Ik was ook bij de actie van Milieudefernsie ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Ahold Delhaize op 08 april 2026. Er was een demonstratieve buitenactie, waar ik bij was, en een binnenactie door ca 100 Milieudefensieleden die een aandeel gekocht hadden en de leiding van Ahold Delhaize uiterst kritisch bevroegen. Voor een verslag op de site van Milieudefensie, zie bijna-12000-handtekeningen-aangeboden-tijdens-de-ava-ahold (Milieudefensie rondt wel erg ruim af naar boven ………)
H Wat foto’s met onderschrift, en op het eind een persbericht van Milieudefensie over de actie.
Kunstenares Pauline Wiersema had voor de actie een Groene Kassa gemaakt, waar heel veel mensen graag groen en betaalbaar boodschappen wilden doen, maar die, helaas helaas, gesloten was. Dit is Pauline voor haar kassa.
Kassa gesloten, lange rij (ca 150 mensen). De groene mandjes zijn gehuurd en kunnen weer terug. Foto Edo Landwehr. .
Ondertussen werd de klantenservice van Albert Heijn gebeld met kritische vragen. Dit voor zover die service bereikbaar was. Foto Edo Landwehr.
==========
Actievoerders uit hele land bij vergadering Ahold Delhaize
Zaandam, 8 april 2026 – Van Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen: vanuit het hele land kwamen woensdag actievoerders van Milieudefensie en Milieudefensie Jong naar het Zaantheater in Zaanstad. Ze staan namens ruim 11.000 klanten in de rij voor een groene maar helaas gesloten kassa van Albert Heijn. Terwijl binnen in het gebouw de aandeelhoudersvergadering plaatsvindt van Ahold Delhaize, het moederbedrijf van Albert Heijn.
Winnie Oussoren van Milieudefensie Jong is daar al voor de vijfde keer om de aandeelhouders aan te spreken. “Ik kwam hier als scholier, en inmiddels heb ik mijn masterdiploma op zak, en Ahold heeft in die tijd weinig tot niks gepresteerd op het gebied van klimaat.”
Klimaatplan en dure boodschappen
“Ahold Delhaize heeft nog steeds geen goed klimaatplan”, benadrukt ze. “Maar intussen raken de CO2-doelen van het Klimaatakkoord van Parijs steeds verder uit het zicht, ligt er nog veel te veel vlees en zuivel in de schappen en zijn biologische boodschappen onnodig duur.” Vrijwilligers hebben maandenlang in het hele land met smoestuintjes actie gevoerd bij Albert Heijn-filialen voor groene en betaalbare boodschappen.
Hoge bonussen
Binnen richt een deel van de vrijwilligers zich ook specifiek tot individuele directieleden. Oussoren: “Wij moeten stemmen over hogere bonussen. Verdienen zij die wel? Zij falen immers om beleid te maken dat nodig is om de klimaatcrisis een halt toe te roepen.”
De Eindhovense Milieudefensiegroep voor Albert Heijn in de Roostenlaan na een van de negen Smoestuintjes-sessies. Er zijn ca 720 Smoestuintjes weggezet, waarvan er x-100 tot een ingevulde petitie geleid hebben. Zie ook https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-trapt-a-heijn-actie-af/
Het bestaande luchtkwaliteitmeetsysteem Sinds enkele jaren wordt de luchtkwaliteit in de MRE-regio Zuidoost-Brabant door de gezamenlijke gemeenten, de provincie en enkele andere geïnteresseerden op permanente basis gemeten. Dit bestaande regionale systeem omvat ook drie UltraFineParticles (UFP) -meters die dichtbij de startbaan staan. Voor de reguliere luchtkwaliteitsmetingen op deze site zie o.a. luchtmetingen-in-zo-brabant-in-2024/ en luchtmetingen-op-en-rond-eindhoven-airport-in-2022/
Dit reguliere systeem wordt in de komende periode, los van de tijdelijke baansluiting, sowieso al aangepast. De behandeling hiervan gaat voor dit artikel te ver. Na die aanpassing kent het systeem een open meetaanpak. De meetauto van de Universiteit van Utrecht bijvoorbeeld (welke universiteit een aparte onderzoeksgroep heeft voor luchtvervuiling) kan zijn Eindhovense meetdata aanleveren. Zo is er ook interesse van de Nijmeegse Radbouduniversiteit En als bijvoorbeeld de bewoners van Meerhoven zelf iets zouden willen, zou dat in beginsel kunnen. Het RIVM heeft een apart portal voor dit soort ‘civiele’ metingen: samenmeten.nl/ .
De aanleiding voor dit artikel Van 01 februari tot 19 juli 2027 wordt de enige startbaan van vliegveld Eindhoven vanwege renovatie en opwaardering gesloten ( https://www.eindhovenairport.nl/nl/baansluiting ).
Er werd van vele kanten op aangedrongen om van de gelegenheid gebruik te maken om de verschileffecten tussen wel en niet vliegen in kaart te brengen. Die vraag is al enige tijd in discussie.
Voor geluid ligt de registratie van het verschil simpel, omdat de bestaande apparatuur daarvoor al geschikt is. Die staat (bewust) ver van de startbaan en neemt daarom geen lokale effecten mee (bijvoorbeeld van minder personenauto’s en meer bouwverkeer van en naar het vliegveld). Ook kan de bestaande geluidmeting onderscheid maken naar bron (wel of geen vliegtuig). Dit vraagt op dit moment niet om verdere uitleg.
Voor luchtvervuiling ligt het moeilijker, want vliegtuigemissies meet men op dit moment vooral dicht op de startbaan en de tijdelijk afwezige vliegtuigemissies worden vervangen door tijdelijk aanwezige dieselmotoren van het bouwverkeer en de mobiele werktuigen. Daar moest over nagedacht worden en bovendien moest er voor die extra meting geld gevonden worden (bijna een kwart miljoen). Het onderwerp is besproken in de Werkgroep Gezondheid van het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO). Dat heeft geresulteerd in een positief advies en het geld is gevonden.
Ten opzichte van het reguliere meetsysteem is de meting tijdens de baansluiting dus een extra meting.
Opzet en resultaat van de extra meting Uiteindelijk kreeg men het dus rond. Het resultaat is gepresenteerd in het informatieve deel van het LEO van 30 maart 2026. De presentatie is te vinden op samenopdehoogte.nl/documenten_maart2026 . De afbeeldingen in dit artikel komen uit deze presentatie.
De Nederlandse autoriteit op UFP-gebied is TNO ( Air Quality and Emissions Research | TNO ). Uit de reguliere metingen blijkt dat het vliegveld geen belangrijke bron is voor de gangbare PM-categoriën (PM2.5 en PM10). Het is een meetbare bron voor stilstofoxides, maar dat is het nabijgelegen snelwegsysteem ook. De bij het vliegveld geplaatste sensoren meten beide, waarbij de zuidwestkant van de baan (de Wintelrese kant) relatief het meest op de startbaan reageert en het minst op de snelweg.
In het UFS-gebied is het vliegveld onderscheidend. Straalmotoren zijn een belangrijke bron van UFP. De snelweg ook, maar UFP-deeltjes van vliegtuigen zijn statistisch kleiner dan die van auto’s en dat is te meten (ca 10 – 30nm versus 50 – 80 nm)
Met ‘herziene EU Air Quality Directive’ wordt bedoeld dat de EU het sterk aangescherpte advies van de WHO ombouwt tot een voorschrift, dat de nationale regeringen in hun wetgeving moeten opnemen. Het diagram toont de emissies (wat uit de pijp komt) in één jaar (waarschijnlijk 2022) over heel Nederland. TPN betekent ‘Total Particle Number’ en dat betekent bij TNO het opgetelde aantal individuele deeltjes in de range van 10 tot 325nm (onder de 10nm is het eigenlijk niet meer mogelijk om te meten, en boven de 325nm telt wel de opgetelde massa, maar zijn de deeltjes zo zwaar dat hun aantal zeer gering is. De categorie 10 – 100nm is die van UFP. Op de rechterschaal betekent ‘1000’ 1000*10^24 deeltjes. In deze schrijfwijze moet je PM2.5 lezen als massaconcentratie in µgr/m3 van alle deeltjes opgeteld in de range van 10-2500nm. Op de linkerschaal betekent ‘1000’ 1000kton (dat is een miljard kg). Vliegtuigen produceren dus in verhouding heel weinig PM2.5. Als je ervan uitgaat dat Eindhoven ongeveer 1/15de is van het totale vliegen in Nederland (nagenoeg de hele rest is Schiphol), kom je in de orde van grootte van 15*10^24 uitgezonden UFP-deeltjes per jaar uit. TNO benadrukt dat de cijfers niet erg nauwkeurig zijn. Voor wie over dit onderwerp meer info wil, zie
Voor de duidelijkheid: de kenmerken die voor Wintelre en Woenel-Noord genoemd worden, moeten gezien worden als de normale achtergrond, waarin de extra meting tijdens de baansluiting moet functioneren. De extra meting zal bijvoorbeeld in Q2 niet veel houtstook waarnemen.
