Porselein en namaak van Chinese techniek

Naar aanleiding van een toevallig gesprekje vanavond een tussendoor-artikel over oud en nieuw porselein, en namaak in Duitsland van China.
Mijn partner en ik fietsten in de zomer van 2017 van Dresden naar Paderborn, en kwamen door Meissen, de stad van het porselein. Eigenlijk is het een soort voorstad van Dresden.

Porselein is een van de dingen die we tegenwoordig vanzelfsprekend vinden. Het was echter in het verleden een hightech-materiaal dat in die tijd even geavanceerd was als de meest geavanceerde materialen nu. De Chinezen hebben het geleidelijk aan ontwikkeld tussen pakweg 2000 en 1200 jaar geleden en ze hebben het procedé 1000 jaren geheim weten te houden.

Het westen maakte ergens rond 1300 kennis met porselein door Marco Polo. Het was een luxe goed dat hetzij vreedzaam, hetzij door zeeroof in Nederland terecht kwam.

Heel lang en heel vergeefs heeft men geprobeerd het na te maken. De imitatie ging in die tijd de andere kant op.
Uiteindelijk lukte dat voor het eerst in 1708 door meneer Von Tchirnhaus. Die kreeg als assistent ene meneer Böttger, die tegen August II de Sterke van Saksen beweerd had dat hij goud kon maken. Dat lukte uiteraard niet, ook niet toen August hem opsloot om de research te bespoedigen. In arren moede werd Böttger te werk gesteld als assistent van Von Tschirnhaus en zo lukte het het tweetal alsnog om goud te maken. Geen geel goud, maar wit goud maar het bracht vergelijkbaar op.

Het Ertsgebergte (aan de Tsjechische kant)

Dat het porselein juist daar werd uitgevonden was niet helemaal toeval. Het Ertsgebergte levert de grondstoffen van porselein, te weten kaolien (een gehydrateerd aluminiumsilicaat), veldspaat (niet verweerd aluminiumsilicaat) en kwarts en af en toe nog wat. Dat zijn allemaal erosieproducten van graniet en daarvan is er in het Ertsgebergte heel veel.
En als je een blauw pigment wilde, had je kobalt nodig en het toeval wilde dat dat ook in het Ertsgebergte te vinden was. Er is nog veel meer in het Ertsgebergte te vinden – het is overal goed voor. Het Ertsgebergte heet niet voor niets Ertsgebergte. Al vanaf de prehistorie wordt er tin gewonnen voor de bronsproductie.
De ‘dollar’ komt van de ‘Thaler’ en dat komt van de ‘Joachimsthaler’ en daar werd zilver gevonden, zodoende. We zijn in een grijs verleden in  Joachimsthal geweest (dat is nu Tsjechisch), maar toen alles zat dicht. In dat gebied toen ook voor het eerst compleet dode bossen gezien.

De Sterke August had nog een kasteeltje over in Meissen en dat kwam goed uit, want daar kon hij pottenkijkers buiten houden en de productie binnen. Zodoende is Meissen de stad van het porselein geworden, vanaf 1710 fabrieksmatig.

Oude en nieuwe toepassingen van porselein

Porselein is mooi spul. Glasachtig, hard en taai, volledig ondoorlatend (zelfs ongeglazuurd), en uitzonderlijk hitte- en chemisch bestendig. In het paleis van de Dresdense keurvorsten hangt buiten een porseleinen carillon en dat doet het. Het klinkt hoog en helder.

Men is nog steeds niet uitgestudeerd op keramiek. Technische keramiek is nog steeds hightech (zie bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Keramiek of www.ceratec.nl/toepassing.html of https://hightechceramics.com/en/ uit Goirle ).

Een keramische bakpan wint het op alle technische fronten van de tefalbakpan, en brengt geen GEN X-gifstoffen in het milieu.

Richtlijn afgesproken over veilige geothermie in Brabant

Een aantal instanties in Brabant heeft afspreken gemaakt over veilige geothermie in de provincie. Daaronder de provincie, Geothermie Brabant BV ( http://projectengeothermiebrabant.nl/ ), Brabant Water, de branche-organisatie DAGO ( www.dago.nu/nl/geothermie  ) en een aantal gemeenten.
Deze uitvoeringsafspraken volgen op de Green Deal over het onderwerp, die in 2016 gesloten is.
Het persbericht dd 31 jan 2019 maakt geen melding van seismische risico’s. Wel worden maatregelen genomen die lekkages tegengaan als er iets gebeurt. In onderstaande infographic worden die weergegeven.

