Openbaar Ministerie onderzoekt glycol-lozing vliegveld

Er komt een onafhankelijk onderzoek door het Openbaar Ministerie, uitgevoerd door de politie Oost-Brabant team milieu.” Dat is een van de passages in het antwoord dat Waterschap De Dommel geeft in antwoord op de brief, die Bernard Gerard namens het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) op 2 april 2018 aan het Waterschap gestuurd heeft. “Dit soort onderzoeken richten zich overigens op mogelijke verwijtbaarheid, niet op de schade die is aangericht aan het waterleven” aldus het Waterschap.

De eerdere brief zelf is te lezen in het eerdere artikel, dat op deze site over de glycollozingen gepubliceerd is (zie Glycoldumping door Eindhoven Airport ).
Het volledige antwoord van het Waterschap is hier –> antwoord Waterschap op glycolbrief_23april2018.docx te lezen.

Het Waterschap geeft slechts antwoord op vragen, die betrekking hebben op het oppervlaktewater. Vragen over de samenstelling van de gebruikte mengsels en over voorzieningen op het terrein moeten, zegt het Waterschap, niet aan hem gesteld worden. Het waterschap is geen bevoegd gezag op het vliegveldterrein.

Ook binnen de grenzen van zijn jurisdictie echter is de beantwoording door het Waterschap niet helemaal volledig.

Zo zegt het Waterschap “Aangezien glycol biologisch goed afbreekbaar is, is de stof (en daarmee de intrinsieke giftigheid) uit het water verdwenen.”. Dit is een enigszins ontwijkend antwoord, want het Waterschap maakt hier geen onderscheid tussen het giftige ethyleenglycol (“anti-vries) en het niet of veel minder giftige propyleenglycol. Ook blijft de vraag onbeantwoord of de intrinsieke giftigheid van ethyleenglycol (“anti-vries”) een probleem is geweest voordat die stof biologisch afgebroken was.
De woordkeus suggereert dat het intrinsiek giftige ethyleenglycol in de sloot terecht gekomen is, zonder dat met zoveel woorden te zeggen.

Over het beekdal van de Ekkersrijt-Grote Beek zegt het Waterschap niet veel nieuws. Er staat in wat je kunt verwachten.

tolyltriazole

Het Waterschap geeft aan dat het de waterkwaliteit blijft monitoren, behalve op glycol ook op triazolen. Dat is een groep stoffen die soms als additief aan de-icing mengsels wordt toegevoegd. Dit lijkt een erkenning van de vraagtekens die men bij deze groep stoffen kan plaatsen.
Tolyltriazole is niet panisch gevaarlijk, maar ook niet onschuldig. Het voert te ver om daar uitgebreid op in te gaan, maar wie dat zelf wil doen, kan kijken op www.chemicalbook.com/ChemicalProductProperty_EN_CB2492203.htm .
Er wordt hier overigens slechts gezegd, op gezag van Internet, dat er de-icing mengsels zijn waarin deze stof voorkomt – er wordt niet gezegd dat de stof in het specifieke mengsel zat dat op Eindhoven Airport gebruikt is.

“Tri-azolen” zoals het Waterschap zelf zegt (dus zonder tolyl- erbij) zijn een grotere groep van verbindingen waarvan het tolylazole er één is. Veel triazolen worden als bestrijdingsmiddel tegen schimmels gebruikt. Daartegen zijn sommige schimmels inmiddels immuun geworden. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Triazool .

Het is niet precies duidelijk wat het Waterschap hier monitort.

Misschien doet het bevoegd gezag er goed aan om eens te kijken wat er van de vergunning wel en niet in de gebruikte mengsels mag zitten.

 

Landschap en/of duurzame energie?

Nieuwe natuur en zonneparken
De provincie Noord-Brabant heeft indertijd Essent verkocht en daaraan een heleboel geld overgehouden. Mede om die uit grijpgrage Haagse vingers te houden, is een deel van dat bedrag (ter grootte van €240 miljoen), alsmede ruim 2000 hectare grond, in een Groen Ontwikkel Fonds apart gezet, als een zelfstandige rechtspersoon met de provincie als enig aandeelhouder. De vroegere Eindhovense wethouder Mary Fiers (PvdA) geeft leiding aan dat fonds.
Het fonds is te vinden op www.groenontwikkelfondsbrabant.nl en de basale informatie onder de TAB “over ons”.

De taken van het fonds worden daar opgesomd:

  • De realisatie van 3100 ha. Natuurnetwerk Brabant (Provinciaal deel)
  • De realisatie van 2274 ha.Natuurnetwerk Brabant (Rijks deel)
  • De inrichting van 5648 ha. reeds verworven Natuurnetwerk Brabant (Rijks deel)
  • De realisatie van 700 kilometer Ecologische verbindingszone.

Het Natuurnetwerk Brabant is wat vroeger de Ecologische Hoofdstructuur heette.

Men ziet in het Provinciehuis het liefste, dat die fondsen revolverend zijn (hun investeringen terugverdienen), want dan kan hetzelfde startbedrag meer uitrichten. Bij een Groen Ontwikkel Fonds ligt dat uiteraard moeilijker, want een deel van de “opbrengsten” is in natura. Desalniettemin bestaat ook daar dezelfde logica dat terugverdiend geld opnieuw ingezet kan worden.

Bij het plan-Fiers

Bovendien hebben de Brabantse overheden een enorme duurzame energie-taak.

Fiers heeft op 01 februari 2018, op de Energietop van de Metropool Regio Eindhoven (MRE) een plan gelanceerd om de aanleg van nieuwe natuur te combineren met de aanleg van zonneparken.  De informatie daarover staat op een aparte site (waar sommige afbeeldingen bij deze tekst vandaan komen). Zie http://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/MapJournal/index.html?appid=9737c550549c4b67aa98c94167ae4e00# . Aan het plan hebben meegewerkt het adviesbureau Over Morgen en het bekende landschapsarchitectenbureau H+N+S .

Bovenstaand voorbeeld is een gebied tussen Lennisheuvel en Spoordonk, dus tegen de Kampina aan. Op de website kan men hiermee interactief omgaan.