ILM2 is het huidige regionale luchtmeetsysteem en ILM3 het toekomstige. CAIREboxen horen bij het reguliere systeem en Protector Pro en SMPS zijn moderne UFP-meters
Al met al is besloten, mede gezien het budget, om in aanvulling op de reguliere metingen, deze extra meting te doen na, tijdens en liefst ook vóór de baansluiting (als dat lukt) op twee, nog nader te bepalen, locaties in enerzijds de dorpskern van Wintelre en in anderzijds Eindhoven-Noord. (nabij een bestaande CAIREbox van het reguliere systeem). Wintelre, omdat het de woonkern is die het dichtste bij het vliegveld ligt en er geen belangrijke andere bronnen zijn. Eindhoven-Noord, benedenwinds van het vliegveld, als contrast en mogelijk omdat men er ook iets mee kan in de zin van blootstelling van de bevolking.
Rond Eindhoven Airport woedt nog steeds een taai gevecht om in 2030 het advies-Van Geel uitgevoerd te hebben, waarvan het meest genoemde onderdeel is dat de oppervlakte binnen de 35Ke-zone in 2030 30% kleiner is dan in 2019. Over dat proces valt van alles te zeggen, maar dat doe ik hier niet. Voor wie meer wil weten, verwijs ik naar het artikel dat ik op de site van het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2): bvm2.nl/provincie-start-onderzoek-naar-de-maatschappelijke-waarde-van-eindhoven-airport-voor-de-regio/ . Dit artikel biedt toegang tot de originele documenten.
Ongeacht of ‘Van Geel’ geheel, grotendeels of vertraagd of hoe dan ook wordt afgerond, zal er nagedacht moeten worden over wat er na 2030 met het vliegveld moet gebeuren. De provincie Noord-Brabant heeft daartoe aan CE Delft gevraagd een ‘breed’ onderzoek te doen naar de bijdrage van Eindhoven Airport aan de regio. CE Delft heeft daartoe een onderzoeksopzet gemaakt, die in het informatieve middagdeel van het LEO (Luchthaven Eindhoven Overleg) van 30 maart 2026 gepresenteerd is. CE Delft is algemeen gerespecteerd deskundig op dit terrein.
In het LEO ontstond hommeles toen bleek dat CE Delft als een van de vier onderzoeksvarianten het opheffen van het civiele vliegen op vliegveld Eindhoven meegenomen had. Dit om als het ware tot een goed contrast te komen met een scenario waarin flinke groei mogelijk was. Het is dus niet meer dan een van de onderzoeksscenario’s.
Desalniettemin reageerde de aanwezige vertegenwoordiger van Transavia als door een wesp gestoken, en ook de directeur van het vliegveld en de aanwezige namens VNO/NCW toonden zich duidelijk ‘not amused’. Waarvan kennis genomen, want het LEO heeft niets over de provincie te vertellen.
Waarna de politieke strijd zich verplaatste naar de provincie. Het rechtse roedel (VVD, Lokaal Brabant (coalitie) en JA21 (oppositie)) huilden schriftelijke vragen de lucht in richting gedeputeerde Stijn Smeulders (PvdA). Hoe dat allemaal kon en waarom de provinciale overheid zomaar zelf vond dat iets uitgezocht moest worden zonder dat de commerciële partijen de kans hadden gekregen om dat te verbieden. Ongehoord!
Update dd 14 april 2026
Beantwoording schriftelijke vragen De schriftelijke vragen zijn op 07 april 2026 beantwoord (voor vragen en beantwoording zie vragen en antwoorden Toekomst EhvA .
Gedeputeerde Smeulders (PvdA) beschreef dat bij het inrichten van een toekomst voor Eindhoven Airport het Rijk waarde hecht aan het draagvlak binnen de regio. De regiogemeenten en de provincie wensen hun eigen visie op de luchthaven na 2030 inhoudelijk te onderbouwen op basis van een onderzoek. Het onderzoek is dus door en ten behoeve van provincie (opdrachtgever) en gemeenten.
Voor dit onderzoek is CE Delft gekozen. Het onderzoek van CE Delft is beschrijvend bedoeld. Het wordt een brede welvaartsanalyse gericht op economische, maatschappelijke en ecologische effecten. De scenario’s zijn breed gespreid, van groei via krimp tot sluiting, om een goed beeld te krijgen. Het onderzoek leidt niet tot keuzes of aanbevelingen.
Het toekomst-dossier wordt in de tweede helft van 2026 aan Provinciale Staten en de gemeenten voorgelegd om een standpunt te bepalen. Alle vertegenwoordigde politieke partijen kunnen dan, op basis van onderzoek, hun mening geven. Daarna komt het in het LEO. Overigens is dat standpunt geen besluit, want de zeggenschap over de toekomst van Eindhoven Airport ligt bij het Rijk en niet bij de provincie De provincie en de gemeenten kunnen formeel vaststellen wat ze ervan vinden, en dat dan het LEO en aan de ministers vertellen.
Motie Een aantal partijen in Provinciale Staten wilde, ondanks de overbodigheid daarvan, een signaal afgeven. Dat werd neergelegd in een motie dd 10 april 2026 ( bestuurlijk informatiesysteem, tekst en behandeling motie , de tekst van de motie zit in de bijlage). Er zijn twee feitelijke eisen (het dictum, kort geformuleerd):
Het doortrekken van Van Geel richting een toekomstbestendige luchthaven moet als uitgangspunt worden genomen
Onrealistische scenario’s als een toekomstige sluiting mogen geen onderdeel zijn van de standpuntbepaling
De motie is aangenomen met de stemmen van CU-SGP, Partij vd Dieren, SP en Volt tegen en de rest voor.
Commentaar van mij en van BVM2:
De eerste eis is feitelijk leeg. Eerstens moet nog blijken of het advies-Van Geel in 2030 überhaupt gehaald is, tweedens is er sinds 2019 (waarin het advies geschreven is) van alles gebeurd wat de groei van de luchtvaart bemoeilijkt, en waarvan algemeen gevonden wordt dat dat meegenomen moet worden (bijvoorbeeld woningbouw), en derdens is nu net de vraag wat ‘toekomstbestendig’ is – daar gaat juist het onderzoek over. Van Geel zelf spreekt over de ontwikkeling na 2030 in termen als ‘als’ en ‘misschien’, want zijn advies gaat maar tot 2030.
De tweede eis is, letterlijk genomen, een poging tot censuur op een toekomstig debat. Er ligt straks gewoon een beschrijvend onderzoeksresultaat dat geen beleidsaanbevelingen doet. Het College van GS (resp. B&W) kan daar zelf beleidsaanbevelingen aan toevoegen. Men kan daar in PS en de gemeenteraden iets van vinden en dat is het dan. Zelfs als het College de tekst van de motie serieus zou nemen en geen ‘onrealistische’ beleidsaanbevelingen zou toevoegen, dan nog kan welk scenario dan ook in discussie komen. De tekst van de motie verbiedt dus feitelijk aan leden van Provinciale Staten en gemeenteraden om iets te zeggen (‘een standpunt in te nemen’) wat uitgelegd zou kunnen worden als steun aan onrealistische scenario’s ‘zoals’ sluiting van Eindhoven Airport (blijkbaar worden ook andere, nog onbekende, onrealistische scenario’s alvast bij voorbaat afgedekt).
Het is een zeer vreemde motie. Gelukkig is het College van GS niet verplicht moties uit te voeren
Onderzoekers van het GeoRessources Laboratorium van de Universiteit van Lotharingen (gevestigd in Nancy en Metz), van de Franse overheidsrganisatie voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, CNRS, en van energiebedrijf Française de l’energie (FDE) hebben met de PTH-2-put bij Pontpierre op bijna 4 km diepte een grote ondergrondse voorraad waterstof ontdekt. Zie (o.a.) georessources.univ-lorraine.fr/en/regalor-2-project/ en persbericht FDE . Voor een CNRS-filmpje zie new-reportage-cnrs-lorraine-hydrogen-under-our-feet .
Mn spreekt van minstens 34 miljoen ton waterstof, maar er worden ook hogere getallen genoemd. Het kan zijn dat het reservoir doorloopt tot in België, Luxemburg en Duitsland. Voor zover de kennis nu reikt, is het de grootste waterstofbel ter wereld.
