd in 1969 besloten een parallelgeul te graven (de Neue Donau). Daardoor is een langwerpig eiland ontstaan, het Donauinsel.
Omdat de ‘oude’ Donau hier vanwege het volgende Kraftwerk opgestuwd is en de Neue Donau stroomopwaarts een stuw heeft die als een kraan  open en dicht kan, ligt de Neue Donau een paar meter lager dan de ‘oude’ Donau. Normaliter staat het water stil. Bij een crisis gaat de kraan open en werkt de Neue Donau als waterberging en dan als extra afvoergeul. Het schijnt te werken.

Het verhaal lijkt in de verte een beetje op dat van de Spiegelwaal bij Nijmegen.

Het Donauinsel is aantrekkelijk ingericht en een geliefd natuur- en recreatiegebied. Als er geen hoog water geweest is, kun je in de Neue Donau zwemmen.
De fietsroute wordt er overheen gestuurd en dat is geen straf, en je komt op rustige wijze bijna tot in het centrum van Wenen. De verkeersellende van het fietsen in een onbekende grote stad begint daarna pas.
Maar goed, daar hebben we zelf voor gekozen en we zijn tot nu toe goed genoeg om dat verkeer te overleven.

Donauinsel bij Wenen (foto Wikipedia)

De klimaatcrisis zal nog heel wat van dit soort  infrastructurele werken nodig maken.

En, o ja, de Donau is niet blauw, zoals Johann Strauss liet zingen. Hij heeft een normale rivierkleur. Als een rivier echt blauw is, is er iets goed mis.

Pensioenfonds PFZW breekt met de vervuilende vermogensreus BlackRock

Even ter opvrolijking een kort persbericht van Fossielvrij Nederland, over dat het pensioenfonds PFZW de grootste vermogensbeheerder van de wereld opzij gezet heeft. Blackrock is anti-duurzaam geworden en dat zal vast wel iets met Trump te maken hebben.

Hoi, goed nieuws! 🥳 Pensioenfonds PFZW breekt met de vervuilende vermogensreus BlackRock. Zij laten hun geld niet meer beleggen door deze Amerikaanse vermogensbeheerder.

✊ Deze overwinning is pas het begin. Who’s next? Onze pijlen gaan nu naar ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, en de andere pensioenreuzen. Tijd dat zij PFZW volgen!

Kom ook in actie: lees op onze website wat jij kunt doen om jouw pensioenfonds te laten breken met BlackRock: https://gofossilfree.org/nl/kom-in-actie-laat-jouw-pensioenfonds-breken-met-blackrock/

BVM2 spreekt in tegen fossiele (vlieg)reclame

De Nederlandse actiegroep Fossielvrij heeft zich toegelegd op het weren van fossiele reclame. Dat krijgt onder andere vorm doordat Fossielvrij Nederlandse gemeentebesturen zover probeert te krijgen dat die een verbod op fossiele reclame in de openbare ruimte in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opnemen. In den Haag is dat gelukt.
Daarop zijn TUI en de ANVR naar de rechter gestapt, maar hebben daar op alle ingebrachte punten verloren.

De Partij voor de Dieren (PvdD) heeft eenzelfde voorstel in de Eindhovense gemeenteraad gebracht. De eerste keer (dat was voor het Haagse vonnis) lukte dat niet. Daarop heeft de PvdD dat nog eens geprobeerd en dat voorstel kwam in de (meningsvormende) commissievergadering van 02 september 2025 aan de orde.
Het (goed in elkaar stekende) initiatiefvoorstel werd, behalve door de PvdD, gesteund door SP, GroenLinks, PvdA en Volt.

De indieners

Het voorstel, met bijlagen, is te vinden op https://eindhoven.raadsinformatie.nl/modules/19/Raadsvoorstellen/1053561 .

Het voorstel kwam op 02 september 2025 in de meningsvormende commissievergadering. Daar kan men inspreken.
Omdat vliegreclame een specifieke vorm van fossiele reclame is, heb ik namens BVM2 ingesproken. Ik wees erop dat niet-fossiele vliegbewegingen vooralsnog vooral een belofte waren.
De vastgelegde krimp van de geluidsruimte (die o.a. nodig is om genoeg nieuwe woningen te bouwen) kan volgens BVM2 alleen bereikt worden met minder vliegbewegingen. En de goedkope vakantievluchten, waarop vliegreclame zich vooral richt, zijn nou net de bewegingen waar onder regio meer last dan gemak heeft. Mensen moeten minder ver en minder vaak op vliegvakantie gaan. Een eindige aarde betekent eindige vakantiemogelijkheden, en als TUI daar een probleem mee heeft, moet TUI maar een ander bedrijfsmodel verzinnen.
Ikriep dus de gemeenteraad op om het initiatiefvoorstel te steunen.
De volledige inspraaktekst is te vinden


Het College van B&W van Eindhoven hield de boot af, zij het niet erg indringend. De raad moest het maar zelf weten, maar het kostte mogelijk wel een paar ton per jaar aan gederfde reclameinkomsten en handhavingskosten. En het was nog maar afwachten of de hoogste juridische instantie het huidige vonnis overeind hield. De indieners waren niet onder de indruk.

De indieners  hebben samen 21 van de 44 reëel bestaande zetels, D66 zit op de wip en de rest is tegen. Het kan zijn dat het voorstel het met een aanvullend dekkingsvoorstel redt. Op 09 sept wordt er gestemd.

Demonstranten van XR ‘Hier hing een fossiele reclame”.

Actie tegen PFAS in de Westerschelde

(op verzoek)

De Stichting Gezond Water (SGW)  te Hansweert strijdt tegen PFAS-concentraties in de Westerschelde (www.stichtinggezondwater.nl) . Concreet doen ze dat onder andere door zich met lozende chemische bedrijven bezig te houden. Op 23 september 2025 staan ze voor de bestuursrechters in Den Bosch tegen Sabic Innovative Plastics B.V. te Bergen op Zoom.
De SGW wil bjj die gelegenheid een petitie aanbieden “Bescherm de Westerschelde en sta geen PFAS-lozingen meer toe! “. De SGW vraagt ons om aan deze petitie bekendheid te geven. En hoewel de Westerschelde niet tot ons werkgebied behoort, wil Milieudefensie Eindhoven e.o. dit verzoek graag ondersteunen.
Men kan terecht op https://petities.nl/petitions/bescherm-de-westerschelde-en-sta-geen-pfas-lozingen-meer-toe?locale=nl .

Sabic Innovative Plastics BV te Bergen op Zoom

Milieudefensie Eindhoven spreekt met DAF Trucks

DAF Trucks heeft zijn Sustainability Report 2024 uitgebracht en, net als bij het gelijknamige document van 2023, vond er daarna een gesprek plaats tussen enerzijds drie leden van Milieudefensie Eindhoven en een landelijk staflid van de organisatie, en anderzijds dhr. Habets, Directeur Operations en mevrouw Van der Laar, Sustainability Manager.