De 475.000kWh/ha*y uit het business plan, zijnde 0,17PJ/km2*y, is tamelijk relaxed. Het geeft ruimte om wat met de inrichting te spelen.
Het provinciale Posadplan gaat uit van 0,40PJ/km2*y .

Mijn mening is (en hier houdt de mening  van Fiers dus op) dat

  • het een prima plan is
  • lang niet groot genoeg om de provinciale energiebehoefte op te vangen, maar wel een goed begin
  • het plan niet tijdelijk hoeft te zijn. Welke energetische wondertechniek verwacht men eigenlijk dat tussen nu en 15 jaar later, zonder groot oppervlakte- en volumebeslag, het duurzame energieprobleem oplost?

Jan Baan en Lars Koreman in de krant
Jan Baan is directeur van het Brabants Landschap en Lars Koreman ambassadeur van Noord-Brabant Natuurmonument. Ze hadden op 03 feb 2018 een gastopinie in  het Eindhovens Dagblad met de titel “Het Brabants Landschap moet gekoesterd worden” (zie www.ed.nl/eindhoven/het-brabants-landschap-moet-worden-gekoesterd~adbe6367/ ).

In het artikel staan een heleboel verstandige woorden, maar de passage over duurzame energie roept bij mij enige twijfel op: “De energietransitie vraagt ook om een nauwkeurige afweging bij de locatiebepaling van windmolens. We hebben die op korte en middellange termijn nodig. Maar er moet ook gekozen worden waar niet: het Brabants Natuurnetwerk en cultuurhistorisch belangrijke landschappen.
Op zich gaat dit nog, maar het standpunt maakt deel uit van een trend waarin verdergaande uitspraken gedaan worden. In september 2017 stuurden de Brabantse Milieu Federatie (BMF), Brabants Landschap, Natuurmonumenten en Brabants Particulier Grondbezit een brief aan de bij de BMF aangesloten groepen, bedoeld om in de lokale politiek in te brengen ten behoeve van de op te stellen gemeenteraadsprogramma’s, met de passage “In een duurzame energievoorziening besparen we fors op energie en is er geen (netto)  uitstoot van broeikasgassen, doordat in onze totale energiebehoefte (elektra, warmte en brandstof) wordt voorzien door hernieuwbare energiebronnen als zon, wind, biomassa en aardwarmte. Duurzaamheid betekent daarbij ook dat de energievoorziening respect heeft voor de draagkracht van natuur en landschap, de gezondheid van de mens en andere soorten, en de sociaal-economische omstandigheden van de omgeving. Ook is het gebruik van ruimte en materialen in balans gebracht met andere maatschappelijke doeleinden, doordat we zuinig met energie omgaan en verstandige keuzes maken bij de inpassing van opwektechnieken.
Het klinkt prachtig en is goedbedoeld, maar de begrippen zijn zo wazig dat de natuurorganisaties bijna een carte blanche eisen op ontwikkelingen rond duurzame energie. De passage bevat een wens in abstracto en al gauw het tegenwerken van de wens in concreto. Eenieder kan hierin lezen wat bij of zij wil, inclusief een heleboel handvatten om elk concreet voornemen in de pan te hakken. Wie wil dat windturbines onder de 75 meter blijven, zoals een medewerker van Natuurmonumenten tegen mij zei, wil in praktijk geen windenergie.  Als “respect” betekent dat je vanuit geen enkel natuurgebied in Brabant een windmolen mag zien, blijft er weinig plaatsingsruimte over.
Ik heb niet aan de verspreiding van deze oproep meegewerkt.

De titel van het verhaal van Baan en Koreman is een echo van een eerder verhaal “Landschappen om te koesteren”. Dat stond in Trouw op 25 januari 2017 (na te lezen op www.landschappen.nl/nieuwsbericht/trouw-landschappen-om-te-koesteren ). Het ging erover dat in Nederland natuurgebieden wel beschermd worden, maar landschappen niet, terwijl Nederland in 2005 toch de Europese Landschapsconventie getekend heeft. In andere landen wordt er van die bescherming op een schaal, groter dan natuurgebieden, meer werk gemaakt.
Daarom heeft Natuurmonumenten op die dag een “aanvalsplan voor het Nederlandse landschap” bij (toen nog) staatssecretaris Van Dam op tafel gelegd. Zie www.natuurmonumenten.nl/landschap/aanvalsplan , waar het plan beschreven wordt maar een foutmelding verschijnt als je het aanklikt.
Hier dezelfde dubbelzinnigheid. Aan de ene kant zijn er veel ontwikkelingen die het landschap aantasten en waartegen terecht geageerd wordt (bijvoorbeeld het volbouwen van de kust), maar aan de andere kant is het een prima ondersteuning voor de achterban om mordicus actie te voeren tegen hoogspanningsleidingen en windturbines.
En wie geen hoogspanningsleidingen en geen windturbines wil, wil geen duurzame energie.

Maar zonneparken dan? Helaas heeft Natuurmonumenten hetzelfde afhoudende verhaal over zonneparken. Wie de analyse leest ( www.natuurmonumenten.nl/standpunten/zonne-energie ), leest vooral “afhouden”:

Standpunt
Natuurmonumenten is voorstander van zonne-energie, maar pleit wel voor zorgvuldige inpassing in natuur en landschap. Wij zijn in de eerste plaats voor zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven. Dit heeft weinig effecten op natuur en landschap en verdient maximale inzet. Volgens Zonatlas is er in Nederland nog 675 miljoen m² geschikt dakoppervlak op bestaande bebouwing om zonne-energie op te wekken.

Daarnaast zien we mogelijkheden in meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld opwekking van zonne-energie gecombineerd met andere functies (grootschalige infrastructuren of waterberging) mits natuur-, cultuurhistorische- en landschapswaarden niet in het geding komen. Verder ondersteunen wij in het algemeen altijd kleinschalige opwekking van zonne-energie.

