Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie

Flankerend beleid veeteelt
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 juli 2017 met de staldering, de mestbewerking en met het naar voren halen van de stokstofafspraken een historisch besluit genomen. Daarover is in deze kolommen al meer geschreven (zie Veeteelt in Brabant: een slag gewonnen, maar hoe nu verder? en Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017 ).

Bij het besluit hoort een flankerend beleid om de getroffen boeren (de sociale gevolgen mogen niet onderschat worden) te helpen bij het vinden van een nieuwe toekomst. Daarvoor is 30 miljoen beschikbaar. Op 7 juli was er alleen nog een rudimentaire aanzet tot een dergelijk beleid. GS hebben doorgewerkt en op 12 sept lag er de 80%-versie van “Uitvoeringsprogramma Ondersteunende Maatregelen Transitie Veehouderij”, met bijbehorende Statenmededeling. Zie www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/provinciale-staten/vergaderingen-ps/ps/20170922.aspx?agendapunt=2.1 .

De landbouw is een bedrijfstak met zijn eigen kenmerken en eigen-
aardigheden. Als ondersteuner van de PS-fractie van de SP in de afgelopen jaren, en als vrijwilliger bij de BMF, heb ik daarover in de afgelopen jaren het een en ander opgestoken. Niet genoeg echter om een grondig oordeel te geven over alle aspecten van dit ondersteunende beleid. Laat ik het houden bij de mening dat wat er staat er als regel goed uitziet, dat ik niet kan beoordelen of het volledig is, en dat er vele devils in the details kunnen schuilen waar ik geen weet van heb.

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard)
(Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

Ik wil mij nu bezighouden met één onderdeel van het beleid, dat er naar mijn idee wel bekaaid van af komt en waarvan ik wel meer dan gemiddeld verstand heb, en dat is het energetische verhaal. Het klimaat- en energiedossier enerzijds en het veeteeltdossier anderzijds raken steeds meer verknoopt, o.a. via mestvergisting, zonneparken en bodembeheer.

Zonneparken als alternatief gewas
In de Statenmededeling (die hier het uitgebreidere totaalpakket niet volgt) wordt slechts gesproken over “lokale opwekking en lokaal verbruik” en “stal eraf, zon erop” dat “een kleine, maar nieuwe en langjarige inkomstenbron kan bieden”. In het volledige Uitvoeringsprogramma wordt hier wat aan gerekend en komt men op voorbeeld-winstpercentages van 3,5% (als de sloop van de stal wel in rekening wordt gebracht) en 4 tot 8% als die niet in rekening wordt gebracht (is dat soms niet genoeg?).
Er spreekt nogal wat reserve uit de provinciale stukken.
Ik vind het teveel kleinschalig gepeuter en ik vind het teveel van toeval afhankelijk. We moeten richting 2050 toe naar pakweg 100km2 zonnepark in Brabant en je moet de dingen nu al grootser aanpakken.
Nu blijft het agrarisch gebruik hoofdzaak en energie-opwekking bijzaak. In een stuk over flankerend beleid voor de veeteelt begrijp ik dat, maar ik  vind het toch een gemiste kans.

Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als je het andersom deed. In plaats van koeienboer met wat kWh’s word je kWh-boer met wat koeien of schapen.
Daarvoor moet je weten hoe zo’n park financieel uitpakt. Het blijkt nog niet zo simpel om dat zelf na te rekenen, zeker als je (zoals ik) geen formele bedrijfseconomische scholing hebt. Er staan geen hapklare bedrijfsmodellen op Internet.

Zonnepark Sunport Delfzijl

Sunport Delfzijl.
Eerst dacht ik: ik neem het momenteel grootste park van Nederland, Sunport Delfzijl, als vertrekpunt en dan reken ik terug. 30MWp, 116400 panelen, 30GWh per jaar, 30 miljoen investeringskosten.  Het park is dit voorjaar geopend en je zou dus verwachten dat het (met de SDE+subsidie) uit kan.

Het probleem is dat de business case nergens te vinden is. Je moet dus aannames doen, waarvan sommige situatiegebonden.
Als ik die 30 miljoen helemaal zou lenen (wat vast niet het geval is) en in 20 jaar afschrijf bij 4,5% rente en 2% O&M (Operational costs and Maintenance), heb ik er in 20 jaar €55,5 miljoen ingestopt.
Reken ik met de middelste SDE+subsidie van 11 cent/kWh, dan vang ik in 15 jaar €49,5 miljoen  en in de vijf jaar daarna, bij 6 cent/kWh stroomopbrengst, nog eens 9,0 miljoen. In 20 jaar is er dus €58,5 miljoen teruggekomen.
Ergo 3,0 miljoen winst in 20 jaar, dus ruim anderhalve ton per jaar, dus 0,5% over het totale vermogen. De bank heeft zijn rente en afschrijving dan al binnen.
In praktijk zit de huidig eigenaar Wirsol ( https://wirsol.com/en/ )er vast wel met eigen geld in, zijn de kapitaalslasten kleiner en de winst groter. Maar omdat onbekend is wat de verhouding eigen versus vreemd vermogen is, valt hier niet aan te rekenen.

Met een SDE+subsidie van 12,8 cent per kWh zou na 20 jaar het batig saldo €11miljoen geweest zijn (in plaats van bovenstaande 3 miljoen).

Staat het zonnepark er na de 20 jaar afschrijvingstermijn nog vijf jaar, dan komt er (bij 6 cent/kWh en nog steeds 2%O&M) in die vijf jaar netto nog eens €6,0 miljoen binnen.

Dit alles voor wat het waard is, want er zit nogal wat speculatie in vanwege de onbekende gegevens. Eventuele kosten mbt het elektriciteitsnet zitten er bijvoorbeeld niet in.

Het CE Delft-model en de toepassing op Sunport Delfzijl
Partijgenoot Eric Smaling heeft in 2016 in de Tweede Kamer gevraagd om een MKBA op te stellen van zon en wind op het land en dit in vergelijking. Reden waren de protesten tegen windenergie in de Veenkoloniën. Zie www.ce.nl/publicatie/mkea_zon-pv_en_wind_op_land/1905 .
Wind op het land kostte in die studie overigens minder dan de helft van de kWh-kosten van zon.

