Met Sim City naar Smart City (en of je dat zo moet willen)

De Energy Day van 26 oktober op de TU/e ging over de gebouwde omgeving.
De hoofdsprekers waren de TU/e-professoren Elphi Nelissen, Jan Hensen en Wiet Mazairac, met David Smeulders als dagvoorzitter.
De presentaties zijn te groot voor mijn website. Men kan ze zelf downloaden op www.tue.nl/onderzoek/strategic-area-energy/over-energy/energy-events/energydays/series-5-2017-2019/day-1-brainport-smart-district/ .

vlnr Elphi Nelissen-David Smeulders_Wiet Mazairac_Jan Hensen

De Smart City in Brainport Smart District

In dit artikel het werk van professor Elphi Nelissen, die een Smart City (een wijk met zo’n duizend huizen) wil bouwen bij de Helmondse wijk Brandevoort, aan de andere kant van het spoor. GroenLinks wethouder Paul Smeulders heeft er een stuk bedrijventerrein voor herbestemd.
De realisatie is gepland van 2019 – 2023.

De beoogde wijk ten Noorden van Brandevoort, langs de spoorlijn Eindhoven-Venlo

Mevrouw Nelissen stopt een heleboel goede bedoelingen in het ontwerp. Eigenlijk zitten alle goede bedoelingen erin, die in progressieve kring opgang doen. Er hangt een Groen Links-achtig wereldbeeld  omheen.

Als je alle goede bedoelingen uit alle sheets verzamelt en onder elkaar zet krijg je dit:

Alle goede bedoelingen van het Smart Cityproject samen (Nelissen)

Al die bedoelingen gaan in een Sim City-achtige blender en daar rolt een ontwerp voor een droomwijk uit. De website E52 heeft het vastgelegd in twee verhalen, die men kan vinden op

https://e52.nl/eindhoven-is-het-living-lab-voor-de-rest-van-de-wereld/
https://e52.nl/brainport-smart-district-zo-zou-het-kunnen-worden/

En toch …

De lezer merkt misschien aan mijn afstandelijke toon dat ik flinke reserves heb. Waarbij ik niet aan de goede bedoelingen van mevrouw Nelissen twijfel.

Nog het minste is dat ik sommige idealen niet deel, of ongeloofwaardig vind.
In het mobility-verhaal gaat Nelissen ervan uit dat het openbaar vervoer ophoudt te bestaan, en dat je daar nu al de eerste tekenen van ziet (zie het E52-verhaal), en dat auto’s probleemloos geheel automatisch rijden zonder dat jijzelf ook maar iets hoeft te doen. Ik zie dat allemaal nog niet meteen.
Verder zie ik ook niet waarom een verstandig mens van het elektriciteitsnet af zou willen gaan. Dat heeft alleen maar nadelen en geen voordelen. Dat extra comfort en die lagere kosten lijken mij een wensdroom.
Lokaal geteeld voedsel kan nooit genoeg zijn voor een hele wijk, en de luchtvervuiling komt in een dergelijk klein gebied bijna geheel van buiten de wijk.

Het probleem is (dat heb ik wel in mijn 20 jaar gemeenteraadswerk geleerd) dat je niet straffeloos een heleboel wensen kunt uitspreken, zonder dat vroeg of laat de vraag rijst hoe die wensen zich onderling verhouden, en wat het kost. Het geheel klinkt te mooi om waar te zijn.
Om het eens te testen had ik de kritische vraag gesteld of het de bedoeling was dat er ook flink wat huizen onder de huursubsidiegrens gingen vallen. Gezien alle ambities is dat bepaald niet vanzelfsprekend. “Maar uiteraard” en vervolgens verdween deze nieuwe wens even zo vrolijk ook in de blender.

De ‘bright new world’, zoals E52 het noemt, lijkt mij teveel op ‘brave new world’. Mevrouw Nelissen is er een voorstander van om het databeheer niet bij een commercieel bedrijf neer te leggen, maar bij de overheid, want dan is er democratische controle. Nu heeft dit argument in onze maatschappij op dit moment een zekere waarde, maar het argument geldt niet onbeperkt in strekking en tijd. Ik vertrouw beide met big data niet verder dan ik ze zie. Je blijft het beste af als er niet meer persoon-
lijke data rondzwerven dan strikt nodig is.
Ik  heb het verzoek op het sleepnet-referendum ondersteund. Ik ga niet in een sleepnet wonen.

Ik vind het belangrijkste strategische bezwaar dat de Smart City stilzwijgend als nieuwbouwproject geformuleerd is. Stilzwijgend, maar wel door merg en been. Het is volstrekt onduidelijk hoe dit paradijs aan de overkant van het spoor Eindhoven-Venlo te realiseren valt.
Vandaar mijn vraag of het nou de bedoeling was om alle bestaande wij-
ken neer te halen. Immers, 80% van de huizen in Nederland is momenteel label C of slechter. Dat zag ik uiteraard helemaal verkeerd. “We hebben voorbeelden nodig” zei Hensen ter verdediging van zijn collega. Dat snap ik ook wel, maar a) zie ik niet meteen hoe Smart City-nieuwbouw voorbeelden kan opleveren voor een rij label D-woningen, zoals in mijn straat en b) worden in Nederland voorbeelden slechts zelden omgezet in breed uitgerolde programma’s. Als regel houdt het projectje op als de subsidie ophoudt.
Waarna Hensen en ik het eens werden over de stelling dat de “brede onderkant” van de woningmarkt omhoog getild zou moeten worden. (Hensen had overigens zelf een goed verhaal, maar dat ging zo technisch en in zo’n hoog tempo en met zoveel info op elke sheet, dat ik het niet betrouwbaar navertellen kan).

Het was een goede politieke discussie.

Evgeny Morozow (foto Daniel Seiffert via Wikipedia)

Evgeny Morozow

De Wit-Russische geleerde Morozow is een zeer bekende, linkse technologiecriticus, die tot in de hoogste onderwijsregionen les gegeven heeft en onderzoek gedaan. Hij kreeg op 31 oktober 2017 in de NRC bijna een hele pagina om commentaar te geven op Smart Cities.
Zie www.nrc.nl/nieuws/2017/10/30/googles-droomstad-kan-een-nachtmerrie-worden-13756647-a1579249 .

De directe aanleiding was de aankondiging dat Sidewalk Labs, zusterbedrijf van Google onder de Alphabet-holding, in Toronto een geheel nieuwe wijk Quayside ging bouwen, geheel op zijn Google’s. En de beknopte beschrijving leek verdacht veel op Brandevoort-Noord. Ook Facebook, Cisco, IBM en Microsoft hebben dat soort plannen en “werken – ook in Nederlandse steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven – steeds nauwer samen met overheden.” Dit “om de stedenbouw te disrupten”.
Quayside wordt een Disneyland-achtige etalage voor Googles zelfrijdende auto’s” aldus Morozow “De plannen zien er heel aantrekkelijk uit, maar dan wel voor de rijke, creatieve klassen die het zich kunnen veroorloven om in zo’n utopie te wonen. Voor de rest van de bevolking lost het niets op en erger: dit soort projecten maakt het wonen in de stad alleen maar nòg duurder en onbereikbaarder voor grote groepen mensen.
De Indiase regering wil honderd Smart Cities bouwen”, zegt Morozow, “en nu al worden dat ‘gated communities’ voor de rijken.” .

Duurzame nieuwbouw-eilanden in een onduurzame oudbouw-zee – dat is eigenlijk al best wel een beetje een beschrijving van de feitelijke situatie in Brabant.

Uit wat ik mevrouw Nelissen heb horen zeggen maak ik niet op dat deze situatie haar ideaalbeeld is. Maar soms gaan dingen anders dan de initiatiefnemers zich in hun goede bedoelingen voorgesteld hadden.

Het Brainportdiagram uit de presentatie van mevr. Nelissen

Brainport

De presentatie van mevrouw Nelissen bevatte een schematisch beeld dat onbedoeld gezien kan worden als een bijna iconisch beeld van Brainport. Dat gaat over u en zonder u en bedient bedrijven en instellingen.
Het plaatje toont machtige schillen met bedrijven en instellingen, die geadresseerd worden door projectleiders. Achter het pijltjes-spinnenweb schemert een klein ellipsje bewoners, en alleen één geel energiepijltje eindigt in dat gebied. De rest van de relaties gaat letterlijk over hen heen.
Brainport is industriepolitiek in een gebied waar toevallig ook nog mensen wonen. Maar die staan daar verder buiten.