Eigenlijk is de waterstofvoorraad bij toeval ontdekt bij het uitvoeren van een ander onderzoek, namelijk naar de winning van Coal Bed Methane (CBM). Vroeger werden in de regio Lotharingen, net als in de aangrenzende delen van Belgie en Duitsland, kolen gewonnen. Die mijnen zijn alweer geruime tijd dicht, maar er zitten nog steeds veel kolen in de grond. Vaak is met die kolen methaan geassocieerd (wat de consument waardeert als aardgas en wat de mijnwerker vreest als mijngas). De gedachte achter het, daartoe in 2012 opgerichte, Regalor-project was om dat kolengas te winnen. Bij proefboringen echter bleek dat het kolengas waterstof als bijmenging had, en dat de bijmengconcentratie hoger werd naarmate de boor dieper ging. Dat veroorzaakte opwinding, waarna de bijzaak hoofdzaak werd. Als het zou lukken om de waterstof te winnen, zou dat extreem waardevol zijn – veel waardevoller dan methaan. Waterstof wordt massaal ingezet in de chemische industrie en tot nu toe wordt bijna alle waterstof uit fossiel aardgas gemaakt (en vooralsnog relatief een beetje uit elektrolyse van water).
Er volgde fundamenteel onderzoek naar hoe het ondergrondse systeem in elkaar zat. Het uiteindelijke model is dat de bron van de waterstof zich onder de kolenlagen bevindt, dat die waterstof (een heel licht gas) naar boven wil migreren, en dat de kolenlagen die omhoog trekkende waterstof adsorberen. De eerste boringen hebben die geadsorbeerde waterstof gemeten. Men gaat er van uit dat de waterstof ontstaat door een reactie van warm water met sideriet (in chemische termen ijzer(II)carbonaat). De details moeten verdre opgehelderd worden. Tegenover de ondergrondse vorming van waterstof staat ook ondergrondse ontsnapping en afbraak (waterstof is een reactief gas en sommige bodemorganismen vinden het heel lekker). Ook hiervan is nog lang niet alles bekend.
Dit is jonge wetenschap. De Pontpierreboring van het Regalor-II is bijvoorbeeld pas in december 2025 gestart. Men heeft heel lang gedacht dat er geen noemenswaardige hoeveelheden waterstof in de bodem zaten, omdat men vooral keek naar olie en gas en de ontstaansomstandigheden voor olie en (meestal) gas zijn anders dan van waterstof. De achterstand wordt overal ingehaald. De literatuur is vaak van na 2020. De VS bijvoorbeeld heeft een programma opgezet (https://www.usgs.gov/centers/central-energy-resources-science-center/science/geologic-hydrogen#overview )) en bijvoorbeeld Franse onderzoekers kregen hun sideriet-publicatie over een gebied in Zuid-Amerika gepubliceerd in november 2025 ( https://doi.org/10.3390/min15111218 ) – dat sideriet leverde overigens, in de omstandigheden op 3 tot 6km diepte, verrassend veel waterstof op.
Voor de sier een reactievergelijking
Het eerdere artikel op mijn site ( https://www.bjmgerard.nl/waterstofmijnbouw/ ) was gebaseerd op de interactie tussen heet water en vulkanisch gesteente (serpentinisatie), waarvan men tot voor kort dacht dat het de dominante vorm was. Serpentinisatie is inderdaad een veel voorkomende vorm, maar de vraag is in hoeverre die dominant is.
Duidelijk is dat er nog veel uitgezocht moet worden, niet in het minst hoe je die waterstof in praktijk op verantwoorde wijze kunt winnen. In Lotharingen is daartoe het vervolgproject Regalor-II opgezet ( georessources.univ-lorraine.fr/en/regalor-2-project ). Dat loopt van 2025 tot 2028.
De waterstof blijkt op de dieptes, waar die ontstaat, onder hoge druk en temperatuur opgelost te zijn in water zoiets als bubbeltjes in champagne, maar dan heftiger. Dat zijn omstandigheden die de gangbare mijnbouw niet eerder tegengekomen is. Hoe krijg je het gas gecontroleerd naar boven terwijl het water achterblijft, en dat bij 100 tot 200 atmosfeer en bijvoorbeeld 150˚ C? Voor de kleine schaal, die van de metingen, is dit probleem opgelost. Er is een sonde ontwikkeld ( de SYSMOG probe ( https://www.solexperts.com/files/downloads/FP_SysMoG_Deepenglisch.pdf )die via een smal boorgat in de diepte gebracht kan worden. Er zit een membraan op waar de waterstof wel doorheen kan, en het water niet. De sonde is nu gebruikt om meetmonsters te nemen, maar zou doorontwikkeld moeten worden om op industriële schaal af te tappen.
Alle bij het project betrokkenen benadrukken dat het nog wel een paar jaar zal duren voor er eventueel waterstof op verantwoorde wijze en in bruikbare hoeveelheden naar boven komt. Toch kijkt FDE al naar een exploitatievergunning.
De voordelen van heel veel zuivere waterstof zijn groot. Maar wat zeker ook beoordeeld moet worden, zijn de nadelen.
Men haalt onder druk staand gas uit onder druk staand water dat zelf op locatie blijft. Nog niemand heeft zich er tot nu toe in het openbaar aan gewaagd om in te schatten wat dat aan de oppervlakte betekent en dat zal wel moeten. Gaat het zoals in Groningen of is dat te voorkomen?
En het boorgat mag niet lekken. Waterstof versterkt de werking van methaan in de atmosfeer en heeft dus een indirect broeikasgaseffect dat het ermee bereikte verdwijnen van het van het fossiele broeikasgaseffect in onbekende mate zou tegenwerken.
Tenslotte: het landschappelijk effect van een onbekend aantal boorlocaties van onbekende omvang (voetbalveldgrootte? Buisleidingen?) is een punt van overweging. Tegenover de grote voordelen vind ik het zelf een klein nadeel, maar er moet wel naar worden gekeken.
CFS Weert (onderdeel van Renewi) voert een onmisbare taak uit door allerlei problematisch bedrijfsafval te conditioneren (CFS betekent Chemisch Fysisch Scheiden). Helaas krijgt het bedrijf, met het ingenomen bedrijfsafval, ook, bedoeld of onbedoeld, veel PFAS binnen. Het bedrijf produceert zelf geen PFAS.
Al die jaren (vanaf 1989) ging die PFAS, met het proceswater, het Weertse riool in. Al minstens vanaf 2018 was daarvoor enige vorm van vergunning nodig geweest, in het midden gelaten wat die vergunning in die tijd voorstelde. Dit werd door de Omgevingsdienst gedoogd omdat er een traject was richting een vergunning. Die vergunning werd een moeizaam gebeuren. De eerste versie werd ook weer ingetrokken en toen de tweede versie uitkwam, veroorzaakte die een storm van protest. De binnenkomende PFAS werd voor ruim de helft afgevangen en ter vernietiging afgevoerd, maar er bleef (opgeteld over alle soorten PFAS) vijf kg over die alsnog het riool inging. Waterschap Limburg, de natuurorganisaties, de drinkwaterbedrijven en de gemeente Weert dreigden met een proces tegen de provincie Limburg. Wat ook kwaad bloed zette was dat CFS Weert vond dat het met een kwart miljoen extra exploitatiekosten per jaar wel genoeg deed (Best Betaalbare Techniek in plaats van Best Beschikbare Techniek). Ik heb zelf voor Milieudefensie Eindhoven ook een zienswijze op de (tweede) concept-vergunning in gediend. Die heeft in bescheiden mate bijgedragen aan een betere oplossing. Wie het op deze site na wil lezen, zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ .
Na intensief overleg cq pressie tussen de provincie en de Omgevingsdienst enerzijds en CFS Weert anderzijds heeft CFS Weert de vergunning opnieuw ingetrokken. Dat liet gedeputeerde Theuns op 24 maart aan Provinciale Staten weten. Zie
De boodschap van Theuns valt in twee delen uiteen.
Eerstens dat er (naar alle waarschijnlijkheid) een nieuwe vergunning aangevraagd zal worden (dus de derde aanvraag). De provincie heeft een gespecialiseerd team van juristen op de situatie laten studeren en dat team heeft geconcludeerd dat aan de nieuwe aanvraag een project-MER vooraf moet gaan. Die gedachte is dus door de provincie en de Omgevingsdienst overgenomen.
Tweedens verbetert CFS Weert, vooruitlopend op de nog aan te vragen vergunning annex project-MER, de nabehandeling van zijn afvalwater. Alle afvalwater gaat nu door drie achter elkaar geschakelde actieve kool-filters, en daarna afgevoerd voor thermische vernietiging. In de ingetrokken vergunningsaanvraag ging het meeste water door één actieve kool-filter. Provincie en Omgevingsdienst moeten dit plan officieel nog wel goedkeuren. Immers, geen filter is perfect en dus komt er nog steeds PFAS via het riool in de Zuidwillemsvaart, maar dan wel zeer veel minder dan de 5kg in de tweede aanvraag.
