Energievisie 2035 van Natuur en Milieu

De organisatie Natuur en Milieu heeft in juni 2016 haar “Energievisie 2035” uitgebracht. In haar nieuwsbrieven komt Natuur en Milieu (Nat&Mil) op  gezette tijden op eerder uitgebrachte documenten terug. De bijbehorende tetterkop erboven ergerde mij een beetje, en toen ben ik het maar eens gaan lezen.

Bovendien is er inmiddels ook discussie ontstaan in Brabant n.a.v. het Posad-rapport (Zuidoost Brabant als trage supertanker richting energietransitie en de terreinbeheerders in spagaat). Ik had om die reden een presentatie geschreven, o.a. voor een eenmalige gespreksgroep met de BMF en anderen, en voor de jaarvergadering van Milieudefensie. In die presentatie was gebruik gemaakt van CBS-statistiek en uit die hoek is nieuw materiaal versche-
nen.
Zodoende kwam het allemaal goed uit.

Nat&Mil beschouwt het maatregelenpakket in deze visie als dat wat minimaal nodig is om onder de 2°C temperatuurstijging te blijven.

De tekst bestaat uit een lopende, beschrijvende tekst, met een bijlage 1 met nadere uitleg door Nat&Mil en een bijlage 2 met een commentaar van Ecofys. Tussen de regels door meen ik te lezen dat Ecofys bedoelt dat het allemaal op papier wel kan, maar dat het allemaal wel erg ambitieus is.

Zie www.natuurenmilieu.nl/nieuwsberichten/energietransitie .

Het gewenste CO2-reductietraject en enkele andere tussenstanden (Nat&Mil juni2016)

Een samenvatting

  • Vertrekjaar 2013, horizonjaar 2035, gericht op heel Nederland +
    Noordzee
  • De besparing t.o.v. 2013  is 40% (op post Finaal Energetisch Verbruik + afvalwarmte). Deze twee posten samen bedroegen in 2013 ongeveer 2400PJ. (Dat wil zeggen dat de post Niet-Energetisch Finaal Verbruik (zeg maar de energie die “embedded” zit in plastic of aluminium of kunstmest) niet meetelt. Die post zit door de jaren heen rond de 600PJ en is dus zeker niet te verwaarlozen).
  • Energie-import niet benoemd. Het is niet helemaal duidelijk, maar het is of niets of een beetje biomassa
  • Overgebleven fossiele brandstof en CO2 zijn in 2035 ca 45% van die van nu
  • Saillante punten voor 2035:
    • het aantal gasaansluitingen van woningen daalt 7 miljoen à 1 miljoen
    • ruim 60% van de huizen heeft label A, ca 20% label B, de rest is onbenoemd. Er is geen Nul Op de Meter-streven)
    • ca 20% van de huizen wordt verwarmd met warmtenet, 25% met een collectieve lokale bron als een WKO-opslag of een warmtevat, ca 45% wordt individueel all-electric verwarmd, en restcategorie van 10%
      blijft ouderwets verwarmd worden (bijv. monumenten)

      Drie soorten verwarming (Nat&Mil juni 2016)
    • Inzake mobiliteit wordt vigerend beleid uitgevoerd en geïntensiveerd met ca 40PJ extra elektrische auto’s en 10PJ waterstof (waarmee beide samen van ongeveer 12PJ bij bestaand beleid op ca 65PJ komen)
    • alle kolencentrales gaan dicht
    • De elektravraag zal stijgen van 429 à 489PJ
    • In totaal staan er in 2035 3450 windturbines op het land en 1900 in zee. Die zijn goed voor resp. 8 en 17GW, wat ongeveer 63 + 245PJ = 308PJ elektra op zal leveren
    • Er komt totaliter 40GWp  PV op daken, gevels, etc, wat idealiter goed is voor ca 126PJ elektra
    • Biomassa en gas hebben nog een aanvullende rol in elektriciteitsproductie
    • De Energievisie 2015 bevat geen passage over voedingspatroon
    • Biomassa heeft een bescheiden rol (totaal 120 nu, ca 200PJ in 2035), waarvan 75PJ bestemd is om in de chemie chemie olie te vervangen, waarvan een flink deel flink deel bestemd wordt voor de internationale lucht- en scheepvaart, en waarvan een deel algemene achtervang is.
    • Het financiele plaatje komt in de zwarte cijfers bij een CO2-prijs die tot ca €100/ton gestegen is in 2030. Nu is deze ca €5/ton.
    • Een krachtige en sturende rol van de overheid is onontbeerlijk. De markt gaat het niet doen.
      Financiele tabel Nat&Mil juni 2017

      Commentaar mijnerzijds en de tetterkop
      Vertrekkend vanuit de gekozen uitgangspunten, zit het verhaal op hoofdlijnen logisch in elkaar en zijn sommige bijzaken moeilijk te beoordelen. Dat is bij dergelijke studies bijna onvermijdelijk als men geen handboek wil schrijven van 500 pagina’s.

Ik vind enkele uitgangspunten irreëel.

Het is prijzenswaardig dat Nat&Mil inzet op 40% energiebesparing tussen 2013 en 2035, maar het lijkt mij onhaalbaar hoog. Het CBS geeft aan dat het Nederlandse energieverbruik in 2015 en 2016 gestegen is.

( www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/17/minder-winning-meer-verbruik-aardgas-in-2016 , waarna doorgelinkt kan worden naar de brute cijfers.)

Uiteraard kan Nat&Mil daar ook niets aan doen, maar vertrouwen op 40% daling tussen 2017 en 2038 lijkt wellicht toch een beetje overmoedig.

De tetterkop in het persbericht bij de Visie was “Nog ruimte voor 145 miljoen zonnepanelen op Nederlandse daken” . Gangbaar is dat daarvan ongeveer 2/3 van woningen is en 1/3 van de rest bij elkaar. Dus zo’n 100 miljoen panelen op woningdaken.
Nu zijn er in Nederland 7,7 miljoen woningen, dus dat zou betekenen 13 panelen per woning, inclusief flats, en die allemaal ideaal georienteerd liggen. Lijkt me kras. Ik fiets nu al een paar maand rond in Eindhoven, bewust rondkijkend wat er werkelijk ligt, en ik zie dat als iemand maximaal zijn best doet in een bestaande woning, dat die net de 13 haalt (waarna je met de rest van dat dak niet veel meer kunt doen).
Ik geloof er eerlijk gezegd geen hout van dat je gemiddeld, in aanwezigheid van reëel bestaande schoorstenen, dakkapellen, Veluxramen en dakconstructiebeperkingen aan 13 gemiddeld komt.
Bij nauwkeurige lezing blijkt dat ook gevels, geluidsschermen en lege bedrijfsterreinen (waar dus blijkbaar nog geen daken aanwezig zijn?) meetellen. Maar daarvan voorziet de Visie niet in een onderbouwing.
All-in moeten die 150 miljoen panelen (die 145 miljoen plus wat er al ligt) 120PJ opbrengen. Die berekening klopt als je aanneemt dat het aantal klopt.
Ik zou er wat voorzichtiger mee zijn.
Ik kijk het liefste bij Sungevity, omdat die onderneming gedisciplineerd wordt doordat ze offertes uitbrengen en micro kijken hoe het precies zit met de dakkapellen en de bomen in de buurt en zo. (zie ook www.bjmgerard.nl/?p=2193 ). Sungevity komt tot maximaal ca 50PJ op Nederlandse woningdaken, en dus tot ergens rond de 75PJ op alle daken, en dus misschien tot 80PJ als je ook geluidsschermen etc meetelt.