Met dit CE-model kun je de vraag andersom aanpakken en dan met minder  speculatie.
De belangrijkste samenvattende tabel uit de studie:

CE Delft volgt in de berekening van deze cijfers de SDE+  systematiek en doet mogelijk ook aanvullende eigen aannames. De SDE+systematiek  had in 2016 voor PV-panelen (= zonnestroom) enkele grondslagen:

  • Project moet met minstens 10% eigen vermogen gerealiseerd zijn
  • 12% rendement op het eigen vermogen
  • De SDE+ als regeling moet hoog genoeg vastgesteld worden om de meeste projecten in een categorie te kunnen uitvoeren
  • subsidieduur = afschrijftermijn = 15 jaar, rente 4,5%
  • in de O&M kosten is verondersteld, dat de grond vóór die tijd €1000 per hectare opbracht, en dat dat gemis via een pachtconstructie in de O&M-prijs verwerkt zit. De aanname gaat ervan uit dat na het plaatsen van het zonnepark de grond geen vroegere opbrengst meer heeft. Dat hoeft niet zo te zijn en daarom is de aanname conservatief.
  • fase2 van de SDE+verlening is 11,0 cent/kWh en fase3 is 12,8cent/kWh. (2016)
  • lange termijn-stroomprijs volgens CE Delft voor PV = 5,5 cent/kWh

Zou je deze set gegevens over 2015 na enig ge-interpoleer in de tabel naar 2016 losgelaten hebben op Sunport Delfzijl, dan zou die onderneming over 20 jaar bij 11 cent/kWe SDE een batig saldo gehad hebben van €3,6 miljoen, en bij 12,8 cent/kWh SDE een batig saldo van €11,7 miljoen.

Het klopt eigenlijk heel aardig met mijn houtje-touwtje analyse. Waarschijnlijk vallen er in  mijn houtje-touwtje berekening ergens fouten tegen elkaar weg.

Het CE Delft-model, toegepast op een Brabantse boer (of groep boeren)
Ik doe in onderstaande cijfervoorbeeld even gemakshalve alsof een Brabantse boer (groep boeren) een zonnepark aanlegt ter grootte van 3,0MWp (dus eentiende van Sunport). In Duitsland heb je honderden van dit soort parken.
Voor een park van 3MWp (ca 12000 panelen) heb je ongeveer 3 tot 5 hectare nodig, afhankelijk van hoe je het park inricht.
Een park van 3MWp brengt per jaar ongeveer 2700000kWh op (2700MWh).

UIT: Hij legt het park aan in 2017. Enig interpoleren in de tabel naar 2017 levert kapitaalslasten van grofweg 7,8cent/kWh (15 jaar lang)  en exploitatielasten van samen 2,8 cent/kWh (20 jaar lang)
Die boer zit er met 10% eigen vermogen in. Daardoor kost het park de boer aan kapitaalslasten op vreemd vermogen (rente + afschrijving) over 15 jaar 2,84 miljoen (0,90 * 0,078€*270000*15). Zijn eigen vermogen is 0,32 miljoen.
Aan exploitatielasten kost het park over 20 jaar .028*270000*20 = €1,51 miljoen.
Samen dus 4,35miljoen in 20 jaar.
IN: De SDE+ geeft in 2017 een gesubsidieerde opbrengstgarantie van 11,0 of 12,6 cent/kWh, 15 jaar lang. Daarna is er nog 5 jaar de stroomopbrengst à 5,5cent/kWh.
Met 11 cent/kWh SDE+ krijg je over 20 jaar per saldo 5,20-4,35 = €0,85 miljoen. Hij  moet aan zichzelf zijn eigen vermogen terugbetalen, en houdt dan na 20 jaar nog €0,53miljoen aan winst over (zo’n 8% per jaar).
Met 12,6 cent/kWh SDE+ is het batig saldo over 20 jaar 5,84-4,35 = €1,5 miljoen, dus gemiddeld per jaar €75000 . Na terugbetaling van het eigen vermogen aan zichzelf resteert na 20 jaar €1,2 miljoen winst, ca 19% per jaar.

Op diezelfde 3 a 4 hectare werd je volgens CE Delft geacht vroeger €3000 a €5000 per jaar te verdienen. Het terrein brengt dus beduidend meer op dan vroeger.

Het bezit van het park brengt geen dagelijkse arbeid met zich mee. Aanleg en onderhoud zijn immers financieel al verdisconteerd alsof ze geheel door iemand anders gedaan zijn. Het is dus mogelijk om een andere baan te nemen.
Ook hoeft de agrarische opbrengst van het zonnepanelen-terrein niet nul te zijn, zoals door CE Delft aangenomen.

Er is in de noordelijke provincies op dit gebied al een projectontwikkelaar bezig (zie www.interfarms.com ).

Zonnepark bij Borna ten Zuiden van Leipzig (foto bgerard)

Conclusies:

  • Het kan interessant zijn om bij het flankerend beleid veeteelt grootschalige zonneparken op agrarische grond mee te nemen. Het zou verstandig zijn als de provincie een echte professional naar deze moge-
    lijkheden laat kijken.
  • Zonder een heleboel grootschalige zonneparken zal Brabant ver van zijn energiedoelen af blijven
  • De provincie is goed gepositioneerd om hier verschil te kunnen maken. Omdat kosten en opbrengsten soms dicht bij elkaar liggen, kan een klein beetje geld of wat invloed op de banken in een exploitatie al veel betekenen. Ook de ruimtelijke bevoegdheden komen goed uit.
  • In het Uitvoeringsprogramma Ondersteunende Maatregelen Transitie Veehouderij wordt de verlaging van de SDE+ – subsidies als bedreigend aangemerkt.
    Dit geeft op twee manieren een verkeerde indruk.
    Op de eerste plaats wordt een eenmaal toegekende gesubsidieerde opbrengstgarantie gedurende de 15-jarige looptijd niet meer veranderd.
    Op de tweede plaats horen energiesubsidies omlaag te gaan, uiteindelijk tot nul, omdat ze niet langer nodig zijn. Tot 2023 daalt de kostprijs sterk. De SDE+ – subsidie kan in ongeveer hetzelfde tempo mee omlaag gaan zonder dat dat problemen geeft.-

Supermarkten bellen voor eerlijke melk

De “eerlijke melk – actie” van Milieudefensie probeert de veeteelt duur-
zamer te maken, met de melkprijs als breekzijzer.
Duurzamer betekent een veeteelt die binnen een beperkte regio (bijv. Europa) met gesloten kringlopen opereert, en die dus geen soja uit Zuid-Amerika importeert en  op verantwoorde wijze zijn mest kwijt kan. De veeteelt moet meer binnen zijn natuurlijke ecologische beperkingen gaan functioneren, waardoor bijvoorbeeld weidevogels weer meer kans hebben. Koeien moeten weer in de wei gaan lopen. En een boerengezin moet er een fatsoenlijk van kunnen leven.

