Luchtmetingen in ZO Brabant in 2024

Ter inleiding
Vanaf 2020 is er in  ZO Brabant een meetnet opgericht om kennis op te doen van de luchtkwaliteit in de regio. Het heet  ILM2 (Innovatief Lucht Meetsysteem, versie 2).
Doel is bewustwording, het bieden van handelingsperspectieven en het ontwikkelen van samenwerkingsvormen voor een gezondere regio. De meeste deelnemers hebben ook het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, waardoor ze streven naar minstens 50% gezondheidswinst in 2030 t.o.v. 2016.

Het ILM2 heeft geen juridische kracht, maar alleen bestuurlijke invloed.

Ligging van de ILM2 in 2024

 Na wat aanloopeffecten leidt het meetnet nu tot een jaarlijks rapport. Het laatste heet ‘Jaarrapportage 2024 Regionaal Meetnet ILM2 in ZO Brabant’ (okt 2025) en is te vinden op https://publications.tno.nl/publication/34645069/OcepxZJz/TNO-2024-R12915.pdf . Eindverantwoordelijk is TNO, er is academische medewerking van het RIVM en het IRAS-instituut van de Universiteit van Utrecht.
Bestuurlijk berust het ILM2, behalve bij  genoemde instellingen, bij de gemeente Eindhoven, de provincie NBrabant, de GGD Brabant Zuidoost en bij de oorspronkelijke initiatiefnemer, de maatschappelijke organisatie AiREAS.
Financieel wordt het gedragen door de provincie, de Omgevingsdienst ZO Brabant (ODZOB), de 21 gemeenten binnen de MRE-regio Eindhoven-Helmond (minus Bladel), en de gemeenten Boxtel en Meierijstad (die niet in het MRE-gebied liggen).
De ruwe data zijn te vinden op https://ilm2.site.dustmonitoring.nl/ (dat zijn momentane data) of op https://samenmeten.rivm.nl/dataportaal/ .
Het dagelijks beheer zit bij de ODZOB, die tevens een periodieke Nieuwsbrief uitgeeft over aspecten van het onderwerp. De, gelijktijdig met de Jaarrapportage uitgekomen Nieuwsbrief, gaat bijvoorbeeld ook over een nieuw samenwerkingsproject in de Peel, over een houtstookstudie in Heemskerk, over ammoniakmetingen en over roet (dat nog niet binnen het ILM2 gemeten wordt).
De informatie kan bij de ODZOB opgevraagd worden onder https://odzob.nl/meetnet .

Voor een eerder artikel op deze site, zie https://www.bjmgerard.nl/luchtmeting-door-meetnetten-en-burgergroepen-in-zo-brabant/ .

Kenmerken van het systeem
Alle ILM-meetlocaties meten PM10, PM2.5, PM1 en NO2  (PM10 betekent Particulate Matter met een diameter <10µm)).
Het systeem heeft in 2024 goed gefunctioneerd. 2024 was het eerste jaar waarin men de NO2 – metingen fatsoenlijk onder de knie had.

Eén van de 53 CAIREboxes van het ILM

Het systeem gebruikte 53 meetlocaties, als volgt verdeeld:

  • 26 meetlocaties in stedelijk gebied, waarvan 4 in Helmond en 22 in Eindhoven (aldaar verdeeld over diverse typen locaties)
  • 3 bij het vliegveld. Behalve bovengenoemde vier categorieën meten deze drie sensoren ook Ultra Fine Particles (UFP). UFP is in feite PM0.1, met als verschil dat de deeltjes geteld worden per cm3, , terwijl de grotere deeltjes gewogen worden
  • 20 in het buitengebied , waarvan 16 in het kader van het ILM gefinancieerd en 4 los daarvan door de gemeenten Best, Oirschot en Reusel
  • 4 tijdelijke (1 in Nuenen en 3 in Eersel om houtrook te meten)

Individuele sensoren zijn niet vreselijk nauwkeurig: foutmarge in een losse meting van één sensor orde van grootte van 20%. Het signaal wordt sterker bij meer metingen van meer sensoren.

Er kunnen onder andere foutschattingen gemaakt worden omdat er in de regio al veel langer een beperkter meetsysteem bestaan, namelijk het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. Dat heeft vier stations in de regio, nl de verkeersbelaste locaties Genovevalaan en Noordbrabantlaan in Eindhoven, de stadsachtergrond in de Veldhovense Europalaan, en het buitengebied in de Vredepeel (Ten noordoosten van Deurne, net in Limburg).

De twee systemen gebruiken verschillende meettechnieken, maar corresponderen onder elkaar redelijk.

Trends
Tussen de oogharen doorkijkend, en zonder toe te spitsen op afzonderlijke issues, kan men een paar zaken waarnemen.

  • Het systeem draait nog maar een paar jaar, dus statistiek is sowieso moeilijk. De luchtvervuiling lijkt een beetje af te nemen, maar dat kan ook liggen aan de neerslag. 2022 was een erg droog jaar en 2023 en 2024 waren erg natte jaren en neerslag maakt de lucht schoner.
  • De achtergrond wordt gedefinieerd als de meetwaarde waaronder nog maar 10% van het aantal metingen ligt.
    Voor PM10 en PM2.5 kan men er beste de vervuiling zien als soort deken die over een groot gebied ligt, aan welke deken de regionale  bronnen betrekkelijk weinig toevoegen (bij PM10 en PM2.5 bestaat grofweg tweederde van de jaar- en plaatsgemiddeld gemeten concentratie (voor PM10 is dat 15,7µg/m3 en voor PM2.5 is dat 9,9µg/m3 ) uit achtergrond, en een derde uit regionale toevoeging.
    Bij NO2  is ongeveer 60% van de jaar- en plaatsgemiddeld gemeten concentraties regionale of lokale toevoeging. Dat komt omdat NOgekoppeld is aan verbrandingsmotoren, en daarmee aan het verkeer.
  • Luchtvervuiling in de regio treedt  vooral in de winter op. Er wordt dan meer gestookt (waaronder hout), en de grenslaaghoogte (waaronder de atmosfeer mengt)zakt omlaag.

Een jaargemiddeld weekverloop in de zomer en de winter

Houtstook
De effecten van houtstook komen aan de orde in het kader van de regionale verhoging van de PM2.5 – concentraties (dat stond al in de rapportage over 2023). Voorlichting en het gebruik van de Stookwijzer kunnen, aldus het rapport, de eerste stappen zijn voor gemeenten om actie op te ondernemen. In het Omgevingsplan kan houtstook verder in beeld worden gebracht om een meer (gebieds-)gerichte aanpak vorm te geven. En er kunnen alternatieve verwarmingswijzen aangeboden worden.

De gemeente Eersel heeft eind 2024 drie tijdelijke meetstations neergezet om de effecten van houtstook te meten. De uitkomsten hiervan komen in de rapportage over 2025 aan de orde.

Over het eigen luchtmeetnet van de gemeente Eersel, zie https://www.eersel.nl/meetnet-luchtkwaliteit-en-geluid-eersel .

WHO-richtlijnen en de komende EU-norm voor de luchtkwaliteit
De WHO heeft in 2005 richtlijnen gepubliceerd voor maximale atmosferische concentraties van PM10; PM2.5; en NO2 .  Een richtlijn is een aanbeveling.
De EU, en daarna de nationale overheden, kunnen juridisch bindende normen vaststellen. Met de nu geldende EU-normen worden de WHO-richtlijnen uit 2005 gedeeltelijk uitgevoerd.
In 2021 heeft de WHO nieuwe richtlijnen uitgebracht. Die zijn een stuk scherper (zie o.a. https://schoneluchtakkoord.nl/nieuwe-who-advieswaarden-luchtkwaliteit_SLA ).
In reactie daarop heeft de EU nieuwe, en eveneens scherpere normen, vastgesteld die vanaf 2030 moeten gaan gelden.

In de Jaarrapportage 2024 wordt de verwachting uitgesproken dat de PM10-concentraties nagenoeg altijd aan de EU-regels zullen voldoen.
Zelfs in het natte jaar 2024 spande het er al om voor PM2.5, zowel jaar- als daggemiddeld.
Wat betreft NO2 kan er in 2030 een probleem optreden langs drukke wegen in een droog jaar.
PM2.5 en NOzijn aandachtspunten die om maatregelen vragen.

Het buitengebied en de PM10-metingen
De meetstations in het buitengebied leiden niet tot een echt informatief verhaal.
Meetstation I33 (langs de A50 bij Son) springt er uit met één hoge, onverklaarde piek (mogelijk een boer die ploegt bij droog  en stoffig weer of zoiets). I42 en I45 springen er dit jaar uit en vorig jaar niet, en voor de stations I43 en I44 geldt het omgekeerde.
Zowel de veeteelt, als boerenwerk op het land, als onverharde paden als droog of nat weer kunnen een rol spelen. Dit vraagt om nader onderzoek.

Stedelijk gebied: vooral verkeer en NO2
Afgezien van een idioot hoge fijnstof-piek op 06 mei 2024 door vuurwerk ter gelegenheid van het kampioenschap van PSV (bij weinig wind), valt er niet veel interessants te vermelden over fijn stof. De concentraties daarvan volgen ongeveer de achtergrond die als een deken over de regio heen ligt.

Alleen NO2 vertoont duidelijke lokale effecten vanwege het autoverkeer.

Bedacht moet worden dat NO2 niet onschuldig is – er is niet voor niets een norm voor.
Zie https://www.bjmgerard.nl/reusachtig-nederlands-onderzoek-naar-luchtvervuiling-en-sterfte/ : 10µg/m3  NO2 meer leidt tot 3% meer algemene sterfte.

De Jaarrapportage 2024 toont daarvan enkele illustratieve voorbeelden, waarvan ik er twee geef.