Nu Nat&Mil zich voor 40PJ rijk rekent aan PV-panelen op gebouwen, en nu het er naar uitziet dat Nat&Mil slechts een deel binnenhaalt van de geplande besparing van 40% op ca 2400PJ, moet Nat&Mil mijns inziens op zoek naar een paar honderd PJ aanvullende duurzame energie. Ik  zie drie grote strategische mogelijkheden:

  • import van duurzame energie toestaan (als die er is)
  • meer wind op zee. Het Energetic Odyssey-plan van prof Sijmons komt voor Nederland ergens rond de 700PJ uit in plaats van de 245PJ van Nat&Mil)
  • toch zonneparken. Die zijn goed voor ongeveer 0,4PJ/km2 en in steeds meer provincies (behalve mijn eigen provincie Brabant) verschijnen die dingen.Als ik Nat&Mil was, zou ik de studie in bijvoorbeeld 2020 nog eens over doen en zou ik voor die tijd eens met prof. Sijmons gaan praten.
    Energetic Odyssey-project 2020

    Nat en Mil in spagaat
    Ik kan mij voorstellen dat Nat&Mil iets tegen zonneparken hebben. Dat betekent het opofferen van vele km2 landelijk gebied. De “Nat”en de “Mil” komen in spagaat.

Misschien moet Nat&Mil eens een opdracht uitgeven welke ecologische beperkingen, maar ook mogelijkheden, er zijn onder de PV-panelen in een zonnepark.
de gemeente Arnhem heeft al eens zoiets uitgebracht onder de titel “Effecten van zonneparken op de omgeving en voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik”. Daaruit onderstaand voorbeeld plaatje. De bottom line is dat een zonneveld t.o.v. vroeger agrarisch gebruik duidelijke ecologische winst kan betekenen, desgewenst in combinatie met extensieve veeteelt met kleine dieren.

Ik kom hier nog een keer in eigen recht op terug.

Natuurontwikkeling bij Duitse zonneparken

 

Houtbouw voor het klimaat – terug naar de toekomst

Voorbeelden van houtbouw (oud en nieuw)
In Nature van 17 mei 2017 staat een leuk artikel over een moderne renaissance in de houtbouw (zie www.nature.com/news/the-wooden-skyscrapers-that-could-help-to-cool-the-planet-1.21992 ).

Het artikel bespreekt de voordelen van houtbouw: voordelen in eigen recht en voordelen voor het klimaat.
Hout legt koolstof vast en zolang het hout hout blijft, kan dat voor heel lang zijn.

De Chinese Sakyamuni Pagode uit 1056, geheel van hout

Deze Chinese Sakyamuni Pagode is in 1056 gebouwd, geheel uit hout, en heeft al verschillende zware aardbevingen doorstaan. Het ding is ruim 67m hoog (zie bijvoorbeeld https://en.wikipedia.org/wiki/Pagoda_of_Fogong_Temple ).

Stavkyrke uit Urnes, Noorwegen, gebouwd in 1132, geheel uit hout. Deze Stavkyrke staat op de Unescolijst. Zie bijv. wikipedia.org/Staafkerk_van_Urnes .

De nieuwe gebouwen zijn ook vaak hoog. Het Nature-artikel opent met een gebouw in Prince George, Canada (een oude timmerhout-stad). Het is het Wood Innovation and Design Center van de University of North British Columbia en is (voor zover geen glas) helemaal gemaakt van hout van de Douglas spar.

Het Wood Innovation and Design Centre van de Universiteit van North British Columbia, geheel uit Douglas spar

Zo zijn er meer hoge gebouwen. Dit gebouw in Bergen (Noorwegen) had met 53m hoogte een tijd lang het mondiale record. Het is modulair geconstrueeerd met prefab-technieken, en telt 62 flats over 14 verdiepingen. Maar deze recordhoogte blijft niet lang bestaan.

Links Treet in Bergen, rechts de nieuwe ontwikkelingen

Voor- en nadelen
Hout kan bijvoorbeeld goed tegen aardbevingen.
Alle bouwwerken, ook die van hout, moeten aan het Bouwbesluit voldoen. Dat bevat veel bepalingen over brandvertraging en brandwerendheid. En, anders dan vaak gedacht, zakt bij brand een houten gebouw minder snel in elkaar dan een pand van beton (dat zwak wordt) en staal (dat smelt). Hout van de Douglas spar verkoolt met 39mm per uur en als je de planken en balken maar dik genoeg maakt, blijft een houten pand minstens de vereiste één uur staan.
Hout is per kg sterker dan staal.

Hout ontstaat doordat planten CO2 uit de lucht halen en opslaan in de vorm van vooral (hemi)cellulose en lignine. Een kg hout bestaat voor ruim 40% uit het element koolstof.
Een Fins regeringsrapport heeft geschat dat als heel Europa jaarlijks 4% meer in hout bouwde, dat zo’n 150 miljoen ton CO2 zou schelen (zowat de totale Nederlandse jaarproductie). (zie http://go.nature.com/2phy6rk ).
Dat getal komt vooral omdat de constructie zeer veel minder energie vraagt.

Een pagode kan wel 1000 jaar oud worden zonder zijn functie te verliezen, maar voor een modern kantoorpand geldt dat niet. Na enkele decennia is het door zijn bruikbaarheidscyclus heen. Dat vraagt om een recyclingprogramma voor het hout, zodat het niet alsnog verbrand wordt of verrot.

Houtbouw kan een lokale economie stimuleren. Het United Nations Development Program (UNDP) heeft bijvoorbeeld geconstateerd dat 27% van Turkije bebost is, dat daar 7 miljoen van de armste Turken wonen, en dat in Turkije maar 0,13% van de huizen een houten frame had. De UNDP werkt om die reden aan een integraal bosbouwplan voor Turkije.

In principe bieden de bossen nog ruimte om op duurzame basis meer hout te winnen, en in principe biedt dat kansen. Maar er is wel een goed plan voor nodig, met name in de Derde Wereld waar soms roofbouw op de bossen gepleegd wordt. Je kunt er niet zomaar op los kappen.

Biomassa stoken
Het (bij)stoken van biomassa, bijvoorbeeld in de stadsverwarming of in kolencentrales, heeft in milieukringen een slechte reputatie. Met grote stelligheid, en soms niet gehinderd door enige kennis, wordt gedaan of de duivel zelf hier bezig is.
De recente Zembla-documentaire wordt hier als bewijs opgevoerd terwijl die, als je die goed bekijkt, een gemengd beeld geeft. Soms zie je typisch productiebos gerooid worden (bomen die geplant zijn met de regelmaat van een kristalrooster), soms zie je de houthakkers bezig in een moerasbos dat er allesbehalve als een productiebos uitziet. En inderdaad werd er één kar met als constructiehout bruikbare stammen versnipperd tot pellets. Ik heb er de conclusie uit getrokken dat er in praktijk het een en ander fout is, maar niet dat het systeem per definitie fout is. Het vraagt om een context-verhaal, want anders gooi je het kind met het badwater weg.

Ik heb hierover op deze site eerder een artikel geschreven in www.bjmgerard.nl/?p=972 (Houtpellets en bosbeheer in de VS), op basis van een lezing van Junginger tijdens de befaamde KNAW-bijeenkomst . De basis is dit plaatje (voor een uitgebreidere uitleg zie het artikel).

