Tijdens het Energiefestival in het Provinciehuis in Den Bosch, op 1 juni 2016, is het Brabantse Energie Akkoord (BEA) door een groot aantal partijen getekend.
Het gezelschap ondertekenaars van BEA 2.0, inclusief een glimmende gedeputeerde Annemarie Spierings (D66)
Door de ondertekening is de oude tekst uit 2015 van het Brabantse Energie Akkoord opgewaardeerd tot BEA 2.0 . De tekst zelf is niet veranderd, maar er is een mooi kaftje aan toegevoegd en, wat belangrijker is, een groot aantal handtekeningen.
BMF-directeur Nol Verdaasdonk tekent
Ik ben niet enthousiast over de originele tekst van BEA. De tekst bestaat vooral uit monologen van afzonderlijke deelnemers met onvoldoende centrale regie die van dat verhaal een geheel maakt. De tekst spreekt wel goede bedoelingen uit (1,5% per jaar bezuinigen en daarna in 2020 14% duurzaam), maar is technisch niet goed genoeg om een concreet programma op te baseren en dat te kunnen afrekenen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=695.
Er zit bijvoorbeeld onwaarschijnlijk weinig zonne-energie in het ak-
koord en onwaarschijnlijk veel biomassa. Ik heb geen principieel bezwaar tegen biomassa (mijn mening is ja, mits mits mits), maar de 28PJ in het BEA zou ik niet meteen voor mijn rekening durven nemen.
Het verhaal is indertijd teveel in haast afgeraffeld, zodat de tekst beschikbaar was bij het aantreden van het nieuwe College van GS. Dat is gelukt.
Goed. Een product dat de goede bedoelingen heeft, is nu breed onder-
tekend. Laten we het erop houden dat een matige tekst, die breed ondersteund is, beter is dan een goede tekst die niet ondertekend is.
Niet dat het een gelopen race is dat de goede voornemens in 2020 inderdaad gerealiseerd zullen blijken. Er wordt veel te weinig deugdelijk kwantitatief gedacht. Dat had moeten gebeuren in de Uitvoeringsagenda Energie, waarover ik ook het nodig geschreven heb ( zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/?p=2702en www.bjmgerard.nl/?p=2722 en https://www.bjmgerard.nl/?p=2755).
Mijn Open Podium-presentatie
Ik verwacht dat in 2020 gebleken zal zijn dat de kwantitatieve doelstelling niet gehaald zal zijn. Daarom heb ik voor gesteld om alvast een reserveprogramma te definieren, bestaande uit 5PJ zonne-energie uit parken op de grond. Ik heb dat verwoord in een podiumpresentatie tijdens de lunchpauze. Voor de tekst –> Verhaal bij het provinciale Energiefestival op 1 juni 2016 .
Ik blijf de ontwikkelingen volgen en zal ook mijn SP-fractie in PS over dit onderwerp adviseren.
Tijdens het festival vond een groot aantal workshops en excursies plaats. Ik heb er enkele bij kunnen wonen. De excursie naar een melkveebedrijf loonde genoeg de moeite voor een apart verhaal.
Mijn compagnon Wen Spelbrink en ik behoorden tot de “inner circle” van mensen die de Eindhovense TTIP-actiedag van 28 mei 2016 georganiseerd hebben, en waarin ook Mischa Hakvoort (MilDef Eindhoven), Patrick van der Voort (BBL), Wim Baltussen (FNV) en Ellen Schoumacher (PvdA). Met van landelijk Milieudefensie Lynn van Leerzem als begeleidster.
Daarnaast hebben er ook heel wat andere mensen meegeholpen: Hanny en Paul van Beers van MilDef en de SP, Hans van der Wegen van MilDef Geldrop, Herbert Pronk, Inge Kouw van Transition Towns, en Jac, Malu, Cora, Frank, Rita, Rebecca, Jasmijn en Janny en enkele mensen van de BBL die flyers gedeeld hebben.
Onze “inner circle”-taak was vooral planvormend en logistiek/facilitair, regelen dat alles er is en gebeurt en zorgen dat er een precies schema is, zodat anderen hun verhaaltje konden vertellen en hun opvoering laten zien. Het schema zag er zo uit (ABC is een band):
De dag begon al vroeg. De man van de tent wilde om 07 uur leveren, want daarna moest hij nog een tent zetten en daarna fluiten bij een groot 6 tegen 6 – toernooi bij de voetbalclub SBC uit Son. Zijn dag zat al even vol als die van ons.
Om 07 uur bood het bordes van de Catharinakerk de aanblik of het Stratumseind er frites had zitten eten en nog zo wat. Er lag van alles op de grond. Maar de dames van het buikdansen moesten daar op blote voeten rond gaan huppelen, dus we zijn maar begonnen met te vegen. Om de beurt.
Wen aan het vegen
Het kwam tot werkoverleg met mijn collega van de sociale werkvoorziening, die daar met dezelfde taak naar toe was gestuurd. Dit verliep in goede harmonie.
