Het grillige gedrag van luchtwassers

Waartoe dient een luchtwasser?
Nederland volgt met zijn Natura2000-wetgeving de Europese natuurbeschermingsregels. Dat is een goede zaak.
Die gebieden worden onder andere aangetast doordat er veel meer stikstof op neer regent dan wat zo’n gebied aan kan. Die komt overal vandaan: verkeer, luchtvaart, industrie, maar ook heel veel uit de landbouw en de veeteelt. Dat laatste gebeurt in de vorm van het gas ammoniak (NH3 ). De eerste taak van een luchtwasser is zoveel mogelijk ammoniak uit de stallucht afvangen.

Daarnaast stinken die stallen ook nog ‘gewoon’ richting omwonenden. Toen men eenmaal begonnen was, kwam de gedachte al gauw op om ook de geur zo veel mogelijk af te vangen. Dat werd de tweede taak van de luchtwasser.

Chemische en biologische luchtwassers (mono-)
Chemische luchtwassers zonder verdere toevoegingen (mono) werken door de stallucht over een soort lamellensysteem te leiden waarlangs een zwavelzuuroplossing loopt. Dat bindt de ammoniak en als het goed is, resulteert dat uiteindelijk in een neutrale oplossing van ammoniumsulfaat. Daar moet je dan ergens mee naar toe en dat is een ander verhaal.
Chemische luchtwassers werken heel goed tegen ammoniak en doen betrekkelijk weinig tegen geur.

Biologische luchtwassers werken anders. Een goede uitleg staat op de site van een producent www.dorset.nu/nl/home-fs/biologische-luchtwasser/#werking . De stallucht gaat daar van onder naar boven door een filterpakket, waarop bacterien zitten, en die worden van boven af nat gehouden door circulerend waswater. Die oxideren ammoniak (als het goed is) tot eerst nitriet en dan nitraat. Dat stroomt met het waswater mee en dat wordt regelmatig ververst. Het nitriet/nitraat mag op het land worden uitgereden, zo lang het niet in het oppervlaktewater komt (want nitriet is vergiftig bij inname).
Biologische luchtwassers werken minder goed tegen ammoniak en beter tegen geur.

Combi-luchtwassers en controlemetingen
Waarna de gedachte voor de hand ligt om combinatie-luchtwassers te maken (combi-). Daar begint de politieke actualiteit.

De hierna genoemde stukken kunnen worden gedownload via www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2018D22770&did=2018D22770 .

Het lijkt er erg op dat vanaf hier de wens te veel de vader van de gedachte werd. We schrijven dan 2006 en het Programma Gecombineerde Luchtwassers.
Er is een theoretische functie gedefinieerd die een output moest halen van 85% ammoniakverwijdering en 70 tot 85% geurverwijdering. Vervolgens zijn er vergunningen afgegeven (vooral aan varkenshouders) alsof dat theoretische apparaat daadwerkelijk werkte. Daardoor mochten de varkensboeren meer varkens houden en/of dichter bij woonbebouwing of Natura2000 – gebieden staan dan tot dan toe mogelijk was geweest.

Maar de klachten bleven en dat bracht het Ministerie van I&M (2015) ertoe Wageningen een onderzoek te laten doen. Dat heeft Wageningen (WUR) in twee stappen gedaan en dat leidde tot “evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen”, deel 1 en deel 2.
Deel 1 beschrijft de uitslag bij 2 bio-combiwassers en bij 2 chemo-combiwassers, die elk op 6 tijdstippen gemeten zijn met Nederlandse en Duitse aanpak.
Deel 2 beschrijft de uitslag bij 16 mono-chemische wassers, 29 combiwassers en 3 mono-biowassers. Bij deze inrichtingen is één keer gemeten.
Dat leidde tot een aantal conclusies die ik in mijn eigen woorden geef.

  • Het blijkt heel moeilijk om geur te meten. Er zijn grote toevallige en systematische fouten. Duitse laboratoria, die aan dezelfde NEN-normen voldoen, meten systematisch veel lagere concentraties. Uiteindelijk komt het erop neer dat een ambtenaar of een laborant, na een foutgevoelig voortraject, aan een monster moet snuffelen.
    Het gebeurt regelmatig dat de geurrendementsverwijdering negatief is (de lucht stinkt na de wasser harder dan voor de wasser). Of dat echt zo was of dat de snuffelaar het fout had, valt niet te achterhalen. Meer algemeen is niet duidelijk of het grillige verloop van de cijfers in de tijd bij een bepaald apparaat aan een grote meetonzekerheid liggen, aan het grillig functioneren van het apparaat, of aan beide.
    Er is dringend behoefte aan een objectieve sensor (‘elektronische neus’) die stallucht aan kan.
    Ammoniakmetingen zijn goed uitvoerbaar.
  • De techniek blijkt erg storingsgevoelig. Bij de 24 metingen, die in deel 1 beschreven worden, was er in 5 gevallen een storing. Bij de 48 metingen, die in deel 2 beschreven zijn, was er in 8 gevallen een storing (waarbij aangetekend moet worden dat de steekproef eigenlijk in eerste instantie uit 59 adressen bestond, maar dat vijf boeren niet mee wilden doen).
  • In deel 1 werd bij geen van de 24 Nederlands-uitgevoerde metingen een rendement gevonden dat zowel voor ammoniak als voor geur aan de specificaties voldeed. Bij 3 van de 24 metingen zou men de uitslag, hoewel voor geur onder de specificaties, redelijk kunnen noemen.
    Geen van de inrichtingen voldoet (tijd)gemiddeld aan de combi-norm.
    In deel 2 wordt bij 7 van de 16 mono-chemische wassers zowel voor geur als voor ammoniak de voor deze inrichting geldende norm gehaald (maar voor geur is die lager dan de combinorm). (Groep)gemiddeld halen deze de geldende norm niet.
    In deel 2 voldoet 1 van de 29 combi-wassers aan beide normen. Van 11 combiwassers kan men stellen dat deze de ammoniaknorm halen en redelijk, maar onder de norm, presteren op geurgebied. (Groep)gemiddeld haalt deze groep, noch voor ammoniak noch voor geur, de norm.
    In deel 2 voldoen 2 van de drie mono-biowassers aan beide normen (maar die zijn lager dan bij combi-wassers). (Groep)gemiddeld voldoet deze groep aan de norm.

De politieke actualiteit was dat de combiwassers niet aan de norm zouden voldoen. Dat klopt, maar de mono-chemische wassers voldoen vaak, en gemiddeld, ook niet aan de norm. WUR redeneert dat dit verschil niet significant is, gezien de grote onzekerheid.

Bouwtekening van een chemo-biologische combiwasser

Constructie-overwegingen: hoe combineert men en kan het idee werken?
Men kan combineren met drie mono-basis-bouwstenen: een watergordijn (zoiets als een sprinklerinstallatie), een chemische trap (zwavelzuurgordijn) en een biologische stap.
De sprinklerinstallatie verwijdert stof, waardoor wat er na komt beter zou werken.
Het zwavelzuurgordijn verwijdert heel veel ammoniak en een beetje geur, de biotrap een beetje ammoniak en veel geur. Tenminste, dat is het idee.

De eenvoudigste opstelling, die goed is voor 25 van de 29 in deel 2 beschreven combi-inrichtingen, combineert een watergordijn met een biologische stap (bio-combi). Waarschijnlijk is dat ook de goedkoopste inrichting.
De conclusie is dat deze opstelling vergelijkbaar werkt met een mono-biologische wasser. Met andere woorden, de sprinklerinstallatie heeft weinig of geen meerwaarde.

Overigens schrijft de WUR-studie niet over stofafvangrendementen.

Een inrichting die een chemische trap combineert met een nageschakelde biologische trap (zie bouwtekening) zou op papier moeten kunnen werken, maar in praktijk werkten de 2 combi-chemische inrichtingen in deel 1 en de 4 van de 29 combi-chemische inrichtingen in deel 2 allemaal niet of matig vanwege een storing. Vaak komt er zwavelzuur uit de eerste trap in het water van de bio-trap en dan leggen de bacterien al gauw het loodje.

Het is, al met al, geen hoopgevend beeld.

Zou het kunnen werken?
In theorie kan alles. Dit zijn standaard-technische problemen en die zijn oplosbaar. Als men de destructor (Rendac, de dooie beesten-fabriek tussen Son en Best) nagenoeg geurloos kan krijgen, kan men alles zowat geurloos krijgen. Maar de destructor is een grote, professionele inrichting en de meeste boerenbedrijven niet.

