De instituten ECN en Solliance hebben een nieuwe zonnecel ontwikkelt, die onder de juiste condities een record-rendement heeft van 30,2% . ECN is een belangrijk nationaal onderzoeksinstituut en Solliance is een in Eindhoven gevestigd instituut dat fundamentele kennis omzet in praktisch bruikbare dunne film – PV-panelen. Verder hebben aan het onderzoek meegedaan Choshu Industry Co., Forschungszentrum Jülich, en de TU/e.
De techniek In zonnepanelen is nog veel technische vooruitgang mogelijk (www.bjmgerard.nl/?p=4869 ). Toen er in 2014 een paar zonnepanelen op mijn dak gelegd zijn, bedroeg het rendement 16% (d.w.z., van het opvallend zonlicht werd 16% in elektrische energie omgezet). Een standaard commercieel paneel nu, op dezelfde eenzijdige siliciumbasis, haalt ergens rond de 20 a 22%.
In de nieuwe
techniek komen drie aparte ontwikkelingen bij elkaar.
De eerste is dat panelen ‘bi-facial’ geworden zijn (het licht valt aan twee kanten binnen). Die panelen bestaan al commercieel en worden bijvoorbeeld in geluidsschermen toegepast, zoals langs de A50 bij Uden (zie www.bjmgerard.nl/?p=2817 ). Als de bedoeling is dat het paneel aan de voorkant direct licht opvangt, en aan de achterkant diffuus teruggekaatst licht, telt men bij afspraak daar 20% van de voorkant voor. Een tweezijdige silicium cel komt daarmee op dit moment op ca 26% .
De tweede is dat er een nieuw mineraal, perovskiet, in zonecellen wordt toegepast. Perovskiet als gesteente heeft de basisformule CaTiO3 en is genoemd naar een Russische mineralenkenner (het gesteente is voor het eerst in de Oeral gevonden). Maar men kan allerlei varianten op de oervorm maken, zodat perovskiet nu meestal voor een familie aan mineralen staat met een verwante structuur. Hieraan is veel onderzoek gedaan. Wie zich erop uit wil leven, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Perovskite_solar_cell . Het record voor een enkelzijdige perovskiet-cel staat op 27,3% (zegt bovenstaand Wikipedia)
Perovskiet-variant CH3NH3PbX3 (Wikipedia)
De derde
ontwikkeling is dat er in één cel twee lagen materiaal gebruikt worden
(bijvoorbeeld perovskiet en silicium). Dat heet het tandem-beginsel. De
gedachte is dat elk materiaal geoptimaliseerd is voor een ander deel van het
spectrum.
In de
nieuwste cel worden alle drie de ontwikkelingen gecombineerd en dat leidt tot
genoemde 30,2%. Men hoopt dat binnen drie tot vijf jaar op te hogen naar 35%.
Mitsen en maren Een paar mitsen en maren.
Het materiaal bestaat alleen nog in het laboratorium. Er is nog geen massaproductie.
Er zit lood in, althans in het voorbeeld uit het plaatje
Er staat niet bij wat het gaat kosten.
Perovskiet was aanvankelijk een nogal fragiel materiaal. Het moet nog blijken hoe een paneel zich op de lange termijn houdt
De bifaciele meeropbrengst hangt van de omgeving af, bijvoorbeeld hoe reflecterend de ondergrond is. Niet voor niets gebruikt men graag de bifaciele techniek graag voor panelen die in water drijven. Je zou ze ook op platte daken kunnen leggen en die dan wit schilderen (is meteen een koeling).
Toepassingen De toepassing is rechtlijnig: je hebt minder oppervlak nodig voor hetzelfde vermogen. In gelijkblijvende overige omstandigheden kunnen de zonneparken kleiner worden – maar niet zoveel kleiner dat Brabant zonder kan.
Met een groep van vier mensen hebben we, ter afsluiting van onze studie Milieukunde aan de Open Universiteit, een literatuurscriptie geschreven over synthetische kerosine. Naast mijzelf waren de auteurs Barbara Herbschleb, Remco Kistemaker en Remo Snijder.
Elk van deze vier mensen heeft eerst een literatuurscriptie geschreven over een deelonderwerp. Bij mij was dat biokerosine, iemand anders deed Power to Liquid-brandstof (ook wel Electrofuels), weer iemand anders deed Gas To Liquid en Coal To Liquid, en de vierde fossiele kerosine en alle overkoepelende zaken. Daarna werden de vier deelstudies in elkaar geschoven tot een eindresultaat van de groep als geheel. In de studie wordt alle kerosine ‘synthetisch’ genoemd die niet via raffinage uit ruwe olie afkomstig is.
Stroomschema t.b.v. productie van Gas To Liquid-brandstof . Met dit Fischer-Tropsch-procedé kan uit elk koolstofhoudend materiaal brandstof gemaakt worden. De eerste stap (linksboven) verschilt per grondstof, maar vanan het woord ‘syngas’ is het procedé voor alle soorten grondstof hetzelfde. Het eindproduct is zwavelvrij en bevat geen aromatische verbindingen, waardoor het eindproduct met veel minder luchtvervuiling verbrandt.
Opdrachtgever voor de afstudeerscriptie was het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), in persoon van prof. Kopinga.
De studie bevestigde het vermoeden dat gangbare synthetische kerosine veel schoner verbrandt, dat biokerosine en Power To Liquid-kerosine goed voor het klimaat zijn, maar dat de synthetische kerosine nog slechts in kleine hoeveelheden aanwezig is. Synthetische kerosine is een van de onderwerpen die in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport aan de orde komen.
Overzicht van alle routes die vanuit organisch materiaal eindigen als brandstof. De rood omcirkelde routes zijn inmiddels goedgekeurd door het Anerikaanse certificeringsinstituut.
