Brabantse gemeenten en duurzame elektriciteitsinkoop

De gezamenlijke gemeenten in den lande zijn samen goed voor ca 2% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik (9,4PJ van de 428PJ). Daarmee zijn ze een niet onaanzienlijke speler op de elektriciteitsmarkt met bovendien een grote voorbeeldfunctie.
SOMO
Greenpeace heeft daarom aan SOMO (een gerespecteerd onderzoeksinstituut) gevraagd in kaart te brengen hoe de 390 Nederlandse gemeenten (met samen 408 inkooprelaties) hun stroom inkopen. Na het nodige mail- en belwerk kreeg SOMO de gegevens van 308 van de 408 inkooprelaties boven tafel.

Het volledige rapport is te vinden op SOMO-rapport Kortsluiting op de groene energiemarkt_juni2016
de bijbehorende landelijke op SOMO-onderzoek stroominkoop gemeenten landelijke data .

De terminologie uitgelegd
Het is een beetje een ingewikkeld verhaal en vraagt daarom eerst wat uitleg.

Stel, een persoon, bedrijf of gemeente wil duurzame stroom inkopen. Men wil dan natuurlijk zeker weten of die stroom echt uit een duurzame bron komt.
Daartoe heeft Nederland een systeem in het leven geroepen dat “Garanties Van Oorsprong” (GVO) heet. Zo’n GVO stelt 1000kWh voor en is een jaar geldig en ziet er op een computerscherm zo uit:
GVO screendump
De technische controle zit bij CertiQ, een dochteronderneming van TenneT, de exploitant van het hoogspanningsnet, en de energiebedrijven rapporteren aan de Autoriteit Consument en Markt.

Als een windmolenexploitant 1000kWh verkocht heeft, heeft hij/zij één GVO opgebouwd. Logischerwijs zou hij de stroom en de GVO samen willen verkopen, want dan is zijn stroom bewezen groen. Maar nergens staat dat dat je ze samen móet verkopen. De exploitant kan ook zijn stroom grijs aan Delta Energy verkopen en de GVO apart.
In Nederland loont dat niet zo, maar het ligt anders met stroom die in Ijsland of (in mindere mate) Noorwegen geproduceerd is. Ijsland en Noorwegen draaien volledig op duurzame energie uit waterkracht en (in Ijsland) geothermie. Daarmee produceren ze, naast stroom, ook GVO’s. Omdat die vrij verhandelbaar zijn, wordt die grotendeels vanuit Ijsland of Noorwegen geëxporteerd. Hun eigen stroom wordt daarmee op papier grijs, maar dat zal de bevolking daar een worst wezen. Noorwegen heeft dan nog een kabel naar Nederland, maar Ijsland niet eens.
In Nederland wordt de Ijslandse GVO op Nederlandse grijze stroom geplakt en die heet dan ineens groen. Het mag, maar het is strijdig met de bedoeling van het systeem. WISE heeft daarom de term “sjoemelstroom” gemunt.
Deze sjoemelwerkwijze stimuleert niet dat er nieuwe duurzame energie-installaties bij gebouwd worden.

De classificatie
SOMO noemt Noorse en IJslandse GVO’s slecht en de rest goed.

Verder noemt SOMO de (aan gemeenten leverende) leveranciers Greenchoice, Eneco en HVC Energie groen (‘voorloper’), omdat die in een puntensysteem op 6,0 of hoger uitkomen.
SOMO-stroomleveranciers
Zodoende ontstaat een op twee indelingen gebaseerd classificatie waaraan de Nederlandse gemeenten worden afgemeten.
SOMO-uitleg classificatie
De onderliggende tabel met Brabantse gemeenten is te vinden op SOMO_Brabantse Data stroominkoop gemeenten

Ik heb naar mijn eigen gemeente Eindhoven gekeken. Deze verbruik volgens SOMO 155TJ per jaar (maar dat is teveel. De eigen gemeentelijke website zit ergens rond de 120TJ). Eindhoven zit bij Eneco en dekte in 2014 56% van zijn stroom met een biomassacentrale bij zwembad de Tongelreep en de stadsverwarming in Meerhoven. De rest komt van wind elders. In de gemeente Eindhoven staan geen windturbines (oa vanwege het vliegveld) en er liggen maar weinig PV-panelen op gemeentegebouwen. Eindhoven is groen.

Een aantal gemeenten zitten collectief bij De Vrije Energie Producent en die is oranje (slechte leverancier en slechte GVO’s). Het betreft de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze-Rijen, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, en Woudrichem. De leverancier scoort slecht en de GVO’s komen uit Noorwegen. Eigenlijk zouden de gemeenteraden in deze gemeenten in actie moeten komen voor een andere leverancier en, als dat niet kan vanwege een contract, op zijn minst voor goede GVO’s. Waalwijk zit ook bij De Vrije Energie Producent, maar die gemeente is ‘geel’ want is op wind-GVO’s uit Italie over gegaan. Blijkbaar kan het dus wel.

Een aantal andere gemeenten zitten bij Delta Energy BV en die is rood (slechte leverancier en helemaal geen GVO’s). Het betreft de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en St Hubert, Oss, Schijndel, St Antonis, St Michielsgestel, St OedenrodeUden, Veghel, en Vught. Ook de gemeenteraden in deze gemeenten zouden in actie moeten komen voor een andere leverancier en, als dat niet kan vanwege een contract, op zijn minst voor goede GVO’s. Heusden zit ook bij Delta Energy en heeft wel (Noorse) GVO’s. Blijkbaar kan het dus wel.

Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Roosendaal, Rucphen, en Den Bosch hebben hun gegevens zo slecht op orde dat ze niet te classificeren zijn.

 

Vragen in PS over zonne-energie uit geluidsschermen en -wallen langs wegen, en als update de antwoorden

Update:

Op 28 juni 2016 kwam het antwoord en dat hield in dat GS, bij gebrek aan gegevens, het onderzoek van Meppelink niet voor de Brabantse provinciale wegen konden repliceren.
Er staat langs de Brabantse provinciale wegen 5,32km geluidswal of -scherm. Die zijn technisch niet geschikt om de bestaande zonnepanelen aan vast te monteren.

Wel neemt de provincie Brabant ‘met trots’ deel in Solliance, een samenwerkingsverband van TNO, ECN en TUE dat technologie ontwikkelt om dunne zonnecellen te produceren. Waarna een kort verhaal over de binnengehaalde subsidie en de te verwachten economische voordelen.