Het Report is te vinden op daf-sustainability-report-2024.pdf .

Het Report is geheel opgebouwd in lijn met de Europese CSRD-richtlijn. Uit de afdelingen daarvan behandelt het Report de Environmental-doelen klimaat en luchtvervuiling, een aantal Social-doelen en het Governance-doel (wat in praktijk zoiets als goed zakelijk gedrag betekent).
De recente Europese pogingen om de CSRD-richtlijn te vertragen en te versoepelen kwamen aan de orde. De DAF-managers verwachtten dat er inhoudelijk voor hun bedrijf niet veel zou veranderen, maar hoopten op een vermindering van het (vaak overbodige) papierwerk. Het wordt ook de goedwillende industrie daarmee soms moeilijk gemaakt, aldus de mensen van DAF Trucks.

Nadere uitleg van de CSRD-richtlijn en de toepassing ervan op DAF trucks op daf-trucks-brengt-duurzaamheidsrapport-2024-uit .

DAF Trucks hoort niet bij de bedrijven die door Milieudefensie landelijk aangeschreven zijn (het initiatief voor het contact kwam van de Eindhovense afdeling), maar in praktijk is de ambitie van DAF trucks ongeveer die welke landelijk gevraagd is, namelijk 43% a 45% minder broeikasgas in 2030 vergeleken met 2019, gerekend over de hele waardeketen van het bedrijf. Ca 94% van de broeikasgassen komt vrij uit de uitlaten van verkochte vrachtwagens, ca 5% uit het toeleveringstraject, en slechts een half procent uit de productie in de eigen fabrieken.

Het verslag is wat het woord zegt, een weergave van de huidige activiteiten in het nu en in het recente verleden. Wat nog wel zou mogen is dat de cijfers verder teruggingen tot in het iets minder recente verleden.
Verder bevat het Report werkwijzen waarmee concreet gewerkt wordt. Dat is waardevol.
Maar het verslag is nog geen plan. DAF trucks is hiermee bezig. Met name voor de doorkijk naar 2050 (bijvoorbeeld tussentijdse broeikasgasambities in 2035 en 2040) ontbreekt nog een zichtbare planning.
Milieudefensie in den lande heeft een methodologie ontwikkeld voor aangeschreven bedrijven (dus niet speciaal voor DAF  trucks) om tot zo’n klimaatplan te komen. Een eerste versie hiervan werd als cadeau overhandigd. Zie https://milieudefensie.nl/actueel/bijlage-2-methodologie-klimaatcrisis-index.pdf .

DAF Trucks verzoekt om constructief overheidsbeleid, zoals bijvoorbeeld infrastructuur en stimulerende maatregelen. De belangrijkste stimulans komt uit de vraag van de klanten.

Het was een goed gesprek. In beginsel in 2026 opnieuw.

(foto bgerard 25 aug 2025)

Milieudefensie Eindhoven dient zienswijze in over PFAS-vergunning CFS Weert

Wat is CFS?
Renewi  CFS BV (het bedrijf is onderdeel van de grote commerciële afvalverwerker Renewi) is een inrichting die allerlei soorten industrieel afvalwater bewerkt. Zie https://www.cfsweert.nl/ . Het bedrijf is gevestigd aan de Wetering in Weert.
CFS staat voor Chemisch Fysisch Scheiden.

(foto van Google Street View)

Het afvalwater dat na behandeling overblijft gaat het riool in, komt zodoende in de RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI) van het Waterschap Limburg, daarna in de Zuidwillemsvaart en daarna bij Den Bosch in de Maas. Omdat de Zuidwillemsvaart door Helmond stroomt, is het een aandachtspunt voor Milieudefensie Eindhoven, welke club feitelijk regionaal werkt.

In 2023 nam CFS bijna 60.000 ton afval  in, waarvan uiteindelijk ca 90% het riool in ging (grotendeels water). De rest werd in bewerkte toestand afgevoerd naar elders.

Zolang de industriële bedrijfsprocessen bestaan waar dit soort afvalwater vrijkomt, moeten er inrichtingen zijn die de schadelijkheid ervan zover mogelijk terugdringen. Relatief het beste gebeurt dat in gespecialiseerde bedrijven die betrouwbaar zijn en kennis van zaken hebben. Er zijn weinig of geen objectieve aanwijzingen dat CFS daar niet aan voldoet. Naar eigen zeggen (op de website) voldoet het bedrijf aan alle Nederlandse en Europese normen. Een bezoek door de inspectie BRZO+ dd mei 2024, waarin drie aspecten van het functioneren van het bedrijf bekeken werden, leverde geen schokkende misstanden op, maar alleen wat kleinere aandachtspunten. Ook moederbedrijf Renewi wordt niet door een track record aan schandalen achtervolgd.

( uit H2O )

CFS en PFAS
CFS heeft in januari 2022 bij de provincie Limburg (bevoegd gezag) een aanvraag ingediend om GenX, PFOS en PFOA en andere PFAS-stoffen in het riool te mogen laten stromen, en  ook toe te staan dat industrieel afval, met daarin deze stoffen, aangenomen kan worden. Feitelijk werden die PFAS-stoffen al enkele decennia aangenomen, want het kan niet anders dan dat het soort afval dat CFS inneemt, soms PFAS bevat. ‘Sommige bedrijven die ons afvalwater aanbieden, weten dat de PFAS aanbieden. Andere ondernemingen zijn zich daar niet eens van bewust” aldus CFS-directeur milieu & kwaliteit De Jong in de NRC van 26 aug 2025 ( onbegrip-over-voornemen-om-afvalverwerker-pfas-te-laten-lozen-in-weert ) . Dat kan malafide zijn, maar ook bona fide omdat diffuse PFAS-verontreiniging wijd verbreid is.

De eerste aanvraag leidde tot zoveel kritiek dat hij aangehouden is, en dat CFS dd nov 2024 aanvullende informatie ingediend heeft die, naar de mening van de provincie, zoveel invloed had dat een nieuwe vergunning gepaster leek. Die is op 14 juli 2025 in concept verleend. Daarop konden zienswijzen ingediend worden en van die mogelijkheid is druk  gebruik gemaakt Ook dus door Milieudefensie Eindhoven.

De ontwerp-vergunning is te  vinden op ontwerpbesluit GS Limburg_OMgevingsvergunning CFS Weert .
De definitieve zienswijze van de gemeente Weert, die zich grote zorgen maakt over zijn riolering, is te vinden op https://gemeenteraad.weert.nl/Documenten/Definitieve-zienswijze-n-ontwerp-besluit-CFS-BV-geanonimiseerd.pdf . Als bijlage is de zienswijze van de GGD, van het Waterschap en van de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) meegeleverd.

CFS heeft de PFAS-stoffen niet zelf geproduceerd. Ze komen binnen met het geaccepteerde afval. Vanaf dat moment is het afval de verantwoordelijkheid van CFS BV.