Bij de ondertekening van de Green Deal in 2016 waren de volgende projecten in beeld (bron Provincie)

 1. Tilburg-Noord (warmtelevering aan industrie)
2. Lieshout (warmtelevering aan Bavaria)
3. Helmond (warmtelevering aan bestaand stadsverwarmingsnet en van Gogh kwekerijen)
4. Asten/Someren (warmtelevering aan glas- en tuinbouw)
5. Amernet (warmtelevering aan bestaand warmtenet Amercentrale)

De site van Geothermie Brabant noemt ook nog een activiteit in Breda.

Voor een eerder artikel op deze site over geothermie zie Geothermie op de TU/e .

BVM2 belegt informatieavond in Son en Breugel

Het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) heeft op 28 januari 2019 een voorlichtingsavond belegd over Eindhoven Airport. Met een kleine 80 mensen zat Zaal Braecklant goed vol.

Aanvankelijk zou vanuit de Sonse politiek Tom van den Nieuwenhuijzen spreken, toen nog wethouder. Dat stond al op de (3600) flyers en in Mooi Son en Breugel. Maar toen trad hij af, om politieke redenen die niet met het vliegveld te maken hadden (want daarover is men het in Son en Breugel aardig eens).
Burgemeester Gaillard kwam hem zelf als spreker vervangen. BVM2 stelt dit gebaar op hoge prijs.

Burgemeester Gaillard van Son en Breugel tijdens de BVM2-avond op 28 januari 2019

Gaillard verkondigt de mening van velen in de regio dat men niet a priori tegen het vliegveld is, maar dat de balans is zoekgeraakt en dat een goed leefklimaat ook een belang van Brainport is. Misschien inmiddels al wel een groter belang. Er moet een evenwicht gevonden worden en daarvoor moeten we de vraag stellen wat we met het vliegveld willen.
Hij zei ook dat de bestuurlijke afspraak, die indertijd aan de Alderstafel gemaakt was om geen grootschalige nieuwbouw te realiseren binnen de 20Ke-zone, Son een groot deel van de 3000 geplande woningen in Sonniuswijk gekost had. In het deel dat wel bebouwd is (en nu Sonniuspark heet) staan nu grofweg 700 huizen.

Kopinga vertelde het in deze kolommen al vaker vertelde verhaal over de juridische situatie rond het vliegveld, over de geluidscontouren, de openingstijden en de boeteregeling. Een nieuwtje was een sheet met daarop de geschatte 45Lden-contour rond Eindhoven Airport. 45Lden is voor vliegtuiglawaai de drempel waarbij volgens een recent WHO-onderzoek medische effecten beginnen op te treden. Die 45Lden-contour loopt dwars door Son en Breugel.
Kopinga kreeg enkele vragen over de routering boven het dorp, die onder andere beïnvloed wordt door de verderop gelegen vliegbasis Volkel. Heel veel keuzevrijheid is er niet. Het is verstandig om de herindeling van het luchtruim in 2023 goed te volgen.

Het verloopvan de 45Lden-zone rond Eindhovne Airport, volgens de WHO de drempelwaarde voor medische effecten.

Gerard vertelde het in deze kolommen ook niet onbekende verhaal over milieu en klimaat, en zei dat BVM2 zich oriënteert op de precieze gevolgen van het Programma Aanpak Stikstof.
Er kwam een vraag over initiatieven in de regio om geluid en fijn stof te gaan meten (onder andere de gemeente Eersel gaat dat doen). Inmiddels heeft de regionale Omgevingsdienst het idee opgepikt, vertelde gemeenteraadslid Joris van dam (PvdA/GroenLinks).
Gerard zei dat hij op zich een groot voorstander is van meten, maar dat men zich wel van de beperkingen bewust moet zijn. Voor fijn stof PM10 en PM2.5 bestaan normen, maar die zijn zo ruim dat ze niet worden overschreden. Voor roet en ultrafijn stof bestaan geen normen en die kunnen dus ook niet worden overschreden (het Eindhovens Dagblad zei dit niet helemaal precies in zijn verslag van de avond). Als je dus wat met de metingen wil, moet je politiek gaan roepen en piepen. Dat is uiterst zinvol en BVM2 doet meestal niet anders.

Maar procederen, wat enkele aanwezigen wilden, zit er nu niet in. Simpelweg omdat er geen besluit is waartegen geprocedeerd kan worden. De Proefcasus is een informeel consultatieproject van groepen uit de bevolking (waar de Sonse raad, tot hun ergernis, buiten staat en daar gaan ze iets van zeggen). Het resulteert in een brief van Pieter van Geel aan minister Cora van de vliegtuigen, en die zegt daar weer wat over tegen de regering en de Tweede Kamer, en daar kan eventueel een besluit uit volgen dat juridisch te bestrijden valt. Of er een nieuw Luchthavenbesluit moet komen staat (anders dan de burgemeester dacht) nog niet vast. Als twee keer zoveel vliegtuigen twee keer zo stil zijn, verandert er niet wat aan de geluidssigaar en is er geen nieuw Luchthavenbesluit nodig. Er zal wel een nieuwe Gebruiksvergunning moeten komen en daar kan men juridisch iets mee. Maar dat duurt nog even.