Over grootschalige zonneparken zijn we kritisch. Die passen niet in natuurgebieden en waardevolle landschappen en kunnen leefgebieden van soorten nadelig beïnvloeden. Natuurmonumenten vindt dat bescherming van deze bijzondere gebieden voorop moet staan.”

Dat klinkt allemaal heel mooi, maar enig eenvoudig cijferwerk leert dat de opbrengst hiervan een orde van grootte te weinig is – zelfs als Nederland 30% zou besparen, waar het bepaald nog niet op lijkt. Er is gewoon te weinig dak en te weinig dijk en te weinig vuilnisbelt. Zie Duurzame energie kan zeer grote impact krijgen op het Brabants landschap .
Het moet ook op landbouwgrond en dat is des te beter, want de landbouw in Nederland is compleet dolgedraaid.

Natuurbescherming wil een doel bereiken, maar de middelen daartoe grotendeels blokkeren.
Benieuwd wat Natuurmonumenten van het plan van Fiers vindt.

Voor de goede orde: ik ben lid van Natuurmonumenten en lid van de BMF, maar ik vind hun standpunt inzake duurzame energie op zijn vriendelijkst wazig en tegenstrijdig, en op zijn slechtst schadelijk.
 

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard)
(Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).Is de natuur er voor zichzelf of voor ons beleving?
Elke veldmuis en elke bodemschimmel en elke paardenbloem zou een gat in de lucht springen als hun leefgebied vol met windturbines en, nog beter, vol met zonnepanelen werd gezet. Minder stikstof in de lucht, geen mest meer uitrijden in het zonnepark, huizen blijven uit de buurt, geen zware landbouwmachines meer, enz. te mooi om waar te zien. Een paradijs op aarde als je een kievit bent of een wilde bij.
Je moet als vogel kijken waar je vliegt (niet tegen een windmolen aan), maar vogels zijn slim en passen sowieso al op waar ze vliegen.

Maar wij vinden het subjectief als mens niet mooi.

Tot nu toe was het zo dat de bescherming van onze natuurbeleving de bescherming van de natuur op zichzelf ondersteunde. Vaak is dat nog zo, bijvoorbeeld bij de bescherming van de kustlijn of bij de actie tegen de Ruit om Eindhoven.
Maar bij duurzame energie is het soms omgekeerd. Daar schaadt de bescherming van de subjectieve natuurbeleving het objectieve belang van de natuur waarvan men de bescherming zegt te beogen. Met als kolderiekste voorbeeld de hardnekkige strijd tegen de windturbines bij de Kabeljauwbeek, waar een leeg land uitzicht heeft op de Antwerpse haven (zie Windpark Kabeljauwbeek Ossendrecht aanvaardbaar plan – update ).

De natuurorganisaties zitten hier in een spagaat en daar gaan ze niet uitkomen, tenzij ze zich fundamenteel bezinnen op hun positie. Het is niet mogelijk duurzame energie te willen in de beoogde hoeveelheden in een landschap dat hetzelfde blijft.
En als de ijskap op Antarctica smelt, ligt een groot deel van het grondbezit van de natuurorganisaties onder water – maar dat is dan het kleinste probleem.

Veeleer dan zich vanuit een wankele positie defensief op te stellen tegen verandering, zouden de organisaties zich offensief moeten opstellen over de richting van de verandering. Niet behouden, maar herscheppen.

Fiers heeft er het beroemdste landschapsarchitectenbureau van Nederland bijgehaald, H+N+S. Dat was een zeer verstandig idee.

De Nacht van de Nacht

De IVN-afdeling Veldhoven-Eindhoven-Vessem werkt elk jaar mee aan de manifestatie “Nacht van de Nacht”. Dat is een groot, landelijk initiatief (zie www.nachtvandenacht.nl/activiteiten/ ).
Dit jaar verzamelde men zich op 28 oktober bij de visvijver Vlasroot in Veldhoven. Het was de tiende manifestatie. Een Veldhovense wethouder opende de manifestatie om 19.30 uur.
Het weer was niet geweldig, maar de animo van het publiek viel niet tegen.

De manifestatie richt zich tegen lichtvervuiling.

Verlicht Europa ‘s nachts vanuit de ruimte

Nederland is een van de lichtste landen ter wereld. Vanuit de ruimte is te zien dat ons land helemaal oplicht door de hoeveelheid kunstlicht. Al dit overvloedige licht wordt lichtvervuiling genoemd. Vaak brandt het licht ook nog eens onnodig. Lichtvervuiling komt op veel plekken voor. Denk aan verlichting van bijvoorbeeld sportvelden, wegen, kantoorgebouwen, parkeerterreinen/garages, kassen, monumenten en reclameborden die de hele nacht onnodig branden.
77% van de bevolking vindt dat de reclameverlichting en verlichting van de buitenkant van kantoren na 12 uur ’s nachts uit mag’

Veel licht ‘s nachts ontregelt plant, dier en mens, en het kost nog eens een hoop geld ook. Bij vogels, insecten en amfibieën beïnvloedt buitenverlichting het gedrag door desoriëntatie, afstoting en aantrekking. Hun oriëntatie wordt verstoord, waardoor hun energiebalans wordt aangetast. Of ze worden uit hun winterslaap gehouden. Hierdoor neemt de kans op uitputting en sterfte toe.
Voor vogels is licht de belangrijkste prikkel voor het timen van hun activiteit. Nachtelijk kunstlicht verandert de natuurlijke licht-donker cyclus. Daardoor kan de betrouwbaarheid van licht als prikkel verzwakken.” aldus de landelijke website van het initiatief.

Aktiviteitentent tijdens de Veldhovense Nacht van de Nacht 2017

Milieudefensie en het IVN werken af en toe samen als het onderwerp zich ervoor leent. Leonhard Schrofer van Milieudefensie Eindhoven heeft meegeholpen met de organisatie van de Veldhovense Nacht van de Nacht. De niet-ruimtefoto’s zijn van hem.
Ik kon helaas niet zelf mee, omdat ik net op die dag mijn verjaardag vierde.