Ook hier moet aan mevrouw Nelissen credits gegeven worden dat zij een overleg heeft opgestart met mensen die in de nieuwe wijk denken te gaan wonen. De gedachte dat dat een tamelijk select gezelschap is steekt de kop op, maar omdat ik verder die mensen niet ken, is dat vooralsnog lichtelijk een vooroordeel.

De Nacht van de Nacht

De IVN-afdeling Veldhoven-Eindhoven-Vessem werkt elk jaar mee aan de manifestatie “Nacht van de Nacht”. Dat is een groot, landelijk initiatief (zie www.nachtvandenacht.nl/activiteiten/ ).
Dit jaar verzamelde men zich op 28 oktober bij de visvijver Vlasroot in Veldhoven. Het was de tiende manifestatie. Een Veldhovense wethouder opende de manifestatie om 19.30 uur.
Het weer was niet geweldig, maar de animo van het publiek viel niet tegen.

De manifestatie richt zich tegen lichtvervuiling.

Verlicht Europa ‘s nachts vanuit de ruimte

Nederland is een van de lichtste landen ter wereld. Vanuit de ruimte is te zien dat ons land helemaal oplicht door de hoeveelheid kunstlicht. Al dit overvloedige licht wordt lichtvervuiling genoemd. Vaak brandt het licht ook nog eens onnodig. Lichtvervuiling komt op veel plekken voor. Denk aan verlichting van bijvoorbeeld sportvelden, wegen, kantoorgebouwen, parkeerterreinen/garages, kassen, monumenten en reclameborden die de hele nacht onnodig branden.
77% van de bevolking vindt dat de reclameverlichting en verlichting van de buitenkant van kantoren na 12 uur ’s nachts uit mag’

Veel licht ‘s nachts ontregelt plant, dier en mens, en het kost nog eens een hoop geld ook. Bij vogels, insecten en amfibieën beïnvloedt buitenverlichting het gedrag door desoriëntatie, afstoting en aantrekking. Hun oriëntatie wordt verstoord, waardoor hun energiebalans wordt aangetast. Of ze worden uit hun winterslaap gehouden. Hierdoor neemt de kans op uitputting en sterfte toe.
Voor vogels is licht de belangrijkste prikkel voor het timen van hun activiteit. Nachtelijk kunstlicht verandert de natuurlijke licht-donker cyclus. Daardoor kan de betrouwbaarheid van licht als prikkel verzwakken.” aldus de landelijke website van het initiatief.

Aktiviteitentent tijdens de Veldhovense Nacht van de Nacht 2017

Milieudefensie en het IVN werken af en toe samen als het onderwerp zich ervoor leent. Leonhard Schrofer van Milieudefensie Eindhoven heeft meegeholpen met de organisatie van de Veldhovense Nacht van de Nacht. De niet-ruimtefoto’s zijn van hem.
Ik kon helaas niet zelf mee, omdat ik net op die dag mijn verjaardag vierde.

Er zijn een aantal activiteiten:

  • Een ontvangstkraam met informatie
  • Een tent met informatie en kinderactiviteiten over maan, planeten en sterren (normaliter kun je in de stad de sterren niet zien)
  • Een kleine puzzeltocht voor kinderen
  • Chocolademelk en erwtensoep
  • Een tent met informatie over muizen en uilen
  • Een tent met informatie over vleermuizen. Kinderen konden van zwart papier vleermuizen vouwen.
  • De vertelclub VerVe van kinderverhalen
    Braakballen onderzoeken. Uilen en muizen zijn niet elkaars beste vrienden.

    Het initiatief verdient verdere steun.

Inbreng Milieudefensie Eindhoven over houtrook in GR-programma’s

Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven aan de politieke partijen in Eindhoven een bericht gestuurd, waarin het verzoek uitgesproken wordt dat ze in het programma voor de komende gemeenteraadsverkiezingen een passage opnemen over kleinschalige houtstook door particulieren. De rook daarvan verziekt soms de omgeving en schaadt met name longpatienten en andere mensen met een zwakke gezondheid.
Iets afdwingen is moeilijk, omdat de landelijke wetgeving zich daar als regel niet voor leent. Het zal voorlopig vooral een voorlichting- en beïnvloedingstraject worden.

Hieronder de brief.
In de brief is een eerder verzoek van het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij als bijlage bijgevoegd.

Voor eerdere berichten op deze site zie ook Longfonds tegen houtrook

Houtpellets

Aan de leden van de gemeenteraad en B&W van Eindhoven
Aan de programmacommissies van Eindhovense politieke partijen

 

Betreft: opstellen programma voor de gemeenteraadsverkiezing 2018

in concreto de toevoeging van een passage ter regulering of ontmoediging van het stoken van hout door particulieren

 

Geachte mevrouw, meneer

            De Vereniging Milieudefensie spant zich al jaren in voor een schonere atmosfeer. Dit agendapunt is hierdoor hoger op de politieke agenda gekomen.

In de stad Eindhoven geldt hetzelfde. In Eindhoven gelden dezelfde wettelijke verplichtingen, en worden er initiatieven genomen om de feitelijke situatie te meten en de gewenste situatie steeds dichter te benaderen. Dit is een goede zaak.

De initiatieven tot nu toe richten zich vooral op het verkeer als oorzaak. Dat is uitstekend, want in het rijtje van binnen de gemeente Eindhoven gelegen oorzaken speelt het verkeer een belangrijke rol.

Het verkeer is echter niet de enige, binnen de gemeente Eindhoven gelegen, oorzaak. Ook het stoken van hout door particulieren in open haarden, allesbranders en dergelijke veroorzaakt nogal wat luchtvervuiling waardoor vooral de omgeving geschaad wordt. De orde van grootte van de luchtvervuiling door al deze kleinschalige houtstook samen is zelfs te vergelijken met die van het verkeer.

Aandeel roet (=EC) door houtstook in Eindhoven

Een en ander kan tot schrijnende situaties aanleiding geven bij bijvoorbeeld longpatienten. Niet voor niets voert dit Longfonds op dit punt actie, en niet voor niets heeft ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zich met dit probleem bezig gehouden. En er ligt ook een GGD-onderzoek uit de drie noordelijke provincies.

Aandeel PM10 dat van houtstook afkomstig is

De landelijke regelgeving (met name het Bouwbesluit 2012) biedt in praktijk op dit moment als regel onvoldoende juridische aanknopingspunten (uitzonderingen daargelaten). Dat komt omdat de uitspraken in het Bouwbesluit vaak onvoldoende kwantificeerbaar zijn , en omdat het Bouwbesluit vooral de eigen woning beschermt en niet die van de buren.
De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan geen regels opleggen die het Bouwbesluit overtreffen.
Om andere redenen lenen de luchtkwaliteitseisen, zoals vastgelegd in de milieuwetgeving, zich in deze situatie ook niet voor handhaving.

Hoe betreurenswaardig ook, in praktijk zijn gemeenten momenteel vooral aangewezen op communicatie en beïnvloeding. Hiertoe bestaan instrumenten, zoals de onlangs in Nijmegen ontwikkelde app www.stookwijzer.nu en de in opdracht van het Ministerie van I&M ontwikkelde Toolkit “ Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast?” uit 2014 (zie De 10 stooktips uit de Toolkit 2014 in opdracht van Ministerie van I&M ).

Dit alles overwegende, verzoekt Milieudefensie Eindhoven uw partij om in uw programma voor de gemeenteraadsverkiezing 2018 een passage op te nemen over kleinschalige houtstook door particulieren. Wij verzoeken u om daarin (uiteraard in uw eigen woorden) op te nemen:

  • De gemeente Eindhoven steunt pogingen om de landelijke regelgeving inzake het stoken van hout door particulieren aan te scherpen
  • De gemeente ontwikkelt een actief voorlichtingsbeleid, gericht op het grote publiek, waarin primair het kleinschalig stoken van hout door particulieren afgeraden wordt. Secundair, daar waar er toch gestookt wordt, richt het voorlichtingsbeleid zich op verstandig stoken op verstandige momenten.
  • De gemeente treedt in overleg met de vakhandel opdat deze, waar dat nog niet gebeurt, meewerkt aan deze communicatie
  • Daar waar het mogelijk is om regelgevend en handhavend op te treden, krijgt dit prioriteit
  • De gemeente neemt de kleinschalige houtstook door particulieren niet op in haar beleid om op termijn energieneutraal te worden.

Als bijlage sluit Milieudefensie een eerder beroep bij, dat het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij op de opstellers van lokale verkiezingsprogramma’s gedaan hebben.