GS geven aan de lopende ontwikkelingen te volgen en in een geschikte nieuwe situatie over zonnepanelen op geluidsschermen na te willen denken.

Mijn eigen commentaar hierop:
1) met 5,32km wal of scherm, niet altijd optimaal georienteerd, kun je inderdaad niet heel veel.
2) er zijn ook nog spoorwegen en gemeentelijke wegen. Niets let een politieke partij dezelfde vragen voor de eigen gemeente te stellen.
3) het Solliance-antwoord is een voorbeeld van de typisch Brabantse gewoonte om energiepolitiek te reduceren tot industriepolitiek. Solliance komt ongetwijfeld vroeg of laat met iets moois op de proppen, maar ondertussen is er in de Solliancestad Eindhoven bijna geen zonnepaneel te vinden – en als ze er liggen, dan eerder ondanks dan dankzij Brainport.
Ik zou blij zijn met minder nieuwe techniek, en meer nieuwe vierkante PV-meters.

—————————————-
De SP-fractie in PS heeft vragen gesteld over de mogelijkheden om zonnepanelen te plaatsen  op geluidsschermen en -wallen langs provinciale wegen. Ik heb aan de totstandkoming van deze vragen meegewerkt.

De ene aanleiding was een afstudeeronderzoek dat betrekking had op panelen op geluidsschermen langs Rijkswegen. De andere aanleiding was een buurtproject op basis van de postcoderegeling van de gemeente Rotterdam. Zie onder.

Ik heb over dit onderwerp al eerder op deze site geschreven, zie Dubbelzijdige zonnepanelen langs A50 bij Uden en op baggerdepots  en Hoeveel zonnestroom kan opgewekt worden langs wegen?

———————————————-

Vragen ex art. 43 van de SP-fractie

Geacht College van GS                                                          8 juni 2016

Twee actuele ontwikkelingen hebben bij onze fractie de interesse opgewekt in de mogelijkheden (en beperkingen) van zonnepanelen langs wegen.

De ene ontwikkeling betreft de voorgenomen realisatie van een zonnepark (op basis van de postcoderoosregeling) van 2000 panelen op de geluidswal langs de A20 bij de Rotterdamse wijk Nieuw Terbregge. Deze panelen zijn samen goed voor ongeveer 500MWh per jaar (ongeveer 1,8TJ).

Zonnepark langs de A20 bij Rotterdam
Zonnepark langs de A20 bij Rotterdam

De andere ontwikkeling betreft de publicatie (1 april 2016) op Tendernet van een marktconsultatie t.b.v. een nieuw op te richten geluidsscherm langs de A50 bij Uden, waarin in de opstaande wand een reeks bifaciale PV-schermen ter lengte van 450m wordt geïntegreerd.  Rijkswaterstaat (RWS) ziet dit als een pilot.

Deze publicatie sluit aan bij een al langer lopende gedachtenvorming bij RWS. Die heeft er toe geleid dat de Utrechtse student Sander Meppelink in september 2015 zijn Master Thesis gepubliceerd heeft ‘The potential of photovoltaics along the Dutch national high- and expressways (Rijks-
wegen)’. De A50 bij Uden is een expliciet punt van aandacht in deze thesis, hoewel er toen nog geen definitief besluit genomen was.
Meppelink stelt dat de gezamenlijke geluidsschermen langs de Rijkswegen in Nederland over hun volle lengte van 641km jaarlijks in 2015 ongeveer 760TJ zonnestroom kunnen opwekken (en in 2030 900TJ). Meppelink brengt vervolgens stapsgewijze beperkingen aan op dit ideaalbeeld, die leiden tot een lagere opbrengst, maar die tot een snellere en goedkopere realisatie kunnen leiden. (Voor details zie hieronder).

Aannemende dat Brabant 14,4% van Nederland is, moet zonnestroom langs Rijkswegen in Brabant ongeveer 109TJ kunnen bedragen in 2015 en ongeveer 130TJ in 2030.
Deze evenredige afdeling moet echter op basis van feitelijke data beter kunnen. Bovendien kunnen ook geluidsweringen langs provinciale wegen (die Meppelink niet onderzocht heeft) een bijdrage leveren.

Onze fractie zou een exercitie als van de gemeente Rotterdam en van de thesis van Meppelink graag willen vertalen naar Brabantse omstandigheden. Daarbij volstaan redelijke schattingen op eenvoudige basis.

  • Hoeveel kilometer geluidswal en geluidsscherm liggen er langs Brabantse provinciale wegen en langs Rijkswegen in Brabant?
  • Hoeveel TJ zouden de schermen en wallen langs de Brabantse provinciale wegen, en de schermen en wallen langs de in Brabant gelegen Rijkswegen jaarlijks kunnen opbrengen, uitgaand van de maximale variant van Meppelink?
  • Staat uw College in principe positief tegenover de gedachte een of meer PV-projecten te realiseren op geluidswerende voorzieningen langs provinciale wegen?
  • Zo nee, waarom niet?
    Zo ja, zou uw College een business case willen schetsen voor de plaatsing van bijvoorbeeld 2000 PV-panelen op een gunstige locatie, zowel bij nieuwe aanleg als bij aanleg op een bestaande wal of scherm, en zowel op basis van de postcoderoosregeling als op basis van de SDE+ – regeling?
    Zou u ook inzichtelijk kunnen maken in hoeverre dit plaatje verandert als meegelift kan worden met onderhoud aan de geluidswerende voorziening dat toch al noodzakelijk is?

Namens de SP

Willemieke Arts
Joep van Meel

 

De precieze gegevens die Meppelink gebruikt:
 -  641km geluidsscherm, zijnde de volle lengte langs rijkswegen, waaraan hij via extrapolatie een opbrengst toegekend heeft
 -  De rij panelen is gemiddeld 2,0m hoog en heeft in ideale omstandigheden een rendement van 21%
 -  de eerste beperking is dat Meppelink alleen trajecten van meer dan 500m meetelt
 de tweede beperking is dat daar bovenop alleen bezonningen > 1044kWh/y*m2 meegenomen worden
 in de derde beperking daar bovenop worden alleen trajecten meegenomen die urgent onderhoud vragen

Waar Meppelink niet naar gekeken heeft:
 -  de 359km geluidswal langs rijkswegen
 -  provinciale wegen
 -  mogelijkheden in de berm en op overkappingen (zoals onder)

solar_array_tunnel_aschaffenburg

Klimaateffecten in Brabant 6 – het KNMI over recent extreem weer in 2016. Daarnaast verzekerbaarheid.