De presentatie van de burgemeester is hier te vinden.

De presentatie van Klaas Kopinga is hier te vinden.

De presentatie van Bernard Gerard is hier te vinden.

Publiek in Zaal Braecklant (Son en Breugel, 28 januari 2019)

OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein (update dd 29 juni 2018 en 21 jan 2019)

OCI Nitrogen is een groot chemisch bedrijf dat voortkomt uit twee activiteiten van de DSM (nl DSM Agro en DSM Melamine). De twee bedrijven zijn in 2010 opgekocht door de Egyptische multinational OCI, welke ze samengevoegd heeft tot één onderneming met de huidige naam. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/OCI_Nitrogen ).
De fusie-onderneming zit nog steeds op wat toen het DSM-terrein (bij Geleen) heette en nu Chemelot. OCI houdt zich nog steeds vooral bezig met de productie van stikstofhoudende kunstmest en melamine.

Op dit terrein wil OCI Nitrogen, samen met Re-N Technology uit Hilvarenbeek, een mestvergister bouwen die jaarlijks 700.000 ton mest kan bewerken (dat is ongeveer 3,5% van alle mest in Zuid-Nederland). De naam wordt Zitta Biogas Chemelot. De provincie Limburg heeft de omgevingsvergunning al verleend.
Zie https://chemelot.nl/nieuws/oci-nitrogen-en-re-n-technology-ontwikkelen-biogasinstallatie-op-chemelot en www.ocinitrogen.com/NL/newscenter/Pages/Biogasinstallatie-maakt-productie-op-Chemelot-duurzamer.aspx .

Het realiseren van het plan hangt er van af of het SDE+ subsidie krijgt. Ik heb daarover nog niets vernomen. Zo ja, dan hoopt men in 2020 in bedrijf te zijn.
Update: op 27 juni 2018 meldde De Boerderij, dat er geen SDE+ – subsidie verstrekt wordt. Het bevoegd gezag RVO zegt niet waarom, maar verwijst naar andere projecten, zoals Agrogas in Varsseveld, dat €59 miljoen krijgt voor een vergister die 8 miljoen m³ biogas gaat maken. Zitta zou 40 miljoen m³ biogas gaan maken. Een financieel motief bij RVO ligt voor de hand.
De drie grootste mestvergistingsprojecten in 2017 zijn samen goed voor bijne €160 miljoen aan SDE+ .
Agrogas is al ruim 10 jaar bezig met de realisatie van zijn vergister.
De initiatiefnemers van Zitta beraden zich op de toekomst.

Weer een update dd 21 jan 2019: Zitta Biogas krijgt toch SDE+subsidie. Dat zegt de provincie Limburg op https://www.limburg.nl/actueel/nieuws/nieuwsberichten/2019/januari/grootschalige/
Ik vind dit een goede zaak.

Er bestaan trouwens ook plannen (het is me niet duidelijk hoe ver die zijn) om een Zitta Biogas Tilburg (op de Spinder) op te richten.

Het schema van de beoogde vestiging op Chemelot:

Het schema van de mestbewerker Zitta Biogas

Het is uit de beschrijving niet duidelijk of het om een mono- of covergister gaat.
In de beschrijving van OCI Nitrogen bestaat de 700 miljoen binnenkomende biomassa slechts uit mest. Er is geen sprake van andere biomassa. De som van alle optelbare output-kilo’s zit een flink eind onder de input-kilo’s en ook dat doet vermoeden dat er geen aanvullend organisch materiaal binnenkomt. Ik zou dus denken dat het om een monovergister gaat, ware het niet dat er in de tekening co-vergister staat. Meer duidelijkheid is gewenst.
Ik hou het er toch maar op dat het om een monovergister gaat.

Het is een plan dat bij mij enerzijds bewondering oproept, en anderzijds vragen.

De plus
Enerzijds ben ik er principieel voor dat alle mest vergist wordt, alvorens er wat dan ook mee gebeurt, en dat daarna de kringlopen (met name die van fosfaat) zoveel mogelijk gesloten worden. Dat gebeurt hier. Verder ben ik er ook voor dat reststromen (zoals in dit geval de afvalwarmte van de kunstmest- en melamineproductie) hergebruikt worden en dat gebeurt hier ook.
Dat hergebruik is mogelijk omdat de vergister op een groot industrieterrein staat, dat gespecialiseerd is op grootschalige en soms gevaarlijke chemische processen. Omdat Chemelot een privaat terrein is, heersen er op Chemelot veiligheidsvoorschriften die verder gaan dan die welke publiek afgesproken zijn. Zo beschouwd is er moeilijk een beter terrein te bedenken dan dit terrein.