In Helmond worden op dezelfde locatie auto’s geteld, en wordt NO2 gemeten (meetstation I52 langs de Kasteeltraverse).  Gemiddeld over januari 2024  geeft dat bovenstaand weekverloop.
Bij de door het autoverkeer veroorzaakte wisselingen in de NO2 – concentratie is de wisselende achtergrondconcentratie opgeteld, veroorzaakt omdat er in die maand midden in de week een paar keer een zwakke oostenwind stond (dat jaagt de achtergrond omhoog).
Jaargemiddeld zat dit punt (in het natte jaar 2024) voor NO2  op 19,7µg/m3 , dus een aandachtslocatie vanwege de EU-grenswaarde in 2030 van 20µg/m3 .

Hierboven een vergelijking van het jaargemiddelde weekverloop op basis van metingen op de zeer drukke Eindhovense Ring,  en op basis van metingen binnen de Ring (in Eindhoven is dat de Zero Emission-Zone).
Men ziet dat de milieuzoe het, in vergelijking met de Ring, ongeveer hetzelfde doe bij PM10, een beetje beter bij PM2.5 , en duidelijk zichtbaar beter bij NO2 . Dat is wat men ongeveer zou verwachten.
Jaargemiddeld zitten de twee meetpunten op de Ring (Botenlaan en Beukenlaan) rond de 147µg/m3 ,, dus binnen de nieuwe EU-grenswaarde in 2030.

Twee meetstations volgen een industriële inrichting.
Meetstation I19 staat aan de Kanaaldijk nabij DAF Trucks, en dat station ziet niets bijzonders (gewoon het stedelijk gemiddelde).
Meetstation I28 staat op het dak van het Klokgebouw langs de Beukenlaan (Ring) en ziet de emissies van de ongeveer even hoge pijp van de biomassacentrale van Ennatuurlijk , die er pal tegenover staat aan de andere kant van de straat. In deze condities ziet men een verschil met de gemiddelde waardes voor de regio als geheel. Als de pluim uit de pijp, verder weg waait, worden deze concentraties verdund.
Meetstation I28 staat ook aan de Beukenlaan, maar dan op de grond, en ziet iets gemiddelde hogere PM-concentraties dan die van de regio als geheel.

Het luchthavengebied en Ultrafijn stof (UFP)
Er is op deze site al vaker aandacht besteed aan het vliegveld (en omgeving), en aan de luchtvervuiling  in het algemeen en daarbinnen aan het de UltraFine Particles (UFP) in het bijzonder. Zie (onder andere) https://www.bjmgerard.nl/luchtmetingen-op-en-rond-eindhoven-airport-in-2022/ .

Het vliegveld is van 07-23 uur open is (met wat ongeplande uitloop), en daarbuiten dicht.

Het vliegveld ligt niet in een niemandsland. Er is zeer druk verkeer op het nabije (oostelijk gelegen) A2/N2 systeem, en flink wat verkeer van en naar en nabij de ingang.

Er liggen bij het vliegveld drie meetstations, I02 op de kop van de startbaan aan de ZW-kant, I14 idem aan de NO-kant, en I25 naast de baan, nabij de ingang en nabij het platform. De drie meetpunten staan hierboven aangegeven. Ze meten wat andere meetstations ook meten, en meten bovendien UFP (weergegeven in aantallen per cm3 ).
Van die meetpunten ligt I02 (zuidwestkant) het verst van alle verstoring door  andere bronnen af. Dit punt weerspiegelt het getrouwste het vliegveld – sec.

Een en ander wordt weerspiegeld in de windrozen per punt. I02 reageert vooral op de startbaan en geeft overdag de grootste concentraties als de wind over de startbaan uit het noordoosten komt. I25 reageert overdag vooral op het platform. ’s Nachts reageren de meetstations op andere bronnen in de omgeving, met name op de A2/N2.

Als men de drie meetstations apart jaargemiddeld meet (dus ook gemiddeld over dag en nacht), geeft dat onderstaand overzicht

Als men de drie meetstations op een hoop gooit en een jaargemiddeld weekverloop uit brouwt voor UFP en NO2 dan geeft dat onderstaande grafiek. (Men kon die pas over 2024 maken, omdat voor die tijd het NO2 -systeem niet goed werkte.)

Mijn analyse is als volgt:

  • Het vliegveld voegt nauwelijks PM1, PM2.5 en PM 10 aan de omgeving toe.
  • Het vliegveld zorgt wel voor een goed meetbare hoeveelheid UFP
  • Het autoverkeer produceert NO2 en daarnaast ook UFP, dat ter plekke van vooral I14 en I25 gemeten wordt. Daarom daalt en stijgt de concentratie UFP op deze stations in de maat met de NO2-concentratie.
    Omdat er in het weekend minder gereden wordt, maar niet minder gevlogen, zit het verband er in het weekend anders uit dan door de week.
  • Er komt beduidend meer UFP op de drie sensoren van het vliegen dan van de snelweg

TNO stelt in zijn aanbevelingen voor om hieraan verder onderzoek te doen.
Enerzijds kan men beter in beeld proberen te krijgen wat de UFP-invloed van de snelweg versus die van de vliegtuigen is. Dat kan door naar de chemische samenstelling van het UFP te kijken en naar de deeltjesgrootte (hoewel de deeltjesgrootte van zowel auto’s als vliegtuigen een brede en overlappende band bestrijkt, is vliegtuig-UFP gemiddeld kleiner dan auto-UFP).
Anderzijds zou onderzocht moeten worden wat de blootstelling in de woongebieden rond het vliegveld is – daarover is nu niets bekend. Ik zou daar overigens zelf aan willen toevoegen de blootstelling onder belangrijke uitvliegroutes (zie voor een meting in Riethoven in 2016 https://www.bjmgerard.nl/bergeijk-deed-meting-geluid-en-ultrafijn-stof-eindhoven-airport/ ).
Die laatste meting vond overigens plaats toen de startbaan onderhouden werd en daarna weer open ging – het verschil was daar te zien.
In 2027 wordt de baan geheel gerenoveerd. Welllicht kan dat gebruikt worden als een extra kans op goede metingen.

Wat ik er van vind
De Jaarrapportage is vooral een meetrapport. Het is dus een beschrijvend document dat resulteert in beleidsaanbevelingen. Over het algemeen steun ik die wel, hoewel ik ze niet allemaal onderling even belangrijk  vind.
Er zit niet een soort politiek waardeoordeel in. Ik wil er wel een paar persoonlijke opvattingen geven. Sommige daarvan pleiten voor  landelijk of EU-beleid, andere  voor  lokaal of regionaal beleid (of beide).

  • Er moet een tandje bij om de aangescherpte Europese normen te halen, die in 2030 ingaan. Dat gaat niet vanzelf. En dan is men nog niet op het niveau van de WHO-richtlijn
  • Ik mis een norm voor UFP en roet
  • Kleinschalige houtstook in stedelijk gebied moet zo ver mogelijk worden teruggedrongen  en, voor zover dat niet lukt, moet het aan afdwingbare voorschriften worden verbonden. Het aanbieden van praktische en betaalbare alternatieven is daarbij onmisbaar
  • Elektrisch rijden produceert geen NO2 en iets minder fijn stof (dit naast de klimaatvoordelen). Het beleid ten gunste van elektrisch rijden valt nog wel wat te intensiveren.
    Ook goed is sowieso minder auto’s en meer elektrisch OV.
  • Eerstens is er meer onderzoek nodig rond Eindhoven Airport, met name naar de verspreiding over de regio, niet alleen bij het vliegveld zelf maar ook onder de uitvliegroutes.
    Wat ik verder mis is bronbeleid, zoals minder vliegen en met schonere, synthetische kerosine vliegen.

Klimaatdemonstratie op 26 okt 2025 trekt dik 45000 bezoekers

De bedoeling
Het was de bedoeling om kort voor de Tweede Kamerverkiezingen 2026 met een grote demonstratie aandacht te vragen voor het klimaat. Dat onderwerp heeft in de publieke opinie te lijden van het vele andere leed, en van de algemene verrechtsing van de politiek.

Zowel het middel (een grote demonstratie) als het doel (serieuze publiciteit) zijn bereikt.
Volgens de mede-organisator Milieudefensie waren er ruim 45000 mensen.
Het NOS-journaal besteedde er ruim aandacht aan, de geschreven pers zal wel volgen, en ik was te spreken over Nieuwsuur dat Milieudefensiedirecteur Donald Pols aan het woord liet ( Nieuwsuur 26 okt 2025 ) . Pols zei dat Europese bedrijven moesten concurreren op duurzaamheid, en niet goedkoper moesten proberen te zijn als China of vuiler als de VS.
EU-econoom,Sander Tordoir zei hierover ook nog verstandige dingen.

Ik laat het verder bij wat foto’s.

Foto van de KCC-site

Eindhoven e.o.
Ik was beheerder van de samenreis-app van Milieudefensie voor Eindhoven e.o., en ik was distributiepunt van promotiemateriaal voor deze regio. Ik raakte het materiaal op tijd kwijt 990 posters, 500 flyers en ca 140 stickers).
Aan mij de taak om iets collectiefs te verzinnen voor de heenreis. Er waren duidelijk te weinig mensen voor een bus, en de groepsticket van de NS werkt onhandig.  Vandaar het idee om een groepsfoto van de gezamenlijke afreizers te maken op de trap naar perron 5.
Zie hieronder.

Breed beroep ingesteld tegen nieuwe lozingsvergunning Nyrstar Pelt

Er is in deze kolommen al uitvoerig aandacht besteed aan de nieuwe, tijdelijke  lozingsvergunning van de zinkfabriek in het Belgische Pelt. Die perkt enerzijds de hoeveelheden chloride, sulfaat, selenium en thallium in t.o.v. wat eerder mocht, maar doet dat anderzijds niet zo drastisch dat aan de Kader Richtlijn Water (KRW) voldaan zal worden. Daarbij speelt een rol dat de concentraties, die de nationale overheden van de KRW mogen vaststellen, in België als regel soepeler worden vastgesteld   dan in Nederland.
Dat is relevant, omdat de Dommel vanaf Nyrstar Pelt nog maar een klein stukje door België stroomt en dan de Nederlandse grens oversteekt.

Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven e.o. een zienswijze ingediend, die enerzijds benoemt dat Nyrstar Pelt een nuttige recyclefunctie van zink heeft en verplicht is zijn eigen bodem te saneren, en anderzijds dat de zuiveringstechniek niet ver genoeg gaat en te veel het begrip Best Beschikbare Techniek uitlegt als Best Betaalbare Techniek. Dat terwijl moederbedrijf Trafigura steenrijk is.

Wie het na wil lezen, zie https://www.bjmgerard.nl/nyrstar-pelt-gestage-maar-te-trage-vooruitgang/ , en van daaruit verder terug.

Voor de Eindhovense Milieudefensie-afdeling houdt het nu even op, omdat een lokale afdeling bij Milieudefensie geen rechtspersoon is en dus niet kan gaan procederen.

Andere organisaties, die zelfstandige verenigingen zijn of overheidsinstanties, of die een juridische tak hebben, zijn wel gaan procederen of gaan dat nog doen. Het betreft

  • Waterschap De Dommel
  • De gemeenten Valkenswaard, Waalre, Veldhoven en Eindhoven
  • De Belgische milieuverenigingen Limburgse Milieukoepel, Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt Pelt en Dryade
  • De (Nederlandse) vereniging Natuurmonumenten (zegt het Eindhovens Dagblad)
  • Extinction Rebellion (XR) (zegt het Eindhovens Dagblad)

Nyrstar Pelt ligt ongeveer bij nummer 33

Ik heb hieronder een persbericht van Waterschap De Dommel afgedrukt, dat als representatief voor de rest gezien kan worden. Het persbericht van de gezamenlijke Belgische verenigingen, de raadsinformatiebrief van de gemeente Eindhoven, en een bestandje met links naar de raadsinformatiebrieven van alle Dommelgemeenten zijn als bijlage toegevoegd.
Natuurmonumenten en XR maken op hun sites geen melding van dit onderwerp. Vraag is of zij inderdaad zijn gaan procederen.

–          –           –           –           –           –           –           –           –           –           –

Persbericht                                 02-10-2025

Waterschap tekent beroep aan tegen Belgische lozingsvergunning Nyrstar

De Dommel bij De Hogt

https://www.dommel.nl/waterschap-tekent-beroep-aan-tegen-belgische-lozingsvergunning-nyrstar

Nyrstar is een van de grootste metaalverwerkers ter wereld. Het bedrijf heeft een vestiging in Budel en net over de Belgische grens in Pelt. Voor de locatie in Pelt is de Belgische overheid verantwoordelijk voor de vergunningen. De beek waarop Nyrstar loost, stroomt maar 1,5 kilometer door België. Daarna komt het water in de Dommel terecht. Het effect wordt dus vooral in Nederland gevoeld.

In 2029 komt er een nieuwe vergunning voor alle stoffen die Nyrstar loost. Maar nu al lopen enkele deelvergunningen af. Nyrstar heeft ervoor gekozen om voor vier stoffen een nieuwe vergunning aan te vragen tot en met 2027. Ze willen in twee stappen minder gaan lozen, tot 2029. Het gaat om de stoffen Seleen, Sulfaat, Chloride en Thallium. Nyrstar heeft hiervoor een aanvraag ingediend bij de Belgische provincie Limburg. De hoeveelheden die ze mogen lozen zijn lager dan vroeger, maar nog steeds groot. Volgens de nieuwe vergunning mag Nyrstar dagelijks 10.000 kilo Chloride en 5.300 kilo Sulfaat lozen. Per liter water mag er 40 microgram Seleen en 1,5 microgram Thallium in zitten.

Verbeterde stap niet groot genoeg

Wij als waterschap hebben een negatief advies gegeven over deze vergunning. We zien wel een kleine verbetering ten opzichte van de oude situatie, maar vinden de stap niet groot genoeg. Hierdoor halen we onze KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in 2027 waarschijnlijk niet.

We konden niet zelf adviseren op de vergunning, maar de provincie Noord-Brabant mocht dat wel. Zij hebben ons advies overgenomen. Toch heeft de Vlaamse provincie Limburg ons negatieve advies naast zich neergelegd en de vergunning alsnog verleend. Daar zijn wij als waterschap niet blij mee. Daarom tekenen we administratief beroep aan. Zo krijgen we de kans om onze bezwaren aan de Vlaamse minister te laten weten. We vinden dat er onvoldoende naar onze zorgen is gekeken.

Een zo schoon mogelijke Dommel  

Dit is een stevige stap van ons waterschap richting onze zuiderburen. We maken als Nederlandse overheid bezwaar tegen een besluit van de Belgische overheid. We willen een zo schoon mogelijke Dommel. Daarom vinden we het belangrijk dat de Belgische vergunningen geen belemmering vormen voor het behalen van onze waterkwaliteitsdoelen. Dat is nu wel het geval. Bovendien zijn de Belgische KRW-normen soepeler dan de Nederlandse.

Samenwerking met provincie en gemeenten

We werken in dit dossier nauw samen met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten langs de Dommel. We zitten ook met Nyrstar en de provincie Limburg aan tafel, omdat we allemaal een betere waterkwaliteit willen. Iedereen reageert vanuit zijn eigen rol op de vergunning:

  • De provincie kiest voor een diplomatieke aanpak
  • De Dommelgemeenten gaan in beroep
  • Wij kiezen voor een administratief beroep

Blijvende inzet op goede contacten

Ondertussen blijven we inzetten op goede contacten met Nyrstar en de Belgische overheid. Zo zaten Erik de Ridder en gedeputeerde Saskia Boelema vorige week bij de directie van Nyrstar aan tafel om elkaar bij te praten over de situatie

We hebben een Belgische advocaat ingeschakeld en het beroep wordt deze week ingediend. We verwachten in november meer te kunnen vertellen over het vervolg.

Het persbericht van de vier Belgische milieuverenigingen:


De raadsinformatiebrief van de gemeente Eindhoven

Een setje links naar de raadsinformatiebrieven van de vier Dommelgemeenten. Die zijn onderling nagenoeg identiek.

Ik als cocreërend kunstenaar …

Dit vanwege de 51.000ste passant op mijn site (bruto). Dan altijd iets wat de normale kosmische orde der dingen ter discussie stelt, zoals nu ik als “cocreërend kunstenaar”.

Deze ongewone escapade zit als volgt in elkaar.

Op 28 maart 2025 heeft Milieudefensie demonstratief een dagvaarding bij ING neergelegd vanwege het financieren van klimaatschade. Ter deze gelegenheid was een fraaie constructie opgetuigd, waarmee men processiegewijze door de Bijlmer naar het hoofdkantoor van ING trok. Daar aangekomen bleef de bedrijfsleiding onzichtbaar. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/  . Hieronder een plaatje.

–          –           –           –           –           –           –

‘Foundation we are’ is een ontwerpbureau met atelier- en expositieruimtes op het Eindhovense StrijpS, een voormalig bedrijfsterrein van Philips ( https://www.foundationweare.org/ ). De organisatie heeft zich toegelegd op ‘Civic Society’, informatiecultuur, bestuurssystemen, rechtvaardigheid in het  Anthropoceen (wat zoiets als ‘deze moderne tijd’ betekent), en de ethiek van de  Technologie. Dit alles in typisch designer-engels.

Nu nadert de Dutch Design Week (DDW) 2025 . Dat is altijd een drukke periode en met projecten over heel Eindhoven, waartussen van alles te vinden is op allerlei gebied,  van klein tot groot, van gratis tot betaald, van bescheiden tot pompeus,  en van humbug tot uiterst interessant.
Voor een bescheiden en zinvol project van 2024, zie https://www.bjmgerard.nl/maasklei-keramiek-dijkverzwaring-en-ruimte-voor-de-maas/ .

‘Foundation we are’ wil zijn bijdrage leveren, geheten ‘Designing Democracy’,  en een van de projecten in dat kader kwam voor rekening van kunstenares Pauline Wiersema ( https://pinopotato.com/ ). Pauline had ook meegebouwd aan de Amsterdamse dozenconstructie, dus die wist hoe het moest ( https://www.instagram.com/pinopotato/p/DH3jK2Lty8V/ ).
Pauline vond de Milieudefensie-aanpak bij ING een mooi voorbeeld van design-democratie en had als project om de dozenconstructie als kunstwerk in het atelier na te bouwen en dat gedurende de DDW (en een tijd daarna) tentoon te stellen.
Men kan het bewonderen op het (binnen)adres Torenallee 22-04 in Eindhoven.

Dat vroeg om heel  veel dozen die gevouwen moesten worden, om heel veel dubbelzijdig tape om ze zonder calamiteitenrisico te stapelen, om heel veel spanband (opvallende gifgroene kleur) en om behoorlijk wat ruimte. En dat vraagt ook om heel veel werk en of Milieudefensie kon helpen.

Ja. Er waren twee mensen van het landelijke bureau van Milieudefensie, en van de Eindhovense afdeling waren er Wen, Dorry, Marieke en ikzelf.
Hieronder wat tussentijdse foto’s van maandag, toen het kunstwerk nog  niet af was. Het is woensdag afgemaakt en ik zal het eindresultaat op deze locatie laten zien.

UIteindelijk het eindresultaat:

–          –           –           –           –           –           – 

In het atelier naast dat van de dozenconstructie werd, ook voor de DDW, aan levensechte bommen gewerkt, vakkundig nagemaakt maar dan in textiel.
Hoewel niet ons thema als Milieudefensie, toch twee foto’s

PFOS in Eindhovense Landsardplas toch van vliegveld afkomstig?

Eerder (met wat extra uitbreiding)
De Landsardplas is een oude zandafgraving ten westen van het Eindhovense vliegveld. Tussen de plas en het vliegveld loopt het beekje Ekkersrijt, met enkele toevoerende sloten.
Het vliegveld watert via een ondergrondse pijp bij veel wateraanbod af op de Landsardplas, en die plas raakt het water weer kwijt via een duiker naar de Ekkersrijt (die duiker is dus een van de toevoerende stroompjes).
Het grotere gebied waarvan de plas deel uitmaakt, de Landsard, is in gebruik als herriesportterrein. Er ligt een kartbaan en een motorcrosscircuit, en op het water varen waterscooters en power(model)boten. De bijbehorende inrichtingen hebben een milieuvergunning.