Met vriendelijke groeten, en tot nadere informatie bereid,

Namens Milieudefensie Eindhoven

 

Bernard Gerard, secretaris
040-2454879
bjmgerard@gmail.com
www.bjmgerard.nl

(Bijlage)

 

 Input Longfonds en Stichting Houtrookvrij voor lokale verkiezingsprogramma’s

Pak houtstook door particulieren aan

Amersfoort, 19 juni 2017

Nederland telt een miljoen mensen met een longziekte. Houtrook verergert vaak hun gezondheidsklachten. De rook van houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorven is echter voor niemand gezond. Lokaal kunnen de risico’s hoog oplopen. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij adviseren mensen om geen hout te stoken. Neemt u in uw verkiezingsprogramma maatregelen op die nodig zijn voor gezonde lucht?

In veel gemeenten leidt het stoken van hout door particulieren tot problemen. Het is een bron van luchtvervuiling, lokaal tot wel 40 procent van de totale luchtvervuiling, overlast, ziekte en burenruzies. In 2016 vroeg de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een enquête aan haar leden of er lokaal overlast werd ervaren. Ongeveer een derde (124) van de Nederlandse gemeenten hebben de enquête ingevuld. Meer dan de helft van hen geeft aan dat zij inwoners hebben die houtrook van particulieren als overlast ervaren.

Nederland telde in 2011 bijna een miljoen kachels en open haarden (i) en dit aantal neemt toe vanwege het onterecht duurzame en goedkope imago van houtstook. Het CBS berekende in 2009 dat in Nederland 10 procent van de bevolking hinder ondervindt door houtrook (ii). Sommige gemeenten noteren inmiddels hogere overlastcijfers, zoals Amersfoort waar 28 procent van de mensen regelmatig last heeft van houtrook (iii). Hoe is dat in uw gemeente?

Iedereen loopt een gezondheidsrisico

Luchtvervuiling kan mensen ziek maken. De stoffen die vrijkomen bij het stoken van hout dragen bij aan luchtvervuiling. In de directe omgeving veroorzaakt houtrook gezondheidsklachten door fijn stof. Het RIVMiv neemt aan dat fijnstof uit houtrook en verkeer even schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook kankerverwekkende (PAK’s)-en giftige stoffen als VOS en koolmonoxide komen vrij bij de verbranding van hout.

Mensen met een longziekte zijn gevoeliger voor houtrook dan mensen met gezonde longen. Ook ouderen, mensen met een hart- en vaatziekte en gezonde kinderen krijgen eerder gezondheids-klachten door houtrook. Deze ‘gevoelige groepen’ kunnen benauwd worden, moeten veel hoesten of hun longfunctie wordt slechter. Bij hoge blootstellingen kunnen de klachten lang aanhouden, ook als het vuur al uit is. Dit belemmert mensen in hun dagelijkse leven. De gevolgen zijn snel merkbaar. Iedereen loopt een gezondheidsrisico, ook de stoker zelf.

Niemand meer zieke longen door houtrook

Longpatiënten die in de buurt wonen van bijvoorbeeld een houtkachel kunnen zich niet beschermen tegen houtrook. Het is onmogelijk om de eigen woning zo af te sluiten dat de rook niet meer binnendringt. Bovendien is het juist nodig om steeds te ventileren om de luchtkwaliteit binnenshuis gezond te houden.

Het Longfonds wil dat niemand meer zieke longen krijgt door het inademen van lucht. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij willen de gezondheidsschade van houtrook voorkómen, met name bij gevoelige groepen zoals mensen met een longziekte, kinderen en ouderen. Daarom pleiten wij er voor om niet op hout te stoken. Wij roepen mensen op om te kiezen voor gezondheid en voor (sfeer)verwarming zonder uitstoot van schadelijke stoffen.

Wat kunt u doen

Een eerste stap in de goede richting is een stookverbod bij mist en windstil weer. Vlaanderen geeft het goede voorbeeld: www.vmm.be/lucht/luchtkwaliteit/stookadvies/wanneer-geven-we-stookadvies . U kunt dit ook lokaal toepassen.

Daarnaast is goede voorlichting over de gezondheidsrisico’s van houtstook nodig. Veel mensen zien een houtvuur als gezellig en zijn zich niet bewust van de schadelijkheid voor de gezondheid van henzelf en hun omgeving. Start bijvoorbeeld een lokale voorlichtingscampagne zoals de gemeente Den Haag heeft gedaan of geef informatie bij het gemeentenieuws in lokale media.

Neem mensen die aangeven ziek te worden van de houtrook van hun buren serieus. Onderzoek de klacht, handhaaf waar nodig en stel bemiddeling tussen gehinderde en stoker beschikbaar.

Pak houtstook door particulieren aan. Wij rekenen op u.

 

Voor vragen aan het Longfonds kunt u contact opnemen met Christine Strous, christinestrous@longfonds.nl  of 06 51 49 21 74. Voor vragen aan de Stichting Houtrookvrij kunt u contact opnemen met Vincent van der Heiden, info@houtrookvrij.nl .

 

M.R. Rutgers MSc                 Directeur Longfonds (voorheen Astma Fonds)

Vincent van der Heiden         Bestuurslid Stichting Houtrookvrij

 

i TNO-rapport ‘Emissiemodel Houtkachels’ van 16 februari 2011

ii www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/natuur-milieu/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2714-wm.htm

iii www.amersfoort.nl/nieuws/28-ervaart-overlast-door-gebruik-open-haard.htm  

iv Gezondheidseffecten van houtrook, een literatuurstudie, RIVM, 2011

Monumentale woningen verduurzamen tot NOM kan, maar heeft een prijs

In deze kolommen is vaker aandacht besteed aan het Nul op de Meter maken van woningen, iets dat in Brabant tot nu toe vooral een sof is.

Technisch kan het wel, zelfs in moeilijke omstandigheden, maar het heeft een prijs. Dat bewijst het voorbeeld van 154 sociale huurwoningen in het Haarlemse wijkje Hof van Egmond.

Het Hof van Egmond in de Haarlemse Slachthuisbuurt is bijzonder vanwege de stedenbouwkundige opzet en de sobere Amsterdamse Schoolstijl. Daarom zijn het monumenten.
De 154 sociale huurwoningen zijn in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd. In de loop der tijd zijn de huizen, die op een uitdrogende veenlaag staan, ernstig verzakt. Aanvankelijk wilde de woningbouw-
vereniging Pré Wonen alleen de fundering vervangen, maar uiteindelijk is besloten om de woningen compleet te slopen op de voorgevel na, waarna 150 woningen en 12 appartementen teruggebouwd zijn.

Die zijn energetisch inderdaad heel goed. De woningen zijn zeer goed geïsoleerd, hebben een individuele wko-installatie – warmte wordt 120 meter diep uit de grond gehaald – en iedere woning beschikt over zonnepanelen op het dak. Daarmee wordt een uitzonderlijke EPC van min 0,4 gehaald (netto produceren ze dus energie).
De bewoners betalen een Energie Prestatie Vergoeding en een bescheiden rekening van het energiebedrijf. Netto gaan ze er op vooruit.
Per woning heeft de nieuwbouw 85.000 euro ex btw gekost, om ze energieneutraal te maken komt daar nog eens 19.000 euro bij.

Pré Wonen denkt dat deze aanpak in deze specifieke omstandigheden de beste was, maar niet de algemene norm gaat worden. Men verwacht dat in de verduurzaming van Haarlem een warmtenet met geothermie als bron een grote rol gaan spelen.

Zie voor het persbericht www.nul20.nl/dossiers/alleen-gevels-blijven-staan .
Op deze site over Nul op de Meter in Brabant Nul op de Meter – woningen .

Pré Wonen heeft een brochure uitgebracht, die te groot voor deze site is. Hij is te vinden is via https://oud-prewonen.prd.riviumba.com/onze-projecten/Nieuwbouw/Hof-van-Egmond/ (even zoeken naar ‘brochure’).
Een ingenieursrapport is te vinden op Energiekenmerken – Hof van Egmondcomplex Haarlem .

Onderstaand overzicht is uit het ingenieursrapport.

Heijmans plaatst energie-opwekkende geluidsschermen langs de A50 bij Uden

Verbeelding van de plannen van Heijmans om zonnepanelen als geluidsscherm te gebruiken langs de A50 bij Uden

De A50 bij Uden moet op de schop en wegenbouwer Heijmans plaatst dan gelijk aan de Udense kant een geluidsscherm, dat tevens dienst doet als groot zonnepaneel. Heijmans wil begin 2018 starten en eind van dat jaar moeten op het elektriciteitsnet aangesloten zijn.