De koolstofopslag in een gekapt en herplant bos

De zwarte lijn (de nullijn of referentielijn) is de koolstof die in een gewoon productiebos ligt opgeslagen. Dat bos wordt gekapt en dat leidt tot de koolstofschuld van de bruine lijn. (voor de duidelijkheid: een bos legt alleen CO2 vast zolang het groeit!).
Maar bij reguliere bosbouw worden er ook weer boompjes geplant en zolang die groeien of zolang de koolstof, die ze vastleggen, buiten het systeem gebracht wordt, leggen de CO2 vast (de paarse lijn). Waar de paarse lijn de zwarte snijdt, is de oorspronkelijke koolstofschuld afgelost.
Je had ook een meer ambitieuze referentielijn kunnen kiezen, namelijk een natuurlijk bos (de blauwe lijn). Als de paarse lijn blijft stijgen, passeert hij vroeg of laat ook dit referentieniveau en is er dus meer koolstof vastgelegd dan de natuur ooit had kunnen doen.

Het bouwen met hout is een methode waardoor de paarse lijn omhoog kan blijven lopen. De Chinese pagode heeft deze lijn nu 961 jaar doorgetrokken (althans, voor zover zijn bescheiden aandeel daarin reikt).

Met een dergelijk verhaal erbij is het mogelijk om netto CO2 vast te leggen en toch resthout als biomassa te gebruiken.  Essentieel voor de inzet van biomassa is een dergelijk samenhangend, multidisciplinair verhaal waarin ook andere vormen van gebruik van dat resthout meegewogen worden. Er moet beter nagedacht worden dan alleen maar roepen dat biomassa(bij)stook van de duivel is.
En er is een vorm van houtrecycling nodig als het hout ouder wordt dan de levensduur van het gebouw waar het in zit.

Eickhout

Bas Eickhout (EU, GrL)

Europarlementarier Eickhout van Groen Links (mooie naam trouwens in dit verband) heeft een aanzet gegeven tot een dergelijk verhaal. Het verbranden van complete boomstammen (na versnippering) mag van hem niet als duurzame energie aangemerkt worden, maar het verbranden van resthout wel, mits aan een aantal aanvullende voorwaarden voldaan is (bijv. biodiversiteit en bodemonderhoud).

Je kunt wel wat heen en weer misten en maren over Eyckhout’s standpunten (bijv. wanneer je iets een boomstam noemt en hoe je dit wil handhaven), maar in essentie is dit de kant die je op moet.

 

ALV en energiebijeenkomst Milieudefensie Eindhoven

Milieudefensie Eindhoven belegde voor maandagavond 15 mei 2017 een korte Algemene Leden Vergadering (ALV), waarna drie flinke lezingen over energie. Helaas was het niet erg druk.

ALV en energieavond 15 mei 2017, Bellefort

Het korte ALV-blok bracht niets spectaculairs. De achterban was er weer mee bijgepraat. Financieel draait de afdeling gezond, het bestuur gaat door, en het verslag over 2016 liet een bonte en interessante lijst van activiteiten zien. Dat verslag heb ik onlangs al op deze site gezet, zie Jaarverslag Milieudefensie Eindhoven 2016 .

Daarna sprak Donald Pols, landelijk directeur van Milieudefensie, over de inkomenseffecten van de energietransitie, die verhoudingsgewijze sterk bij de lagere inkomens terecht komen. Ook daarover heb ik al eerder geschreven, zie Laagste inkomens de zak door kostentoedeling klimaatbeleid? . In aanvulling op het daar geschetste verhaal had Donald nu ook een verhaal over de inkomensafhankelijkheid van de baten van de transitie, die ook scheef verdeeld waren ten gunste van de hogere inkomens.

Donald Pols, landelijk directeur Milieudefensie

Per saldo komt het erop neer dat, zoals een wat wild uitziende ingenieur van Tennet bij een van de Energy Days ooit zei, “de energietransitie een overdracht van geld van arm naar rijk is”. In essentie klopt dat. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de transitie niet door moet gaan, maar wel dat hij anders betaald moet worden. In mijn eerdere verhaal staan enkele aanbevelingen van CE Delft genoemd.
Milieudefensie telt in Den Haag als een invloedrijke organisatie en hij had er al over aan de bel getrokken. De transitie schreeuwt om ontwikkeling van draagvlak, en daarvoor moet er meer gebeuren dan tot nu toe.
De presentatie van Donald Pols is te zien –> Eerlijke Transitie in Cijfers

Na Pols kwam ik zelf aan het woord. Ik heb mijn menig hier al vaker verwoord, zie Zuidoost Brabant als trage supertanker richting energietransitie en de terreinbeheerders in spagaat . Eigenlijk is het ook een draagvlakverhaal, maar dan over ruimtelijke ordening.
Binnen niet al te lange tijd moet het MRE-gebied zijn nieuwe omgevingsvisie vaststellen. De ruimtelijke impact van de duurzame energie zal daarbij heel belangrijk zijn.
Het uitgangspunt dat Brabant geheel op eigen grondgebied energieneutraal moet zijn, legt zware claims op de ruimtelijke ordening (2270 windturbines van 130m ashoogte en ca 160km2 zonnepaneel, wat geothermie plus alles vergisten wat los en vast zit. Dat gaat ongetwijfeld problemen geven.
Dat alles vloeit voor uit de feitelijk geheel overbodige stelling dat Brabant (net als de andere provincies) op eigen grondgebied autarkisch en geheel energieneutraal moet zijn. Dat miskent o.a. de windmogelijkheden op de Noordzee en duurzame import-kansen. Bovendien zitten er ook rekenfouten in het verhaal en andere bediscussieerbare zaken. In praktijk kun je met heel wat minder toe dan het duurzame autarkie-beginsel eist, en dat geeft je speelruimte.
Mijn presentatie is te vinden –> ALV MilDef_energie Brabant_Bellefort_15april 2017 .

De laatste lezing was van directeur Marnix Vlot van de energiecoöperatie 040Energie, met een verhaal over hoe zijn coöperatie werkte en wat de sterke en zwakke kanten waren. Er was inmiddels ook al het nodige op duurzaam gebied tot stand gebracht. Zie 040energie.nl/ .
Verder sprak Vlot over het recente Klimaatplan van de gemeente Eindhoven, waar hij niet onverdeeld blij mee was.
De presentatie van Vlot is te zien –> Presentatie Marnix Vlot ALV MilDef 15mei2017

040Energie heeft bijv. een werkgroep die met een warmtecamera warmtelekken opspoort

Daarna nog een discussie, met oa een bijdrage van Michiel Visser hoe de verhalen van de avond om te bouwen waren tot concrete aanbevelingen voor de aanstaande gemeenteraadsprogramma’s. Dat is een verstandige vraag.

Ondertussen haalde de actiegroep Eindhoven Fossielvrij handtekeningen op voor een burgerinitiatief richting gemeente Eindhoven.

Nieuwe rendementsrecords in zonnepanelen

Het Fraunhofer ISE Instituut is apetrots dat ze het wereldrecord wat betreft het rendement van multikristallijne zonnepanelen weer in hun bezit hebben. In een persbericht dd 20 februari 2017 (zie www.ise.fraunhofer.de/press-releases/2017/multicrystalline-silicon-solar-cell-with-21,9% world-record.html ) lieten ze weten dat ze een rendement bereikt hebben van 21,9% . Lees dit als volgt: als de zon 1000W/m² aanbiedt, maakt het paneel daar 219W/m² elektrische energie van.
Om dat te plaatsen: goede nieuwe multikristallijne PV-panelen, die de industrie nu aflevert, zitten rond de 19% rendement en de panelen, die ik een paar jaar geleden op mijn dak gegooid heb, waren 16%.
Tweederde van de PV-panelen, die nu op daken liggen, zijn van dit multikristallijne type.

