De Hurk en Eindhovense bedrijventerreinnota

Mijn goede vriend Marcel Lathouwers heeft op de site van de SP (waarvoor hij in de gemeenteraad zit) een interessante beschouwing gezet over de behandeling van de Eindhovense Bedrijventerreinennota (zie https://eindhoven.sp.nl/nieuws/2016/04/sp-zorgt-voor-een-gezond-leefklimaat-op-en-rond-de-hurk ). De reden van de door hem en mij gedeelde interesse is de toekomst van het Eindhovense bedrijventerrein De Hurk, waarop veel zware en soms gevaarlijke industrie.

Marcel Lathouwers (SP)
Marcel Lathouwers (SP)

Ik heb als lid van (wijlen) de Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer meegewerkt aan een zienswijze op het updaten van het BestemmingsPlan (BP) De Hurk ( Inspraakreactie over het nieuwe BP De Hurk in Eindhoven ). Dat is hoognodig, want het huidige BP dateert nog uit 1988. Het mag helemaal niet zo oud zijn. In onze zienswijze waren wij geen principiële tegenstanders van de zware industrie, maar vonden wij o.a. dat er parkmanagement moest komen, dat dat parkmanagement moest bijdragen aan meer duurzaamheid op het terrein, en uitbreiding van de gangbare veiligheidsaanpak met een meer collectieve component.
Over dit onderwerp heb ik veel met Marcel Lathouwers gesproken.

Het nieuwe BP De Hurk steekt de gemeente al jaren als een graat in de keel. Dat komt o.a. omdat er in de afgelopen decennia te lang ruimtelijke  vrijheid-blijheid heeft geheerst. Dat heeft geleid tot functies die moeilijk te verenigen zijn met een terrein dat eigenlijk vooral opgezet is t.b.v. de zware industrie. Het nieuwe BP is nog steeds niet behandeld.

Ondertussen heeft de gemeente er een kaderstellend stuk aan vooraf laten gaan, de Eindhovense Bedrijventerreinennota, waarin een aantal goede voornemens en veel enerzijds-anderzijds. Ik ga hierover nu geen eindoordeel geven.

Bij de behandeling van deze Bedrijventerreinennota in de Eindhovense Raad (http://eindhoven.notudoc.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/action=view/id=1408588/type=pdf/Bijlage_1__Waardevolle_bedrijventerreinen_-_Bedrijventerreinennota_gemeente_Eindhoven.pdf )hebben SP en PvdA een motie ingediend, waarin een Gezondheids Effect Screening (GES) door de GGD gevraagd wordt om de uitstraling van De Hurk op de omringende woongebieden in kaart te brengen (lucht-, geur-, geluidshinder en externe veiligheid), en om de uitkomst mee te nemen in bij de behandeling van het nieuwe BP De Hurk.
In de toelichting wordt ook de uitstraling van de A2/N2 genoemd. Daaraan had, wat mij betreft, ook nog wel de Rondweg en de NBrabantlaan genoemd mogen worden.
Deze motie is door het College van B&W overgenomen en toen niet meer in stemming gebracht.

Ik ben oprecht benieuwd wat hier uit gaat komen. Er is zeker hinder geweest (oa de stank van de asfaltcentrale en een ver weg liggende geluidscontour), maar die is minder geworden. Bovendien leidt niet alle hinder tot kwantificeerbare gezondheidseffecten. We zullen zien.

Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven
Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven

De gemeenteraad heeft de behandeling van de Bedrijventerreinennota gebruikt om maar vast een voorzetje te geven over de zware industrie op De Hurk (milieucategorie 4 en 5). Die mag blijven bestaan, maar dan in het centrale deel (zoals de bedoeling is in het nieuwe concept-BP). De randen mogen ‘verkleuren’ (tot milieucategorie 3 en lager). Dat betekent een soort uitsterfbeleid voor de hogere categorieën buiten het kerngebied. Ook de WNM-zienswijze wilde van de BEVI-inrichtingen in het randgebied af. Als de theorie praktijk wordt, zijn wij blij.

Ik sta minder negatief t.o.v. de zware industrie dan Marcel Lathouwers en (bijvoorbeeld) Groen Links. Ons WNM-standpunt is niet dat de zware industrie van De Hurk moet verdwijnen, maar dat hij beter uitgevoerd en georganiseerd moet worden.

Zware industrie blijft nodig. En het is nog maar de vraag of een door de Eindhovense gemeenteraad genoemd alternatief als logistiek in praktijk tot minder overlast en gevaar leidt als de zware industrie. Bovendien is Brabant inmiddels vergeven van de logistieke terreinen.

Lathouwers pleit namens de SP ook voor parkmanagement als instrument voor een meer collectieve aanpak van veiligheid, opwekking en opslag van energie, en meer hergebruik van afval. Dat is een uitstekend idee. Waaraan ik nog zou willen toevoegen een gezamenlijk verkeers- en vervoersplan.

VCS Observation over bedrijventerreinen en hun gevaarlijke stoffenmodule, n.a.v. De Hurk

De Hurk
N.a.v. een artikel over de zienswijze van de (voormalige) Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer (WNM) over het Eindhovense industrie-
terrein De Hurk had mevrouw Lewis namens VCS Observation uit Waalwijk om een gesprek verzocht.