Het scherm wordt 400m lang en 5m hoog. Van die 5m worden de bovenste 4m gebruikt.
Het scherm is bifaciaal. DeA50 loopt daar pal Noord-Zuid en dat betekent dat het scherm op het Oosten en Westen gericht is.De PV-elementen kunnen van beide kanten licht opnemen. Daardoor werkt het scherm zeker zo goed als een monofacieel scherm op het Zuiden (de gebruikelijke standaard).

Heijmans verwacht dat het scherm genoeg energie gaat opleveren voor 40 a 60 huishoudens. Taxeer je die op 3000kWh per jaar per huis, dan dus grofweg 150MWh = grofweg 0,5 a 0,6TJ.

Bij het ontwerpen van het scherm, heeft Heijmans samengewerkt met enkele wetenschappelijke instituten.

Voor meer info zie het persbericht van Heijmans op www.heijmans.nl/nl/nieuws/heijmans-voert-project-solar-highways-uit/ .

Op deze site is al vaker aandacht geschonken aan de mogelijkheden en beperkingen van PV-panelen op geluidsschermen langs autowegen, zie Dubbelzijdige zonnepanelen langs A50 bij Uden en op Brabantse baggerdepots en Vragen in PS over zonne-energie uit geluidsschermen en -wallen langs wegen, en als update de antwoorden .

Gesprek bij Isover over nieuwbouw en renovatie, industriepolitiek en Saint Gobain

Inleiding
De fractie van de SP in Provinciale Staten van Noord-Brabant is op 13 okt 2017 op werkbezoek geweest bij Isover in Etten-Leur. Het gesprek ging over Saint-Gobain, het moederconcern waarvan Isover in Etten-Leur de isolatietak is, en over industriepolitiek. Verder ging het ook over de rol die Isover cq Saint-Gobain kan spelen bij de bouw en renovatie van woningen, mede in het licht van de noodzaak tot vergaande verduurzaming. Het was een prettig en leerzaam gesprek. Ik zat er ook bij.

(voor Isover, staand links, Ivo van Rooy, solution manager en Frank te Poel, staand midden, algemeen directeur). Zittend leden van de SP-fractie met ondersteuners.

Isover en Saint-Gobain
Saint-Gobain is in 1665 door Lodewijk XIV opgericht om spiegelglas te maken. Sindsdien is de onderneming uitgegroeid tot een multinational met  meer dan 170000 werknemers in 67 landen. Het bedrijf is actief in zaken als bouwmaterialen, isolatiematerialen, gewoon en speciaal glas, en speciale hoogwaardige materialen. Daarnaast denkt Saint-Gobain ook mee over oplossingen.

Saint-Gobain wil een duurzame onderneming zijn, beschouwt zichzelf als Maatschappelijk Verantwoorde Onderneming en steunt het klimaatverdrag van Parijs.

Saint-Gobain voert een aantal merken, waarvan Isover (van ISOlation VERre) er een is. Isover maakt onder andere glaswol. Adfors is een ander Saint Gobain-merk en maakt glasvlies.

De Nederlandse productielocatie van Isover en Adfors staat in Etten-Leur.

De productielocatie van Isover en Adfors in Etten-Leur (13 okt 2017)

Industriepolitiek
Wat Isover vooral stoort is de grilligheid van het Nederlandse beleid (en daar staat Isover niet alleen in). Zo ongeveer elk kabinet begint met zijn eigen dingetje op energiegebied. In het nieuwe regeerakkoord wordt de salderingsregeling omgevormd tot iets wat nog niet duidelijk is, en de postcoderoosregeling wordt niet genoemd.
Op die manier kun je geen lange termijn-planning maken.

Ook uit deze grafiek komt hetzelfde probleem naar voren.

Hollen of stilstaan in de bouw, en daardoor onder het hollen gebrek aan personeel en materiaal

Het is hollen of stilstaan in de bouw. In de crisisjaren is het personeel de bouw uitgejaagd en die bouwvakkers komen niet meer terug. Ruim 30% van de ondernemingen wordt in 2017 geremd door een tekort aan personeel en materiaal.
Het zou een zegen zijn als er een langjarig beleid zou zijn geweest (dus met anti-cyclische investeringen) zodat de bouw en de renovatie planmatig en ongestoord door had kunnen gaan. In Denemarken heeft men een dergelijk beleid.

Labels in Nederland (totaal aantal huizen is ca 7,1 miljoen)

Nieuwbouw en Renovatie
Er is alle reden om voor de bestaande woningvoorraad een dergelijk lange termijn-beleid door te voeren. Slechts 20% van de 7,1 miljoen huishoudens woont in  een huis met label A of B. Woningbouw-
verenigingen zouden label B moeten halen, maar dat gaat niet lukken. De laatste stap tot label B zou ruim een half miljard aan na-isolatie vragen.

Bestaande woningen tot Nul op de Meter renoveren kan op zichzelf wel. De muren moeten dan hetzij aan de binnenkant, hetzij aan de buitenkant (dus met een nieuwe schil erom heen) geïsoleerd worden. De rekenmodellen, die Isover gebruikt, gaan voor een standaard naoorlogs rijtjeshuis uit van zo’n €60.000 per woning. Een gasverbruik per woning van 2300m3 per jaar (wat erg veel is bg) zou met een goede warmtepomp (COP 5, wat erg gunstig is  bg) omgebouwd kunnen worden tot een elektraverbruik van 4500kWh/jaar, alleen voor die warmtepomp, en daar heb je (in ideale omstandigheden bg) zo’n 20 zonnepanelen voor nodig. Je hebt dan niet geïsoleerd.
Op de keper beschouwd is dus Nul op de Meter een verschil-berekening. Het kan als het ware (weinig – weinig) zijn, maar ook (matig – matig) of (veel – veel).

Er is tijdens het werkbezoek ook veel gezegd over nieuwbouweisen. Nieuwbouw duurzaam maken is zeer veel makkelijker dan renovatiebouw duurzaam maken.
Een voorbeeld daarvan is hoe straks de eisen eruit gaan zien voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Dat is een vertaling van de Europese richtlijn Near Zero Energy Building (NZEB), die op zichzelf tot weinig verplicht. Omdat de verschillende EU-landen zeer uiteenlopende huizen in een zeer divers klimaat hebben, wordt die vertaling aan de nationale overheden overgelaten. In Nederland is een voorlopige keuze gemaakt, die voor woningen neerkomt op (1) een energiebehoefte van 25kwh per jaar per m2 verwarmd vloeroppervlak, (2) hooguit 25kWh/y*m2 primair fossiel verbruik, en (3) een aandeel hernieuwbare energie daarin van 50% of meer. Dit zou vanaf 2021 moeten gelden.
Eigenlijk is dus BENG een betere eis dan Nul op de Meter, want BENG = weinig.
(Het officiele verhaal is te vinden op www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen/nieuwbouw/energieprestatie-beng/wettelijke-eisen-beng ).

Voorbeeldberekening tav BENG als energie-gebruikseis versoepeld wordt

Isover vindt die eisen nodeloos streng en denkt dat, als je de energiebehoefte van 25 naar 50kWh/y*m2 zou versoepelen (de eerste eis), en als je dat met de tweede en derde eis zou opvangen, een woning €10.000 goedkoper zou worden. Dat kan schelen in de verkoopkansen.

Het is een klassiek voorbeeld van de wet van de afnemende meeropbrengst versus de toenemende meerkosten. De PS-fractie mist de expertise om uit te maken wat hier wijsheid is, maar wil het Isover-standpunt in elk geval vermelden. Eigenlijk zou je over dit soort verhalen rustiger moeten kunnen praten dan in een snel werkbezoek.

Micro en macro
Isover heeft vanuit zijn professie te maken met afzonderlijke woningen of groepen van afzonderlijke woningen. Die wil het bedrijf graag helpen verbeteren.

Maar de som van alle micro-processen is een macroproces dat ingrij-
pende gevolgen kan hebben voor de ruimtelijke ordening van Brabant. Waar moeten al die windturbines en PV-perken staan?
Dat is een typisch provinciale insteek.

Dit is even aan de orde geweest tijdens het werkbezoek en werd erkend, maar de gelegenheid was er niet naar om dit uit te spitten.

 

Presentatie voor SP-district ZO Brabant over energie

Ik heb op 09 oktober 2017 voor het district ZO Brabant van de SP een presentatie gegeven over energiezaken, met en blik op landelijk, provinciaal en lokaal, en een handelingsperspectief.