Het bij de acceptatie geldende protocol vertrouwt in eerste instantie op de beweringen van aanleverende klanten en eerdere ervaringen met die klanten. Het ILT vindt deze procedure te fraudegevoelig, en ik ook.
Vervolgens worden er op de aangeleverde afvalporties de gebruikelijke fysische en chemische scheidingsmethodes losgelaten die de basis van het bedrijf zijn (bezinken, zeven, persen, neutraliseren en zo). Dat resulteert in een voorraad smurrie die geëxporteerd wordt naar een echte vernietiger (bijvoorbeeld een vuilverbrander), en in een heleboel effluent-water. Dat wordt door CFS weekgemiddeld bemonsterd. Als een portie afval volgens de aanleverende klant zelf PFAS bevat, of als die portie PFAS-verdacht is, laat  CFS de betreffende monsters in een extern laboratorium  analyseren.
Daar kan uitkomen dat de concentratie GenX, PFOA, PFOS en overig PFAS boven een bepaalde drempelwaarde uitkomt. Die drempelwaarden staan genoemd in de voorschriften bij de vergunning en volgen uit de jaarvracht die CFS  van elk van deze vier categorieën mag lozen (hieronder de laatste kolom), gedeeld door de maximale jaarlijkse 150.000m3 water waarin die categorie weggespoeld mag worden, het riool in.  (Als voorbeeld: Bij bijvoorbeeld PFOA is die concentratie 1,1kg gedeeld door 150.000m3, dat omgewerkt geeft 7,5µg/liter).

Als er  stront aan de knikker  blijkt, probeert CFS met dagmonsters om de schuldige te achterhalen. Die krijgt dan feedback en zo hoopt CFS zijn afvalaanbieders steeds beter te leren kennen.

Als de concentratie van het effluent-water niet bekend is (wat kan op basis van goed geloof in de aanbieder of ervaring met die aanbieder), of als dat water na laboratoriumanalyse onder de drempelwaarde uitkomt, volgt een algemene achtervangbewerking met een actieve kool-doorstroomfilter met een rendement van gemiddeld 55%. Dat dat niet meer is, is (volgens de ILT) omdat CFS dat kosteneffectief vindt tot €284.300 per jaar.

Als de concentratie van het effluent-water voor een of meer van bovenstaande vier categorieën boven de drempelwaarde uitkomt, wordt het water naar hele grote bakken geleid (‘batches’), waar het, ook weer met actieve kool, bewerkt wordt maar dan intensiever. Deze batches moeten een scheidingsrendement halen van minstens 95% en dat moet ertoe leiden dat de betreffende afvalportie alsnog onder de voorgeschreven drempelwaarde uitkomt. Daarna verlaat het water de bak, passeert ook weer de algemene achtervangbewerking en gaat alsnog het riool in.

Er worden maar vier categorieën genoemd (uit de duizenden PFAS-stoffen die bekend zijn) omdat dat de enige vier categorieën zijn waarvoor een soort voorlopige norm bestaat. Men kan in een vergunning niet iets reguleren waarvoor geen norm bestaat en al die duizenden PFAS-stoffen op nul normeren is niet mogelijk.

De RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI) van Weert

Zeer Zorgwekkende Stoffen en een vergunning voor onbepaalde tijd
Alle PFAS-stoffen zijn Zeer Zorgwekkende Stoffen. Bepalingen daarover zijn geregeld in de Omgevingswet en uitwerkingen daarvan. Dat is hogere wetgeving en wat daarin staat, hoeft in de vergunning niet herhaald te worden.
Daaronder de minimalisatieverplichting. Op basis daarvan moet CFS onder meer het bevoegd gezag iedere 5 jaar informeren over de mate waarin ZZS in de lucht of het water worden geëmitteerd en over de mogelijkheden om de emissies van ZZS in de lucht of het water te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken.
Hiervoor moeten vermijdings- en reductieprogramma’s (VRP) worden opgesteld. Voorgaande tekst betekent dat CFS vijfjaarlijks moet onderzoeken welke verdere reductie mogelijk is. Op grond daarvan en mogelijk ook op grond van nieuwe daadwerkelijk in de markt werkbare operationele technieken die als BBT worden aangemerkt kan de vergunning van CFS aangescherpt en  geactualiseerd worden.
In de voorschriften wordt deze algemene bepaling aangevuld met de eis dat voor dergelijke verbeteringen een VITO-studie geraadpleegd moet worden (hierover verderop meer).

GS van Limburg verlenen de vergunning voor onbepaalde tijd. Ik vind dat onverstandig, omdat het me niet duidelijk is hoe dwingend de vijfjaarlijkse minimalisatieverplichting in praktijk uitpakt.

Best Beschikbare Techniek (BBT) of Best Betaalbare Techniek (BBT)?
De concept-vergunning stelt expliciet dat bij het selecteren van Best Beschikbare Technieken economische afwegingen toegestaan zijn en beroept zich daarbij op een uitspraak van de Raad van State van 27 juli 2022 (202103884/1/R1).
In een eerdere Raad van State-uitspraak uit 2009, over Shell Moerdijk,  werd overigens het tegengestelde gezegd ( Energieraad : Shell Moerdijk moet vervuiling fors verminderen ).

De economische afweging maakt bijvoorbeeld dat in de concept-vergunning de 55% van de achtervangbewerking niet bijvoorbeeld 75%  of  95% is.

De overheid kan niet zomaar een maatregelenpakket verzinnen, maar is juridisch gebonden aan de Europese BREF-richtlijnen (Best Available Techniques Reference Documents), in dit geval de BREF-richtlijn voor de afvalbehandeling (2018)

Het resultaat van de aanpak van CFS  is dat het meeste PFAS nu in de actieve kool zit. Voor de Zuidwillemsvaart is dat fijn (zo men wil minder on-fijn). Maar het milieuprobleem als geheel is niet opgelost, maar verplaatst.
De concept-vergunning schrijft voor dat die actieve kool, alsmede alle materiaal dat niet het riool in gaat (bijvoorbeeld sediment of slib) thermisch verwerkt moet worden (lees in praktijk: verbrand).

GS van Limburg stellen dat de combinatie van absorbtie aan actieve kool, gevolgd door adequaat vormgegeven verbranding, op dit moment de BBT is waarbij BBT hier gelezen kan worden als een compromis tussen Beschikbaar en Betaalbaar.

Zowel de provincie als de ILT verwijzen naar een recente studie van het VITO (zoiets als de Vlaamse tegenhanger van TNO) ‘Beste beschikbare technieken (BBT) voor de zuivering van met PFAS belast bedrijfsafvalwater en bemalingswater‘, gepubliceerd december 2023. Juridisch heeft dit document geen status (in België ook niet). Het is te downloaden op VITO-document .