Multikristallijne PV-panelen met 21,9% record-rendement (Fraunhofer ISE 20 feb 2017)

Andere typen PV-panelen kunnen hogere opbrengsten halen. Bij de betere, maar duurdere monokristallijne PV-panelen hebben Yoshikawa e.a. van het Kaneka Corporation R&D team een rendement bereikt van 26,6% (de theoretische limiet van deze silicon single junction cells is 29,4%). SunPower heeft aangekondigd commerciele panelen van dit type te gaan maken met een standaardrendement van 25%.

Het PV-paneel van Kunta Yoshikawa/Kaneka

Het kan nog beter (38,8% is gehaald), maar dat is nog te moeilijk voor massaproductie.
Een overzichtsartikel is te vinden op www.nature.com/articles/nenergy201782#ref-link-section-2 .

Wie wat meer toekomstverwachting wil zien, kan gaan kijken op http://spectrum.ieee.org/static/interactive-record-breaking-pv-cells van de brancheorganisatie IEEE/Spectrum. Daar staan de recentste gegevens, maar het plaatje is interactief en hier niet af te drukken.
Een wat ouder plaatje uit een presentatie die iemand van ECN een keer hield op de Energiebeurs in Den Bosch beoogt ongeveer hetzelfde, maar is beter afdrukbaar.

Ontwikkeling rendement diverse types PV-panelen_NREL 2014

Zonnepanelen zijn nog lang niet uitontwikkeld.

 

 

 

Als Willem Barendtsz dat nog had mogen meemaken…

Willem Barendtsz wilde noordelijk langs Azie varen, wat hem vanwege het ijs niet lukte, en hij strandde in september 1596 op Nova Zembla, waar hij de winter doorgekampeerd heeft in het Behouden Huys. Een nationale legende.

Nu ziet het ijs er zo uit (het plaatje komt uit The Economist van 1 mei 2017, maar die heeft het ook weer ergens anders vandaan). Nova Zembla ligt iets boven de M van Moermansk.

De omvang van het arctische zeeijs in 2016

Het rapport “Snow, Water, Ice, Permafrost in the Arctic” (SWIPA) van de Arctic Council schat nu in dat het permanente ijs in 2040 weg is. de schatting tot dan toe was 2070.

‘s Zomers kun je dus nu wat Willem Barendtsz niet kon, namelijk ijsvrij varen. Rotterdam-Yokohama zou negen dagen korter duren als om de Zuid.

De ijsvrije zeeroute langs de Noord

Tenminste, op papier want in werkelijkheid is het nog steeds link vanwege de stormen, de ijsbergen, en het ontbreken van enige vorm van havenfaciliteiten op het grootste deel van de tocht. Op tijd leveren is nog steeds een probleem en dat is misschien maar goed ook.

Een milieuongeluk wordt dus per definitie een milieuramp, want hoe wil men in een dergelijk gebied stookolie opruimen?
De International Maritime Organisation doet pogingen gedaan (schrijft The Economist) om tot een gedragscode te komen, de Polar Code – geen afval overboord, geen olietanks spoelen en dan de plomp is, en een ban op zware stookolie zoals die nu in Antarctica bestaat, aan de andere kant van de wereld. het schijnt allemaal nog niet heel hard te open.

Laagste inkomens de zak door kostentoedeling klimaatbeleid?

Inleiding
Het is een belangrijke vraag die Milieudefensie op tafel gelegd heeft: hoe rechtvaardig is het klimaatbeleid en wat zijn de inkomenseffecten op verschillende typen huishoudens? Die vraag bepaalt rechtstreeks hoe het armoedige deel van de Nederlandse bevolking om zal gaan met het klimaatbeleid. Doe het verkeerd en de PVV staat likkebaardend klaar.

Milieudefensie heeft de vraag neergelegd bij CE Delft en dat gerenommeerde instituut heeft in maart 2017 het rapport uitgebracht “Rechtvaardigheid en inkomenseffecten van het klimaatbeleid”. Het is te vinden op www.ce.nl/publicatie/rechtvaardigheid_en_inkomenseffecten_van_het_klimaatbeleid/1930 . Maar (ik durf het bijna niet te zeggen), ik vind het een rapport met gebreken. Niet zozeer om wat er in staat als wel om wat er niet in staat.
Dit is de formele onderzoeksvraag:

Ik lees echter alleen maar een verhaal over de toedeling van de kosten en niet over de toedeling van de baten. Het is dus maar een half verhaal, of ik snap het verkeerd.
Het vraagteken in  de titel staat er niet voor niets.

De aannames
Een dergelijk rapport kan niet bestaan zonder een heleboel aannames, teveel om hier allemaal op te schrijven. Een paar:

  • Het klimaatbeleid wordt geacht begonnen te zijn in 1990
  • “huidig” = 2015
  • De systematiek van het huidige klimaatbeleid verandert niet
  • Kosten die het bedrijfsleven maakt worden doorberekend aan de bevolking
  • Kosten bestaan uit heffingen en kosten van maatregelen (als isolatie of zonnepanelen)
  • Als heffingen worden meegenomen de energiebelasting (een algemeen dekkingsmiddel), de ODE (de Opslag  waaruit de Duurzame Energie betaald wordt), de brandstofaccijnzen, en de BTW over dit alles.
    Het ETS telt nu niet mee (want stelt niks voor), maar de koolstofprijs wordt (langs welk mechanisme dan ook)  €500 per ton in 2050.
    De energiebelasting voor grootverbruikers is 0 en blijft 0 .
  • De range in het besteedbaar inkomen (‘netto’) wordt in 10 gelijke stappen verdeeld. Soms worden de effecten op de 10-80-10% zichtbaar gemaakt (laag-midden-hoog), soms op de een na laagste en een na hoogste inkomensgroep.
  • Het besteedbaar inkomen van de laagste groep is €7358/y; midden €31797; top €87994
  • De studie geeft een interessante en goed leesbare beschouwing over het complexe begrip ‘rechtvaardigheid’, maar operationaliseert dat uiteindelijk tot het ‘draagkrachtbeginsel’ en het ‘de vervuiler betaalt’ beginsel. Het eerste beginsel leidt tot de grote verschillen waarover ik schrijf, het tweede leidt niet tot grote verschillen.

Het huidige kostenplaatje en afwezig batenplaatje
Dat alles maakt dat het huidige klimaatbeleid 5,155 miljard per jaar kost, verdeeld over 1,261 miljard maatregelen en 3,894 miljard heffingen.

De fysieke consumptie van deze drie groepen ziet er als volgt uit (A= een na laagste en B = een na hoogste 10%):

De fysieke consumptie van huishoudens

Na enig rekenwerk levert dit het volgende kostenplaatje (huishoudelijke producten staat er niet bij want daarvoor bestaat geen klimaatbeleid – is dat trouwens helemaal waar? A en A+-koelkasten en zo?):

Kosten van het klimaatbeleid voor drie categorieën huishoudens

Gecombineerd met de bijbehorende inkomens betekent dat, dat in 2015 de hoogste categorie 1,5% van zijn inkomen kwijt was aan het klimaatbeleid, de middengroep 2,0%, en de laagste groep 5,1%.