Tanks bij Air Liquide
Tanks bij Air Liquide

Industrieterrein De Hurk is een terrein met veel zware industrie, waaronder een BRZO-onderneming en een handvol BEVI-inrichtingen. Het bestemmingsplan (BP) van dat terrein dateert uit 1988 en moet hoognodig geactualiseerd worden. Daarover had de WNM een ziens-
wijze ingediend, waaraan ook ik meegewerkt heb. Zie Inspraakreactie over het BP De Hurk in Eindhoven
De belangrijkste ingrediënten van de zienswijze van de WNM betroffen
a) de noodzaak om de fysieke veiligheid niet alleen op het niveau van de individuele onderneming vast te leggen, maar ook op de schaal van het bedrijventerrein. De directe aanleiding daartoe waren de branden bij Timco in Valkenswaard en bij ChemiePack op industrieterrein Moerdijk, en later bij het Helmondse XyCarb.
b) de noodzaak om De Hurk te verduurzamen. Het actualiserende BP zei daar weinig over.

SP-gemeenteraadslid Marcel Lathouwers en ik hebben op 3 februari 2016 met mevrouw Lewis gepraat.

Het werk van VCS
VCS is vooral bekend vanwege camerabewakingsprojecten, maar daarover ging het hier niet. VCS heeft ook een consultancyfunctie bij bedrijfsterreinen. VCS doet (kort door de bocht gezegd) zaken met de instantie die in praktijk een bedrijventerrein beheert, welke instantie het contact met de afzonderlijke bedrijven verzorgt. Op De Hurk is dat de stichting Ondernemerscontact De Hurk.
De inzet van VCS is bottom-up. Ondernemingen zijn op de eerste plaats gericht op zaken als de openbare ruimte, inbraakbeveiliging enzovoort. Het moet op korte termijn zichtbaar nut hebben, anders blijven de kikkers niet in de kruiwagen zitten (de formulering is van mij, niet van Lewis). Zichtbaar nut is een waarschijnlijke winst binnen een paar jaar, of het vermijden van een reëel verlies, bijvoorbeeld door brand. Grofweg de helft van afgebrande ondernemingen gaat daarna failliet omdat er niets meer over is.
Goede organisatie kan helpen. Op het Sonse industrieterrein Ekkersrijt daalde het aantal inbraken van ruim 100 naar minder dan 10 per jaar.

Een top down-benadering vanuit Eindhovense duurzaamheids-
wensen

Marcel en ik brachten er ook top down-argumenten in, zoals bijvoorbeeld de wens van de gemeente Eindhoven om energieneutraal te worden. Lewis voor VCS meende dat hiervoor geen draagvlak bestond, omdat er geen onmiddellijk duidelijk verdienmodel. Of, omdat de ondernemingen dachten dat dat er niet was.

Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven
Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven

De gevaarlijke stoffen-module
De bottom up- en top down-aanpak ontmoetten elkaar echter nu al op één interessante issue. VCS biedt een module aan, die het mogelijk maakt aan ondernemingen elke dag een upload te maken van de actuele voorraad gevaarlijke stoffen. De brandweer vindt dat heel fijn en ook de buren vinden het fijn dat de brandweer dat weet. Er zijn verschillende keren bedrijven afgebrand ten gevolge van een brand bij de buurman (bijvoorbeeld ChemiePack en Timco). VCS heeft de module vooral ontworpen voor niet-BRZO-bedrijven, maar als ik zie hoe ouderwets de overhandiging van de voorraadgegevens bij wel-BRZO-bedrijven soms nog gaat (bijv. via een kastje bij de poort), dan kan automatisch uploaden ook bij wel-BRZObedrijven geen kwaad.
Die module is een mooi ding. Het heet EASI (Easy Accessable Substance Information).

Nog wat vrije stijl-denken
We hebben nog even zitten doorpraten over twijfelgevallen als een mobiliteitsplan en een expeditiesysteem op schaal van het bedrijventerrein, over een selectiever informatiesysteem voor de omgeving, te bedienen door de Brandweer (‘moet u ramen en deuren sluiten, of moet u heel hard wegrijden’), en over oefenen op het niveau van een deel van het bedrijfsterrein (wat moet B doen als buurman A in de hens staat?).
Eigenlijk was de conclusie dat bedrijfsterreinbeheerders daar VCS nu niet om vragen, maar ook dat eigenlijk niet eens ondenkbaar is dat daar ook voor de bedrijven zelf voordeel kan zitten. Er is veel onwetendheid en niet elke directeur kijkt even ver vooruit.

Zelfs nog even over zonnepanelen gepraat. Het BP De Hurk-Croy telt 212 hectare, waarvan 164ha netto. Als men daar 100ha van zou volzetten met PV-panelen op daken en op de grond, zou dat via collectieve inkoop misschien financieel wel gunstig zijn, en het zou ongeveer 0,5PJ opleveren. Ter vergelijking: de totale in Eindhoven met PV-panelen opgewekte elektrische energie in 2013 bedroeg 0,070PJ.

De Venco campus in Eersel staat bekend om zijn grote aantal PV-panelen op het dak
De Venco campus in Eersel staat bekend om zijn grote aantal PV-panelen op het dak

Misschien kan men een forse oppervlakte aan zonnepanelen op De Hurk, met behulp van SDE+subsidie en bijvoorbeeld een bijdrage van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, toch wel rendabel krijgen. Maar vooralsnog is dat een brug te ver voor de VCS, hoewel het gesprek erover constructief was.
Misschien iets voor de gemeentepolitiek.