Biokerosine is een gevarieerd onderwerp. Ruwweg valt het te verdelen in biokerosine met afgewerkte oliën en vetten als grondstof, en met houtachtig materiaal als uitgangspunt (bijv. populier, wilg, miscanthus, switchgrass). Biokerosine bestaat geheel uit ‘tweede generatie’- materiaal , stoffen die niet concurreren met voedsel. Daar zit een goede controle op, o.a. via een onafhankelijk certificeringsbedrijf. In biokerosine zit dus geen palmolie. In biodiesel (nog) wel, maar dat wordt uitgefaseerd. Biodiesel en biokerosine zijn familie van elkaar, maar niet identiek.
De meest gezaghebbende studie komt erop uit dat het Europese aanbod in 2030 6 tot 9% van de Europese vraag kan leveren bij ongehinderd groei. Daar valt wel wat op af te dingen, maar vast staat dat er te weinig biokerosine gemaakt kan worden om de bestaande vraag te bedienen, laat staan de groei. Biokerosine kan een goed begin zijn om de bestaande vraag schoner en met minder klimaateffecten te bedienen, maar je haalt het er niet mee. De (nu nog in ontwikkeling zijnde) Power To Liquid-techniek (die geliëerd is aan de waterstofeconomie) kan een aanvulling worden, maar dat vreet stroom en de vraag is, hoe dat ingepast moet worden. Daar valt nu nog niet veel over te zeggen.
Doorsnee van een oude, Russische PC90-A straalmotor
In de scriptie wordt uitgelegd waarom gangbare synthetische kerosine schoner verbrandt. Omdat de synthetische kerosine in het productieproces zwavelvrij gemaakt is, vormt de motor geen UltraFijn Stof (UFS) meer, voor zover dat op zwavel gebaseerd is.
De aanwezige benzeenringen fungeren bij het verlaten va de straalmotor als bouwsteen voor steeds complexere molekulen, die eerst nog PAK’s heten (Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen), en daarna roet of Black Carbon.
Als de brandstof geen benzeenringen bevat, kunnen die ook niet als groeikern dienen voor steeds grotere moleculen die later roet worden. De motor loost dus veel minder roet. En dat roet dient hoog in de lucht als kristallisatiekern voor ijs, dus bij synthetische brandstof ontstaan er minder strepen en minder cirrusbewolking in de lucht – die zelf ook weer een klimaatbedreiging zijn.
Synthetische kerosine mag momenteel tot 30% of 50% worden bijgemengd.
Het deelonderzoek over biokerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over conventionele kerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over GTL- en CTL-kerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over Power To Liquid-kerosine kan hier worden gevonden. De uiteindelijke scriptie kan hier worden gevonden. Bij de scriptie hoort een Excel-bijlage met een samenvatting van de gelezen literatuur, geordend op de vooraf gestelde deelvragen. Deze is hier te vinden.
Baudet Het begon met een fact check in de NRC (14 febr 2019) op de bewering van Baudet in de Tweede Kamer dat het “klimaatneutraal maken ruimschoots 1000 miljard Euro kostte”. Baudet gebruikte de studie “Klimaatbeleid en de gebouwde omgeving” (mei 2018) van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) (waaraan kort erna nog een aanvullende studie toegevoegd is) om zijn bewering te staven. Het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad zou €235 miljard kosten. Vervolgens liet Baudet de baten weg en flanste hij er nog een stel andere kosten achteraan die ik hier niet noem, omdat het me om de woningvoorraad gaat. Het PBL is wat serieuzer en komt all-in, inclusief de baten, op €300 miljard cumulatief tot 2050. Nog steeds een hoop geld, maar een stuk minder dan wat Baudet zei. Het eindresultaat is dat de NRC-checker Baudet niet geloofde. Die 300 miljard is opgeteld over 30 jaar. Per jaar is het bedrag niet onaanzienlijk, maar ook niet onoverkomelijk. De Nederlandse staatsbegroting is over 2019 ca 300 miljard en 10 miljard is het huidige overschot. Voor paniek lijkt niet meteen reden.
Eerst even wat definities. Elke woning heeft een energielabel, startend vanaf het slechtste label G tot het goede label A. De labeltoekenning is niet erg precies en kan de werkelijke situatie onderschatten. Een woning waarvan weinig bekend is, wordt automatisch ingeschaald als G, maar kan in praktijk beter zijn. Bovenop label A kan de woning “BENG” zijn: Bijna Energie Neutraal Gebouwd. Dit is een kwalificatie van alleen de woning. Je telt dan de TV en de computer en de stofzuiger en de koelkast niet mee. Bovenop BENG komt “Nul Op de Meter”. Dan tel je dit soort apparaten wel mee. De woning is dan energieneutraal inclusief de apparaten. De EIB-studie beperkt zich tot BENG en laat Nul Op de Meter buiten beschouwing.
Nederland
heeft 7,58 miljoen woningen, naar label en eigendomsvorm gerangschikt als in
fig.1 .
De Nederlandse woningvoorraad naar label en eigendomsvormInvesteringskosten bij labelsprongenn, voor drie eigendomstypesBesparingsbedragen bij labelsprongen, voor drie eigendomstypes
De laatste twee schema’s moeten als volgt gelezen worden: De onderste horizontale streep stelt label G voor, de een na onderste horizontale streep label F, enz. De labelletters horen dus bij de streep waar ze onder staan (de letter G is niet ingevuld). De afstand tussen twee strepen is wat het kost om de woning van het onderste op het bovenste van beide labels te krijgen (middelste figuur), resp. wat door die stap per jaar bespaard wordt. Een sociale huurwoning van G op E brengen kost ca €5000 aan investeringen en levert een energiebesparing van ca €450 per jaar op. Bedenk dat het hier om gemiddeldes gaat met een ruime spreiding en op basis van vele aannames.
Het schema
toont een treffende illustratie van de wet van de afnemende meeropbrengst. De
laatste verbeteringsstappen kosten onevenredig meer, en leveren onevenredig
minder op.