Rij actieve kool-filters bij afvalverwerker Indaver in Antwerpen
Doordat de vergunningsaanvraag ingetrokken is, zijn de zienswijzen in de lucht komen te hangen voor zover ze niet op de project-MER en de drie achter elkaar geschakelde filters betrekking hadden. Ik had voor Milieudefensie Eindhoven bezwaar gemaakt tegen de financiële begrenzing door CFS van zijn milieuverplichtingen, en ik vond dat de Omgevingsdienst ook eens naar andere technieken als thermische reiniging moest kijken (zie https://www.bjmgerard.nl/veel-recente-vooruitgang-in-pfas-destructie/ ). Je krijgt dus nu geen antwoord op deze inbreng. Moet dan maar een andere keer.
Inleiding De PFAS-problematiek is algemeen bekend. Ik ga daar niet meer een exposé over geven. Men noemt de PFAS-stoffen (PFAS is een verzamelnaam voor vele duizenden soorten stoffen) wel eens ‘forever chemicals’. Dat is deels terecht en deels niet. In de natuur zijn ze inderdaad nagenoeg ‘forever’. Daarom moet de productie zover mogelijk worden teruggedrongen en zo ook het vrijkomen van de stoffen. Ik heb begrip voor de emoties die bij dit onderwerp horen, maar ik ga daar in dit verhaal niet verder op in. Er staat op deze site al genoeg over. In het laboratorium, steeds meer in chemisch-technologische pilots en soms ook in serieuze hoeveelheden worden er in snel tempo nieuwe procedé’s ontwikkeld naast het enige procedé dat al jaren grootschalig presteert, namelijk verbranding bij >1000°C bij de afvalverbrandingsoven van Indaver in Antwerpen. Daartoe moet het PFAS in hanteerbare vorm uit de natuur gehaald of gehouden worden, bijvoorbeeld door bodemsanering of door het wegwerken of voorkomen van PFAS-houdend industrieel afval. Hierover wil ik het in dit artikel hebben.
Er staat op deze site een artikel over CFS Weert ( bjmgerard.nl/milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ ) . Het bedrijf conditioneert industrieel afval met als doel dit elders te laten verbranden. In het aangeleverde afval zit PFAS (CFS produceert zelf geen PFAS) en vroeger ging dat met het restwater, na de bedrijfsactiviteiten, allemaal het Weertse riool in. In de concept-vergunning t.b.v. de PFAS-emissie werd die bestaande emissie voor ruim de helft afgevangen met actieve kool en daarna richting verbrander gestuurd (mogelijk de oven van Indaver). De emoties in het Weertse richtten zich uitsluitend op de helft die overbleef en niet op de helft die weggevangen werd. Daarmee keerde Weert cum suis zich dus feitelijk tegen het eigen belang. Alleen sluiting van CFS zou het Weertse riool vrij CFS-PFAS gemaakt hebben, maar dan was het PFAS-probleem in volle omvang elders blijven bestaan en was er een probleem ontstaan met het ‘gewone’ afval. Kortom, de emoties (later ook nog eens aangevuurd door een alarmerende inbreng van Nieuwsuur) leiden tot precies het tegenovergestelde van wat bedoeld was. Wat wel zin heeft, is de vergunning aanscherpen. Waarom er maar de helft uithalen en niet driekwart, bijvoorbeeld? En waarom een vergunning voor onbepaalde tijd? En waarom is geld leidend? Dat was mijn inbreng in een zienswijze namens Milieudefensie Eindhoven. De provincie Limburg heeft na de inspraakronde nog geen definitieve vergunning afgegeven.
Vanwege dit soort verwarring in dit artikel een eerst lesje PFAS- kennis.
Grijs is C Groen is F Geel is S Rood is O Wit is H Het molecuul heet PFOS
PFAS-kennis Het PFAS-werkveld is het terrein van specialisten. Dat ben ik in deze niet. Maar ik heb mijn hele arbeidzame leven als natuurkundeleraar op HAVO-VWO doorgebracht met laag in het kennisgebouw dingen uitleggen die men hoog in het kennisgebouw veel beter wist, dus ik waag me toch redelijk onbevreesd aan uitleg die dieper ingaat op PFAS.
De meest relevante verbingingen in een PFAS-molecuul zijn die tussen twee koolstofatomen ( C – C ) en tussen een koolstof- en een fluoratoom ( C – F ) . Daarnaast zitten er nog zuurstof ( O ); zwavel ( S ) ; en waterstof ( H )-atomen
Als alle potentiële plekken met F gevuld zijn, heet het ‘per’ en anders ‘poly’
PFAS (PerFluorAlkylSubstances) is een verzamelnaam waaronder vele duizenden verschillende stoffen vallen. Zeer kort door de bocht kun je de belangrijkste PFAS die men het meest in de natuur tegenkomt indelen in drie groepen: – de groep waarvan de kop op die van azijn lijkt (de carboxylgroep) – de groep waarvan de kop van zwavelzuur afgeleid is (de sulfongroep, zie hierboven) – de rest, waaronder de grondstof voor het GenX-procedé. De ‘zuurkop’ maakt het molecuul hanteerbaar en maakt dat het in bescheiden mate in water oplost (en daarmee mobiel wordt)
Men noemt moleculen met – 1 of 2 C-atomen ‘ultrakort ‘ . Die kunnen vloeibaar of gasvormig zijn en zijn erg mobiel – 3 t/m 7 bij azijnkopzuren en 3 t/m 5 C-atomen bij zwavelzuurkopzuren ‘kort’ – de rest lang Met name (ultra)korte moleculen zijn de lastigste categorie. Ze beginnen nu pas een beetje hanteerbaar te worden gemaakt. Trifluorazijnzuur (TFA) is een milieuprobleem in water.
De ‘kop’ is hydrofiel (zit graag in water), de ‘staart’ is hydrofoob (zit liever niet in water). In een luchtbel bijvoorbeeld (in schuim) zit de kop in het waterlaagje en steekt de staart in de lucht. Een PFAS-zuur is dus een in zichzelf tegenstrijdig molecuul. Naarmate het molecuul een langere staart heeft, wordt het als geheel hydrofober (en omgekeerd). Dat beïnvloedt het gedrag: bijvoorbeeld actieve kool houdt lange moleculen beter vast dan korte.
Het doorknippen van alleen maar een C – C band bewerkt op zich alleen maar twee kortere PFAS-moleculen en dat is niet perse een voordeel (‘degraderen’). Het doorknippen van alle C- F band (defluorideren) is de uiteindelijke bedoeling. Het gewenste eindresultaat van afbraak is dat men alleen maar eenvoudige bouwstenen over heeft: fluorionen, CO2, eventueel sulfaationen. Het PFAS heet dan ‘gemineraliseerd’.
Er bestaan twee wezenlijk verschillende categorieën bewerkingen. In de ene categorie worden de PFAS-moleculen gescheiden van hun drager en daarbij geconcentreerd. Aan de moleculen zelf verandert niets. Vaak wordt actieve kool gebruikt. Die is hele erg poreus en heeft daardoor een enorm groot binnenoppervlak waar de PFAS (om precies te zijn de hydrofobe staart van het molecuul) ongewijzigd tegen aan plakt. Ook gebruikt men soms nanofiltratie of schuimscheiding. In alle gevallen bestaat de PFAS dus gewoon nog steeds, maar zit gecomprimeerd in een veel kleinere ruimte en is daardoor hanteerbaarder. In de andere categorie vallen bewerkingen die het PFAS afbreken, liefst volledig tot zijn minerale bestanddelen. In oudere vergunningen doet men er vaak een beetje stilletjes over hoe dat gebeurt.
Bij CFS Weert vindt de scheiding en concentratie plaats met actieve kool, en vindt de vernietiging thermisch plaats.
De VITO-studie VITO is zoiets als de Vlaamse tegenhanger van TNO. De organisatie heeft veel verstand van industrieel afvalwater omdat er ook in Vlaanderen een hoop stront aan de knikker geweest is. VITO heeft een studie uitgebracht waarin een grondig overzicht van alle relevante aspecten van de verwijdering en vernietiging van PFAS uit afvalwater. De studie is te vinden op VITO – document . Hierboven is een voorbeeld in tabelvorm gegeven van een scheidingstechniek (in casu actieve kool) en hieronder van een vernietigingstechniek (namelijk thermisch). ‘Thermisch’ kan in één stap gaan (dan wordt het PFAS met filter en al zo geheel mogelijk verbrand), of in twee stappen (dan wordt eerst het PFAS uit de porieën gegloeid, waarna de actieve kool weer bruikbaar is en waarna de ontsnapte PFAS in een naverbrander alsnog verbrand wordt).