Er zijn een aantal activiteiten:

  • Een ontvangstkraam met informatie
  • Een tent met informatie en kinderactiviteiten over maan, planeten en sterren (normaliter kun je in de stad de sterren niet zien)
  • Een kleine puzzeltocht voor kinderen
  • Chocolademelk en erwtensoep
  • Een tent met informatie over muizen en uilen
  • Een tent met informatie over vleermuizen. Kinderen konden van zwart papier vleermuizen vouwen.
  • De vertelclub VerVe van kinderverhalen
    Braakballen onderzoeken. Uilen en muizen zijn niet elkaars beste vrienden.

    Het initiatief verdient verdere steun.

Bloembollenteelt en geboorteafwijkingen?

Inleiding
De SP-fractie in Provinciale Staten van Brabant heeft op 06 sept 2017 vragen gesteld over een Californisch onderzoek in het landbouwgebied San Joaquin – valley naar de relatie tussen de per perceel toegediende totale hoeveelheid pesticiden enerzijds en geboorteafwijkingen anderzijds. Boven een bepaalde drempel worden deze effecten zichtbaar. Verder
blijkt er een afstandseffect te zijn.
In het onderzoek is weloverwogen voor de totale hoeveelheid pesticiden als variabele gekozen, omdat dan ook de onderlinge interactie tussen de middelen en hun afbraakproducten onderling meegenomen wordt.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie)

Doses, die in Californie tot extra geboorteafwijkingen leiden, komen in Nederland voor in de boomteelt, in de fruitteelt (die fors boven de drempel ligt) en in de bloembollenteelt (die daar zeer fors boven ligt).
Angst voor effecten van gif op aanwonenden bestaat al lang. Zie bijvoorbeeld

http://nicollinevanderspek.nl/hoe-giftig-is-de-bollenteelt-2/ of www.trouw.nl/home/onderzoek-naar-risico-s-pesticiden-voor-gezondheid~aa61c6f6/ .

De SP-vragen willen de situatie zelf in kaart brengen en de politieke en bestuurlijke mogelijkheden om daarop invloed uit te oefenen. Het eerdere artikel op deze site is te vinden op Provinciale SP stelt vragen over verband geboorteafwijkingen – pesticidenblootstelling

Op 25 sept hebben het College van GS geantwoord. (Zie antwoord schriftelijke vragen pesticiden_05okt2017 )

De politieke en bestuurlijke mogelijkheden
De Gezondheidsraad doet momenteel onderzoek naar het effect van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden en hoopt dat in 2018 af te hebben, zeggen GS. In afwachting daarvan past een zekere terughoudendheid om nieuwe activiteiten op te starten naast de al bestaande activiteiten.
Op dit moment monitort de provincie wat er in het grondwater zit (oa vanwege de drinkwaterwinning) en faciliteert de provincie het project Schoon Water. In het Schoon Waterproject werkt de provincie op vrijwillige basis samen met relevante partijen (zoals de ZLTO en het Waterschap) om de emissies naar de bodem terug te dringen.
Schoon Water is een goed project dat, hoewel vrijwillige, resultaten boekt. Zie www.schoon-water.nl .

Pagina uit het bestrijdingsmiddelenoverzicht van CLM voor lelies

De trend is dat de provincie niet wat kan doen aan de hoofdzaken en wel aan de bijzaken. De provincie (en de gemeenten) hebben bijvoorbeeld niets te vertellen over de toelating van middelen. Daarover gaat de CTGB.
De provincie kan via de Verordening Ruimte wel vastleggen dat er in bestemmingsplannen een afstandsmaat moet komen tussen bebouwing en percelen waarop gewasbescherming wordt toegepast. Een enkele gemeente doet dat al zelf en hanteert dan meestal 50m.
Verder kunnen bestemmingsplannen vanwege landschappelijke, geomorfologische, ecologische of hydrologische redenen de teelt van bij-
voorbeeld bloembollen op bepaalde percelen verbieden. (Echter, niet alles kan. De gemeente Ommen wilde de teelt van bollen en sierbloemen in grondwaterbeschermingsgebieden verbieden en ging daarmee nat voor de Raad van State bg).
De provincie maakt nog geen gebruik van deze bevoegdheden.

Enkele gemeenten in het Oosten van Nederland hebben convenanten afgesloten met bloembollentelers over de omgang met bestrijdingsmiddelen.
(Ook dit is in Brabant nog een onbekend fenomeen bg).

De inventarisatie van de feitelijke situatie
GS stellen dat bij de boomkwekerijen en de fruitteelt er al vanuit de afnemers druk op een afnemend gifgebruik zit. Overheden willen vaak al biologisch gecertificeerde bomen en supermarkten zijn met Greenpeace of Natuur en Milieu met een eigen traject bezig (zie Jumbo en Albert Heijn willen 28 bestrijdingsmiddelen niet meer in hun winkel ).

Blijft over de bloembollenteelt, de giftigste van alle.
(De inventarisatie door GS is een beetje oppervlakkig. Een beetje meer Googlen had een beter antwoord opgeleverd. Aan de andere kant hadden de vraagstellers dat natuurlijk ook zelf kunnen doen. Maar goed. Bg)

Brabant is in de bloembollenteelt geen grote speler. Er ligt in Brabant voor ca 1000 hectare bloembollenveld, goed voor 3,8% van Nederland in 2016 (de Brabantse bomenteelt is goed voor 45,6% van Nederland en de fruitteelt voor 8,2%. Je vindt veel bomenteelt rond Haaren en Zundert.).
(De exportwaarde van de bollenteelt zit rond een miljard euro per jaar (waarbij nog de binnenlandse markt moet worden opgeteld), ergo moet Brabant goed zijn voor ca 40 miljoen euro. Bg)

De bollenteelt heeft, naast de giftigheid, enkele speciale andere kenmerken. De ligging van de percelen kan van jaar tot jaar veranderen door tijdelijke pacht. Dat maakt bijvoorbeeld deelname aan het Schoon water-project problematisch.
GS stellen niet an sich tegen de bloembollenteelt te zijn (idem bomen en fruit), maar wel tegen verhoogde gezondheidsrisico’s daardoor voor mens en dier.

Wat te doen?