Kosten-batenanalyse bij opwaardering tot verschillende woninglabels
Dit weerspiegelt zich in bovenstaande ‘winstgevendheid-grafiek’. In het gekozen rekenvoorbeeld zijn investeringen in woningen op papier rendabel t/m label B, en je legt er niet heel veel op toe tot label A. De praktijk, waarschuwt het EIB, is weerbarstiger.
Eigenlijk is
de hoofdboodschap van het EIB dat het misschien verstandiger is om niet het
onderste uit de kan te willen. Het EIB analyseert ook tussenscenario’s die veel minder kosten en maar weinig minder
opbrengen.
Het grote
financiële gat zit tussen label B en BENG. Als men bovenstaand microplaatje
macro maakt, kost het ca €50 miljard om de totale Nederlandse woningvoorraad op
B te brengen (dus ongeveer kostendekkend), en kost het ruim €190 miljard om
diezelfde voorraad in zijn geheel van B op BENG te brengen (wat jaarlijks
ongeveer €50 miljard aan besparingen retourneert).
(Baudet zit hier dus selectief te winkelen: het ergste worst case-kostenscenario bij een inkomstenscenario = 0. Als hij al een eenvoudig getal had willen noemen, had hij €140 miljard moeten zeggen (190 miljard B –> BENG – €50 miljard bijbehorende extra revenuen). Misschien moet de Uil van Minerva hem eens leren rekenen…. )
Investeringen,
zegt het EIB, zijn over het algemeen ‘stapelbaar’. Als het van F naar B voor
een sociale huurwoning €10.000 kost en van B naar BENG €23.000 , kost in één keer van F naar BENG €33.000 .
Andersom uitgedrukt zijn investeringen dus faseerbaar: het eindresultaat kan
desgewenst in etappes bereikt worden.
Bovenstaand
individueel voorbeeld kan veralgemeniseerd worden naar alle labels.
Kosten en besparingen bij elk label voor de gehele woningvoorraad
Lees dit als: het verduurzamen van de gehele Nederlandse woningvoorraad tot BENG kost €240 miljard, maar het verduurzamen tot label A kost maar €80 miljard. Enz. BENG bespaart over heel Nederland 260 PJ (ca 8% van het gehele bruto Nederlandse energieverbruik), alles A maken bespaart ongeveer 170PJ.
Sloop en vervangende nieuwbouw De economische insteek maakt dat het EIB zakelijk met de vraag “sloop of renovatie?” omgaat. In een trendmatig scenario gaan er 16.000 huurwoningen per jaar plat en 6000 koopwoningen. Van 2020 tot 2050 dus opgeteld zo’n 500.000 huurwoningen en 180.000 koopwoningen – met vervangende nieuwbouw. Die, als het goed is, zo betaalbaar is dat de weggesloopte bewoners hun nieuwe onderkomen kunnen betalen.
De zwakke plek Ik ben vertrouwd met fysische modellen (bijv. geluidsberekeningen). Anders dan veel mensen denken, zijn die modellen als regel goed. Als er iets fout gaat, zit dat meestal niet in het model zelf, maar in de input van het model. Garbage in, garbage out. Ik ben niet vertrouwd met bouw-economische modellen, maar naar analogie ga ik er van uit dat het model goed is. Blijft de vraag over of de input goed is.
Het hoofdprobleem is dat de systeemgrens strak om de woning en zijn bewoners en eigenaar (indien huur) getrokken is. Er wordt geen geld ingeboekt van buiten het systeem (bijv. subsidie), en ook geen voordelen buiten het systeem (bijvoorbeeld energieonafhankelijkheid, werkgelegenheid, belastingopbrengst, etc). Men kan dit het EIB in alle redelijkheid moeilijk kwalijk nemen. Maar ondertussen zit een belangrijk deel van de kosten en de baten buiten de systeemgrens.
Hel en verdoemenis binnen de bubbel Veel natuur- en milieumensen leven in een soort linkse bubbel als het om de inzet van biomassa voor energiedoelen gaat. In eigen kring herhalen ze steeds elkaars redenen en drogredenen, die uitmonden in het oordeel dat elke vorm van houtstook van de duivel is. Ook professoren als Katan gaan daarin mee. En omdat men houtstook en biomassa ten onrechte als synoniem ziet, wordt de verdoemenis in één adem verruimd tot het grotere begrip biomassa.
Wat cijfers van het CBS In 2017 bestond in Nederland 61% van wat officieel ‘duurzame energie’ heet uit biomassa. Men moet dus sowieso al van goeden huize komen om te kunnen beargumenteren dat de grootste duurzame energiebron met enkele pennenstreken moet worden afgeschreven.
Hernieuwbare energie in Nederland in 2016 en 2017 naar categorie (CBS)Energie uit biomasa in Nederland in 2016 en 2017 naar herkomst (CBS)
Verder blijkt uit de CBS-cijfers dat biomassa een gevarieerde categorie is. De meeste energie uit biomassa komt niet uit hout – de meest omstreden post. Alleen in de twee kleinste deelcategorieën en bij de huishoudens wordt hout verbrand. Zie www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/22/aandeel-hernieuwbare-energie-naar-6-6-procent .
Vooraf in de grond getimmerde piketpaaltjes
Er bestaat geen ideale vorm van duurzame energie. Alle vormen hebben voor- en nadelen. Een bepaalde zakelijkheid in de argumentatie is daarom op zijn plaats. Men vergelijkt geen zwart met wit, maar grijs met grijzer.
Om het eindresultaat (een duurzaam energiepakket in Nederland) te bereiken moet geen enkele energievorm bij voorbaat worden uitgesloten. De taak is zo groot dat het èn èn èn is en niet òf òf òf.
Kleinschalige houtstook door particulieren in stedelijk gebied moet om milieuhygienische redenen worden verboden
Professionele houtstook t.b.v. elektriciteit en/of warmte op basis van een goede vergunning, met adequate rookgasreiniging, bijvoorbeeld voor een stadsverwarming, is binnen nader te bepalen volumegrenzen een aanvaardbare optie.
