Ook FNV in de slag met DuPont over Lycravezel

Het toeval wil dat in dezelfde tijd, dat de film Dark Waters speelde over DuPont in West-Virginia en het PFOA ( zie www.bjmgerard.nl/?p=11891 ) , in Nederland het FNV namens 15 oud-werknemers op 24 februari 2020 naar de rechter stapte om een miljoen schadevergoeding te vragen van DuPont Nederland.

DuPont Dordrecht, tegenwoordig Chemours

Sinds 2015 is het Dordtse complex in handen van Chemours, een afsplitsing van DuPont

De zaak begon in april 2016 met een uitzending van EenVandaag. In Brabant heeft deze zaak niet erg de aandacht getrokken.
In de EenVandaag-uitzending kwamen drie vrouwen aan het woord, die op de voormalige Lycra-fabriek gewerkt hadden, horend bij hetzelfde complex als de Teflonfabriek in Dordrecht. De Lycrafabriek is in 2004 gesloten. Ze spraken over de problemen die ze gehad hadden met zwangerschappen. 33 van de door EenVandaag opgespoorde 35 vrouwen deelden die ervaring.

Spandex wielerkleding

Lycra (ook genaamd Spandex) is een kunstvezel die o.a. in zwem- en wielerkleding wordt gebruikt. ( https://en.wikipedia.org/wiki/Spandex ).

Marian Schaapman zei in een uitzending van een Vandaag dd 23 mei 2016 namens het Bureau Beroepsziekten (BBZ) van het FNV, dat er van midden jaren ’70 tot 2004 tientallen vrouwen bij DePont aan Lycra gewerkt hebben die ernstige reproductiestoornissen hadden gehad: miskramen, baarmoederproblemen, onvruchtbaarheid of kinderen die dood waren geboren of met afwijkingen.
Het BBZ nam de zaak op zich, met voorkeur om er in overleg met DuPont uit te komen. De recente gang naar de rechter maakt duidelijk dat dat niet gelukt is. Zie https://eenvandaag.avrotros.nl/item/fnv-schadevergoeding-lycra-medewerkers-dupont/ .

De Volkskrant publiceerde op 02 sept 2016 dat er een echo vna het verhaal is binnen de DuPont-fabriek in Kerkrade. Ook daar collega’s die heel jong stierven of ernstige gezondheidsklachten hadden, het probleem was terug te voeren op de klossen met natte lycra, die in Kerkrade verder verwerkt werden. ( www.volkskrant.nl/economie/werknemers-dupont-in-kerkrade-decennialang-niet-beschermd-tegen-gif~bc91373f/ )

Het probleem zit hem in het gebruikte oplosmiddel dimethylacetamide (DMAc). Dat is in de REACH-classificatie een Zeer Zorgwekkende Stof, die op de kandidaat staat voor de Autorisatielijst – het begin van uitfaseren. Ook bij het RIVM heeft de stof deze status.
De veiligheidskaarten melden dat de stof schadelijk is bij huidcontact, als je het in de ogen krijgt, bij  inademing. De stof kan de vruchtbaarheid en het ongeboren kind schaden en op de lange duur de lever en het Centraal zenuwstelsel. De stof mag dan ook alleen verwerkt worden met handschoenen, beschermende kleding en oog- en gezichtsbescherming.

dimethylacetamide – molecuul

Naar aanleiding van de groeiende commotie liet de toenmalige minister Asscher de Inspectie SZW een onderzoek instellen. Dat is hem aangeboden en Asscher heeft het op 05 juli 2017 aan de Tweede Kamer doorgestuurd, met een Kamerbrief dd 05 juli 2017 die hieronder, sterk verkort, wordt weergegeven.

Het rapport blikte ruim 45 jaar terug. Voor zover mogelijk, want van voor 1990 zijn veel papieren zoek . Dat mocht, want bewaren was niet verplicht.
Het begon met te melden dat er in Nederland in 2013 4100 werknemers waren overleden door beroepsziektes, waarvan een belangrijk deel door blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Spandexfiber op de klos

Vast staat dat DuPont gedurende de gehele onderzochte periode wist dat DMAc gevaarlijk was. Het bedrijf hanteerde een interne norm (wat mocht, want er was tot 1978 geen externe norm, en vanaf dan een MAC-waarde die ook de huidige is, nl over 8 uur gemiddeld van 36mg/m3 ).
Het bedrijf bouwde kennis op en monitorde met bijvoorbeeld urinemonsters de concentraties, maar hield over het algemeen de opgedane kennis voor zich. Het bedrijf ging soms inconsequent met kennis om.
Er waren beschermingsmiddelen, maar die waren niet altijd handig bij de omgang met de dunne Lycradraden. Ze werden niet altijd gebruikt.

Uit de brief van Asscher blijkt dat de Inspectie SZW naar allerlei aspecten keek (bijvoorbeeld de kans op rampen en het BRZO), maar nooit naar de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Pas in 2016 ontwikkelde de Inspectie het Programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen.
Zie www.ad.nl/binnenland/inspectie-keek-niet-om-naar-br-gevaarlijke-stoffen-bij-dupont~a92ae6fc/ .

Asscher spreekt hierover enigszins vergoelijkend, maar er worden dan toch lessen geleerd. In trefwoorden:

  • De kennis over gevaarlijke stoffen beter delen (via een kennisplatform)
  • De bescherming t.a.v reproductietoxische stoffen aanscherpen
  • De verantwoordelijkheid van de werkgever versterken
  • De bewustwording en de positie van de werknemers versterken
  • Het toezicht intensiveren

Ik zal volgen hoe de rechter over deze zaak oordeelt.

Spandex fibers under an optical microscope (cross-polarized light illumination, magnification 100x)

Dark Waters en de gevaarlijke stoffen – wetgeving in de VS en de EU

Dark Waters
Ik ben met mijn vrouw naar de film Dark Waters geweest.

De film beschrijft de milieuproblematiek rond de fabriek van DuPont in Parkersburg, West Virginia, VS, en de succesvolle juridische strijd die daarop volgde. Deze fabriek maakte Teflon.
Robert Bilott is een milieujurist in dienst van Taft Stettinius & Hollister, een grote juridische firma met een kantoor o.a. in Cincinnati, Ohio. Op een dag in 1998 krijgt hij bezoek van een boer Wilbur Tennant (een kennis van zijn grootmoeder), die zijn bedrijf vlakbij de vestiging van Dupont in Parkersburg maakt. Al 190 koeien zijn dood met vreemde symptomen. Bilott neemt de zaak aan en gaat op onderzoek uit.
Het eerste onderzoek resulteerde in dat de officiële documenten geen chemische stoffen vermeldden. De chemicaliën waren niet gereguleerd door de EPA, de Environmental Protection Agency , de officiele milieudienst van de VS.