  • Het zou verstandig zijn om in Brabant aanvullend beleid te gaan ontwikkelen tegen de toxische effecten van de bollenteelt
  • Het zou verstandig zijn om politiek bij te houden tot wat de lopende ontwikkelingen in de fruitteelt en boomteelt leiden.

Ruim 30.000 mensen vragen Tweede Kamer om natuurbeschermers beter te beschermen

Ik was op dinsdag 26 september 2017 bij het aanbieden door Milieudefensie en andere natuurorganisaties van de petitie “Bescherm de Natuurbeschermer” .

Groepsfoto van actiemensen-politici-boswachters bij het Tweede Kamergebouw bij het aanbieden van de petitie Bescherm de Natuurbeschermer

Persbericht                                   2.

Ruim 30.000 Nederlanders vinden dat er zo snel mogelijk iets gedaan moet worden aan het wereldwijde geweld tegen natuurbeschermers. Dat blijkt uit de petitie die we vandaag in Den Haag overhandigden aan de Tweede Kamer. Ook 26 natuur- en mensenrechtenorganisaties ondertekenden de oproep. Elke week worden bijna vier mensen vermoord omdat zij opkomen voor de natuur.

Het projectteam van Bescherm de natuurbeschermer overhandigde de petitie vanmiddag aan de Commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking samen met Nederlandse boswachters. Boswachters maken zich boos over het geweld tegen hun collega’s in het buitenland. Boswachter Roy Mes: “Het is te gek voor woorden dat mijn beroep je in landen als Congo of Colombia de kop kan kosten.”

2016 meest dodelijke jaar
In juli werd bekend dat afgelopen jaar weer meer natuurbeschermers zijn vermoord dan in de jaren ervoor. Maar liefst 200 moorden in 24 landen werden in 2016 geregistreerd, het hoogste aantal tot nu toe. Zestig procent van de moorden is gepleegd in Latijns-Amerika, dat daarmee de gevaarlijkste regio voor natuurbeschermers is. In Afrika wordt het voor parkwachters steeds risicovoller om hun beroep uit te oefenen.

Sadet Karabulut (SP) tekent de petitie Bescherm de Natuurbeschermer dd 26 sept2017

De eis: bindend mensenrechtenverdrag
Om natuurbeschermers wereldwijd meer veiligheid te bieden pleit de petitie voor de komst van een internationaal bindend mensenrechtenverdrag voor bedrijven.

Femke Wijdekop, projectmedewerker van Bescherm de natuurbeschermer: “Dat verdrag zorgt ervoor dat bedrijven ter verantwoording kunnen worden geroepen als zij misstanden veroorzaken. Hierdoor staan natuurbeschermers wereldwijd sterker.” Binnen de Verenigde Naties wordt al enkele jaren gepraat over de mogelijkheid van zo’n verdrag. “Tot nu toe werkt Nederland nog maar mondjesmaat mee. Met onze petitie willen we de overheid bewegen om een tandje bij te schakelen en zich hard te maken voor de bescherming van natuurbeschermers.” Van 23 tot en met 27 oktober vergaderen de VN-lidstaten in Genève over de voortgang van het verdrag.

Acht Kamerleden waren aanwezig bij de actie, en beloofden zich in te zetten voor natuurbeschermers. Daar houden wij ze aan!

Download de brief met de petitie-eis

Controleer je CO-detector!

De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit heeft een onderzoek gedaan naar detectors die een te hoge concentratie koolmonoxide (CO) in woningen zouden moeten registreren.

Zouden moeten, want de praktijk blijkt tegen te vallen. Op 31 mei 2017 meldde mijn Eindhovens Dagblad dat ze alle modellen die nu in Nederland verkocht worden (dat zijn er 29) onderzocht hadden. Tien modellen blijken niet aan te geven dat er teveel CO in de lucht zit en/of dat de meter kapot is. Dat is gevaarlijk als je een slechte geyser of  verwarmingsketel hebt.

Koolmonoxide is een verraderlijk gif. Het is een reukloos en kleurloos gas dat elk jaar 10 a 15 mensen in Nederland het leven kost.

Nu meldde het Eindhovens Dagblad er niet bij om welke typen het ging. Ik heb ook zo’n meter bij mijn CV-ketel hangen (die overigens elk jaar netjes onderhouden wordt), dus ik wou dat wel eens weten.

De test is te vinden op de NVWA-site onder www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/05/31/nvwa-helft-onderzochte-koolmonoxide-melders-onveilig .

Onder “Overzicht” staan ze alle 29.

De CO-meter van Alecto, type 22

Nu heb ik een Alecto COA-22 en die stond er niet bij (bij mij met serienummer, beginnend met 0812B-enz ).

Gegoogled op Alecto COA-22 , blijkt dat er a) een terugroepactie is vanaf serienummer 0912-enz en b) dat die van mij waarschijnlijk sowieso over zijn levensduur heen is.
Dit is overigens geen anti-Alecto verhaal, want de Alecto-26 komt er bij de NVWA prima uit.

De moraal: haal toch even je CO-meter van de muur af en google even op de merknaam en de vervangdatum.

Het volledige onderzoek is hier te vinden.

Overbemesting bedreigt drinkwaterputten

Bij een “rondetafelgesprek mestfraude” op 22 juni 2017 in de Tweede Kamer kwamen diverse aspecten van het mestbeleid aan de orde. Ik focus in dit artikel op één aspect, nl de gevolgen voor de drinkwaterwinning. Op andere aspecten hoop ik later terug te kunnen komen.

Namens de VEWIN (de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland) sprak plaatsvervangend directeur Arjen Frentz. Frentz sprak over de, al dan niet legale, vormen van overbemesting en over de gevolgen daarvan en toonde de Kamerleden onderstaand kaartje. Het betreft problemen die te maken hebben met een overdaad aan in de bodem zakkende mest.

Door mest veroorzaakte problemen in grondwaterwingebieden

Zoals op de kaart te zien, zijn er de afgelopen jaren in Nederland 21 waterwinpunten gesloten, waarvan zes in Brabant.
Overigens krijgen de waterwinbedrijven het nitraat wel tot veilige grenzen uit het water, maar het kost steeds meer moeite en geld.