Het KNMI heeft een beschrijving annex klimaatanalyse uitgebracht over de extreme buien van eind mei en begin juni 2016, en een beschrijving van het noodweer van 22 en 23 juni.

Het KNMI over 31 mei en 1 juni 2016
De eind mei-studie is te vinden op www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/klimaatanalyse-van-extreme-buien-eind-mei-begin-juni-2016 .
Eind mei lagen Limburg en Zuidoost Brabant aan de rand van een groot neerslaggebied. Die neerslag hoorde bij een depressie boven Frankrijk en Duitsland, die ruim een week bleef hangen.
Belgie en Zuid-Nederland kregen hevige onweersbuien van mee, leidend tot lokale wateroverlast.
boxmeer
In Zuid-Duitsland leidden relatief kleinschalige, maar zeer hevige buien tot flash floods en aardverschuivingen.
In Frankrijk viel de regen aanhoudend over een groot gebied, waardoor in het stroomgebied van de Seine en de Loire de rivieren recordhoogtes bereikten en buiten hun oevers traden. Het Louvre werd voor de zekerheid gesloten.

Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei - bron NOAA/CPC

De klimaatwetenschap wordt gestaag beter, maar zeer lokale gevolgen als het buiten de oevers treden van een rivier kunnen nog niet berekend worden. De regen, die er de oorzaak van was, kan al wel in lokale modellen gevangen worden.

Het KNMI stelt dat de buien in Duitsland niet met een veranderend klimaat in verband kunnen worden gebracht. De kans dat ergens in Zuid-Duitsland in april, mei of juni een dergelijke buiencomplex optreedt eens in de 20 jaar. Dat is niet heel zeldzaam en de tijdreeksen van 250 weerstations vanaf 1951 laten een afname in de extreme neerslag zien.

Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei - bron NOAA/CPC
Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei – bron NOAA/CPC

Voor Frankrijk komt het KNMI tot een ander oordeel.. De kans op dit type neerslag is sinds 1960 voor de Seine 1.8* zo hoog geworden is, en voor de Loire 1.9* zo groot. Dat kan gelezen worden als dat de kans op zoveel regen in het stroomgebied van de Seine gestegen is van 1 op 900 naar 1 op 500 per jaar. Bij de Loire is dat van 1 op 180 naar 1 op 100 per jaar.

De onderliggende natuurkunde is simpel, stelt het KNMI. De Clausius-Clapeyronvergelijking zegt dat +1°C (de temperatuurstijging sinds 1960) maakt dat de lucht 7% meer waterdamp kan bevatten (wat inderdaad ook gebeurt).

Overigens heeft het KNMI ook voor de zware regenval in juli 2014 (waardoor onder andere delen van Tilburg onderliepen, zie Klimaateffecten in Brabant – 2: Tilburg en het noodweer van 28 juli 2014) een klimaatanalyse gemaakt. Daaruit kwam ruwweg dezelfde verdubbeling van de kans op een dergelijke hoeveelheid neerslag.

Het KNMI over het noodweer rond 23 juni 2016

De tekst is te vinden op http://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/zware-onweersbuien-op-22-en-23-juni-vol-extremen .
In de nacht van 22 op 23 juni, op 23 juni en in de nacht van 23 op 24 juni kwam het in Brabant en Limburg tot een extreem noodweer. Op de neerslagradar van het KNMI was boven Brabant een heuse ‘supercel’ te zien met rolwolken, vuistgrote hagel, valwinden en uitzonderlijke neerslag.

Supercel boven Brabant rond 23 juni 2016. weerradar KNMI
Supercel boven Brabant rond 23 juni 2016. weerradar KNMI

Delen van Brabant zagen er uit alsof er een oorlog gewoed had.
dak+glas_juni2016
Het KNMI heeft (nog?) geen klimaatanalyse gemaakt van het noodweer rond 23 juni.

 Schade en verzekering
Alleen al in een agrarische gemeente als Someren kwamen de gemeente en de boerenorganisatie ZLTO tot een half miljard schade. Nu zal daar enig natte vinger-werk inzitten en er liggen nog geen officiele schademeldingen onder, maar ongetwijfeld zal het heel veel zijn. Over het hele rampgebied samen inderdaad misschien wel een miljard.
In de beste traditie eiste de ZLTO geld voor zijn achterban voor deze “nationale ramp”.

Wateroverlast op de aardappelvelden
Wateroverlast op de aardappelvelden

Staatssecretaris Van Dam had er niet meteen zin in. In de NRC (28 juni 2016) liet hij weten dat zijn ministerie er al jaren op aandringt dat boeren een weersverzekering afsluiten en dat, nog sterker, het ministerie daar zelfs een subsidie van 9 miljoen per jaar voor klaar heeft liggen. En, zegt het ministerie, als men via de rampenregeling geld wil vangen, kan dat alleen als het om onverzekerbare schade gaat.
Mensen die er meer van af weten dan ik, moeten maar bepalen wat wijsheid is. Misschien is een deel van de schade onverzekerbaar en misschien kunnen er voorwaarden verbonden worden aan een eventueel hulpbedrag. En omvallende boerenbedrijven kosten de staat, linksom of rechtsom, ook geld.

Ondertussen kan men zich de meer fundamentele vraag stellen in hoeverre het concept “verzekering” als zodanig in dit soort situaties bruikbaar blijft.
Een verzekering gaat fundamenteel van de aanname uit dat het incident uitzondering is en het niet-incident regel. Als de herhaalfrequenties van extreem weer toenemen, moet dat vroeg of laat gevolgen hebben voor de grondslagen van de verzekering. Op zijn gunstigst gaat de premie omhoog en op zijn slechtst houdt de verzekerbaarheid op. Zie op deze site Klimaatverandering en financiele stabiliteit

Waar de verzekerbaarheid ophoudt, moet het overheidsbeleid starten. Na de watersnoodramp van 1916 is de Afsluitdijk gebouwd, en na die van 1953 de Deltawerken. Men heeft toen ook niet voor gekozen voor een benadering “het Rijk betaalt de schade en tot de volgende overstroming”. Die mentaliteit zou ook hier getoond moeten worden.