Rendac

De zeer scherpe specificaties, die in de wet zijn vastgelegd (een geurreductie van 70-85% in het Rgv en een ammoniakreductie van 85% in het Rav) kunnen, mijns inziens, met alleen een biologische trap (met of zonder sprinklerinstallatie) niet gehaald worden. Met een chemische en een biologische trap kunnen ze op papier gehaald worden, maar tot nu toe niet in de reëel bestaande situatie op een boerderij (met een reëel bestaand opleidingsniveau, budget, werklast, en handhavingsregime).

Wellicht is het beter bij reëel bestaande boerderijen de wens niet langer de vader van de gedachte te laten zijn. En accepteren dat het geurverwijderingsrendement ergens rond de 40% zit en het ammoniak-verwijderingsrendement ergens rond de 90%.
Uiteraard heeft dat gevolgen voor het aantal varkens achter de luchtwasser.

Iedereen een probleem
In feite kent de situatie alleen verliezers.

  • De omwonenden zitten meer in de stank als de bedoeling is,
  • Boeren die nog geen vergunning hebben moeten langer wachten of krijgen hem niet,
  • boeren die wel een vergunning hebben zijn nu, meestal buiten hun schuld, de kwaaie peer en hebben betaald voor iets wat niet deugt,
  • de provincie moet handhaven maar kan dat niet,
  • en staatssecretaris Van Veldhoven mag de kastanjes uit het vuur halen voor minister Schouten.

Waarbij men met laatstgenoemde het minste medelijden hoeft te hebben, want het is het Rijk (en onder andere de CU, de partij van minister Schouten) die voortdurend de veeteelt de hand boven het hoofd houden en elke poging het aantal dieren terug te dringen, blokkeert.

In een brief dd 03 april 2018 aan de Tweede Kamer schetst staatssecretaris Van Veldhoven de voorgeschiedenis, en neemt ze het besluit om de emissiefactoren van combiwassers terug te brengen tot die van mono-wassers. Daarmee geeft ze in feite de fictie op.
Het gevolg is dat ze per decreet wetsovertredingen creëert, waartegen niet zomaar kan worden opgetreden omdat deze bona fide begaan worden.
De brief van de staatssecretaris is te vinden op www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2018D22770&did=2018D22770 .

De provincie heeft op 06 april 2018 een brandbrief gestuurd aan de staatssecretaris.
De provincie wijst erop dat er bij 732 bedrijven in Brabant samen ruim 2000 combiwassers in gebruik zijn, en dat er nog meer dan 100 vergunningaanvragen liggen waarin een of meer combiwassers zijn opgenomen.
Verder wijst de provincie erop, dat door alle stikstoflozingen, en door de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) de provincie al bijna helemaal op slot zit (zie Varkens verhinderen vooruitgang – ontwikkelingen rond de PAS )
De provincie vraagt de staatssecretaris

  •  de nieuwe geuremissiefactoren voor combiwassers direct vast te stellen
  •  een zeer spoedig herstelplan voor overbelaste gebieden op te stellen, samen met RIVM en GGD
  • ruimte te bieden aan innovatieve systemen inaanvulling op of ter vervanging van luchtwassers
  • bij minister Schouten erop aan te dringen dat op korte termijn meer duidelijkheid wordt
  • gegeven over de effectiviteit van combi-luchtwassers mbt de ammoniakverwijdering, eventueel na nader onderzoek

De brief van de provincie is hier te vinden brief falende luchtwassers prov aan rijk_06april 2018

Inmiddels heeft er overleg plaatsgevonden tussen een ambtelijke delegatie uit Den Haag, de provincie, de BMF en de ZLTO . Zodra daar meer over te vertellen valt, zal ik daar een artikel aan wijden.

Koop een goede afzuigkap en zet die aan!

Fijn stof binnenshuis
De door bronnen binnenshuis veroorzaakte luchtvervuiling komt bovenop de
achtergrond binnenshuis, die ongeveer de buitenshuis bestaande luchtvervuiling  volgt.
Aan de buitenshuis bestaande luchtvervuiling is in deze kolommen al veel aandacht besteed, daarom nu ter aanvulling over luchtvervuiling binnenshuis. Die vooral in gangbare situaties veroorzaakt wordt door het koken.

Rood = binnen, zwart =  buiten. Het gaat over PM2.5 .

Daarover is in negen woningen onderzoek gedaan door Piet Jacobs en Wouter Borsboom van TNO. Zie www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2017/2/wat-u-moet-weten-over-fijnstof-dat-vrijkomt-bij-het-koken/ . Onderaan deze webpagina wordt doorverwezen naar een meer gedetailleerd .pdf- document, dat eventueel ook te vinden is op www.tno.nl/media/8957/pm2-5_in_dutch_dwelling . De eerste twee afbeeldingen komen uit deze bron.

Behalve de bekende kookgeuren komen er ook hoge concentraties (ultra)fijn stof vrij. Hier moet de kanttekening geplaatst worden dat dat een ruim begrip is en dat daar van alles onder verstaan kan worden wat heel klein is.

De TNO-website: “Ondanks dat de hoogste concentraties zijn gevonden bij bewegen in het verkeer (fietsen en gemotoriseerd) vond ongeveer 90% van de totale blootstelling binnen plaats door de vele tijd die hier doorgebracht werd. Het achtergrond niveau binnen leverde het grootste aandeel aan de totale blootstelling en wordt waarschijnlijk voor het grootste deel veroorzaakt door bronnen buiten, zoals industrie en verkeer. Echter, opvallend was dat een kwart tot een derde van de totale blootstelling aan ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) plaatsvond in maar enkele procenten van de tijd. Deze pieken vonden binnen met name plaats tijdens en net na het eten en worden waarschijnlijk veroorzaakt door koken. Ook bleek dat pieken binnen veel langer bleven hangen dan pieken buiten, die vooral voorkwamen tijdens de spits.” Aldus TNO.

Vlees braden en groente wokken geeft het meeste fijn stof.
Een inductiekookplaat geeft minder luchtvervuiling dan een gastoestel.

Wat is een goede afzuiging?
Een goede afzuigkap blijkt erg veel verschil te maken (zie de tabel met resultaten boven).
Zonder afzuigkap blijven geur en stof uren hangen, zoals bekend. Je kunt dan wel flink ventileren, maar dat kost je ook een heleboel warmte.
Het is veel beter om de kookdampen meteen, in situ, af te vangen met een afzuigkap.

TNO:

  • Om kookluchtjes en verontreiniging af te zuigen, is een capaciteit van minimaal 300 m3/uur nodig. Indien op de achterste pitten wordt gekookt worden dan vrijwel alle kookdampen afgevangen. Bij koken op de voorste pitten kan de vangstefficiëntie afhankelijk van het type afzuigkap veel lager zijn.
  • De kap moet minimaal even groot zijn als de kookplaat en moet bij voorkeur een randje hebben van ca. 5 cm, zodat de damp eronder blijft.
  • De vetafvangst is voldoende hoog. De vetfilterefficiëntie kan worden afgeleid van het energie-efficiëntielabel van de afzuigkap. De indeling loopt van A tot G. Hoe beter de klasse, hoe meer vet er wordt opgenomen.
  • Bij gebruik van bovenkastjes sluit de afzuigkap hier direct op aan.
  • Kies er een met een motor die rechtstreeks naar buiten loost, geen recirculatiemodel (die doen sowieso niets met NO2 en vangen na enige tijd ook geen stof en vet meer weg).
Met CFD gevisualiseerde luchtstromingen bij 75 (links) en 300 (rechts) m3/uur afzuigcapaciteit. De berekende vangst efficiëntie bedraagt respectievelijk 58% en 95%

(Latere toevoeging)
Mijn Itho dateert al weer uit 1999, maar doet het nog steeds. Hij is al weer uit de catalogus, maar een mailtje naar Itho (tegenwoordig Itho Daalderop) volstaat voor de specificaties van oudere types.

Die van ons voldoet ruim aan de TNO-eisen.
Wel hebben mijn vrouw en ik, toen we het ding aan het inspecteren waren, besloten om twee nieuwe filters te kopen. Die zaten toch wel erg vol met vet, en dat kreeg je er niet meer uit.
De gebruiksaanwijzing raadt aan om de filters elke twee weken te reinigen. Heel eerlijk gezegd hebben wij dat niet gedaan.

Bouwregelgeving aanpassen
De bouwregelgeving eist 75 m3 per uur, maar sommige afzuigkappen halen de 40 m3 per uur nog niet.  TNO wil de bouwregelgeving aanscherpen:
“Daarom pleit TNO er voor om de ontwerpcapaciteiten voor keukenafzuiging in de bouwregelgeving te herzien en/of aanvullende eisen te stellen voor kookafzuiging. Dit is met name van belang voor luchtdichte energiezuinige nieuwbouwwoningen waar het fijnstof urenlang kan blijven hangen. Komend jaar doet TNO onderzoek naar hoe dit het best kan worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van de energiezuinigheid van deze woningen. Oplossingen kunnen zitten in efficiëntere afzuigkappen, meer afzuigcapaciteit door ruimere afvoerbuizen en slimmere systemen die met maatwerk precies naar behoefte afzuigen en zodoende optimaliseren op energieprestatie rekening houdend met gezondheid en comfort.”