Parkmanagement op industrieterreinen – mijn 200ste artikel

Dit is mijn (netto) 200ste artikel op deze site. Ik vind het leuk om bij deze gelegenheid een artikel te plaatsen van iemand anders, namelijk van SP-gemeenteraadslid Marcel Lathouwers. Concrete aanleiding was de (nog steeds niet afgewikkelde) modernisering van het stokoude Bestemmingsplan De Hurk 1988, maar de strekking van het artikel is ook van toepassing op andere zware industrie-terreinen.
Marcel Lathouwers
Marcel Lathouwers
Ik heb hierover zelf al eerder geschreven. Met de toenmalige WNM (Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer) hebben we een zienswijze ingediend over het nieuwe BP De Hurk. Een artikel hierover op deze site kunt u vinden onder --> Inspraakreactie over het nieuwe BP De Hurk in Eindhoven
Hieronder het opiniestuk, gedateerd 6 oktober 2015.
-------------------------------------------------------------------------

‘Rampenbestrijding op industrieterreinen middels Parkmanagement’

Eindhoven kent veel bedrijfslocaties. Een aantal daarvan geeft ruimte aan zware bedrijvigheid, zoals De Kade, De Hurk-Croy en GDC Noord. Zowel De Kade als De Hurk-Croy worden omringd door woonwijken. Een milieuramp, een brand, een catastrofe met menselijke slachtoffers of met grote financiële gevolgen ligt altijd op de loer.

Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven
Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven

Op dit moment worden rampen en incidenten voorkomen doordat veel bedrijven een klein deel van hun personeel laten opleiden als bedrijfs-
hulpverlener (BHV). Daarnaast doet de Veiligheidsregio haar uiterste best om te werken aan het voorkomen van rampen en incidenten. Als er zich toch een brand voordoet, dan zijn het vooral de BHV’ers en de Veiligheidsregio die het gevaar en het aantal slachtoffers zo beperkt mogelijk houden. Maar is dit afdoende?

In het recente verleden hebben zich in Nederland een aantal nood-
situaties voorgedaan. Vorige week maandag nog stond een bedrijfs-
verzamelgebouw op de Hurksestraat in lichterlaaie. Gelukkig stond voornamelijk hout in de fik en zijn er geen gewonden gevallen. Toch is er veel schade ontstaan en werd er gevreesd voor vrijkomende asbestdeeltjes.

In het jaar 2000, brak er brand uit in Dronten en werden 120 mensen ziek van giftige PCB’s. In 2010 brak brand uit bij Timco Plastics in Valkenswaard en werden twee verzorgingshuizen en 46 woningen ontruimd.

In juni 2015 brak er brand uit bij Xycarb Ceramics in Helmond. Xycarb beschikt over een uitgebreide BHV-organisatie, maar toonde het grote gebrek aan hulpverlening buiten de poorten van het bedrijf aan. De chaos op het omliggende industrieterrein bij en kort na de brand is een schoolvoorbeeld van gebrek aan preparatie op het niveau van het
bedrijfsterrein als geheel.

knipsels_xycarb

Zo ook in Moerdijk. In 2012 brak er bij Chemie Pack brand uit, waar 240 brandweerlieden in touw waren, als ook het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum, de locale Veiligheidsregio en verschillende bedrijfsbrandweren. Hierbij vielen op een wonderbaarlijke wijze geen gewonden of doden. Er heeft zich echter wel een flinke milieuramp ontwikkeld. Mensen werden halsoverkop met bootjes over het water geëvacueerd.

De lessen uit onder andere Chemiepack en Xycarb moeten worden toegepast op andere bedrijventerreinen, zoals De Hurk.

Wat leren we van zulke rampen en ernstige incidenten?

Op bedrijventerreinen met zware bedrijvigheid is het noodzakelijk dat de afzonderlijke bedrijven in een collectief, en in samenwerking met de Veiligheidsregio, plannen maken om ernstige incidenten en grote rampen te voorkomen en op te treden als het noodlot toch toeslaat. Het opleiden van BHV’ers is natuurlijk goed, maar lang niet voldoende.

Men moet denkbare scenario’s uitwerken in een draaiboek. Als er zich dan een incident voordoet, weet men precies hoe er gehandeld moet worden, welke informatie er op welke manier moet worden gecommuniceerd en hoe de schade zoveel mogelijk kan worden beperkt. Zo weet men precies welke materialen er staan opgeslagen en kan men inschatten hoeveel personen er mogelijk geëvacueerd moeten worden.

Een vorm van Parkmanagement is dan essentieel. Vele bedrijventerreinen beschikken al geruime tijd over Parkmanagement. Bijvoorbeeld in Moerdijk (pas na de ramp), in Helmond en bij Chemelot in Geleen. De ene in de vorm van een Stichting, de ander in de vorm van een Coöperatie. Waarom kan dat in Eindhoven niet? Het biedt veel meer dan alleen een draaiboek met verschillende rampenscenario’s, het biedt ook de kans aan ondernemers om een gezamenlijke bestrijdingsorganisatie op poten te zetten, eventueel met eigen blusmaterieel.

Wat ondernemers aantrekkelijk zullen vinden is het feit dat men in een – bedrijventerrein breed – Parkmanagement gezamenlijk kan komen tot duurzaamheidsafspraken (o.a. gedeelde energieopwekking, afval-
verwerking en goederentransport in een circulaire economie). Ook kunnen er afspraken gemaakt worden over geluidsruimten, waarbij het ene bedrijf – die geen overlast veroorzaakt – deze ruimte kan verhandelen met de buurman die meer geluid wil produceren.

Zo zijn er vele ideeën die de revue kunnen passeren, maar vooral de veiligheid moet bij een vorm van Parkmanagement voorop staan. Zeker als er duizenden mensen werken en in de directe omgeving wonen.