Dat alles vraagt om een melkprijs die hoger is dan de huidige. Milieudefensie heeft becijferd dat boeren nu gemiddeld 37 cent voor een liter melk krijgen, en dat dat 43 cent zou moeten worden.

Van de Milieudefensie-site

In deze actie staat Milieudefensie logischerwijs tegenover de supermarkten, die het meeste winst halen uit een zo laag mogelijke inkoopprijs en optimale opbrengst bij de verkoop.

Een uitgebreide beschrijving van het Milieudefensie-standpunt is te vinden op https://eerlijke-melk.nl/ .

Na Koe Klara43 (zie Klara 43 loeit er flink op los! ) ging de eerlijke melk-actie van Milieudefensie verder met een “belmarathon” richting de directiekantoren van de supermarktketens. Die vond op 16 september plaats. Ook enkele bestuursleden van Milieudefensie Eindhoven hebben vanuit mijn huiskamer zitten bellen of hebben boodschappen uitge-
stuurd via de websites van KlachtenKompas of Klacht Melden! .

De vijand had zich de donderdag ervoor al ingegraven, gewapend met een persbericht van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Het signaal was dus al ontvangen voor het was uitgezonden!
Zie www.cbl.nl/pers/persberichten/persbericht/article/de-beste-melkprijs/ . Zeg maar de gezamenlijke monopolist en dat geeft precies de situatie weer van macht tegen geen macht, die gepresenteerd wordt met de neutrale naam “samenspel van producenten, tussenhandel en eindverkopers”.
Maar dit complexe bewustzijn belette Albert Heijn niet om in september 2012 ineens van alle leveranciers te eisen dat die 2% goedkoper moesten gaan leveren (zie bijvoorbeeld www.mkbservicedesk.nl/6572/albert-heijn-zet-leveranciers-onder.htm ).
Samenspel? Kwaliteit? Voedselveiligheid? Dierenwelzijn? Duurzaam-
heid? Gezondheid? En nog veel meer waarvoor de CBL zegt op te komen ‘soms voor een hele scherpe, maar altijd gezonde prijs’.

Milieudefensie en boerenorganisaties zijn het bepaald niet altijd eens over hoe de veeteelt eruit moet zien, maar er lopen gesprekken. Bij het meer verlichte deel van de organisaties (zoals onlangs nog  de Campina) groeit het besef dat het anders moet.
Maar over de noodzaak van een eerlijke melkprijs zijn we het eens.
Wie duurzaam A zegt, moet ook financieel B zeggen.

Koe Klara43 op 02 sept 2017 bij Albert Heijn in het Winkelcentrum Woensel

De actie krijgt ongetwijfeld een vervolg.

 

Fluorhoudende organische molekulen in het milieu, GenX en fipronil

Naar aanleiding van een artikel in de Scientific American van april 2017, en commotie over het GenX-schandaal bij Chemours in Dordrecht en ook vanwege de fipronil-eieren had ik er behoefte aan om een uitleggend artikel te schrijven over verbindingen met veel fluoratomen. Aan die gemeenschappelijke noemer voldoen alle drie de (overigens onderling zeer verschillende) situaties.

Het Scientific American-artikel
De SciAm van april 2017 beschrijft hoe een onderzoek in 2013 op een oude luchtmachtbasis, nu hergebruikt als bedrijventerrein en voor twee zorginstellingen, uitwees dat drinkwater “Perfluorochemicals (PFC’s)” bevatte in een concentratie tot 35* de concentratie die de EPA aanvaardbaar vond (70 nanogram per liter). De EPA is de Environmental Protection Agency, zeg maar de nationale milieudienst van de VS.
Het bleek dat daar vroeger routinematig oude vliegtuigen in de hens waren gestoken, waarmee de brandweer oefende met blusschuim. Dat  bevatte organische fluorverbindingen en die waren de grond ingelekt.

(Overigens bevatten sommige soorten blusschuim nog steeds fluor-
verbindingen. Tot 2015 bestond er niets anders dan fluorhoudend blusschuim. Daarna zijn er ook schuimsoorten ontwikkeld zonder fluor, maar de branche beweert dat die minder goed zijn en weer andere milieunadelen hebben. En de brand zelf, indien niet geblust, heeft ook milieunadelen. Voor zover ik de branche begrijp, wordt er nu geblust met fluorhoudend schuim bij het zware werk en fluorvrij schuim in andere situaties.

Ik weet er te weinig van voor een oordeel. )

Hotspots voor perfluorverbindingen in drinkwater in de VS

De EPA is vervolgens systematisch gaan zoeken en dat leverde heftige resultaten op, zoals bovenstaand plaatje, afgedrukt in de SciAm, laat zien. 66 waterleidingbedrijven, samen goed voor 6 miljoen kanten, zaten minstens één keer boven de norm. Alleen al in delen van Pennsylvania werd de watervoorziening van 600.000 mensen afgesloten. En mogelijk is dat nog maar het topje van de ijsberg.
De site van de EPA bevat inmiddels een schat aan informatie. Zie www.epa.gov/chemical-research/research-and-polyfluoroalkyl-substances-pfas .

PFC’s (de afkorting PFAS in de EPA-URL betekent ongeveer hetzelfde) vormen een grote familie van stoffen. Sommige ervan doen niks met de gezondheid, andere alleen op de lange termijn, en enkele zijn acuut giftig. Er is bijna geen peil op te trekken: de giftigheid varieert van stof tot stof en van diersoort tot diersoort.
Er zwerven nu ruim 3000 PFC-varianten op aarde rond en dat komt omdat ze overal voor gebruikt zijn: de anti-aanbaklaag in pannen, Goretex, het vlekvrij maken van meubilair, voedselverpakkingen (het voedsel plakt dan niet aan het zakje), schoenen waterdicht maken, en dus blus-
schuim. Onder andere.

Omdat de band tussen een koolstof- en een fluoratoom ( -C-F) heel sterk is, en omdat deze band in de natuur niet voorkomt, kan die band niet of nauwelijks verbroken worden, tenzij met lomp geweld dat de natuur niet kan opbrengen. PFC’s zijn in praktijk onverwoestbaar. Het is nauwelijks overdreven om te zeggen dat elke nieuwgevormde koolstof-fluorband het eeuwige leven heeft. Ze zwerven over de aarde en worden gemeten tot in het bloed van ijsberen.