Bij CFS Weert verwijzen zowel de ILT als de provincie Limburg naar deze VITO-studie.
Het is inderdaad een serieuze studie, met echter als belangrijkste bezwaar dat de gegevens inzameling op 06 juli 2023 gestopt is (het werk moest uiteraard een keer af). Maar door die datum is de studie alweer voor een deel achterhaald, omdat er veel literatuur van na die tijd is. Eigenlijk zou er een vervolgstudie moeten komen.
Uit de VITO-studie. De sluitingstermjin voor opname van info daarin was juli 2023. Bij Indaver hebben na die datum veel ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor dit schema voor Indaver, wat betreft het derde nadeel, mogelijk achterhaald is
Indaver Het afvalbedrijf Indaver (INDustrieelAfvalVERwerking) is actief in een heleboel afvalverwerkende bezigheden. Inzake de vernietiging van PFAS-houdend afval is Indaver zoiets als de gevestigde monopolist. De voor PFAS relevante vestiging staat in Antwerpen, dichtbij de Nederlandse grens.
De Antwerpse vestiging werkt met vier draaitrommelovens, met naverbrander, waarin het langdurig heel warm is. Indaver garandeert in de ovens een gemiddelde temperatuur van minstens 1050˚C en in de naverbrander een nog hogere temperatuur. Dat is ruimschoots genoeg om heel veel problematische chemische verbindingen kapot te krijgen, waaronder een heel hoog percentage van het PFAS. Let wel dat de installatie dus niet alleen voor PFAS bedoeld is. Eén oven is bijvoorbeeld speciaal voor medisch afval. Indaver is zoiets als functioneel lomp geweld waarvoor op dit moment nog geen grootschalig alternatief bestaat.
Draaitrommeloven bij Indaver (website INdaver)
Maar omdat Indaver in Antwerpen jaarlijks 150 miljoen kg afval verbrandt, waarvan ca 0,6 miljoen kg PFAS, is het ook van belang hoeveel er niet, of half, verbrand wordt, tot wat precies en waar die restanten blijven.
De PFAS-problematiek is oud – ongetwijfeld loosde Indaver via de Antwerpse haven al heel lang PFAS op de Westerscshelde. Maar het brede maatschappelijk bewustzijn van die problematiek, en de bijbehorende wetenschappelijke studies, dateren van ergens rond 2017. In dit verband bijvoorbeeld: Chemours bestaat überhaupt pas sinds 2015; de geruchtmakende film Dark Waters is van 2019 en is op basis van een artikel in de New York Times uit 2016; en de eerste bestuurlijke antiPFAS-handeling van de Nederlandse regering, het Tijdelijk handelingskader PFAS, dateert van juli 2019 ( wikipedia.org/wiki/Poly-_en_perfluoralkylstoffen ). .
Inmiddels verwerkte Indaver al decennialang PFAS-houdend afval. De eerste lozingsvergunning dateert van 2007 en ging alleen over PFOS (getal mij onbekend). Daarna zijn de vergunningen stapsgewijs uitgebreid en aangescherpt. Begin jaren ’20 echter begon de lozingsproblematiek maatschappelijk op te spelen, bijvoorbeeld vanwege Zembla op 8 sept 2022 ( zembla/grote-zorgen-nederland-over-nieuwe-belgische-bron-pfas-lozingen-in-westerschelde ). Wat aan de attentiewaarde bijdroeg, was dat Indaver op dat moment jaarlijks 1,8 miljoen kg PFAS-houdend afval van Chemours Dordrecht verwerkte, waarmee in2025 geheel gestopt is – vraag is waar dat afval nu blijft.
De lozingen op de Westerschelde leidden, vanwege de volksgezondheid en vanwege de Kader Richtlijn Water, tot spanningen tussen de Nederlandse en de Belgische regering, en dat leidde weer tot beduidend scherpere, aan Indaver opgelegde, normen. Ondanks geklaag bouwde Indaver onder andere een dubbele rij van vier achtereenvolgende actieve kool-filters (die ze dus zelf kunnen verwerken). Dat hielp goed.
De lozingsvergunningen worden steeds tijdelijk verleend, waardoor verdere aanscherping mogelijk blijft. Er vindt ook steeds nieuw onderzoek plaats.
Momenteel ligt bij de Vlaamse overheid de aanvraag voor uit 2025, die met name het grootste overblijvende probleem aan wil pakken, dat van de ultrakorte PFAS-keten (bij Indaver betekent dat 1, 2 of 3 koolstofatomen). De lengtes daarboven zijn inmiddels geen probleem meer. Voor de ultrakorte ketens is sinds kort een meettechniek beschikbaar. De stand van zaken van deze aanvraag is nog onbekend.
Indaver beschrijft met zelfvertrouwen de externe milieuaspecten, en het voortgaande onderzoek, op zijn website. Het claimt dat de luchtemissie minder dan 100 gr PFAS op jaarbasis is en de wateremissie minder dan 50 gr, opgeteld over alls PFAS-soorten. Het zou waar kunnen zijn. Indaver lijkt inmiddels tot de best gecontroleerde bedrijven van Vlaanderen te horen en de webpagina’s, waarop een en ander vermeld wordt, zien er degelijk uit en verwijzen naar veel extern onderzoek. Zie indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval en indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval/monitoring-en-risicobeoordeling-pfas .
Blijft nog een dingetje: Indaver is een particulier bedrijf. Het is eigendom van de Belgische onderneming Katoen Natie ( wikipedia.org/wiki/Katoen_Natie ). Ik vind dat een dergelijk strategisch onmisbaar bedrijf onder directe democratische controle zou moeten staan. Maar helaas, dat was vroeger zo. Toen had het Zeeuwse nutsbedrijf Delta driekwart van de aandelen Indaver, maar uit geldnood is dat pakket in 2015 verkocht.
Andere technieken Ook al is, en wordt, het verbandingssysteem van Indaver sterk verbeterd, het blijft nadelen houden. Het is een systeem dat duur is en fossiele energie vreet (er ging in 2023 3,8 miljoen kg stookolie in en 200TJ hete stoom, en verhoudingsgewijs weinig elektriciteit), er blijft een beperkte emissie van PFAS naar de lucht, de fluor uit het PFAS moet ergens blijven en de grootschalige verbranding van fossiele brandstof levert ook de ‘gewone’ problemen op zoals stikstofoxides. Er zit een omvangrijke luchtbehandeling achter de ovens, maar het is onduidelijk hoe goed die is.
Voldoende reden om nieuwe technieken te ontwikkelen. Er is een ware hausse aan start-ups en universiteiten die daarmee bezig zijn. Dat bleek bijvoorbeeld bij de beurs Aquatech Amsterdam 2025, Aquatech ( https://www.aquatechtrade.com/amsterdam ) is een toonaangevend mondiaal platform voor watertechniek.
Aquatech licht er zeven ondernemingen uit die goed op weg zijn met procedé’s om PFAS uit afvalwater te halen en/of daarna te vernietigen. In een artikel van Aquatech dd 21 augustus 2025 wordt het als een kort overzicht beschreven ( forever-chemical-destruction-technology-seven-companies-offering-solutions ). Oxyle (Zwitsers) wordt genoemd (waarover verderop meer); maar bijvoorbeeld ook het Canadese Axine Water Technologies dat tussen twee elektrodes stroom door afvalwater jaagt (elektrochemische oxidatie); de USA-Australische samenwerking Ovivo-Evocra verwijdert en concentreert PFAS uit het afvalwater met ozonhoudend schuimen vernietigt het concentraat ook met elektrochemische oxidatie; Graidant uit de USA doet min of meer hetzelfde; de onderneming Aquagga concentreert en vernietigt PFAS op niet geheel duidelijk omschreven wijze; en het Engelse Puraffinity en de USA-based onderneming AqueoUS Vets beperken zich tot efficiente verwijdering van PFAS uit het afvalwater, zonder het daarna te vernietigen.
Daar waar het PFAS vernietigd wordt, wordt geclaimd dat het geheel gemineraliseerd wordt. Er worden afbraakpercentages gesuggereerd ergens boven de 99%, wat enigszins gereserveerd bekeken moet worden want voor de mensheid interessant is vooral wat overblijft (met andere woorden, wat staat er achter de laatste 9 in het percentage?). Verder soms ook hier dat men in relatieve zin een probleem heeft met (ultra)korte PFAS. Alle bedrijven zijn, logischerwijs, erg terughoudend met informatie over de precieze werking van hun gepatenteerde procedées.
Er worden nergens tarieven genoemd.
Zuiveringsinstallaties worden in containers aangeboden die een modulair geheel mogelijk maken.