Omdat watersystemen rond vliegvelden in den lande vaak opvallend hoge PFAS-concentraties hebben, heeft Waterschap de Dommel aan bureau Aquon gevraagd metingen te doen in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas. Dat is gebeurd op 10 juli 2024 en leverde, in globale termen, op dat de PFAS-soort

  •  GenX irrelevant laag was,
  • PFOA in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas  rond de 5 a 18ng/liter zat, zonder dat er een ruimtelijk patroon te zien was. Dit is onder de norm.
  • PFOS in het Ekkersrijtsysteem, stroomafwaarts gaande  van voor tot na het vliegveld, opliep van grofweg 4 naar 25ng/liter (wat ver boven de norm van 0,65ng/liter is) , en dat de Landsardplas op een verbazingwekkende concentratie van 177ng/liter uitkwam.

Ik vond het een onlogische verdeling van concentraties.
Zie https://www.bjmgerard.nl/pfas-gevonden-in-recreatieplas-de-landsard/ .

Daarna werd de zaak op scherp gezet door berichten dat Defensie, bij wijze van brandblusoefening, op 22 en 24 juli 2025 met Chinookhelikopters grote zakken water (‘bambibuckets’) vulde uit de Landsardplas en dat dit met PFOS vergiftigde water werd uitgestort over de nabijgelegen Oirschotse Heide, een militaire oefenterrein. (Uit later ingeziene rapporten bleek overigens, dat deze brandblusoefening niet eenmalig was, maar periodiek plaatsvond of nog vindt).  

Teksten van en naar B&W van Eindhoven
Ik heb op 08 augustus 2025  namens Milieudefensie Eindhoven e.o. een brief aan B&W van Eindhoven geschreven (eigenaar en bevoegd milieugezag van de Landsard). In die brief werd de mogelijkheid besproken dat de hoge concentraties in de Landsardplas (mede) veroorzaakt werden door de exploitatie van het gebied.
Het artikel bij de brief is te vinden  op https://www.bjmgerard.nl/strengere-vergunning-nodig-tegen-pfos-in-de-landsardplas/ .
Omdat Milieudefensie brandblusoefeningen zinvol vindt, moet het PFOS-gehalte drastisch omlaag en uitgaande van de aanname dat de activiteiten op de plas zelf een belangrijke (mede)oorzaak zijn van de vervuiling, vraagt dat om een flink aangescherpt milieubeleid richting de herriesporten. Immers, in auto’s (en ongetwijfeld ook in karts en waterscooters) zit in sommige smeermiddelen PFAS verwerkt dat in beginsel buiten de auto terecht kan komen ( A pilot study of per- and polyfluoroalkyl substances in automotive lubricant oils from the US ). Coatings en verven van bootrompen kunnen PFAS bevatten ( www.european-coatings.com/…pfas-in-the-coatings-industry-risks-applications-and-regulatory-challenges ) .

(PFSAs is een verzamelnaam voor een groep waarin PFOS valt.
PFCAs is een verzamelnaam voor de groep  waarin PFOA valt – dat is PFCA met C8.
TOP is een oxidatiebehandeling van de smeerolie die versneld doet wat anders bij normaal gebruik  langzaam plaatsvindt. De PFAS-concentraties schieten na oxidatie omhoog).

Na een klein, herinnerend zetje beantwoordden B&W onze brief op 10 sept (hierboven). De stelling was dat de concentraties niet aan de exploitant lagen, maar grotendeels toch bij het vliegveld. De argumentatie was dat  vooral PFOS zich in zijn ruimtelijke verdeling onderscheidde (er zit wel PFOA in de plas, maar niet meer dan elders), dat PFOS (tot 2011 bg) in het blusschuim zat, dat de bodem van het vliegveld er inderdaad mee vervuild was, en dat er een pijp naar de Landsardplas liep (onder de Ekkersrijt door), en dat er een bureauonderzoek geweest was naar alternatieve bronnen van PFOS in het gebied.

(Presentatie Rijksvastgoedbedrijf LEO 06 maart 2025)

Het antwoord  van B&W is ongetwijfeld bona fide en  niet absurd, hoewel met er vraagtekens bij kan zetten. Aan de vliegveldkant: PFOS is al sinds 2011 verboden, het perceel van de Herculesramp zou gesaneerd zijn. Aan de Landsardkant: het bureauonderzoek  betreft (bleek later) een recapitulatie van niet heel erg frequente milieucontroles die niet op PFAS gericht waren.

Op 27 augustus 2025 had een rookgranaat van Defensie, bij een oefening, anderhalve hectare van de Oirschotse Heide in de fik gezet (zie bekendere berichten over idem op de Edese Heide). Vanwege deze trigger, en omdat er nog steeds geen antwoord op de brief van Milieudefensie was, heeft de Eindhovense SP (met mijn medewerking), bij monde van Jannie Visscher, op 05 sept 2025 technische vragen gesteld aan B&W over hetzelfde onderwerp. Die zijn op 10 okt 2025 beantwoord onder toevoeging van drie bijlagen: twee metingen in opdracht van Defensie door Haskoning, en eerder genoemde bureaustudie naar alternatieve PFOS-bronnen. De beantwoordingsbrief staat hieronder en de bijlagen stuur ik op aanvraag gaarne toe (zie de contactrubriek op deze site).


Ook w.b. dit antwoord: het is ongetwijfeld bona fide, maar of het geheel juist is, en geheel juist kan zijn, gegeven dat veel kennis nog in de kinderschoenen staat.

Meetpunten in Haskoming I. Bij het kruisje x eindigt de inkomende pijp vanaf het vliegveldterrein. De duiker voert water af naar de Ekkersrijt. Codes als 01-1 hebben betrekking op watermetingen, codes met wb op bodemmetingen).

Het (onvolledige) beeld dat oprijst
Er liggen nu drie meetrapporten: Aquon in opdracht van het waterschap, dd 10 juli 2024, waarop alle teksten tot nu toe gebaseerd zijn; het eerste rapport Haskoning in opdracht van Defensie, dd 06 sept 2024, waarvan het bestaan bekend was maar de inhoud slechts in zeer grove lijnen uit de krant; en een tweede rapport van Haskoning, ook in opdracht van Defensie, dd 04 juni 2025, waarvan het bestaan, in elk geval bij mij, nog niet bekend was.

Zwakte van alle rapporten is dat er alleen aan de oppervlakte, en op enkele plaatsen op 4m diepte, gemeten is. Als de 18m diepe zandafgraving denkbeeldig met troep gevuld zou zijn waaruit PFAS vrijkwam, zou dat niet ter plekke gemeten zijn. Er is echter geen aanwijzing dat zo’n vervuiling plaatsgevonden heeft.

Als men de resultaten van de drie metingen, zeer kort door de bocht, samenvat, dan geeft dat het volgende beeld:

  • Het zijn te weinig metingen voor goede statistiek. Met dit voorbehoud:
  • Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFOA-concentratie rond de 9 a 12ng/liter (jaargemiddelde norm 48ng/liter)
  • Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFSA-concentratie rond de 70 a 85ng/liter (norm 0,65ng/liter jaargemiddeld), behalve
  • Waar de pijp van het vliegveld in de plas komt (dat is nabij de x op de kaart) waar Aquon 177ng/liter meet (dat is de enige meting van Aquon in de plas), en waar Haskoning I en !! resp. 80 en 220ng/liter meet . De 80-meting ligt verder van de pijpopening af.
  • Haskoning vond, in goed detecteerbare hoeveelheden,  een heleboel andere PFAS-soorten in het water met meestal kortere koolstofketens. Daaronder een precursormolekuul 8:2FTS van PFOS (een molekuul waaruit door in het vrije veld voorkomende chemische reacties PFOS kan ontstaan). Het gebied rond de uitstroomopening van de pijp springt er niet speciaal uit, behalve bij het precursormolekuul dat bij de uitstroomopening hoog is als de PFOS daar ook hoog is.
  • Ik heb geen verband kunnen vinden met de neerslagcijfers van het KNMI in de dagen van of voorafgaand aan de metingen
  • Een en ander roept het beeld op dat er op gezette tijden, mogelijk min of meer continu, nog steeds water met heel veel PFOS erin vanaf het vliegveld door de pijp de Landsardplas in stroomt, mengt met het daar aanwezige water (dat uiteraard ook veel regenwater opvangt), en dat vervolgens door de duiker in de Ekkersrijt terecht komt (die daardoor merkbaar verder vervuild wordt).
    Dit beeld steunt het scenario dat er nog steeds van het vliegveld afstromend PFOS is. Onduidelijk is of dat passief of actief is (pomp?)
  • Omdat niet in de diepte gemeten is, en omdat er geen aandacht besteed is aan het vrijkomen van PFAS uit smeerolie, coatings en verven van waterscooters, kan niet uitgesloten worden dat de gemiddelde waarde (die ca 80ng/liter) lager gemaakt zou kunnen worden door hier aandacht aan te besteden.
  • Het kartcircuit en het motorcrosscircuit liggen een eindje van het water af. De gemeente heeft m.i. voldoende aannemelijk gemaakt dat hun opereren weinig of geen invloed heeft op het PFAS-gehalte van het water in de Landsard.
  • Bodemmetingen (tot een halve meter zand diep) geven soms lichte PFOS-vervuiling, maar in de ruimtelijke verdeling zit geen duidelijk patroon

Blushelikopter in Brazilië met bambibucket

Wat moet je er politiek mee?
De vraag richt zich op Defensie, en op de gemeente Eindhoven.