Vanwege de verknoping met allerlei andere zaken is er een top down-aansturing nodig, een soort structuurvisie biomassa.
Dit alles
gezegd zijnde, wil ik een presentatie van Gert-Jan Nabuurs bespreken, gegeven
op 19 februari 2018 tijdens een bijeenkomst van de Koninklijke Nederlandse Akademie
van Wetenschappen (KNAW). Nabuurs is hoogleraar in de Europese bosbouw.
Nabuurs over de hoeveelheid bos in Europa en de koolstofopname Het bosareaal in Europa groeit al decennia, omdat er meer hout bij komt dan er geoogst wordt. In 2010 (de grijze pijl) kwam er 280 miljoen m3 meer hout bij dan er geoogst werd.
In een bos opgeslagen koolstof voor en na kap
Een groeiend bos legt koolstof vast. Maar dat vlakt steeds verder af (de lichtblauwe stippellijn). Het bos gaat richting ‘saturation’ (zoals in het growth and harvest-plaatje). Het bos wordt simpelweg steeds ouder en groeit steeds langzamer. Door de kap wordt er ineens een voorraad koolstof aan het bos onttrokken. In deze afbeelding wordt het hout verbrand, waardoor de koolstof in de lucht komt. Anders had je, om dezelfde energetische opbrengst te krijgen, bijvoorbeeld steenkool moeten verbranden. Hout verbrandt minder efficient dan steenkool, dus op korte termijn is het effect per GigaJoule (GJ) nadelig – een gegeven dat tegenstanders van houtstook graag vermelden. Maar het nieuw aangeplante bos groeit en legt de koolstof vast tot op het niveau dat bestond ten tijde van de kap, en daarna tot het niveau dat het bos bereikt zou hebben als het niet gekapt was, en daarna eventueel nog verder.
Houtbouw
De vaststelling dat een GJ uit hout meer CO2 in de lucht brengt dan een GJ uit steenkool is een momentane vaststelling en daarmee niet erg relevant. Het is van belang om over de Life Cycle te kijken (die pakweg 40 a 50 jaar duurt bij een productiebos), en dan is houtstook in zijn klimaateffect superieur aan kolen. Zeker als het gekapte hout een bestemming krijgt waarin het niet vergaat. Nabuurs pleit van ook voor houtbouw. Zie Nogmaals over wolkenkrabbers van hout – update .
Het is een veelgemaakte denkfout: kap een boom en het duurt 50 jaar voor die teruggegroeid is. Dus van de duivel. De juiste logica is dat je een boom uit een statistisch geheel kapt, genaamd bos. Als je je in gedachten voorstelt dat de eerste boom 1 jaar oud is, de tweede 2 jaar, en zo door naar 100, zie je eenvoudig dat je elk jaar de honderdste boom kunt kappen. En het is verstandig om dat te doen, want goed kans dat die boom vanzelf dood gaat en dan gaat de CO2 alsnog de lucht in. Beter om er dan planken van te maken, dan duurt de vergankelijkheid veel langer. Er bestaat houtbouw van 1000 jaar oud.
Kapvlakte van een productiebos Loblolly Pine
Eén kapvlakte ziet er dramatisch uit op een foto, maar in de statistiek (die hier dus onmisbaar is) is het slechts een momentopname. De houtoogst in de EU schommelt al sinds 2001 rond de 400 a 450 miljoen m3. Daarvan is 129 miljoen m3 niet commercieel als timmerhout bruikbaar. Nabuurs stelt dat de Europese bossen momenteel voor ca 7% in de primaire energiebehoefte van de EU kunnen voorzien, waarvan een groot deel uit een afvalproduct van de papierindustrie komt. Met het SIMWOOD-programma (http://simwood.efi.int/ ) moet dat kunnen oplopen tot ca 10 a 11%.
De Europese
bossen leggen jaarlijks grofweg 450Mton vast, waarvan zo’n 50Mton in geoogst hout
terecht komt.
Als grootste probleem ziet Nabuurs een mogelijke afweging met de biodiversiteit van de bossen. Maar ik zei al: je hebt ook een biodiversiteitsafweging bij zonneparken en windturbines
Het gebied waar de Zembla-uitzeding over ging
Nabuurs en de pellets uit de VS Zembla had een dramatisch verhaal over de import van houtsnippers (pellets) uit de VS. De schijn werd gewekt alsof hele bossen gekapt werden, puur om Europa gesubsidieerd van pellets te voorzien. Het is waar dat de Europese vraag naar pellets sterk groeit (van ca 8 miljoen ton in 2012 naar ca 14 in 2016) – waarvan bijna de helft uit de EU zelf komt en grofweg een derde uit de VS. Zonder Zembla expliciet te noemen, haalde Nabuurs het verhaal onderuit. Hierboven het gebied in kwestie. Het gaat om plantages (dus productiebos) uit de jaren ’40, dus nu een kleine 80 jaar oud – anderhalf tot 2 kapcycli. De Amerikaanse bosbouwers gebruiken hun bomen voor allerlei doelen, waarvoor men hout gangbaar bestemt. Ook zou een gekapt bos gewoon zomaar woonwijk of industrieterrein kunnen worden. Zie ook Houtpellets en bosbeheer in de VS .
‘Sawtimber’ is voor planken en balken, pulpwood noemen wij houtpulp en gaat vooral naar de papierindustrie, veneer = fineer, composite = triplex en aanverwant, TPO is een onderzoeksgroep (Timber Products Output) van het VS-ministerie van Agriculture, en Forisk is ook een onderzoeksgroep. Een ‘short ton’ is 907,2 kg en ‘Green’ betekent dat het hout niet droog is.