Mijn eerdere artikel beschreef Oxyle toen het zich, kort na de oprichting, nog vooral richtte op sanering van vervuild grondwater met piëzokatalytische technologie. Behalve PFAS konden bijvoorbeeld ook pesticiden en medicijnresten afgebroken worden. Bij een bepaalde grondwaterproef werden 11 verschillende PFAS-soorten voor 99,8% afgebroken, en haalde men 90% afbraak bij ultrakorte ketens.
Toch biedt Oxyle op dit moment de grondwaterspecialisatie niet langer aan. De belangrijkste reden was dat er te weinig vraag naar was. Als het vuile grondwater alleen maar (middel)lange PFAS-ketens bevatte, was de bestaande zuivering met actieve kool die eens per drie jaar vervangen werd, goed genoeg. Het ‘gat in de markt’ bleek in de praktijk te zitten bij de afbraak van (ultra)korte PFAS-ketens in industrieel afvalwater. Dat is in praktijk veel moeilijker, omdat elke fabriek anders is en men er in die fabrieken als de dood voor is om gekoppeld te worden aan de aanwezigheid van PFAS.
Oxyle verwierf een investering van €14,6 miljoen voor de overstap op de verwerking van industrieel afvalwater. Het ontwikkelde eerdere research, die parallel aan de grondwateraanpak ontwikkeld was, tot ‘PFAS Solutions’, dat gespecialiseerd is op de verwijdering van (ultra)korte PFASketens. Er heeft al een full scale-pilot met succes gedraaid en Oxyle hoopt er in 2026 nog twee te kunnen draaien.
De CEO van Oxyle, mevrouw Fajer Mushtaq, claimt in het Aquatechtrade-verhaal dat Oxyle zelfs zeer sterk door PFAS vervuild industrieel afvalwater in een paar uur kan zuiveren tot onder de detectiegrens. Wel kunnen er voorbewerkingen nodig zijn die buiten het pakket van Oxyle vallen.
Ter afsluiting Bedrijven kunnen zich binnenkort niet meer verschuilen achter de onvermijdelijkheid van PFAS-lozingen, en overheden niet meer achter de onoplosbaarheid van bestaande vervuiling. Er is straks niet meer nodig dan investeringen en organisatie.
CFS Weert, om even terug te keren naar het begin van dit verhaal, kan straks dus best wel veel meer PFAS uit hun afvalwater halen en vernietigen dan de 55% in de concept-vergunning. Maar dat had Milieudefensie al gezegd.
De onveiligheidscontouren van het vliegveld (in technische termen de PR10^-5 – en PR10^-6 -contour) lopen dwars over het nieuwe bedrijvengebied BIC-2 en BIC-Noord. Des te pijnlijker omdat ASML op BIC-Noord komt. Met enig passen en meten heeft men de gebouwen van de nieuwe ASML-campus net buiten de contour weten te frotten, maar voor eventuele verdere ontwikkeling van het gebied ligt die contour in de weg.
• We als gemeente een plicht hebben om de veiligheid van werknemers op BIC Noord te bewaken;
• Een verdere groei van de veiligheidsrisico’s en risicocontouren niet kan plaatsvinden;
• De duurzamere high-tech industrie op BIC Noord belangrijker is dan de oude fossiele luchtvaartindustrie;
• Om te voorkomen dat risico’s en bijbehorende contouren op BIC Noord toenemen, het aantal vliegbewegingen van en naar Eindhoven Airport nooit mag groeien;
• Als groei van vluchten voor defensie noodzakelijk is, dit ten koste hoort te gaat van de civiele vluchten.
De raad roept het college van burgemeester en wethouders op om:
1. Een quickscan uit te voeren naar de impact op het maximum aantal vliegbewegingen wanneer de veiligheidsrisico’s en risicocontouren niet verder mogen toenemen omwille van de veiligheid van werknemers op BIC Noord;
2. De resultaten van dit onderzoek met de raad te delen en mee te nemen in het lopende proces voor de meerjarige medegebruiksvergunning 2027-2030 voor Eindhoven Airport
De motie werd al snel door het College van B&W overgenomen, en is dus niet meer in stemming gebracht. Wethouder Steenbakkers zegt toe de aspecten in punt 1 van de motie in te brengen in het proces voor de meerjarige medegebruiksvergunning 2027-2030. Dat betekent dat deze ingebracht worden door wethouder Strijk bij het eerstvolgende LEO-overleg (Luchthaven Eindhoven Overleg) en dat het resultaat aan de raad wordt teruggekoppeld.
Ik ben in Eindhoven lijstduwer voor de Socialistische Partij bij de GR 2026. De afdeling heeft een interview met mij op hun website geplaatst. Ik vond het eigenlijk wel een geslaagd interview. Hieronder de tekst met enkele toegevoegde foto’s. De tekening van een mevrouw die Urban Sketchte op staat, toen wij stonden te flyeren. De originele locatie is https://eindhoven.sp.nl/nieuws/maak_kennis_met_onze_lijstduwer_bernard_gerard .
Bernard is tijdens de Vietnamoorlog politiek actief geworden, en was er al bij op het moment dat de SP werd opgericht. Vanaf 1973 woont hij in Eindhoven. Hij heeft allerlei taken in de Eindhovense SP voor zijn rekening genomen, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het inlegvel. Hij werd in 1990 het eerste SP-gemeenteraadslid en bleef dat tot 2010. Daarna is hij milieu- en klimaatorganisaties gaan versterken, met name Milieudefensie en het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2).
Bernard was tot zijn pensioen natuurkundeleraar. Na zijn pensioen heeft hij zijn bachelor milieukunde gehaald op een groepsscriptie over synthetische kerosine.
(Zie ook de CV-paragraaf)
Wat trekt je in de SP? Het algemene fundament van de SP ‘gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en solidariteit’ is goed. Ik vind ook de pogingen om de bevolking in actiegroepen te mobiliseren goed. Daarnaast trekt mij het socialistische uitgangspunt dat de economie, binnen verstandige grenzen, planmatiger moet worden en beter democratisch gecontroleerd. Mijn vuistregel is dat wat niet failliet mag, niet op de markt thuishoort. De energievoorziening bijvoorbeeld hoort in publieke of semi-publieke handen. En wat mij betreft kun je ook kijken in hoeverre de afvalverwerking in combinatie met recycling en grondstoffenpolitiek meer als een publieke taak gezien moet worden.
Een andere vuistregel is dat de klimaattransitie rechtvaardig moet zijn, en anders niet zal plaatsvinden. De SP zou er, systematischer en met meer prioriteit dan tot nu toe, over moeten nadenken hoe je socialisme en ecologie combineert. Dat zou kansen bieden. Ik vind overigens dat de Eindhovense afdeling op milieu- en klimaatgebied goed bezig is.
En in afwachting daarvan heb je je eigen taakinvulling ontwikkeld? Ja, en ik kan wel zeggen dat die mij aardig bezighoudt. Ik heb drie structurele thema’s: Milieudefensie, het vliegveld en mijn persoonlijke website. Daarnaast doe ik wat losse dingen, zoals advies geven aan de SP-fracties in Eindhoven en de provincie, en heb ik bijvoorbeeld actie bij huurwoningen in De Geestenberg begeleid over woningverbetering en –verduurzaming.
Je bent vrijwilliger voor Milieudefensie? Ik ben een van de trekkers van de regionale groep van Milieudefensie. Milieudefensie als geheel ziet als missie om het bedrijfsleven te laten voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs; als strategie om 30 grote ondernemingen die in Nederland opereren onder druk te zetten; en als tactiek om daartoe campagnes te organiseren, eventueel uitmondend in juridische processen (Shell en binnenkort ING).
Nu loopt er een campagne tegen Ahold/Albert Heijn en daarom staan wij met onze groep bij Albert Heijn-filialen. Een van de eisen is beter betaalbare biologische producten. De algemene opzet van de actie past goed bij de SP-uitgangspunten. Omdat geen van de 30 ondernemingen een hoofdkantoor of productievestiging in onze regio heeft, hebben we er als regionale groep zelf ook een paar bedrijven aangeschreven. DAF Trucks bijvoorbeeld heeft een heel goed klimaatprogramma, maar bij ABZ Diervoeders is het knudde.
Verder proberen we de Brainportorganisatie als geheel duurzaamheidsambities aan te praten. Brainport heeft wel goede losse projecten, maar geen klimaatambitie als geheel. Dat is raar.
En in de tijd die dan af en toe nog over is, kijk ik af en toe naar lozingsvergunningen op het oppervlaktewater, zoals van de zinkfabriek in Pelt of va CFS Weert. Die vergunningen moeten beter.