Chemelot. Door Michiel1972 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9896960

Het jaarlijkse resultaat bestaat uit

  • 43 miljoen m3 biogas (bij een 50-50 methaan-CO2 verhouding en bij 50°C) goed voor 50 miljoen kg en voor 0,58PJ . De monovergister zou dan all-in ongeveer 0,8GJ/ton halen. Zou kunnen.
    Voor 0,58PJ stroom uit zonnepanelen heb je een park nodig van ongeveer (bruto) 1,5km2 (150 hectare).
  • 75 miljoen kg droge mestkorrels, die het overgrote deel van het fosfaat bevatten dat eerst in de mest zat
  • Iets meer dan 30 miljoen kg, wat men noemt, “vloeibare kunstmest”
  • 300 miljoen kg schoon water als vloeistof
  • En (om de balans sluitend te maken) ongeveer 240 miljoen kg water in de dampvorm. Er wordt in de plannen niet vermeld wat daarmee gebeurt.
  • En (niet in gewicht uit te drukken) een ontsmetting en een gereduceerde stank van het product. Ik ga er van uit dat een professionele inrichting als deze, op een dergelijke locatie, zijn atmosferische emissies onder controle krijgt.

Dit alles aan de positieve kant van de balans.

De min
Er zijn twee categorieën onopgeloste hoofdproblemen.

De ene categorie betreft naar welke keten je kijkt.
De korte keten (die van de varkenskont tot mestkorrel, methaan en vloeibare kunstmest) is netto energetisch rendabel en hergebruikt materiaal, en kan bij een goede vormgeving binnen zijn beperkingen duurzaam zijn.
De lange keten begint momenteel in het tropisch regenwoud en loopt via allerlei emissies,  bodemuitputting en andere onwenselijke fenomenen tot een volledig uit de hand gelopen veeteelt. De lange keten is zeker niet duurzaam.
Het probleem is echter dat op de lokale en regionale schaal slechts zeer beperkt wat tegen de onhanteerbare omvang van de veeteelt te doen valt, en dat de landelijke politiek niet wil.
Er is op zichzelf niets op tegen, en veel op voor, om alle mest te bewerken op een wijze als hier geschetst, maar dan op basis van een veel kleinere veestapel. Alleen, die is er niet en vooralsnog komt die er niet.

Kalkammonsalpeter van OCI Nitrogen

Zolang de veeteelt wel te groot voor Nederland  is, betreft de tweede categorie de mate waarin de fosfaat en het nitraat uit het Nederlandse systeem kunnen worden gebracht. Pas als dat lukt, wordt mestbewerken mestverwerken.
Vergisten op zichzelf brengt geen mest uit het systeem. Alleen de vervolgbewerkingen kunnen in principe uit het systeem treden.
Omdat Nederland vol zit, betekent “buiten het systeem brengen” in praktijk “exporteren”. De beschrijving van Zitta Biogas (voor zover deze op Internet te vinden is) doet er geen uitspraak over in hoeverre dat zal lukken. Vooralsnog wordt dat slechts zonder nadere argumentatie verondersteld.
De mestkorrels moeten in de toekomst concurreren met de ruwe mest, die nu met verhitten als enige bewerking geëxporteerd mag worden. Het moet blijken of de betere kwaliteit van de mestkorrels ten opzichte van ruwe mest opweegt tegen een prijs, die waarschijnlijk ook hoger is. Mogelijk lukt dat.
Van de dunne fractie is onduidelijk of er iets zinvols mee gedaan kan worden. De omschrijving “vloeibare kunstmest” klinkt sjiek, maar in de praktijk zitten, bij experimenten tot nu toe, de nutrienten er zeer sterk verdund in en in de verkeerde verhouding stikstof staat tot kalium (teveel kalium kan leiden tot dierziektes). Bovendien zitten er, zonder nadere bewerking, hormonen, medicijnresten, zware metalen en zo in. Uit het installatieschema blijkt niet dat er op dit concentraat een verdere nabewerking wordt toegepast.
Wageningen verwacht tot nu toe weinig heil van dit “concentraat” en deskundigen noemen het in De Boerderij “wensdenken” (www.wur.nl/nl/nieuws/Invloed-van-kunstmeststatus-op-afzet-mineralenconcentraat-gering.htm ).
Mogelijk kan een professioneel chemisch bedrijf dingen die anderen niet kunnen, maar vooralsnog blijkt dat uit niets.
Vooralsnog eindigt er heel erg veel stikstof, al dan niet legaal, in het grond- en oppervlaktewater.

De plus plus de min
De koninklijke weg zou zijn om een breed akkoord te sluiten waarin de verschillende energetische, klimatologische en agrarische problemen aan elkaar gekoppeld worden en de veeteelt niet langer te groot is voor Nederland.
Maar dit paradijs bestaat niet, er bestaan alleen dilemma’s (sommige reëel, andere vals).