Nabuurs
bracht het in perspectief. In de totale houtproductie van het Zuidoosten van de
VS zijn de pellets slechts een minuscuul onderdeel, het een na hoogste hokje op
de stapel. Het hoogste hokje zijn snippers die vergist of vergast worden of
iets in die geest.
Conclusies
Ik geef hier kortheidshalve de sheets van Nabuurs ter afsluiting. (Daarin is ‘Coppice’ hakhout).
De Stichting Samen voor Gezondheid van Vrouwen (Stichting SGV) had mij gevraagd om, ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag, op vrijdag 15 maart een verhaal te houden over klimaatverandering, gezondheid en armoede. Voorwaar een ruim geformuleerde opdracht, waarbij keuzes gemaakt moesten worden.
Dagvoorzitter was het Eindhovense GroenLinks-gemeenteraadslid Jeanette Vos.
Inleiding door de organisator Organisator was Firouzeh Hamidian Rad. Ze blikte terug op de geschiedenis van de Internationale Vrouwendag. Nog steeds treffen veel voorkomende verschillen (arm-rijk; flex-vast;een-meeroudergezin) onevenredig vaak de vrouw. Ziektes hebben niet alleen een lichamelijke component, maar ook een sociale en culturele. Vandaar een verhaal over de klimaatdreigingen, toegesneden op dit kader.
Mijn presentatie Ik heb de presentatie laten lopen langs de lijn eerst uitleg hoe klimaatverandering ontstaat, dan via de verslappende en meanderende straalstroom en en de hoge en lage drukgebieden, naar extreem weer.
OPtreden bij de Internationale Vrouwendag over Klimaat en gezondheid
De overstroming in Tilburg van 28 juli 2014 en de bijbehorende verzekeringsoverwegingen kwamen aan de orde (je zult daar maar parket gehad hebben…), evenals de verwoestende hagelbui in Luijksgestel e.o. uit 2016. Zie ook “Tilburg en het noodweer van 28 juli 2014 – update dd 1okt2015” en de hagelstorm van 23 juni 2016 . Ter afsluiting een sheet met wat zelfhulptips bij verzekeringen.
Bak met puin tijdens reparatie (eigen foto 26 juli 2016 Luijksgestel)
Verder iets over de energielasten, met o.a. de SP-actie in De Geestenberg als voorbeeld. Net de dag van tevoren was het PBL-advies gepubliceerd, maar dat had ik nog maar heel oppervlakkig kunnen bekijken bij het voorbereiden van de presentatie. De energietarieven zullen, hoe dan ook, stijgen, dus het verbruik moet omlaag. Zie ook Verbetering en verduurzaming huurwoningen Eindhovense wijk De Geestenberg gewenst .
Hierna een sheet over extra sterfte door hittegolven, en over een sheet over oprukkende infectieziektes en slachtoffers van hittegolven.
Uit The Lancet, The 2018 report of the Lancet Countdown on health and climate change. Dengue is een virusziekte die door sommige soorten muggen wordt overgebracht.
Schuldhulpverlening Joke de Kock uit Tilburg is manager schuldhulpverlening bij de gemeente Tilburg. Haar verhaal ging dan ook over schuldhulpverlening. Het is het bekende verhaal van schuld en schuld op schuld, de overheid als belangrijke schuldige, en hoe individuele mensen omgingen met het objectieve probleem zelf als wel met de bijbehorende emoties. Ze had geen sheets.
Proberen om de atmosfeer 3D uit te leggen met een kopje als aarde (even weer natuurkundeleraar)
De discussie Het was een goede discussie.
Men kan het klimaatprobleem micro en macro aankaarten.
Micro is “wat ik kan doen”. Minder vlees eten, minder vliegen, elektrisch rijden, het bekende riedeltje. Met de kanttekening dat duurzaam leven en armoede slecht samengaan, waarmee de link met de schuldhulpverlening gelegd is.
Ik sta er zelf meer macro in: “Verbeter de wereld, begin bij het systeem (en eindig bij jezelf)”. Een goed internationaal spoorwegnet is een systeembesluit, minder vliegen is een individueel besluit. Het is prima om minder te vliegen, minder vlees te eten enz, maar daarmee alleen red je de wereld niet. Huishoudens gebruiken maar 1/7de deel van de Nederlandse energie en zelfs als alle huishoudens volledig energieneutraal zouden worden, blijft nog steeds de resterende 6/7 de over. Het is èn èn, zoals het publiek terecht opmerkte.
Macro is ook de schaal van de activiteit. Je kunt een handeling als jouw individuele besluit zien (‘ik isoleer mijn spouwmuur’) . Maar je kunt het ook op wijkniveau doen (die het voorbeeld van De Geestenberg) . Dat maakt bijv. leaseconstructies van zonnepanelen mogelijk en kwantumkorting, waardoor een huishouden (armoe of niet) er op vooruit kan gaan.
Nul Op de Meter-gerenoveerde woningen Hof van Egmond Haarlem
Ik ben betrokken bij het opzetten van een buurtactie in de Eindhovense wijk De Geestenberg. Hieronder de opzet van de actie. De tekst is overgenomen van de Eindhovense SP-site.
De Eindhovense wijk De Geestenberg is een typische ‘bloemkoolwijk’ van begin jaren ’70. De laagbouw in de wijk bestaat uit 269 huurwoningen, die eigendom zijn van Woonbedrijf, en uit 411 koopwoningen. Woonbedrijf heeft in 2014 en 2015 groot onderhoud aan zijn huurwoningen uitgevoerd. Dat heeft geresulteerd in een aantoonbare verbetering en een mooiere buitenkant. Het verschil met de (niet gerenoveerde) koopwoningen is in één oogopslag te zien.
Maar de
nieuwe situatie is zeker niet perfect en kan verder verbeterd worden. Nu de
energietarieven omhoog gaan, zou het een goede zaak zijn als het verbruik
omlaag ging.