Misschien zouden de regering en de Tweede Kamer een groter gevoel van urgentie t.a.v. klimaatverandering ten toon moeten spreiden.
In Brabant is onlangs het “Deltaplan Hoge Zandgronden” van kracht geworden waarin het beheer van het zoetwater op de zandgronden onderwerp van beleid is (zie Klimaateffecten in Brabant – 1 Het Deltaplan hoge zandgronden ). En waarin, het is navrant, vooral droge zomers afgedekt zijn – en niet zonder reden, want het weer wordt extremer, zowel in de natte als in de droge richting. Misschien moet de provincie eens haar Deltaplan-beleid ter evaluatie naast de feitelijke ervaringen van mei en juni 2016 leggen.
En misschien moet de bevolking minder bezwaar gaan maken tegen maatregelen die beogen het klimaat binnen aanvaardbare grenzen te houden, zoals windturbines, hoogspanningsleidingen en mestvergisters.

Ondersteuners geworven voor vliegveldplatform

Het Platform De 10 geboden voor Eindhoven Airport, dat iedereen probeert samen te brengen die om enige reden kritisch staat tegenover de explosieve groei van het vliegen op Eindhoven Airport, heeft indertijd, al weer een jaar of zeven geleden, zo’n 4600 ondersteunings-
verklaringen geworven. Die verzameling is het politieke ‘kapitaal’ van het Platform.

In zeven jaar eroderen bestanden onvermijdelijk weg.
Daarnaast zijn er in die tijd nieuwe vliegtuig-thema’s boven komen
drijven, zowel mondiale als het klimaat, als lokale zoals luchtkwaliteit en de parkeer-wildwest.
Het kabinet en de Tweede Kamer hebben vastgesteld wat er wel en niet mag tot 2020.

Het marktaandeel van Turkish Airlines door de jaren heen
Het marktaandeel van Turkish Airlines door de jaren heen

Daarna bestaat er geen enkele afspraak. Wie de oorlogsverklaringen volgt van directeur Nijhuis van Schiphol en bijvoorbeeld van directeur Kotil van Turkish Airlines, houdt zijn hart vast voor wat er na 2020 komen gaat. Zie bijvoorbeeld www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/10/schiphol-groeit-aalsmeer-baalt en www.nrc.nl/handelsblad/2016/01/23/de-concurrentie-is-geen-grapje-hoor .

Daarnaast is het nog maar de vraag in hoeverre de omwonenden van het vliegveld via de provinciale Uitvoeringstafel invloed gaan krijgen. De verwachtingen zijn niet hoog gespannen.

Het Platform wil zichzelf voorbereiden op wat ongetwijfeld gaat komen, en zichzelf versterken met een grotere achterban, met een sterkere band met die achterban, en door andere thema’s in de discussie te betrekken.
Daarom heeft het Platform ondersteuningsverklaringen geworven op de Meerhovendag (26 juni 2016). In drie uur (tot een enorme plensbui) zijn er 41 verklaringen opgehaald, grotendeels nieuwe mensen. Er hebben vijf mensen meegeholpen. De resultaten maken een voorzichtige indruk mogelijk.
Driekwart kwam uit Meerhoven of uit Veldhoven ten Noorden van de Heerbaan. In die groep is de luchtkwaliteit met 80% de grootste zorg, gevolgd door geluid (zowat de helft), parkeren met 39% en veiligheid met 32%.
Bij de rest (maar dat is een kleine groep) scoort geluid 60% en lucht 50%.
Een deel van het publiek deed niet mee. Aan de uitkomst moet dus geen kosmische betekenis gehecht worden.

De 20Ke - geluidscontour in 2020
De 20Ke – geluidscontour in 2020
De (door de gemeente Eindhoven) geschatte ultrafijnstof verdeling door het vliegveld en de snelwegen (in 2020, excl het militaire verkeer)
De (door de gemeente Eindhoven) geschatte ultrafijnstof verdeling door het vliegveld en de snelwegen (in 2020, excl het militaire verkeer)

Die uitkomst heeft logica, want Meerhoven ligt net buiten de 20Ke-zone, want naast de baan en niet in het verlengde. De ruimtelijke ordening-regels hebben hier een beschermend effect gehad. Maar die regels voorzagen niet in de bescherming tegen overwaaiend fijn stof. Het Noorden van Zandrijk ligt in de vlek.

De score op het punt van parkeren verbaast niet, gezien het wildwestgedrag van het parkerende publiek en is in feite nog een onderschatting, omdat alleen wie in de buurt van de HOV-lijn woont daar last van heeft (en dat is slechts een deel van het gebied).

Het Platform wordt graag op de hoogte gebracht van toekomstige geschikte gelegenheden om verder te gaan met deze activiteit.

LIDL gaat alle winkels van zonnepanelen voorzien en begint met gratis laadpalen (update)

(Bron: Solar Magazine 25-2016)

De LIDL gaat in Nederland elk jaar 10 supermarkten van zonnepanelen voorzien. Daar steekt het bedrijf elk jaar €2 miljoen in. Men denkt aan 400 tot 500 panelen per winkel. De LIDL heeft in totaal in Nederland 407 locaties (winkels en distributiecentra).
Op dit moment liggen er op ruim 20 locaties 12.000 panelen.
LLIDL zonnepanelen-r

Daarnaast heeft de LIDL ook andere duurzaamheidsprojecten. In 2020 bijv. moeten alle winkels door LED’s verlicht worden.

Een interview met de manager energiezaken van de LIDL, Arnold Baas, is te vinden –> lidl gaat alle winkels van zonnepanelen voorzien

——— (toevoeging dd 26 juni 2016)—–

De LIDL gaat in 2016 ook laadpalen zetten bij diverse nieuwe vestigingen in Nederland. Daar kunnen de klanten tijdens hun boodschappen doen gratis de auto-accu opladen. Volgens de berichten kost dat 20 minuten.
Uit een opinie-onderzoek onder 320 gebruikers van een elektrische auto blijkt, dat die wel een eindje willen omrijden en bij de LIDL inkopen, als ze daar elektrisch kunnen tanken.

laadpaal LIDL

Over fietsen, Hammoerabi en het multiculturele talstelsel

Dit is mijn driehonderdste artikel op deze site. Reden om weer eens een persoonlijke noot te schrijven.

Mijn vrouw en ik gingen in het voorjaar altijd naar mijn zoon en zijn vriendin, die samen in Monpazier aan de zuidrand van de Dordogne een restaurant runden (dat was zo op het moment dat dit artikel geschreven is. Nu wonen ze ergens anders. Deze intro is achterhaald, maar het vervolg niet).