Ga je er dood aan, of word je ziek?
Het is verstandig om deze resultaten met enige nuchterheid te beschouwen.

Bij een van de metingen gaf de fluitketel ’s morgens ook een knaap van een piek op de meters, maar dat waren toch echt alleen maar microscopische waterdruppeltjes.
Overigens gaven ook deodorant en hairspray verrassende resultaten.

Fijn stof is vaak een complex mengsel. TNO geeft aan dat er in het algemeen allerlei gevaren verbonden zijn aan (ultra)fijn stof, dat dat afhangt van de druppel- of korrelgrootte en de chemische samenstelling, en dat er minder bekend over de gezondheidseffecten van fijnstof specifiek uit bronnen in het binnenmilieu.

Dus geen paniek, maar zet toch maar de afzuigkap aan als je kookt. Als je een nieuwe koopt, koop die dan niet alleen op design maar ook op functionaliteit.

En als je in de keuken van een restaurant werkt, is het een belangrijke ARBO-factor!

Gesprek Wijkraad Brouwhuis (Helmond) met B&W over stank

Ik heb in het verleden aandacht besteed aan de stank, die het Helmondse BZOB-terrein in de omgeving verspreidt. Toen ging het vooral om Diervoederbedrijf Coppens. Daaraan is gewerkt, mede met een beperkte inzet van mijn kant. Coppens heeft meer gedaan dan wettelijk verplicht is.
Zie Wijkraad Brouwhuis (Helmond) sluit convenant af met Coppens Diervoeding (update 19 feb 2016)  en van daaruit naar oudere links over hetzelfe onderwerp.

Andere bedrijven zijn blijven stinken. Nu gaat de stennis vooral over Den Ouden, maar dat bedrijf staat niet alleen.

Op de Facebookpagina van de Wijkraad Brouwhuis staat een gesprek afgedrukt tussen de Wijkraad en B&W van Helmond. Het gaat over het BZOB-terrein .
Ik mocht dit verhaal, met meegeleverde foto’s door de wijkraad, overnemen.


———————————————

Wijkraad Brouwhuis           05 januari 2018

Interview met burgemeester Blanksma en wethouder Smeulders over stankoverlast in Brouwhuis (Helmond)

Dit interview heeft eind december 2017 plaatsgevonden. Hieronder de vragen met antwoorden.

  1. Als redactie van het wijkblad van Brouwhuis, De Corridor, willen wij u interviewen over de stankoverlast die de industrie al zovele jaren uitstort over de wijk. Neemt u de klachten uit de wijk wel serieus en wat doet u er aan?
    Wij nemen de klachten zeer serieus en doen op dit moment alles wat we kunnen om de geuroverlast voor inwoners te verminderen. Gemeente Helmond wil absoluut dat dit probleem wordt aangepakt. Wij hebben er belang bij dat de inwoners van Brouwhuis van deze stank verlost worden en voelen ons hierbij, college-breed, betrokken. Daarbij is de inzet van de wijkraad voor ons ontzettend belangrijk, zij zijn voor ons aanspreekpunt en met hen, met de Omgevingsdienst en de Provincie werken we intensief samen om de geuroverlast aan te pakken.
  1. Heeft u als Gemeentebestuur ook invloed op individuele bedrijven?
    Wie doet wat?

    De Provincie is de officiële toezichthouder voor Den Ouden, het bedrijf dat op dit moment de meeste overlast veroorzaakt. Dat betekent dat zij de vergunning moeten laten controleren. De uitvoerende dienst is de Omgevingsdienst, zij controleren of Den Ouden voldoet aan de afspraken in de vergunning.

De Omgevingsdienst registreert de meldingen van overlast die door inwoners worden gedaan. Naar aanleiding van die meldingen gaat de Omgevingsdienst op pad om te onderzoeken waar de overlast vandaan komt. Gemeente Helmond brengt partijen bij elkaar, voert gesprekken met inwoners en zoekt naar alle mogelijke manieren om de overlast aan banden te leggen.

Burgemeester Blanksma: ‘Wij zoeken absoluut de grenzen op om de stankoverlast aan te pakken en daarin gaan we, binnen wat wettelijk mogelijk is, ver. Wij komen op voor de belangen van onze inwoners.’

Geurbeleid
De gemeente heeft op verzoek van de wijkraad in het afgelopen jaar een aanvullend geurbeleid voor Helmond opgesteld. Voortaan wordt niet alleen per bedrijf gekeken hoeveel geur ze mogen uitstoten, maar ook van alle bedrijven samen.

Wethouder Smeulders: ‘Deze regelgeving is redelijk uniek in Nederland. Voorheen konden we juridisch gezien de bedrijven niet aanpakken, omdat zij los van elkaar aan hun individuele stankcirkels voldeden. Nieuwe stank verwekkende activiteiten en bedrijven waren lastig tegen te houden. Omdat de huidige situatie het plafond is, kan dit voortaan wel. En als de geuroverlast en daarmee ook de vergunningen minder worden, waarvoor de provincie aan de lat staat, brengen we als gemeente het plafond verder naar beneden. Dan is dat de nieuwe grens met minder stank. Het klinkt ingewikkeld, maar dit is de manier om binnen de wettelijke mogelijkheden als overheden en wijkraad samen te werken naar minder stank.’

Den Ouden in Helmond
  1. Die aanpassing is mooi, maar wat is er het laatste jaar concreet aan de problematiek gedaan?
    Proef met digitale neuzen

    Er is in opdracht van de Provincie een proef gedaan met digitale neuzen die in de schoorsteen van bedrijven (die een geur produceren) worden geplaatst en ook in de buitenlucht. Daaruit blijkt dat Den Ouden een bedrijf is dat vaker verantwoordelijk is voor de geuroverlast. Coppens diervoeding heeft namelijk de afgelopen tijd succesvolle maatregelen genomen om de geuroverlast die zij produceren terug te dringen. Wij hebben samen met de Wijkraad, de Provincie bewogen om de vergunningverlening aan Den Ouden te vernieuwen. Niet langer is de uitstoot van geurstoffen uit de schoorsteen (emissie) bepalend voor ingrijpen maar de mate van stankoverlast zoals die door de Brouwhuizenaren wordt ervaren (immissie). Dit is een fundamenteel andere benadering dan doorgaans in Nederland gevolgd wordt. In de nieuwe ontwerp-vergunning wordt het bedrijf aangezet om steeds verdergaande maatregelen te nemen zolang nog overlast in de wijk ervaren wordt. Zo is de druk op Den Ouden opgevoerd.

Afspraken met Den Ouden
De Provincie heeft kortgeleden mestverwerker Den Ouden met klem verzocht om een plan van aanpak waarmee de geuroverlast wordt verlaagd. Den Ouden heeft aangegeven daaraan mee te werken. Zij zijn op dit moment bezig met het voorbereiden van een vergunningsaanvraag om hun schoorsteen te verhogen. Ook onderzoekt Den Ouden welke mogelijkheden er zijn om het productieproces te verbeteren waardoor de geuruitstoot verder moet verminderen. Dit stemt ons als college zeer positief.

Controles
Op het moment dat inwoners overlast ervaren kunnen zij dit melden bij de Omgevingsdienst. De Provincie heeft de afspraak met de Omgevingsdienst dat zij deze meldingen onderzoeken.

Brief
Om te onderstrepen dat het College dit onderwerp zeer serieus neemt, heeft zij eind december 2017 een brief verzonden aan de Provincie (Gedeputeerde Staten). Daarin is er een verzoek aan hen gedaan om een aantal punten op korte termijn aan te pakken:
• De registratie en –analyse van klachten van inwoners door de Omgevingsdienst moet beter. Wanneer inwoners een melding doen van overlast, moet van deze melding een duidelijke verslaglegging en analyse worden gemaakt.
• Er is ook aandacht gevraagd voor piekmomenten. Wanneer meerdere meldingen binnenkomen moet een handhaver controleren of het bedrijf voldoet aan de vergunning. Het uitvoeren van geurmetingen bij het bedrijf maakt hier onderdeel van uit.
• Daarnaast is verzocht om in het plan van aanpak van Den Ouden een duidelijke tijdplanning te verwerken. Op deze manier hebben inwoners perspectief op welke termijn er maatregelen worden ingevoerd.