De SP heeft daarom de huurders in de Geestenberg uitgenodigd voor een gesprek op het nabijgelegen partijkantoor. Dat was op 20 februari 2019. Verder waren onder andere bij het gesprek aanwezig Stephaan Maas, emeritus-architect uit Eersel, Paulus Jansen, interimvoorzitter van de Woonbond (de landelijke organisatie van huurdersorganisaties), en Bernard Gerard, die verantwoordelijk was voor de opzet en het aan de avond voorafgaande buurtonderzoek. De aanpak heeft niet als vooropgezet doel dat de woningen van het gas af moeten, maar wel dat ze zover mogelijk richting energieneutraal gaan
Op de voorgrond Paulus Jansen
Paulus
Jansen schetste het Sociaal Huurakkoord, dat de Woonbond afgesloten heeft met
Aedes, de landelijke koepel van woningbouwcorporaties.
Er is €100 miljoen subsidie voor verduurzaming van woningen, ook al is dat uit
de eigen doos van de verhuurdersheffing.
Stephaan Maas had zich door middel van archiefonderzoek en (bij wijze van steekproef) bezoek aan een woning een eerste indruk gevormd van de technische kant. Hij noemde de woningen, na het eerdere groot onderhoud, nu ‘matig geïsoleerd’. De woningen bevatten behoorlijke koudebruggen, waarvan hij enkele schetsen liet zien. De Rc – waarde zou boven de 5 moeten zitten en zit nu, voor zover achterhaalbaar, tussen de 2,5 en de 3. Er zijn zowel kleinere als grotere verbeteringen denkbaar, zoals ook zonnepanelen. Uit het publiek kwam nogal wat commentaar op de hal en de meterkast, en ook op de afwerking van de kruipruimte
Detail van de onderkant van de nieuwe schuifpui. De nieuwe pui rust op de oude ondergrond en die is niet goed. Dit is een koudebrug.
Bernard Gerard noemde enkele veelgehoorde punten aan de deur, zoals inderdaad de hal, het ontbreken van vloerisolatie bij sommige woningen (een nieuw aanbod zou wenselijk zijn). En klachten over de aansluiting van nieuwe kozijnen op de oude ondergrond. Totaliter vindt men wonen in de Geestenberg geen drama, maar ook niet optimaal. Ook zonnepanelen op de platte daken van de woningen werden genoemd. Hij noemde een aantal vervolgstappen die in de Eindhovense context gezet konden worden, zoals de vorming van een werkgroep, een bezoek aan het Helmondse Energiehuis, contact met de Energiecoöperatie 040Energie, en uiteindelijk een gesprek met de verhuurder.
De buurt krijgt een verslag en er gaan verdere stappen gezet worden om tot een
buurtwerkgroep te komen.
De SP heeft
op 06 maart 2019 bij het hoofdkantoor van de Shell in Den Haag voor
klimaatrechtvaardigheid gedemonstreerd. Ik was erbij.
De SP heeft een enquête georganiseerd, waaruit naar voren kwam dat een gemiddeld huishouden €334 per jaar meer aan energielasten moet betalen. Dit maal de 7,858 miljoen huishoudens die er in Nederland zijn (2018) verhoogt het nationale energiebedrag voor alle huishoudens samen met €2,6 miljard. Dit terwijl de Shell – de grootste vervuiler van Nederland – over 2018 een recordwinst boekte van 20 miljard – ‘een plundering van de samenleving’ vond energiewoordvoerder Sandra Beckerman van de SP. Dit mede door belastingtrucs.
Een alleenstaande bijstandsgerechtigde beschreef hoe ze moest kiezen tussen gezondheid en verwarmen (wat ze nog maar mondjesmaat deed). Een andere hoe ze per jaar €600 meer aan energie moest betalen.
De SP vindt
de lasten van de energietransitie naar de vervuilers moeten, en niet naar de vervuilden.
Vandaar dat de SP bij het hoofdkantoor wilde cashen. De geldwagen was al
voorgereden.
De Shellwoordvoerder (lichtblauw overhemd) voor het Shellgebouw
Blijkbaar lag er niet zoveel geld binnen, want de Shell-woordvoerder kwam met lege handen naar buiten. Hij sprak een paar clichématige zinnen (‘de energietransitie moeten we met zijn allen samen doen’ ) en haastte zich daarna weer terug achter het pantserglas.
De SP riep op tot deelname aan de Kimaatmars.
De SP heeft
(vind ik) goede gedachten over wie de oplossing moet betalen. Het zou goed zijn
als de SP een betere analyse zou wijden aan hoe die oplossingen eruit moet zien.
Daar valt nog wel wat te verbeteren.
Bij de energietransitie is de vraag naar “of?” een gepasseerd station (althans,
bij de meeste politieke partijen). De vraag naar het ‘hoe?’ is nu acuut.
De noodzaak van opslag Wind en zon wisselen
sterk. Er is behoefte aan opslagbuffers in allerlei soorten en maten. Daaraan
wordt veel onderzoek gedaan, o.a. aan de TU/e .
Het kenmerk van alle energieopslag is dat er twee fasen zijn: een energierijke
die kan leveren als er te weinig energie is, en een energiearme die energie op
kan nemen als er teveel energie is. Dit beginsel kan op zeer uiteenlopende
wijze vorm krijgen. Een voorbeeld is het oppompen van water van laag
(energiearm) naar hoog (energierijk).
Dit gaat altijd met verliezen gepaard. Het kost meer energie om het reservoir
te vullen dan er vrijkomt als het reservoir geleegd wordt. De verhouding tussen
beide heet het cyclusrendement.
Ijzerpoeder als energierijke en roest als energiearme fase IJzer brandt uitstekend als het maar heel fijn verdeeld is. Dat poeder is de energierijke fase. De vlam kan 1800°C halen. Op het eind is de energiearme fase bereikt en die heet ijzeroxide, in de volksmond roest. Het systeem is o.a. geschikt om hele hete stoom te maken, iets wat in de industrie vaak gevraagd wordt. Als die roest weer kan worden teruggebracht naar ijzerpoeder, is er een opslagsysteem gecreëerd. En dat kan door er waterstof langs te leiden. En als die waterstof duurzaam is, is de buffer dat ook.