Was nog even schrikken toen de buikdansende dames later het bordes afhuppelden, want daar hadden wij niet geveegd (alleen de veegwagen van de Ergon, voor zover die erbij kon). Maar, ‘ze hadden eelt onder de voeten’ aldus opperhoofd Ana van het buikdansgebeuren (www.anadanst.nl) . We hebben inderdaad geen bloed gezien. Was trouwens een schitterende act. Vooral “schrijf TTIP maar op je buik”.
Na het opzetten van de tent zijn Wen en ik de hele tijd bezig geweest het geheel op te sieren met affiches en spandoeken, het ontvangen van de ingehuurde man van het geluid en het bandje. Alles verliep wonderwel, Iedereen was er op tijd, verstond zijn vak en werkte nog goed samen ook.
Er is één stopcontact op het bordes en omdat we niet wisten of dat genoeg was voor de band en het geluid samen, mochten we nog een draad trekken naar een stopcontact in de kerk. Kregen we onze stroom rechtstreeks van de here Jezus.
Ik heb überhaupt grote waardering voor de opstelling van de Catharinakerk.
Ook het flyeren ging goed. Ik schoof de ploegen als een generaal zijn pelotons. Zo raakten we zowat alle 1500 flyers kwijt en werden nog een heleboel mensen uitgenodigd voor de manifestatie.
De sprekers kwamen goed uit de verf. Enkelen van hen, alsmede een aantal mensen uit het publiek, werden bevraagd door Michael J. Dawkins van de coöperatie Duurzaam Brabant (die ook voor VPRO Tegenlicht gewerkt heeft).
Dawkins en het panel. Vlnr Wim Baltussen (FNV), Patrick van der Voort (BBL), Ellen Schoumacher (PvdA), Dawkins
Verder heb ik de dag doorgebracht met fotograferen, flyers en affiches verspreiden, met mensen praten, organisatiedingen regelen, etc.
Stipt op het overeengekomen tijdstip 14.00 uur was de manifestatie afgelopen. We hadden tot 16 uur nog op de rol staan de vertoning van de TTIP-film van Lubach op zondag, maar daarvoor bleek geen animo. Het was mooi weer (ik was blij dat de weersvoorspelling er geheel naast zat) en waarschijnlijk had de doelgroep de film al gezien.
Om kwart over vier kwam de tent-man terug en kon ik met inmiddels een beetje stijve pootjes naar huis.
Een foto door Arno van der LInden op de site van de Omroep Brabant. Links vooraan, met buikje en groen Milieudefensie-Tshirt, ben ik
Het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) versterkt het bestaan van twee parallelle rechtssystemen in Europa.
Het ene systeem omvat het gangbare nationale en Europese recht. Dat staat voor iedereen open, ook voor ondernemingen.
Als een investeerder uit land A ruzie heeft met de regering van land B, gaat dat via de regeringen van land A en B. Het conflict dient voor een gerecht in land B (eventueel de EU). De gebruikelijke rechtsstaatbeginselen gelden.
Het TTIP-systeem is een internationaal arbitragesysteem op basis van internationaal recht. Het heet Investor-State Dispute Settlement (ISDS). Vanwege de groeiende onvrede heeft de EU een minder slechte versie bedacht, het Investment Court System (ICS). Of dat inderdaad de nieuwe standaard gaat worden, moet blijken.
Het systeem staat alleen toe dat ondernemingen, buiten de eigen regering om, regeringen aanklagen. Andersom kan niet: regeringen of gedupeerde groepen mogen de buitenlandse investeerder niet aanklagen.
De ISDS-procedure kan leiden tot miljardenclaims en is juridisch bindend.
De kolencentrale van Vattenfall in Hamburg
Ter illustratie de nieuwe kolencentrale die Vattenfall wilde bouwen bij Hamburg, een omstreden project in een tijd met wisselende politieke verhoudingen en een groeiend milieu- en klimaatbewustzijn. Na een voorlopige goedkeuring in 2007 kreeg Vattenfall een definitieve goedkeuring in 2008. In die definitieve goedkeuring stelde Hamburg aanvullende milieueisen aan de hoeveelheid koelwater die mocht worden geloosd, aan de temperatuur en het zuurstofgehalte van de Elbe, en aan de leefbaarheid voor vissen. Dat moest o.a. bereikt worden door een koeltoren en een stadsverwarmingssysteem. Door die aanvullende voorzieningen bleef de Elbe net aan de Europese waterkwaliteitswetgeving voldoen.
Vattenfall vond dat de scherpere milieumaatregelen de bedrijfseconomie van hun centrale teveel schaadden. Er kwam een zaak bij het Hamburgse Oberverwaltingsgericht. Vattenfall kreeg daar in essentie geen gelijk.