Cumulatieve geurcontourenkaart
  1. Wat gaat u in 2018 ondernemen?
    Begin 2018 wordt er een onderzoek gedaan onder de inwoners van de wijk hoe zij graag geïnformeerd willen worden over alle stappen in het proces om geuroverlast in te dammen. Daar geven we waar nodig gevolg aan. Het zou kunnen dat er een informatieavond komt of er wordt een nieuwsbrief in het leven geroepen; dat is aan de inwoners. Daarnaast willen wij met het onderzoek een helder en compleet beeld krijgen van de geurproblematiek in de wijk.

Wij zijn positief over de afspraken die in de afgelopen maanden gemaakt zijn en maken een compliment voor de inzet en betrokkenheid van de wijkraad. We hopen dat het plan van aanpak van Den Ouden snel zijn vruchten afwerpt. Het overleg met de Provincie, Omgevingsdienst, de wijkraad en bedrijven wordt ook in 2018 onverminderd voortgezet, daar zorgen wij voor.

Wij willen als College, net als de inwoners, dat de geuroverlast in de wijk echt wordt aangepakt!

 

Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017

Op vrijdag 7 juli 2017 hebben PS, na een marathonvergadering, besloten om een aantal maatregelen te nemen die beperkingen opleggen aan de veehouderij. Ik ben zeer blij met dit besluit, al moet er nog veel meer gebeuren.

Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Ik heb voorafgaand aan 7 juli al een korte samenvatting van het voorstel op deze site gezet. Die kan men nalezen op Behandeling nieuwe maat-
regelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen
.

Deze voorstellen zijn als integraal pakket aangenomen. Ik zal daarop binnenkort uitgebreider reageren.
Nu wil ik alvast aandacht vragen voor een reactie van Werkgroep Behoud de Peel. Die zetten in hun recente Nieuwsbrief een aantal verstandige kanttekeningen.

  • Het besluit is niet historisch, want er is in 1995 in midden- en oost Brabant en midden- en noord Limburg een soort standstill-beginsel geweest. Maar dat heeft het maar twee jaar uitgehouden.
  • Dit is een eerste stap richting natuurherstel
  • Met extra staltechnieken schiet je niet veel op als tegelijk het aantal dieren omhoog mag
  • De kosten van het stalderen moeten niet onevenredig bij de uitbreidende boeren gelegd te worden. In het flankerend beleid moet hiernaar gekeken worden.
  • Er is geen reden voor ophef vanwege de mogelijkheden uit te breiden tot een bouwblok van meer dan 1,5 hectare. Er bestonden al uitzonderingsmogelijkheden. Er komt één uitzondering bij, maar twee andere worden strenger. En ook dan moet 100% nieuwe ruimte opgebracht worden met 110% minder ruimte elders (dat heet stalderen).
  • De schaalvergroting wordt met dit besluit niet gestimuleerd, maar juist afgeremd.
  • Stalderen heeft wel degelijk effect voor de burger. Het aantal dieren groeit niet verder en waarschijnlijk komt er een lichte krimp. Meer is binnen de provincie niet te realiseren.
  • Boeren kunnen inderdaad andere boerderijen uitkopen om zo uit te breiden. Daar is niets aan te doen. Maar ook dan doen de nieuwe techniekeisen en de staldering hun werk.
  • Er komt in praktijk weinig of geen nieuwe mestbewerking, want tussen de bestaande en de nieuwe afspraken bestaat in praktijk weinig verschil.

De tekst van de Nieuwsbrief van Werkgroep Behoud de Peel is hier te vinden.

Peel zonder stikstofoverschot
Peel met stikstofoverschot

Discussie over veeteelt en gezondheid in Deurne trekt 1100 mensen

Het Nationaal Burgernetwerk (betere gezondheid door minder vee) organiseerde op 9 maart 2017 in Deurne een verkiezingsdebat over het thema “Veehouderij en gezondheid”. Met 1100 mensen uit Deurne en
wijde omgeving puilde de zaal uit.

Wie er wel en niet waren:
Het is al veelzeggend wie er niet waren:

  • De PVV had taal  noch teken van zich laten horen
  • De VVD had niemand beschikbaar (hoewel ze wel 80 man op hun lijsten hebben staan, zoals werd opgemerkt)
  • B&W van Deurne (hadden allemaal net op die avond andere belangrijke beslommeringen)

Wie wel?

  • een heleboel boeren onder die 1100 mensen. De boerenorganisaties NVV, NMV en NVP hadden eigen mensen geworven
  • heel veel bezorgde burgers (de rest van die 1100)
  • politie bij de ingang
  • staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) van Landbouw
  • vertegenwoordigers van CDA, GrLinks, D66, PvdA, PvdD, CU, 50+ en SP
  • als sprekers Mariken Ruiter (hoofdauteur van ‘Volksgezondheid en Veehouderij: alles op een rij’), Ignas van Bebber (oncologisch chirurg in het Jeroen Boschziekenhuis), en prof. Hans Zaaijer, medisch microbioloog aan het VU en AMC en bij de bloedbank Sanquin belast met via het bloed overgedragen infecties.

De sprekers:
Mariken Ruiter besprak haar literatuuroverzicht. Ze behandelde kort zoönosen, resistentie tegen antibiotica, geur, fijn stof door de landbouw en andere vormen van milieudruk en bijbehorende risico’s. De volledige tekst van de publicatie is te vinden op http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/rapport-volksgezondheid-en-veehouderij-aangeboden-aan-provincie/ . Op Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij heb ik al eerder over deze publicatie geschreven.

Ignas van Bebber noemde vooral kengetallen als dat de exportwaarde van vlees, zuivel en eieren (13 miljard bruto, netto minder, wat slechts een beperkt deel is van de landbouw als geheel). Dit terwijl bijv. de maatschappelijke kosten van alleen al COPD/astha en hart- en vaarziektes ook bijna 13 miljard zijn (welke uiteraard lang niet alleen door de landbouw veroorzaakt worden). De Nederlandse landbouw is niet onmisbaar bij het voeden van de wereld.
De veeteelt als geheel moet leren zijn balans met de omgeving terug te vinden.

Hans Zaaijer betoogde dat de intensieve veeteelt de veiligheid van de bloedtransfusies schaadde. Hij noemde als voorbeeld de Q-koorts, de gekke koeienziekte en Hepatitis-E.

Hans Zaaijer (Sanquin)

Bij een dierendichtheid als in ZO Brabant is het geen vraag, maar een zekerheid dat er infectieziekten zullen gaan uitbreken. Daar kan altijd iets onverwachts tussen zitten.
Toen men bij Sanquin vernam van het fenomeen Q-koorts, moest er in allerijl iets geregeld worden dat die zich niet via bloedtransfusies ging verspreiden. 3 op de 1000 donors had de Q-koorts en 10% van de mensen uit het gebied had een Coxiella-infectie doorgemaakt (‘dus ook 10% van deze zaal’). Chronische Q-koorts blijkt overigens niet in het bloed terug te vinden.
De gekke koeienziekte is nog steeds ‘krakend relevant’ . ‘Bij 1 op de 2000 verwijderde blinde darmen treft men de ziekte aan’. Er was pas weer een dode.
Een op de tien varkenslevers is besmet met het Hepatitis E-3 virus (HEV). Daardoor zit het virus in 80% van alle leverworsten. Normaal gezonde mensen merken daar niets van, maar bij een ernstig verzwakte afweer kan het je zomaar je lever kosten.
Zaaijer vond het bijvoorbeeld schokkend dat bij kippen het antibioticum Colistine gebruikt werd, een last resort-antibioticum dat dat mensen moet beschermen tegen multiresistente bacteria die nergens anders meer op reageren.

Besmettingsroutes van het Hepatitisvirus (HEV-3)

Staatssecretaris Van Dam (zelf een Brabander) betoogde dat de politieke opvattingen over de landbouw sterk uiteen liepen, waardoor meerderheden van tevoren allerminst vast stonden. Enkele stemmen konden het verschil maken.
Zo doorgaan als nu kon niet, maar boeren moesten wel een perspectief krijgen. Geen bulk meer, maar kwaliteit. ’We moeten meer gaan verdie-
nen met minder kippen
’.
Een ingreep in Brabant is onontkoombaar, maar ‘de provincies hebben daar nu geen gereedschapskist voor’. Een zoneringssysteem, dat alleen gericht is op de gezondheid, is wetenschappelijk te zwak onderbouwd om Raad van State-proof te zijn. Hij wil zo snel mogelijk een nieuwe wet op tafel leggen (de Wet Veedichte Gebieden), die aan provincies ontbrekende bevoegdheden geeft, waardoor ze andere criteria kunnen meewegen dan alleen de gezondheid. Dat kan tot een stand still leiden in (delen van) de provincie.
Van Dam prees het Brabantse provinciebestuur (waarin o.a. SP-er Johan van den Hout), maar zei dat andere provinciebesturen soms helemaal geen nieuwe bevoegdheden wilden want dan moesten ze die van hun burgers gaan gebruiken. Van Dam noemde het CDA/VVD gedomineerde College van GS van Gelderland als voorbeeld hoe er ook heel anders gedacht werd.
Die nieuwe wet zal door de nieuwe Tweede Kamer behandeld worden en het was dan ook van groot belang dat en wat de mensen gingen stemmen.