Waterstof Nu is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bijna alle waterstof op aarde wordt momenteel gemaakt uit aardgas en is dus niet duurzaam (de huidige waterstofauto’s zijn dat dus misschien ook niet). Duurzame waterstof kan ook gemaakt worden door water te splitsen in waterstof en zuurstof (hydrolyse). Dat is een oude, bekende techniek, die echter nog niet groot genoeg opgeschaald is. Daaraan wordt druk gewerkt, o.a. op de TU/e. Als de hydrolyse plaatsvindt met stroomoverschotten van windturbines en zonneparken, is de ontstane waterstof wel duurzaam. Dat is een gewild goedje: iedereen wil in dezelfde duurzame waterstof-vijver vissen, terwijl die vijver er nog niet is.
Het cyclusrendement is nu ongeveer een kwart (4J zonnestroom wordt ongeveer 1J ijzerpoeder). Dat zegt prof. Deen, die aan het proces meewerkt.
Het schema van de roest-ijzer cyclus
Metalot, Cranendonck en de provincie Noord-Brabant Op 04 februari 2019 maakte de provincie Noord-Brabant bekend dat ze 1,0 miljoen subsidie gaf ten behoeve van een proeffabriek. Die moet uiteindelijk komen op wat vroeger het Duurzaam Industrieterrein Cranendonck (DIC) heette, en nu Metalot (met een knipoog naar Chemelot dat nu zit op de plak van wat vroeger de DSM heette). DIC/Metalot ligt binnen het hek van de zinkfabriek Nyrstar in Budel-Dorplein (onderdeel van de gemeente Cranendonck). Het moet een bescheiden proeffabriek worden van 100kW, die vooral het onderzoek dient.
De twee belangrijkste methodes om ijzerpoeder te gebruiken voor beweging te gebruiken: 1) verbranden in lucht en de hete lucht door een Stirlingmotor sturen 2) met water laten reageren en een mengsel maken van stoom en waterstof
Voorgeschiedenis Helmond was vroeger
een ‘Groeistad’. In die tijd moest Helmond, bijna geforceerd, groeien. Er zijn
toen in relatief korte tijd 14000 nieuwe huizen bij gekomen. Men vond toen (we
spreken jaren ’70 vorige eeuw) dat daar een modern verwarmingssysteem bij hoorde.
Zodoende is toen de Helmondse stadsverwarming ontstaan in het Zuiodoostelijk
deel van Helmond. Bij de elektriciteitsprijzen van toen kon een Warmte-Kracht
Koppeling (WKK) rendabel draaien (op gas).
Nadien is er, mede door verwaarlozing en omdat stadsverwarming, bij de huidige
elektriciteitsprijzen, een economisch marginale activiteit is, de klad in
gekomen. Er bouwde zich steeds meer onvrede op en die had soms gerechtvaardigde
gronden.
Nadien is de Helmondse stadsverwarming, met onvrede en al, overgenomen door Ennatuurlijk (een onderneming waarachter het pensioenfonds PGGM en Veolia). Zie https://ennatuurlijk.nl/ . De onvrede mondde uit in een burgerinitiatief richting de gemeenteraad van Helmond. Op 1 dec 2015 stemde de Helmondse raad in met het voorstel “Verduurzaming Stadsverwarming, Versnelling duurzaamheid”. Zie voor verdere informatie, onder andere technische, www.bjmgerard.nl/?p=2556 .
Mireille Jongen (Ennatuurlijk) in de Helmondse raadscommissie op 19 feb 2019
Jongen benadrukte eerst dat Ennatuurlijk de laatste drie
jaar hard gewerkt heeft om alle bestaande problemen op te lossen. De emoties
waren weggezakt.
Verduurzaming
blijkt nog niet zo eenvoudig.
Ennatuurlijk heeft gekeken naar zes opties, die ik hier geef met enig commentaar mijnerzijds.
Industriële restwarmte, waarover men oordeelt dat het afvalt want ‘onvoldoende warmte beschikbaar”. Toch leveren de Asfaltcentrale, de Voergroep Zuid, Coppens (BZOB) en Van Rooi Meat samen 23% van de warmtevraag. Ik vind het merkwaardig om deze bijdrage af te schrijven.
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (Ennatuurlijk, 19 feb 2019, Helmond)
Energie uit het oppervlaktewater (Thermische Energie Oppervlaktewater, TEO). Helmond heeft met de Nieuwe Aa en de Zuid-Willemsvaart veel bruikbaar oppervlaktewater. Dit is volgens Ennatuurlijk financieel onrendabel en is on hold gezet. Dit moet opgelost worden, voorlopig met subsidiemogelijkheden.
Zonthermie (dus warmte en geen stroom). Daartoe zou een veld van 65000m2 ontwikkeld moeten worden tussen het bedrijventerrein Bokhorst en de Zuid-Willemsvaart. Deze omvang heeft in Nederland nog geen precedent. Dit is volgens Ennatuurlijk financieel onrendabel en is on hold gezet. Dit moet opgelost worden, voorlopig met subsidiemogelijkheden.
Biomassa. Dat is waar uiteindelijk in eerste instantie voor gekozen wordt, op basis van afval- en snoeihout uit de omgeving. De tekst bij het biomassaplaatje is niet heel duidelijk. Inzet zou t.o.v. de huidige inzet 19000 ton CO2 per jaar schelen, omgerekend 10 miljoen Nm3aardgas, goed voor 320TJ/y. Dat betreft een besparing van 80% op de CO2 (een soort standaardwaarde voor veel biomassa), dus zou de biomassa goed moeten zijn voor 400TJ/y . Bij de genoemde 15MW zou de centrale dan 7400 van de 8760 uur in een jaar draaien. Als die 15MW jaargemiddeld is (de STEG’s die er staan kunnen 25MW warmte leveren per stuk en men wil er één vervangen), zou het misschien kunnen. De presentatie is hier niet erg informatief.