Dark Waters – Bilott en de dossierdozen

Bilott zette door en eiste langs juridische wegen informatie van DuPont en kreeg die, honderden volle dossierdozen. Dit deels gevoed door arrogant onbenul en deels in de hoop dat Bilott erin zou verzuipen. Dat gebeurt niet, hoewel Bilott af en toe lichtelijk doordraait als blijkt dat in heel veel dingen Teflon zit (Teflon zelf is niet gevaarlijk, maar de productie ervan wel).

Uiteindelijk destilleert Bilott de stof PFOA als cruciaal. Wat opmerkelijk is, want in een fractie van een seconde flitste er in de film een lijst door het beeld met een heleboel chemische stoffen, waaronder giftige.

PFOA (PerFluorOctanic Acid) was vroeger de uitgangsstof voor de Teflonproductie. Zoals alle fluorrijke organische molekulen, is de stof zeer moeilijk afbreekbaar en accumuleert dus in het milieu, en meer specifiek ook in menselijke en dierenlichamen. Zoals in de koeien van Tennant, die het bleken te krijgen omdat duPont vele duizenden tonnen afvalslib gedumpt had in de nabijheid van de fabriek, en die uiteindelijk in het riviertje terecht kwamen waar de koeien van Tennant uit dronken.

Dark Waters – het vergifriviertje

Sinds 2013 is DuPont voor de productie van Teflon op andere uitgangsstoffen overgegaan. De bijbehorende afkortingen zeggen het grote publiek niets, maar ze worden verwerkt in een procedé dat als GenX wel heel bekend is, namelijk van het Chemours Netherlands-complex in Dordrecht (Chemours is een afsplitsing uit 2015 van DuPont). 
De stoffen onder het GenX-procedé zijn misschien minder giftig dan het oorspronkelijke PFOA, maar nog steeds giftig. Zowel de nieuwe als de oude stoffen worden nog steeds in bodems aangetroffen.

DuPont wist heel goed dat PFOA giftig was vanwege de uitwerking op het eigen personeel waar veel kankers en miskramen voorkwamen, maar hield die informatie geheim. Intern hanteerde het bedrijf een norm van 1 ppb in water (1µgr/liter), maar dat kwam pas gaande het proces naar buiten. 

Dark Waters_luchtfoto boerderijterrein

DuPont rekte en saboteerde wat ze konden, met bluf en andere strapatsen (Tennant had inmiddels gewonnen), maar na vele jaren vol stress en gezondheidsproblemen won Bilott in februari 2017 een ‘class action’-proces met 3550 schadeclaims. Een andere juridische route was niet mogelijk, want PFOA was niet geregistreerd. Voor het strafrecht moet er een wet overtreden zijn, en er was geen wet.
Uiteindelijk is DuPont opgehangen aan zijn eigen interne limiet van 1ppb, die op vele plaatsen rond de fabriek ver overschreden werd en die grote schade aangericht had.
De schikking kostte DuPont en het (inmiddels afgespliste) Chemours samen €671 miljoen. Dan viel de financiele wereld mee (Wall Street had op 300 million meer gerekend). De koers van Chemours schoot 13% omhoog (zie www.reuters.com/article/us-du-pont-lawsuit-west-virginia/dupont-settles-lawsuits-over-leak-of-chemical-used-to-make-teflon-idUSKBN15S18U ).

De strijd van Bilott leidde tot een groot artikel in de New York Times ( www.nytimes.com/2016/01/10/magazine/the-lawyer-who-became-duponts-worst-nightmare.html ), en dat artikel leidde weer tot de film die in november 2019 in première ging. De trailer (waarvan de afbeeldingen in het eerste deel van dit verhaal afkomstig zijn) is te vinden op www.youtube.com/watch?v=RvAOuhyunhY .
Wikipedia schrijft erover op https://en.wikipedia.org/wiki/Dark_Waters_(2019_film) .

Trailerposter

De oude en de nieuwe TSCA in de VS
De zaak van Bilott treft een individuele stof van een individuele fabrikant. Het gewonnen proces was een aardschok, maar op zich geen systeemwijziging. Daarvoor is meer nodig.

Onder de oude TSCA (Toxic Substances Control Act) uit 1976 heeft de EPA tussen 1976 en 2016  slechts ongeveer 4000 nieuwe stoffen behandeld. Bestaande stoffen mochten niet beoordeeld worden.
Die oude wet stond de EPA alleen maar toe om een stof te testen als de schadelijkheid daarvan bewezen was. In praktijk betekende dat dat de chemische industrie zijn gang kon gaan. In genoemde periode heeft de EPA welgeteld vijf (groepen van) stoffen getest: Antimoontrioxide (een hulpstof voor vlamvertragers), een geurstof met een ingewikkelde formule met de afkorting HHCB, het Brominated Phthalate Cluster (vlamvertragers), Chlorinated Phosphate Esters Cluster (vlamvertragers) en Tetrabromobisphenol A and Related Chemicals Cluster (vlamvertragers). Klinkt niet echt essentieel.
Onder de oude wet was bijvoorbeeld zelfs asbest niet gevaarlijk.

In 2016 tekende president Obama de nieuwe TSCA. Die is niet ideaal, maar wel een stuk beter.
Zie www.epa.gov/chemicals-under-tsca .

Aan de pluskant staat dat de EPA nu zowel de bestaande als de nieuwe chemische stoffen moet toetsen, en daarbij op papier eigen baas is. De EPA hanteert systematische beslisbomen.


Beslisboom voor bestaande chemicaliën .

In december 2019 besloot de EPA aan tien bestaande stoffen te gaan werken: Asbestos, 1-Bromopropane, Carbon Tetrachloride, 1, 4 Dioxane, Cyclic Aliphatic Bromide Cluster (HBCD), Methylene Chloride , N-Methylpyrrolidone, Perchloroethylene, Pigment Violet 29, Trichloroethylene .
Bij het inwerking treden van de wet waren er in de VS ongeveer 62000 verschillende chemische stoffen op de markt.

Beslisboom voor nieuwe chemicaliën

De EPA-site geeft uitgebreide verhalen die in dit artikel te veel ruimte vragen.
De statistiek is bij nieuwe stoffen beter: In totaal zijn er van 22 juni 2016 tot 1 maart 2020 binnengekomen 3147 stoffen, waarvan er 2640 reviews voltooid, waarvan er 562, hangende nadere informatie, met beperkingen toegestaan zijn en 8, hangende nadere informatie, niet toegestaan zijn. Het verschil tussen 3147 en 2640 is ingetrokken of nog gaande.

Er staan ook kenmerken aan de minkant.
Een kritische site is https://ensia.com/features/10-things-need-know-new-u-s-chemicals-law/ . Die geeft in tien punten wat je wel en niet van de nieuwe TSCA mag verwachten.

  • Die gaat niet over pesticides, cosmetica en persoonlijke zorg-producten, meubels, voedsel, voedselverpakkingen en medicijnen
  • Het budget is onduidelijk. Een deel moet van de federale overheid komen (dus nu van Trump), en een deel van de industrie.
  • Met name het beoordelen  van bestaande chemische stoffen gaat waanzinnig traag

Te hopen valt dat Trump de nieuwe TSCA met rust laat en er geen geld van wegtrekt. De tekenen zijn niet gunstig.