De politici en de discussie (geleid door Ron Lodewijks, bestuursvoorzitter van de BMF)
De discussie ging alle  kanten op.

De aanwezige boeren probeerden het wetenschappelijk materiaal onderuit te halen of anders te interpreteren, wat op onderdelen kan maar niet over het hele plaatje.

De zaal zei dat het advies van de Commissie Geurhinder Veehouderij al een half jaar geleden ingediend was, en waar de reactie bleef? Daar kon Van Dam geen antwoord op geven.

Op de vier stellingen

  • het exportbelang van de veehouderij gaat ten koste van de volksgezondheid
  • woon- en leefklimaat verdienen ene betere bescherming tegen de stank van de veehouderijen
  • mestfabrieken zijn een risico voor de volksgezondheid
  • de verkleining van de veestapel moet in het volgende regeerakkoord worden vastgelegd

vielen de reacties uiteen in drie groepen:

  • partijen die voor de boeren zijn (CDA, CU) verspreiden mist door te beweren dat allerlei ingrepen in de huidige wet al kunnen (wat niet zo is) en dat we er ‘samen’ uit moeten komen.
  • partijen die zich enigszins op de vlakte hielden en waarvan de vertegenwoordigers blijk gaven van een kennisachterstand (D66, 50+ )
  • partijen die de veehouderij terug willen dringen (SP, GrLinks, PvdD, PvdA)

Op de vierde stelling (verkleining veestapel in het regeerakkoord) reageerden CDA en CU negatief en de andere partijen positief. Op papier kan dat een meerderheid worden.

Henk van Gerven van de SP  kwam tijdens de discussie met een uitdagingen aan zijn collega’s van de andere politieke partijen, nl om een overheidsfonds vormen om de slachtoffers van de Q-koorts te compenseren. Dit kreeg de steun van alle partijen, ook van de PvdA die bij een eerdere poging in de Tweede Kamer nog tegengestemd had.

Coxiella Burnettii (die de Q-koorts veroorzaakt) is genoemd naar de ontdekkers Cox en Burnett. Overigens is de bacterie ook onderzocht in het biologische oorlogsvoeringsprogramma (en daarvoor geschikt bevonden). Zie wikipedia.org/wiki/Coxiella_burnetii .

H2S in grondwater waterspeelplaats Eindhovense Bonifaciuslaan

In de Eindhovense wijk Stratum is een gloednieuwe waterspeelplaats voor kinderen aangelegd. Helaas was de vreugde van korte duur, want het water werd bruin van het ijzer (overigens op zich onschadelijk), en er kwam zwavelwaterstofgas vrij (H2S). En H2S is bepaald niet ongevaarlijk als je pech hebt. In de open lucht, aan de rand van een open park, en zeker als het waait, blijft de concentratie als regel binnen veilige perken. Maar het stinkt wel goor.

Waterspeelplaats St Bonifaciuslaan Eindhoven op 7 juli 2016
Waterspeelplaats St Bonifaciuslaan Eindhoven op 7 juli 2016

Praktisch dezelfde situatie heeft zich in Deurne voorgedaan, op een waterspeelplaats in een dennenbos. Omdat Deurne al een van de epicentra is van de veeteeltproblematiek, en omdat er gelijktijdig ook nog andere slechte zaken in de natuur plaatsvonden, leidde het H2S daar tot grote opwinding. Mede in de hand gewerkt omdat, zoals sommige mensen in Deurne zeggen, er toen twee wethouders van de ZLTO zaten en een van de VVD.
Er kwam uiteindelijk deskundig onderzoek.

In een notedop: de vorming van H2S vindt plaats als resultante van een chemisch evenwicht waarbij sulfaat, fijnverdeelde koolstof (DOC), bacterien, ijzer en waterstofionen betrokken zijn. Aan dat evenwicht zitten als het ware knoppen waaraan gedraaid kan worden.
Normaliter bedient de natuur die knoppen. Dat lijkt zo te zijn aan de Bonifaciuslaan. De omgeving staat niet bekend vanwege de intensieve veehouderij.
Een andere vraag is of de landbouw mede aan de knoppen kan zitten als er wel intensieve veehouderij in de buurt is. Dat denken sommige mensen in Deurne. Mijns inziens kan dat niet helemaal worden uitge-
sloten. Dat zou dan moeten omdat het grondwater op pakweg 15m diepte, mede door toedoen van de landbouw, sulfaatrijker geworden is, zuurder geworden is en/of doordat er vanuit de bouwvoor fijn verdeelde koolstof met het grondwater mee omlaag gespoeld is. Het eerste is waarschijnlijk (maar niet alleen door de landbouw), voor het tweede zijn aanwijzingen dat dat in bescheiden mate zo is, van het derde valt momenteel niets te zeggen.
Om de zuurgraad van de grond bij te houden hoeft de provincie eigenlijk niks anders te doen als bestaande peilbuizen te volgen, en in Deurne
lijkt mij aanvullend onderzoek vanwege die fijn verdeelde koolstof niet verkeerd.

Zie ook mijn eerdere verhaal Zwavelwaterstof in Deurne (en in de rest van Brabant)  .

Inmiddels is de waterspeelplaats bij de St Bonifaciuslaan op de waterleiding aangesloten. De kindertjes kunnen weer poedelen.

Brabantse milieukaarten in Atlas Leefomgeving

Sinds SP-gedeputeerde Johan van de Hout op 31 maart op de knop gedrukt heeft, staan er kaarten van tien milieuthema’s op de site van de Atlas voor de Leefomgeving. Men kan de openingspagina vinden op http://www.atlasleefomgeving.nl/nieuwsbericht?p_p_id=101&p_p_lifecycle=0&p_p_state=normal&p_p_state_rcv=1&p_r_p_564233524_tag=nieuwsbericht-2763827 . Het betreft geluid van industrie, vliegvelden, provinciale en rijkswegen en spoorwegen; geur van industrie en veehouderijen; en luchtkwaliteit NO2, PM10 en PM2.5 . In alle gevallen betreft het de situatie over 2013.

Ik vind dat het loont om een bezoek aan de site te brengen, maat ik vind de gegeven informatie niet altijd even nuttig.

De GES-systematiek
In de kaarten wordt gebruik gemaakt van een door de GGD’s ont-
wikkelde schaal, de GES-systematiek (Gezondheids Effect Screening). De uitgangspunten daarvan zijn neergelegd in het Handboek GES 2012. Men kan dat vinden onder http://www.ggdghorkennisnet.nl/?file=10789&m=1352984265&action=file.download .
De GES-systematiek dient vooral als hulpmiddel voor ruimtelijke planvorming. Hij heeft geen juridische kracht.

In de GES-systematiek wordt feitelijke natuurkundige of chemische informatie omgezet in een oordeel van de GGD op een schaal van 0 t/m 8, van ‘niks aan de hand’ tot ‘zeer onvoldoende’. Een en ander weergegeven met stoplichtkleurtjes.

Ik vind dat dit voor- en nadelen heeft.

Het is een onmiskenbaar voordeel dat hierdoor allerlei moeilijke processen voor de leek een erkende waardering krijgen en dat zeer verschillende processen langs dezelfde schaal gelegd worden. Als je èn onder de herrie en de trillingen  van Gilze-Rijen woont en bovendien ook nog naast een bioindustrie, kan de GES die in  vergelijkbaar oordeel vastleggen.
Bovendien heeft niet iedereen verstand van natuurkunde en zo. Niet iedereen zal gevoel hebben bij ’72 dB Lden raillawaai’, en dan is het handig als de GGD dat ‘ruim onvoldoende’ noemt.

Het nadeel vloeit er voor mij vooral uit voort dat ik geen volledige leek ben. Ik wil de achterliggende natuurkunde etc net wel graag weten, en bovendien is de natuurkunde of scheikunde de taal waarin de wettelijke normen uitgedrukt worden. De terugvertaling van GES naar natuur-
kunde lukt soms wel als je zoekt.
Met een GeluidsProductiePlafond van 63,8dB Lden in een modelpunt langs het spoor en een actuele waarde die 64,1 is, kan ik wat, maar bij de GES zijn ze beide code 3 (geel). Waarmee ik aan het volgende nadeel kom, dat de GES soms hinderlijk grofmazig is en te gauw afkapt. De GES is niet geschikt als juridisch instrument.
Tenslotte is de GES een papieren tijger. Hij is op officiële opgaven gebaseerd en daarvan afgeleid via rekenmodellen. De gemeten werke-
lijkheid zit er niet in.