Daarna zijn we naar Brive-La-Gaillarde gefietst, daar de Intercity gepakt naar Parijs, drie dagen daar, en toen in een aantal dagen naar Maastricht gefietst (unplugged, puur natuur). En dat dwars door de Dordognese heuvels en de Ardennen, met de wind meestal op kop, bij elkaar 664km. We waren trots op onszelf.
Onderweg nog het lunchpakket opgegeten recht onder de aanvliegroute van vliegveld Charles de Gaulle. Elke anderhalve minuut een landend vliegtuig. Zeer apart.

Parijs en Hammourabi.
Ik wilde voor het eerst naar het Louvre. Niet voor het A4-tje waarop een Italiaanse meneer een Italiaanse mevrouw geschilderd heeft, en ook niet voor een marmeren mooie Griekse mevrouw zonder armpjes die ook beroemd is, maar naar de Zuil van Hammoerabi, het oudste overgebleven wetboek ter wereld. Dacht ik, maar er zijn nog oudere, bleek later, maar die zijn niet gebeiteld in donkergrijze dioriet. De zuil dateert uit ongeveer 1780 voor Christus.

De Zuil van Hammoerabi
De Zuil van Hammoerabi

Het is een echt wetboek. Het stond in de openbare ruimte, was verhoudingsgewijze eenvoudig geschreven (maar de meesten konden überhaupt niet lezen) en beoogde een beschermende, soms harde rechtvaardigheid, alsmede als promo voor de koning zelf als zelfverklaarde favoriet van de zonnegod. De tekst gaat er af en toe ruig op en wekt de indruk dat er ook in die tijd veel zondige sex en geweld, roof en en ander wangedrag bestreden moesten worden.
Flarden van de introtekst echter ogen tijdloos, om niet te zeggen modern.
Ik kan verder niet meer doen dan geïmponeerd zijn. Waarna Wikipedia dieper inzicht geeft onder Hammurabi en Codex_Hammurabi .
Ik jat zomaar een stukje van Wikipedia als voorbeeld. Lezing van het hele artikel aanbevolen, want Wikipedia is meestal erg goed.

Verhuur

Niet alleen velden en tuinen konden verhuurd worden, ook woningen duiken in de gevonden documenten op als verhuurbare objecten. Ook voor deze huurovereenkomsten liet Hammurabi regels opstellen. De overeenkomsten hadden vaak een looptijd van één jaar. De huur werd op twee manieren betaald, ofwel werd aan het begin van het jaar een aanbetaling gedaan met het restant te voldoen aan het einde van het jaar, ofwel men betaalde pas aan het einde van het jaar de volledige huur. De huurders hadden zorg te dragen voor een onberispelijke toestand van het huis; reparaties moesten uitgevoerd worden, bij beschadigingen moest de verhuurder schadeloos worden gesteld.

Huizen bestonden in die tijd voornamelijk uit leem, hout was zeer schaars. Indien het huis houten onderdelen bevatte, dan werden deze uitdrukkelijk in het huurcontract vermeld. Daarvoor moest dan extra betaald worden. Behoorden de houten onderdelen toe aan de huurder, dan kon de huurder deze bij vertrek meenemen. Huurders en verhuurders stonden ook toen vaak op gespannen voet met elkaar, getuige de vele gerechtelijke documenten over huurconflicten.

Babylonie onder Hammoerabi, die voortdurend oorlog aan het voeren was om zijn stadsstaatjes binnen te houden en vijand Elam buiten. Zowel het een als het ander liep nog wel eens mis. De keuze was of dat de staatjes elkaar de hersens insloegen, of dat de koning ze allemaal tegelijk onderdrukte, waar mogelijk mee te leven was zolang je daar geen probleem van maakte. Het probleem lijkt van alle tijden. Het lijkt zelfs wel wat op de EU.
Babylonie onder Hammoerabi, die voortdurend oorlog aan het voeren was om zijn stadsstaatjes binnen te houden en vijand Elam buiten. Zowel het een als het ander liep nog wel eens mis.
De keuze was of dat de staatjes elkaar de hersens insloegen, of dat de koning ze allemaal tegelijk onderdrukte, waar mogelijk mee te leven was zolang je daar geen probleem van maakte.
Het probleem lijkt van alle tijden. Het lijkt zelfs wel wat op de EU.

Ik heb mijn tijd in het Louvre grotendeels doorgebracht op de Babyloni-
sche afdeling. Ik vind de periode in dat gebied vanaf de uitvinding van de landbouw, diep in de prehistorie, tot pakweg Alexander de Grote een van de meest fascinerende stukken geschiedenis, ook vanuit mijn eigen fysische achtergrond.
De landbouw zorgde voor grote maatschappelijke overschotten waar de baas over gespeeld moest worden – vandaar de koning en het wetboek.
Het oogsten vroeg om een kalender, dus om een tijdsindeling, dus om astronomie, dus om wiskunde. De indeling van de cirkel in 360⁰ is hiervan een rechtstreeks gevolg: de graad was ongeveer de hoek die de zon in één dag aflegde in de Dierenriem. En het was een lekker getal, op allerlei manieren handig te delen. Zo handig, dat het tot nu toe alle aanslagen van het metriek stelsel overleefd heeft. De aanduiding GRAD (rechte hoek = 100GRAD) op rekenmachines heeft het nooit gemaakt. En ons uur is nog steeds 60 minuten enz. (de 24 uur-indeling van het etmaal schijnt Egyptisch te zijn)
De landverdeling in een gebied met slingerende rivieren vroeg om de berekening van de oppervlakte van ronde akkers, dus om de eerste benadering van het getal pi.
De boekhouding leidde tot de ontwikkeling van het eerste positionele talstelsel (dus waarbij de plaats van een teken de waarde aangaf als in 306 = 3*100 + 0*10 + 6*1), met als belangrijkste manco dat de Babyloniers geen apart teken voor de 0 hadden. De Babyloniers werkten voor kleine getallen met het grondtal 10 en voor grote getallen met het grondtal 60.
De astronomie groeide over de eeuwen uit tot een uitzonderlijk geraffineerd gedachtengoed. Onlangs werd nog achterhaald dat de Babyloniers tot een primitieve integraalrekening op de baan van Jupiter waren gekomen.

Voorbeeld van het Babylonische zestigtallig stelsel
Voorbeeld van het Babylonische zestigtallig stelsel

Het gedachtengoed is echter via diverse omwegen tot ons gekomen, en die omwegen hebben het product geen kwaad gedaan.