De Reach-wetgeving van de EU
De tegenhanger van de Amerikaanse TSCA is de Europese REACH-wetgeving. Dat staat voor Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals . REACH is de wet en ECHA (European Chemicals Agency) is de organisatie die de wet uitvoert.
Het pakket werd politiek geaccordeerd in december 2006, werd van kracht in 2007, en draaide volledig in 2015. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Registration,_Evaluation,_Authorisation_and_Restriction_of_Chemicals .

Startschema invoering REACH

Alle chemische stoffen (ook in mengsels), waarvan in de EU minstens 1000 kg wordt geproduceerd of ingevoerd, vallen onder REACH, op een paar uitzonderingen na zoals radioactieve stoffen, afvalstoffen en bestrijdingsmiddelen (hiervoor geldt andere Europese wetgeving).

REACH stelt ook regels voor stoffen in voorwerpen, zoals speelgoed of huishoudelijke apparaten.

Bij de (toen nog niet verplichte) pre-registratie tot 30 nov 2008 werden ongeveer 143,000 chemische stoffen aangeleverd, die in de EU op de markt waren. De daarop volgende registratie (stapsgewijze eerst voor grote oplagen en later voor kleinere oplagen) was verplicht. Inmiddels zijn alle bestaande stoffen geregistreerd.

REACH is een omvangrijk en complex bouwwerk. Een goede site om tot het systeem door te dringen is https://echa.europa.eu/regulations/reach/understanding-reach .

Bij de registratie moeten producenten en importeurs een analyse overleggen van de kenmerken, de hazards en de risks van een chemische stof (een hazard is puur een kenmerk van een stof en een risk is een kenmerk van een stof in een context: de hazard van cyaankali is groot, maar het risk niet omdat het niet gebruikelijk is dat cyaankali in natuurlijke situaties voorkomt).
Vanaf 10 ton/y moet er een Chemical Safety Report worden meegeleverd.
Als er meer firma’s dezelfde stof op de markt brengen, moeten ze hun stofdossier gezamenlijk aanleveren. REACH werkt met één dossier per stof.
De bewijslast dat een product veilig gehanteerd kan worden, ligt bij de aanbieders.

Schema evaluatieproces REACH

Alle voorgelegde stoffen worden geëvalueerd. Gekeken wordt of de stof aan de regels voldoet en of de testen, die bijgeleverd zijn om de gevaren in te schatten, deugen. Dat blijkt geen sinecure, want de kwaliteit van de aangeleverde dossiers valt vaak tegen. Een van de redenen is dat de EU dierproeven ontmoedigt.

De evaluatie van alle bestaande stoffen, die t/m 2018 ter registratie aangeboden zijn, zal voor categorie boven de 100 ton/y in 2023 klaar zijn, en voor de categorie van 1-100 ton/y in 2027 .

De evaluatie kan er toe leiden dat een stof op de Authorisatielijst geplaatst wordt met Substances of Very High Concern (SVHC). Bij SVHC kan het gaan om:

  • Carcinogene, Mutagene of Reproductie-toxische stoffen (categorie 1A of 1B)
  • Stoffen die persistent, bioaccumulatief en toxisch zijn (PBT) of erg persistent en erg bioaccumulatief (vPvB)
  • Individuele substanties die vergelijkbare redenen tot zorg oproepen

De evaluatie kan ook tot een restrictie leiden, wat zoiets is als een concrete maatregel tegen een concrete stof, die al dan niet op de Authorisatielijst staat (of die zelfs niet onder REACH valt, bijv. omdat de stof minder dan een ton/y geproduceerd wordt). Ook op verzoek van een lidstaat of van de Europese Commissie kan een restrictie worden gevraagd.
Als voorbeeld de meest recente restrictie op de lijst dd dit artikel, van 19 juli 2019,  namelijk een restrictie tegen calciumcyanamide als traagwerkende kunstmest. Dit gebruik is lucratief voor sommige boeren, maar bloedlink voor het milieu en is bovendien een hormoonverstoorder. Het spul en zijn metabolieten doden van alles in de bodem en daar wordt reclame mee gemaakt.
De EC verzocht om een studie. Na een rapport van 289 kantjes verbiedt de restrictie, ondanks de economische belangen, het gebruik van de stof als kunstmest:

In een tussentijds persbericht dd 05 maart 2018 meldde de Europese Commisssie dat in het kader van REACH aan 18 stoffen een restrictie is opgelegd, en dat 181 stoffen tot ‘zeer zorgwekkend’ bestempeld zijn, waarvan er 43 op de Authorisation List geplaatst zijn (dus slechts met vergunning gebruikt mogen worden, en uitgefaseerd moeten worden).
Op dat moment waren 17000 van de 65000 geregistreerde dossiers verwerkt.

Gevaarlijke stoffen-hierarchie van het RIVM

Het Nederlandse begrip “Zeer Zorgwekkende stof” is ruimer dan het begrip SVHC. Het RIVM legt dat uit op https://rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Identificatie-Zeer-Zorgwekkende-Stoffen . Bij het RIVM kan de stof ook ‘zeer zorgwekkend’ zijn van wege de Kaderrichtlijn Water of het OSPAR-verdrag (over dumping va afval in zee).
De complete lijst van ZZS-stoffen van het RIVM is vanaf genoemde website te vinden, maar wie het makkelijker wil kijke op https://rvszoeksysteem.rivm.nl/ZZSlijst/TotaleLijst .

PFOA (perfluoroctaanzuur) en PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) staan er op.
De huidige Chemourstechniek GenX (Dordrecht) werkt met de grondstoffen FRD-903 en FRD-902. Die staan ook op de RIVM-lijst.
Bij de verwerking daarvan kan als bijproduct het zeer giftige en gasvormige perfluorisobutyleen vrijkomen. Die stof staat ook op de RIVM-lijst.

REACH bevat ook een bescheiden tabel met blootstellingsgrenzen op de werkplek. Zie de tabel hieronder op https://echa.europa.eu/oels-activity-list .

De REACH-richtlijn is een goed en imposant stuk werk, een een stuk vollediger en grondiger dan die van de EPA.
De claim dat het de beste gevaarlijke stoffen-wetgeving ter wereld is, is geheel terecht.

Het water komt – ook in Brabant

Dynamiek van de Thwaites-gletscher

Mondiaal
De zeespiegelstijging wordt door nieuw wetenschappelijk werk de laatste jaren steeds hoger ingeschat.

Het IPCC hield het in AR5, in 2014 en in het RCP4.5-pad dat in 2050 uitkomt op +2°C , op 27cm (later meer). Voor een handzaam overzicht zie https://en.wikipedia.org/wiki/Representative_Concentration_Pathway .