CE Delft geeft ook het plaatje voor voorbeeldinkomens uit de een na laagste (hieronder ‘laag’) en een na hoogste categorie (‘hoog’), uitge-
splitst naar gezinstypen. Dat geeft:

Kosten van het klimaatbeleid voor een zestal voorbeeldhuishoudens

Tegenover die kosten staan echter ook baten. Woningbouwverenigingen hebben  in 2015 ook geïsoleerd en op koophuizen zijn zonnepanelen geplaatst. Dat brengt ook op. In bovenstaand plaatje zouden dus ook onder de as blokjes moeten staan.
Het zou best kunnen dat ook daar een inkomenseffect in zit. Helmond
bijvoorbeeld heeft veel lage inkomens en huurhuizen en plaatst nauwelijks zonnepanelen, Nuenen met het omgekeerde plaatst er veel. Nu ligt dat ook aan het achterlijke Helmondse energiebeleid en de goede Nuenense energiecoöperatie, maar daar ligt het niet alleen aan. (Zie ook www.bjmgerard.nl/?p=2231 ).
Je kunt op dit gebied wel van alles fantaseren, maar CE Delft geeft geen antwoord op de inkomensverdeling aan de batenkant.

Toch is inzicht in de batenkant essentieel voor de acceptatie van het beleid.

Als voorbeeld Woonbedrijf en Thuis
De Eindhovense woningbouwverenigingen Woonbedrijf (32000 woningen) en Thuis (11000 woningen) gaan als proef aan 900 huurders zes zonnepanelen aanbieden.
Dat kost de huurders jaarlijks in directe zin €152 in de servicekosten en indirect een onzichtbaar toegerekend deel van de eventuele subsidieverlening door het Rijk aan de SWS. Deze kosten zitten in het CE Delft-plaatje als ‘maatregelen’ en eventueel als ‘heffing’
Dat levert de huurders volgens de berichten (Eindhovens Dagblad 24febr2017) jaarlijks ongeveer 1300kWh/y op, momenteel goed voor €270/y (moeten de omstandigheden wel ideaal zijn). 1300kWh is zo’n 40% van het gemiddelde huishoudelijk stroomverbruik.
Omdat deze opbrengst voor een belangrijk deel uit niet-betaalde energiebelasting bestaat, komt een deel van de opbrengst ook ten rekening van ‘heffingen’, in dit geval ten gunste van de bevolking (krijgt een hef-
fing terug). Een ander deel van de opbrengst is echter reële productie en besparing.

Als je dit goed zou willen doen, zou je het eigenlijk niet op basis van individuele transactie moeten doen, maar op basis van collectieve organisatie, zodat ook huurders die toevallig op het oosten of westen uitkijken of die in een appartement wonen, er baat bij hebben. Maar dan zou de woningbouwvereniging (aldus in het ED) energieleverancier worden en daar zitten nogal wat haken en ogen aan (zeggen ze zelf).

Het kostenplaatje in de toekomst
Onder weglating van heel veel mitsen en maren geef ik de CE-plaatjes voor de 10-80-10% verdeling in 2030 en 2050:

Ontwikkeling in de relatieve kosten van het klimaatbeleid

Politieke bijstellingen van het beleid
CE Delft geeft aan dat ongewijzigd beleid leidt tot inkomenseffecten die voor met name de laagste inkomens onaanvaardbaar zijn. Ook als men rekening houdt met de onzekerheden en met de ontbrekende batenkant in het verhaal, blijft mijns inziens deze eindconclusie waar.

CE Delft doet (blz 45) een aantal aanbevelingen die ik kortheidshalve jat. Ik hoop dat de politiek er iets mee doet.

Aanbevelingen van CE Delft

Een energiegesprek op de Kempervennen

We hebben met Milieudefensie een tijd geleden aandacht besteed aan Montana Snowcenter en zijn buurman, de Kempervennen van Center Parcs Europe.

Eerste aanleiding was het bericht in de krant dat Montana zijn dak
prijzenswaardig vol gelegd had met heel veel zonnepanelen, waardoor de exploitant zijn fossiele energiegebruik kon halveren. Maar dat was nog steeds heel hoog, want je kunt daar zelfs in juli en augustus skiën en je kon je afvragen hoe duurzaam je een dergelijke onderneming moet noemen. In juli en augustus sluiten zou ook een duurzame maatregel zijn. De ijsbaan is ook niet het hele jaar open. Maar goed. Zie Is Montana Snowcenter duurzaam?

Montana Snowcenter op het Kempervennenterrein in Westerhoven (Bergeijk)

Daarna was de vraag of al die afvalwarmte niet bij buurman Kempervennen nuttig gebruikt kon worden. Daar staan heel veel huisjes en een groot centraal gebouw en 1+1=2. We hebben dit in een Open Brief voorgesteld ( Milieudefensie in Open Brief aan Kempervennen: maak een warmteplan! en Welwillend, maar afhoudend antwoord), beetje prikactie, waarna de eerste mail over en weer ging en we op onze tweede mail uitgenodigd werden voor een gesprek op het park. Prima idee.

We zaten er van hun kant met directeur Inge Zwaagman van de Kempervennen en Wilbert Hermans, de landelijke energiemanager van Center Parcs, en van onze kant met Tom Edelbroek en ondergetekende van ons Eindhovense Milieudefensiebestuur, en Evert Hassink van Milieudefensie landelijk (want de strekking van het verhaal reikt verder dan dit ene park).
Het was een verhelderend en aangenaam gesprek. Zo kom je nog eens ergens met je boodschap, waar je anders niet geweest zou zijn.
Wat punten eruit.

  • Montana Snowcenter en de Kempervennen zijn autonome ondernemingen die niet wat over elkaar te vertellen hebben, maar soms samenwerken.
  • Onze inschattingen als Milieudefensie over de mogelijke opbrengst van Montana voor de buurman was te optimistisch, o.a. omdat Montana al een  flink deel van de restwarmte in eigen huis gebruikte.
  • Montana en het centrumgebouw van Kempervennen liggen ongeveer 1,2km uit elkaar en een leiding kost fors per strekkende meter.
    De ene levert vooral warmte als de ander het niet nodig heeft. Dat valt met een ondergrondse warmtebuffer op te vangen, maar dat is heel duur.
    Het hoofdprobleem om in dit soort bestaande situaties infrastructuur aan te leggen zijn de kosten en de terugverdientijden.
  • De Kempervennen is een relatief oud park, uit 1983. De huisjes hebben tegenwoordig een individuele HR-ketel en geen vloerverwarming. Er is geen voor de hand liggende manier waarop daar op een of andere manier lage temperatuur-warmte zou kunnen worden ingezet. Voor vakantiehuizen bestaat geen verplicht labelsysteem.
    Men is er goed in om de bestaande woningen te ‘refurbishen’, maar dat heeft zijn grenzen.
    Het centrumgebouw (met het zwembad) zou een betere kandidaat zijn en er is gekeken of restwarmte van de buurman daar iets zou kunnen betekenen, maar dat is onbetaalbaar (aldus Hermans). Wel komt daar een houtkachel, want De Kempervennen heeft meer dan genoeg afvalhout.