Het is te vinden –> Presentatie regio-overleg SP dd 09 oktober 2017 .

Hoe staat het provinciale duurzame energie-beleid ervoor?

Inleiding
In februari 2016 publiceerde de provincie NBrabant de Uitvoerings-
agenda Energie. Ik was daar toen niet enthousiast over. De bedoelingen waren goed, maar analytisch was het zwak. Het was meer een luchtkasteel dan een echt kasteel. In enkele artikelen op deze site heb ik het geanalyseerd, zie De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – kwantitatief en De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – politiek en kwalitatief en De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – het ECN-advies .
Desalniettemin een begin.
In de Uitvoeringsagenda werden wel op een bruikbare manier de toekomstige vijf slagvelden rond het luchtkasteel gedefinieerd, te zien in onderstaand plaatje.

De vijf maatschappelijke thema’s in de UItvoeringsagenda

Er was afgesproken dat er een tussenevaluatie zou komen. Daartoe heeft CE Delft in augustus 2017 het basismateriaal aangeleverd, waarna de Gedeputeerde Staten daaraan een vervolgbeleid geplakt hebben. De eerstverantwoordelijk gedeputeerde (dat is zoiets als een wethouder in de provincie) is Annemarie Spierings (D66), hoewel ook gedeputeerde Bert Pauli van Economische Zaken (VVD) een dikke vinger in de pap heeft. Te dik zelfs.

De Tussenevaluatie en de bijbehorende PS-stukken zijn te vinden op www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/provinciale-staten/vergaderingen-ps/ps/20170908.aspx en klik op het kruisje bij 5.3).

Succes of niet?
In een oneliner: het is niet niets, maar ook niet genoeg.

Er wordt naar twee dingen gekeken: of er in 2020, naar verwachting, 6% bespaard zal zijn, en of in dat jaar 14% van alle energie duurzaam wordt opgewekt.  Als die gegevens er zijn, worden ze ook over “nu” gegeven, te weten medio 2017. Uitgangsjaar is 2015 en in dat jaar was het finaal energetisch verbruik FEV in Brabant 290PJ (dat is wat netto aan de klant wordt afgegeven, bruto is ongeveer anderhalf keer zo groot).

Met “6% besparen” wordt bedoeld (blijkt nu ineens) dat tussen 2015 en 2020 het FEV met 1,7% mag toenemen, waarna het fictief met 6,0% zou moeten dalen.
De prestatie tov 2015 zou dus moeten zijn 290PJ + 1,7% – 6,0% , de werkelijkheid zal volgens CE Delft waarschijnlijk worden 290PJ + 1,7% – 3,9%. De besparingstaak gaat zeer waarschijnlijk niet gehaald worden.

De duurzaam opgewekte hoeveelheid energie moet zijn 290*(1-0,022)*0,14 = 39,7PJ. Als de provincie niets zou doen (dat heet de “autonome ontwikkeling”), zou het 41,9PJ zijn. Maar omdat de provincie wel wat doet, komt daar naar schatting 4,8PJ bij, dus 46,7PJ. Op zich wordt dus aan de eis voldaan, ware het niet dat onder deze uitkomst twee grote en onzekere bijdragen liggen, nl de zeer omstreden biomassabijstook in de Amer 9-kolencentrale en de, eveneens omstreden, biomassabijmenging in motorbrandstof. Zonder deze twee posten  blijft Brabant ver achter bij zijn taakstelling.
Over de Amercentrale en de biobrandstofbijmenging verderop meer.

(Bovenstaande cijfers zijn de uitkomsten van de autonome ontwikkeling, dus als de provincie niets zou doen)
Deze tabel geeft aan wat het provinciale beleid waarschijnlijk toe zal voegen aan de autonome ontwikkeling, met en zonder Amercentrale

De resultaten per “slagveld” (zie eerste plaatje) lopen sterk uiteen.

  • In “gebouwde omgeving” zijn de Nul op de Meter-woningen (NOM-woningen) het belangrijkste onderdeel en dat is tot nu toe faliekant mislukt. De veel bescheidener post “overheidsvastgoed” is wel een klein succesje.
  • In “smart and green mobility” leidt de laadinfrastructuur ertoe dat er meer elektrische auto’s en bussen zijn, en die zijn samen goed voor 0,53PJ besparing. M.i. een redelijk resultaat.
  • Bij de “energieneutrale industrie” vallen interessante initiatieven te ontdekken, die echter soms nog in de kinderschoenen staan en tegen een groot aantal juridische en praktische problemen aanlopen. Zie verderop. Hier wordt het warmtebeleid ondergebracht, het meest succesvolle provinciale initiatief tot nu toe. CE Delft boekt de industrie in voor 2,61PJ besparing en 0,8PJ hernieuwbare energie.
  • Van “sustainable energy farming” valt niets tastbaars te zeggen. De score is 0.
  • De “Energieke landschappen” gaan in praktijk over windturbines en zonneparken.
    Tav windturbines wordt het bestaande beleid uitgevoerd, te weten de 470,5MW die met het Rijk overeengekomen is, en waarvan tot 2020 380MW opgevoerd wordt, goed voor 3,0PJ.
    Tav zonnepanelen worden geleidelijk aan de belemmeringen uit de weg geruimd, die er vooral op de grond zijn. Daken en parken moeten in 2020 1,0PJ gaan opleveren.
    Beide getalgroottes vind ik matig.
Gedeputeerde Annemarie Spierings (D66)

Oorzaken van goed, matig of slecht
Ik zeg even gemakshalve “Spierings” als personificatie van het hele Brabantse politieke en ambtelijke apparaat. Ik heb verder niks speciaals tegen Spierings, behalve dat ze van een andere partij is.

Je hebt eigenlijk drie categorieën: de (gedeeltelijke) successen, de dingen die fout gaan en waar Spierings niks aan doen kan, en die fout gaan en waar Spierings wel wat aan doen kan.

De min of meer-successen

  • de warmtepolitiek
  • de laadinfrastructuur
  • de omgang met de industrie
  • het aanstaande grote zonnepark op de Nyrstar-jarosietbekkens (zinkfabriek in Budel)
  • het zonnepanelen voor asbest-project op boerderijdaken
  • ook wel de 470,5MW aan windturbines

komen omdat de provincie actief en doelgericht vanuit een rol opereert waaraan hij gewend is. De warmteprojecten passen bij de bestuurspositie in Havenschap Moerdijk, de geothermie bij de medeverantwoordelijkheid voor de ondergrond, de jarosietbekkens omdat de provincie verantwoordelijk is voor dit afval en de laadpalen bij de traditionele industriepolitiek om de Brabantse bedrijven in de watten te leggen.
En er is geld, ook nooit weg.

Dingen zoals

  • de lage stroomprijs voor grootverbruikers
  • dat er meestal geen dwang mogelijk is vanwege het ontbreken van een klimaatwet en een daarbij behorende industriepolitiek
  • dat de provincie slechts voor een klein deel van de bedrijven bevoegd gezag is
  • de financieel uitgemergelde positie van de gemeentes
  • de verhuurdersheffing, zijn zaken waar Spierings niets aan doen kan.
    Verder heeft ze ook weinig aan de bonte en onsamenhangende verzameling organisaties in BEA, de Brabantse Energie Alliantie en dat viel te verwachten.
    Spierings schiet hier als het ware met hagel in de hoop iets te raken, waarna nog steeds de vraag is hoe diep de korrel in het geraakte organisme doordringt.

En wat zou ze anders moeten en kunnen doen?
Spierings en maatje Bert Pauli zijn liberalen en vertrouwen teveel op de vrije markt. Waar ze dat niet doen gaat het goed, en waar ze dat wel doen gaat het fout. Als dat in het verleden aan de markt was overgelaten, had Nederland geen Deltaplan gehad en geen spoorwegnet enz.
Er bestaat in praktijk geen  functionerende vrije woningmarkt die NOM-woningen gaat renoveren, en men kan ook moeilijk de huidige veeteeltsector als een verzameling krachtige, autonome marktpartijen aanduiden.
De liberale insteek brengt de provincie  onevenredig vaak tot industriepolitiek, zoals Solliance, de vestiging van TNO, de laadpalen in relatie tot de Automotive of het nieuwe synthetische brandstof-initiatief. Nu wil ik dit vraagstuk niet in zwart-wittinten schilderen, want ik  ben niet per definitie tegen industriepolitiek en Spierings zal niet per definitie tegen projecten tbv de bevolking zijn, maar de balans is al jaren niet goed. Waardoor bijvoorbeeld de TU/e experimenten met variabele stroom-
prijzen (zodat je de wasmachine aan kunt zetten als de stroom goedkoop is) elders in Nederland moet uitvoeren.