Defensie heeft een onderzoek lopen naar bodemvervuiling op het terrein van het vliegveld. In het Luchthaven Eindhoven Overleg van 06 maart 2025 noemde het ministerie bodemonderzoeken (gereed 2025); oppervlaktewater (lopend); regenafvoersysteem (lopend); producten (gereed 2025); risico’s (gereed 2025); beoordelen nut bodemsanering (gereed 2025); en saneringsmogelijkheden (gereed 2025).
Men mag eisen dat Defensie dit alles goed uitvoert en dat openbaar verantwoordt.

Aan de gemeente Eindhoven, hoewel geen bevoegd gezag op het Defensiegebied, de taak om Defensie bij de les te houden. Er is regelmatig contact, zeggen B&W in hun beantwoording van de technische vragen. Zeggenschap is er niet, invloed wel.
Een maatregel als het opnemen in de Omgevingsvergunning van PFAS-eisen aan waterscooters is waarschijnlijk op dit moment een brug te ver voor een gemeentelijke overheid.
Twee zaken zou de gemeente wel kunnen aanpakken.
De eerste is dat de gemeente een onderzoek zou kunnen (laten) instellen of er troep ligt in de diepe delen van de plas. Er  zijn zandafgravingen in den lande die in het verleden ongewenst, zelfs crimineel, voor afvaldumping gebruikt zijn.
De tweede is dat de gemeente Eindhoven ervoor zorgt dat de Veiligheidsregio de Landsardplas ongeschikt verklaart als bluswater, zolang de PFOS-concentratie zo hoog is als die is. Dat voorkomt in elk geval verdere verspreiding van de PFOS.

Provincie NBrabant ontwikkelt nieuw gewasbeschermings-middelenbeleid

De context
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de akkerbouw heeft in de afgelopen jaren langs verschillende routes tot heftige discussies geleid: metingen door een actiegroep als Meten=Weten, een zaak van Milieudefensie in Drente, uitspraken van rechters die negatief uitpakken voor met name bollentelers (en daarbinnen voor  lelietelers), een steeds duidelijker link tussen bestrijdingsmiddelen en neurodegeneratieve ziektes als bijvoorbeeld Parkinson (in Frankrijk al erkend als beroepsziekte bij boeren), de erkenning door het CTGB (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) dat de toetsingsprocedures onvoldoende oog hebben voor neurologische effecten, maar bijvoorbeeld ook de omzetting van grasland naar akkerbouw na beëindiging van de veeteelt en het gegeven dat bollen slechts korte tijd op hetzelfde perceel geteeld kunnen worden.

Voor eerdere artikelen op deze site zie https://www.bjmgerard.nl/rechtbank-limburg-verbiedt-lelieteelt-in-sevenum/ en https://www.bjmgerard.nl/rechter-verbiedt-gifspuiten-op-lelies/ en https://www.bjmgerard.nl/sp-stelt-vragen-over-de-lelieteelt-in-noord-brabant/ .

De provincie die er het eerst en het meest mee te maken kreeg was de provincie Drente.
Er ligt een onderzoek van Hilbrands Laboratorium uit Wijster, opgespannen door 19 lelietelers. Het persbericht over het resultaat is te vinden op https://www.hlbbv.nl/nl/actueel/bewezen-in-drenthe-duurzamere-lelieteelt/ . Uit het rapport blijkt dat het een heel stuk minder kan met gif spuiten – de telers waren verrast.
Het plan is om in 2027 qua gebruik per hectare terug te zakken tot op het niveau van de aardappelteelt (waarop min of meer dezelfde middelen gespoten worden, maar dan een stuk minder, maar nog steeds veel). Sterkere lelies helpt ook erg mee. Volledig biologisch lelies telen is tot op zekere hoogte mogelijk, maar heeft veel nadelen.
Wie dieper in de materie wil duiken zonder het hele rapport te lezen, kan bij RTV Drente terecht op rtvdrenthe_fors-minder-landbouwgif-mogelijk .

Inmiddels speelt het probleem ook  flink op in andere provincies, waaronder Noord-Brabant.

Gladiolenteelt bij Grave (foto bjmgerard@gmail.com)

Het proces in de provincie Noord-Brabant.
Men (niet ik) kan een heel boek schrijven over het onderwerp, maar nu de aandacht beperkt tot de focus van deze website, namelijk Noord-Brabant.

De provincie wil het bestaande, beperkte beleid optoppen met een geheel nieuw beleid tegen gewasbeschermingsmiddelen (GBM).

De eerste stap in die richting Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen is een zogenaamde 80%-versie: de bedoeling staat erin, de compositie van de tekst is behoorlijk rommelig, maar je kunt er al wel, wederzijds tot niets verplichtend, op reageren. De ZLTO heeft dat gedaan ( inbreng ZLTO ).
Het Actieplan is te vinden op Actieplan gewasbescherming 80%-versie . Het is nog niet duidelijk wanneer dit plan politiek behandeld gaat worden.

SP-woordvoerder Irma Koopman heeft zich sterk gemaakt voor het voorgestelde nieuwe beleid. Ze heeft erover in de regionale kranten  gestaan ( https://www.ed.nl/den-bosch/landbouwgif-gaat-verder-in-de-ban-in-brabant-spul-zakt-zelfs-richting-drinkwaterbron~ad43fdf2/ ).
In dat artikel wordt trouwens ook gemeld dat een ladinkje landbouwgif op weg is naar een diepe drinkwaterbron in Lith, wat Brabant Water tot een extra zuiveringsstap dwingt. Helmond en Vessem gingen Lith al voor.

Wat erg helpt, is dat de partij BBB zich door eigen onkunde buiten het provinciebestuur gemanoevreerd heeft. Dat werk in het landbouwdossier een stuk makkelijker.

De structuur  van het voorgestelde Actieplan
Het (concept)-Actieplan bestaat uit een relatief korte hoofdtekst (bestaande uit een Inleiding en hfdst 2) en een relatief lange lijst van zeven bijlagen. De structuur is helaas nog rommelig, het zou veel beter kunnen.

Het verhaal wordt inhoudelijk opgehangen aan vijf (in hfdst 2 gedefinieerde) hoofdlijnen:

  • Hoofdlijn 1: Beter in beeld brengen wat het huidig gebruik van chemische GBM is en wat de negatieve gevolgen zijn van het gebruik. Dit draagt bij aan het verbeteren van de aangrijpingspunten van onze beleidsmaatregelen.
  • Hoofdlijn 2: Sturen op duurzaam grondgebruik in overgangsgebieden rondom Natura2000-gebieden en in grondwaterbeschermingsgebieden door middel van regulerende en stimulerende maatregelen. In de uit- en afspoelingsgevoelige gebieden, waaronder de beekdalen, zetten we in op stimulerende maatregelen.
  • Hoofdlijn 3: Proactief samenwerken met gemeenten aan het verminderen van gezondheidsrisico’s nabij kwetsbare gebieden/functies zoals woonwijken, speeltuinen en zorgvoorzieningen.
  • Hoofdlijn 4: Extra inzet op verduurzaming in gebieden met ruimte voor hoogproductieve, duurzame landbouw
  • Hoofdlijn 5: Duurzamer agrarisch grondgebruik van provinciale pachtgronden.

De bijlagen bevatten uitleg, en dat is soms erg fijn. Het helpt om tussen de vele bomen het bos weer een beetje te zien.

  • Bijlage 1 geeft een begrippenlijst naar juridische categorieën, zoals de onderverdeling van pesticiden in GBM en toevoegingsstoffen enerzijds en biociden anderzijds (waaraan verder geen aandacht wordt geschonken). Begrippen horen meestal bij specifiek genoemde EU-regels.
    Genoemd worden chemisch synthetische pesticiden (die niet perse gevaarlijker zijn dan ‘natuurlijke’ middelen), laag-risico stoffen en daarbinnen groene laag risico-stoffen, microbiële middelen en biostimulanten. De uitleg rammelt een beetje t.a.v. natuurlijke middelen.
  • Bijlage 2 onderscheidt naar meer praktijkgerichte criteria:
    * waartegen ze zich richten: insecten; schimmels; onkruid; mijten en teken; bodemaaltjes
    * emissieroutes: uitwaaien door de lucht (drif, 10%); afspoeling (bovengronds) of uitspoeling (ondergronds) van het landbouwperceel (35%); en erfafspoeling (55%)
    * gebruikscijfers per ‘doelgroep’ (lichte daling  2012-2020)
    * naar ambitie (EU vooralsnog die uit 2009, poging van de EC om deze aan te scherpen is mislukt).
    De Nederlandse ambitie is halvering t.o.v. 2015-2017 van de verkoop  van chemisch werkzame stoffen, en specifiek van de gevaarlijkste stoffen daarbinnen. In 2022 zaten die percentages op 55 resp 80%.
    * Naar de rol die de diverse overheden spelen in de vergunningvrlening en handhaving: EU (richtlijnen en voorzorgbeginsel); nationale overheid (toelating en vrijstelling via CTGB = College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden), arbeidstechnische eisen; milieubeleid); provincie (uitwerking van hogere wetgeving); gemeenten (Omgevingswet binnen de hoger vastgestelde kaders, met name in nieuwe situaties) en de waterschappen (monitoring en een extra trap in de rioolwaterzuiveringsinstallatie)
  • Bijlage 3, die sterk dubbelt met bijlage 7, gaat jurisprudentie en voorzorgsbeginsel. De recente jurisprudentie focust op de meest vervuilende teelt, die van lelies, en kent in praktijk twee gebiedem:
    * Met nabije Natura2000 – gebieden als argument. Het moet aannemelijk gemaakt worden dat de teelt niet tot significante schade leidt (‘passende beoordeling’) en dat de teelt, als dat niet lukt; vergunningsplichtig is (Raad van State). Deze uitspraak geldt ook voor andere gewassen dan alleen lelies.
    * Met gezondheidseffecten van omwonenden als argument. De rechter mag het Europese voorzorgbeginsel hanteren om in bepaalde situaties het gebruik van GBM te verbieden, ook als het CTGB die toegelaten heeft. Belangrijkste overweging is dat GBM niet getoetst worden  op neurotoxiciteit (met name vanwege Parkinsonrisico’s). Overigens erkent het CTGB dit manco en wijt het aan het ontbreken van een goed onderzoeksprotocol.
    Het voorzorgbeginsel speelt een steeds belangrijker rol.
  • Bijlage 4 bespreekt trends en ontwikkelingen:
    * Algemeen vanwege de klimaatverandering en het negatieve effect daarvan op de voedselproductie
    * Bij de overheden: nationaal de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 (annex Uitvoeringsprogramma) en provinciaal dossiers als Sturen op grondgebruik; de Kader Richtlijn Water; de Overgangsgebieden en de Aanpak landelijk gebied
    * In de land- en tuinbouwsector: een verschuiving naar milieuvriendelijk bestrijdingsmiddelen; Integrated Crop Management (ICM); de (nog te ontwikkelen) Milieu-indicator Gewasbescherming; robotisering en precisielandbouw; en verschuiving van teelten van de volle grond naar onder glas
  • Bijlage 5 geeft (overigens op rommelige wijze) de verdeling in NBrabant van de 234156 hectare cultuurgrond naar gewas : 41,3% gras, 18,8% snijmais, 8,9% aardappels, 7,0% granen en de rest is verdeeld over een groot aantal afzonderlijke akkerbouw- en tuinbouwgewassen
  • Bijlage 6 beschrijft wat de provincie nu doet om het gebruik en de verspreiding  van GBM tegen te gaan.
    Het is een beetje typisch om wat er nu gebeurt achteraan in een Actieplan te zetten. Ik ben dus zo vrij om de inhoudelijke bespreking te beginnen met wat nu gebeurt.