1200 betekent 1200 miljoen m3

Het rondetafelgesprek sorteert voor op de behandeling van het 6de Programma Nitraatrichtlijn. Deze behandeling zal na de vakantie plaatsvinden.

Al eerder had het PBL (Plan Bureau voor de Leefomgeving) een analyse gemaakt van het mestbeleid. Ook hierover hoop ik in deze kolommen een artikel te schrijven.
Het PBL denkt dat de nitraatnorm van 50 mg/liter op de zuidelijke zandgronden niet gehaald zal worden, tenzij er aanvullende maatregelen komen. In dat geval is het denkbaar dat de norm gemiddeld gehaald kan worden, maar niet overal. Meer specifiek, het kan niet gegarandeerd worden dat de norm in de drinkwaterinlaatgebieden gehaald kan worden.
In een ander onderzoek heeft het RIVM de verwachting uitgesproken dat in de jaren 2026-2030 in 40 grondwaterbeschermingsgebieden de nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater over de 40mg/liter heen gaat schieten. De norm voor nitraat in grondwater is 50mg/liter.

Frentz heeft in het rondetafelgesprek dan ook drie eisen gesteld:
* De nitraatnorm van 50 mg/l gemiddeld voor het ondiepe grondwater moet specifiek gelden voor intrekgebieden van grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie.
* Neem generieke maatregelen op in het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn gericht op grondwa­terbeschermingsgebieden met als doel:

a) In alle gebieden de KRW doelen te kunnen halen, d.w.z. geen achteruitgang en op termijn verbetering van de waterkwaliteit
b) In de 40 grondwaterbeschermingsgebieden waar nitraat- en KRW normen in het ondiepe grondwater overschreden (dreigen te) worden, de normoverschrijdingen van alle stoffen gerelateerd aan mestgift wegnemen
(de KRW is de Kader Richtlijn Water, de Nederlandse vormgeving van de Europese wetgeving op dit gebied)

Trouw-journalist Emiel Hakkenes heeft op 24 juni 2017 een goed artikel in Trouw gezet over dit onderwerp. Het is te vinden via de site van de VEWIN ( www.vewin.nl/ ) of rechtstreeks op www.trouw.nl/home/waterbedrijven-slaan-alarm-mest-bedreigt-drinkwaterwinning~a1446e04/ .
Hakkenes heeft een kaartje gepubliceerd dat gebaseerd lijkt op de kaart hierboven, maar dan specifiek alleen gefocust op de gesloten putten. Dat ziet er zo uit:

Kaart met 21 vanwege de mest gesloten drinkwaterputten in Nederland

Hier een kleine, door mij bijeengezochte, reader over het onderwerp: Reader mest en drinkwater_VEWIN_juni2017 . De teksten komen van de VEWIN-site.

Voor een eerder artikel op deze site over de nitraatproblematiek en de handhaving van overschrijdingen zie Wat de provincie wel en niet kan bij landbouwvervuiling .

 

Veel legionellabesmetting in collectieve drinkwater-installaties

De online-nieuwsbrief met gelijknamige website www.installatieprofs.nl publiceerde op 14 juni 2017 de boodschap dat “Naar schatting een kwart van de watermonsters afkomstig van drinkwaterinstallaties is besmet met legionella”. Dat stelt Cor van de Wal, specialist op het gebied van bacteriologisch onderhoud van drinkwaterinstallaties. “Vooral monsters afkomstig van collectieve installaties van woongebouwen van Verenigingen van Eigenaren zijn vaak besmet.” Zie www.installatieprofs.nl/nieuws/veel-collectieve-drinkwaterinstallaties-van-vve-s-besmet-met-legionella  .

Ik heb op dit gebied geen eigen deskundigheid, dus ik laat na om deze bewering te bevestigen of te ontkennen. Installatieprofs laat ook belanghebbenden aan het woord, die hun eigen diagnostische of probleemoplossende ontwerpen tonen.
Je kunt ook kijken op www.kiwacompliance.nl/legionella-5-2 .

Onderstaande meneer Lenting van Lenting Waterservice uit De Goor kan, vanuit zijn vrachtauto, op thermische, chemische of mechanische wijze een  probleem oplossen. Het kan ook zonder hem, zegt hij, maar met hem gaat het veel sneller.

Lenting Waterservice

Meneer Oussoren heeft een startup opgericht, die een bluetooth temperatuursensor aanbiedt, een bijbehorende app en een softwareomgeving. Zie www.installatieprofs.nl/nieuws/legionellabeheer-hoeft-niet-ingewikkeld-en-tijdrovend-te-zijn .

De test-set van Legionella Dossier van Oussoren

Mocht u dit verhaal lezen en mocht u in een koopcomplex wonen met een Vereniging van Eigenaren en een collectief watersysteem, en mocht u bij de jaarvergadering aanwezig zijn, vraag eens na wat ter plekke de handelwijze is. In www.installatieprofs.nl/nieuws/altijd-wel-een-doeltreffende-methode-voor-legionellabestrijding-beschikbaar staat een bruikbaar overzicht van de verschillende manieren van legionellabestrijding.

 

Behandeling nieuwe maatregelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen

Koolmees met twee door de verzuring gebroken pootjes (juni 2017)

Waarom maatregelen keihard nodig zijn
Het College van GS van Brabant heeft een set maatregelen uitgebracht, die de vele problemen, die door de landbouw veroorzaakt worden, moeten helpen terugdringen. Het is voor het eerst dat er een pakket aangeboden wordt dat echt helpt. Althans, als eerste stap.

De landbouw als geheel heeft het Brabantse land tot ver buiten het
natuurlijke draagvlak overwoekerd. De Q-koorts heeft minstens 74 mensen het leven gekost en vele overlevenden groot blijvend leed bezorgd. De bodem gaat dood, het grond- en oppervlaktewater aangetast en de natuurgebieden vermoord door de stikstof. De koolmees (de foto komt uit vergelijkbare zandgronden op de Veluwe) lijdt indirect aan de verzuring van het milieu, veroorzaakt door ammoniakdepositie.