Mijn idee zou zijn om, zolang de situatie zo is als die is, van alle mestbewerking te eisen dat die begint met een vergistingsstap, dat er ergens daarna voldoende verhitting plaats vindt, dat het hele proces professioneel volgens high tech-criteria verloopt, en dat de vergunning langlopende afzetcontracten voor fosfaat en nitraat als voorwaarde eist.
In technische zin kan men zich nauwelijks een betere omgeving voor een dergelijke grootschalige inrichting voorstellen als deze beoogde inrichting op Chemelot.
Als ze nou ook nog tussen nu en 2020 eens afzetcontracten op tafel konden leggen?

Help mee, bescherm de Europese wateren

(Deze tekst is overgenomen van de Brabantse Milieu Federatie BMF en is daar gepubliceerd op 14 januari 2019.)

Onze rivieren, meren en moerassen worden beschermd door Europese regelgeving. Helaas overweegt de Europese Commissie deze regelgeving af te zwakken. De jarenlange inzet om ons water schoon te krijgen en te herstellen stelt dan niks meer voor. Maar als we met z’n allen laten weten hóe waardevol schone rivieren, meren en moerassen zijn, kunnen we voorkomen dat ons water zijn bescherming verliest.

Protect Water
Ruim honderd natuur- en milieuorganisaties in Europa zijn de campagne #ProtectWater gestart voor de bescherming van Europese wateren, zoals rivieren, beken, meren en grondwater. Wij ondersteunen de actie en roepen iedereen op om hun stem te laten horen bij de Europese Commissie.

Water, bron van leven
Volgens de laatste gegevens is 60% van de Europese wateren niet gezond. Mensen leggen waterrijke gebieden al eeuwenlang droog voor landbouw, industrie en bewoning. De kwaliteit van riviernatuur is verslechterd door baggeren en vervuiling en leefgebieden van vissen en vogels zijn vernietigd. Niet alleen de natuur ondervindt negatieve gevolgen, ook wij krijgen steeds vaker te maken met overstromingen en droogtes en op langere termijn een slechtere waterkwaliteit. Dit heeft in de toekomst ook effect op jouw drinkwater.

Kwaliteit loopt terug
Met de Europese waterwet, de zogenaamde Kaderrichtlijn Water, beloofden overheden om al het oppervlakte- en grondwater te beschermen. Uiterlijk in 2027 moeten onze rivieren, meren en moerassen op orde zijn. Maar ondanks de beloftes is de kwaliteit van onze wateren juist achteruit gegaan. En als de wet wordt afgezwakt, wordt dit alleen nog maar erger. Dat kunnen we niet laten gebeuren!

Ruim 200.000 mensen lieten al hun stem horen voor schone rivieren en meren in Europa. Tot 4 maart kunt u ook uw stem laten horen, zodat onze rivieren, meren en moerassen worden beschermd door Europese regelgeving:

Laat uw stem horen en teken ook #protectwater! w

BVM2 spreekt gemeenteraad Meijerijstad toe over vliegveld

BVM2 ontving een uitnodiging van de gemeente Meierijstad om op een beeldvormende avond dd 17 januari 2019 informatie te geven over vliegbasis Eindhoven/Eindhoven Airport. Bernard Gerard vulde deze taak voor BVM2 in.

De gemeenteraad van Meierijstad (17 jan 2018)

Meierijstad is de nieuwe fusiegemeente, die ontstaan is uit de vroegere gemeenten Sint Oedenrode, Schijndel en Veghel. Met name sommige buurtschappen van sint Oedenrode hebben met de 20 Ke – zone van het vliegveld te maken.

Meierijstad ligt in de rechterbovenhoek. De een na binnenste contour is die van 48 dB Lden, die ongeveer samenvalt met die van 20Ke.

Het liep goed. Er was veel interesse en na afloop kwamen er vragen. Daarbij  kwam ook vliegbasis Volkel aan de orde, met name i.v.m. Veghel-Noord. Dat is een punt, maar het ligt buiten de taak van BVM2.

De volledige presentatie is te vinden op Beeldvormende avond Meierijstad_17jan 2019

BVM2 aanwezig bij debat: Luchtvaart: groei of krimp?

Pakhuis de Zwijger in Amsterdam en het dagblad de NRC organiseerden op woensdag 16 januari 2019 een tweede avond over de toekomst van de luchtvaart. Tijdens de eerste avond (12 november ) keek men naar de consument, nu naar politiek en beleid.
Enkele leden van het bestuur van BVM2 waren aanwezig.