    Huisje op De Kempervennen
  • Binnen Center Parcs (net overigens als binnen concurrent Landal) lopen de parken sterk uiteen. Zo sterk, dat het tot nu toe niet mogelijk is gebleken om voor de branche als geheel een Erkend Maatregelen Pakket op te stellen. Evenmin kent de toeristische branche Meer Jaren Afspraken (MJA).
    Bij nieuwere parken worden veel modernere milieu- en energiesystemen doorgevoerd. Bij het Duitse Bostalsee-park heeft men door een centrale warmtelevering 70% kunnen besparen.
    In praktijk werkt het jongste park als benchmark-vertrekpunt.
  • Center Parcs Nederland valt met zijn ca 2900 werknemers onder het European Energy Directive (EED) , waardoor de onderneming van 2010 tot 2020 20% energie moet bezuinigen. Hermans geeft aan daarmee ongeveer op schema te zitten. Na 2020 komt er een vervolgtrap. De verplichte vierjaarlijkse audit heeft nog niet plaatsgevonden, maar binnenkort wordt de onderneming ISO 15001 en dat heft de auditverplichting op.
    De vrijwillige Energie Prestatie Keuring heeft al plaatsgevonden.
    De gemeente Bergeijk is bevoegd gezag (in praktijk via de Omgevings
    Dienst ZO Brabant (ODZOB).

    Kempervennen

    We doen veel, maar niet alles kan en ik wou dat ik in de toekomst kon
    kijken – aldus ongeveer samengevat de boodschap van de gesprekspartners. Met af en toe buikpijn, bijvoorbeeld bij de gedachte wat de toekomst van een park als de Kempervennen was (een flinke werkgever in de regio), mocht er nog eens een gasloze samenleving komen. 600 warmtepompen à 35dB(A) per stuk, allemaal tegelijk ’s avonds draaiend, is ook niet alles.

Sommige dingen kunnen misschien op het eerste oog financieel niet, maar  moeten op termijn toch. Dat is het lot van veel betrokkenen bij de energietransitie.

En of Milieudefensie wat voor hun kon doen? We zijn een actiegroep en we willen dus het beleid beïnvloeden, voor zover onze mogelijkheden reiken. Wat zouden zij willen?

  • Met stip: een betrouwbare overheid. Het Rijk is in het verleden berucht onbetrouwbaar gebleken, met als dieptepunt de afschaffing van de MEP in 2006 door Joop Wijn (CDA). De Duitse overheid is veel consistenter.
  • Vervolgens: een CO2 – beprijzing die wat voorstelt .
  • Misschien wat meer mogelijkheden tot subsidie. De SDE+ is een exploitatiesubsidie en geldt dus alleen voor het produceren van energie en niet (zoals hier) voor het besparen van energie. Misschien wat ruimere mogelijkheden voor eenmalige subsidie in de geest van VAMIL/MIA?

Ik elk geval zijn we het als Milieudefensie geheel eens met de eerste twee wensen, en we zouden met ene positieve grondhouding moeten nadenken over de derde.

Tsja, en verder hebben we misschien niet dezelfde opvattingen over het kapitalisme en de bestemming van de bedrijfswinsten, maar die discussie overstijgt De Kempervennen. Hoe MVO moet een onderneming zijn?

Een voedselbos in een stuwmeer

Milieudefensie Eindhoven heeft een excursie georganiseerd naar het gebied Aanschotse Beemden, een mooi stuk Eindhoven waar ik tot mijn schande nog niet eerder geweest was. Tijdens de excursie werd vakkundig commentaar gegeven door de (thans gepensioneerde) stads-
ecoloog Leonhard Schrofer, die nauw betrokken is geweest bij de planvorming.
Er liepen een dozijn mensen mee.

Waar ligt het?
Hieronder de ligging in Noord-Eindhoven. Je kunt er het beste komen door om het Revalidatiecentrum heen te fietsen, de Toledolaan af, tot die weg bij een keerlus ophoudt.

De Groote Beek
Door het gebied loopt de Groote Beek (tevens de oude naam van de psychiatrische inrichting die stroomopwaarts ligt). De waterloop is niet natuurlijk, maar in de 19de eeuw gegraven ten behoeve van de afwatering voor de landbouw. Het is nu best wel een mooi watertje geworden.

Er komt wat kwelwater omhoog in het gebied.
Het is onderdeel van de Ecologische Hoofd Structuur.

De Groote Beek

Voor dit gebied is een ontwikkelproject gestart (inmiddels grotendeels afgerond), waarin een aantal doelen tegelijk gerealiseerd worden: waterbeheersing, natuur, recreatie, en landbouw en cultuurhistorie.

Voedselbos, landbouw en recreatie
De trekker van de excursie was het “Voedselbos”. Dat is een opkomende populaire trend. Een ander park, het Philips-de Jong park is populair bij Nederlandse families met een Turkse achtergrond omdat je er kunt plukken.
Ook in de Aanschotse Beemden zijn voedselbomen aangeplant: zeven tamme kastanjes, acht appelbomen (Sterappels en Brabantse Bellefleur), 3 walnootbomen en twee pruimebomen (Reine Claude Vert). Alleen zijn die nog niet zo groot, dus verwacht er niet meteen wagonladingen oogst van. Verder staan er heel veel hazelaars (waar ook wat aan komt), maar die groeien er vanzelf.

Appelbloesem

Landbouw is een groot woord, maar het plukken wordt zeer zeker aangename recreatie. En als er niks aan de vruchtbomen zit, is het nog steeds een fiets- en wandelgebied dat zeer de moeite waard is.

Ten behoeve van de ‘echte’ landbouw wordt de vroegere rechthoekige kampstructuur weer teruggebracht. Enige landbouw en veeteelt is toegestaan, mits ecologisch.

Er staan heel veel populieren en die zijn er ooit neergezet voor de exploitatie. “Neergezet” is het juiste woord, want de populier is in Brabant niet inheems. Je kunt dat ook een soort landbouw noemen. Die ziet er wel mooi uit. Populieren worden niet oud, dus als je een ander soort bos wilt, hoeft dat geen eeuwigheid te duren. Er zijn inmiddels jonge essen aangeplant.
Als het bos eenmaal gevarieerd genoeg is, is er nog nauwelijks beheer nodig. Goed natuurbeheer kan geld besparen.

Er is met de omwonenden in Blixembosch overlegd hoe men het wilde. Op een paar plaatsen moesten de populieren weg want ze namen de zon weg, op andere moesten ze blijven staan want dat ruiste zo lekker.

Natuur
De beoogde natuurtypes.

De beoogde natuurtypen

Het hooiland wordt periodiek gemaaid en wordt blauwgrasland. De eerste orchideeën beginnen op te komen.

In het gebied liggen acht poeltjes. Daar zitten salamanders in (oa Alpenwatersalamanders) en daarom geen muggen (want de salamanders eten de muggen op) en geen vis (want anders eten de vissen de salamandereitjes op). Om dat laatste moeten de poeltjes af en toe droogvallen.
Dertig van de zestig Eindhovense basisscholen hebben een poel geadopteerd – een unieke situatie. Dat was zo populair, dat men om financiele redenen een tijd lang een wachtlijst heeft moeten hanteren. De kinderen helpen in het voorjaar mee met een inventarisatie en doen in het najaar symbolisch klein onderhoud.

In dit soort stobben hebben twee paar ijsvogels gebroed.
Een mooie sleedoorn

Waterbeheer
Het gebied dient ook om piekafvoeren van de gescheiden riolering van de omringende nieuwbouw af te voeren. Er moet een stuwtje komen in de Groote Beek (van afstand bediend), waardoor het gebied bij heftige regenval eigenlijk een groot, maar ondiep stuwmeer wordt. Er moet 20.000m3 in kunnen. Het binnenstromende water loopt ter zuivering door een helofytenfilter (riet met actieve slibbacteriën). Het riet wordt een meter of vier hoog en in de winter gemaaid en afgevoerd.