De ammoniakconcentraties zijn een tijd gedaald, maar sinds ongeveer 2008 dalen ze niet verder of stijgen zelfs weer. Zie Brabant stikt in de stikstof, en dus heeft Johan van den Hout groot gelijk.

Gemeten verloop ammoniakconcentraties Mariapeel

Het voorgestelde pakket
De mogelijkheden van GS zijn beperkt.
De juridische bevoegdheid bijvoorbeeld om het aantal dieren rechtstreeks vast te stellen ontbreekt. Dat vraagt om landelijke wetgeving.
Zo zit bijv. de handhaving van de Nitraatrichtlijn bij het Rijk, en dat schuift het probleem al jaren door.
De Programmatische Aanpak Stikstof is landelijke wetgeving.
De provincie kan dus alleen indirect sturen, bijvoorbeeld op basis van haar ruimtelijke bevoegdheden en de Natuurbeschermingswet.

Een kort beschrijving van het pakket:

  • De technische eisen aan bestaande stallen worden aangescherpt en gaan ook voor geiten en koeien gelden
  • De emissie-eisen gaan gelden voor elk bedrijfsonderdeel afzonderlijk, en niet meer voor het bedrijf als geheel. Er kan niet meer intern worden “gesaldeerd”.
  • Stallen moeten versneld worden aangepast. Boeren die nog niets gedaan hebben, moeten hun zaakjes in 2020 rond hebben. Boeren, die door eerdere investeringen al wel voldoen aan het Besluit Emissiearme Huisvesting krijgen, krijgen de tijd tot 2022. Tot nu toe was dat jaartal 2028.
    Stallen die ouder zijn dan 15 jaar (koeien 20 jaar) worden bij de handhaving automatisch beoordeeld op de vraag of ze aan de eisen voldoen.
  • Er mag in Brabant evenveel mest bewerkt worden als Brabant zelf produceert.
    Dat gebeurt op bedrijventerreinen, tenzij melkveehouders samenwerken tot 25000 ton of als de mest per pijplijn naar een centraal punt gestuurd wordt. Alle op- en overslag en verwerking van producten vindt inpandig plaats.
  • Wie in Midden- en Oost-Brabant 100m2  nieuwe stal wil bouwen, moet elders 110m2 in gebruik zijnde stal inleveren. Er komt een Stalderings-
    loket (met een bestuurlijk monopolie) dat dit begeleidt en dat geld krijgt. Voorlopig geldt deze regeling niet voor koeien en schapen.
  • De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), waarmee bovenwettelijke verplichtingen beloond worden, wordt op onderdelen gewijzigd en iets aangescherpt.
  • In uitzonderlijke situaties mag een nieuw bouwblok 2,5 hectare worden als dat elders een probleem oplost, of 2,0 hectare als een boer het op de BZV heel  goed doet. Dit alles na stalderen.
Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Aan beide kanten pijn
Omdat het pakket echt iets voorstelt, doet het aan beide kanten pijn. De publieke tribune in het Provinciehuis zat dan ook bomvol op 23 juni met insprekers, en de grote Bois le duc-zaal met een kleine 250 boze boeren.

Voor de milieubeweging en de Minder Beesten-burgers zit de pijn in het accepteren van mestbewerking en van kavels, die in uitzonderlijke gevallen groter dan 1,5ha kunnen worden. Ik moet er overigens bij zeggen dat ik zelf deze pijn niet zo voel.

Voor de boeren ligt het pijnlijker en die willen dan ook het plan van tafel. Het bedreigt de toekomst van velen. Zonder de provinciale plannen zouden er 2660 boeren stoppen, met de plannen 3440. En bij bijvoorbeeld varkenshouders neemt het percentage onder de armoedegrens tot van 57%, als de plannen niet worden uitgevoerd, naar 67% als dat wel gebeurt. Dat heeft het bureau Agri & Food becijferd.
Er is veel tragiek in boerenhuishoudens.

En toch is het pakket onvermijdelijk, en gaat zelfs nog niet ver genoeg. De sector kan in zijn huidige vorm niet verder bestaan. Hij fraudeert grootschalig met mest, vermoordt de omgeving en blokkeert, via de PAS, ook nieuwe andere economische activiteiten. En de sector kan zijn leden ook nu al vaak geen goed bestaan bieden.
Net zoals Nederland in het verleden afscheid genomen heeft van de kolenmijnen, en er van de scheepsbouw en de textiel alleen nog gespecialiseerde niches over zijn, zo zal het ook gaan met de (nu al zwaar gesubsidieerde) landbouw. De goedkope bulk verdwijnt naar elders of hopelijk helemaal, de gespecialiseerde niches blijven.

Boerendemonstratie bij Provinciehuis dd 23 juni 2017

De vele inspraakreacties van de boeren vertoonden een vast patroon, dat het probleem pijnlijk duidelijk maakt. “Wij hebben een mooi bedrijf opgebouwd met een keuze voor kenmerk A en B, wij zijn nodig voor het voedsel en zo goed bezig met de omgeving, wij willen gaan werken aan een betere inpassing met innovatie die nog bedacht moet worden. Die investeringen moeten we terugverdienen en daarom moeten we groeien.” Je kunt daar een mooi verhaal van maken en dat ging de boeren goed af.
Het probleem is dat het verhaal al decennia wordt afgedraaid, en dat de som van al die individuele groei tot iets geleid heeft dat zo groot is, dat het als een moloch op zijn omgeving drukt en van Nederland de tweede agrarisch exporteur ter wereld gemaakt heeft. Voor zo’n klein land absurd.
En het probleem is dat teveel boeren stilzitten. Ze weten al sinds het Convenant Stikstof dd 2009 dat ze of moeten stoppen of in 2020 aan het Besluit Emissiearme Huisvesting moeten voldoen, en daar is bij velen nog niets aan gedaan. In de hoop dat het overwaaide, maar het CDA zit niet meer in GS.