Maar na 2014 heeft zich veel research gericht op een tot dan toe grote onbekende, de dynamiek van de ijskappen van met name Groenland en Antarctica. Dat stemt niet vrolijk. Het afsmelten gaat, mede vanwege mechanismes die tot dan toe onderschat waren, veel sneller dan gedacht.
Bovenstaande foto is van de Thwaites-gletscher op Antarctica. Die wordt nu tegengehouden door een soort verborgen kustgebergte (hij schuift als het ware bergop). Maar de gletscher wordt van onderaf aangevreten. Vroeg of laat zal hij zich terugtrekken tot de volgende richel. Als de complete gletscher zou verdwijnen, is dat over enkele eeuwen goed voor drie meter zeespiegelstijging. Zie www.sciencedirect.com/science/article/pii/S092181811630491X , een openbaar onderzoek uit 2017.

Uit Contribution of Antarctica to past and future sea-level rise, deConto en Pollard, Nature 2016.
GMSL staat voor Global Mean Sea Level, δvoor verandering, en PAL voor Pre-industrial Atmospheric Level = 280pp, CO2,eq .

In hetzelfde RCP4.5 komt in bovenstaande publicatie, alleen door Antarctica, op meters uit. Daarnaast bestaan er andere oorzaken zoals de uitzetting van de opwarmende oceanen, maar die zijn al langer bekend.

Nederland
De geleerden worden zenuwachtig- de politiek en de publieke opinie helaas nog niet genoeg. Het KNMI spreekt nu in termen van meters (bijv. bijna 3 meter in 2100), en later nog meer.

De Deltawerken hielden in hun ontwerp rekening met een zeespiegelstijging van 40cm.

In de discussies werkt een zeespiegelstijging van twee meter als een soort omslagpunt. Onder die waarde zou het met paardenmiddelen nog moeten lukken om de grote rivieren door Nederland heen in zee te krijgen. Daarboven rijzen grote vraagtekens of het nog lukt om Nederland boven water te houden. Grote delen van Nederland zouden moeten worden prijsgegeven.

Die discussie barst nu los.

De Waal bij Ochten

Men herinnert zich dat 25 jaar geleden (31 jan 1995) het Rivierenland gedwongen moest worden geëvacueerd omdat de rivierdijken op springen stonden.

Deltares heeft vier noodscenario’s ontwikkeld om over het ondenkbare na te denken. Moeten huizen gaan drijven? Moet Nederland alleen nog op het hoge zand bouwen? Moet Nederland de hele kust afsluiten en de Rijn en de Maas over de dijk heen pompen? Opvallende vragen, vooralsnog zonder antwoorden.
Zie www.deltares.nl/nl/expertise/overstromingsrisico/ .

Rutger Bregman van de Correspondent heeft een klein boekje uitgebracht, waarin hij terugkijkt op de Watersnoodramp van 1953, en waarin hij geleerden interviewt over wat te doen onder en boven de twee meter. De taal is radicaal.
Zie https://decorrespondent.nl/10909/hoe-we-ons-pamflet-het-water-komt-gratis-onder-zo-veel-mogelijk-mensen-verspreiden/1198048056183-f35b1804 . De Postcodeloterij maakt het mogelijk om iedere Nederlander gratis een boekje te geven. Moet je doen!

Brabant
Binnen de beperkingen van deze site is het mij niet gegeven om de problematiek van de zeespiegelstijging en de waterveiligheid uitputtend te bespreken. Ik beperk me tot de focus van deze site, en dat is Brabant.

Overigens is ook Brabant bij de Watersnoodramp van 1953 getroffen. Minstens 247 mensen kwamen om, waarvan in de huidige gemeente Moerdijk 103 mensen. Fijnaart bijvoorbeeld is zwaar getroffen. Zie www.bndestem.nl/redactie/1953/ .

Er zijn enkele websites die de waterveiligheid in Brabant in kaart brengen.


Climate Central heeft een mondiale, interactieve kaart waarvan onderstaande afbeelding de invulling is voor Noord-Brabant met als kengetallen:

  • 2030
  • Het effect komt alleen van de zee (niveau, stormvloed, getij). Rivieren en neerslag tellen niet mee
  • Alle dijken worden weggedacht
  • Er gebeurt wel wat, maar niet genoeg tegen de opwarming van de aarde
  • De waterhoogte is het gemiddeld zeeniveau plus een vloed die hooguit eens per jaar voorkomt. Bij de Maeslantkering bij Hoek van Holland is dat 2,4m.
    De voorbereidingen tot sluiting beginnen als het water in Rotterdam op 2,60m boven NAP staat, en de sluiting moet voltooid zijn bij +3,0 m NAP.
  • Halverwege tussen geluk en pech

De kengetallen kunnen aangepast worden.

Risicogebieden volgens Climate Central bij 2,4m boven NAP

Het Inter Provinciaal Overleg (IPO) heeft een risicokaart uitgebracht voor allerlei soorten risico’s, waaronder overstromingen. Zie www.risicokaart.nl/welke-risicos-zijn-er/risico-overstroming en https://flamingo.bij12.nl/risicokaart-viewer/app/Risicokaart-openbaar . Ook deze website-kaart is interactief.
Hieronder is gekozen voor het kengetal “middelgroot risico” , wat gedefinieerd is als eens per honderd jaar (“zeer klein” is eens per 10.000 jaar, “klein” is eens per 1000 jaar en “groot” is eens per 10 jaar).

Dit risico komt vooral door de rivieren. Overstromingen vanuit zee zie je pas op de kaart bij het kengetal “eens per 10.000 jaar) . Blijkbaar is de kans op falen van de rivierdijken groter dan de kans op falen van de zeeweringen.

Overstromingsrisico volgens de Risicokaart bij kans van 1 op 100 jaar

De risicokaart is niet meteen geschikt voor het grote publiek en bovendien staat er niet bij wat mensen moeten doen bij een overstroming.
Daarom heeft de regering de Risicokaart, waar het om overstroming gaat, laten bewerken tot de app “Overstroom ik”. Zie https://overstroomik.nl/ .
Mensen kunnen daar hun postcode invullen en krijgen dan in essentie bovenstaande kaart in tekstvorm. Hieronder een voorbeeld na invulling van postcode 5213VC (de Acaciasingel in Den Bosch).

Omdat de app op de Risicokaart gebaseerd is, zal de wazige aanduiding ‘10% tijdens je leven’ wel betekenen een risico van eens in de honderd jaar. Omdat de overstroming zich alleen voor doet als de dijken breken (in dit geval de rivierdijken), is dat dus tevens de kans dat dat gebeurt.

Het scherm van de Acaciasingel in Den Bosch. Bedoeld lijkt een kans van 1 op 100 jaar.