Daarop trok Vattenfall bij verrassing de ISDS-kaart (gebaseerd op het Energy Charter Treaty), en eiste alvast meteen maar $1,4 miljard. Daarna verliep de procedure in het geheim en met de landelijke overheid aan tafel. Toen het stof neergedaald was, hoefde de koeltoren alleen in hete en droge zomers gebruikt te worden, mocht Vattenfall ’s winters anderhalf keer zoveel koelwater lozen, en hadden de vissen een probleem.
Schema van de kolencentrale in Hamburg
TTIP lijkt besmettelijk. De NRC meldde op 19 mei 2016 dat Nederland, samen met vier andere EU-landen, er achter de schermen voor ijvert om ISDS ook binnen de EU in te voeren. Want, zo is de logica, met ISDS hebben de niet-Europese bedrijven een voordeel dat de Europese bedrijven niet hebben. Het gaat met name om de afschaffing van oude verdragen met oost-Europese landen.
Handelsvragen berusten op wazige vangnet-termen als “directe en indirecte onteigening” en “eerlijke en billijke behandeling”. Daaronder kan heel veel verstaan worden.
Investeerders gebruiken vooral graag het begrip “indirecte onteigening” en verstaan daar zo ongeveer alles onder wat de winst mogelijkerwijs zou kunnen schaden.
Ze doen dat steeds aggressiever. Sinds 1997 zijn er zeker 300 arbitrageprocessen gestart (voor die tijd bijna geen enkele), maar dit aantal kan een onderschatting zijn aangezien de processen geheim zijn.
De claims benoemen een bonte rij geschilpunten met claims van 10 miljoen tot 40 miljard: een verbod op bestrijdingsmiddelen, het minimum jeugdloon in Egypte, mijnbouwkwesties, fiscaal overheidsbeleid, afvalverwerking etc (zie http://teamdata.oneworld.nl/projects/isds/bewegingskaart-claimants/ ).
TTIP kan daar een even bonte rij aan toevoegen op punten waar de Amerikaanse en de Europese standaarden verschillen zoals chloorkippen, het voorzorgbeginsel, de EU -richtlijn REACH voor gevaarlijke stoffen, arbeidswetgeving.
Investeerders winnen 25% van de zaken en in 28% komt het tot een schikking (wat in praktijk vaak een overwinning is– zie Hamburg).
De bonte rij aan onderwerpen maakt dat ISDS-rechters ver buiten hun internationale civiele-specialisme moeten oordelen: bestuursrecht, sociaal en arbeidsrecht, fiscaal recht. En dat voor heel veel landen. Geschillenbeoordelaars kunnen daar nooit adequaat voor opgeleid zijn– als ze al een formele opleiding als rechter hebben. Bovendien hebben “rechters” onder ISDS geen vaste aanstelling, maar worden van zaak tot zaak betaald – wat de onafhankelijkheid ook al niet ten goede komt.
Niet voor niets heeft de Deutscher Richterbund TTIP om fundamentele redenen afgewezen.
De juridische basis van TTIP is onaanvaardbaar.
Het samenwerkingsverband 040TTIPvrij organiseert op zaterdag 28 mei, van 12.00 – 14.00 uur, een manifestatie tegen TTIP op het Catharinaplein. Als spreker treden op: – Europarlementarier Anne-Marie Mineur (SP) – Wim Baltussen (FNV) – sprekers van BBL en PvdA – Voorzitter Dawkins van de coöperatie Duurzaam Brabant interviewt mensen – muziek en dans
(Dit artikel is op 25 mei 2016 als gastopinie in het Eindhovens Dagblad verschenen)
De organisatie Duurzaam Meerhoven (te contacteren via Inge Kouw, ook bekend van Transition Towns) heeft op 18 mei 2016 een informatieavond belegd over het milieu in de Eindhovense wijk Meerhoven. De zaal zat met 40 mensen lekker vol.
Ik sprak namens Milieudefensie en namens het Platform de 10 Geboden voor Eindhoven Airport. Sprekers naast mij waren Jean-Paul Close van de Stad van Morgen, waarvan het AiREAS-systeem om de luchtkwaliteit te meten de bekendste activiteit is en Robert Toonen Dekkers, die in Meerhoven woont en aan AiREAS meewerkt.
AiREAS heeft geen meetstations in of nabij Meerhoven.
De mensen in Meerhoven hebben enige reden om bezorgd te zijn over het milieu in hun wijk. Dat is de wijk die aan de oostkant tegen het vliegveld aan ligt en aan de westkant (met de golfbaan Welschap ertussen) van de Poot van Metz. Sinds enkele jaren gaat er een afslag van de N2 (onderdeel van de Poot van Metz) dwars door het Grasrijk-deel van Meerhoven, dit tot diep verdriet van de wijk. Verder ligt er de bepaald ook niet stille Noord-Brabantlaan.
Jean-Paul Close hield een algemeen verhaal over wat hem voor ogen stond met de Stad van Morgen als ideële organisatie met als belangrijkste doel de gezonde stad, en AiREAS als belangrijkste middel daartoe. Zie http://www.aireas.com/.