De VITO-auteurs hebben de zaak grondig aangepakt en zijn ook alle technieken in opkomst langsgelopen, die ten tijde van het schrijven bekend waren. Het is een interessant werkstuk, waaraan ik mogelijk nog eens een apart artikel wijd.
De VITO-studie laat zien dat er geen ideale oplossingen zijn. Een niet te veronachtzamen probleem is bijvoorbeeld dat er, behalve PFAS, nog vele andere stoffen in het afvalwater zitten. Je kunt veel  met (bijvoorbeeld) membramen, maar als er bijvoorbeeld een restant olie-emulsie in het afvalwater zit, slibt de membraam in no time dicht.
Hieronder bijvoorbeeld de voor- en nadelen van actieve kool volgens VITO. Een dergelijk overzicht bestaat er ook voor membramen (blz 103 van het VITO-document), en voor vele andere technieken.

De zienswijze van Milieudefensie Eindhoven
Deze is hieronder te vinden:


Milieudefensie Eindhoven voelt zich betrokken bij het onderwerp omdat de Zuidwillemsvaart vervuild wordt en Helmond aan dat water, stroomafwaarts van Weert, ligt.

De  conceptvergunning kwam midden in de vakantie uit en lag ter inzage t/m 26 augustus. Door toevallige omstandigheden kon ik er pas laat op reageren. Een heleboel organisaties hadden toen al een zienswijze ingediend, zoals de gemeente Weert, de GGD, Natuur en Milieu Limburg, en de ILT. Gemakshalve heb ik me daar namens Milieudefensie Eindhoven bij aangesloten, hoewel ik niet alle argumenten altijd even sterk vind.

De inbreng puntsgewijze:

  • We wijzen bedrijfseconomisch gemotiveerde versoepelingen af . BBT is Best Beschikbare Techniek
  • Lozingsvergunningen voor onbepaalde tijd moeten principieel worden afgewezen. Daar zijn er al te veel van
  • Het VITO-document is actueel t/m 6 juli 2023 (staat erin). Nadien is de startup Oxyle commercieel beschikbare PFAS-vernietiging gaan aanbieden op basis van een in VITO nog  niet genoemd technisch beginsel. Zie https://www.bjmgerard.nl/pfas-kan-vernietigd-worden/  . Milieudefensie heeft overigens geen enkele persoonlijke of zakelijke band met Oxyle, we zijn alleen geïnteresseerd in het proces.
    Milieudefensie vindt de officiële BBT-regels sterk verouderd (BREF dateert van 2018)
  • Mocht het juridisch niet mogelijk zijn om deze nieuwe techniek in een vergunning voor te schrijven, vraag dan vriendelijk maar dringend aan CFS of het mee wil werken aan een goed gedocumenteerde pilot, zodat er bij de volgende ZZS-herbeoordeling mogelijk een extra alternatief is

Veel rumoer en een nabeschouwing (“maar toch….”)
Alles wat met PFAS te maken heeft leidt tegenwoordig tot emotie en dat is begrijpelijk.

De gemeenteraad van Weert (exclusief de opzettelijk afwezige VVD) heeft in een extra raadsvergadering unaniem de door B&W ingebrachte zienswijze ondersteund en dreigt met juridische stappen tegen de provincie. Waterschap Limburg denkt er net zo over. De ene overheid die procedeert tegen de andere, het is niet niks.

Inspraakreacties bestaan meestal uit een uitvoerig ingekleurde schets van de vele slechte gevolgen, gevolgd door de oproep aan de provincie om de vergunning niet te verlenen. Van de concrete bepalingen van de ontwerp-vergunning krijgen alleen de om bedrijfseconomische redenen  beperkte 55% aandacht, alsmede het risicogevoelige acceptatieprotocol – beide op zich terecht.
Alleen de ILT ging, zoals men verwachten mag, dieper in op de technische bepalingen in de vergunning. Dat leidt tot een technische discussie tussen vakambtenaren, die ik met interesse gelezen heb, zonder in alle gevallen een winnaar aan te kunnen wijzen. Daarvoor moet men meer van de concrete praktijk van CFS weten. Ook de ILT wil dat de vergunningaanvraag afgewezen wordt.

Maar toch: sta ik daar zelf dubbel in.
‘ Vroeger’ liep alle PFAS gewoon ongehinderd door CFS heen en belandde in het riool. Dezelfde aanleveranciers boden toen hetzelfde afval aan als nu. Men wist toen niet beter of hoefde niet beter te weten.
‘Straks’, als de vergunning doorgaat zoals die er nu in concept ligt, wordt een groot deel van de PFAS afgevangen en vernietigd. “Eigenlijk betekent een vergunningverlening legalisering van een tot dan toe niet vergunde lozing”, zoals Rijkswaterstaat opmerkte (Rijkswaterstaat is bevoegd gezag inzake het Zuid-Willemsvaart). En nog wat langer geleden hoefde die lozing niet eens vergund te worden.

De concept-vergunning leidt zowel in het Weertse riool als in de maatschappij als geheel tot een verbetering t.o.v. de bestaande situatie. Men kan vinden, ik vind dat ook, dat die verbetering niet groot genoeg is en dat de vergunning ambitieuzer moet, liefst nu en anders over vijf jaar.
Bij geen vergunning moet het bedrijf dicht, ontstaat er een afvalprobleem anders dan PFAS,  en blijft alle PFAS ongewijzigd in het milieu aanwezig – mogelijk niet in het Weertse riool, maar dan toch op  onbekende plekken elders.

Zo beschouwd bevordert CFS BV een algemeen belang, namelijk de vernietiging van PFAS. Men zou zich kunnen voorstellen dat zoiets de overheid een subsidie waard is, die bijvoorbeeld vorm zou kunnen krijgen in de financiering van de door Milieudefensie Eindhoven voorgestelde pilot moderne scheidingstechniek. De provincie Limburg zou eens kunnen gaan praten met (bijvoorbeeld) Oxyle.

Een vlekkeloze PFAS-vergunning bestaat niet. Liever de best mogelijke vergunning dan geen vergunning, de hartenkreet van velen.

PFOS

DAF Trucks brengt Duurzaamheidsrapport 2024 uit

Inleiding
In het kielzog van de landelijke aanschrijving van 30 bedrijven in den lande door Milieudefensie heeft Milieudefensie Eindhoven DAF Trucks aangesproken op een te behalen klimaateis. Daaruit ontstond een goed contact, dat resulteerde in een gesprek met twee leidinggevenden bij DAF Trucks over het kort daarvoor uitgebrachte Sustainability Report 2023 (het eerste rapport van dien aard van DAF Trucks). Er was ook iemand van de staf van Milieudefensie landelijk bij.
In het gesprek bleek dat de meningen een heel eind dezelfde kant opgingen. Naar aanleiding van dit gesprek is een (geauthoriseerd) verslag op deze site verschenen onder https://www.bjmgerard.nl/daf-trucks-en-milieudefensie-spreken-over-het-klimaat/ (en van daaraf verder terug).
Onder andere is afgesproken dat er een nieuw gesprek plaatsvindt naar aanleiding van het Sustainability Report 2024. Dat gesprek zal binnenkort plaatsvinden.