De sector moet fors inkrimpen en zich op sommige gebieden opnieuw uitvinden. De vraag is niet of, maar wanneer en hoe dat gebeurt.
Ik vind dat daar een sociaal programma bij hoort, zoals dat er was bij de mijnen en zoals dat er had moeten zijn bij de textiel en de scheepsbouw.

Geen koude, maar een warme sanering. Ik was het in deze eens met de insteek van Maarten Everling, de woordvoerder van de SP.
Het is voor de sector jammer dat ze traditioneel haar heil gezocht heeft bij de VVD en het CDA, partijen die niet zoveel met sociale programma’s hebben.

Een kleine 250 boze boeren in de Bois-le-Duc zaal van het Provinciehuis (23 juni 2017)

Besluitvorming komt nog
Op 23 juni ging het om een themabijeenkomst die informerend en oordeelsvormend bedoeld was. Er komt nog zo’n bijeenkomst.

Op 7 juli 2017 komt het pakket in stemming.

Een voedselbos in een stuwmeer

Milieudefensie Eindhoven heeft een excursie georganiseerd naar het gebied Aanschotse Beemden, een mooi stuk Eindhoven waar ik tot mijn schande nog niet eerder geweest was. Tijdens de excursie werd vakkundig commentaar gegeven door de (thans gepensioneerde) stads-
ecoloog Leonhard Schrofer, die nauw betrokken is geweest bij de planvorming.
Er liepen een dozijn mensen mee.

Waar ligt het?
Hieronder de ligging in Noord-Eindhoven. Je kunt er het beste komen door om het Revalidatiecentrum heen te fietsen, de Toledolaan af, tot die weg bij een keerlus ophoudt.

De Groote Beek
Door het gebied loopt de Groote Beek (tevens de oude naam van de psychiatrische inrichting die stroomopwaarts ligt). De waterloop is niet natuurlijk, maar in de 19de eeuw gegraven ten behoeve van de afwatering voor de landbouw. Het is nu best wel een mooi watertje geworden.

Er komt wat kwelwater omhoog in het gebied.
Het is onderdeel van de Ecologische Hoofd Structuur.

De Groote Beek

Voor dit gebied is een ontwikkelproject gestart (inmiddels grotendeels afgerond), waarin een aantal doelen tegelijk gerealiseerd worden: waterbeheersing, natuur, recreatie, en landbouw en cultuurhistorie.

Voedselbos, landbouw en recreatie
De trekker van de excursie was het “Voedselbos”. Dat is een opkomende populaire trend. Een ander park, het Philips-de Jong park is populair bij Nederlandse families met een Turkse achtergrond omdat je er kunt plukken.
Ook in de Aanschotse Beemden zijn voedselbomen aangeplant: zeven tamme kastanjes, acht appelbomen (Sterappels en Brabantse Bellefleur), 3 walnootbomen en twee pruimebomen (Reine Claude Vert). Alleen zijn die nog niet zo groot, dus verwacht er niet meteen wagonladingen oogst van. Verder staan er heel veel hazelaars (waar ook wat aan komt), maar die groeien er vanzelf.

Appelbloesem

Landbouw is een groot woord, maar het plukken wordt zeer zeker aangename recreatie. En als er niks aan de vruchtbomen zit, is het nog steeds een fiets- en wandelgebied dat zeer de moeite waard is.

Ten behoeve van de ‘echte’ landbouw wordt de vroegere rechthoekige kampstructuur weer teruggebracht. Enige landbouw en veeteelt is toegestaan, mits ecologisch.

Er staan heel veel populieren en die zijn er ooit neergezet voor de exploitatie. “Neergezet” is het juiste woord, want de populier is in Brabant niet inheems. Je kunt dat ook een soort landbouw noemen. Die ziet er wel mooi uit. Populieren worden niet oud, dus als je een ander soort bos wilt, hoeft dat geen eeuwigheid te duren. Er zijn inmiddels jonge essen aangeplant.
Als het bos eenmaal gevarieerd genoeg is, is er nog nauwelijks beheer nodig. Goed natuurbeheer kan geld besparen.

Er is met de omwonenden in Blixembosch overlegd hoe men het wilde. Op een paar plaatsen moesten de populieren weg want ze namen de zon weg, op andere moesten ze blijven staan want dat ruiste zo lekker.

Natuur
De beoogde natuurtypes.

De beoogde natuurtypen

Het hooiland wordt periodiek gemaaid en wordt blauwgrasland. De eerste orchideeën beginnen op te komen.

In het gebied liggen acht poeltjes. Daar zitten salamanders in (oa Alpenwatersalamanders) en daarom geen muggen (want de salamanders eten de muggen op) en geen vis (want anders eten de vissen de salamandereitjes op). Om dat laatste moeten de poeltjes af en toe droogvallen.
Dertig van de zestig Eindhovense basisscholen hebben een poel geadopteerd – een unieke situatie. Dat was zo populair, dat men om financiele redenen een tijd lang een wachtlijst heeft moeten hanteren. De kinderen helpen in het voorjaar mee met een inventarisatie en doen in het najaar symbolisch klein onderhoud.

In dit soort stobben hebben twee paar ijsvogels gebroed.
Een mooie sleedoorn

Waterbeheer
Het gebied dient ook om piekafvoeren van de gescheiden riolering van de omringende nieuwbouw af te voeren. Er moet een stuwtje komen in de Groote Beek (van afstand bediend), waardoor het gebied bij heftige regenval eigenlijk een groot, maar ondiep stuwmeer wordt. Er moet 20.000m3 in kunnen. Het binnenstromende water loopt ter zuivering door een helofytenfilter (riet met actieve slibbacteriën). Het riet wordt een meter of vier hoog en in de winter gemaaid en afgevoerd.

Ondanks dat het na een plensbui een kleine binnenzee wordt, kun je er toch wandelen. De paden zijn verhoogd aangelegd en door het riet-
moeras loopt een knuppelbrug. Aan alles is gedacht!

Hoogwaterafvoer

Er zijn ondiepe sleuven gegraven, evenwijdig aan de beek, waardoor na een plensbui extra afvoercapaciteit ontstaat. Eigenlijk dus een vorm van klimaatadaptatie.