Robert Toonen Dekkers construeert digitale activiteiten om de bevolking bewuster te maken van het milieu en te betrekken bij de luchtkwaliteit. Dit oa via de Healthy Route-app, die de vervuiling in real time weergeeft, waardoor mensen de keuze hebben om bijvoorbeeld hun fietsroute aan te passen, en via games.
De Stad van Morgen/AiREAS enerzijds en Milieudefensie anderzijds hebben een verschillende aanpak, maar de contacten zijn goed.
AiREAS is een coöperatieve samenwerking van oa De Stad van Morgen, de wetenschappelijke wereld, de provinciale en Eindhovense politiek, en het relevante bedrijfsleven. De Stad van Morgen is daardoor meer op harmonie en samenwerking gericht, niet op confrontatie en niet op beleidsbeïnvloeding. Om het cru te zeggen: daders en slachtoffers moeten er samen hun schouders onder zetten. De Stad van Morgen heeft globale progressieve politieke opvattingen, die soms enigszins op het gevoel gebaseerd zijn.
Milieudefensie is een ouderwetse actiegroep, die de confrontatie niet schuwt en juist expliciet op beleidsbeïnvloeding en politiek gericht is. Zo ook het Platform.
In praktijk liggen de grenzen niet helemaal scherp en heeft elke werk-
wijze zijn voor- en nadelen. Jean-Paul Close heeft de aanzet gegeven tot een goed meetnetwerk voor de luchtkwaliteit (het ILM), waaraan helaas nog geen openbaar toegankelijke archieffunctie gekoppeld is.
Als voorbeeld een slaapkamerbrand op 29 april 2016 vlakbij het meetstation aan de Pastoriestraat
Aan de andere kant heeft AiREAS geen uitgewerkt plan voor een moderne verkeerspolitiek, terwijl Milieudefensie wel zoiets aan de Eindhovense gemeenterada aangeboden heeft (met 3500 handtekeningen).
Mijn verhaal was zo zakelijk en wetenschappelijk mogelijk gericht op een beschrijving van de problematiek van de luchtkwaliteit in het algemeen, vervolgens toegespitst op het verschil tussen de milieueffecten van auto’s enerzijds en vliegtuigen anderzijds, en tenslotte wat dat voor effecten heeft in Meerhoven. Voor zover dat bekend kan zijn, mij natte vinger speelt hier een belangrijke rol. Dat noemen ze een “educated guess”.
Het is daarom erg jammer dat het AiREAS-project om de emissies van de luchthaven te meten als deze begin juni twee weken dicht gaat, door geldgebrek dreigt te mislukken. Jean-Paul had eerder aan zijn financiele dekking moeten denken. Nu wil Eindhoven wel, maar de provincie niet en de tijd ontbreekt om nog een andere grote donateur te vinden.
Misschien kan het project in afgeslankte vorm doorgaan.
NO2-concentraties in de groeivariant D in 2015 (MER Luchthavenbesluit 2013)
Mijn inhoudelijke boodschap is dat in die categorieën, waar al langer juridische normen voor zijn (PM10 en NO2) de auto het ruimschoots wint van het vliegtuig. Er rijden per dag zo’n 120.000 auto’s over de Poot van Metz en die zitten grofweg een kwartier op de weg nabij Meerhoven, terwijl er momenteel ca 50 vliegtuigen per dag opstijgen die maar een minuut of zo op de startbaan zitten. De grotere aantallen winnen het van de sterkere vliegtuigmotoren.
In het (ultra)fijnstofgebied (UFS), waarvoor nog geen normen en nog maar beperkte kennis bestaat, ligt het anders. Een belangrijke oorzaak is dat autobenzine en –diesel ontzwaveld zijn, terwijl vliegtuigen op een soort rode diesel vliegen. Dat heeft overigens puur economische redenen: ontzwaveling zou de brandstof 1% duurder maken. In Meerhoven heeft het vliegveld in het UFS-gebied ongetwijfeld een zichtbaar en niet te verwaarlozen effect. Ik heb daar op deze site al eerder aandacht aan besteed ( zie –> UFS-onderzoek rond Schiphol vertaald naar Eindhoven (update 23feb2016) ), maar ik wil hier ook graag een recent plaatje afdrukken, dat uitgebracht is door de gemeente Eindhoven:
UFS-schatting gemeente Eindhoven, 2016, incl snelweg
Dit is het UFS-effect van het vliegveld en de snelweg samen. Groen betekent dat de UFS-concentratie met beide het dubbele is van die zonder beide (de achtergrond).
Uiteindelijk heb ik (van onder mijn pet als secretaris van het Platform de 10 geboden voor Eindhoven Airport) gezegd dat het Platform de huidige luwte (de afspraken – eigenlijk eerder dictaten – liggen vast, de Uitvoeringstafel moet nog beginnen) wil gebruiken om zichzelf organisatorisch te versterken (aanhalen banden met achterban, themaverbreding, website vernieuwen). Ik heb de aanwezige individuen opgeroepen zich in te schrijven als ondersteuner van het Platform, en de Meerhovense buurtorganisaties opgeroepen lid van het Platform te worden). Aan wie dit leest, vraag ik overigens hetzelfde.