Wat de provincie NBrabant nu doet of al wil doen
Dit is geordend op de eerder genoemde vijf hoofdlijnen.

Hoofdlijn 1: om een beter beeld krijgen van het huidige gebruik, en gevolgen,

  • heeft de provincie biodiversiteitsmonitoren voor de melkveehouderij, de graasdierhouderij en de akkerbouw. GBM zijn daarin een factor. De monitoren kunnen eventueel tot financiële beloning leiden
  • wil de provincie betere bedrijfsadministratiesystemen helpen ontwikkelen voor GBM

Hoofdlijn 2::

  • er ligt een Actieplan Biologische Landbouw 2024-2027. Dat wil dat in 2030 op 15% van het Brabantse landbouwareaal biologisch gewerkt wordt. Daartoe bestaan concrete uitvoerende regelingen.  Toegestaan worden alleen GBM van natuurliike oorsprong, die CTGB- en Skal-goedgekeurd zijn
  • stimulering van en hulp bij de omschakeling op  natuurinclusieve landbouw. Daarin zijn GBM niet verboden, maar worden wel zo weinig mogelijk gebruikt
  • ondersteuning van Agroforestry door steun aan Brabantse en Nederlandse netwerken op dit gebied. De agroforestry gebruikt minder GBM dan monocultuurteelten
  • het al sinds 2001 bestaande initiatief Schoon Water, aanvankelijk gericht op grondwaterbeschermingsgebieden en in 2012, wegens succes, uitgebreid naar heel Brabant. Soort scholings- en ondersteuningstraject waaraan momenteel 110 grote en ongeveer 500 kleine boerenbedrijven meedoen
  • inzet van de Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid-subsidie (die via de provincie loopt) voor productieve investeringen, waaronder die welke  gericht zijn op minder GBM (bijvoorbeeld zoals die in bijlage 4 genoemd staan)
  • het praktijkproject BodemUP. Een betere bodem heeft minder behoefte aan kunstmest en GBM.

Hoofdlijn 3:

  • er bestaan nu geen provinciale activiteiten, gericht op het beperken van gezondheidseffecten van GBM

Hoofdlijn 4:

  • de provincie werkt al 25 jaar met de ZLTO samen in Landbouw Innovatie Brabant (LIB). Daarin concrete maatregelen in de geest van bijlage 4.
  • In het studieproject Boerderij van de Toekomst Zuidoostelijk zand worden nieuwe bedrijfssystemen onderzocht, waarbi minder GBM een van de uitdagingen is
  • Het eerder genoemde Actieplan biologische landbouw 2024 – 2027
  • In het kader van de Financiering van Start-ups en Scale-ups worden rpojecten gesteund op het gebied van onkruidrobotica , smart farming en precisielandbouw

Hoofdlijn 5: provinciale grond wordt duurzamer verpacht

  • Met de Grondregeling natuurinclusieve landbouw. Voorwaarde is geen chemische GBM
  • Met de Beleidsregel Grond voor graasdierhouderij. Grond nabij waardevolle natuur kan aan de provincie verkocht en teruggehuurd worden, mits dat grasland blijft (wat een waarde in zichzelf is). Op grasland worden bijna geen GBM gebruikt.
  • Op verpachte grond nabij Natura2000-gebieden  mogen geen kunstmest en chemische GWB worden gebruikt

Wat de provincie aan het bestaande beleid wil toevoegen
Opnieuw geordend op de vijf hoofdlijnen.

Hoofdlijn 1: de volumecijfers van GBM zijn op nationaal niveau bekend, maar de kennis op provinciaal niveau van volumes en gevolgen is onvolledig.

  • De provincie gaat zijn invloed aanwenden bij het Rijk en bij het InterProvinciaal Overleg (IPO) om tot een centrale registratie van de cijfers te komen die nu alleen binnen afzonderlijke bedrijven bekend zijn. Daarmee zou het Rijk eindelijk de Uitvoeringsverordening 2023 van de EU vorm geven. Nu lijkt dit op de lange baan geschoven.
    De provincie kan op deze kennis beleid baseren en ondernemers kunnen onderling benchmarken.
  • Op rijksniveau zijn ook andere zaken te verhapstukken, zoals betere toelatingsprotocollen van GWB en van het gebruik van GWB en biociden door particulieren.
  • Het Landelijk Meetnet GWB Land- en Tuinbouw produceert voor het ministerie van I&W cijfers over oppervlakte- en grondwater, maar deze cijfers komen nauwelijk decentraal bij de boeren terecht. Toch zouden die er veel baat bij kunnen hebben, bijvoorbeeld voor Integrated Crop Management.
    De waterschappen zouden fijnmaziger kunnen gaan meten in gebieden met risicoteelten, ook zeer om nuttige kennis terug te leveren.
  • Er zijn kennisleemtes die moeten worden onderzocht, zoals
    * welke groepen GBM voor welke toepassingen omgewenst zijn (bijvoorbeeld vanwege kinderen of weidevogels)
    * hoe het voorzorgbeginsel in algemene zin en in specifieke zin wat betreft GBM breder toegepast kan worden
    * idem de vormgeving van de zorgplicht, zoals aan de orde gesteld in het RLI-advies ‘Greep op gevaarlijke stoffen’ (2020).
    * Samen met de waterschappen gaan kijken wat de negatiefste risicoteelten zijn
    * Kijken of er een financiële beloning kan komen voor gewenst gedragGBM, en combinaties en afbraakproducten daarvan, opnemen in beheerplannen van Natura2000-gebieden
    * Hoe enerzijds de vergunningverlening, en anderzijds de handhaving, verbeterd kan worden. Dit mede gezien het te verwachten grotere aantal juridische procedures. Dit zal versterking van de Omgevingsdiensten  vereisen, die tot nu toe op dit onderwerp weinig in beeld zijn (het werk zit nu vooral bij de NVWA en de waterschappen).

Hoofdlijn 2:  de provincie wil sturen op duurzaam grondgebruik in grondwaterbeschermingsgebieden en in Overgangsgebieden naar Natura2000-gebieden.

  • De provincie wil een combinatie van verplichtende en stimulerende maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden. De provincie heeft daar dwingende bevoegdheden. Beide sets van maatregelen zijn in de geest zoals al eerder aangegeven. Ook de Kader Richtlijn Water (KRW) speelt hier een rol.
  • T.a.v. Overgangsgebieden is een nieuw  Ontwerp-Programma Overgangsgebieden aangeboden, dat (als het goed is) eind 2025 politiek vastgesteld wordt, en dat begin 2026 definitief wordt.  
    Door duurzaam grondgebruik en herstel van het watersysteem moet het aangrenzende Natura2000-gebied verbeterd worden. Landbouw blijft in deze zones toegestaan, maar moet zich schillen in beperkte emissies van nutriënten, van GBM en van een natuurgestuurd waterpeil. Dit regime moet over een periode van een aantal jaren va kracht worden. In die tijd zijn er steunmaatregelen.
    Het Rijk stemt in met het beginsel, maar beperkt zijn steun voorlopig tot randzones rond de Veluwe en de Peel.
  • Er wordt een kaart gemaakt voor gebieden met risico op af- en uitspoeling van GBM (hellingen, zandgronden, beekdalen). Dit mede vanwege de Jader Richtlijn Water. De mogelijkheden om hieraan maatregelen te koppelen worden verkend.

Hoofdlijn 3: in de Omgevingswet zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor gezondheidsbelangen. De provincie heeft als doelstelling ‘drie gezonde levensjaren erbij’ en heeft hier daarom belang bij.
Voor gemeenten is dit vaak een moeilijk onderwerp. De porvincie gaat daarom samenwerken met gemeenten  inzake chemische GBM om kennis te ontwikkelen en bijvoorbeeld voorbeeld-beleid te schrijven. Er liggen handreikingen van Natuur en Milieu en Urgenda en het ministerie van LNV.

Hoofdlijn 4: in hoogproductieve (‘gewone’)  landbouwgebieden moet van rijkswege omgeschakeld worden van middelvoorschriften naar doelvoorschriften. Op papier moet dat, via meer flexibiliteit en maatwerk, tot een meer dynamische en innovatieve sector leiden, maar er is nog geen praktijk ontwikkeld. In deze gebieden kan minder verplicht worden en het resultaat is mogelijk onvoldoende.
De provincie wil onderzoeken of een breed gesteund programma voor Integrated Crop Management opgezet kan worden, in samenhang met het lopende programma’s BodemUP en Schoon Water.