Antwoord op SP-vragen over IBT-onderzoek externe veiligheidsmaatregelen langs het spoor

De provincie heeft eind 2017 onderzoek gedaan naar de uitvoering van het Externe Veiligheid-beleid (EV-beleid) in de spoorzones van 11 Brabantse gemeenten waar een spoorlijn doorheen loopt. Dat is gedaan door het Team IBT Omgevingsrecht. Dat had per gemeente twee bestemmingsplannen (BP) uit de spoorzone opgevraagd en een bezoek gebracht.
Er bleek uit dat het veiligheidsbeleid ruimtelijk niet altijd goed was afgedekt. Het veiligheidsbeleid was dan bijvoorbeeld niet of niet goed in een BP verankerd.
Over deze uitkomsten is op deze site al eerder gerapporteerd, zie Provinciaal onderzoek naar realisatie veiligheid in spoorzones .
Het is een goed onderzoek.

De elf in het IBT-onderzoek meegenomen gemeenten

Naar aanleiding van het onderzoek heeft SP-woordvoerder Willemieke Arts aanvullende vragen aan Gedeputeerde Staten (GS) gesteld. Die zijn op 21 augustus 2018 beantwoord. Het volledige antwoord is te downloaden op Beantwoording schriftelijke vragen Statenfractie SP van 16 juli 2018 . Wat erin staat:

  • Er zijn maar elf van de 29 gemeenten langs een Brabantse spoorlijn ondervraagd, omdat in die gemeentes het risico het grootst is. Als het groepsrisico toeneemt met meer dan 0,3* de orientatiewaarde, is de gemeente in het onderzoek meegenomen. In alledaagse termen: het zijn dus de 11 gevaarlijkste gemeenten.
  • Alle 29 gemeenten krijgen het Brabantbrede rapport
  • De elf gemeenten zijn bekend, maar er is niet bekend welke misstand bij welke gemeente hoort. Dat wil GS niet openbaar maken.
    Wel heeft GS aan de Colleges van B&W van de elf gemeenten verzocht het IBT-rapport aan de gemeenteraad aan te bieden, zowel het Brabantbrede, geanonimiseerde rapport als het individuele rapport van die gemeente. Omdat raadsstukken openbaar zijn, kunnen geïnteresseerden langs die route kennis nemen van de individuele inspectierapporten.
  • De provincie neemt de verantwoordelijkheid van de gemeenten en hun bijbehorende Veiligheidsregio niet over. Wel gaat de provincie een bijeenkomst organiseren waar alle spoorgemeentes en Veiligheidsregio’s voor worden uitgenodigd. Daar worden de conclusies en aanbevelingen uit het rapport besproken en Best Practices met elkaar gedeeld, ook op het gebied van actieve risicocommunicatie.

De huizen staan in Tilburg dicht op het spoor (rapport OVV n.a.v. treinongeluk Tilburg)

Provinciaal onderzoek naar realisatie veiligheid in spoorzones

Inleiding
De provincie heeft eind 2017 een onderzoek gedaan naar de uitvoering van het externe veiligheids-beleid (EV-beleid) in de spoorzones van 11 Brabantse steden. Dat is, kort door de bocht, het beleid om rampen te voorkomen, in dit geval door treinincidenten.
Het Team IBT Omgevingsrecht voerde het onderzoek uit (IBT staat voor InterBestuurlijk Toezicht). Het onderzoeksrapport is te lezen op www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/bestuurlijke-organisatie-en-toezicht/interbestuurlijk-toezicht/toezichtsgebieden/omgevingsrecht/veiligheidsmaatregelen-langs-spoor-moeten-beter . De meeste afbeeldingen komen uit dit rapport.

Eerst hoe het proces geacht wordt te lopen.

Als een gemeente iets wil met zijn spoorzone, moeten er een of meer bestemmingsplannen (BP) zijn. Een spoorzone kan tot 200m breed zijn.

Als dat BP toegepast wordt om een gebouw te realiseren, is voor dat gebouw een Omgevingsvergunning nodig (vroeger Bouwvergunning). De EV-bepalingen in het BP moeten doorvertaald worden naar de vergunning voor dat gebouw.
Voor bijvoorbeeld een plein is geen vergunning nodig. Het BP is daar dus de eindsituatie.

Als dat gebouw neergezet wordt, moet de gemeente toezicht houden of dat, wat in de Omgevingsvergunning geëist wordt (bijvoorbeeld brandwerend glas, vluchtroutes of een centraal uitschakelbare afzuiging) ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt.

Tenslotte wordt het gebouw, maar ook de openbare ruimte erom heen, gebruikt. Ook dan blijven sommige BP-bepalingen invloed uitoefenen, zoals bijvoorbeeld die om het groepsrisico te beperken. Het groepsrisico is, kort door de bocht, de kans dat een groep van minstens 10 mensen per kilometer spoor omkomt door een incident op dat spoor.

Het IBT-team vroeg aan elk van de 11 gemeenten twee BP’s op, samen met het bijbehorende vergunningverlening-, toezicht- en handhavingsdossier. Daarna vond er een locatiebezoek en een gesprek plaats.

De resultaten vielen niet altijd mee.

De onderzoeksresultaten

In vijf van de 22 dossiers was de externe veiligheid niet of slecht in het BP verwerkt (bij “niet” was men het vergeten…).
De doorvertaling van het BP naar een Omgevingsvergunning ging overal goed of bijna goed. (Bij die ene waar men het in het BP vergeten had, is het manco in de Omgevingsvergunning van een gebouw alsnog gerepareerd. Maar er is dus geen BP-bescherming van de openbare ruimte).

De realisatie in de praktijk viel zwaar tegen: slechts 7 van de 22 dossiers waren de vereiste EV-bepalingen (nagenoeg) gerealiseerd, bij 8 deugde het niet en bij 7 stond het gebouw er nog niet.

Een en ander hangt direct samen met toezicht en handhaving. Die was bij 8 dossiers (redelijk of goed) op orde, bij 10 niet en bij 4 nog niet aan de orde. Dat wil zeggen: in de realisatiefase (de bouw). Nadien is er in de gebruiksfase in het geheel geen toezicht.

Een personentrein rijdt in Tilburg achter op een wagon met 50ton butadieen

Het groepsrisico hangt ervan of mensen in een risicogebied weten wat ze moeten doen als er bijvoorbeeld een personentrein achterop een wagon rijdt met 50 ton butadieen (zoals in Tilburg). Daarom is crisiscommunicatie ook een veiligheidsmaatregel.
Gemeenten blijken dat hooguit passief te doen (folder of stukje op de website). Actieve voorlichting over risico’s vindt niet of nauwelijks plaats. Gemeenten vinden dat moeilijk.

Kritiek op de kritiek
Het rapport is goed leesbaar en biedt veel informatie. Het is goed dat deze materie onderzocht is.

Toch kan men er ook vragen bij stellen.