Verder wil ik, als daar voldoende belangstelling voor is, graag mee-
werken aan een Werkgroep Luchtkwaliteit. Hiervoor bestond ook bij Duurzaam Meerhoven interesse.
In een groot interview in het Belgische blad Knack stelt professor Walter Bogaerts “Met wat ik nu weet, zou ik een heropstart van de kerncentrales niet langer aanbevelen.” Zie
Bogaerts is niet de eerste de beste. Hij is specialist in corrosie en metaalmoeheid in roestvrij staal, hoogleraar in Leuven en Gent, en een wereldwijd geraadpleegde expert in de petrochemie en de nucleaire sector. Hij is geen activist tegen kernenergie. Integendeel, hij is ruim vijf jaar CEO geweest van Belgoprocess, een bedrijf dat geconditioneerd is in de verwerking, conditionering en opslag van kernafval.
Desalniettemin is hij het niet eens met de Belgische nucleaire waakhond, de FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle), en met het StudieCentrum voor Kernenergie SCK. Het verschil van inzicht gaat over Bogaerts’ vak, corrosie, in dit geval in de 20 cm dikke wand van het reactorvat (waarbinnen zich water van 3400C onder 150 atmosfeer bevindt. De corrosie leidt tot dunne, maar behoorlijk lange behoorlijke scheuren die evenwijdig aan het oppervlak lopen. De discussie is niet zozeer of er corrosie kan optreden (dat staat vast), maar over a) hoe erg het is en met name b) of het erger wordt en c) of het metaal het zodanig kan begeven dat het water uit het vat loopt. Het FANC en het SCK geven op deze drie vragen een geruststellend antwoord, Bogaerts (en zijn collega Digby Macdonald) niet (zie FANC-standpunt )
In de politiek moet men soms op basis van tegenstrijdige gegevens een besluit nemen, ook al zou je dat niet willen. De vraag is dus wie je gelooft als de deskundigen het oneens zijn. Voor zover ik het probleem begrijp (corrosie is mijn vak niet), zijn er drie redenen waarom een stalen reactorvat kan gaan corroderen: – Waterstofverbrossing (er zamelt zich in en tussen de kristallen steeds meer waterstof op, een bekend probleem). Als je aanneemt dat die waterstof alleen in het metaal terecht gekomen is bij de fabricage van de vaten, zit je op de lijn van de FANC, en als je aanneemt dat het een voortschrijdend proces is omdat de straling in het reactorvat steeds opnieuw watermoleculen splitst en waterstof en zuurstof, kom je dichtbij het standpunt van Bogaerts terecht (die in het interview dit niet met zoveel woorden gezegd heeft) – Neutronenbestraling is een bekende oorzaak van verbrossing, die voortdurend doorgaat. – Thermische stress in het materiaal door aan- en uitzetten van de centrale, wat op gezette tijden plaats vindt. Volgens mij zijn het allemaal structurele en cumulerende oorzaken, die bovendien in vereniging werken.
Kristalfouten bij de fabricage zijn meestal, zoals Bogaerts zegt, ‘een vingernagel groot’. Bij de stillegging in 2012 vond men scheuren tot ruim 2 cm, en na de stillegging in 2014 van 15 tot 18 cm. Intussen zijn ook de detectiemethodes verbeterd, maar ‘ook in de vroege jaren ’80 bestonden er wel degelijk methoden om scheuren op te sporen’. En waarom ze toen dan niet ontdekt werden (Bogaerts) ‘omdat ze er niet waren of alleszins niet zo groot waren.’ en de FANC ‘de ingenieurs die destijds de ultrasooninspecties hebben uitgevoerd op basis van hun ervaring geoordeeld hebben dat er geen fouten gevonden waren die expliciet in het inspectieverslag moesten worden vermeld. Dat was conform de praktijken van die periode.’ En de FANC vindt de 15 tot 18 cm overdreven hoog ingeschat. Een praktijktest met intensieve neutronenbestraling leidde tot spectaculair slechte en tot nu toe niet uitgelegde resultaten. Bogaerts en de FANC zijn het erover eens dat deze reactievaten afgekeurd zouden worden, als je er nu mee kwam aanzetten.
Tihange
De discussie heeft internationaal aandacht getrokken, onder andere van de overheden uit naburige landen. De stad Aken heeft de exploitant van Tihange voor de rechter gedaagd. Die rechter krijgt daar een aardige klus aan. De Duitse deelstaten NoordRijnland-Westfalen en Rijnland-Palts hebben aangekondigd een gezamenlijke klacht in te gaan dienen bij de EU en de Verenigde Naties. De discussie laait nog hoger op omdat het kabinet net in deze tijd jodiumpillen ging verspreiden.