Hoofdlijn 5: vanaf 2026 worden alle ruilgronden (1400 hectare) uitgegeven met een erop rustend verbod op kunstmest en chemische GBM, met voorrang voor boerenbedrijven met een Duurzaamheidscertificaat.

Wat er niet in staat
De provincie biedt met zijn Actieplan een ruim assortiment aan maatregelen. De vraag naar wat er niet in staat ligt niet meteen voor de hand, maar moet volledigheidshalve toch gesteld worden.
Ik zie dit niet meteen zelf, maar als lezers dezes daarover wat kwijt willen, kan dat als commentaar bij dit artikel.

Onderstaand overzicht is voor heel veel gewassen te vinden op https://www.milieumeetlat.nl/nl/milieubelastingkaarten/language/nl.html .

Milieudefensie brengt het klimaat terug in de verkiezingscampagne

Ter gelegenheid van de 50000ste passant op mijn site weer een wat afwijkend thema. Deze keer een initiatief van Milieudefensie om vijf lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 een Groen Akkoord te laten ondertekenen.
Ik vind het een prima gedachte.

Hieronder de tekst van het  Persbericht Groen Akkoord  van Milieudefensie.


Milieudefensie brengt het klimaat terug in de verkiezingscampagne. Bijvoorbeeld met het Ga voor Groen Akkoord. De lijsttrekkers van GL-PvdA, D66, Volt, SP en CU hebben dit akkoord vandaag ondertekend. Zij beloven zich na de verkiezingen hard te maken voor echte klimaatoplossingen.

Frans Timmermans, Rob Jetten, Laurens Dassen, Jimmy Dijk en Mirjam Bikker geven met de ondertekening gehoor aan de wens van een ruime meerderheid van de Nederlanders die zich zorgen maken om klimaatverandering. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos/I&O in opdracht van Milieudefensie.

Ga Voor Groen-Akkoord

De ondertekenaars van het Ga voor Groen Akkoord bouwen de komende kabinetsperiode aan een economie die toekomstbestendig én rechtvaardig is. Het akkoord bestaat uit 3 pijlers:

1. Bedrijven houden zich aan internationale afspraken, net als iedereen
Nederland moet weer vooruit. Groene en vernieuwende bedrijven verdienen een eerlijke kans ten opzichte van vervuilende concurrenten. Daarvoor is nodig dat grote bedrijven zich aan de klimaatafspraken houden. Dat betekent dat bedrijven een klimaatplan hebben en hun voetafdruk over de gehele keten in lijn brengen met het klimaatakkoord van Parijs.

2. De vervuiler betaalt en groen doen loont
Het moet voor bedrijven weer lonen om te vergroenen. Bedrijven met een Paris- proof klimaatplan krijgen voorrang bij subsidies en aanbestedingen. Omdat vervuilen niet mag lonen komt er een rechtvaardig en snel afbouwpad voor fossiele subsidies en wordt de CO2-heffing weer ingevoerd. Dit biedt de samenleving en het bedrijfsleven zekerheid.

3. Burgers krijgen een steuntje in de rug
Iedereen is beter uit met een eerlijke, schone en slimme economie. Daarom kiezen we voor rechtvaardig klimaatbeleid. Mensen met een laag of modaal inkomen worden actief geholpen bij de verduurzaming van hun woning, het OV-aanbod wordt uitgebreid en we handhaven het Noodfonds Energie voor mensen die anders in de kou komen te zitten. Dat is wel zo eerlijk.

Help Vader Aarde
Om de klimaatcrisis tijdens de verkiezingen een plek te geven, heeft Milieudefensie naast het Ga Voor Groen-Akkoord ook Vader Aarde geïntroduceerd, de happy populist. Waar populisten meestal zorgen voor verdeeldheid en zelden blij zijn, is Vader Aarde juist een verbinder. Met rake oneliners wijst hij ons erop dat we toch echt allemaal in hetzelfde schuitje zitten. “Als ik ga, gaan we allemaal. Als het goed met mij gaat, gaat het goed met jullie. Dus stem voor mij, dan stem je voor jezelf.”Help de campagne van Vader Aarde en kijk wat jij kunt doen

Update dd 05 nov 2025

Inmiddels hebben ook de Partij voor de Dieren en DENK zich bij het initiatief aangesloten.

De Dommel verdient een schone toekomst

Foto bjmgerard@gmail.com

De Vereniging Natuurmonumenten heeft een brandbrief gestuurd over de waterkwaliteit van de Dommel.

De brief is gericht
aan (in België) Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het agentschap Natuur en Bos, het Departement Omgeving, het Departement Landbouw en Visserij, de provincie Limburg, wateringen De Dommelvallei, Aquafin, Fluvius, de gemeenten Pelt, Peer, Hechtel-Eksel en Lommel en het bekkensecretariaat Maasbekken
aan (in Nederland)
Waterschap de Dommel, Provincie Noord-Brabant, Gemeenten Waalre, Bergeijk, Veldhoven, Eindhoven, Valkenswaard;

en wordt opgestart of ondersteund door

Natuurmonumenten, ZLTO, Natuurpunt, Groen en Heem Waalre/Valkenswaard, Brabants Landschap, Landgoed De Loonderhoeve, IVN Natuureducatie Valkenswaard-Waalre, IVN Natuureducatie Veldhoven-Eindhoven-Vessem, Genneperhoeve Eindhoven, Milieudefensie Eindhoven, KNNV Eindhoven, ARK Rewilding Nederland, Café Camping De Volmolen, Activiteitenboerderij ‘t Geveltje, Brabantse Milieufederatie, Energiecentrum de Volmolen, Youth for Drinkable rivers en de Limburgse Milieukoepel.

Ik zit hierin via Milieudefensie Eindhoven.

Hieronder staat het persbericht over de brief afgedrukt.


De Dommel verdient een schone toekomst

Organisaties luiden de noodklok

Een breed scala aan Nederlandse én Vlaamse organisaties – variërend van natuur- en milieuorganisaties tot boerenvertegenwoordigers, bewonersgroepen en recreanten – slaat alarm over de slechte waterkwaliteit van de Dommel. Het beekdal kampt al jaren met ernstige verontreiniging, met schadelijke gevolgen voor natuur, landbouw, recreatie, voedselveiligheid en diergezondheid. De organisaties roepen overheden in Nederland en België dringend op om samen de bronnen van vervuiling in kaart te brengen en effectief aan te pakken.

De Dommel wordt zwaar belast door onder andere industriële lozingen, meststoffen en door verontreinigd rioolwater bij forse regenval. Bij overstromingen blijft verontreinigd slib achter op natuur- en landbouwgronden. Het huidige tempo van maatregelen schiet ernstig tekort: de afgesproken normen voor 2027 worden niet gehaald.

Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moet uiterlijk in 2027 al het oppervlakte- en grondwater in goede toestand zijn én blijven. De recente tussenevaluatie liet echter zien dat concrete maatregelen ontbreken om dit doel tijdig te bereiken. De oproep van de organisaties is daarom duidelijk: overheden in Nederland en België moeten samen versneld zorgen voor bronaanpak en sanering.

Geen luxe, maar een levensvoorwaarde

De Dommel is kenmerkend voor het Brabantse landschap en van groot belang voor de natuur en recreatie en economie. Echter, de grenzen zijn bereikt.

Uit het gebied komen alarmerende signalen; “water dat helder stroomt, laat het hart van de natuur kloppen. Maar steeds vaker zien we beken waar het leven verdwijnt. Schoon water is geen luxe, het is een levensvoorwaarde,” zegt IVN Valkenswaard-Waalre.

Ook boeren maken zich zorgen; “wij zijn afhankelijk van schoon water voor onze gewassen, dieren en vruchtbare bodems. Het kan niet zo zijn dat onze inspanningen teniet worden gedaan door chemische lozingen stroomopwaarts,” aldus ZLTO.

Volgens Natuurmonumenten “heeft De Dommel in haar potentie alles om tot de allermooiste en rijkste laaglandbeken van de Benelux te behoren. Maar nu brengen hoge gehalten aan zware metalen en riooloverstorten het waterleven ernstig in gevaar.”

Oproep tot actie

De organisaties dringen aan op een gezamenlijke, grensoverschrijdende aanpak waarbij lozingsvergunningen kritisch tegen het licht worden gehouden en vervuiling bij de bron stopt. Alleen zo kan de Dommel weer de gezonde levensader worden die zij ooit was.

Natuurpunt roept op; “laat ons nu versneld werken aan de uitvoering van het bestaande Riviercontract van de Dommel en meteen ook starten met een nog ambitieuzer Riviercontract 2.0, over de landsgrenzen heen.” 

“De Dommel verdient een schone toekomst. Het is tijd voor daadkrachtig ingrijpen.”


De ondersteunende organisaties hebben elk een hartenkreet bij het thema geschreven. Deze hartenkreten zijn hieronder toegankelijk.

Dommel bij knooppunt De Hogt ten zuidwesten van

Vliegveld Eindhoven blokkeert woningbouw

Vliegvelden leggen een zware claim op het gebruik van de ruimte op de grond.
Op Schiphol is dat een bekende discussie (woningbouwmogelijkheden, een gedeeltelijk ontmanteld, geheel legaal, zonnepark), maar ook rond vliegveld Eindhoven speelt dit. Dit des te meer de regio ZO Brabant aan het begin staat van een grote schaalsprong, o.a. vanwege ASML en het aanhangende ‘ecosysteem’. In aan aantal jaren moeten er zo’n 100.000 woningen bijkomen, met uiteraard de bijbehorende infrastructuur en voorzieningen. Zonder de schaalsprong zouden dat minder nieuwe woningen zijn, maar nog steeds veel.
Tegelijk blokkeert het civiele vliegen door Eindhoven Airport,vanwege bestuurlijke afspraken uit het verleden die niet voor niets gemaakt zijn, nieuwbouw in de 20Ke-zone rond de startbaan (Kosteneenheden, Ke, want het is eigenlijk een militair vliegveld).
Dit dwingt gemeentebesturen in een spagaat. De koninklijke weg uit die spagaat is minder vliegen. Woningbouw heeft voor de regio veel nut, en het vliegveld tamelijk weinig.