Ook de Eindhovense Werkgroep voor Natuurbehoud en Milieubeheer (WNM) en Milieudefensie pleiten hiervoor. In de slimste regio van de wereld gaan we voor een beter milieu en een prettigere en veiligere werk- en leefomgeving. Dit najaar buigt ook de gemeenteraad zich hierover. We hopen dan op een krachtige en effectieve aanpak. Pas dan zullen we ook tot de verstandigste regio van de wereld worden benoemd!

Marcel Lathouwers

Namens de Socialistische Partij,

Raadslid gemeente Eindhoven

 

Nut en risico’s van covergisting

Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft een evaluatie laten opstellen over het vergisten van mest onder gebruikmaking van toegevoegd materiaal (covergisting). Dit werkstuk, met de hierboven vermelde titel, heeft ze op 17april 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd (zie –> nut-en-risico-s-van-covergisting_2015_kamerbrief de aanbiedingsbrief). De tekst is opgesteld door topmensen uit Wageningen, in afstemming met een projectgroep met daarin relevante overheidsinstanties. Het rapport is uiterst relevant voor Brabant. Voor het rapport zie http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2015/02/01/nut-en-risico-s-van-covergisting.html

Een samenvatting met toegevoegd commentaar mijnerzijds.
mestvergister-r

Er zijn in Brabant veel te veel dieren….
De veeteelt in het algemeen en de mestproductie in het bijzonder roepen in Brabant emoties op. Deze grote emoties gaan niet altijd gepaard aan een even grote kennis. Voor die kennis komt bovengenoemd rapport goed van pas.

De veeteelt in Brabant is volledig uit zijn krachten gegroeid en dat bedreigt de leefbaarheid van het platteland en de gezondheid van omwonenden. Bovendien is een dergelijke landbouw niet mogelijk op basis van gesloten kringlopen. Ik zie de emoties, die de Brabantse landbouw oproept, als een positieve kracht richting verandering.
Het aantal dieren moet fors omlaag. Ik hou me vooralsnog aan de vuistregel van SP-Tweede Kamerlid Eric Smaling ‘een volledig grondgebonden rundveehouderij en een kwart minder varkens’.

… maar dat heeft niets met mestbewerking te maken
Ik vind de emoties rond de bewerking van mest eerder een negatieve kracht.

De veeteelt in Europa wordt niet door de totale hoeveelheid mest ingeperkt, maar door twee bestanddelen daarvan, nitraat en met name fosfaat. Geen enkele vorm van mestbewerking haalt fosfor uit de mest en stikstof meestal ook niet. Het enige dat mestbewerking doet (welke dan ook) is dezelfde hoeveelheden stikstof en de fosfor chemisch en natuurkundig anders verpakken.
Alleen een maatregel die stikstof en fosfor uit het Brabantse systeem haalt, leidt (vanuit het perspectief van een boer) tot een “oplossing”. Export zou zo’n “oplossing” zijn. In essentie betekent dat dat de one way-transportband van Argentinië en Brazilië naar Brabant een verlengstuk krijgt naar Groningen, Noord-Frankrijk of Duitsland. Ik ben tegen een dergelijke oplossing omdat die de kringlopen niet sluit, maar verlengt. Het maakt echter voor de discussie “wel of niet vergisten” niet uit want ook niet-vergiste mest kan geëxporteerd worden. De export hangt (als aan zekere kwaliteitseisen voldaan wordt) niet af van de chemische of natuurkundige verpakking.
Ik heb overigens geen zicht op de (mogelijke) getallen van de export.

Covergisting kan bijdragen aan duurzame energie
Mestvergisting met hulpstoffen kan wel gunstig werken op twee samenhangende andere problemen, nl broeikasgassen en duurzame energie. Hier geeft het rapport goede informatie.
duurzame energie in 2012

In 2012 werd er uit covergisting-biogas 4,15PJ opgewekt (1PJ=1000TJ). Dat was op een totaal van 97,8PJ aan duurzame energie. Het binnenlands verbruik was in dat jaar 3255PJ, waarvan na aftrek van omzettingsverliezen en in chemicalien opgeslagen energie ca 2820PJ netto overbleef.
Het getal 4,15PJ is op basis van 8 miljoen van de 403 miljoen kg in de stal uitgescheiden mest (kg betekent kg P2O5). Op papier zou de energieproductie uit mest dus ongeveer 50 maal zo hoog kunnen zijn, dus grofweg (op nationale schaal) 200PJ. Dat zal in praktijk bij lange na niet gehaald worden, maar covergisting kan toch wel flink aantikken. Stel voor het gemak 60% van het huidige aantal dieren en stel dat van de mest van die dieren de helft vergist zou worden en stel dat je daarvoor genoeg covergistingsmateriaal had, dan zou dat 60PJ per jaar leveren. Dat is meer dan de jaaropbrengst van de drie geplande windparken op zee.
Hier staat erg vaak ‘stel’. Een belangrijke beperking is de beschikbaarheid van voldoende covergistingsmateriaal. Daar raakt deze discussie verweven met de algemene afval- en biomassa-discussie. Biomassa is tamelijk schaars en al gauw duur. Ook afval kan soms ver-
werkt worden (waarmee een negatieve waarde positief kan worden), maar daaraan zitten haken en ogen.

Let wel: ik pleit er niet voor pleit om dieren te gaan fokken om mest te gaan maken om biogas te maken. Die route is verschrikkelijk inefficiënt – dan kun je beter van het veevoer rechtstreeks biogas maken. Het gaat me om de energie, die in de reeds aanwezige mest zit.