Nul op de Meter-woningen
Dat verloopt knudde.
Het ombouwen van een bestaande woning tot Nul op de Meter (NOM) kost volgens CE Delft gemiddeld €70.000 . Minnesma van Urgenda roeptoetert wel rond dat dat maar €30000 kost, maar die woningen ben ik in Brabant nog niet tegengekomen. De praktijk lijkt te zijn (maar er is nog te weinig onderzoek gedaan om dat hard te stellen) dat woningbouw-
verenigingen projecten doorvoeren die het NOM-niveau niet halen maar wel een heel eind de goede kant op gaan, en dat voor veel minder geld.

Wel en niet Nul op de Meter – woningen

Volgens CE Delft zou er op het NOM maken van 800.000 bestaande Brabantse woningen tot 2050 een onrendabele top zitten van 200 tot 400 miljoen euro. Valt eigenlijk nog wel mee over dik 30 jaar! Omgerekend naar heel Nederland zou het om 2 a 3 miljard in dik 30 jaar gaan – er gaan wel grotere bedragen naar mindere doelen. Maar goed, daar koopt Spierings nu niets voor.
Maar in plaats van treuren dat de kosten te langzaam dalen, zou ze ook het proces met kracht naar zich toe kunnen trekken en proberen een prijsdaling te forceren.  Met eenmalig een miljoen of tien zou je volgens mij een eind moeten kunnen komen. Ze zou hier eens met kogels moeten gaan schieten in plaats van met hagel.
Een goed geoutilleerd volkshuisvestingsloket zou veel goed kunnen doen

De getallen zijn nu treurig. Volgens Spierings staan er nu 29 NOM-woningen in Brabant. Dat moeten er op 31 dec 2017 1000 zijn, in 2021 40.000 en in 2050 800.000 . CE Delft zegt dat er dd nu (dus augustus 2017) aanbestedingen “gepland” zijn die ertoe moeten leiden dat dd 31 dec 2017 er nog eens “ruim 600 extra” opgeleverd zijn. En in 2020 1929 . Het lijkt me sterk.

Verder wordt de suggestie gebracht om ook nieuwbouw in het verhaal te betrekken en warmtenetten, smart grids enz. Het eerste vertrouw ik niet helemaal omdat dat sluipend tot extra sloop zou kunnen leiden en het tweede ook niet helemaal, omdat dat zou kunnen betekenen dat warmtenetten, net zoals vroeger, toestaan dat de woningen slechter zijn. Maar de suggestie is zo omfloerst dat de achterliggende intentie moeilijk ingeschat kan worden. Moeten politici in de provincie maar eens navragen.

De website Stroomversnelling Brabant is al anderhalf jaar uit de running (heeft ongetwijfeld veel geld gekost).

De Amer9-centrale

De Amer9-centrale en de biobrandstofbijmenging
De achilleshiel van voldoende duurzame opwekking in Brabant is de Amer9-centrale. Dat is een kolencentrale die wil doorgroeien tot 80% bijstook van biomassa (vooral houtsnippers). De houtsnipper-kWh’s tellen als duurzame energie. Omdat dat bestaand beleid is, telt CE Delft het als “autonome ontwikkeling”.
Maar zo autonoom is dat niet, want kolencentrales liggen onder vuur en biomassabijstook ook. De SP, GroenLinks, de PvdA en D66 hebben in de Tweede Kamer gezegd dat alle kolencentrales binnen een uiteenlopend aantal jaren dicht moeten. Zelfs als Brabant in 2020 nog over de Amer9 beschikt, wil dat niet zeggen dat Brabant daar in 2025 over beschikt.
Als de kolen weg moeten, gaat de centrale op gas over want er bestaat leveringsplicht aan de stadsverwarming. Die kan vooralsnog slechts in bescheiden mate op duurzame bronnen draaien en geen biomassa bijstoken. Probleem van 13,6PJ!

Ook het bijmengen van biobrandstoffen in benzine of diesel is omstreden vanwege de (veronderstelde) herkomst van daarvan (palmolie?). Het is mij nog niet meteen duidelijk dat de 5,8PJ die CE  Delft in 2020 projecteert (2,2PJ in 2015) gehaald zal worden.

De industrie
Hier gelden veruit de grootste getallen. Die is goed voor 80PJ, waarvan, naar schatting van de provincie, ongeveer de helft onder provinciaal gezag valt.

De provincie doet hier goede dingen, daarbij gehinderd doordat veruit de meeste bedrijven onder de gemeenten vallen, er geen deugdelijk landelijk industriebeleid is, de stroom voor grootverbruikers spotgoedkoop, gemeenten armlastig zijn en Omgevingsdiensten niet met dit werk vertrouwd zijn. Kortom, nogal wat geëxperimenteer.

Een MJA3-onderneming

Er is een project om van 60 vrijwilliger-bedrijven, die onder gemeentelijk bevoegd gezag vallen, de technische installaties beter af te stemmen.
Met de MEE-bedrijven, die onder het Europese ETS vallen, heeft de provincie niets te maken.
De grote bedrijven daaronder, die onder het MJA3-convenant vallen, moeten voor 2020 een Energy Efficiency Plan (EEP) maken, en daar bemoeit de provincie zich mee. Zie www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-besparen/meerjarenafspraken-energie-efficiëntie/deelnemers ). Ze kunnen vrijstelling krijgen van de energiebelasting (dus idioot goedkoop stroom) als ze 2% bezuinigen. Enig toezicht hierop is overigens niet misplaatst ( zie Van stoom stoom stoom ).
De middelgrote energieverbruikers daaronder, die onder de Europese Energy Efficiency Directive vallen, moeten een audit doen en die bekijkt de provincie ook.
Voor de ca 200.000 ondernemingen die “gewoon” onder de Wet Milieubeheer vallen of het Activiteitenbesluit, wordt onderzocht wat je met het nieuwe instrument van de Energie Prestatie Keuring (EPK) kunt.
Daarnaast is er op vrijwillige basis een Platform Brabantse Energy Leaders, waarin een kleine 20 ondernemingen zich bezighouden met energy management.

Het zou lonen als de politiek en de milieubeweging wat meer in deze materie afwisten.

Grootschalige opwekking
Ik laat het nu bij de opmerking dat Spierings er goed aan zou doen om het energie- en veeteeltdossier in samenhang te behandelen. Verder heb ik op deze site al zoveel over dit onderwerp gezegd, dat ik het er nu bij laat. Zie bijv. Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie en Nut en risico’s van covergisting

Het politieke voorstel
Bij het verhaal van CE Delft hoort een politiek voorstel van GS aan PS. Dat bestaat uit drie onderdelen:

  • harder werken zonder dat dat extra geld hoeft te kosten
  • maatschappelijke partijen onder voorwaarden invloed geven op de besteding van de budgetten (klinkt tricky)
  • aan energieopslag gaan werken in de vorm van synthetische brandstof. de werktitel wordt Fuelliance (in analogie met Solliance). Dus weer industriepolitiek.

Dit wordt politiek gesteund.

 

Huidige en toekomstige kosten van wind op land in Brabant

De NWEA (Nederlandse Wind Energie Associatie) heeft aan onderzoeksbureau Ecofys gevraagd om de kostprijs van stroom, opgewekt met wind op het land, te berekenen zoals die voor een aantal standaard-situaties nu is en in de toekomst kan zijn. Ecofys heeft dit onderzoek in april 2017 gepubliceerd. Zie www.ecofys.com/nl/publications/kostprijsanalyse-windenergie-op-land/ .
Ik maak (sterk ingekort) gebruik van de resultaten voor zover die op Brabant van toepassing zijn, de focusplek van deze site.

Nederland is ingedeeld in windregio’s. Het grootste deel van Brabant is Regio 4 (gemiddelde windsnelheid <7,0m/sec), en een deel van West-Brabant en het land van Altena is Regio 3 (tussen de 7,0 en 7,5m/sec jaargemiddeld). Dat snelheidsverschil is overigens belangrijker dan men denkt, want het vermogen gaat met de derde macht (het vermogen bij 7,5m/sec is 23% groter dan bij 7,0m/sec). Het grote windproject van 100MW langs de A16 ligt (nagenoeg) geheel in Regio 4.