Mijn huishouden koopt geen Teflonpannen meer, maar alleen nog keramische bakpannen. Die werken bovendien fijner en slijten niet.

In de veelheid aan chemische vormen springt er één kenmerk uit, nl hoe lang de koolstofketen is. Vroeger gebruikte men vooral een keten met acht C-atomen en die deel-groep heette dan ook C8. In de afkorting PFOA (PerFluoroOctaneAcid) slaat die 8 op oktaan. Daar maakten ze tot 2010 Teflon mee. De industrie zag het leed op afstand aankomen en ging over op kortere ketens, bijvoorbeeld C6. Voor de afbreekbaarheid in de natuur maakt dat weinig of niets uit, maar het menselijk lichaam scheidt kortere ketens makkelijker uit. En inderdaad, je vindt PFOA in praktisch iedereens bloed (althans, in de VS), maar sinds de kortere ketens is de concentratie gedaald. Gemiddeld – maar er blijven hoge uitschieters als je (in de VS) op de verkeerde plaats woont.

Het RIVM en de PFC’s
Het RIVM is zich ten volle bewust van de gevaren “voor zover die be-
kend zijn”, want een van de conclusies is dat we veel meer niet weten dan wel weten. Op de homepage leveren de zoektermen PFOA en PFOS heel wat treffers op, bijvoorbeeld www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2011/augustus/Advies_risicogrenzen_grond_en_grondwater_voor_PFOS .
Bijvoorbeeld de publicatie “Zeer Zorgwekkende Stoffen: prioriteringsopties voor beleid” uit 2016 maakt melding van de categorie. NERC betekent New Emerging Risk of Chemicals.

GenX
De Chemoursfabriek in Dordrecht is een prototypische case study van een PFC-vraagstuk. Ik hoop echter met dit artikel duidelijk te maken dat Chemours zoiets is als het topje van een ijsberg.

Nadat de fabrikanten onderling afgesproken hadden om van C8 af te stappen, waren er nieuwe productietechnieken nodig. GenX is zo’n techniek en die werkt met de stof FRD-903 en het daarvan afgeleide stoffen FRD-902 en E1. (NB: er zit dus geen GenX in water en lucht, zoals sommige journalisten schrijven, maar de stoffen waar GenX mee werkt zitten in water en lucht).

Ik zal de lezer de lange chemische naam besparen (zoek gewoon op Wikipedia op FRD-903 of op Pubchem 114481 . Het plaatje ziet er zo uit:

FRD-903 tbv Teflon

Via een tussenstap tot FRD-902 plakken ze heel veel van die molekulen aan elkaar en uiteindelijk wordt dat Teflon. Tijdens het productieproces komen twee stoffen vrij, een onuitsprekelijke naam met de afkorting E1 (waarvan men denkt dat hij niet erg gevaarljjk is), en perfluor-
isobutyleen dat zeer gevaarlijk is (de gevaarsbeschrijving op de PubChem beslaat 17 dichtgetypte kantjes A4). FRD-903 en E1 gaan als gas de schoorsteen uit, en FRD-902 en ook FRD-903 gaan het afvalwater in.
Medio augustus was er perfluorisobutyleen ontsnapt en dat had nooit mogen gebeuren.

Zie ook http://www.rivm.nl/Onderwerpen/G/GenX , waarvan onderstaand plaatje afkomstig is. Het plaatje hoort bij een eerder onderzoek, dat op 21 juni 2016 gepubliceerd is. Het gaat over de gevolgen van lozingen uit de schoorsteen.

Concentraties FRD-903 via de schoorsteen bij Chemours Dordrecht

Bij het inschatten van de risico’s via de afvalwaterroute (of via lucht en water samen) houdt het RIVM nogal wat slagen om de arm. Paniek spreekt er niet uit, maar blijdschap ook niet.

Fipronil
De kippenboeren zetten enorme monocultures kippen op een kluitje en zijn dan verbaasd dat daar parasieten op af komen. Vervolgens komen er snelle jongens met een wondermiddel, en al die boeren kunnen niet raden wat een klein kind wel kan raden, nl dat er iets niet klopt. De NVWA is de schuld want die had de boeren sneller tegen zichzelf moeten beschermen – vinden de boeren. De schuld ligt altijd bij iemand anders.

Nu is er veel mis met de NVWA, maar hun inschatting dat fipronil in de gegeven omstandigheden niet gevaarlijk was voor de volksgezondheid, en dat een strafrechterlijk onderzoek op zijn plaats was, is op zichzelf juist. Fipronil richt zich tegen een biochemisch neurologisch mechanisme dat bij insecten wel, en bij de mens niet belangrijk is. Het echte probleem is dat fipronil te goed werkt alle insecten, dus ook bij insecten die we graag om ons heen hebben zoals bijen. Het is geen neonicotinoide, maar werkt wel vergelijkbaar.
Door de oplaaiende emoties spraken pers en politiek (bij wijze van spreken) 90% van de tijd over 10% van het belang en 10% van de tijd over 90% van het belang.

Fipronil (PubChem)

In het kader van dit artikel is van belang dat een Fipronil-molekuul zes fluoratomen bevat. Het is niet ‘per’, maar wel ‘poly’. En inderdaad, de stof is erg moeilijk biologisch afbreekbaar. Zonder toetreding van UV-straling meet je de levensduur van Fipronil in normaal oppervlakte-
water in weken tot maanden. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Fipronil .

Bij Fipronil is ook de activiteit van de eerste generatie-afbraakproducten bestudeerd. PubChem noemt er drie, waarvan het afbraakproduct fipronil sulfone minstens zo gevaarlijk is als fipronil zelf. Goede berekeningen nemen dan ook de afbraakproducten mee.
Kijk je echter naar de molekuulformules van de afbraakproducten (die ik de lezer zal besparen, maar google eventueel op fipronil en PubChem en je ziet ze), dan overleeft de koolstof-fluorbinding pontificaal.  Fipronil heeft twee -CF3 groepen en elk afbraakproduct ook. De afbraak richt zich op andere chemische bindingen dan de -C-F binding want die is te sterk.
Dat roept de vraag op hoe het verder gaat. Zijn de afbraakproducten wel biologisch afbreekbaar en zo ja (en zo nee), welke tweede generatie afbraakproducten krijg je dan?