  • Er zijn in Brabant 29 gemeenten met een spoor, waarvan er voor het onderzoek 11 onderzocht zijn die een verhoogd groepsrisico hebben. Onduidelijk blijft hoe men aan die 11 gemeenten komt.
    Zijn er maar 11 gemeenten met een verhoogd groepsrisico? Je zou verwachten dat een gemeenten als Oisterwijk, Vught, Boxtel of Den Bosch, waar een drukke spoorlijn dwars doorheen loopt en waar de huizen dicht op het spoor staan, ook een verhoogd groepsrisico hebben.
    Of zijn er inderdaad meer gemeenten met een verhoogd groepsrisico, maar heeft de rest niet gereageerd? Of heeft de provincie een steekproef getrokken?

  • Krijg je een voldoende representatief beeld als de gemeenten zelf twee BP’s mogen selecteren, zoals het onderzoek suggereert (zonder daar expliciet over te worden)?
  • De onderzoeksresultaten zijn geanonimiseerd, zodat de bevolking en de gemeenteraden maar moeten raden of een misstand in hun gemeente voorkwam. Indien ja, dan krijgt het College van B&W een min of meer dringende brief van de provincie. B&W wordt dan geacht de eigen gemeenteraad in te lichten. Maar als dat niet of maar half gebeurt, hoe kan de gemeenteraad dat dan weten?
  • Er zijn een paar zaken waar alle gemeenten altijd een probleem mee hebben, zoals met het onderhoud van het veiligheidsbeleid en met de actieve risico-communicatie. De provincie kan natuurlijk alsmaar blijven zeggen dat de gemeenten dat beter moeten doen, maar misschien is het vruchtbaarder als de provincie hier zelf een soort stimulerende assistentie ontwikkelt.

Willemieke Arts (SP) heeft over deze kritiekpunten vragen aan GS gesteld. Zie Schriftelijke vragen SP IBT-onderzoek EV-beleid in spoorzones .

 

Vermillion mag van Wiebes gaan fracken in Waalwijk – en een aardbeving bij een ander klein gasveld

Na het schrijven van dit artikel dd 31 mei heeft zich een zwakke aardbeving voorgedaan bij een ander klein gasveld in Nederland. Op het eind van dit artikel een aanvulling.

Cumulatieve productie in het kleine gasveld Waalwijk-Noord

Er wordt sinds 1991 gas gewonnen in het gebied rond Waalwijk. Tot en met  2016 heeft dat (uit drie putten) 2436 miljoen m3 gas opgeleverd en als men niets nieuws doet, komt daar vanaf 2017 volgens de prognoses 107 miljoen m3 bij. Exploitant Vermillion wil de voorraad verder uitpersen, zodat er vanaf 2017  ruim 700 tot ruim 1600 miljoen m3 bij komt, afhankelijk van geluk of pech. Bij geluk is het kleine gasveld voor driekwart leeg getrokken.

De aanvraag van Vermillion, met de bijbehorende documenten, is te vinden op www.nlog.nl/ter-inzage-legging-winningsplan-waalwijk-noord . Inmiddels ligt er ook al een ontwerp-instemmingsbesluit van Wiebes.
Behalve op genoemde site, zijn de papieren ook in te zien in de gemeentehuizen van Waalwijk, Heumen en Aalburg.
Tot 4 juli 2018 kan iedereen een zienswijze indienen bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Inspraakpunt Winningsplan Waalwijk-Noord, postbus 248, 2250AE Voorschoten.

Voor genoemde meeropbrengst  wil Vermillion nieuwe technische handelingen verrichten, zoals nieuwe putten en/of  boren van uit bestaande putten, en fracken.
“Fracken” is een emotiewoord. Maar je hebt “fracken” en “fracken”. Tussen het grootschalig en landschapsvernielend fracken voor schaliegas (dat per frack zowat 20.000m3 water kost) en het veel kleinschaliger en onzichtbaarder fracken voor de conventionele gaswinning (dat per frack ca 50 tot 100m3 water kost) zit een wereld van verschil. En daarmee ook de risico’s op ongewenste seismiek en ontsnappende stoffen.
Fracken is niet per definitie slecht, maar kan slecht worden in combinatie met andere kenmerken.

Maar er blijven restrisico’s.

Hoewel je daar normaliter niets van merkt, lopen er ook door de ondergrond van Waalwijk geologische breuken. Daar moet je wegblijven met je gaswinning. Vermillion wil er 25m wegblijven, maar omdat geologische breuken niet altijd scherp bekend zijn, zit daar een extra veiligheidsmarge op van 50m.

West-Oostlijn door gasput 2, waar onderstaande breuk bij hoort

Ligging van gasput 2 t.o.v. de dichtstbijzijnde breuk

Een restrisico dat mij nog steeds ergert is dat ik na al die jaren nog steeds niet weet wat er met het afvalwater van het fracken gebeurt. Dat wordt “opgeslagen en per vrachtauto afgevoerd naar een erkende bewerker”. Maar wie die “erkende bewerker” is en wat die met het chemisch en fysisch niet altijd eenvoudige afvalwater doet, is mij een raadsel. De oliewinning in Schoonebeek heeft het heel lang in Twente in de grond gespoten.

Verder ergert mij de geheimzinnigheid over de samenstelling van de frackvloeistof. Die bestaat voor 95% uit water, 4% uit keramiekkorreltjes en voor 1% uit additieven, die chemisch het interessantste zijn maar waarvan de samenstelling bedrijfsgeheim is. Het zou volgens Vermillion aan de Europese REACH-richtlijnen voldoen, maar dat zegt niet alles.
Wat het emotie-argument “chemicaliën in de grond!” waard is, valt dus niet te achterhalen.

Bodemdalingskaart rond Waalwijk-Noord

Er zal een bodemdaling optreden, maar volgens de computermodellen zou die hooguit 4 cm zijn over een horizontale afstand van 2000 m.

De deskundigen, die binnen het paradigma van het systeem opereren, vinden de restrisico’s zeer klein en beheersbaar: Staatstoezicht Op De Mijnen, TNO, waterschap Brabantse Delta en Aa en Maas, Mijnraad. In hun voordeel spreekt dat er feitelijk sinds 1991 niets gebeurd is, terwijl er ook in het verleden al een aantal keren gefrackt is.

Wie politiek redeneert, zoals de gemeente Aalburg en de provincie, heeft het even eenvoudige als doeltreffende argument tot zijn beschikking  waarom je in deze tijd überhaupt nog aan een nieuwe gaswinning wilt beginnen, ook al is die maar gepland tot 2026. Dat is een argument buiten het mijnbouw-paradigma.

Daarnaast noemt de provincie nog een akkevietje uit augustus 2017. Toen liet Vermillion per ongeluk aardgascondensaat ontsnappen. Dat is niet dramatisch, maar de provincie werd niet op tijd op de hoogte gesteld en was daar ‘not amused’ over.
Verder noemt de provincie nog de waterwingebieden en de hoogte van het grondwater als zorgpunt.