Voor een opname zie https://dezwijger.nl/programma/luchtvaart-groei-of-krimp

Mark Duursma, de journalist die voor de NRC de luchtvaart doet en die betrokken was bij de speciale luchtvaartbijlage van 05 januari, deed met een gesproken column de aftrap. Hij constateerde hoe snel, in 2017 en 2018, de stemming in Nederland was omgeslagen. Hij zag het ‘overzichtelijke’ Lelystad debat als een van de oorzaken, met de bijbehorende onhandigheid van het ministerie en Schiphol in de media. Daarnaast de samenloop met het klimaatdebat: niet meer NIMBY, maar ‘NTKVOK’: Niet Ten Koste Van Onze Kinderen.

Hanne Buis (directeur van Lelystad) en Leon Adegeest van HoogOverijssel (‘de koning van de MER’) discussieerden langs voorspelbare lijnen, De ene dacht dat Lelystad in 2020 open ging, de andere dat Lelystad in 2012 nog niet open was en daarna hopelijk nog steeds niet.

Bernard Gerard en Hans Buurma werden kort geïnterviewd over respectievelijk wat BVM2 was en wat de Werkgroep Toekomst Luchtvaart deed (oa scenario’s maken en de omwonenden van Schiphol adviseren). Gerard: BVM2 wil dat de omdstandigheden rond ons vliegveld in 2030 gekwantificeerd en fors beter zijn dan nu.

Hans Buurma (r) en Bernard Gerard (m), met interviewer Peter Melis (l)

Daarna hield de milieu-econoom Jasper Faber van CE Delft een mini-college. Hij geldt als een van de grootste deskundigen op het gebied van milieu- en klimaatbeleid rond lucht- en scheepvaart in Nederland (zie ook www.ce.nl/jasper-faber ).
Een sheet uit zijn presentatie:

Een sheet uit de presentatie van Faber

Joery Strijtveen (namens Schiphol) en Sijas Akkerman (namens de Natuur- en Milieu Federatie NHolland) traden in het strijdperk. Ze zeiden wat men kan verwachten, waarbij de ene na 2020 op 500000+ uitkwam en de andere op 500.000- .

Waarna de avond werd afgesloten met een tweegesprek tussen Remco Dijkstra van de VVD en Suzanne Kröger van Groen Links. Dijkstra probeert met retorische handigheidjes de relatie tussen vliegen en klimaat te ontlopen (wat trouwens bijna alle VVD-politici en – bestuurders proberen, vanaf de minister down to de burgemeester en wethouder van Eindhoven). Hoe trots moeten wij niet zijn op Schiphol en vliegen kan toch niet alleen maar voor de elite zijn – net of de VVD anders wel om het lot van de niet-elite geeft. Maar Dijkstra had de zaal niet mee en Kröger, met de gangbare GroenLinks-argumenten, wel.

Er rende nog iemand met een mooi spandoek uit de zaal naar het podium. Popie Jopie Dijkstra ging er nog achter staan ook.

Kröger (GroenLinks, r), Dijkstra (VVD,m) en een demonstrant (l)

Treinreiswinkelaanbieding voor treintrots en vliegschaamte

De Treinreiswinkel speelt geinig in op het woord van het jaar “Vliegschaamte”, in combinatie met het zelfbedachte “Treintrots”. Je kunt gereduceerd met de trein naar het Berner Oberland, met wat toegevoegde handigheidjes erbij.



Wie zich aangesproken voelt, kan terecht op www.treinreiswinkel.nl/treinreizen?search=meivakantie&utm_source=trweetjes&utm_medium=email&utm_campaign=Vliegschaamte %26 Treintrots

Kabinet wil binnen vijf jaar een einde maken aan onbewaakte spoorwegovergangen

Er is op deze site al vaker aandacht geschonken aan bewaakte en onbewaakte spoorwegovergangen. In “Weg met de overgang” bepleitte SP-Statenlid in Brabant een einde aan alle gelijkvloerse kruisingen tussen rail en asfalt. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=5573 en https://www.bjmgerard.nl/?p=8197
Staatssecretaris van Veldhoven heeft nu aangekondigd dat het kabinet aan een deel van deze eis gaat voldoen. Zie het persbericht hieronder.

Spoorwegovergang Tongelresestraat bij Hofstraat, Eindhoven

Kabinet maakt einde aan onbewaakte overwegen

Nieuwsbericht | 27-11-2018 | 07:00

(Zie www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/11/27/kabinet-maakt-einde-aan-onbewaakte-overwegen )

Nul slachtoffers door ongevallen op spoorovergangen, dat is het streven van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat). Daarom worden alle overwegen die niet beveiligd zijn door spoorbomen en bellen binnen vijf jaar opgeheven of beveiligd. Deze nieuwe doelstelling wil Van Veldhoven met gemeenten, provincies, belangenverenigingen en spoorbeheerder ProRail vastleggen in een gezamenlijk convenant. Daarnaast stelt zij een landelijk bemiddelaar aan, die ervoor moet zorgen dat bestuurlijke processen rondom het opheffen of beveiligen van overwegen vlotter verlopen. De staatssecretaris schrijft dit vandaag aan de Tweede Kamer in reactie op een eerder verschenen rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).