Ondanks dat het na een plensbui een kleine binnenzee wordt, kun je er toch wandelen. De paden zijn verhoogd aangelegd en door het riet-
moeras loopt een knuppelbrug. Aan alles is gedacht!

Hoogwaterafvoer

Er zijn ondiepe sleuven gegraven, evenwijdig aan de beek, waardoor na een plensbui extra afvoercapaciteit ontstaat. Eigenlijk dus een vorm van klimaatadaptatie.

Zuidoost Brabant als trage supertanker richting energietransitie en de terreinbeheerders in spagaat

En zo zat ik op donderdag 6 april bij twee bijeenkomsten over hoe het MRE-gebied ( = Zuidoost Brabant rond Eindhoven en Helmond) energie-
neutraal moest worden. ’s Middags was er een bijeenkomst voor
bestuurders van het MRE-gebied in de Kasteelhoeve in Geldrop, ’s avonds had ik samen met Michiel Visser van de BMF en met Joop van Hout en Lieke Stoffelen van het Trefpunt Groen Eindhoven een bijeen-
komst belegd voor vrijdenkende geesten, waaronder die van de Terrein Beherende Organisaties (TBO), enkele provinciale politici, en met een echte prof erbij, om ook eens onafhankelijk naar het onderwerp te
kijken.

De bestuurlijke bijeenkomst
Men kan het in  Eindhoven en Helmond niet laten, ze moeten de slimste en de eerste zijn. Dus zal het MRE-gebied de eerste regio zijn (in de kosmos) die energieneutraal is. Dat terwijl de regio nu eerder bij de laatste dan bij de eerste plaatsen rondhangt. Insiders schudden hun hoofd. Maar goed.

Onder de regionale inspanning ligt de Posadstudie (zie op deze site www.bjmgerard.nl/?p=4316 ). Die geeft een redelijk heftige inspanningsverplichting, maar hanteert aannames en heeft rekenfouten die toch nog redelijk wat lucht zouden geven.

MRE-bijeenkomst 06april2017 . Links Van Liempd, rechts Kuijken

Het proces wordt getrokken door Paul van Liempd (PvdA), wethouder in Waalre en Mathijs Kuijken(CDA), wethouder in Bergeijk. De eerste doet in MRE-verband de duurzaamheid en de tweede de Regionale Ruimtelijke Strategie. Ze doen hun best.

In de zaal zaten heel veel ambtenaren en bestuurders van de gemeenten, waterschappen en provincie, een aantal beroepslobbyisten van energiebedrijven of voor het eigen bureautje, en wat bezorgde burgers. Overigens was 89% van de aanwezigen met de auto.
Het was de derde zitting in deze “Atelier-reeks”. In eerdere zittingen had men afgesproken dat men niet zou blijven inzetten op ontsnappingsmogelijkheden in de toekomst, maar dat men nu zou beginnen. In elk geval sommigen zagen de beperkingen van de Posad-studie ook wel.

Het was geen kwaaie bijeenkomst. Ik kan niet in hoofden kijken, maar wat er gezegd werd ging de goede kant op, zij het niet als een flitsende sprint – inschatting van de politieke realiteiten zal daar niet vreemd aan zijn. Het overheersende beeld is dat van een supertanker die begint te varen.

Publiek bij MRE-bijeenkomst 06april2017

De smart phone-stemming gaf enkele geprononceerde resultaten:

  • het grote publiek heeft er nog geen besef van hoe groot de uitdaging is (65%)
  • de overheid kan de energieneutrale regio het beste naderbij brengen door initiatieven te ondersteunen met maatwerk (41%), door samenwerking te stimuleren en wet- en regelgeving aan te passen (beide ca 22%). Subsidie was het minst populair, want de gemeenten hebben geen geld.
  • kennis kan het beste worden ingezet voor de transitie door concrete projecten te stimuleren en daar kennisinstituten bij in te zetten
  • het MKB heeft het meeste aan zekerheid over meerdere jaren (50%) en geld (33%). Meer vrijheid door minder regelgeving stond laag op de agenda (13%) en een communicatiecampagne werd nog veel mnder zinvol geacht.
  • de ‘oude’ infrastructuurbedrijven blijven hard nodig omdat die de infrastructuur beheren, kennis hebben en kansen zien (82%) en omdat we nog jaren fossiel nodig hebben (13%)
  • op dit moment is het hardst nodig een Deltaplanachtige totaalaanpak (71%) en een breed draagvlak (21%)

Hierna mochten acht mensen een korte pitch geven om het publiek naar hun werkgroep te lokken. Ik heb wat rondgelopen.
Woonbedrijf (de grootste woningbouwcorporatie van Eindhoven) had zijn Nul Op De Meter-projecten (NODM) afgeblazen. Die zouden voor hun woningen 80 a 90 mille per stuk kosten. In plaats daarvan wordt ingezet op kleinere projecten, bijv. ketelvervanging door een hybride warmtepomp. De woningen in kwestie hebben al spouwmuurisolatie en dubbel glas en het ketelprogramma brengt woningen met een C-label op A en woningen met een B-label op A+ . En dat voor €6500, waarvan een groot deel gesubsidieerd. Woonbedrijf probeert zo te werken dat de maatregelen compatibel zijn met NODM in bijvoorbeeld 2035.

(Nu nog) wethouder van Veldhoven, Nicole Ramaekers wilde Veldhoven energieneutraal maken, om te beginnen nieuwbouwprojecten.

Een van de oplossingsmodellen.

De onofficiele bijeenkomst
Die vond  ’s avonds plaats in ’t Bellefort.

De aanleiding was o.a. de spagaat, waarin de TBO’s zich bevinden, en waar de BMF mee moet dealen. “Wij hebben decennia geïnvesteerd in ons enige Brabantse Nationale Park Het Groene Woud, om daar een aantrekkelijk landschap van te maken, en nou willen ze daar windmolens midden in gaan zetten” aldus een vertegenwoordiger van Natuurmonumenten (een belangrijke TBO). Ik kan begrip opbrengen voor het standpunt, hoewel strikt genomen niet de natuur zelf onder die windturbines lijdt, maar vooral de menselijke beleving van de natuur. Het is een spanningsveld van jewelste, ook al met aanwezigen uit Boxtel die activistisch zijn in het plaatsen van windmolens. Die vinden dat Boxtel de meest ecologische gemeente is en op die eretitel hebben ze meer recht dan het MRE-gebied.

Nationaal Park Het Groene Woud

De TBO’s staan hier ook niet allemaal hetzelfde in. ’s Middags was er een werkgroep van Jan Fenten van Staatsbosbeheer, die als man van publieke organisatie medeverantwoordelijkheid voelde voor de oplossing van de energieproblemen, liever niet maar als dan toch, dan niet in Natura2000 – gebieden. Maar goed geplaatste turbines in de Boswachterij Kempenland of geothermie naast de Natura200-gebieden in De Peel zou bespreekbaar zijn. En biomassa (bijv. voor de stadsverwarming in Meerhoven) kon, want ze wisten precies hoeveel ze wel en niet konden oogsten, en tot nu toe nam de hoeveelheid hout toe. ( zie De biomassacentrale Meerhoven en het overige Eindhovense biomassaproramma )

Het ging er flink op los. De biljarters die aan de andere kant van de deur met een kampioenschap bezig waren vroegen of het niet wat zachter kon.