Kaart van de winningsvergunning Waalwijk

Natura2000-gebieden en waterbescherming

Op 6 juni 2018 vermeldde de NRC, dat er bij een ander klein gasveld in Noord-Holland (het Middelie-veld) een aardbeving heeft voorgedaan van 2,5 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag bij Warder aan het Markermeer. Volgens het KNMI is er waarschijnlijk een verband met de gaswinning. Het NRC-artikel maakt geen melding van schade.
In 1989 was er in hetzelfde gebied ook al eens een aardbeving van 2,7 in Kwadijk.
Dit gasveld bevatte ooit 11 miljard m³ gas.
Volgens de NRC wordt er al zo’n 50 jaar gas gewonnen in Middelie. In october 2017 is er nog een extra put geboord.
Zie www.knmi.nl/aardbeving-in-noord-hollandse-warder .

De aardbeving bij Warder (rode stip) met een magnitude van 2,5 op schaal van Richter. De witte stippen zijn seismologische meetstations waar de beving geregistreerd is. Bron: KNMI

Het gasveld in Waalwijk zal in het (voor Vermilion) gunstigste scenario voor ca 4,1 miljard m³ worden leeggetrokken. Volgens de exploitant is dat ongeveer driekwart van wat er in zit.
Ergo heeft het veld ooit ruim 5 miljard m³ bevat, grofweg de helft van het Noord-Hollandse veld.

Ik vind de gelijkenis groot genoeg om bij het Waalwijkse veld aan het Noord-Hollandse veld te denken. Ondanks alle geruststellende verklaringen blijkt bodemmechanica, diep onder de grond, geen waterdichte voorspellingen te geven.

Brabantse Commissaris van de Koning over nucleair lek in Doel

CvdK Van de Donk

Bijgevoegd brief heeft de Brabantse Commissaris van de Koning Van de Donk op 03 mei 2018 aan leden van Provinciale Staten gestuurd:

In de afgelopen dagen is er berichtgeving geweest over de kerncentrale Doel. Naar aanleiding van die berichtgeving heb ik actief informatie ingewonnen over de situatie in de kerncentrale. Het Federaal Agentschap Nucleaire Controle (FANC) is in België verantwoordelijk voor het toezicht en de communicatie over de kerncentrales. Op de site https://fanc.fgov.be/nl vindt u de juiste informatie. Het betreft een lek in het primaire koelsysteem van de reactor dat er toe geleid heeft dat de centrale is stil gelegd om te kunnen repareren. In verband daarmee zijn ook andere onderhoudswerkzaamheden naar voren gehaald. Het lek heeft niet geleid tot gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid, aldus FANC en ook de Nederlandse Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), https://autoriteitnvs.nl.

Ik moet vaststellen dat de actieve informatievoorziening vanuit FANC en ANVS het richting Noord-Brabant en de Veiligheidsregio Midden en West-Brabant onvoldoende en zelfs afwezig is geweest. Ik heb mijn grote verbazing en teleurstelling hierover uitgesproken en zal met de betrokken instellingen in overleg treden om dit ten spoedigste te verbeteren.

Hoogachtend,

prof.dr. W.B.H.J. van de Donk,

Commissaris van de Koning”

Toevoeging bgerard: ik zal kijken of ik hier nog met meer info op terug kan komen.
Het gaat om de centrale Doel 1.

Op 10 mei (Hemelvaartsdag) organiseren Stop Tihange en Wise een demonstratie bij het bezoek van grootaandeelhouder Macron aan Aken , al waar hij, na nog pas een kortstondige periode als president, de Karel de Grote – prijs zal krijgen (die is snel verdiend).
Zie Macron, sluit Tihange_demo_10mei2018

 

 

ABP, stop beleggingen in kerncentrale Tihange

De wrakke kerncentrales in Tihange en Doel zijn nog steeds niet dicht en het ABP belegt nog steeds in exploitant Engie. Daarom ging er op 23 december 2017 een demonstratie naar het hoofdkantoor van het ABP in Heerlen. Er liepen zo’n 400 mensen in mee, waaronder ook uit Belgie.De organisatie zat bij de SP in samenwerking met enkele andere politieke partijen.
Ron Meyer interviewde vertegenwoordigers van Groen Links, de PvdA, de Partij voor de Dieren, en zijn eigen SP. Er sprak ook iemand namens de FNV.

De mevrouw, die voor het ABP het ongenoegen in ontvangst nam, hield een beetje de boot af. Ze begreep een en ander, maar zolang er geld in Engie zat was er een gesprek en Engie deed ook in duurzame energie.
De mevrouw en de demonstranten werden het niet helemaal eens. Maar, “we komen sterker terug” aldus Sandra Beckerman die voor de SP in de Tweede Kamer zit.

Wat zelfgemaakte foto’s.

De kop van de demonstratie (Heerlen 23 december 2017)

Bij het kantoor van de directie van het ABP (Heerlen, 23 dec 2017)

Ron Meyer in gesprek met een woordvoerster van het ABP (Heerlen, 23 dec 2017)

Inmiddels heeft de Omroep Limburg aandacht besteed aan de rpotestmars. Zie https://l1.nl/l1nws-protestmars-in-heerlen-tegen-beleggingen-van-abp-in-kerncentrales-134328/ .

Marcogas krijgt twee keer legalisatie van illegale bedrijfstijden

Er is hier al vaker over Marcogas geschreven. Het bedrijf doet in distributie, op- en overslag van vloeibare gassen onder druk in dergelijke hoeveelheden, dat het inmiddels een BRZO-onderneming is. Die zit ruimtelijk op een idiote locatie, gewoon in een weiland naast een dennenbos, niet ver van huizen en dicht bij maatschappelijke voorzieningen. Zo heeft de gemeente Gemert-Bakel het in haar oneindige wijsheid indertijd beschikt.
Sinds 1 jan 2016 vallen alle BRZO-ondernemingen, dus ook Marcogas, onder de provincie.

Een blik op de achterkant van de opslag

De Raad van State vond in een tussenvonnis dat het groepsrisico niet goed uitgerekend was en geeist dat dat opnieuw gedaan werd, heeft beperkingen aangebracht in bedrijfsvoering en toen de milieuvergunning goedgekeurd. Waarmee de situatie als zodanig niet verder beïnvloedbaar leek. Zie Bewoners verliezen bij Raad van State inzake Marcogas

Leek.
Want Marcogas begon doodleuk de bedrijfstijden te overschrijden.
Marcogas mocht regulier werken van 07.00 – 19.00 uur, met tussen 06.00 en 07.00 uur toestemming voor vijf vrachtauto’s en bij een calamiteit bij een klant incidenteel ééntje daarbuiten.
Maar in het voorjaar van 2016 liet Marcogas “met enige regelmaat tussen 04.30 en 06.00 uur vrachtauto’s vertrekken in situaties die niet als incidenteel te beschouwen waren” aldus de officiele handhavingsrapporten. Marcogas reageerde daarop niet door het gedrag aan de vergunning aan te passen, maar door een verzoek in te dienen om de vergunning aan het gedrag aan te passen. Wat de provincie doodleuk deed: de nieuwe bedrijfstijden werden van 04.30 tot 19.00 uur.