Op 11 maart 2016 meldde de Rheinische Post, dat de Belgische kerncentrales in Doel en Tihange niet over een gefilterd overdrukventiel beschikken. Dat is een voorziening die het mogelijk maakt om bij een calamiteit (bijvoorbeeld het smelten van de reactorkern) de ontstane overdruk gefilterd en gecontroleerd te lozen in plaats van ongefilterd en ongecontroleerd (bijv. bij een gunstige windrichting). Alle Duitse centrales hebben na Tsjernobyl zo’n voorziening gekregen. Andere landen waren daar later mee, maar Fukushima heeft ook daar de doorslag gegeven. Overigens helpt een filter alleen tegen deeltjes en niet tegen gasvormige splijtingsproducten zoals krypton en xenon.
Op 14 mei meldde de Belgische krant De Tijd dat de kans bestaat dat de kerncentrales stalen onderdelen bevatten die niet aan de normen voldoen. Men heeft het vele decennia niet al te nauw genomen in de Franse Creusot-fabrieken waar het staal vandaan komt. De Franse kerncentralebouwer Areva heeft de onderneming een jaar of tien geleden overgenomen. Areva heeft moeten opbiechten dat bij 400 onderdelen ‘onregelmatigheden’ waren vastgesteld.
Uitbater Electrabel van Doel en Tihange heeft gezegd dat het ‘te vroeg is voor conclusies‘. De nucleaire waakhond FANC is sinds kort met de zaak bezig en heeft opheldering bij Areva gevraagd.
Mijn politieke oordeel is dat het verhaal tegen heropening van Doel3 en Tihange2 een stuk sterker is dan het verhaal vóór heropening.
Dit oordeel is gebaseerd op de specifieke kenmerken van deze situatie. Mijn negatieve houding tegenover kernenergie is niet principieel. Als men ooit een centrale-ontwerp bedenkt dat bij atmosferische druk werkt, beheersbare corrosieproblemen kent, vanzelf stopt bij een ongeluk, afval produceert dat niet langer dan een paar honderd jaar radioactief blijft, en waarmee men moeilijk kernwapens kan maken, dan ben ik daar niet om principiële redenen tegen. Zo’n centrale bestaat nu niet en mogelijk is hij niet meer nodig als we twintig jaar verder zijn. Maar dat laatste moet eerst nog blijken.
De demonstratie in Antwerpen tegen heropening van Doel en Tihange op 12 maart 2016
Op 19 januari hebben de Brabantse en Zeeuwse Milieufederaties, samen met WISE en de West-Brabantse milieuorganisatie Benegora, een openbare avond georganiseerd over hetzelfde onderwerp. Er waren ca 150 mensen.
MRSA staat voor Methicillin-Resistant Staphylococcus Aureus (in de volksmond de ziekenhuisbacterie) en LA staat voor Livestock-Associated. De MRSA-bacterie komt regelmatig in het nieuws omdat hij resistent is tegen de meeste antibiotoca en daarom moeilijk te behandelen infecties veroorzaakt bij mensen met weinig weerstand. Een redelijk verhaal erover staat op de informatiesite https://www.umcutrecht.nl/nl/ziekte/mrsa van het UMC . De meeste auteurs van de studie komen uit Nederland, waaronder prof. Heederik van de Universiteit van Utrecht (diergeneeskunde).
Het MRSA-onderzoek kan worden samengevat in twee zinnen: – bij mensen, die meer dan 20 uur per week in de stal werken, is er een sterke correlatie tussen de MRSA-afzetting in de neus en de MRSA-concentratie in de stal – bij mensen, die minder dan 20 uur per week in de stal werken, is er een sterke correlatie tussen de MRSA-afzetting in de neus en het gewerkte aantal uren per week
Dit onderzoek geeft vooral informatie over de kans dat boeren (en eventueel hun personeel) een beroepsziekte oplopen. Het zegt niet iets over het risico dat omwonenden lopen. De tussenpresentatie zegt daar wel wat over.
In de online-editie van de Scientific American van 14 april 2016 schrijft David Biello dat men op het bekende station op de Hawaiaanse Mauna Loa-bergtop op 9 april 2016 de hoogste CO2 – concentratie ooit gemeten heeft, nl 409.44ppm.
Niet alleen de waarde zelf, maar ook de stijging ernaar toe, zijnde ruim 5 ppm, is een record.
De eerste meting op de Mauna Loa, in 1958, zat bijna 100ppm lager. Die 100ppm is grofweg goed voor 1ºC extra.
CO2-registratie op de Mauna Loa van mei 2014 t/m april 2016
“The world may have seen the last of air with CO2 levels below 400 parts per million” geeft Biello als tussenkop.
Hij geeft de specifieke schuld (bovenop de algemene trend) aan El Niño, aan de aangestoken bosbranden in Indonesie en aan de niet-aangestoken bosbranden overal ter wereld.
De Raad van State heeft op 20 april een tussenuitspraak gedaan over de N69, om precies te zijn over de aanleg van de Westparallel ten westen van Dommelen, een wijk van Valkenswaard.