Op een of andere manier is het positionele talstelsel in  India terecht gekomen. Een onbekend hindoe-genie ver voor Christus heeft een apart teken voor de 0 bedacht (‘shunya’, ‘leegte’ in het Sanskriet), en ingezien dat je daarmee kon rekenen alsof het een normaal getal was. De Indiers hebben uitgedacht wat nu onze cijfers zijn. Zie bijvoorbeeld https://npokennis.nl/longread/7986/hoe-komen-we-aan-het-cijfer-nul .
De Arabieren hebben dit gedachtegoed naar Europa getransporteerd en er theorie aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld ons woord ‘cijfer’, het Arabische woord sifr. De Indische cijfers heten dus bij ons Arabisch. Ons woord ‘algebra’ komt van het Arabische woord Al-Jabr , wat afkomstig is uit de Arabische vertaling van de titel van een werk uit 830 na Christus van de Pers (nu Iranier) Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi over lineaire en kwadratische vergelijkingen. Diezelfde meneer heeft de kennis over de Indische cijfers in de Arabische wereld gebracht. Ons woord ‘Algoritme’ is een verbastering van de naam van meneer al-Khwarizmi. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi

Een pagina uit het boek van A;Kwarizmi over lineaire en vierkantsvergelijkingen
Een pagina uit het boek van A;Kwarizmi over lineaire en vierkantsvergelijkingen

Een deel van de Babylonische kennis is via de Grieken tot ons gekomen, die daaraan bijv. het concept van het formele bewijs aan hebben toegevoegd. Een recente astronomische Europese satelliet, die met grote nauwkeurigheid posities van sterren meet, heet de Hipparchos.
Er valt ook het nodige te melden over de Egyptische bijdrage aan de wiskunde (bijv. het volume van een afgeknotte pyramide) , maar daarvoor ontbreekt hier de ruimte.

De tiendelige breuk (het kommagetal) is West-Europees: Napier en Simon Stevin.

Ik heb in mijn (door mijn pensionering beeindigde) beroepsleven als natuurkundeleraar het huidige talstelsel, met de daaraan gekoppelde
tijdsindeling, vaak gebracht als HET prototype van een multicultureel gedachtengoed. Er is geen Wilders-aanhangende leerling geweest die mij dat ooit bestreden heeft.

Canadese hoogleraar zeer kritisch op ISDS en ICS (TTIP-onderdeel)

In de NRC van 10 juni stond een fors interview met Gus van Harten, die hoogleraar is in de Internationale Investeringswetgeving en het Bestuur van het Internationale Financiele Systeem aan de Universiteit van Toronto. Het interview is op Internet te vinden op http://www.nrc.nl/next/2016/06/10/handelsarbitrage-vormt-risico-voor-soevereiniteit-1626230 .

Gus van Harten
Gus van Harten

Op 9 juni sprak Van Harten met de handelscommissie van de Tweede Kamer. Hij waarschuwde “dat ISDS (de geschillenregeling onder TTIP) verworden is tot een instrument waarmee vooral de internationaal opererende mijn- en energiesector nationale en lokale milieuregels dwarsboomt of verijdelt”. Hij sprak uit eigen ervaring “wij zijn, sinds we in de jaren ’90 het NAFTA-verdrag tekenden met de VS en Mexico, 35 keer aangeklaagd, 34 keer vanuit de VS en één keer vanuit Mexico. Volgens een studie uit 2015 heeft de Canadese regering bedrijven in totaal €172 miljoen Canadese dollar betaald, vooral na toegewezen claims wegens het nemen van milieumaatregelen.

Wat is uit andere bron hoorde (niet uit die van Van Harten) is dat Canada een milieuwetgeving heeft die veel lijkt op goede Europese wetgeving.

Op http://papers.ssrn.com/sol3/cf_dev/AbsByAuth.cfm?per_id=638855 is een overzicht van boeken en artikelen van Van Harten te vinden.

Het artikel “Key flaws in the European Commission’s proposals for foreign investor protection in TTIP” bijvoorbeeld kan gratis gedownload worden op  http://ssrn.com/abstract=2692122 .
Van Harten betitelt daarin de pogingen van de EU om een ISDS-light te definieren (ICS geheten) gezien moeten worden als “Despite my initial enthusiasm about ICS when I read the EC’s press release on the topic, and although the details do have positive elements, after a study of the text it became clear that ICS is mainly a re-branding exercise for ISDS. Too many flawed elements of ISDS remain – including elements that give rise to unacceptable appearances of bias among ICS “judges” – to use terms like court and judge without being misleading to the uninitiated.

Most importantly, ICS “judges” would continue to have a financial interest in future claims because they are still paid a (lucrative) daily fee in a context where only one side – foreign investors – can bring claims, they would continue to operate under the usual ISDS arbitration rules, they would not have to meet the requirements for judicial appointment in any country, and they would not even be barred from working on the side as ISDS arbitrators. I am prompted to say that, if ISDS is “dead”, as some officials have claimed, then the EC’s ICS proposal reminds me of a zombie movie.

There is one very promising signal in the EC’s proposals – an apparent commitment to establish a proper international court to replace ISDS in existing treaties – yet this aspect of the proposal unfortunately is put in doubt by the EC’s choices about sequencing, as I discuss below.”
Een en ander onder overvloedige verwijzing naar voetnoten.

Dezelfde gedachte in de NRC: „Dat voorstel is een lichte verbetering. Maar aan de fundamentele problemen van ISDS is niets veranderd. Nog steeds kunnen claims maar van één partij komen – buitenlandse investeerders. Nog steeds staan er geen verplichtingen tegenover de hoge mate van bescherming die alleen bedrijven via ISDS claimen, en tegenover het publieke geld waarmee toegewezen claims betaald worden.”

Van Harten signaleert verder dat er 2600 bilaterale handelsverdragen zijn, maar ook “dat sommige landen die vanwege ISDS laten verlopen of opzeggen, zoals bijvoorbeeld Zuid-Afrika”.

Zie ook TTIP leidt tot een parallel rechtssysteem voor grote bedrijven

(Recensie in Oxford Scholarship Onlilne van een boek van Van Harten uit 2008)
(Recensie in Oxford Scholarship Onlilne van een boek van Van Harten uit 2008)

 

 

Glyfosaat heeft nadelen, maar de campagne ertegen ook

Voorzitter Nol Verdaasdonk van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) plaatste op 2 juni 2016 een gastopinie in het Eindhovens  Dagblad (ED) over Roundup (zie http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/politiek-zwicht-voor-giftige-lobby/ ).