Verkeerssituatie op en langs de weg bij Marco Gas tijdens een evenement. Hier moet de brandweer langs kunnen.

De omwonenden hadden deze eerste legalisatieprocedure gemist maar gingen opletten en inderdaad, Marcogas ging vrolijk door. Ook de nieuwe bedrijfstijden werden “met enige regelmaat overschreden”. Vervolgens werd er een tweede legalisatieprocedure opgestart en even zo vrolijk werd die ook weer gehonoreerd, nu ondanks fel verzet van de omwonenden. De nieuwe bedrijfstijden zijn nu op maandag t/m zaterdag van 03.00 – 23.00 uur. 12 maal per jaar maar ook daar weer van worden afgeweken bij “calamiteiten”.

De Partij voor de Dieren heeft er vragen over gesteld in PS. Daarop kwam hetzelfde basis-antwoord: de ruimere bedrijfstijden zijn vergunbaar – zonder dat wordt uitgelegd waarom ze vergunbaar zijn als er eerst beperkte bedrijfstijden vergund waren.
Overigens vermeldt het antwoord (19 sept 2017) op de vragen van de Partij van de Dieren dat bij Marcogas in de jaren 2014 t/m 2017 op vijf data meer dan vijf overtredingen geconstateerd zijn in de wijze, waarop Marcogas met gasflessen en tankauto’s omging.

Ik vind het allemaal volkomen waardeloos. Je vraagt een vergunning aan die je willens en wetens van plan bent te overschrijden (twee maal zelfs) en je eist dan dat die overschrijding vervolgens tot wet verklaard wordt, en dat gebeurt dan nog ook. Op een zeer kwetsbare locatie. Het tart elk rechtsgevoel.
Het schijnt dat meer bedrijven op deze manier het bestuursrecht misbruiken.

Een bord met maatschappelijke instellingen pal naast de ingang

Bewoners verliezen bij Raad van State inzake Marcogas

De Raad van State heeft op 12 juli 2017 uitspraak gedaan in de rechtszaak tussen enerzijds een groep bewoners en anderzijds de gemeente Gemert-Bakel. Het ging om een door de gemeente verleende milieuvergunning voor een modernisering en uitbreiding van het bedrijf Marco Gas in Bakel.

Een bord met maatschappelijke instellingen pal naast de ingang

Marco Gas vult gasflessen, slaat gassen als propaan in grote hoeveelheden op, en distribueert die flessen met vrachtauto’s.
De ruimtelijke ordening van de situatie is tot stand gekomen in de donkerste dagen van de Gemert-Bakelse gemeentepolitiek, en dat heeft geleid tot een idiote locatie. In een weiland, pal tegen een dennenbos aan, niet ver van woningen en in een gebied met veel maatschappelijke activiteiten zoals het kindervakantiewerk en sportverenigingen. Bovendien is het complex slechts via smalle weggetjes te bereiken, die bovendien bij evenementen ook nog eens vol staan met geparkeerde auto’s.

Verkeerssituatie op en langs de weg bij Marco Gas tijdens een evenement

Het bedrijf is van klein groot geworden en inmiddels zelfs een BRZO-onderneming (Besluit Rampen en Zware Ongevallen). Elke normale, zichzelf respecterende gemeente zou zo’n bedrijf op een categorie 4 of 5-bedrijventerrein geparkeerd hebben, maar zo niet Gemert-Bakel.
Maar alle juridische riedels inzake de ruimtelijke ordening zijn inmiddels achter de rug en aan de locatie is niets meer te doen.

Marco Gas tegen de bosrand

Wat nu voorlag is in essentie de vraag of je een dergelijke idiote situatie van een niet-idiote milieuvergunning kunt voorzien. Dat had nogal wat voeten in het weiland.
De Raad van State had er een tussenuitspraak voor nodig, waarin gesteld werd dat de gemeente Gemert-Bakel zijn huiswerk niet goed genoeg gedaan had. Ik heb daarover eerder geschreven, zie Tussenuitspraak Raad van State over Marcogas (en vandaar naar eerdere artikelen). De gemeente moest een nieuw besluit nemen.

Dat heeft de gemeente gedaan, en de Raad van State vond dat goed genoeg.
Op zich valt het standpunt van de Raad van State goed te volgen als je uitgaat van het Shakespeariaanse “There is a method in the madness”-beginsel, door sommigen ook wel geciteerd als “There is a madness in the method”. De Raad heeft de milieuvergunning beoordeeld aan de criteria van een milieuvergunning en daar voldeed het aan. Binnen de gegevenheden van een zeer aparte Ruimtelijke Ordening-situatie was er sprake van Best Beschikbare Technieken en het plaatsgebonden – en groepsrisico bleven onder de drempel. Nu wel, want eerst had de gemeente de maatschappelijke activiteiten achterwege gelaten in de berekeningen van het groepsrisico.

Het gebied rond Marco Gas waarop de (onvolledige) berekening van het groepsrisico gebaseerd is (uit de QRA van het veiligheidsrapport).

Uiteindelijk zijn er een stel dingen verbeterd

  • Marco Gas mag geen propaan laden als er evenementen aan de gang zijn, zoals in de Kindervakantieweek. Er kunnen soms wel 1000 mensen bij een evenement zijn. Het was niet duidelijk of dit verbod ook al in de eerste versie van de vergunning zat (volgens de gemeente wel, volgens de bewoners niet). Nu in elk geval wel. Daardoor zat het groepsrisico al meteen onder de norm.
  • Bovenstaand plaatje is gebaseerd op een BLEVE (een Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), zo ongeveer de zwaarste onbedoelde explosie in de chemie. Er is brand, in de brand staat toevallig een volle tankauto, de tank begeeft het vroeg of laat, en de vuurbal volgt.

    Gevolgen na een BLEVE. Tot op 700m is geen hulpverlening mogelijk.

    Na een BLEVE is in half Bakel geen hulpverlening mogelijk.
    In de nieuwe vergunning staat zo’n volle tankauto onder een sprinkler-installatie, die hem bij brand kan koelen. In de oude situatie ontbrak de sprinkler. En hoe vreemd het ook lijkt, onder andere door een dergelijke voorziening is de grotere nieuwe situatie veiliger dan de oude. De Raad van State kan hier gelijk hebben.
    Anders uitgedrukt: de oude situatie was nog idioter dan de nieuwe.

  • Verder zijn er nog wat veranderingen doorgevoerd, zoals extra bluswatervoorzieningen (de bestaande deugden niet) en een hek om het terrein (vroeger kon je gewoon het terrein oplopen – nu overigens nog wel als je je door bos en bramen wurmt)Actie helpt altijd, alleen soms anders als je van tevoren verwacht.
  • Marco Gas aan de achterkant, vanuit het tot het hek doorlopende bos.