Covergisting kan bijdragen aan het klimaat
Het rapport zegt dat in 2012 covergisting 0,21% in mindering bracht van de Nederlandse CO2 – equivalenten. Dat is op dezelfde 8 miljoen kilo mest van de 403 miljoen gebaseerd. Naast het CO2-gevolg van het
duurzame energie-verhaal brengt mestvergisting zeer veel minder methaan in de atmosfeer en ongeveer evenveel of iets meer lachgas – beide krachtige broeikasgassen.

Een nog onvolwassen techniek en handhaving
Uit het rapport rijst het beeld op van een nog jonge techniek, armlastig, fraudegevoelig, met soms slecht geschoolde bedieners, onvoldoende technische voorschriften (bijvoorbeeld een verplichte af-fakkel) en een tekortschietende handhaving. Maar sommige van de 102 mest-covergisters in Nederland doen het wel goed.
Als de sector zich verder wil ontwikkelen, moet er dus het nodige gebeuren. Het rapport geeft hiertoe een flink aantal conclusies en aanbevelingen.

Goed geëxploiteerde mestvergisters zijn niet vreselijk gevaarlijk. De VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering noemt als gevaar-afstand 30 m (ter vergelijking: voor een klein LPG-station is dat 50 m). Dit in de VNG-editie 2009, toen de vergisters nog niet zo groot waren. Mogelijk is het nu iets meer. Een BEVI-achtige simulatie kwam op 50m.
De Raad van State trekt 500 m als grens van de belanghebbendheid.
Hele grote vergisters vallen vanwege het explosiegevaar onder het BRZO (Besluit Rampen en Zware Ongevallen). Ik heb zelf al eens gesuggereerd om de middelgrote vergisters tot categorie in het BEVI te maken (Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen).
De giftigheid van CO2 en H2S gelden vooral de exploitant en horen eerder onder de ARBO-wet thuis.
De microbiële gevaren van vergiste mest zijn gelijk of kleiner dan die van onbehandelde mest.

Het enige bekende dodelijke arbeidsongeval is dat in 2011 iemand door het rotte dak van een vergister is gezakt. Verder hebben mensen substantiële hinder (maar geen gevaar) ondervonden van storingen bij een slecht geëxploiteerde vergister in Coevorden.
Incidenten met dodelijke afloop, zoals in Makkinga of bij Reiling, vinden plaats met onbewerkte mest of slib. Die is een stuk gevaarlijker dan vergiste mest.

Nauwelijks of geen gevolg voor de bodem
Het rapport zegt dat mestvergisting op de langere termijn niet veel effecten op het organisch stofgehalte van de bodem heeft. De vergister breekt vooral het makkelijke organische materiaal af, maar dat doet de bodem in korte tijd ook met onbewerkte mest. Lignine bijvoorbeeld wordt in de vergister niet afgebroken en in de bodem langzaam.

Ruimtelijke ordening – aspecten
Het rapport besteedt met reden veel aandacht aan de ruimtelijke
ordening – aspecten. Waar zet je een vergister neer en hoe regel je het transport naar en van?
Er bestaat in den lande geen eenduidige mening. Zowel een industrieterrein als een agrarisch perceel kunnen voor- en nadelen met zich meebrengen wat betreft afstanden, transportbewegingen en omgevingshinder. Het rapport suggereert, zonder dat met zoveel woorden te zeggen, een gezond verstand – oplossing. Ik neem die suggestie graag over.

Zie verder Gedachten bij het opstappen van de voorzitter van Mestac

Bosbrand in bos naast Marco Gas – update 09 febr 2016

Sinds 1 januari is de provincie bevoegd gezag voor alle BRZO-bedrijven. Dat lijkt me een vooruitgang. Tot nu was de gemeente Gemert bevoegd gezag.
Voor de lopende juridische procedure maakt het nog geen bezwaar (09 febr 2016)

Zaterdag 4 juli 2015, rond half acht ‘s avonds, stond het bos pal naast Marco Gas in Bakel in de hens. Er waren twee brandhaarden en er tegelijk ook elders in Bakel een bosbrandje, dus waarschijnlijk aangestoken. Het was warm en droog. Het hek van Marco Gas, een grote opslag van gasflessen en een BRZO-bedrijf, ligt pas tegen dit bos aan. Een paar meter achter het hek liggen stapels gasflessen.

Een blik op de achterkant van de opslag
Een blik op de achterkant van de opslag
Marco Gas tegen de bosrand
Marco Gas tegen de bosrand

De gang van zaken toont opnieuw aan dat de locatie van Marco Gas geschift is, zomaar in de wei tussen maatschappelijke voorzieningen.

Deze locatie is inmiddels onherroepelijk. De procedure tegen de milieuvergunning loopt nog bij de Raad van State (voorlopige voorziening voorzien voor 16 juli 2015).

Statenlid Marco van der Wel van de Partij voor de Dieren had al eerder vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over Marco Gas. Verder gingen zijn vragen over de risicocommunicatie door de drie Veiligheidsregio’s in Brabant, waarvoor Marco Gas als een van de casussen wordt gebruikt.
Ik kan mij goed voorstellen dat Van der Wel de vragen stelt, maar GS is niet het bevoegd gezag over Marco Gas. Dat is toch echt de gemeente Gemert-Bakel, Van der Wel kan dat nazoeken in bijlage 1 bij het Besluit Omgevings Recht BOR, onderdeel C, categorie 2. Was het maar waar dat de provincie bevoegd gezag geweest was, dan was deze situatie waarschijnlijk niet goedgekeurd.

Ik kom hier te zijner tijd op terug.

Voor een eerder artikel over Marco Gas zie MarcoGas: een BRZO-bedrijf in een Bakels weiland .