De Westparallel is zeer omstreden omdat hij dicht op een zwaar beschermd natuurgebied zou komen te liggen, namelijk het dal van de Keersop. Bovendien ligt het tracé op een geologisch breuksysteem (de Feldbissbreuk aan de westrand van de Brabantse slenk), dat mede veroorzaakt dat er in het gebied een relatief ingewikkeld grondwatersysteem bestaat.
De blauwe lijn is het beoogde tracé van de Westparallel
Het verkeer op de nieuwe weg bedreigt in directe zin de kwaliteit van het dal van de Keersop, een Natura 2000 – gebied. In indirecte zin verandert de nieuwe weg de verkeersstromen in verder weg gelegen gebieden, die ook weer zwaar beschermd zijn, zoals De Plateaux en het Leenderbos.
Uiteraard kwam er verzet van o.a. de Brabantse Milieu Federatie (BMF) en de Dommelse bewonersgroep Oplossing N69. Ik heb daar ook aan meegeholpen. Voor een terugblik op deze site zie https://www.bjmgerard.nl/?p=1059 .
Het verzet wees er onder meer op, dat het beoogde doel, namelijk het ontlasten van de dorpskommen van Aalst en Waalre (een op zich reëel probleem), ook anders en beter bereikt kon worden. Het effect van de Westparallel op de dorpskommen is niet eens heel erg groot en binnen Valkenswaard wordt het probleem eerder verschoven dan opgelost.
Uiteindelijk leidde de som van alle inspanningen tot een uitkomst die beter was dan het oorspronkelijke plan. De weg werd 70 m verder van de Keersop geschoven en het aldus gewonnen gebied wordt natuur. Ook elders moet natuurcompensatie plaatsvinden.
Ook komt er geld om binnen Valkenswaard en Aalst-Waalre verkeersmaatregelen te nemen, als de nieuwe weg eenmaal klaar is.
Het systeem van geologische breuken in Brabant. Hier relevant is de groene lijn links.
De BMF en de bewoners vonden het bereikte resultaat niet goed genoeg en gingen in beroep bij de Raad van State tegen het Provinciale Inpas-
sings Plan (PIP). De eerder genoemde tussenuitspraak is in deze beroeps-
procedure.
Het draait daarbij grotendeels om de Natuurbeschermingswet. De provincie moet in het PIP aantonen dat de nieuwe weg geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuur en de waterhuishouding en dat de
natuurgronden, die verloren gaan aan die nieuwe weg, elders kwantitatief en kwalitatief voldoende gecompenseerd worden.
Daarnaast moet aangetoond worden dat de naftaleiding van Sabic (vroeger DSM), die in dit gebied loopt, niet extra in gevaar gebracht wordt door de nieuwe weg.
Kort door de bocht komt de tussenuitspraak er op neer dat de Raad van State vindt dat de provincie onvoldoende beargumenteerd heeft dat bepaalde problemen van dit type afdoende opgelost worden. De Raad van State geeft de provincie een half jaar om die argumentatie alsnog te geven.
Behalve vertraging kan dat twee zaken betekenen: òf de provincie kan alsnog beargumenteren dat de gemaakte keuzes voldoende zijn, òf bij nader inzien blijkt dat er extra maatregelen nodig zijn om aan de eisen te voldoen.
De Natuurbeschermingswet leidt tot nogal specialistische betogen. Ik heb van deze materie te weinig kennis en waag me niet aan een voorspelling.
Flora in het Keersopdal
Hier vindt men de persberichten die de BMF en de provincie over deze tussenuitspraak uitgebracht hebben –> Persbericht BMF en reactie Provincie .
De Canadese bosbranden, die nu de kranten vullen, vinden hun oorsprong (dit jaar) in El Niño maar ook in de klimaatverandering. Dat schrijft Brian Kahn van Climate Central op 4 mei, welk artikel overgenomen is in de de online-editie van de Scientific American.
Op woensdag 4 mei 2016 meldde de NOS, dat zes wijken van de stad Fort MacMurray in de provincie Alberta gedeeltelijk in de as gelegd waren. Een overheidswoordvoerder meende dat toen het ergste nog moest komen “We kampen nog steeds met zeer hoge temperaturen, een lage luchtvochtigheid en harde windstoten“. Alle 88000 inwoners van de stad zijn geëvacueerd, sommigen meermalen. Een deel is bij de Shell terecht gekomen, die vanwege het brandgevaar de exploitatie van de nabij gelegen Tar Sands tijdelijk stop gezet heeft – een bittere ironie omdat nu een gevolg terugslaat op een oorzaak. Tot nu toe zijn er geen doden en gewonden gerapporteerd, hetgeen betekent dat de Canadezen wel een zeer capabele rampenorganisatie moeten hebben.