BMF-directeur Nol Verdaasdonk bij het tekenen van het Brabants Energie Akkoord
BMF-directeur Nol Verdaasdonk bij het tekenen van het Brabants Energie Akkoord

Ik heb waardering voor de inzet van mijn goede kennis Nol als voorzitter van de BMF, en ik heb er begrip voor dat een milieuorganisatie het als haar taak ziet om voor een landbouw te pleiten die vrij is van
bestrijdingsmiddelen. Bovendien neemt “mijn” eigen organisatie Milieudefensie verwante standpunten in.

En toch wil ik kritisch reageren op Nols verhaal. Ik vind dat er nadelen aan verbonden zijn.

In elk geval heb ik een andere insteek. Nol speelt vooral op de emotie (andere milieuorganisaties doen het ook, het is een soort tijdgeest). Ik heb mij voorgenomen mij in deze kolommen zo goed mogelijk te onderwerpen aan een natuurwetenschappelijke discipline. “Het” publiek bestaat niet. Mogelijk is het deel van het publiek, dat bereikt wordt met het emotieverhaal, groter is dan wat ik bereik met mijn analytische verhaal. Dat zij dan zo.

De emotie is angst voor de menselijke gezondheid. Sidder en beef, want u krijgt kanker.

Wie geloof je?
Het Internet is een open riool, waarin wij onze kinderen leren zwemmen” aldus de Leidse astrofysicus Vincent Icke. Met groot gemak wordt baar-
lijke onzin in omloop gebracht, die duizend keer heen en weer echoot, en zodoende tot een zichzelf bewijzende waarheid wordt.
Men moet dus een geloof-strategie hebben. Bovenaan de teksten staan bij mij tijdschriften als Nature en Science, mijn Scientific American, en ook goede wetenschapsrubrieken. Ik baseer mij op instituten als de World Health Organisation (WHO), de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de VN, het IPCC en bijv. ook het nederlandse RIVM.
Van “mijn”organisaties BMF en MilieuDefensie geloof ik dat ze in elk geval niet opzettelijk onwaarheid vertellen, maar ik vertrouw hun deskundigheid afhankelijk van het onderwerp en niet blindelings.
Greenpeace staat lager op mijn geloofwaardigheidsladder.
Deze lijst is bij lange na niet volledig.

Is Roundup inderdaad vergiftig en kankerverwekkend?
De gevaarinschatting door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) volgt een tweestappen-procedure.
De IARC (die onder de WHO valt) zegt  dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin  de stof glyfosaat giftig is  en misschien kankerverwekkend  (de meningen van deskundigen lopen overigens uiteen). Daarna moet bestudeerd worden of deze omstandigheden zich daadwerkelijk voor doen. Dat heeft een gezamenlijke werkgroep van de FAO en de WHO onlangs gedaan.
Het oordeel is  dat glyfosaat via het dieet, langs reëel voorkomende blootstellingsroutes niet giftig is voor de mens (zie “Pesticide residues in food 2016″, mei 2016). Er is een drempelwaarde waarboven glyfosaat giftig wordt (ergens rond de 100mg per kilogram lichaamsgewicht). De reëel gevonden concentraties zitten daar ordes van grootte onder.
De pis bijvoorbeeld van Europarlementariers, die gemiddeld op 1,7μgr/liter zat, 17* de norm voor oppervlaktewater dat voor drinkwater bestemd is. De PR is briljant, maar de wetenschap is onzin omdat niemand die pis onbewerkt drinkt. En als je even op lompe wijze afziet van allerlei wetenschappelijke subtiliteiten, zit de pisconcentratie dus ongeveer 60000 keer onder de drempelwaarde voor giftigheid.

Glyfosaat in Brabant
glyfosaat in de Maas_RIWA_juni2013

Glyfosaat wordt veel gebruikt, en daardoor kan de glyfosaatconcentratie in de Maas (hier bij Keizersveer) soms de norm van 0,1μgr/liter overschrijden voor water waaruit drinkwater gewonnen wordt. Vanaf 2006 zit het glyfosaatgehalte op of onder de norm.
Overigens halen de waterleidingbedrijven dat glyfosaat er gewoon uit, maar dat kost allemaal extra werk en moeite en het water wordt er duurder door.

In het grondwater in Brabant en Limburg heeft men volgens de Brede Screening Bestrijdingsmiddelen Maasstroomgebied 2011-2012 (Haskoning) 36889 metingen verwerkt van 170 stoffen. Daarvan gaven 392 metingen een resultaat boven een detectiegrens, veroorzaakt door (minstens) een van 34 stoffen. Daarna kan bijv. bepaald worden hoeveel stoffen boven de drinkwaternorm zitten.
Het resultaat:
overschrijding drinkwaternorm 2011-2012-A
overschrijding drinkwaternorm 2011-2012-B

Mijn conclusie is dat glyfosaat in Brabant en Limburg niet vaak voor een drinkwaterprobleem zorgt, en dat andere stoffen dat vaker doen. Bij-
voorbeeld bentazon, ook een herbicide die gevaarlijker is en slechter afbreekt dan glyfosaat, en DMS (een afbraakproduct van de fungicide tolylfluanide.

Zie ook http://www.clo.nl/indicatoren/nl0277-bestrijdingsmiddelen-in-drinkwater?i=3-126&source=rss .

De nadelen van de anti-glyfosaatcampagne
De gastopinie van Nol  wil een doel bereiken (een biologische landbouw), maar fixeert zich op middelen; daarbinnen specifiek op één mengsel, Roundup; daarbinnen vooral op het actieve bestanddeel glyfosaat; en daarbinnen alleen op de giftigheid voor de mens.
In die tunnelvisie is Glyfosaat  een symbool van alles wat vies en voos is.  Dat leidt tot een soort duiveluitdrijvende rituelen, waarbij over het hoofd gezien wordt dat in Brabant glyfosaat een tamelijk onbeduidende duivel is.

Elke beperkende stap betekent een impliciet nadeel.