Beter alarmeringssysteem bij ongevallen

De Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer (WNM) en ik hebben (al weer een tijd geleden) een zienswijze ingeleverd op de actualisering van industrieterrein De Hurk in Eindhoven. Daarin stonden een aantal concrete voorstellen. Ik kom daar te zijner tijd op terug. Zie zienswijze De Hurk .

Het voorstel om om het alarmeringssysteem te moderniseren was er daar één van.
luchtalarm
De gedachte is dat het luchtalarm weinig informatief is. Je weet dat er iets aan de hand is, maar niet wat precies. Als er bijv. een gaswolk ontsnapt bij Air Liquide moet je wat anders doen dan wanneer en een brand is in de vulhal. Een meer informatieve communicatie in de onmiddellijke nasleep van een incident kan erg goed werken.
In de tijd dat wij deze zienswijze brachten, was deze denkwijze nog relatief nieuw.

 

Ik vind het leuk dat deze gedachte inmiddels realiteit geworden is.

MarcoGas: een BRZO-bedrijf in een Bakels weiland – update

In een tussenuitspraak heeft de Raad van State in oktober 2016 bepaald dat de gemeente zijn huiswerk niet goed genoeg gedaan heeft, o.a. omdat het groepsrisico niet goed uitgerekend is.
Hierover is een nieuw artikel geschreven. zie eerder artikel

Er is in Bakel veel onrust over de voorgenomen groei van MarcoGas. Dat is een bedrijf dat gasflessen vult en distribueert, meest propaan.
Het bedrijf is nu klein (18 m3 propaan en 3 m3 butaan, goed voor ca 10 ton gas), maar het wil groot worden. Het wil naar 183 ton propaan en wat beetjes andere gassen.

ruimtegebruik_rond_MarcoGas

Het bedrijf ligt op een idiote plek. Het wekt de indruk ooit bij toeval daar gesticht te zijn, in de tijd van de “rijke” Gemertse dorpsverhoudingen. Toen het erop aankwam wilde Gemert de uitbreiding niet op zijn eigen bedrijventerrein Wolfsveld, en had het bedrijf geen geld voor verhuizing naar elders (waarbij overigens niet lang naar “elders” gezocht is).

Als in Eindhoven een autosloper op straat zijn stiel uitleeft, en zich erop beroept dat het industrieterrein te duur is, duurt het niet lang of de dwangsommen stapelen zich op. Kan de man geen passende huisvesting betalen, dan is de onderneming blijkbaar niet levensvatbaar. Exit.

Een bord met maatschappelijke instellingen pal naast de ingang
Een bord met maatschappelijke instellingen pal naast de ingang

Wil je in Gemert een zwaar BRZO-bedrijf vestigen tussen woonwijken en maatschappelijke voorzieningen omdat je geen geld hebt voor een passend bedrijventerrein, dan ben je zielig en dan mag dat van de gemeenteraad van Gemert-Bakel gewoon. Als er een tankwagen met propaan dreigt te ontploffen, moet half Bakel binnen een uur ontruimd worden. Het is volstrekt geschift.

Een blik op de achterkant van de opslag
Een blik op de achterkant van de opslag

Men is nu bezig om binnen de geschifte systeemgrens een niet-geschifte milieuvergunning vast te stellen. Uiteraard loopt de bevolking te hoop.

Lees meer op –>MarcoGas_een BRZObedrijf in een Bakels weiland

Inspraakreactie over het nieuwe BP De Hurk in Eindhoven

Industrieterrein De Hurk in Eindhoven is het grootste terrein voor zware industrie in Eindhoven. Het bevat één BRZO-onderneming Air Liquide en een handvol BEVI-inrichtingen.

De Hurk draait op een bestemmingsplan (BP) uit 1988. Het is dus dd 2014 waanzinnig oud. Er wordt dan ook gesproken over een modernisering, die in beginsel geacht wordt beleidsarm te zijn. Dat klopt niet helemaal, maar wel deels.

Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven
Bedrijventerrein De Hurk Eindhoven

Omdat er een aantal milieugevoelige bestemmingen op het terrein aanwezig is, heb ik met een Eindhovense milieugroep, de Werkgroep voor Natuurbehoud en Milieubeheer (WNM) al in een eerder stadium een Raad van State – procedure gevoerd tegen de nieuwe milieuvergunning van Air Liquide. Dat mislukte. We gebruikten o.a. argumenten die zich richtten op de veiligheid op bedrijfsterreinniveau en op de interpretatie  het groepsrisico, maar de Raad van State nam die niet over.

Tanks bij Air Liquide
Tanks bij Air Liquide

Daarna heb ik met de WNM geprobeerd dezelfde logica los te laten op de modernisering van De Hurk. Daartoe heb ik ingesproken bij de commissiebehandeling. De tekst hiervan verschijnt hieronder in Italic.

Voorzitter,                                                                                                    28 jan 2014

Dank dat ik hier weer eens het woord mag voeren.