Militaire vliegvelden in Brabant

Geluidszones rond Brabantse vliegvelden
Geluidszones rond Brabantse vliegvelden

Bij de vier actieve militaire vliegvelden in Brabant kent de GES slechts twee smaken, nl binnen de 35Ke-zone 6 (rood) en binnen de 45Ke-zone 7 (ruim onvoldoende). Maar dat haal je de koekoek: binnen die zones woont al lang bijna niemand meer. De problematiek van heel veel mensen zit daarbuiten. Bij de kleine civiele vliegveldjes Budel en Seppe (ik zie even af van de ronkende namen waarmee vooral de exploitant van Seppe zijn grasbaan een haast kosmisch belang wil geven) staat in de Atlas een geel gebiedje met de 4 van matig. Als men dat ook gedaan had rond de militaire vliegvelden, hadden er forse gele sigaren rond de rode sigaren gelegen.

PM2.5 in Brabant

PM2.5 in Brabant
PM2.5 in Brabant

Dit is de PM2.5 – kaart van Brabant, die slechts twee smaken kent, GES 4 (matig) ruwweg in de westelijke helft va Brabant en GES 5 (zeer matig) in de oostelijke helft. Als je in de kleine lettertjes gaat zoeken, blijkt GES 4 een PM2.5-concentratie van 9,5 – 14,5μgr/m3 en GES 5 idem 14,5 – 19,5 . De Europese norm is jaargemiddeld 25μgr/m3 , het WHO-advies 10.
De grofmazigheid van de schaal maakt bijvoorbeeld dat men in West-Brabant wel de autowegen kan herkennen, maar in Oost-Brabant niet.
Het heeft ook geen zin met de i-knop op een locatie te gaan staan, want het antwoord is simpelweg ‘4’ of ‘5’.

Raillawaai

Raillawaai Eindhoven Hofstraat 2013 AtlasLeefomg
Raillawaai Eindhoven Hofstraat 2013 AtlasLeefomg

Ik vind dit een kaart waarin de GES-systematiek wel werkt. Het betreft de schrijnende situatie in de Eindhovense wijk Oud-Tongelre, met name rond de Hofstraat waar de bewoners al jaren actie voeren. De wijk ligt in de oksel van twee drukke spoorwegen met veel goederenvervoer. Groen is van 54,5 – 59,5dB Lden, geel 59,5 – 64,5, rood van 64,5 – 69,5 , bruin 69,5 – 74,5 en paars boven de 74,5 . Hier werkt het zo goed dat je kunt zien dat (bijvoorbeeld) Hofstraat 87 op of boven de 80dB Lden zit. De mensen worden gillend gek en wachten al jaren op sanering.

Geur van veehouderijen

Geurhinder rond Deurne door veehouderijen (2013, Atlas Leefomgeving)
Geurhinder rond Deurne door veehouderijen (2013, Atlas Leefomgeving)

Het centrum van het dorp Deurne is de groene vlek (GES 1) iets links van het midden.
Een hinderkans van 5% betekent dat 5% van de mensen die daarnaar gevraagd wordt in een hinder-enquête aangeeft dat zij soms of vaak last hebben van geurhinder (citaat van de kaart). Middelgroen (GES 1) betekent dat de hinderkans onder de 5% blijft. Hierna loopt het op via

  3a (Redelijk tot vrij matig)        5 – 12%
  3b (Vrij matig tot matig)          12 – 20%
  4 (Matig)                                      20 – 25%
  6 (Onvoldoende)                        25 – 39%
  7 (Ruim onvoldoende)             >=39%

Zo gepresenteerd inderdaad informatief.

 

Ik raad een bezoek aan de site aan, maar wel met enige kritische zin.

Houtrook op Strijp T ongevaarlijk? Update dd 18 maart 2016

De omwonenden van de biomassacentrale in de Eindhovense wijk Strijp T zitten al dagen in de rook, aldus het Eindhovens Dagblad van 17 februari 2016. Maar dat geeft niet, aldus een woordvoerder van de gemeente, ‘want de rook is vergelijkbaar met die uit een open haard. Er is dus geen gevaar voor de volksgezondheid, maar hinderlijk is het wel.”

De nieuwe biomassacentrale op Strijp T in Eindhoven
De nieuwe biomassacentrale op Strijp T in Eindhoven

Dat het hinderlijk is, klopt. Maar is rook uit een open haard ongevaarlijk?

Er is veel te doen over houtrook uit particuliere kachels en open haarden. Sommige houtstokers drijven hun omgeving tot wanhoop. De romantiek van de lekkende vlammetjes maakt bepaald niet iedereen blij. Het leidt tot handhavingsverzoeken en tot rechtszaken, zoals een tijd geleden in Groningen.

Het Groningse onderzoek
In Groningen heeft de GGD geprobeerd om het vraagstuk met onderzoek uit de sfeer van het subjectieve te halen. “Overlast door houtrook” is in oktober 2015 gepubliceerd (http://ggd.groningen.nl/milieu-gezondheid/houtkachels/eindrapport/eindrapport-overlast-door-houtrook ).
De GGD onderscheidt drie effecten op de gezondheid:
– de giftigheid van houtrook op de korte termijn
– idem op de lange termijn
– stress door geur
Geur wordt veroorzaakt door chemische stoffen met moeilijke namen, die nauwelijks met een apparaat te meten zijn. Je kunt alleen zo objectief mogelijk snuffelen. Fijn stof (PM2.5) is wel te meten. De GGD heeft beide gedaan. Beide methodes hebben echter zoveel haken en ogen, dat ze onderling slechts beperkt overeenkomen. Het kan stinken als het niet stoft en stoffen als het niet stinkt. Mogelijk leidt geur tot klachten, maar leiden PM2.5 en roet tot schade.
De literatuur vermeldt veel gezondheidseffecten: asthma, longfunctie, hart en bloedvaten, en dit zowel op de korte als op de lange termijn.
De WHO geeft als advieswaarde voor PM2.5 jaargemiddeld 10μgr/m3 , en maximaal 3 dagen per jaar etmaalgemiddeld 25μgr/m3 .
De Europese (en Nederlandse) norm is 25μgr/m3 jaargemiddeld.
De normale concentraties in Noord-Nederland liggen onder de 10μgr/m3, in Zuid-nederland meer, en in stedelijke gebieden ergens tussen de 12 en 17μgr/m3 .
De GGD-metingen wezen uit dat de etmaalwaardes (dus de 25μgr/m3 ) vaak zeer ruim overschreden werden. Er deden 10 huishoudens mee aan de proef, elk gedurende 150 tot 170 etmalen, en acht van de tien zaten minstens 15% van de etmalen boven het WHO-advies. Drie van de 10 zaten zelfs ruim de helft van de tijd boven de advieswaarde. De hoogste piekwaarde liep op tot bijna 300μgr/m3 .

De “Toolkit”
Nu was al eerder duidelijk dat er een probleem was. Daarom heeft de Vereniging Van Milieuprofessionals (VVM) een “Toolkit” geschreven (mei 2014) (http://www.vvm.info/news.php?id=153 ). Daarin oa. tien “stooktips”, waarvan sommige met een ‘dat had ik zelf ook wel kunnen bedenken-gehalte’, zoals ‘Neem geen te grote kachel’ (want dan heeft u het al gauw te warm, gaat u temperen en daalt de verbrandingstemperatuur en dat is funest), ‘laat regelmatig uw schoorsteen vegen’, ‘stook alleen droog, schoon en onbehandeld hout’ (en dus geen ge-Wolmanniseerd hout, zoals dat een tijd geleden een Eindhovense volkstuinvereniging deed, waardoor chroom, koper en arsenicum over de aanplant) en ‘controleer je luchttoevoer (wat met een open haard niet mogelijk is)’ en ‘stook niet bij windstil weer’.
Eigenlijk kun je er dus beter niet aan beginnen, tenzij je minstens 700m van je buren af woont en veel eigen hout hebt.

Aandeel roet (=EC) door houtstook in Eindhoven
Aandeel roet (=EC) door houtstook in Eindhoven

Nog eens Strijp T
Hij kon er niets aan doen, zei meneer Hamzi van de exploitant HoSt BV. De nieuwe centrale moest opgestart worden (waardoor de verbrandingstemperatuur te laag was, een recept voor vergiftige lozingen) en tot overmaat van ramp was het hout drijfnat geworden want het had geregend (wat een professionele inrichting uiteraard nooit mag overkomen). Zowel de uitspraken van de exploitant als van de gemeenteman komen uitermate amateuristisch over. De gemiddelde verkenner stookt een beter vuurtje.
Het ding wordt weer stilgelegd (volgens het ED), en dan weer opnieuw opgestart ‘hopelijk met minder nat hout’. Ik stel voor dat de ODZOB in de aanslag staat en dat het ding alleen mag worden opgestart als het heel hard waait.