De Boerderij van 31 aug 2017 raadt de boeren aan een met Fipronil besmette stal af te soppen met een 5% soda-oplossing (twee uur intrekken, mogelijk omdat in een basische omgeving Fipronil wat beter in water oplost), en om dan de stal te lijf te gaan met 15% of 30%-waterstofperoxide – oplossing. Dit paardenmiddel zonder dieren in de buurt.
Mogelijk helpt het in die zin, dat de restanten geen Fipronil meer heten. Maar als ze fipronil sulfone heten (of nog onbekende namen uit dit geforceerde oxidatie-festijn), wat heb je dan feitelijk bereikt? En waar blijven die restanten? En hoeveel ton -C-F binding voegt fipronil per jaar aan de wereld toe?

Interessante vragen.

Reisbeschouwingen Duitsland en Polen

www.bjmgerard.nl/?p=5331 Rügen

www.bjmgerard.nl/?p=5024 Peenemünde

www.bjmgerard.nl/?p=5259 Het Słowiński Nationaal Park

www.bjmgerard.nl/?p=5348 Gdańsk (vroeger Danzig)

www.bjmgerard.nl/?p=5396 De Elisabeth-legende

www.bjmgerard.nl/meyer-werft-de-ems-en-de-natuur/

www.bjmgerard.nl/openbaar-waterstofnetwerk-voorgesteld-in-duitsland/

www.bjmgerard.nl/munster-en-de-friedensstadt-osnabruck/

https://www.bjmgerard.nl/bloemrijke-akkerranden/

CDA Eersel probeert collectief standpunt over Eindhoven Airport op te bouwen

CDA Eersel-avond 06 sept 2017 vliegveld

Het CDA in Eersel wil bereiken dat er in de programma’s voor de komende gemeenteraadsverkiezingen van alle partijen in de regio een gezamenlijke passage komt te staan over Eindhoven Airport. Het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) vond dat een voortreffelijk idee en werkte er graag aan mee.

Het BVM2-manifest moet een heleboel jaren mee en is bedoeld voor uiteenlopende situaties. Niet alle punten zijn onmiddellijk actueel of zijn op alle gemeenten van toepassing, en sommige punten richten zich meer op het Rijk. Zo schiftend kwam BVM2 op een concept-tekst van vijf punten, vier uit het Manifest en de eis dat er een onafhankelijk onderzoek moet komen, gericht op hinderbeperking in ruime zin.

Het zo ontstane vijf punten-programma had de volgende tekst:

Onderstaande aspecten stellen we voor om op te nemen in de verkiezingsprogramma’s

  • De groei van Eindhoven Airport mag niet worden bepaald door lande-
    lijke belangen of groei van Schiphol. Het vliegveld moet dienstbaar zijn aan de ontwikkeling van de regio. De aantrekkelijkheid van de regio voor wonen, werken en recreëren mag door de aanwezigheid van het vliegveld niet verder worden aangetast.
  • De nadelige effecten van geluid, luchtvervuiling en verkeer (horend bij 43.000 vliegbewegingen) op leefbaarheid, gezondheid en klimaat mogen na 2019 niet verder toenemen.
  • Groei van het aantal vliegbewegingen boven 43.000 moet verdiend worden door stillere  (minder geluid) en schonere (minder uitstoot) vliegtuigen in te zetten of door andere maatregelen om de hinder terug te dringen. De helft van deze winst kan ingezet worden om het aantal vliegbewegingen te laten groeien. De andere helft moet ten goede komen aan het verbeteren van de leefbaarheid in de omgeving van het vliegveld.
  • Het door ex-staatssecretaris Mansveld toegezegde onafhankelijke onderzoek naar hinderbeperking moet door het Rijk worden uitgevoerd en is gericht op bovenstaande milieuwinst.
  • Geen geplande landingen na 23.00 uur, geen geplande starts voor 07.00 uur en in het weekend niet voor 08.00 uur.

Het CDA Eersel heeft, met steun van BVM2, op 6 september 2017 een avond belegd in De Leenhoef in Knegsel, waar alle zittende partijen voor waren uitgenodigd. Het vijf punten-programma ging mee als bijlage. Dat bracht zo’n 60 mensen bij elkaar, vooral gemeenteraadsleden met lokale aanhang en een handvol statenleden.
Die kregen eerst een verhaal van D66-wethouder Liesbeth Sjouw uit Eersel, van BOW-voorzitter Klaas Kopinga en van BVM2-secretaris Bernard Gerard.

(vlnr gespreksleider Wim van Golstein Brouwers, Bernard Gerard, Klaas Kopinga, Liesbeth Sjouw en organisatoren Ria van der Hamsvoord, CDA-wethouder in Eersel en Henny van Dooren, fractievoorzitter CDA Eersel).

Liesbeth Sjouw legde aan de aanwezigen welke instituties er over het vliegveld gingen en wat die deden. Elk vliegveld heeft een COVM, zo ook Eindhoven, bevolkt door omwonenden, belangengroepen, overheden en medegebruikers. Het is een adviesorgaan en heeft een auditcommissie. De geluidsrapportages komen er bijvoorbeeld aan de orde.
De Uitvoeringstafel van de provincie is een orgaan, dat t/m 2019 bestaat, en slechts dient om de lopende afspraken te begeleiden. Ex-politicus Pieter van Geel is er voorzitter van. De Uitvoeringstafel wordt geleid door een Regiegroep met daaronder een Werkgroep Monitoring en een Werkgroep Innovatie.
De gemeenten in de regio en de provincie hebben op 18 mei 2017 een brief gestuurd aan de staatssecretaris, waarin gemeld wordt dat veel belanghebbenden in de regio al vooruitblikken naar 2020, en dat daartoe snel een zorgvuldig en transparant proces moet starten dat tot een verkenning annex analyse komt. Dat zou bijvoorbeeld een soort kwartiermaker kunnen doen.
De staatssecretaris heeft op 12 juli teruggeschreven hiertoe bereid te zijn. Ze hoopt kort na de zomer van 2017 tot overleg te kunnen komen en wil eind 2018 een standpunt neerleggen.