Staatssecretaris Van Veldhoven: ‘Hoewel Nederland bij de koplopers hoort als het gaat om overwegveiligheid, is elk ongeval op een overweg er voor mij één te veel. Het spoor- en wegverkeer in ons land groeit. Overwegen die niet zijn beveiligd door spoorbomen en bellen zijn gewoon niet meer van deze tijd. We gaan er daarom voor zorgen dat we binnen vijf jaar, maar het liefst nog sneller, van al deze overwegen af zijn.’

Versnellen

De afgelopen jaren werden al zo’n 25 onbewaakte spoorovergangen opgeheven of beveiligd. Binnen vijf jaar moet dit ook gebeurd zijn met de 135 die er nu nog zijn. Bovenop de 39 miljoen euro die voor de aanpak hiervan al beschikbaar was, trok Van Veldhoven afgelopen zomer nog eens 25 miljoen extra uit. Voor het verder verbeteren van de veiligheid op spoorovergangen die wel voorzien zijn van spoorbomen en bellen, stelde zij toen ook nog 25 miljoen euro ter beschikking. Naast geld, kost de aanpak van onbeveiligde overwegen tijd. In veel gevallen verloopt het proces voortvarend, maar soms is versnelling nodig. Van Veldhoven stelt daarom een landelijk bemiddelaar overwegen aan. Deze persoon wordt verantwoordelijk voor de voortvarende uitvoering van het convenant dat een eind moet maken aan alle onbewaakte spoorovergangen tussen Rijk, gemeenten, provincies, recreatieve belangenverenigingen en spoorbeheerder ProRail dat een eind moet maken aan alle onbewaakte spoorovergangen

Vanuit ProRail wordt de aansturing op de aanpak van overwegen verzwaard en wordt nu bekeken welke interne procedures nog sneller kunnen. Wanneer tussen de verschillende partijen langdurige onenigheid over de gewenste oplossing voor een onbewaakte overweg dreigt te ontstaan, moet zo snel mogelijk de hulp van een arbitragecommissie worden ingeschakeld. Als stok achter de deur onderzoekt Van Veldhoven ook wettelijke mogelijkheden om de aanpak van overwegveiligheid verder te versnellen, zoals een zogeheten ‘aanwijzingsbevoegdheid’. 

Flitspalen en campagnes

ProRail heeft de afgelopen jaren al veel inzicht gekregen in de oorzaken van ongevallen. Hierdoor is bekend dat roekeloos gedrag van weggebruikers op- en rond overwegen een grote factor is. Eind dit jaar wordt bekeken of flitspalen bij overwegen kunnen bijdragen aan het terugdringen van risicovol gedrag. Via campagnes blijft ProRail alle weggebruikers wijzen op de regels die gelden rondom spoorovergangen. 

Door de inzet vanuit het Rijk en decentrale overheden zijn Nederlandse overwegen veel veiliger geworden. Zo nam sinds 2000 het aantal slachtoffers van ongevallen op overwegen al af met 70%. Verschillende kabinetten investeerden door de jaren heen al zo’n 680 miljoen euro in overwegveiligheid.

Ultima Thule

Het oude Thule
Meneer Pytheas was een ontdekkingsreiziger uit wat toen Massilia heette (nu Marseille) die ergens rond 325 vChr besloot om  om Spanje heen te varen, op ontdekkingsreis, en dan naar het Noorden zover hij kwam. Mogelijk werd hij gestuurd om te kijken  waar de handelswaren vandaan kwamen (barnsteen?) of naar toe konden.

Standbeeld van Pytheas in Marseille

Dat was een heel eind varen met een houten boot met een zeil, waarmee je alleen voor de wind kon varen, en met roeiers. Zijn mededeling dat de zomernachten in Thoelë (zo noemde hij dat) maar een paar uur duurden, stuitte op scepsis.
Pytheas gebruikte voor het eerst de naam “Brittanike”.
Pytheas is ook de eerste waarvan bekend is dat hij de getijden in verband bracht met de maan.
Helaas is zijn werk verloren gegaan en leeft hij slechts voort  als citaat in het werk van anderen, zoals Strabo (die Pytheas niet moest) en Polybius. Het is leuk om daarover te lezen, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Thule en https://en.wikipedia.org/wiki/Pytheas . Overigens paste Strabo al het inzicht van Erathostenes toe dat de aarde rond was, en gebruikte al de essentie van het begrip ‘breedtegraad’.
Blijkbaar was de schatting van Pytheas zo juist, dat wij achteraf kunnen reconstrueren dat hij waarschijnlijk de 65ste breedtegraad gehaald moet hebben. De Romeinen (onder andere Tacitus) plaatsten Thule (de verlatijnste versie) een heel eind varen achter de bij hen bekende Orkneys. De aannemelijkste hypothese is dat Pytheas de Shetlandeilanden gezien heeft, met een kans dat het de Noorse kust was (mogelijk bij Trondheim). Mogelijk heeft hij ook het zee-ijs gezien en de middernachtszon, die via Pytheas bij Plinius de Oudere bekend was.