Scenariotabel Ecofys april 2017

Ecofys heeft vijf scenario’s (protoprojecten) gedefinieerd. Daar zitten technische- en windkenmerken in, maar ook de omvang van het project (de schaalgrootte is van belang voor de kostprijs).

De scenario’s zijn tot op zekere hoogte, en met enige fantasie, toepasbaar op Brabantse projecten.
Het 100MW-project langs A16 bijvoorbeeld (van Breda tot het Hollands Diep) ligt in Regio 4, maar dicht bij Regio 3 en de verschillen tussen beide regio’s zijn niet heel groot.  Ik zal dus doen alsof op het 100MW-project langs de A16 scenario C van toepassing is, vooral vanwege de omvang van het project.
Een windparkje als dat in het Volkerak bij Willemstad past in praktijk het beste bij scenario E.
Een toekomstig windpark Kabeljauwbeek is het beste als D aan te merken (ligt op de grens van Regio 3 en 4, maar omvang is meer D).
Alle andere windparken in Brabant lijken het meest op scenario D.

kWh-kostprijs per scenario

Onder dit plaatje ligt een gedetailleerde financiele analyse, die ik hier niet geef, maar opgezocht kan worden.

Uiteindelijk blijkt dat het voor de kWh-prijs allemaal in Brabant betrekkelijk weinig uitmaakt. Alle windenergieprojecten in Brabant produceren stroom met een kostprijs van rond de 8 cent/kWh.
Duit is puur de technisch-economische kostprijs. Maatschappelijke kosten en baten in ruimere zin zitten hier niet in.
Als je om niet-economische redenen zou kiezen voor kleinere turbines (Regio 3, scenario C versus regio 3, scenario E), ben je dus voor hetzelfde eindresultaat met anderhalf keer zoveel molens 15% meer geld kwijt.
De SDE+subsidie 2017 gaat ervan uit dat het grootste deel van de windprojecten kan draaien op basis van een gegarandeerde afnameprijs van 8,5 cent/kWh.

Is dat nou veel?
Uniper, het fossiele sterfhuis van E.ON , levert in de brochure, geeft in een brochure over steenkool bijgevoegd plaatje, op gezag van Ecofys 2014. Het is verstandig hier met enige reserve naar te kijken, omdat sommige kosten sindsdien veranderd zijn en er nogal wat spreiding in de kosten zit, en je op verschillende manieren kunt rekenen. Hoe dan ook, om een indruk te krijgen (€100/MWh = 10 cent/kWh), en om het een beetje te kunnen plaatsen:

LCOE Energy Costs Ecofys 2014, EU

Wind op land zat in 2014, EU-gemiddeld, qua kale kostprijs per kWh in de buurt van kolen.
Als men de indirecte maatschappelijke kosten meetelt die nu uit een ander begrotingspotje betaald worden meetelt (luchtvervuiling, klimaat en zo), komt er bij windenergie bijna niets bij en bij kolen een paar cent per kWh. Dan is wind dus al goedkoper.

Als je nu stroom wilt kopen op de spotmarkt, ben je grofweg rond de 4 cent/kWh kwijt. Ergo zitten alle energiebronnen op dit moment met hun kostprijs boven de vrije markt-prijs en draaien dus onrendabel.
Bij duurzame energie wordt dit grotendeels gecompenseerd met de SDE+ regeling, die op zijn beurt wordt gedekt vanuit de rijksbegroting, die op haar beurt weer wordt gedekt door een opslag op de Energiebelasting. Men kan op goede gronden bezwaar maken tegen deze financiele techniek, en dat is een politieke discussie die gevoerd moet worden.

Terug naar de oorspronkelijke Ecofys-studie uit april 2017.

Eigenlijk was de studie bedoeld om de vraag beantwoord te krijgen of wind op het land op termijn zonder SDE+ subsidie zou kunnen. De gedachte is dat de kostprijs per kWh omlaag gaat, (en de hoop is dat de stroomprijs omhoog gaat, maar aan dat laatste waagt Ecofys geen voorspelling).

analyse kostprijsreductie grote en kleine projecten (Ecofys april 2017)

Inderdaad zal de kostprijs dalen, mits mits. Ik heb voor scenario C en D het plaatje overgenomen. Als aan de voorwaarden voldaan wordt die Ecofys stelt, kan er in een jaar of vijf 42% (bij grote, gunstige projecten)  tot 29% (bij kleinere, iets minder gunstige) projecten af. Het C-scenario zit dan op wat nu ongeveer de vrije markt-prijs is.

OM de kostprijsdaling te bereiken, vertrouwt Ecofys op technische innovaties, maar nog meer op niet-technische innovaties, lees bestuurlijke. Om er een paar te noemen:

  • verlenging van de SDE+ regeling van 15 naar 20 jaar
  • voorbereidingskosten deels bij de overheid leggen
  • goedkoop geld
  • een planmatig beleid
  • de kosten van een en ander worden voor 65% tot 80% gedekt door de overheid

Allemaal niet bij voorbaat gegarandeerd.

Het Brabantse warmteplan nader geanalyseerd

Inleiding
Ik betoog in deze kolommen al heel lang dat er een Brabantse warmteplan moet komen. Het doet mij genoegen dat er zich geleidelijk aan een dergelijk plan begint af te tekenen, en dat dat verdienstelijk in elkaar zit.

De laatste keer dat ik er over schreef was in Warmte in Brabant en het Mijnwaterproject . Dat was op 29 november 2016. De provincie had toen een kort persbericht uitgebracht, zonder dat dat doorschakelde naar een achterliggend document. De provinciale beweringen waren toen niet controleerbaar. Daarom moest ik mij toen behelpen met wat er uit andere bron (o.a. ECN) al wel bekend was. Dat leidde tot wat gepuzzel met de vochtige vinger. Het resultaat paste redelijk bij eerdere schattingen van mijn hand, en ook redelijk bij wat er naderhand bekend werd.

De achterliggende documenten werden pas veel later besproken, namelijk in een oordeelsvormende vergadering dd 19 mei 2017 . Men kan ze vinden op http://brainps.brabant.nl/vergaderingen-ps/ps/20170519.aspx (klik op de + bij 4.1).

Na mei is de bespreking wegens een groot aantal andere, af te werken onderwerpen en de vakantie, even blijven liggen.
Inmiddels ligt er een nieuw provinciaal energiedocument, de Tussenevaluatie Uitvoeringsprogramma Energie. Ik kom daar nog over te spreken. Het Warmteplan is een toeleverend document aan deze Tussenevaluatie. Ik wil daarom eerst het Warmteplan afwerken.

De warmtevraag in Brabant

ECN heeft een quickscan uitgevoerd naar de Brabantse warmtevraag (2016).
Het totale Brabantse warmteverbruik bedraagt 144PJ op een totaal Finaal Energetisch Verbruik van 290PJ. De verdeling heeft dus betrekking op 144PJ.
Van die hoeveelheid was in 2015 7,2% duurzaam.

Besparing en meer duurzame warmte
De trend in de warmtevraag van de gebouwde omgeving (huishoudens en diensten) is licht dalend. Door isolatiemaatregelen neemt de vraag af, maar het groeiende bouwvolume doet die daling bijna geheel teniet. De besparing op warmte moet fors groter.

Het Warmteplan noemt projecten die vooral besparen (B), en projecten die vooral duurzaam opwekken (D in de hierop volgende tabellen).

De hierna genoemde tabel wil aan de afspraak tegemoet komen dat er 1,5% per jaar bespaard wordt, en dat 14% duurzaam opgewekt wordt. (Het NEA is het Nederlands Energie Akkoord van de SER uit 2013).

Het gaat hier om, inmiddels goedgekeurde, politieke voornemens waarvan de praktijk in de komende jaren moet blijken. Het plan mikt in eerste instantie op 2020.

(Met ‘Biomassa meestook’ wordt biomassa in de Amercentrale bedoeld).
In bovenstaande tabel worden de B’s en de D’s op één hoop gegooid. Tel je de Besparingen apart op, dan kom je minimaal op 9,5PJ en op 9,7PJ Duurzame opwekking.

Het is interessant dit naast het lijstje te leggen van wie wat doet.

Geen vrije markt, maar  (semi)publieke sector
Het combineren van de ene met de andere tabel leidt tot de conclusie dat de meeste meters gemaakt worden waar de (semi)overheid leading is. Waar dat niet is (zoals bij de Nul op de Meter-woningen (NOM-woningen) en de wat wazige procesmatige activiteiten op het eind), is er
òf sprake van (tot nu toe) een mislukking, zoals bij de NOM-woningen
òf van niet-toetsbare voornemens, zoals de procesvoornemens
òf bij met subsidie gerealiseerde projecten zoals houtketels en groen gas.