Vanwege deze spagaat had ik mijn commentaar op het Posad-rapport verder uitgewerkt en van een aantal suggesties voorzien. Ook had ik er de plannen van Urgenda en van Sijmons en TenneT kwantitatief naast gezet. Dit alles zou op termijn flink wat reserveruimte in de vraagstelling kunnen inbouwen. Kort samengevat:

  • doe tot 2023 gewoon wat in het Energieakkoord afgesproken is. Dat gaat sowieso de goede kant op
  • laat iedereen erg zijn best doen om wind op de Noordzee sterk uit te breiden
  • reken een evenredig deel van de wind op zee aan Brabant toe
  • import van duurzame energie is geen verwerpelijke zaak.
  • heb meer aandacht voor warmteprojecten

Men kan mijn presentatie  HIER vinden. Commentaar wordt altijd op prijs gesteld.

We hebben afgesproken onze informele tijdelijke werkgroep uit te breiden en om er verder mee door te gaan. De energietransitie in Brabant is te belangrijk om alleen aan politici over te laten. Geïnteresseerden zijn welkom.

Actie tegen aansluitvoorwaarden Stadsverwarming Meerhoven wint hoger beroep – update

De Stichting Stadsverwarming Meerhoven heeft zijn zaak tegen stadsverwarmings-exploitant Ennatuurlijk in hoger beroep gewonnen. Op 04 april 2017 bepaalde het Gerechtshof in Den Bosch, dat de jaarlijkse aansluitbijdrage niet met de bewoners overeengekomen is, en ergo dat deze terugbetaald moet worden.
De bewoners betaalden hun aansluiting op de stadsverwarming langs twee routes. Ze hadden bij de koop van de woning een bedrag ineens betaald, en daarnaast bleken ze ook een bijdrage te betalen in het vastrecht (via een soort hypotheek-achtige constructie). Dat bleek pas jaren later.
Het Gerechtshof oordeelde dat de tweede route niet op deze manier georganiseerd had mogen worden. In het vaste taalgebruik van de sector mogen er slechts drie met name genoemde posten in het vastrecht zitten – en daaronder geen afbetalingshypotheek. Ook vond het Gerechtshof dat het in redelijkheid niet van de bewoners verwacht had kunnen worden dat ze in de gaten hadden hoe de structuur in elkaar zat.
Als het langs twee routes op te bouwen eindbedrag in deugdelijke constructies gegoten zou zijn geweest, had Ennatuurlijk het misschien wel mogen vragen. Het Gerechtshof heeft de vraag naar de rechtmatigheid van het bedrag onbeantwoord gelaten en het gelaten bij de onrechtmatigheid van de procedure. Wat dat bedrag ook moge zijn, Ennatuurlijk kan het niet meer vragen. Ennatuurlijk heeft dus een strop.

Overigens is Ennatuurlijk niet zelf de dader, maar de rechtspersoon die de dader Essent opvolgt.

De biomassacentrale in Meerhoven

Op 7 april bleek dat Ennatuurlijk cassatie gaat aangetekenen. Ennatuurlijk meent blijkbaar dat er een principiele rechtsvraag mee gemoeid is.
In zijn persbericht hierover zegt Ennatuurlijk, dat het Gerechtshof een uitspraak gedaan heeft in een zaak van drie bewoners die hun eigen huis gebouwd hebben (daarvoor lag de zaak juridisch het eenvoudigst en daarom had de Stichting deze drie als eerste laten proef-procederen), maar ‘dat het Gerechtshof zich niet uitgesproken heeft over situaties waarin de warmteaansluiting in bijvoorbeeld projectbouw is gerealiseerd.’ En dat zijn er veel meer.
Voor het persbericht van Ennatuurlijk zie www.ennatuurlijk.nl/particulier/nieuws/actueel/ennatuurlijk-gaat-in-beroep-cassatie-tegen-de-uitspraak-van-het-gerechtshof/ .
Voor de Stichting, zie www.stadsverwarming-eindhoven.nl/ .

Ik heb op deze site vaker over de stadsverwarming in Meerhoven geschreven. Zie bijv. Een informatieavond over de stadsverwarming in Meerhoven en Stadsverwarming Meerhoven: gefeliciteerd en toch gemengde gevoelens en De biomassacentrale Meerhoven en het overige Eindhovense biomassaprogramma .

Twee van de drie proefproces-personen krijgen €807 terug, een derde €1440 met wettelijke rente.
Ennatuurlijk runt in Eindhoven ruim 4000 huizen. Maar omdat de huizen in Meerhoven nieuw of nog nieuwer zijn, en omdat er het nodige verhuisd is en omdat een deel al op een schikkingsvoorstel ingegaan is, is het niet bij voorbaat duidelijk in hoeverre andere huishoudens in dezelfde positie zitten en wat uiteindelijk de financiele consequenties voor Ennatuurlijk zijn.

Ik had er een hard hoofd in dat de Stichting het hoger beroep zou winnen, maar dat viel dus mee. Ik ben er wel blij mee.
Ik ben een overtuigd aanhanger van de gedachte dat een toekomstige duurzame warmtelevering sterk zal leunen op collectieve arrangementen. De bestaande WKK’s zullen nog een tijd door functioneren en er zal, meer dan tot nu toe, een beroep worden gedaan op restwarmte, geothermie en warmteopslag. Ik ben dus voor stadsverwarmingen.
Tegelijk ben ik mij zeer wel bewust van het verzet ertegen. Dat is vooral gebaseerd op financiele gronden. De lijst “wantoestanden” die de Stichting op zijn site publiceert, bestaat bijna uitsluitend uit financiele wantoestanden.
Die kunnen reëel zijn. Onlangs is de Warmtewet geëvalueerd (zie De Warmtewet moet anders! ) en daarin staan met evenzovele woorden situaties beschreven, zoals die inMeerhoven tot ongenoegen leiden.
Als acties zoals in Meerhoven tot gevolg hebben dat de rechtspositie van aangesloten huishoudens verbetert, verzwakt dat tegelijk het contraproductieve ressentiment tegen de stadsverwarming als principe.

Schema van de stadsverwarming in Meerhoven

Zie verder Overwinning bij gerechtshof_04APRIL2017 .

Ik heb de actievoerders de volgende felicitatie gestuurd:

“Heren

    gaarne feliciteer ik de actievoerders in Meerhoven met hun overwinning bij het Gerechtshof. Ik vind het prima dat bewoners niet met zich laten sollen en daarbij gelijk krijgen. Ik moet er eerlijk bij zeggen dat deze overwinning mij niet bij voorbaat een gelopen race leek.

Ik hoop dat Ennatuurlijk geen cassatie aantekent.

Naar mijn mening zal een toekomstige duurzame warmtevoorziening sterk rusten op collectieve arrangementen. De bestaande stadsverwarmingen zullen hun rol als WKK-systeem nog geruime tijd vervullen en nieuwe collectieve arrangementen, op uiteenlopende schaalgroottes, zijn nodig voor grotere WKO-systemen, inzet van restwarmte en geothermievoeding. Ik heb er het nodige over op mijn site staan.
Mede hierom ben ik blij met deze overwinning. De acceptatie van collectieve vormen van warmtelevering zal verbeteren als de financiele condities beter worden. Daaraan draagt deze overwinning mogelijk  bij, hoewel een eerste blik op het vonnis erop wijst dat er vooral situatiespecifieke overwegingen aan ten grondslag liggen die niet overal hoeven te gelden.

Ik vind dat deze betere rechtspositie geborgd moet worden door een aanpassing van de Warmtewet in het voordeel van bewoners, eventueel met vormen van subsidiering zoals die ook bij andere vormen van duurzame energie gebruikelijk zijn.

Met vriendelijke groeten

Bernard Gerard”