Klaas Kopinga legde uit hoe het met de wetgeving zat:

  • het Luchthavenbesluit dat slechts de openingstijden van 07 tot 24 uur noemt, en een 35Ke-zone van ca 18km2als geluidsruimte. Dit Luchthavenbesluit heeft geen einddatum en loopt dus na 2020 door, tenzij het veranderd wordt. Of dat zal gebeuren is nog niet duidelijk. Als het wel gebeurt, kan dat gevolgen hebben voor de geluidscontouren, en daarmee voor bijvoorbeeld een heleboel bestemmingsplannen in omringende gemeenten. Er worden nu gebruiksbeperkingen opgelegd aan woningbouw binnen de 20Ke-zone en die heeft nu een oppervlakte van 80km2. Als de 20 Ke-contour naar buiten zou schuiven, zou daar bijvoorbeeld 120km2 onder kunnengaan vallen. Dit vooruitzicht maakt heel wat wethouders in de regio onrustig.  Ook financieel: stel dat je 1% van die 120km2 niet voor woningbouw zou kunnen verkopen, die je zonder het vliegveld wel had kunnen verkopen, dan kost dat bij Meerhovense grondprijzen zowat een half miljard aan grondopbrengst. Het vliegveld heeft niet alleen opgehemelde baten, maar ook grote verborgen kosten.
    Mocht het tot schuivende geluidscontouren komen, dan zal er een MER nodig zijn.

    Geluidscontouren in 2020_civ+mil_Luchthavenbesluit

     

  • Binnen het grotere geheel van het Luchthavenbesluit hebben militair en civiel elk een gebruiksvergunning. De civiele geluidsruimte in die vergunning is ca 11km2 . De openingstijden zijn wat strakker gedefinieerd dan binnen het Luchthavenbesluit en het aantal vliegbewegingen is gemaximeerd op 43000.
    De gebruiksvergunning loopt af eind 2019 en moet dus, hoe dan ook, opnieuw vastgelegd worden.Kopinga verwachtte dat er achter de schermen al het een en ander bedisseld werd, maar daarover was nog niets naar buiten gekomen.

Bernard Gerard legde in zijn verhaal uit wat BVM2 was: een belangenvereniging van burgers en organisaties, die het vliegveld zeer kritisch volgen. In deze kolommen is daarover al veel gezegd en dat wordt hier niet herhaald.
Gerard liep de twaalf stellingen van het Beraad Vlieghinder Moet Minder-manifest door met nadruk op die stellingen, die als basis voor vier van de vijf punten uit het vijf punten-plan gediend hadden (te weten punt 1,2,3,5).
Punt 4 heeft betrekking op een onafhankelijk onderzoek naar hinderbeperking in ruime zin. Dat heeft ex-staatssecretaris Mansveld beloofd, maar de Tweede Kamer had daar geld voor  moeten uittrekken en heeft dat (nog) niet gedaan. Ook de Uitvoeringstafel heeft het geld niet (die is blij als men de secretaresse en de zaalhuur kan betalen) en heeft er een stagiair(e) opgezet.
Daarom had Gerard maar vast zelf wat mogelijkheden bij elkaar gezocht. Hij riep op tot de nodige  relativering: een silver bullet die alle problemen van het vliegen oplost, bestaat niet. Tegen de exponentiële groei, waardoor het vliegen tot 2050 vijf maal over de kop gaat, is geen kruid gewassen. Er moet minder en selectiever worden gevlogen.
Maar hij zag het als zijn taak (ook al omdat tot nu toe niemand anders dat deed) om enig perspectief te schetsen voor vliegveld Eindhoven vanaf 2020. De helft van dat perspectief (in ruime zin, dus geluid, toxische emissies, klimaat) zou aan bewoners ten goede moeten komen, de andere helft mag tot uiting komen in meer vliegbewegingen. Zijn stelling is dat er wel perspectief is, maar dat de regio cq het vliegveld cq Schiphol cq het Rijk revolutionair anders moet gaan handelen. Dat zal nog een hele uitdaging worden.
Aan dit perspectief zal een apart artikel gewijd worden.

A320NEO (info = zelfrapportage!)

Na de drie sprekers ging men uiteen in vijf groepen. Het Eerselse CDA heeft de reacties bij elkaar gelegd en komt binnenkort met een definitieve tekst.
De verwachting is dat de concepttekst grotendeels overeind zal blijven.

De presentatie van Liesbeth Sjouw is te vinden (volgt nog)
De presentatie van Klaas Kopinga is hier te vinden.
De presentatie van Bernard Gerard is hier te vinden.

Provinciale SP stelt vragen over verband geboorteafwijkingen – pesticidenblootstelling

De fractie van de SP in Provinciale Staten heeft vragen gesteld over de blootstelling aan het totaal aan pesticiden enerzijds en beïnvloeding van de zwangerschap anderzijds.

In een onlangs in Nature Communications gepubliceerde studie van de hand van onderzoekers van de Universiteit van California, Santa Barbara, werd voor de San Joaquin Valley (een groot landbouwgebied in Californië) in kaart gebracht hoe de duur van de zwangerschap, het geboortegewicht en het aantal aangeboren afwijkingen samenhing met de zwaarte van de pesticidenblootstelling. Dat gebeurde door de Valley in mijl-hokken op te delen en de afloop van de zwangerschap van vrouwen, die in zo’n mijl-hol woonden in verband te brengen met de in dat mijl-hok jaarlijks opgebrachte hoeveelheid pesticiden.
De studie had betrekking op bijna 700.000 levendgeborenen.
Daaruit is een focusgroep samengesteld (ruim 137000 geboortes), bestaand uit de meest blootgestelde hokken. Binnen die focusgroep is een verdere onderverdeling aangebracht.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie). Let wel dat de getallen per hok, dus per 260hectare, zijn. Om de gift per hectare te vinden, de cijfers door 260 delen.

25% van de vrouwen woonde in een mijl-hok waarin jaarlijks meer dan 1 kg/hectare aan pesticiden was toegediend, 5% van de vrouwen woonde in een mijl-hok waarin meer dan 15 kg/hectare was opgebracht, 1% in een mijl-hok waarin meer dan 42kg/hectare was opgebracht.

In de 25%-groep waren nauwelijks effecten aantoonbaar.
In de 5% – groep deden zich 9% meer aangeboren afwijkingen voor (bij 5,8% in plaats van 5,3% van de baby’s). Daarnaast waren er negatieve effecten op de duur van de zwangerschap en het geboortegewicht.
In de 1%-groep waren deze effecten grofweg het dubbele.

De Nederlandse Gezondheidsraad heeft in een advies over Bestrijdingsmiddelen en Volksgezondheid in kaart gebracht welke pesticidengiften in de Nederlandse landbouwpraktijk gebruikelijk zijn. Daaruit blijkt dat bij de bollenteelt (73kg per hectare per jaar), de fruitteelt (40 idem) en de boomteelt (17 idem) gemiddelde pesticidengiften gebruikelijk zijn die in de risicorange van het Californische onderzoek zitten. Deze landbouwvormen worden ook in Brabant gepractiseerd.

Zie www.nature.com/articles/s41467-017-00349-2#Tab3 en www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-leefomgeving/gewasbescherming-en-omwonenden ).