Het Sustainability Report 2024 is te vinden op daf-sustainability-report-2024.pdf . Ik vind het  een goed werkstuk.

Opgebouwd rond de Europese CSRD-wetgeving
In het Sustainability Report 2023  baseerde DAF Trucks zich voor het eerst op de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). In het Sustainability Report 2024 is deze benadering uitgebreid en verdiept, op basis van de wetgeving zoals die in 2023 van kracht geworden is.

Bij de CSRD-richtlijn hoort een heleboel Europees jargon. Dat is voer voor specialisten, en die zitten soms bij accountantsbedrijven. Ik vond bijvoorbeeld een verhaal op de website van het  grote, internationale accountantsbureau  PWC ( sustainability/esg/corporate-sustainability-reporting-directive/ ) dat goed geactualiseerd is. (Zie dit als een voorbeeld, PWC is in deze niet speciaal.)

De grondgedachte van de CSRD is dat grote  bedrijven tot dan toe alleen maar moesten rapporteren wat er financieel ‘material’ was (‘material’ betekent in accountantskringen zoiets als ’relevant’ of ‘van belang’), en dat ze vanaf 2023 ook moesten aangeven wat er qua duurzaamheidsimpact ‘material’ was. Vandaar de jargonkreet ‘double materiality’. Zodoende ontstaat er een soort 2*2-matrix zoals hierboven aangegeven (voor DAF Trucks).
Bij grote bedrijven is een miljoentje meer of minder niet ‘material’.

De CSRD-richtlijn is gebouwd op de onderliggende ESG-begrippen (waar Trump zo’n hekel aan heeft) Environmental, Social en Governance. Die abstracties worden in de eerste opzet van de CSRD via een lijstje met 12 standaarden omgebouwd tot een min of meer hanteerbaar boekhoudsysteem (over dat ‘min of meer hanteerbaar’ bestaat veel discussie ).  Die standaarden heten European Sustainability Reporting Standards (ESRS)  en werden halverwege 2023 definitief, en in december 2023 officieel gepubliceerd.
Vijf van die standaarden vallen onder de E (dus van Environmental), vier vallen onder de S van Sociaal, één onder de G en twee zijn overstijgend. De Nederlandse SER geeft een uitleg die redelijk te volgen is op https://www.ser.nl/nl/thema/duurzaamheid/faq/csrd-esrs-standaarden .  

Onder invloed van de toenemende rechtse invloed en van het geklaag vanuit sommige bedrijven wordt er geduwd en getrokken om de CSRD-verplichtingen soepeler en makkelijker te maken (bijvoorbeeld uitstel, minder deelnameverplichting, minder standaarden). Deskundigen met een ruimere blik dan alleen het veronderstelde bedrijfsbelang op korte termijn spreken er schande van (zie bijvoorbeeld de-omnibus-is-een-sigaar-uit-eigen-doos uit Change).   Onduidelijk is welke invloed dat op een bedrijf als DAF Trucks zal  hebben – bijvoorbeeld of het doen en laten inzake duurzaamheid meer gemotiveerd zal blijken te zijn  door innerlijke overtuiging dan door opgelegde dwang en concurrentie-eisen . In dit artikel valt daarop geen antwoord te geven.
 Het Sustainability Report 2024 is  nog op de ‘strengere’, oude  CSRD-richtlijn gebaseerd.

DAF Trucks loopt in zijn Duurzaamheidsverslag de ESG-categorieën af.
In Appendices op het eind van de rapportage staan lijsten met kengetallen op elk rapportagegebied.
Via door het rapport verspreide QR-codes kan nadere informatie opgevraagd worden.

DAF Trucks en de CSRD – klimaat (ESRS E1)
In bovenstaande afbeelding zijn de wolkjes de broeikasgassen.
De lichtgrijze kolom met de stekker is wat in het jargon ‘scope 2’ heet, de elders ingekochte energie voor eigen gebruik.
De vertikale groene balk is ‘scope 1’, de broeikasgassen die uitgestoten worden in de eigen fabriekscomplexen.
De lichtblauwe  linkerkolom betreft de broeikasgassen die bij de leveranciers van goederen en diensten worden uitgestoten (bijvoorbeeld de mijnbouw of de kunststofproductie door een leverancier) Dit heet in het jargon ‘scope 3 upstream’.
De lichtblauwe rechterkolom betreft de broeikasgassen als de vrachtauto’s de fabrieksdeur uit zijn ( in het jargon ‘scope 3 upstream’. ).

Alle kolommen samen tellen in het broeikasgasprotocol als de ‘waardeketen’ van DAF Trucks.

Bij DAF Trucks is de linkerkolom goed voor ca 5% van de broeikasgasemissies in  de waardeketen, zijn de twee middelste kolommen goed voor bijna 0,5%, en is de rechterkolom goed voor ca 94% van de broeikasgasemissies, en dat betreft dan weer bijna uitsluitend wat er uit de uitlaat van de vrachtauto’s komt bij regulier gebruik.

De activiteiten die van toepassing zijn op DAF Trucks zijn aangegeven met een stip, en daarbinnen de activiteiten die relevant zijn met dikgedrukte letters. Dat betreft dus de categorieën ‘Purchased goods en services’ aan de toeleverende kant en de categorie ‘Use of sold products’ aan de afnemende kant.

Het beste, dat DAF Trucks dus kan doen, is enerzijds eisen stellen aan, en goede banden opbouwen met, zijn leveranciers (leverancier zijn bij DAF Trucks is een soort inhoudelijke samenwerking aangaan). , en vooral goede vrachtauto’s bouwen die niets of zo weinig mogelijk uitstoten. En daarover gaat dus een groot deel van het Duurzaamheidsverslag.

Waar moet je dan aan denken? Een belangrijk deel van het antwoord zit in onderstaande afbeelding.

Dit is wat een DAF XF New Generation aan broeikasgas uitstoot in zijn hele leven, bij gebruik van de verschillende energiebronnen waarop de auto kan rijden. Diesel B7 is gangbaar fossiel, daarop volgen twee soorten biodiesel, en daarna de elektrische versie met een kleinere en grotere accu.
‘Well to Tank’ is het proces om de energiebron beschikbaar te krijgen (bij fossiel oa de raffinaderij, bij biodiesel het agrarisch proces en de omzetting in brandstof, en bij elektrisch de broeikasgassen die vrijkomen bij de stroomproductie in de Europese elektriciteitsmix van 2021 ). ‘Tank to Wheel’is wat er vrijkomt als de auto rijdt.