De fixatie op giftigheid voor de mens (die er waarschijnlijk niet is) houdt de giftigheid voor het ecosysteem buiten beeld, die waarschijnlijk veel groter is. De regenworm, de bodembacterie en de watervlo worden niet beschermd door een waterleidingsysteem. Overigens heeft Nol in 2014 een artikel geschreven dat daar wel op in gaat.
ecology goes underground
De fixatie op het actieve bestanddeel glyfosaat in het mengsel Roundup belemmert de blik op de andere bestanddelen, zoals bijv. de hulpstof POE-tallowamine die mogelijk giftiger is dan het glyfosaat zelf. Daardoor mist Nol de boodschap, dat Europees Commissaris Andriukaitis POE-tallowamine wil gaan verbieden, zoals het Europees Parlement wilde.
De rituele fixatie op Roundup/glyfosaat zorgt ervoor dat de BMF (maar niet alleen de BMF) andere stoffen mist die in Brabant  relevanter zijn, zoals bijvoorbeeld bentazon en DMS. Zo kon het ook gebeuren dat op een dikke 20km ten Noorden van het BMF-kantoor in Tilburg de drinkwaterinlaat op de Afgedamde Maas drie maand naar de Lek verlegd is zonder dat de BMF dat meegekregen had. Er was vanuit de glas-
tuinbouw dimethoaat ingelopen, een insecticide uit de parathionfamilie die vele malen giftiger is dan glyfosaat. Dimethoaat zorgt vaker voor problemen dan glyfosaat.

Ik vind het prima dat de BMF zich inzet voor  vooruitgang in de richting van een biologische landbouw. Ik heb te weinig verstand van landbouw om een oordeel uit te spreken in hoeverre en onder welke voorwaarden dit ideaal uitvoerbaar is, oa omdat ik er geen zicht op heb in hoeverre de beperkte ervaringen van nu opschaalbaar zijn naar een situatie waarin biologische landbouw de norm is en niet langer de uitzondering.
Ik heb dus behoefte aan een goed verhaal over hoe die omschakeling zou moeten, en wat er de gevolgen van zijn. De huidige zinloze glyfosaat-paniek helpt mij daar niet bij.

Kritische vragen over helikopterrondvluchten Lakedance

Op 11 juni 2016 vond in het recreatiegebied Aquabest (tussen Eindhoven en Best) het festival Lakedance plaats. Als onderdeel van het programma kon het publiek, door het entreekaartje te tonen en bij te betalen, een helikopterrondvlucht maken.

De SP in Provinciale Staten heeft daarover vragen gesteld. Dit naar aanleiding van reacties vanuit de Eindhovense wijk Achtse Barrier op deze vluchten. Die wijk krijgt al het een en ander voor zijn kiezen vanwege allerlei geluidsbronnen.

Zie hieronder het persbericht.

De 35 Ke-contour van het vliegveld in 2014 (groen)en 2020 (geel). De Achtse Barrier is het witte gebied.
De 35 Ke-contour van het vliegveld in 2014 (groen)en 2020 (geel). De Achtse Barrier is het witte gebied.

Geluidskaart wegverkeer Achtse Barrier 2011
Geluidskaart wegverkeer Achtse Barrier 2011

—————————-
SP-Statenfractie stelt kritische vragen over helikopterrondvluchten Lakedance (persbericht)

Op 11 juni 2016 vond in het recreatiegebied Aquabest (tussen Eindhoven en Best) het festival Lakedance plaats. Als onderdeel van het programma kon het publiek, door het entreekaartje te tonen en bij te betalen, een helikopterrondvlucht maken. Voor het toestaan van deze rondvluchten is de provincie bevoegd gezag.

Het provinciale besluit vermeldde een maximum aantal starts (85) en een zeer ruime begrenzing van de vliegtijd (van 07 uur tot zonsondergang), maar vermeldde verder geen andere beperkingen. Daardoor kon het gebeuren dat er de hele dag helikopters laag boven de in het Noordwesten van Eindhoven gelegen woonwijk Achtse Barrier gevlogen hebben, een wijk die toch al van verschillende kanten door herriebronnen belaagd wordt.

De SP-fractie in de provincie heeft hierover vragen gesteld.
Deze zijn enerzijds procedureel van aard (hoe kan het dat het besluit op 9 juni gepubliceerd wordt terwijl op 11 juni het festijn is), anderzijds van inhoudelijke aard (welke juridische geluidsbescherming voor het publiek geldt er eigenlijk bij helikopterrondvluchten en wat heeft de provincie eigenlijk te vertellen over deze rondvluchten?)

Voor meer inlichtingen:

Willemieke Arts, SP-woordvoerder mobiliteit
040-2454879
warts@brabant.nl
———————————
De volledige tekst van de vragen is te vinden op –> GS-vragen helivergunning_juni2016

 

Provincie positief over ultrafijn stof-metingen bij EhvA

In de eerste helft van juni 2016 is de baan van vliegveld Eindhoven
gesloten vanwege onderhoud. Het idee was opgekomen (en daar is in de organisatie AiREAS lang over gepraat) om tijdens die weken de lucht-
kwaliteit te meten. Dit zou een nulmeting van met name het ultrafijn stof opleveren.
baan vliegveld eindhoven

Dat alles moest een ton kosten en dat geld kwam er niet. Omdat de provincie partner is in AiREAS, werd richting Den Bosch gekeken voor een flink deel van dat bedrag. Den Bosch keek niet terug en zo verliep de termijn.
SP-Statenlid Willemieke Arts en haar PvdA-collega Stijn Smeulders hadden er op 19 mei vragen over gesteld.
Vragen en antwoorden zijn te lezen –> Beantwoording SP- en PvdA–vragen AiREAS-onderzoek_juni2016  .

Kort door de bocht komt het GS-antwoord er op neer dat men niet negatief staat tegenover een gedegen onderzoek bij EhvA op ultrafijn stof, maar dat men de onderzoeksopzet niet goed vindt. Als er alleen tijdens de twee weken sluiting gemeten wordt, meet je inderdaad geen vliegtuigen, maar wel bulldozers, vrachtauto’s, asfaltschrapers en zo. Vraag is wat zo’n nulmeting waard is, aldus GS.
Ik zelf had bij een van de voorbereidende AiREAS-vergaderingen voorgesteld om twee weken vóór, twee weken tijdens en twee weken na de sluiting te meten. Dat zou mogelijk wel in een zinvolle nulmeting geresulteerd hebben. Echter, dit idee is ergens uit beeld verdwenen.
Onlangs sprak ik AiREAS-baas Jean-Paul Close en die zei dat men wel wat kleine poginkjes ging doen tijdens de sluiting, maar die hadden meer een testkarakter.

Andere bekende luchtkwaliteitsonderzoeken bij vliegvelden vonden plaats tijdens normaal bedrijf. (bijv. laatst nog Zaventem).

GS geven aan dat ze in het kader van het PMWP (Provinciaal Milieu- en Water PLan) een ‘Brabantse Health Deal’ op willen stellen (Brabantstad, GGD-en, waterschappen, provincie), en dat Eindhoven Airport hierin ook meegenomen wordt.