Het vliegveld? Ik ben een van de leden van het bestuur van het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2). BVM2 heeft een handvol aandachtspunten, zoals te veel geluid (de afspraak is dat de ‘sigaren’ rond de startbaan 30% kleiner moeten), luchtvervuiling en klimaat – Eindhoven Airport is de grootste klimaataantaster van onze gemeente. En tenslotte, de onevenredig grote ruimteclaim door het vliegveld. Vanwege de herrie mag er in een sigaar van groefweg 100km2 geen woningbouw plaatsvinden. Toen die afspraak in 2011 gemaakt werd, leek dat nog wel te overzien, maar nu de woningvraag door de schaalsprong explodeert, wordt het vliegveld een steeds grotere blok aan het been van de regio. Zo zie je maar weer dat klimaat- en milieukwesties zelden op zichzelf staan, maar eigenlijk altijd een connectie hebben met andersoortige urgente maatschappelijke zaken.
Het gebied waar geen grootschalige woningbouw zou mogen plaatsvinden
En je hebt een eigen website? Daar gaat heel wat tijd in zitten. Het is een strikt persoonlijke educatieve en politieke website in het overlapgebied van natuurwetenschap en techniek; politiek en actie; en klimaat, milieu en duurzaamheid. Ik beweeg me graag in dat spanningsveld. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een artikel over positieve ontwikkelingen in de afbreekbaarheid van PFAS – niet in de natuur, maar wel in een industriële setting, bijvoorbeeld na bodemsanering of op de afvalstroom van een bedrijf. De twee eerdere artikelen gingen over de zinkfabriek in Pelt en over Vion en het klimaat.
Doe je eigenlijk nog wel eens wat anders dan politiek? Ik vind het geen straf om zo druk bezig te zijn. Maar ik doe ook wat alle opa’s doen, kijken naar hoe onze fantastische kleinkinderen groot worden en hier en daar wat helpen. Mijn vrouw en ik houden van fietsen en dat komt goed uit, want we hebben geen auto (ik ben lid van de Fietsersbond). Ik lees graag vakliteratuur en politieke en maatschappelijke analyses, en als het me even te veel wordt doe ik een computerspelletje – vreedzaam, ik hou niet van dat geschiet.
Verder ben ik vrijwilliger bij mijn voetbalclub Unitas’59. Daar heeft mijn jongste zoon ooit gespeeld en ik doe nog steeds organisatiewerk rond oefenwedstrijden. Jeugdvoetbal is heel belangrijk. Ik heb onlangs een grote regionale caroussel georganiseerd met oefenwedstrijden voor JO12-teams die volgend jaar voor het eerst op een heel veld gaan voetballen. Ik heb geen verstand van voetbal, maar wel van schema’s, netwerken en afspraken.
De zinkfabriek van Nyrstar in het Belgische Pelt heeft eind augustus 2025 uiteindelijk, ondanks de vele negatieve zienswijzen, toch een nieuwe lozingsvergunning op de Dommel gekregen van de Belgische provincie Limburg. Nyrstar Pelt ligt net aan de Belgische kant van de grens, maar de Dommel stroomt al na een paar honderd meter Nederland binnen. Dan stroomt hij door Natura2000-gebieden
De provinciale vergunning was een enerzijds-anderzijds vergunning. Enerzijds mag Nyrstar Pelt doorgaan met zijn bezigheden, zijnde het zuiveren en recyclen van zinkoxideafval van elders en het maken van zinklegeringen – op zich overigens zinvolle bezigheden. Verder staat het bedrijf bovenop zijn eigen eeuwigdurende bodemsanering, van welke sanering het opgepompte water gezuiverd wordt. De provincie verbond limieten aan de vier in de lozingsvergunning genoemde stoffen, te weten chloriden, sulfaten, selenium en thallium en beperkte de looptijd van de vergunning tot 31 december 2027. Die limieten waren strenger dan die tot dan toe golden. Deze lozingsvergunning maakt deel uit van een grotere vergunning, die 16 december 2029 afloopt. Anderzijds waren de limieten, volgens de in totaal 25 zienswijzen, niet streng genoeg om de Kader Richtlijn Water (KRW) te halen en bleef er vergif afgezet worden op de lage weilanden en natuurgebieden langs de Dommel, soms Natura2000.
Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven een zienswijze ingediend ( bjmgerard.nl/bezwaar-tegen-voorgestelde-nieuwe-lozingsvergunning-nyrstar-pelt/ ) De belangrijkste aanvulling van Milieudefensie op de meer op de natuurwetgeving gebaseerde argumentatie van anderen was dat Milieudefensie principieel bezwaar maakte tegen het ‘economisch haalbaar’- criterium in de ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT en zelfs ook BBT+). Secundair vond Milieudefensie Eindhoven dat als je (noodgedwongen) toch voor dit criterium zou kiezen, dat het dan afgezet moest worden tegen de omzet van Nyrstar Pelt als geheel, en niet tegen alleen maar het specifieke bedrijfsonderdeel dat voor bijna alle vervuiling zorgt (de Hydroafdeling die de recyclingtaak uitvoert). Of tegen de netto kasstroom van moederbedrijf Trafigura, in 2023 rond de 10 miljard.
Men kon in beroep gaan (dat is officieel juridisch) tegen de vergunning bij het eersthogere politieke niveau, de Vlaamse regering. Milieudefensie Eindhoven is geen rechtspersoon en kan niet procederen. Maar er lagen een aantal juridische beroepsschriften, te weten van vijf natuurlijke personen uit kringen van XR; van Waterschap De Dommel; van Natuurmonumenten (NL); van alle elf Nederlandse Dommelgemeenten vanaf Valkenswaard tot en met Den Bosch; en namens vier Belgische natuurorganisaties. Zie bjmgerard.nl/breed-beroep-ingesteld-tegen-nieuwe-lozingsvergunning-nyrstar-pelt/
De Vlaamse regering heeft al die beroepen behandeld en heeft uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, geoordeeld dat er nog genoeg rek in de situatie zat om de provinciale lozingsvergunning voor chloriden en sulfaten nog verder aan te scherpen. Die aanscherping was in praktijk in het water al gerealiseerd.
Hieronder een overzichtstabel van de lozingsverordening in de opeenvolgende stappen. Let dus wel dat dit slechts een deel is van een grotere vergunning.
De derde kolom betreft de vergunning, zoals die afliep op 16 december 2025. De vierde kolom is wat de provincie Limburg er van had willen maken. De vijfde kolom is wat de Vlaamse regering (na de beroepen) wil.De Vlaamse regering heeft de lozing van selenium en thallium zo gelaten als de provincie Limburg die bepaald had. Wel komt er een nader onderzoek naar de verdere beperking van thallium. Ook heeft de Vlaamse regering beter uitgewerkte bemonsteringsverplichtingen van het Dommelwater vastgesteld.
Organisaties die in beroep gegaan zijn (en dus gedeeltelijk gelijk hebben gekregen) kunnen het juridisch nog een stap hogerop zoeken, bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in Brussel. Onduidelijk is of dat gaat gebeuren.
Update dd 14 april 2026
Gemeenten, Natuurmonumenten en waterschap gaan naar hoogste instantie vanwege lozingen Nyrstar Pelt
De gemeente Valkenswaard gaat naar de op dit gebied hoogste instantie in België, de Raad voor de Vergunning Betwistingen, tegen de vergunning door de Vlaamse overheid aan Nyrstar Pelt voor het lozen op de Dommel. Van alle gemeenten wordt Valkenswaard, als zijnde de eerste gemeente na de grens, het zwaarst door de vervuiling getroffen.
B&W achten zelf de kans klein dat het beroep in de lopende periode nog tot betere voorwaarden leidt, en zien dat die eventuele betere voorwaarden maar kort zouden gelden. Het beroep is vooral principieel van aard en toekomstgericht. Men wil de positie als belanghebbende, juridisch en politiek, veilig stellen en wil nu al vast druk uitoefenen op de vergunning die er na de nu betwiste vergunning aan komt. Verder keert de gemeente Valkenswaard zich principieel tegen de overweging dat bedrijfsbelangen meegenomen mogen worden in de strengheid van de vergunning.
De voorgeschiedenis Milieudefensie vindt dat bedrijven een klimaatplan moeten hebben dat in lijn is met het Akkoord van Parijs. Het eerste slagveld was, en is nog steeds, Shell ( milieudefensie–shell-klimaatzaak ). Volgend op de eerste Shell-uitspraak heeft Milieudefensie 29 andere bedrijven aangeschreven, allen grote systeemspelers die onder Nederlands recht vallen. Het verzoek was dat de bedrijven een ‘Paris-proof’ klimaatplan zouden inleveren. Dat is gebeurd. Die plannen zijn in 2022 beoordeeld door het Duitse NewClimate Institute (NCI, https://newclimate.org/). Dat maakte er in zijn Klimaat Crisis Index (KCI) meestal gehakt van.