Duurzame samenwerking met de industrie. Daarover werd niet veel gemeld. Gaan daar misschien de potentiele bijdragen, die onder het eerste punt genoemd zijn, naar toe?
Geothermie. Dit wordt onderzocht en kan misschien een optie zijn voor de toekomst. Even afwachten hoe dat uitpakt vanwege de geologische breuken in de regio.
de diverse mogelijkheden voor verduurzaming in helmond
In de
raadsdiscussie werden vragen gesteld en ontstond discussie. Het meeste ging
over de biomassacentrale. De gebruikelijke misverstanden passeerden de revue,
onder andere over dat
biomassa
bij verbranding per GJ meer CO2 in de lucht brengt dan aardgas (wat
waar is, maar irrelevant omdat je over de hele levenscyclus moet rekenen)
houtstook
geassocieerd wordt met milieuvervuiling (wat voor huishoudelijke stookinrichtingen
ongetwijfeld waar is, maar niet waar is bij professioneel geleide industriële
inrichtingen. De installatie krijgt drie filterstappen. De biomassainstallatie
in Meerhoven werd als voorbeeld genoemd (verantwoordelijk wethouder Maas) en
daarover wordt niet geklaagd.
De vraag die
niet gesteld werd) en die ik zelf wel had willen stellen) was hoeveel van het
gewenste snoeiafvalhout de regio eigenlijk leveren kan. Als en Helmond en
Meerhoven en StrijpS (beide Eindhoven) snoeiafvalhout willen, is er dan genoeg?
En als er nog meer steden op hetzelfde heldere idee komen?
Ik heb zelf niet de ideologische preoccupatie tegen biomassa, die velen in de
milieubeweging hebben. Mijns inziens kan biomassa een bijdrage leveren aan
duurzame energie. De vraag is voor mij niet dat die bijdrage er is, maar hoe
groot die is en welke voorwaarden gehanteerd worden.
Mijns inziens moet de regio urgent een soort structuurvisie voor biomassa maken.
De Groene 11 en hun Position Paper De Groene 11 (inmiddels zijn het er overigens al 13) is een samenwerkingsverband van een anatal milieu-organisaties (zie www.groene11.nl ). Voor dit onderwerp zijn Natuur en Milieu, Greenpeace, en de Natuur- en Milieu Federaties (in Brabant de BMF).
Ten behoeve van de aanstaande Luchtvaartnota, die nu in voorbereiding
is, hebben ze een Position Paper ingediend, met als belangrijkste
eenheden Klimaat & Luchtvaart en Economie & Luchtvaart. De
samenvatting geeft een beeld van de inhoud van het document.
Het IPCC stelt dat we voor 2030 een stevige CO2 -reductie
nodig hebben om catastrofale klimaatverandering tegen te gaan, in 2050
moeten alle sectoren, dus ook de luchtvaart naar netto 0 CO2 emissie;
De Nederlandse luchtvaartsector zal daarom minimaal dezelfde CO2 -doelstellingen als de Nederlandse transportsector in 2030 moeten realiseren;
Zonder aanvullend beleid zal de CO2 -emissie van de Nederlandse luchtvaartsector in 2050 verdubbeld zijn ondanks een gemiddelde 0,7% per jaar efficiëntiegroei;
Dit betekent een CO2 -reductie van 15% t.o.v. 1990 in 2030. Dit komt uit op een totale CO2 -emissie
van ruim 4 megaton in 2030 t.o.v. van zo’n 12 megaton op dit moment.
Voor 2050 moet de luchtvaartsector bij benadering emissievrij zijn;
Internationaal beleid, Nederlandse sectorinitiatieven en het huidige technologiepad zijn onvoldoende om deze CO2 -doelstellingen te halen;
De Nederlandse overheid moet
daarom stevig beleid voeren op de luchtvaartsector. Alleen met een
combinatie van volumebeleid, prijsbeleid en stimulering van
technologische innovatie zal de sector de noodzakelijke klimaatdoelen
halen. Krimp van het aantal vliegbewegingen is een reële optie.
BVM2 had aan de Groene 11 gevraagd om in Knegsel een toelichting op hun Position Paper te geven.
De presentatie van Cas van Kleef Cas van Kleef (die zelf aan Greenpeace verbonden is) presenteerde de gevraagde toelichting.
Cas van Kleed (Knegsel, 16 feb 2019, over het Position Paper van de Groene 11
In het Klimaatakkoord staat de transportsector 15% in 2030 terug moet t.o.v. 1990. De Groene 11 vinden dat voor de luchtvaart hetzelfde moet gelden als voor de transportsector als geheel. In 1990 stootte de luchtvaart 5,0 Mton CO2 uit . In 2020 zou dat ruim 12Mton zijn. In 2030 mag dat dus nog maar 4,75Mton zijn (85% van 5,0).
CO2-traject dat de Nederlandse luchtvaart moet volgen (dalende lijn tot 2050). Het lijntje tot 2030 is wat de Nederlandse luchtvaartwereld zelf wil.
Van ruim 12Mton naar 4,75Mton CO2, dat is ongeveer 2/3de (65%) eraf. Dat wordt moeilijk, vooral omdat de techniek maar ongeveer 20 tot 25% levert. Ook de plannen van de luchtvaartsector zelf blijven achter bij wat hoort ( zie https://www.bjmgerard.nl/?p=7993 ). Dit betekent dus in praktijk krimp van het aantal vluchten en verschuiving naar andere doelen en vormen van reizen.
Cas van Kleef presenteerde het Groene 11 – Position Paper, ondersteund met veel sheets.