Met deze en vele andere maatregelen wil DAF Trucks de broeikasgasemissies in Scope 1 en 2 in 2030 met 45% teruggedrongen hebben,  en de Scope 3-emissies met 43%. Dat is wat DAF moet van de EU, en toevallig ook ongeveer wat Milieudefensie bij de door landelijk aangeschreven 30 bedrijven geëist heeft.

DAF Trucks en de CSRD – luchtverontreiniging (ESRS E2)

Uiteraard stoot een elektrische vrachtauto geen NOx uit en geen (ultra)fijn stof (althans, uit de motor – slijtage is een ander verhaal). Maar het ophogen van het Euro zoveel – getal in steeds nieuwere motoren perkt ook de uitstoot van deze stoffen in.
Hierboven de maximale uitstoot van een diesel-vrachtauto aan NO(horizontale as) en fijn stof (vanuit de motorn vertikale as) bij oplopend Euronummer.

DAF Trucks en de CSRD – circulaire processen (ESRS E5)
Het Sustainability Report 2024 beschrijft circulaire processen volgens de ladder refus- reduce – reuse – recycle. De activiteiten reiken van  een uitgebreid systeem van afvalscheiding in de fabrieken via ‘remanufactoring’ van onderdelen van het aandrijf-, rem- en elektronische systeem tot het terugnemen, opwaarderen en weer verkopen van tweedehands trcuks. Ongeveer 35% van een DAF Truck bestaat uit gerecycled materiaal, wat vooral in de zwaardere metalen onderdelen zit.


Materialen worden gekozen of ontworpen met end of life – gebruik als uitgangspunt.
Voorbeeld is bovenstaande verpakking van een nieuwe voorruit, zoals die vanuit distributiecentra van PACCAR Parts de wereld ingaat. De verpakking bestaat uit één stof (karton), wat de verwerking in het afvalstadium eenvoudiger maakt.
Zo is in 2024 ook het hergebruik van pallets verbeterd.

DAF Trucks en de CSRD – Care for people (ESRS S1 t/m 4)
Het betreft eigen personeel, personeel elders in de waardeketen, belanghebbende gemeenschappen en consumenten en eindgebruikers.

DAT Trucks heeft fabrieken in Eindhoven, het Belgische Westerlo, Leyland (UK) en het Braziliaanse ponta Grossa, en assemblagebedrijven in Australië en Taiwan.

Het verslag bevat slechts eigen uitspraken van de directie van de onderneming en niet bijvoorbeeld een bijdrage van werknemersorganisaties als de vakbonden en de Ondernemingsraad en vergelijkbaar. Het is me ook onduidelijk hoe eventueel een accountant hiermee omgaat.
Verder is dit mijn deskundigheidsgebied niet.
Dit alles  gezegd zijnde, wat observaties.

Er is expliciete aandacht voor diversiteitsbeleid.

Dit deel van het verslag opent met ‘Key Human Rights’, essentiële mensenrechten zoals discriminatie, veiligheid en gezondheid
In 2024 is er een Social Impact Assessment uitgevoerd, gericht op inherente industriële risico’s, risico’s voor kwetsbare groepen en dit soort kwesties in de hele waardeketen.

De helft van de arbeidsongevallen bij DAF Trucks betreft handen en vingers. In 2024 is de campagne gevoerd ‘High five for hand safety’, waardoor (in elk geval in eerste instantie) het aantal ongevallen in Eindhoven en Westerlo met een derde omlaag ging.
Bij Leyland Trucks kregen werknemers een gratis prostaatkanker screening aangeboden.

Voor zover ik dat bekijken kan, is er sprake van een minstens op papier, en mogelijk ook i n werkelijkheid goed Human Resources-beleid, ook waar het om relaties met dealers en toeleveranciers en toekomstige chauffeurs gaat.

Tenslotte is er een paragraaf over veiligheid in het wegverkeer voor de chauffeur zelf, en voor wie en wat er nog meer op de weg aanwezig is.

DAF Trucks en de CSRD – zakelijk goed gedrag (ESRS G1)
Emoployees en zakenrelaties, waaronder leveranciers en dealers, worden geacht zich fatsoenlijk te gedragen. Leveranciers en dealers worden geacht de mensenrechten te respecteren, een veilige werkomgeving te bieden en om dwangarbeid en mensenhandel tegen te gaan.
Een verbod op corruptie wordt niet expliciet in de rapportage genoemd, maar zal ongetwijfeld ergens op papier staan

Er liggen gedragscodes en er is een klokkenluidersregeling.

In hoeverre deze goede bedoelingen allemaal lukken, blijft bij elke onderneming de vraag. Men kan daar makkelijk cynisch over zijn, maar DAF Trucks is geen onderneming die een lange lijst aan schandalen achter zich aan sleept.

Strengere vergunning  nodig tegen PFOS in de Landsardplas

Persbericht             09 aug 2025

De waterplas op het Landsard-terrein bevat onwaarschijnlijk veel PFOS, volgens het Waterschap 177ng/liter en dat is ca 270 * de norm. Grondiger herhaalmetingen door Defensie kwamen niet veel lager uit.
Dit is vele malen meer dan de concentraties in de Ekkersrijt en toeleverende slootjes (welke concentraties trouwens ook al veel te hoog zijn). Omdat de waterplas in verbinding staat met de Ekkersrijt, zou men verwachten dat de concentraties binnen en buiten de Landsard-plas ongeveer dezelfde zijn.  Als er toch zo’n groot verschil is, moet er een bron binnen de Landsard zelf zitten. De verbrandingsmotoren van de speedboten, crossmotoren en karts lijken de enige mogelijkheid.

Het probleem is op scherp gezet doordat Defensie bluswateroefeningen is gaan doen met water uit de Landsard. Mede vanwege de recente natuurbrand op de Edese Heide (ook een Defensie-oefenterrein) is Defensie zich aan het prepareren op een natuurbrand op de Oirschotse Heide – die vanwege de klimaatverandering en het voorgenomen ruimere militaire gebruik steeds waarschijnlijker wordt. Defensie heeft daarom op 22 en 24 juli met Chinook helikopters, met een grote waterzak eronder,  gependeld tussen de Landsardplas en de Oirschotse Heide.

Blushelikopter met bambibucket in Brazilië

Defensie zit met een dilemma. Niet oefenen brengt de Oirschotse Heide in gevaar vanwege het vuur, en wel oefenen brengt diezelfde heide in gevaar vanwege de PFOS. Het dilemma is alleen ontkoombaar als het water van de Landsardplas drastisch schoner wordt.

Milieudefensie Eindhoven heeft daarom in een brief aan B&W van Eindhoven voorgesteld om de omgevingsvergunning van het herriesportterrein drastisch aan te scherpen, eventueel met een budget om een transitieschok op te vangen. Defensie is ingelicht over de brief.

Een (verouderde) topografische kaart van het oefenterrein op de Oirschotse Heide. De plas rechtsonder is de Landsard-plas en het gebied er rondomheen het Landsard-terrein. De Landsardplas is een oude zandafgraving.