Als vervolg heeft Milieudefensie een dagvaarding uitgebracht tegen de bank ING wegens het financieren van fossiele bedrijven. De dagvaarding is demonstratief afgeleverd, zie tussenstand-ing-proces-van-milieudefensie (en van daar af verder terug). Dd nu is de zaak nog niet voor de rechter geweest, maar waarschijnlijk begint het juridische steekspel in 2026.
Een Milieudefensie-ploeg bij Albert Heijn in de Eindhovense Roostenlaan
De overige 28 bedrijven (om juridische reden niet meer Shell en ING) hebben opnieuw een aanschrijving gekregen tot een deugdelijk klimaatplan. Die zijn opnieuw aangeleverd en opnieuw beoordeeld door het NewClimate Institute. De bevindingen in deze tweede ronde van de Klimaat Crisis Index (KCI) zijn op 23 februari 2026 verschenen op nieuwe-klimaatcrisis-index-2026 . Aldaar het volledige (Engelstalige) onderzoek in heel kleine lettertjes, in de Fact Sheet een goede samenvatting en in ‘Hoe zat het ook al weer?’ de hoofdlijnen van wat er gebeurd is.
De methode van het NewClimate Institute Het NewClimate Institute baseert zich op schriftelijke bronnen, vaak als jaarverslagen door het bedrijf zelf aangeleverd. Het is dus een literatuurstudie, waarbij een interessante literatuurlijst hoort. Het eerste resultaat is aan de bedrijven voorgelegd, zodat die desgewenst konden reageren.
Het resultaat, de Klimaat Crisis Index 2026, bestaat uit een algemeen deel en een hoofdstuk per bedrijf.
De klimaatpolitiek van de bedrijven wordt beoordeeld op:
De klimaatdoelen die het bedrijf zich stelt
Welke maatregelen het bedrijf treft om die doelen te halen
Wat doen ze met de restemissies die na het nemen van die maatregelen nog overblijven?
Hoe betrouwbaar geven ze hun feitelijk plaatsvindende emissies weer?
Die doelen en handelingen worden langs een dubbele maatlat gelegd, de ‘transparancy’ en de ‘integrity’. ‘Transparancy’ is ongeveer het Nederlandse transparantie: of een bedrijf een helder inzicht in zijn doen en laten geeft (ongeacht of dat doen en laten goed of slecht is). ‘Integrity’ is iets anders dan het Nederlandse ‘integer’. Het betekent zoiets als ‘geloofwaardig en volledig’.
De dubbele maatlat leidt tot een soort stoplichtvolgorde voor de doelen en voor de feitelijke maatregelen.
Ad 1. Rangorde van de doelen. De ondernemingen zijn geordend per mate van ‘integrity’. In de relatieve topcategorie ‘matig’ is Stellantis redelijk transparant, heeft een matig doel voor 2030 en 2040, en geen doel voor 2035 en 2050.
Ad 2. Rangorde van de maatregelen. De ondernemingen zijn geordend per mate van ‘integrity’. In de relatieve topcategorie ‘matig’ is Vattenfall Nederland goed transparant over zijn maatregelen, en krijgt een ‘matig’ oordeel over zijn plannen.
Ad 3. Stellantis wil zijn restemissies aanpakken via biochar (zoiets als houtskool), Schiphol, Ahold Delhaize en Vattenfall zegt iets met de restemissies te willen, maar zeggen niet wat.
Ad 4. Ahold Delhaize, Dow Chemical, LyondellBasell, pensioenfonds PFZW, Unilever en Vion brengen de emissies redelijk in beeld; de helft van de bedrijven doet dat matig; Boskalis, ExxonMobil, KLM, Schiphol, Vopak, bp en Cargill doen dat zwak of zeer zwak.
Al met al lijkt de KCI als geheel van 2026 een pietsie beter dan die van 2022.
Specifiek Vion Deze site wil, waar dat kan en zinvol is, focussen op regionaal nieuws. Van de lijst van 28 is de onderneming die het sterkst aan Brabant gekoppeld is, de varkensslachter Vion in Boxtel. Milieudefensie heeft daar al vaker gedemonstreerd, zie klimp-ga-voor-krimp
De woordvoerder van VION, luisterend naar een lokale spreker (28 nov 2024)
Het hoofdstuk per bedrijf bevat een voor alle bedrijven gelijk gestructureerd overzichtsformat , vergezeld van een pagina met specifieke informatie over het bedrijf.
Vion is redelijk transparant over zijn emissies. Dat is een verbetering t.o.v. de eerste ronde van de KCI in 2022. Het bedrijf loosde in 2024 7,6Mton CO2,eq (7,6 miljard kg broeikasgas). Daarvan valt (afgerond)
0,1Mton in scope 1 (het eigen functioneren van het bedrijf);
0,1Mton in scope 2 (inkoop van door anderen geproduceerde energie);
0,3 Mton in scope 3 downstream (bijvoorbeeld de verwerking van Vionse halffabrikaten door andere ondernemingen verderop in de keten);
6,9Mton in scope 3 upstream onder het label ‘FLAG’; en
0,3Mton in scope 3 upstream onder het label ‘non-FLAG’.
‘FLAG’ betekent ‘Forest, Land, Agriculture’ en gaat vooral over andere broeikasgassen dan CO2 , zoals methaan en lachgas. Dit heeft betrekking op veranderd landgebruik, productie van diervoeders, boerende koeien en varkens, en dergelijke.
De transparantie over de emissies wordt niet gevolgd door een transparantie over de doelen en de middelen om die te bereiken. Daardoor zit de totale transparantie van Vion in de categorie ‘slecht’ en de totale integrity in de categorie ‘allerslechtst’.
Vion wil in 2030 zijn emissies over scope 1,2 en 3 samen met 42% verminderd hebben t.o.v. 2021. Het bedrijf is bezig zijn doelstellingen voor 2030 in scope 1 en scope 2 te halen. In scope 3 heeft het bedrijf een onbekend deel van de emissies uitgezonderd, zodat niet beoordeeld kan worden of dit aan de 1,5°C van ’Parijs’ gaat voldoen. Pessimisme is in dit geval op zijn plaats, omdat Vion het behalen van zijn 2030-doel vooral ziet naderen omdat het bedrijf vestigingen sluit of verkoopt (het gaat economisch slecht). De emissies worden dus voor een deel niet verminderd, maar verplaatst.
Nog onduidelijker dan over de doelen die Vion denkt te halen, is Vion over de middelen. De beperkte verbetering t.o.v. de eerste KCI-ronde uit 2022 betreft vooral de beloftes op papier. Vion wil in 2030 op 100% duurzame stroom zitten, maar zat in 2024 nog maar op 17% – nog onduidelijk is waar de rest vandaan komt. Er worden veel woorden besteed aan dit minuscule deel van het probleem. Duurzame stroom maakt een deel uit van duurzame energie. Vion wil in 2040 zijn totale scope 1 en 2 broeikasgasneutraal hebben. En dat betreft dan nog maar een fractie van de emissies. Voor 2050 zijn scope 1,2 en 3 op papier afgedekt, maar in het overzicht staat er niet voor niets een ‘?’ achter. Het is volstrekt onduidelijk hoe Vion dit denkt te bereiken.
Het NewClimate Institute (NCI) benoemt in zijn toellichtende pagina nog een paar aanvullende zaken. Die komen meestal uit het Sustainability Statement 2024 ( vionfoodgroup_Sustainability-Statement-2024.pdf , zie literatuurlijst) en zijn dus van na de eerste ronde van de KCI. Misschien wordt er toch knarsend iets in beweging gezet.
Vion heeft een plantaardige tak ME-AT (spreek uit mieiet) in Leeuwarden ( me-at.com ). Het NCI heeft echter geen ambities t.a.v. dit bedrijfsonderdeel kunnen vinden anders dan de algemene wens ‘leidend in Europa te willen zijn’.
Vion belooft een ‘road map’ naar net-zero, maar onduidelijk is wanneer die gepubliceerd wordt
Vion wil 35% minder emissies realiseren bij bepaalde varkensboederijen (via voer en mest) en bepaalde koeienboerderijen (via voer en methaan), maar onduidelijk blijft hoe men dat denkt te doen
Vion wil dat vanaf 2030 zijn soja t.b.v. diervoeder ontbossingsvrij is, maar ‘de concrete invulling daarvan lijkt zich nog in een vroeg stadium te bevinden’, aldus het NCI. De gezaghebbende benchmark bij dit voornemen, het Accountability Framework, wilde dit al in 2025 gerealiseerd zien. ( the-accountability-framework , zie literatuurlijst).
Aan veel minder vlees zal niet te ontkomen zijn. Vion moet naar zijn core business kijken.