Ik neem u allen in gedachten nog even terug naar de brand bij Chemiepack. Niet naar het brandende pand, maar naar de omgeving. Het aangrenzende Wartsila brandde af en de ATM kon alleen nog met inderhaast opgeworpen dijkjes voorkomen dat de brandende vloeistoffen bij de grootste verwerker van chemisch afval in Brabant naar binnen dreven.
En misschien heeft u ook de filmpjes op Youtube gezien hoe mensen wanhopig in hun auto rondreden om een route te vinden om het brandende pand heen, en hoe zelfs een groep werknemers inderhaast met een bootje naar de overkant van het Hollands Diep geëvacueerd moesten worden. Zou het nou niet beter geweest zijn als men die evacuatieproblematiek van tevoren overdacht had? Op complexniveau?
Daarna kreeg het industrieterrein Moerdijk een eigen, in onderling beheerde, brandweer. Dat was hoog tijd.
Veiligheid zou niet alleen maar een kenmerk moeten zijn van afzonderlijke ondernemingen, maar ook een collectief kenmerk van een bedrijventerrein. Op zijn minst als daar categorie 4 en 5 inrichtingen staan. Het is niet voor niets dat het gevaarlijkste bedrijventerrein van Nederland, Chemelot bij Geleen, als één samenhangende rechtspersoon functioneert. En het is modern: ook MSD/Organon en het Life Science Park in Oss zijn als Stichting georganiseerd.

Een mooi voorbeeld van een collectieve aanpak is het systeemNL-Alert. Dat gebruiken ze in Israel tegen raketten en in Japan tegen tsunami’s en op industrieterrein Moerdijk hebben ze het omgebouwd voor branden en gifwolken. Aan dit CBIS-systeem zit een databank vast en een meteo, zodat een snelle analyse mogelijk is. Bij De Hurk gaat alleen het luchtalarm af en dan moet het personeel van het buurbedrijf maar raden of ze juist wel of juist niet naar buiten moeten gaan. High tech – regio zei men toch?

Een ander mooi voorbeeld van een collectieve aanpak, Vz, is de omgang met de geluidsruimte binnen een overvolle zone. Ook dat is iets wat het beste onderling geregeld kan worden.
Daarmee kom ik op een van onze opmerkingen. Ik blijf het vreemd vinden dat de Theresiastraat en een deel van de Zeelsterstraat binnen de 60 dB(A)-grens liggen. De ambtelijke reactie op onze zienswijze is, met permissie, onzin. Als de zonekaart alleen nog historische waarde heeft, schaf hem dan af en zet de goede kaart in het BP. Wij willen toch dat overheidsdocumentatie leesbaar is? Verder handhaaf ik onze stelling dat de 55 dB(A)-grens dicht naar de terreingrens teruggedrongen moet worden.

Tot slot, voorzitter. Wij krijgen het argument dat onze mening niet in het bestemmingsplan thuishoort. Hierover hebben wij nagedacht en het is ten dele waar. Maar als de aanwezigen hier onze mening delen, Vz, dat een meer collectieve benadering van bedrijfsterreinen nastrevenswaardig is, dan hoop ik dat deze discussie bij andere gelegenheden opnieuw opgepakt wordt.

Dank u.                                                                      Bernard Gerard

Bijgevoegd de zienswijze waarop deze mondelinge reactie betrekking had.
–> Zienswijze namens de Vereniging WNM vs2

Hierbij hoort een vervolgverhaal. Op het moment dat ik dit verhaal achteraf dateer (28 jan 2014) was die nog niet bekend, maar later bleek het een slepend proces te worden. Ik kom hier later op terug.

Provinciale SP wil bezinning op onderzoeksrapporten over Chemie-Pack

Ik heb in maart 2012 onderstaand artikel over de brand bij Chemie Pack geschreven voor de SP-afdelingen in Brabant. Daarin worden vragen beschreven, die door woordvoerder Francy van Iersel op 12 maart 2012 gesteld zijn. Tekst van de vragen en het antwoord erop zijn bijgevoegd.

De SP-fractie in PS wil een discussie met Gedeputeerde Staten (GS) over het recent verschenen rapport van de Onderzoeksraad Veiligheid over de brand bij Chemie-Pack op Industrieterrein Moerdijk, en over het rapport “Evenwichtskunst” van de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR). Ook de WRR schrijft over Chemie-Pack. Daartoe heeft Statenlid Francy van Iersel vragen gesteld.

De provincie was hier geen bevoegd gezag. De SP stelt de brand dus niet aan de orde omdat de provincie iets fout gedaan heeft. De provincie is zelfs voor 38 miljoen slachtoffer.
De brand legt echter wel algemene problemen bloot, die ook de provincie kunnen opbreken. Die is namelijk zelf wel bevoegd gezag over 31 andere BRZO-ondernemingen (BRZO betekent Besluit Rampen en Zware Ongevallen, dus de gevaarlijkste categorie bedrijven). Daarnaast staan er in NBrabant 41 gemeentelijke BRZO-bedrijven en één Rijksbedrijf. In en in de omgeving van Eindhoven staan de volgende BRZO-ondernemingen:
Air Liquide                   Eindhoven De Hurk
Edco Eindhoven          Eindhoven Airport
Linde Gas                     Goederen Distributie Centrum Zuid
Van den Anker            Ekkersrijt Son
Diffutherm                  Bergeijk
Bij al deze bedrijven is de gemeente bevoegd gezag.

Vanaf de overkant van het Hollands Diep gezien
Vanaf de overkant van het Hollands Diep gezien