De spagaat doet zich altijd wel ergens voor, en toevallig is dat nu in de gemeente Son en Breugel (een noordelijke voorstad van Eindhoven). Dat komt omdat Son en Breugel zijn Omgevingsvisie moet actualiseren aan de hand van nieuwe signalen uit de samenleving en van nieuw beleid. Die zijn er: alarmerende geluidshinderpassages n het Sonse deel van de 20Ke-zone (GGD-meting), het vooralsnog falen van het uitvoeren van de Van Geel-aanbevelingen, en het toenemende militaire vliegen.

Ik heb voor het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) een zienswijze op deze geactualiseerde Omgevingsvisie geschreven, en vervolgens heb ik voor de BVM2-website daar een artikel over geschreven.
Ik zie echter het probleem als een concreet voorbeeld van een algemene thematiek, binnen en buiten ZO Brabant. Daarom druk ik het artikel van de BVM2-site ook hier op mijn persoonlijke site af. Hieronder.


BVM2 bekritiseert Sonse Omgevingsvisie vanwege ontbreken vliegveld

De context
Vanwege de ‘schaalsprong’ van de regio, onder andere veroorzaakt door de groei van ASML en aanhangend ‘ecosysteem’, moeten er onder andere in een aantal jaren zo’n honderdduizend nieuwe woningen gebouwd worden. Zonder die schaalsprong zouden er dat overigens ook nog steeds heel erg veel zijn geweest.

De woningbouw loopt tegen een aantal wezenlijke grenzen aan. BVM2 heeft als behartiger van een deelbelang geen oordeel over de schaalsprong als zodanig, maar omdat een van de grenzen de uitstraling van het vliegveld is, heeft BVM2 er vanwege dat aspect een mening over. Die mening is, kort gezegd, dat meer wonen tot minder vliegen moet leiden.

Zie https://bvm2.nl/ggd-meting-mensen-vinden-geluid-en-luchtkwaliteit-nog-steeds-een-probleem/

In de nasleep van de Alderstafel (is er in 2011 een regionale bestuurlijke afspraak gemaakt dat er geen grootschalige woningbouw (= >50) gepleegd zou worden binnen de 20Ke-zone van het vliegveld. Omdat die contour van jaar tot jaar wat kan verschillen, is er een werkcontour gedefinieerd die in de toenmalige ruimtelijke ordening-regels is opgenomen. Men kan het desgewenst precies nalezen op https://bvm2.nl/documentatie-bij-de-woningbouwbeperking-door-de-20ke-zone-rond-het-vliegveld/ . De daar getekende contour-2011 (die met het ‘gat erin’) is sindsdien bestuurlijk niet meer aangepast en dus staat de afspraak uit 2011 nog steeds overeind.

Sinds 2011 is de wereld veranderd.
De GGD doet op gezette tijden belevingsenquêtes, die aangeven dat sinds 2011 de percentages ernstige geluidshinder en slaapverstoring in de 20Ke-zone flink zijn toegenomen, vooral omdat het aantal vliegbewegingen flink toegenomen is. De eerste afbeelding toont de percentages ernstige geluidshinder uit de GGD-meting die in 2023 uitgevoerd is. De getrokken lijn is de 20Ke-zone, zoals die nu ongeveer is (iets groter dan de afgesproken zone uit 2011).. De afspraak om in deze ‘sigaar’ geen nieuwe woonwijken neer te zetten is dus nog actueler dan hij in 2011 al was.
Pieter van Geel is langs geweest, en die heeft het (breed gedragen) voorstel gedaan dat de 35Ke-zone in 2030 30% kleiner moet zijn dan in 2019, en daarmee ook de ‘geen woningbouwzone’ van 20 Ke, die er als een soort buitenschil omheen ligt. In die 30%-reductie is de veronderstelde vlootvernieuwing een middel (dat tot nu toe onvoldoende blijkt te werken).
Tenslotte is er het nieuwe Programma Ruimte voor Defensie.

Woningbouwlocaties vlak buiten de 20Ke-contour

En dan er is dus een woningbouwtaak, die al zwaar was en die met de schaalsprong nog onuitvoerbaarder wordt. De gemeentebesturen zitten dus in een spagaat. Zo’n 100km2 in ZO Brabant is verboden gebied voor de woningbouw – niet wettelijk, maar op basis van zelfgemaakte onderlinge  afspraak.

BVM2 heeft overigens begrip voor die spagaat. Het is niet iets om mee te spotten. Maar, je moet ook geen woningen willen bouwen in een gebied waarbinnen 35 a 45% van de zittende bewoners zegt ernstige geluidhinder te ondervinden (en ongeveer een kwart ernstige slaapverstoring). Zoiets kan zich gaan vertalen in tastbare medische ‘hardware-problemen”.

Er vlamt dan ook iedere keer discussie op over de door het vliegveld op de grond geclaimde oppervlakte enerzijds en andere gebruiksmogelijkheden anderzijds

De Sonse Omgevingsvisie 2.0 “Oog op een zonnige toekomst’
Bij de gemeente Son en Breugel speelt, wat betreft het vliegveld, is er een algemeen en een specifiek verhaal.

Het algemene verhaal betreft de Omgevingsvisie die elke gemeente moet hebben. Het is zoiets als de basis van de ruimtelijke ordening van een gemeente.
De gemeente Son  en Breugel  heeft in mei 2022 de Omgevingsvisie ‘1.0’ vastgesteld. Maar zo’n visie moet periodiek geactualiseerd worden, en t/m 1 augustus ligt de 2.0-versie ter inzage. Bovenstaande kaart komt uit die 2.0-versie.
Het probleem is dat de gemeente in feite het vliegveld volkomen negeert. Er is een vrijblijvende passage dat ‘Eindhoven Airport en de A50 moeilijk te beïnvloeden factoren zijn, waarvoor de gemeente zich blijft inzetten’  – en dat is alles. De militaire luchtvaart wordt (Eindhoven Airport is civiel) wordt helemaal niet genoemd. In de ‘Extra informatie’ staat ‘Uit het totale beeld van het milieugezondheidsrisico (Atlas van de Leefomgeving) blijkt dat de belasting door luchtvervuiling én omgevingsgeluid in Son en Breugel substantieel is. Wettelijke normen worden in principe niet of slechts in beperkte mate overschreden, maar aan de gezondheidskundige advieswaarden (van de GGD en de WHO) wordt meestal niet voldaan.’. Dit leidt echter voor geluid niet tiot nader beleid en voor luchtvervuiling tot beleid dat meestal van hogere overheden afhangt.
Illustratief is bijvoorbeeld dat de 20Ke-contour überhaupt niet is ingetekend op de kaart bij de Omgevingsvisie.

Het specifieke probleem is Sonniuswijk – een soort trauma in Son en Breugel. De nieuwbouwafspraak uit 2011 kostte de gemeente 2300 van de geplande 3000 nieuwe woningen in het plan – Nieuwe Woud (zie https://bvm2.nl/bvm2-belegt-informatieavond-in-son-en-breugel/ ). De resterende 700 huizen heten nu Sonniuspark.
De regio betaalt een hoge prijs voor de aanwezigheid van een vliegveld, waaraan de regio eigenlijk zelf niet zo heel veel heeft.
Nu de nood hoog is, knabbelt de gemeente met woningbouwplannen aan de rand van het gebied dat in 2011 opgegeven is. In de Omgevingskaart zijn dat de twee, vaag gekleurde, rechthoeken, links van de kromme lijn (de A50 – ook een dingetje trouwens), iets boven het midden. Sonniuswijk is het grotere gebied westelijk en noordelijk van deze gespiegelde L-vorm. De Gebiedsvisie Sonniuswijk is onlangs vastgesteld en BVM2 heeft hier wat van gezegd, want minstens een deel van de hier geplande nieuwbouw ligt binnen de 20Ke-zone.
Volgens de GGD (zie eerste kaart) ondervindt in het Sonse deel van de 20Ke-zone 34% van de inwoners ernstige geluidshinder.

Milieugezondheidsrisico, RIVM, 2020

BVM2 heeft een zienswijze ingediend op de Omgevingsvisie 2.0 Son en Breugel ‘Oog op een zonnige toekomst’. Wie dat (t/m 01 oktober 2025) ook wil doen, vindt de tekst op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-362157.html , de toelichting op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-362157.html#extrainformatie  en de reactieroutes op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-363883.html .

De actualisatie van de Omgevingsvisie moet plaatsvinden vanwege nieuwe  signalen uit de samenleving en vanwege nieuwe beleidsontwikkelingen.
Het eerste nieuwe signaal is het GGD-onderzoek  uit 2023 dat eerder genoemde 34% ernstige geluidshinder in het Sonse deel van de 20Ke-zone noemt.
Het tweede signaal is dat het op dit moment zeer onduidelijk is of de door Van Geel beoogde, en breed gesteunde, verkleining van de 35Ke-zone (en daarmee de 20Ke-zone) inderdaad gerealiseerd zal worden.
De nieuwe beleidsontwikkeling is de aangekondigde groei van het militaire vliegen.

In zijn zienswijze bepleit BVM2 dat de gemeente de WHO- advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof als ‘norm’ hanteert en niet als ‘richtlijn’, en dat de gemeente het WHO-advies inzake geluid noemt en hanteert. Het derde verzoek is dat de gemeente de 20 Ke-contour duidelijk in de Omgevingskaart intekent, en het vierde verzoek is dat de gemeente de nieuwbouw in Sonniuswijk slechts inplant voor zover die buiten de in 2011 afgesproken 20Ke-werkcontour valt, en dat de gemeente nadere studie wijdt aan de precieze gevolgen van het civiele en militaire vliegen ter hoogte van Son en Breugel.
De tekst van de zienswijze is hieronder te vinden.

De koninklijke weg naar meer ruimte voor woningbouw is minder ruimte voor het vliegen.