‘Mest is geen afval’ – een nieuwe studie naar een oude wens

De aanleiding voor dit artikel
De directe aanleiding voor dit artikel is het promotieonderzoek van Marrit van der Wal naar verbeteringen in de techniek om  mest te bewerken, gericht op het terugwinnen van de nutriënten fosfor, stikstof en kalium.
Het onderzoek vond plaats bij een instelling die men wellicht niet meteen zou verwachten, de Eindhovense TU/e die men toch eerder associeert met energie, elektrische auto’s en ASML-technici. Maar de universiteit heeft ook een chemische technologie-afdeling, en daarbinnen een Group Membrane Materials and Processes. Het onderzoek van Van der Wal draait om een optimale inzet van die membranen.

Het proefschrift van Van der Wal is te downloaden op https://research.tue.nl/en/publications/no-time-to-waste-manure-membrane-processes-for-nutrient-separatio .

Het verschijnen van het proefschrift leidde tot een paginagroot artikel in de NRC, dat te vinden is 2025/07/03/mest-is-een-grondstof-we-moeten-het-niet-meer-als-afval-zien .

Marrit van der Wal, aldus de NRC, komt uit, en woont en werkt nog steeds, in Friesland. Ze heeft ruim contact met de agrarische wereld in die provincie.

De afbeeldingen in dit artikel  komen ut het proefschrift.

De context
Auteur Jelka Pospig van het NRC-artikel schrijft contextloos en alsof het onderwerp nieuw is, maar feitelijk leidt het onderwerp al vele jaren tot intensieve discussies op nationaal en Europees niveau. ‘Mest niet als afval zien’ en ‘Mest is het bruine goud’ en aanverwante slogans worden al decennialang gehanteerd. In die zin is Van der Wal een passant in een langlopend schouwspel.

Mestbewerking is een complexe context waarbinnen zowel kansen als bedreigingen bestaan. Men kan er daarom met een negatief en met een positief perspectief naar kijken. Die perspectieven zijn verstrengeld.

Het basale verhaal is dat de Nederlandse landbouw een volledig uit zijn krachten gegroeid waterhoofd is. Ons kleine land is de tweede agrarisch exporteur ter wereld. Zie desgewenst wat-ik-van-de-boerenacties-vind-en-van-de-nederlandse-landbouw/ .
Eveneens basaal is het productieschema van de Nederlandse veeteelt, waarin het beperkte inheemse diervoedingsaanbod aangevuld wordt door vanuit de hele wereld diervoeding naar Nederland te slepen. Dat wordt omgebouwd tot koe, varken, schaap en hun producten, waarna enorme hoeveelheden  mest hier achterblijven en de producten grotendeels geëxporteerd worden.
De uit zijn krachten gegroeide veeteelt leidt tot grote milieu- en klimaatproblemen, die effectief Nederland al jarenlang op slot zetten – de mestproblematiek is er daar één van. Verder kost het de boeren een hoop geld om van hun mest af te komen, als dat überhaupt al legaal lukt.
Het negatieve perspectief is dat men van de mest af wil onder voortzetting van de omvang van de bron ervan. Niet voor niets wordt het project ‘No time to waste’, waarvan het proefschrift van Van der Wal een product is, mede gefinancierd door alle grote namen uit het Nederlandse agro-industriële complex.

Het positieve perspectief is dat er een kringlooplandbouw moet komen met een veel  lagere milieu- en klimaatfootprint, en dat als onderdeel daarvan er minder kunstmest toegepast (en dus geproduceerd) wordt, en dat die productie klimaatvriendelijker wordt. Niet voor niets staat bijvoorbeeld kunstmestfabriek Yara (in Sluiskil en Vlaardingen) op de doelwittenlijst van Milieudefensie.
Men mag aannemen dat het Nederlandse agro-industriële complex, al dan niet van harte, ook vooruitgang zoekt in dit positieve perspectief.

Hoeveelheid dieren dd december 2023, en de bijbehorende hoeveelheid mest

Het grote wantrouwen is nu dat vorderingen vanuit het positieve perspectief vooral ingezet worden om het negatieve perspectief te versterken. Met andere woorden: als het mestoverschot circulair kan worden opgelost, mogen ‘we’ nog steeds evenveel koeien en varkens houden. Dit terwijl het mestoverschot slechts één van de milieuproblemen rond de intensieve veeteelt is.
Het wantrouwen wordt versterkt doordat mestbewerking veronderstelt dat men het hele jaar door erg veel  mest op een kluitje heeft. Dat is slechts in zoverre mogelijk als delen van de industriële intensieve veehouderij nog toekomst hebben.

Dit wantrouwen heeft in Nederland en Europa een verlammende uitwerking.

Wat kun je op papier in positieve zin met mest?
Als men vooral een positieve bril opzet, kan mestbewerking drie waardevolle producten leveren: biogas na vergisting; droge materie die veel fosfaat (P) bevat; en een waterige oplossing die stikstof (N)- en kalium (K)-verbindingen bevat. Deze toepassingen zijn niet nieuw, maar al vele jaren gevestigde praktijk. (Waar over P, N en K gesproken wordt, wordt bedoeld de chemische verbinding waarin zij in water voorkomen).

Over biogas is elders op deze site het nodige geschreven, maar dit onderwerp blijft nu buiten beschouwing.

De gedachte is dat de droge materie een gerecyclede fosfaatbron is – nieuwe fosfaat is mondiaal een schaarse en eindige delfstof. Deze steekvaste mest of digestaat kan na een soort pasteurisatie,  eventueel gevolgd door andere bewerkingsvormen, minstens voor een deel in binnen- en buitenland worden afgezet.
Deze vaste fractie leidt tot niet heel veel controverses.

De dunne fractie (na bewerking ook wel aangeduid als mineralenconcentraat) is niet exporteerbaar, omdat men vooral water rondrijdt en dat is heel duur. De Nederlandse agrarische sector en hun vertegenwoordigers in Nederland en Europa hopen dan ook al heel lang dat die vloeibare fractie als stikstof-kalium mest zou kunnen dienen ter vervanging van de kunstmestkorrels van (bijvoorbeeld) Yara. In het Europese jargon heet dat Renure (REcovered Nitrogen from manURE). De lobby heeft geresulteerd in een aan de Nitraatrichtlijn gekoppeld concept-voorstel van de Europese Commissie, dat in 2024 ter raadpleging voorlag en waarover de EC eind 2025 duidelijkheid zal geven. De lange doorlooptijd van dit onderwerp onder andere omdat er een aantal hardnekkige, praktische problemen optreden:

  • de N:K-verhouding in de dunne fractie is vaak anders als die welke te begunstigen planten willen. Tot nu toe is het niet mogelijk de N en de K er apart uit te halen.
  • er zit vaak troep in de mest (zware metalen, hormonen, medicijnresten)
  • de nutriënten zitten in onpraktisch sterk verdunde vorm in de dunne fractie.
  • de toepassing van Renure kan tot een verplaatsing van de problemen leiden van Nederland naar elders, waardoor er wel in Nederland, maar niet mondiaal een verbetering optreedt. Zoals Humberto Delgado Rosa, directeur biodiversiteit bij de Europese Commissie, onlangs in de Tweede Kamer zei: Renure is geen silver bullet.
    Wie de tekst van het concept wil inzien, zie afgesloten Renure-raadpleging EU 2024 .