Amandelboom (Wikipedia)

De SP-fractie vraagt aan GS
– informatie over de relevantie van het onderzoek voor Brabant en de omvang en locatie van genoemde drie bedrijfscategorieen in Brabant
– welke mogelijkheden tot regulering van de pesticidetoediening er zijn
– of GS gemeenten kan en wil ondersteunen
– of de provincie de bloembollenteelt in Brabant kan en wil tegengaan of ontmoedigen

De volledige tekst van de vragen is hier te vinden.

Klara 43 loeit er flink op los!

Klara 43 stond bij de Albert Heijn in het Eindhoven Winkelcentrum Woensel en loeide er vanuit haar plastic buik flink op los, als je een mep gaf op de plastic knoppen van de elektronische loei-eenheid. Kinderen waren er gek op en voorbijgangers schrokken zich soms rot.

Klara 43 op 2 sept 2017 bi Albert Heijn in het Winkelcentrum Woensel

Supermarkten en meer geld voor de boer
Klara hielp mee om belangstelling te trekken naar de melk-actie van Milieudefensie. Die loopt overigens al langer en dit is het vervolg erop.

Milieudefensie wil dat een koeienboer fatsoenlijk koeien kan houden. Die beesten moeten in de wei kunnen lopen, voer krijgen van eigen land of hooguit uit Europa, moeten weidevogels als gezelschap hebben en de boer moet genoeg grond hebben om al zijn mest uit te kunnen rijden.
Na diepgaande becijferingen levert dat als eerlijke melkprijs op 43 cent per liter. Meneer Albert Heijn en vergelijkbare consorten geven maar 37 cent per liter en daarover vinden indringende discussies plaats met de supermarkten. Klara 43 (die 43 heet vanwege de gewenste melkprijs) gaf dus luidruchtig haar mening over de te lage melkprijs. BOE!!!

Overigens gaf “Appie” geen krimp. Gratis koffie en ruimhartig gebruik van de WC, indien nodig. Professioneel PR-beleid!

Als attribuut waren er een heleboel stuntmunten van 5 cent, die met een stickertje opgewaardeerd waren tot 43-37 = 6 cent (Draghi, iets voor jou?). En er was een petitie die best wel goed liep. Die eindigde (met wat aanvulling bij een SP-vergadering die toevallig meteen daarna plaatsvond) op 206 ingevulde ondersteuningsverklaringen en wat mensen die mee wilden helpen.

Verder was er een quiz met antwoord A of B, corresponderend met de bijbehorende loeiknop. Inderdaad, minder dan de helft van wat de consument voor zijn melk betaalt gaat naar de boer en inderdaad, daar lijden ze soms verlies op en inderdaad, de koeien staan steeds meer binnen en inderdaad, 80%  van de landbouwgrond in de wereld wordt gebruikt voor veevoer. BOE!!!

 

FNV doet boekje open over arbeidsomstandigheden bij Ryanair

Het FNV heeft in Trouw van 21 juni 2017 een boekje open gedaan over de arbeidsomstandigheden bij de Ierse luchtvaartprijsvechter Ryanair. Dit na zorgvuldige research, de reputatie van Ryanair kennende.

Het artikel is te vinden op www.trouw.nl/home/ryanair-is-een-prijsvechter-ook-op-de-arbeidsmarkt~a1be3123/ .

O’Leary

Een greep uit het artikel:

  • stewardessen focussen zich om financiele redenen teveel op de verkoop aan boord, en dat gaat van de tijd om de veiligheid te checken af. Ze worden op die verkoop beoordeeld en zijn er financieel van afhankelijk.
    Overigens komen alle stewardessen op de locatie Eindhoven uit Oost- en Zuid-Europa. Dit zou lokale overheden, die menen dat een vliegveld werkgelegenheid voor de omgeving met zich meebrengt, te denken moeten geven (BVM2).
  • cabinepersoneel verdient te weinig, soms maar €1000 voor 40 uur werk en/of standbydiensten. Voor zover ze via Crewlink vliegen (doet drie-
    kwart), het uitzendbureau waarvan Ryanair gebruik maakt, worden ze alleen betaald voor feitelijke uren in de lucht, en niet voor uren voor en na de vlucht.
  • Standby diensten thuis worden niet betaald, terwijl je wel binnen een uur op het vliegveld moet zijn. Voor een standbydienst op het vliegveld ontvangt de medewerker €30 voor acht uur aanwezigheid.
  • De cursus om cabinemedewerker te worden kost €3600 tot €4200 en komt voor eigen rekening. Tussentijdse trainingen daarna zijn gratis.
  • Cabinemedewerkers die via een uitzendcontract worden ingehuurd worden bij ziekte niet doorbetaald. Medewerkers in vaste dienst worden dat wel. In Nederland worden daarvoor sociale premies afgedragen, maar Ryanair beweert dat die mensen onder Iers recht vallen. Hierover loopt in Belgie een procedure.
  • Bij ziekte moeten medewerkers hun medische gegevens verstrekken.
  • Na drie dagen ziekte wil Ryanair een doktersverklaring, maar die mogen Nederlandse artsen niet geven. Dat mag alleen de bedrijfsarts, maar Ryanair heeft geen bedrijfsarts.

Het FNV heeft Ryanair ter wederhoor meer dan 20 vragen voorgelegd, maar daar wil Ryanair niet op reageren.

Ryanair

(BVM2): de luchtvaartwereld is een economisch marginale sector. Ze overleeft slechts bij de gratie van een constante subsidiestroom of bij de gratie van het onder het laagst acceptabele niveau van arbeidsomstandigheden te duiken.
Ryanair doet het laatste.

Vliegen moet gewoon een stuk duurder worden, zodat er goede arbeids-
voorwaarden, subsidieloos vliegen en een voor milieu en klimaat verantwoorde wijze van exploitatie mogelijk is.

Zie ook Gesprek met het FNV over de toekomst van het vliegen en Ryanair ziet het niet meer zitten in Nederland .

Veiligheidsinstructie bij Aeroflot       By SuperJet International (First Commercial Flight) [CC BY-SA 2.0
 

 

 

Gesprek met het FNV over de toekomst van het vliegen

Het FNV heeft contact gezocht met het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) om over het vliegen in het algemeen te praten en over Schiphol en Eindhoven Airport in het bijzonder.
Het FNV is enerzijds bezig met een Schipholproject. Informatie daarover is te vinden op www.fnv.nl/sector-en-cao/alle-sectoren/schiphol/ .
Anderzijds heeft het Ledenparlement van het FNV in het Meerjarenbeleidsplan 2017-2011 in de trits People, Planet, Profit nadrukkelijker ingezet op het belang van de eerste twee punten. Het FNV heeft daarbij het probleem dat veel FNV-leden vooral werken in de oude fossiele economie, maar in de nieuwe economie een positie moet opbouwen. Daarom zoekt het FNV het gesprek met mogelijke bondgenoten.