De trend
ontwikkeling PM2-5_Nederland
ontwikkeling roet_Nederland
Een gemeenteman, die er wat meer van af weet, kwam laatst met een presentatie over een aantal aspecten van de Eindhovense luchtkwaliteit, waaronder de nationale emissies van PM2.5 en houtstook, waaronder die van huishoudens (‘domestic’ links). Het spreekt voor zich: in 2020 zal houtstook door huishoudens de grootste bron van atmosferisch roet zijn. Gigantische inspanningen om het autoverkeer elektrisch te maken, maar de gezellige stokers vullen het gat op.

Mogelijke maatregelen
De Tweede Kamer sprak er op 11 feb 2016 over, maar het rijksbeleid
blijft voorlopig wat neergelegd is in een brief van de regering dd 6 juli 2015 (geen maatregelen in bestaande situaties, een typekeuring alleen voor nieuwe kachels en verder pappen en nathouden). Toch had dat wel gekund: de Bouwregelgeving aanvullen met effecten op aangrenzende panden, de Omgevingswet uitrusten met bepalingen als rookgasreiniging, PM2.5-concentraties een verplichtend karakter geven en de mogelijkheid houtrookvrije buurten aan te wijzen, en rook en stank strafbaar stellen net zoals burengerucht.

Nu kan een gemeente alleen tegen huishoudens optreden op basis van vage bepalingen als (Bouwbesluit 2012, art. 7.22) ‘hinderlijke rook, roet of stank’ (maar wat is ‘hinderlijk’?) of (Burgerlijk Wetboek art 37) ‘…. mag andere erven geen hinder toebrengen door het verspreiden van … stank, rook … ‘ (maar hetzelfde probleem).
De Toolkit noemt wel de APV als route om aanvullende bescherming te formuleren.
De Wet Milieubeheer en het Bouwbesluit 2012 verbieden om afval te stoken, waartoe ook bewerkt hout gerekend kan worden (de enige toegelaten bewerking op stookhout is dan drogen en in stukjes hakken, dus geen verf, geen impregnering, geen triplex etc).

Tegen de amateurs van de biomassacentrale kan de ODZOB ‘gewoon’ optreden met de milieuwetten.

En, mocht u uit zijn op gezellig stoken: er zijn hele mooie gaskachels die de romantiek van een houtkachel heel mooi nabootsen.

Later toegevoegd extra materiaal:
–  De reactie van staatssecretaris Dijksma op het Groningse GGD-rapport: –> Brief Dijksma_2016-01-28_I&M_Reactie_op_GGD
–  De reactie van de Groningse GGD op de brief van Dijksma:–> 2016-02-09_Reactie GGD en NoordNL op kamerbrief houtrook
–  Een publicatie over gebruik van het Bouwbesluit om de schoorsteen van de buurman verplaatst te krijgen (Vereniging Leefmilieu maart 2016): –> Succes bij bestrijden houtrook Nijmegen
Dit verhaal leunt op NEN-normen, die slechts tegen betaling openbaar zijn. In dit geval heeft de gemeente Nijmegen daarin voorzien.

– Iemand stuurde mij een advertentie toe over een stoffilter voor een houtkachel. Ik sta nergens voor in en aanvaard geen enkele verantwoordelijkheid, maar misschien vinden sommigen dit interessant: http://eerlijkenwarm.nl/fijnstoffilter/

Wijkraad Brouwhuis (Helmond) sluit convenant af met Coppens Diervoeding (update 19 feb 2016)

Ik heb nu een klein jaar, met tussenpozen, contact met de Wijkraad Brouwhuis (Helmond) over het BZOB-terrein in het algemeen en over enkele daar gevestigde fabrieken in het bijzonder, waaronder Coppens Diervoeding. Minstens drie van drie fabrieken stinken en niet zo zuinig. De inwoners van Brouwhuis worden er al jaren gek van.
deel zienswijze_coppens_klacht_okt2015

Na een brandbrief van de Wijkraad aan de provinciale politiek zijn SP-fractievoorzitter Heijmans en ik er gaan praten (zie In gesprek over het BZOB-terrein in Helmond ). Daarna is contact blijven bestaan.
coppens_diervoeding-1
Dat ging vooral over Coppens omdat dat bedrijf meer produceerde dan de vergunning en toch fors wilde uitbreiden. Daarvoor is een omge-
vingsvergunning nodig, die de provincie als bevoegd gezag moest afgeven. Ik heb in juli 2015 de concept-vergunning bestudeerd en de
Wijkraad verteld wat mij er aan opviel en wat ze in hun zienswijze zouden kunnen opnemen.
In algemene zin vond ik dat uit de concept-vergunning een zekere mate van goede wil sprak. Coppens bood en/of de ODZOB (Omgevings Dienst ZO Brabant) eiste bovenwettelijke maatregelen. De schoorsteen gaat naar 65m en op de nieuwe productielijn komt een koude oxidatiestap (die de stank afbreekt) die ruimte biedt om desgewenst één andere productielijn ook aan te kunnen.
Coppens bood een convenant aan. Het leek mij bespreekbaar om daar op in te gaan. Maar het leek mij desalniettemin gewenst om er nog wat extra’s aan te salami-eren. (zie Commentaar op de ontwerp-beschikking Coppens Diervoeding)

Op 21 oktober 2015 bracht GS de definitieve beschikking uit, met o.a. de vele zienswijzen en het antwoord daarop. Bovenstaande jammerklacht komt uit een van de vele uiterst kleurrijk verwoorde zienswijzen. Helaas worden deze in uiterst droogkloterig juridisch proza beantwoord met “het geldende bestemmingsplan voorziet in de vestiging van Coppens op deze locatie”. De kloof tussen burger en politiek verschijnt treffend in beeld.

De wijkraad krijgt op een paar inhoudelijke punten gelijk. De “koude oxidatie”-stap om stinkend gas af te breken moet een rendement hebben van minstens 80% en niet hoogstens 80%. Betere afbraakpercentages zijn overigens haalbaar, maar kosten teveel geld. Als alle vier de productielijnen tegelijk door de koude oxidatie-inrichting moesten kunnen gaan, zou dat Coppens €150.000 per jaar extra kosten. Ik vind dat meevallen, maar de ODZOB vond het teveel. BBT betekent vaak Best Betaalbare Technieken in plaats van Best Beschikbare Technieken.
Verder krijgt de Wijkraad gelijk dat de maximum geluidssterktes op woningen van derden met 5dB te verlagen.
coppens_diervoeding-2

Uiteindelijk hebben Coppens en de Wijkraad een convenant gesloten. Daar staat in
convenant-passage_dec2015
waarna de Wijkraad en de gemeente Helmond afzien van beroep.
Een aantal individuele bewoners van Brouwhuis hebben wel beroep aangetekend. Ik ken slechts één passage van hun standpunt, als die tenminste het standpunt goed weergeeft, nl ‘dat Coppens jaarlijks 0,2% van de omzet moet reserveren voor stankverminderende maatregelen’. In elk geval deze passage lijkt mij juridisch kansloos.

Maar de praktijk moet leren hoe dit verder gaat.
Update dd 19 feb 2016: de bestuursrechter in Den Bosch heeft de voorlopige voorziening, zijnde een schorsing van de vergunning, afgewezen. Dat was de eis van bovengenoemde bezwaarmakers. De rechter redeneerde dat de nieuwe vergunning, hoe dan ook, verbeteringen mogelijk maakt (geen visvoerproductie meer, hogere schoorsteen).
De bodemprocedure dient in september 2016. De rechter waarschuwde Coppens dat de nieuwe vergunning nog niet definitief is.

Helmondse gemeentepolitiek komt in actie
Uiteindelijk wil de gemeente Helmond zijn beleid t.a.v. het BZOB-terrein aanpassen. Dat zegt GroenLinks-wethouder Paul Smeulders –> RIB 073 Geuroverlast Brouwhuis. In het nog op te stellen geurbeleid komt een cumulatie-bepaling. Die komt erop neer dat als zich een nieuw, potentieel stinkend, bedrijf aandient de reeds aanwezige stank meetelt. De te grote collectieve stank krijgt dus een juridische onderbouwing. De landelijke regelgeving doet dat niet, maar het is ook niet verboden. “Wij mogen als gemeente eigen eisen stellen” aldus de wethouder in het ED van 13 nov 2015 “alleen doen niet veel gemeenten dat”.
De provincie moet instemmen, omdat die bevoegd gezag is van de belangrijkste bedrijven. Maar dat blijkt geen probleem. Er ligt zelfs nog twee ton aan ongebruikte provinciale subsidie als smeerolie.