De SP wil met het College van GS over de volgende thema’s.
–           Hoe goed controleert de provincie zijn eigen inrichtingen?
–           Wat vindt de provincie van de landelijke regelgeving, waarin o.a. staat dat onaangekondigde bezoeken als een te zware last voor bedrijven gezien moeten worden?
–           Moet je een bedrijventerrein met zware chemie niet veel meer als een collectief zien waarin het geheel meer is dan de som der delen? Met verplicht parkmanagement, extra eisen via de gronduitgifte en een milieuvergunning voor het terrein als geheel?
–           Welke faciliteiten krijgen de nieuwe Regionale Uitvoerings Diensten (RUD)?
–           Sommige terreinen met gevaarlijke bedrijven hebben een veel te oude bestemmingsplan (BP). Het BP van Industrieterrein Moerdijk bijvoorbeeld dateert uit 1993, dat van De Hurk in Eindhoven uit 1988. Het BP mag maar tien jaar oud zijn. De SP vraagt aan GS om de leeftijd van de Brabantse terreinen met gevaarlijke bedrijven in kaart te brengen.
–           Hoe staat GS tegenover de bijna onwerkbaar ingewikkelde structuren, die zich bezig houden met crisisbestrijding en crisiscommunicatie?
–           De WRR schrijft dat veel bedrijven onderverzekerd zijn. Bij de Enschedese vuurwerkramp dekte de verzekering van het bedrijf maar 0,2% van de schade. Naar verluidt (want de verzekerde som is geheim) is dat bij Chemie-Pack 7%. Als de verzekering tenminste uitbetaalt. De SP vraagt GS om de verzekerdheid van Brabantse gevaarlijke bedrijven in kaart te brengen.

In de bijlage de volledige tekst van de vragen –> Vragen van de SP over Chemiepack_maart2012.
De antwoorden: Antwoord op vragen over Chemie-pack .

Een gesprek met de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen

Naar aanleiding van de reacties op politieke inzet op de onderwerpen Air Liquide en het bestemmingsplan De Hurk, waarbinnen Air Liquide gelegen is, had ik het gevoel dat Air Liquide misschien voldoet aan de wet, maar dat de wet zelf niet voldoet. Ik zocht middelen om de wetgeving zelf aan te kaarten.

Parallel daaraan had het toenmalige Tweede Kamerlid Paulus Jansen, waarvoor ik regelmatig werk deed, een afspraak gemaakt met de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS). In deze adviesraad zaten toonaangevende veiligheidsdeskundigen op het gebied van gevaarlijke bedrijven en processen. De raad is ingesteld na de vuurwerkramp in Enschede.
Die Raad had om het gesprek verzocht omdat hij met opheffing bedreigd werd en omdat de Raad inhoudelijke bezwaren had tegen de uitvoering van het beleid. Het gesprek heeft op 4 februari 2011 plaatsgevonden tussen twee leden van de Raad enerzijds en Paulus Jansen, mij en de chemicus Wim Beekmans van de Eindhovense WNM (Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer) anderzijds.

Er heerste een soort gevoel van geestverwantschap. Ook bleek uit het gesprek onvrede over de decentralisatie, juist op dit gebied, van rijkstaken naar lagere overheden die daar vaak niet op berekend zijn. “De minister had geen zin om naar de Kamer geroepen te worden als er iets dramatisch ploft” aldus een citaat “laat de burgemeester maar naar de gemeenteraad geroepen worden.”
De Adviesraad had er weinig vertrouwen in dat veel gemeentes en regio’s de nodige kennis in huis hebben. (Dit probleem is later mede aanleiding geweest voor de oprichting van de RUD’s (Regionale Uitvoerings Diensten)).

De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen had een negatief standpunt over de berekening van veiligheidscontouren rond gevaarlijke bedrijven en de Quantitative Risk Assessment (QRA) die daaraan ten grondslag ligt.
De Adviesraad geeft, aan de hand van de case study van een ontploffend LPG-station, twee soorten kritiek op de in dit land gebruikelijke vormgeving van QRA-berekeningen.
De eerste is dat veel onzekerheden in dit soort berekeningen met standaardwaardes worden ingevuld, waardoor lokaal maatwerk onmogelijk is. Juridisch is dat comfortabel, want dan gaan deskundigen elkaar voor de rechtbank niet meer met verschillende standpunten te lijf. Natuurwetenschappelijk echter zegt de berekening dan niks meer over hoe gevaarlijk het echt is. Bovendien zijn sommige standaardwaardes fout of verouderd. De berekening is een soort koffieautomaat geworden die door relatief laaggeschoolden kan worden bediend. Zoals SRE-ambtenaar Stortelder van de Milieudienst Regio Eindhoven het bij de RvState uitlegde bij de behandeling van Air Liquide: “je stopt er iets in en er komt iets uit”. De fysieke veiligheid is opgeofferd aan de juridische veiligheid.
Het tweede kritiekpunt is dat QRA-berekeningen in Nederland niet worden gebruikt om het bedrijf veiliger te maken. Met de QRA rekent men uit (voor zover dat de naam verdient) dat als het bedrijf dit en dit doet, de contour zus en zo ligt. Het bedrijf krijgt niet te horen dat als ze het zus en zo anders doen, het veiliger wordt en de contour krimpt.

Wat betreft de opheffing door fusie met drie andere adviesraden: de AGS meende dat hierdoor essentiële kennis van gevaarlijke stoffen en situaties verloren zou gaan. In het fusieproduct zou veel minder gespecialiseerde kennis aanwezig zijn en er zouden netwerken verloren gaan. Veel geld zou het niet besparen, want het meeste werk gebeurde toch al pro deo.
De vrees bleek terecht, want in het uiteindelijke fusieproduct kwam er van de oorspronkelijke 10 leden van de AGS maar één in de nieuwe raad terecht, de huidige Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Paulus heeft beloofd zijn best te doen in de Tweede Kamer. Op 23 juni 2011 vond het debat plaats, maar het mocht niet baten. De bijdrage van Paulus Jansen aan het debat kunt u hier–>  Bijdrage Paulus Jansen opheffing AGS 20110623 vinden. De samenvattende behandeling op zijn weblog vindt u –> http://paulusjansen.sp.nl/weblog/2011/06/26/kappen-dor-hout-mondt-uit-in-kaalslag/