Mijn houding ten aanzien van mestbewerking is sceptisch, maar niet principieel afwijzend. Er moeten goede milieuvergunningen zijn en de totale verwerkingscapaciteit moet passen bij een veel kleinere veestapel. Voor een uitgebreid, maar alweer ruim vier jaar oud, artikel op deze site zie https://www.bjmgerard.nl/grootschalige-mestbewerking-en-groen-gas/ .

Wat voegt het proefschrift van Van der Wal toe aan de bestaande kennis?
Van der Wal heeft, vanuit de methodes van de procestechnologie, twee samenhangende problemen rond de verdere verwerking van digestaat aangepakt. Digestaat is de massa die overblijft nadat mest vergist is. In essentie is digestaat mest waaraan koolstof en wat zwavel onttrokken is (die zijn in het biogas gaan zitten). Juridisch is digestaat nog steeds mest.

Deze afbeelding beschrijft de algemene kenmerken van diverse filtertechnieken. Hieraan vooraf gaat de (niet getekende) dik-dunscheiding. Van der Wal gebruikte twee Reverse osmosis-stappen achter elkaar.

Op de eerste plaats heeft ze een systematische studie gewijd aan uitvlokmiddelen bij de dik-dunscheiding van digestaat. Volgens haar is daar nog te weinig kennis van.
Om dik-dunscheiding in digestaat tot stand te brengen start men met eenvoudige middelen als bijvoorbeeld een zeefbandpers. Maar uit de vloeistof die daaruit druipt zit nog steeds vaste materie, maar dan in de vorm van kleine deeltjes. Dat is vervelend, want daarna volgen diverse filtertechnieken en die kleine deeltjes verstoppen de filters.
Om die kleine deeltjes er zoveel mogelijk uit te krijgen worden uitvlokmiddelen toegepast en Van der Wal heeft uitgezocht bij welke chemische kenmerken die uitvlokmiddelen het beste werken.

Op de tweede plaats heeft Van der Wal uitvoerig geëxperimenteerd op diverse combinaties van filters, filtertechnieken, zuurgraden en drukverschillen (volgens de NRC rook het niet altijd fris in haar laboratorium).  Haar belangrijkste doel is om een werkwijze tot stand te brengen die het mogelijk maakt om stikstof (N) en kalium (K) apart te krijgen (iets wat tot dan toe niet  kon) en om zoveel mogelijk (zuiver) water uit de dunne fractie af te scheiden.
Dat lukt redelijk (zie de afbeelding hieronder) en volgens Van der Wal zou het nog beter moeten kunnen. Voorbehoud is dat verschillende digestaat-types erg uiteen kunnen lopen en dit is voor één voorbeeldtype. Lees de afbeelding als volgt:
In de eerste kolom gaat (als rekenvoorbeeld) 1000kg digestaat. Daarvan eindigt 67kg in de vaste fractie, 302kg in water met daarin opgelost kalium (en stikstof), 133kg in water met opgeloste stikstof, en 499kg als water dat geloosd kan worden (dat is in zichzelf een groot voordeel).
In de tweede kolom wordt dezelfde gedachte anders verwoord. Men begint (als rekenvoorbeeld) met 1,0 kg P, waarbij in praktijk 3,0 kg K hoort en 3,1kg N. De dik-dunscheiding gooit er 1,0kg P uit (plus een restje N en K), de eerste osmosestap gooit er een mengsel van N en K uit, en de tweede stap een mengsel dat vooral uit N bestaat (de N en de K opgelost in water).

Bij Van der Wal kost dit schema, bij de gebruikte digestaatsoort, €6,90 per m3 (op basis va een stroomprijs van €0,15 per kWh).

In haar afsluitend hoofdstuk geeft Van der Wal aan dat er nog een hoop gestudeerd kan worden.
De dik-dun scheiding, en de daaraan ontsnappende kleine deeltjes, blijven een belangrijke aandachtspunt, onder andere omdat de erop volgende filters regelmatig schoongemaakt moeten worden. De toevoeging van ijzer- of aluminiumionen zou de afvangst van P kunnen verbeteren.
Van der Wal heeft haar experimenten uitgevoerd bij kamertemperatuur. De resultaten zouden beter kunnen zijn bij andere temperaturen.
De troep in het digestaat is een probleem. In de werkwijze van Van der Wal komen zink- en koperionen, alsmede bacteriën in bovenstaande afbeelding in de middelste stroom terecht en de vraag is of die aan de Europese Renure-normen (nu nog concept) kan gaan voldoen. Een vervolgvraag is of dit probleem met alleen verdere studie op te lossen is.
Van der Wal meent dat de laatste stroom wel aan de (nog concept) Renure-norm voldoet

De Europese Renure-normen in concept

En heeft de studie nut gehad?
Daarvoor moet je naar de NRC, met enig commentaar van mijn hand toegevoegd.

Voor de boeren heeft het ‘macro’ vooralsnog geen nut. Juridisch worden digestaat, en de ervan afgeleide producten  nog steeds behandeld als ruwe mest. Het maakt voor de fosfaat- en stikstoflimiet per hectare niet uit of die stoffen ruw of na bewerking op een akker- of weiland terecht komen. Dat is overigens al sinds jaar en dag bekend.
Daarnaast is er nog geen Renure-wetgeving, . Zoals gezegd, is er wel een concept maar dat is nog geen richtlijn. Bovenstaande tabel is een verkorte bewerking van de bijlage bij de Ontwerp-richtlijn in afgesloten Renure-raadpleging EU 2024 . De aanpak van Van der Wal zal toch echt op goedkeuring op basis van de definitieve richtlijn moeten wachten. De terughoudendheid van de EC t.a.v. Renure is overigens ook al sinds jaar en dag bekend.

En dan moet nog blijken wat Renure precies op gaat lossen. Mogelijk scheelt het de Nederlandse boeten geld omdat ze minder kunstmest hoeven aan te schaffen, maar daarmee is nog niet duidelijk wat dit mondiaal aan klimaat- en circulariteitwinst oplevert.

Voor Van der Wal als persoon is het proefschrift nuttig geweest. Ze is nu doctor en, volgens de NRC, heeft ze nu een baan bij het Center of Expertise Water Technology (CEW) in Leeuwarden. Dat is een niet op winst gerichte stichting, deels gesubsidieerd, die toegepast onderzoek doet op het gebied van watertechnologie ( https://www.cew.nl/ ).
Geen slechte keuze.