Een extra aanleiding om politiek en maatschappelijke organisaties te beïnvloeden is dat de Tweede Kamer op 07 sept 2017 een hoorzitting organiseert over het selectiviteitsbeleid rond Schiphol en de regionale luchthavens.

Op de foto vlnr BOW-voorzitter Klaas Kopinga, FNV projectleider Schiphol Leen van der List, Wen Spelbrink (aktief in het regionale FNV en in BVN2), en BVM2-secretaris Bernard Gerard. Verder was aanwezig Dirk Kloosterboer, die voor het FNV onderzoek doet.

Het gesprek tussen het FNV en BVM2 heeft op 29 augustus plaatsgevonden.

Inhoudelijk zaten we op één lijn. De nuance zat vooral in de invalshoek.

BVM2 beschouwt bijvoorbeeld (ultra)fijn stof en roet in eerste instantie als een bedreiging voor de omgeving, het FNV in eerste instantie als een bedreiging van de werknemers op Schiphol cq Eindhoven Airport. BVM2 heeft geen enkele moeite met de insteek van het FNV, maar is in praktijk niet in staat om daar vorm aan te geven. Voor het FNV geldt hetzelfde, maar dan omgekeerd. De maatregelen zijn hetzelfde, zoals minder en schonere kerosine. Beide partijen willen milieumetingen op en rond het vliegveld.

Voor BVM2 is Ryanair bijvoorbeeld een van de vliegtuigmaatschappijen die rond het vliegveld overlast verzorgt, en die probeert om de lokale en regionale politiek naar zijn hand te zetten. Voor het FNV is Ryanair op de eerste plaats een uiterst slechte werkgever die op archaisch-kapitalistische wijze probeert zijn personeel onder de duim te houden. Het FNV besteedt de laatste jaren veel aandacht aan Ryanair en dat heeft bijvoorbeeld geresulteerd in een groot stuk onderzoeksjournalistiek in Trouw ( zie www.trouw.nl/home/ryanair-is-een-prijsvechter-ook-op-de-arbeidsmarkt~a1be3123/ ). Ook waarschuwt het FNV voor de agressieve wijze waarop Ryanair de lokale en regionale overheden onder druk zet.

Ryanair

Het FNV benadrukt bijvoorbeeld de werkgelegenheid “maar niet tot elke prijs”. BVM2 richt zich niet expliciet op de werkgelegenheid (waaraan beide partijen niet de kosmische omvang toeschrijven die werkgevers en vliegvelden aan den volke presenteren). De gekozen positie van BVM2 echter bedreigt de werkgelegenheid ook niet en als de R&D in onze regio zo slim zou zijn om in te gaan spelen op brandstofcellen voor de luchtvaart, zou de werkgelegenheid er misschien nog een graantje van kunnen meepikken.

Ook dachten beide gesprekspartners even afwijzend over de gigantische bedragen, die de luchtvaart aan subsidies of aan niet-betaalde belastingen ontvangt.

Klaas Kopinga (links) en Leen van der List

Er is afgesproken dat er wederzijds materiaal wordt uitgewisseld en dat er te zijner tijd een vervolggesprek komt.

 

Mc Donald’s vermindert het gebruik van antibiotica in kip

McDonalds_(Sam Smith – Own work_wikipedia)

In een persbericht laat Mc Donalds weten, dat het bedrijf op 23 augustus 2017 het bestaande beleid m.b.t. het gebruik van antibiotica in kip geupdated heeft. Het antibioticagebruik is verminderd en zal verder verminderen. Dat beleid ligt vast in de Global Vision for Antibiotic Stewardship in Food Animals (de VAS). De vorige versie dateerde uit 2003.
Het persbericht is te vinden op http://news.mcdonalds.com/us/media-statements/response-to-antibiotics-in-chicken .

Mc Donald’s maakt onderscheid tussen antibiotica die essentieel is voor mensen, en die welke dat niet is. Mc Donald’s verwijst hier naar een lijst van de Wereld Gezondheids Organisatie WHO.

Er zijn goede redenen om het gebruik van humane antibiotica in dieren te staken. Bacterien kunnen er resistent door worden en dat heeft pijnlijke episodes in ziekenhuizen veroorzaakt, ook in Nederland. Vooral het preventieve gebruik van antibiotica in dieren heeft veel schade aangericht. Deze gewoonte is sterk verminderd, maar die daling wordt trager, vooral bij kalveren.

antibioticumgebruik 2004-2007_SDa-rapport 2016

Er zijn ook antibiotica die wel voor dieren, maar niet voor mensen gebruikt worden. Mc Donald’s vindt dat zieke dieren behandeld moeten kunnen worden (dus curatief).

In de VS, stelt Mc Donalds, is het gebruik van essentiele humane WHO-antibiotica in 2016 beeindigd.
Voor de rest van de wereld heeft Mc Donalds een stappenplan opgezet.
In januari 2018 moet het gebruik van deze middelen in Brazilie, Canada, Japan, Zuid-Korea en Europa. In Europa wordt een tijdelijke uitzondering gemaakt voor het middel Colistine (een ‘last-resort’ antibioticum), dat pas eind 2019 in Europa bij McDonalds in de ban gaat.
In 2019 volgen Rusland en Australie en in 2027 mogen er nergens op aarde bij een McDonalds meer essentiele humane antibiotica meer bij het productieproces betrokken geweest zijn.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/64/Barnevelder_Cock.png

Een kritisch commentaar is van Allison Aubrey op NPR News ( www.npr.org/sections/thesalt/2016/08/02/488285374/mcdonalds-now-serving-chicken-raised-without-antibiotics-mostly ).
Zij stelt onder andere dat Mc Donalds een stap vooruit zet, maar niet de eerste was die dat deed (bijv. Panera, Chipotle en Chick-fil-A waren eerder). Aan de andere kant is KFC nog steeds niet zover.
Verder: het wachten is tot ook andere diersoorten antibioticumvrij (-arm) worden.

Al met al een bewijs dat druk op een onderneming door actievoerders en vanuit de consumentenhoek werkt.