Zwavelwaterstof in Deurne (en in de rest van Brabant)

In december 2012 ging een kind groggy onderuit op een waterspeeltoestel in het Deurnese recreatiegebied ’t Zandbos, een paar dagen later gevolgd door een ambtenaar van het Waterschap die monsters kwam nemen. In beide gevallen was het “rotte eieren-gas” zwavelwaterstof (H2S) de boosdoener. Dat gas was met het grondwater vanaf ongeveer 10 a 15 m diepte omhoog gekomen.
Bovendien gingen er eenden en vissen dood in de Heiakkervijver en ook de aangrenzende kastanjebomen.
Deurne in rep en roer en dat leidde tot een eerste onderzoek, in opdracht van de gemeente, de provincie en het Waterschap. Het resultaat “Zwavel, zware metalen en grondwater in Deurne” is in mei 2014 gepubliceerd.

Ik heb hierover eerder gepubliceerd –> Gesprek met inwoners Deurne over grondwaterrapport en andere mestzaken

Het onderzoek riep vervolgvragen op. In hoeverre golden de H2S-uitkomsten ook elders in Brabant? En waar lag het aan en wat kon je doen? Die vraag kwam bij dr Broers terecht, van de TNO Geologische Dienst Nederland. Broers maakte een Plan van Aanpak (dd 14 nov 2014. Hij heeft daartoe de metingen in Zandbos opnieuw uitgevoerd en geanalyseerd. Deze metingen zijn meegenomen in het tweede rapport “Onderzoek naar waterstofsulfidegas in grondwater in Noord-Brabant” (aangeboden 25/11/2015) .
De GGD heeft hier weer op gereageerd.
Alle rapporten zijn te vinden op Toegangspagina tot TNO-rapporten

Grondwatermeting in Putte

Nu enkele vragen.

Zwavelwaterstof ook elders in Brabant?
Ja. H2S kan zich in grondwater vormen o.a. als de volgende ingrediënten aanwezig zijn:
– sulfaat
– fijn verdeelde koolstof (Dissolved Organic Carbon, DOC)
– zuur grondwater (pH 5 a 5,5)
– ijzer
– bacteriën
Men zou dit het “Brabants standaardmodel” kunnen noemen, want hieraan  wordt in een groot deel van Brabant voldaan. In praktijk blijkt de DOC de beperkende factor. Zie de kaart uit het rapport, die ongeveer aangeeft waar de koolstofrijke Laag van Boxtel en van Waalre aan de oppervlakte ligt (het gebied tussen de blauwe breuklijnen is de Brabantse slenk).
H2S in Brabant-1

Kan H2S gevaarlijk zijn?
In Brabant overleden nog niet zo lang geleden drie mensen aan H2S in een slibtank bij Reiling. Het spul is behoorlijk giftig. De GGD hanteert voor het publiek een aanbeveling “niet langer dan 10 minuten 1mg/m3”. Er is dan alleen nog ongemak.
Het ‘voordeel’ van H2S is dat het al in zeer lage concentraties ontzettend goor stinkt. Het gas waarschuwt. Maar in hogere concentraties stinkt het gas niet meer, omdat het dan de reukzenuw verlamd heeft. Bij nog hogere concentraties, die zich in een afgesloten ruimte al snel kunnen ontwikkelen, ben je snel bewusteloos en ga je dood.
De GGD stelt dat bijv. bij waterspeelplaatsen bij windstil zomers weer (voor dit onderwerp een worst case-scenario) de concentraties vlak boven het wateroppervlak in theorie kunnen oplopen tot 13mg/m³ .
Andere riskante activiteiten zijn: het vullen van je zwembad met grondwater, regelmatig water in kruipruimtes, beregening en tuinbesproeiing, en bronbemaling. Niet genoemd worden arbeidsrisico’s, zoals bijvoorbeeld van rioolwerkers.
Als je in je eigen zwembad zwemt, als daar vers grondwater in zit, en als daaruit H2S vrijkomt, heb je een probleem.

Kun je er als persoon wat aan doen?
Kunnen blootgestelde personen de gevaren op tijd inschatten, willen ze op tijd weg zijn en kunnen ze dat? Onwetendheid, een arbeidsrelatie en werk in een omsloten ruimte zijn risicofactoren. Hier ligt nadrukkelijk een ARBO-taak.

De TNO-studie maakt bijvoorbeeld van het vullen van de zwembad met grondwater een heel protocol. Eigenlijk liever leidingwater gebruiken.

Zo ook beregeningsinstallaties en tuinsproeiers. Liever niet bij windstil weer.

Is het de schuld van iets of iemand?
De H2S-vorming berust op natuurlijke processen. Dat zijn ingewikkelde chemische evenwichten, waarvan de ligging afhangt van de getalwaarden van de ingrediënten. Dat zijn als het ware de knoppen waaraan gedraaid kan worden.
Zowel de natuur als de mens draaien aan die knoppen.

Het rapport zegt dat de huidige Brabantse sulfaatconcentraties in het grondwater als regel tussen de 50 en 150 mg/liter zitten, met hogere uitschieters onder pyrietbrokken en een ondergrens van 40mg/liter onder hooggelegen bossen.
Twintig jaar geleden was dat overigens meer: de zure regen is aangepakt – waarmee zowel een oorzaak als een oplossing genoemd is.
Een provinciale put in Hulsel haalde 225mg/liter. De streefwaarde voor sulfaat is 150mg/liter (Waterleidingbesluit 2001).
In het Deurnese Zandbos was de sulfaatconcentratie zeker 90mg/liter. Dat kan alleen als daar pyriet afgebroken is door nitraat. Omdat daar geen mest uitgereden is, moet de nitraat uit ammoniakdepositie via de lucht komen (ammoniak wordt ondiep in de bodem door bacteriën omgezet in nitraat). Waarmee een tweede, veeteeltgebonden, oorzaak benoemd is.
De derde oorzaak is sulfaat, die rechtstreeks uit uitgereden mest gespoeld is.
Een vierde oorzaak is misschien over een paar jaar zijn het spuiwater van chemische luchtwassers.

Ook de koolstof (DOC) kan een coproductie tussen natuur en mens zijn. De lagen van Boxtel en Waalre, die in een groot deel van Brabant aan de oppervlakte liggen, bevatten van zichzelf veel organisch materiaal. Daarnaast echter kan er ook DOC uit mest naar de diepte gespoeld zijn (“uitspoeling uit de landbouwvoor”, zoals het eerste rapport dat noemt).
De onderlinge verhouding tussen beide valt uit de rapporten niet op te maken.
boorkolommen_formatie van Boxtel

Het middeldiepe grondwater (ca 10 a 15 m diep) is tussen 1993 en 2008 zuurder geworden. Dat blijkt uit tabel B.3.B, blz 122, van het RIVM-rapport “De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater” (2010) ( Het RIVM-rapport ). Waarschijnlijk is dat ook menselijke invloed.
pH-verloop_RIVM_2010_kwaliteit grondwater

Al met al denk ik, dat de intensieve veehouderij een factor is in de H2S-problematiek in Brabant, maar niet de enige. Daarnaast ook de zure regen (die sterk afgenomen is, maar nog niet tot 0), en daarnaast de bijdrage van de natuur zelf.

Verder onderzoek zinvol?
De bestaande metingen geven voldoende grond voor de conclusie dat de intensieve veehouderij bijdraagt aan de sulfaatconcentraties. Ik beschouw deze vraag als beantwoord.
Of de veeteelt ook bijdraagt aan de DOC-concentraties op 15 m diepte
(bijvoorbeeld door vele jaren drijfmest), is minder duidelijk. Dit zou nader onderzoek verdienen.
Het verloop van de pH is interessant. De provincie heeft een meetnet met grondwaterputten en die meten de pH. Misschien kan daar een historisch overzicht gemaakt worden.

Tenslotte moet een buitenbeentje onderzocht worden, de veedrenkingsput tussen Neerkant en Helenaveen. De ondergrond voldoet daar in het geheel niet aan het “Brabants Standaardmodel”, maar er worden toch H2S-concentraties gemeten die 4* hoger zijn dan bij andere putten in Deurne. De koeien blijven er weg, aldus het rapport, en daar doen ze heel verstandig aan want de open lucht-concentraties kunnen bij windstil weer toxisch worden (10mg/m³).
Bij de presentatie van het rapport op 25 november toonde Broers zich bezorgd over deze situatie.

Wat te doen anders dan onderzoek?
– Communicatie naar doelgroepen, bijvoorbeeld naar de ZLTO, naar de brancheorganisatie van zwembadleveranciers, naar aannemers die grondwerk doen, naar de gemeenten, etc.
– Verzuring van het middeldiepe grondwater tegengaan
– Maatregelen voor minder dieren in Brabant