Op de terugweg pakte Pytheas, als men de reconstructies geloven moet en ik ben geneigd dat te doen, ook nog een stuk oostzee mee tot aan de Vistula. Vandaar verhalen over de barnsteen “Pytheas says that the Gutones, a people of Germany, inhabit the shores of an estuary of the Ocean called Mentonomon, their territory extending a distance of six thousand stadia; that, at one day’s sail from this territory, is the Isle of Abalus, upon the shores of which, amber is thrown up by the waves in spring, it being an excretion of the sea in a concrete form; as, also, that the inhabitants use this amber by way of fuel, and sell it to their neighbours, the Teutones.” Aldus Plinius de Oudere, maar dan uiteraard in het Latijn.

 Nadien vervaagde Thule tot een metafoor van alles wat onbereikbaar was en voorbij het einde van de wereld lag. De term “Ultima Thule” is van Vergilius.

Het Kuiper-object Ultima Thule
De benaming “Ultima Thule” voor object 2014MU69 in de Kuiper Belt staat dan ook in een lange traditie. Eigenlijk verdient Pytheas dat er een Kuiper-object naar hem genoemd wordt. Het is het eerste Kuiper-object dat van dichtbij bekeken is door een satelliet. Op 01 januari 2019 passeerde de New Horizon – satelliet het object op ca 3500km afstand. Kort erna kwam de eerste foto binnen, gemaakt vanaf 28000 km (een half uur vóór de flyby). Eén beeldpixel is 140m.
Het gaat waarschijnlijk om twee brokken die ooit om elkaar heen gedraaid hebben, maar al hele lang geleden aan elkaar zijn blijven plakken. De theorie is dat het oppervlak ongestoord is en er uit ziet, zoals het was bij de vorming van ons zonnestelsel.
De langste afmeting is 33 km. De grootste bol heet Ultima, de kleinste Thule.

Foto Van Ultima Thule in zwart-wit en door reconstructie van een opname in meer kleuren. De lichtrode kleur is reëel en wordt waarschijnlijk veroorzaakt doormiljarden jaren zonlicht-instraling
Theorie van het ontstaan van het dubbellichaam

Onderweg heeft New Horizon ook nog schitterende opnames van Pluto gemaakt. Zie New Horizons vliegt langs Pluto

De satelliet
De satelliet is een soort vliegende thermosfles ter grootte van een kleine piano, met een massa van een kleine 500kg, waar zeven instrumenten uitsteken. Het fotosysteem, dat bovenstaand plaatje maakt, is de LORRI (Long Range Reconnaissance Imager).

DE satelliet met zijn zeven meetinstrumenten

Alice en REX kijken of er een atmosfeer is (en zo ja, hoe). Zoals het er nu uitziet, is die er niet.
Ralph maakt spectraalopnamen van de bodem om die te onderzoeken.
Lorri maakt foto’s.
SWAP meet de zonnewind.
PEPSSI meet of er deeltjes ontsnappen van Ultima Thule.
SDC meet stofdeeltjes.

De missie wordt geleid door Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory , Laurel, Maryland, en de wetenschap wordt gedaan door het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado.

Op een afstand van 6.5 miljard km van de zon hebben zonnepanelen geen zin meer. Daarom zit er een plutonum-238 generator aan boord (238 is een niet-explosieve isotoop die alleen maar warmte ontwikkelt), die via thermokoppels 30V gelijkspanning maakt. Toen het geheel in 2006 gelanceerd werd, leverde de constructie 245W. Inmiddels is dat, 13 jaar later, teruggelopen tot 190W.
Dat is ruim voldoende. De zeven instrumenten zijn allemaal een paar Watt per stuk en de geleverde warmte is genoeg om de thermosfles van binnen op kamertemperatuur te houden.

Ondanks de onwaarschijnlijk lage vermogens houdt de satelliet netjes contact met de aarde. Snel gaat dat niet: 768 bits/sec.

Wie alle informatie netjes bij elkaar wil hebben, kan het beste kijken op http://pluto.jhuapl.edu/ , en daar gaan grasduinen onder de tab Mission of News center (die levert een Press Kit Beyond Pluto). Zeer de moeite waard.

De plutoniumgenerator kan nog een tijdje vooruit. In de kranten werd gesproekn over een volgens doelwit, maar daarover valt op de officiele site nog niets te lezen. Zie https://spacenews.com/new-horizons-planning-additional-extended-missions/ .