In het Warmteplan wordt perfect uitgelegd waarom dat zo is.

  • Reststromen kennen vaak geen duidelijke probleemeigenaar, noch afnemend noch leverend.
  • projecten hebben een hoge voorfinanciering en een lange terugverdientijd met lage exploitatielasten en lage winstmarges.
  • vraag en aanbod moeten dicht bij elkaar liggen. Dit vraagt om actieve ruimtelijke ordening.
  • de lange looptijd brengt langdurige onzekerheid met zich mee

    Kortom, het is langzaam geld en daarom vindt het kapitaal dit typisch een taak voor de semi-overheid (Nutsbedrijven) of de overheid zelf. Jammer dat Brabant inmiddels zijn Nutsbedrijf verkocht heeft. Maar zelfs nu nog is de warmtewereld een natuurlijke niche voor de provincie. Daarom gaat dit deel van het verhaal relatief goed, behalve als aan langzaam geld eisen gesteld worden als ware het snel geld, zoals bij de Nul Op de Meter-woningen.
    De vrije markt gaat voor het snelle geld als wind en zon – welk geld overigens alleen maar snel is vanwege de SDE-subsidie. Omdat D66-energiegedeputeerde Spierings van D66 is en dus, net als de VVD liberaal en marktgericht, is ze terughoudend om in rendabele projecten te gaan zitten. Kortom, de aanloopverliezen zijn voor de provincie en de snelle winsten niet of alleen als het via de BOM kan.

Aanbodsoort – Restwarmte
Restwarmte is in Brabant vooral een zaak van het industrieterrein Moerdijk, en in mindere mate van een aantal losse projecten. EnergyWeb is op en om de Moerdijk en goed voor 2 tot 5PJ besparing.

Er hoort een plaatje bij, waarvan de bron in het Warmteplan niet genoemd wordt (zal ik proberen te vinden).

Aanbodsoort – Geothermie
Geothermie in Brabant is vooral mogelijk bij de randen van de geologische Brabantse Slenk. Concreet leidt dat tot twee projecten in Tilburg, en één in Helmond, Asten/Someren en Lieshout. De investeringskosten bedragen een slordige €100 miljoen en men hoopt op een energetische opbrengst van genoemde 1,3PJ per jaar (gedurende een niet genoemd, maar eindig aantal jaren).

Potentiele geothermiegebieden in Brabant

Men wil 2 tot 3 km diep boren. Hydreco (een dochteronderneming van Brabant Water) zit in het consortium. Dat is waarschijnlijk mede om zeggenschap te hebben, want geothermie is niet geheel zonder risico, vooral op nog grotere diepten.
Zie ook Geothermie op de TU/e

Aanbodsoort – Biomassa
De inzet van biomassa leidt tot een veelheid van discussies op een breed terrein. Het Warmteplan gaat daar slechts oppervlakkig op in.

Aan de ene kant gaat het om serieuze opbrengsten: 3,9PJ uit hout, 2,9PJ uit mest, en 0,5PJ uit GFT, horend bij projecten (hierboven) als meestook, houtketels, en groen gas. Dat lijkt niet schokkend, tot men zich realiseert dat alleen al de hout-hoeveelheid meer is dan het volledige Brabantse windenergieprogramma na voltooiing opbrengt.
Het toekomstige zonnepark op het Budelco-terrein (45hectare) zal rond de 0,15PJ aan stroom opbrengen. Dat is ruwweg evenveel als bijvoorbeeld de covergister in Esbeek aan stroom en warmte opbrengt. Een lichtzinnige afwijzing van biomassa voor energiedoeleinden is misplaatst.

Aan de andere kant noemt het Warmteplan ook argumenten de andere kant op, zoals de twijfel aan de duurzaamheid van sommige biomassa en het cascaderingsbeginsel, inhoudend dat biomassa eerst voor hoogwaardige doelen gebruikt moet worden en dat opstoken het laagwaardigste doel is.

De covergister in Esbeek (gemeente Hilvarenbeek)

Mijns inziens is moet het hele verhaal over biomassa – energie – groene chemie – bodemkwaliteit – klimaat een keer in eigen recht grondig onderzocht worden, op akademisch niveau. Het zijn nu teveel losse kreten.

Afnamecategorie – industrie
De Brabantse industrie verbruikt jaarlijks 75PJ, waarvan een kwart (dus een kleine 19PJ) naar ca 30 energie-intensieve bedrijven toe gaat. De rest wordt verdeeld over een groot aantal bedrijven die elk zeer veel minder verbruiken, maar samen dus driekwart.

Op http://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 kan men vinden welke Brabantse bedrijven hoeveel CO2 uitstoten. De statische versie van deze (dynamische) kaart staat hieronder. Op de dynamische kaart kan men met de TAB ‘zoeken’ de gegevens per individuele stip vinden.

Grootverbruikers hebben een zeer laag stroomtarief, waardoor de prikkel om op energie te bezuinigen niet groot is. Alleen maatregelen met een terugverdientijd van 2,5 tot 5 jaar komen in aanmerking, terwijl alle ingrepen die in minder dan 5 jaar terugverdiend worden, wettelijk verplicht zijn. Dit wordt echter vaak ontdoken (leerde mij een gesprek met iemand uit het Stoomwezen – zie Van stoom stoom stoom ). Scherpere handhaving kan dan ook zeker wat opleveren.

Voor het MKB en de niet-energie-intensieve industrie, waar de afzonderlijke energievraag conventioneel van aard is en op het totaal van de onkosten meestal gering, wil men (eventueel samen met de gemeenten) meer gaan doen aan begeleiding en handhaving.

Afnamecategorie – woningen
Over het Nul Op de Meter-project zegt het Warmteplan dat dat €40.000 per woning gaat kosten, en voor de gezamenlijke 800.000 woningen t/m 2050 €36 miljard zal gaan kosten. Verder houdt men over dit onderwerp wijselijk de mond.

Waar de woorden minder groot zijn, is de inhoud interessanter.

Circa 5% van de woningen in Brabant zit op de stadsverwarming, de rest verwarmt individueel.

Over de stadsverwarming zegt het Warmteplan letterlijk “De maatschappelijke baten die warmtenetten met zich meebrengen, maar die niet bij de gebruikers terecht komen, rechtvaardigen een maatschappelijke ondersteuning van warmtenetten. Dit kan zich vertalen in bijvoorbeeld een vorm van financiële ondersteuning. Of door het faciliteren van een warmteprogrammabureau en het organiseren vna ‘ontwikkelkracht’. Landelijk loopt er ook een discussie over het financieel aantrekkelijker maken van collectieve warmtesystemen.” (blz 33-34).
Het is wat ik in deze kolommen ook al meermalen gezegd heb: bij de aanleg van sommige warmtenetten is soms onrecht jegens de bewoners gepleegd en dat kan ze fors duperen. Dat probleem moet op een of andere manier politiek worden opgelost (zie Actie tegen aansluitvoorwaarden Stadsverwarming Meerhoven wint hoger beroep – update). Anders richt de boosheid over de uitvoering van de stadsverwarming zich tegen het principe van de stadsverwarming.

Dat zou een groot probleem zijn, want de toekomst van de warmtevoorziening wordt lokaal bepaald en is hybride. Er zijn locaties waarbij individuele verwarming het meest zinvol is (bijv. all-electric), maar ook waar biogas of waterstof beschikbaar zijn, waar vormen van Warmte-Koude-Opslag mogelijk zijn, of meeprofiteren van geothermie. Alles wat niet individueel is, komt aan een of andere collectieve vorm van warmtelevering te hangen en dat aandeel zou best wel eens veel groter kunnen zijn dan de huidige 5%. De Gasunie heeft CE Delft al eens gevraagd om hieraan te rekenen (zie CE rekent klimaatneutrale warmtevoorziening woningen door voor 2050) .

Milieumensen richten zich nu op de aanleg van aardgasloze wijken. Dat valt te verdedigen, zolang men strikt bedoelt wat er staat.
Het zou best wel eens kunnen gebeuren dat er straks biogas of waterstof door de bestaande buizen stroomt. Ik zou dus voorlopig bestaande leidingen laten liggen.

Er loopt op dit gebied het nodige aan overleg, o.a. in Tilburg.
De politiek zou er verstandig aan doen dit nauwlettend te volgen.

De biomassacentrale in Meerhoven