El Niño speelt een rol, maar is niet genoeg om de heftigheid van de gebeurtenissen te verklaren. El Niño komt jaarlijks, is moeilijk voorspelbaar van sterkte en piekt om de pakweg 5 jaar. Inderdaad veroorzaakt El Niño in dit Canadese deel van de wereld extra warmte en droogte, en inderdaad waren er bij de vorige super-El Niño in 1997-1998 meer bosbranden. (In Nederland overigens heeft El Niño nauwelijks invloed).
Afwijkende temperaturen boven Noord-Amerika op 4 mei 2016
Maar er zijn dus al vele Niño-effecten gepasserd aan Fort MacMurray en de stad is nooit eerder (voor een groot deel) afgebrand. Het had die winter al minder gesneeuwd en de huidige temperaturen liggen tot 22°C boven wat hier in deze tijd van het jaar normaal is. “Ik heb dit in mijn carrière nog nooit meegemaakt” aldus de brandweerchef van Fort MacMurray Darby Allen tegen CBC.
In het Climate Central-artikel wordt het bosbrandprobleem in een groter kader gezet. De Californische bosbranden uit 2015 worden vermeld, waarbij zo’n 2000 gebouwen afbrandden. In Alaska duurt het seizoen 40% langer dan 65 jaar geleden en is het aantal grote bosbranden in die tijd verdubbeld. In Canada als geheel begint het bosbrandseizoen een maand eerder en is de afgebrande oppervlakte sinds 1970 verdubbeld In de noordelijke wouden samen is het aantal bosbranden als geheel in de laatste 10.000 jaar nog niet zo hoog geweest. Deze gegevens komen van bosbrandonderzoeker Flanagan van de Universiteit van Alberta.
Het Climate Central-artikel noemt nog twee belangrijke overwegingen met een meer algemeen karakter.
De eerste is dat brandende bossen veel CO2 afgeven. Zodoende ontstaat er een zichzelf versterkend effect.
De tweede is dat veel bossen in Alberta en meer algemeen Canada op een veenlaag staan. Als die veenlaag vlam vat, krijg je dat bijna niet meer uit (ook in Nederland wel eens gebeurd). Het vuur kan weken of zelfs maanden doorsmeulen en onverwacht oplaaien. Het zou, volgens Climate Central, zelfs de winter kunnen overleven.
TAG staat voor Teerhoudend Asfalt Granulaat.
Vroeger werd er vaak koolteer voor wegen gebruikt. Dat zit stikvol met PAK’s en is daarom ongezond, met name voor de wegwerkers. Na enig vijven en zessen is in het verleden besloten om teerhoudend asfalt uit het milieu te halen, eerst bij de aanleg van nieuwe wegen en daarna ook bij het renoveren van oude wegen. Dat was een prima gedachte.
Als er zo’n oude weg opgebroken wordt, moeten ze ergens met het TAG naar toe. Er zijn drie bekende, grote verwerkers in Nederland (buiten de regio ZO Brabant). Jansen had de vierde willen worden en neemt daarom al zeven jaar via zijn dochteronderneming Jansen Recycling op zijn terrein aan het Wilhelminakanaal (tegenover de destructor) TAG in.
Alleen, Jansen heeft geen machine om het te verwerken. Verwerken betekent feitelijk ‘gecontroleerd verbranden’ (dat heet officieel ‘thermisch reinigen’) , waarna alleen de vroegere hulpstoffen overblijven en warmte vrijkomt. Op zich is dat een beproefd procedé, als het goed gebeurt. Of het goed gebeurt, valt nog niet te beoordelen want er is nog geen vergunning. De aangeschafte tweedehands machine ligt nog steeds gedemonteerd op het terrein. De provincie (bevoegd gezag) is met die vergunning bezig.
De tweedehands machine toen hij nog vervuilde grond verwerkte in Chesterfield (UK) – over het resultaat waarvan ik overigens alleen goede berichten heb kunnen achterhalen
De omgeving kijkt met diep verdriet naar de TAG-berg en de voornemens van Jansen. Dat betreft vooral Van Pelt, de exploitant van Aqua Best en de gemeente Son en Breugel en, op wat minder urgente afstand, het Leefbaarheids Team Achtse Barrier, waarvan ik adviseur ben. Eerstgenoemde twee spanden een proces aan.
De bezwaarmakers hebben als met een schot hagel op de provinciale vergunning geschoten en vijf korrels waren raak.
1) De provincie heeft de bedrijfstijden van de puinbreker en de
bijbehorende zeef onvoldoende duidelijk vastgelegd
2) De geldende regelgeving spreekt een voorkeur uit voor inpandige opslag van (mogelijk stuivende) bulkgoederen, maar legt dat niet met zoveel woorden dwingend vast. De provincie had misschien tot het besluit kunnen komen dat de opslag van TAG in de open lucht aanvaardbaar was, maar dan had daar een betere motivering onder moeten liggen.
3) De Rechtbank vindt dat er feitelijk sprake is van een stortplaats en niet van een werkvoorraad. Er wordt inmiddels al zeven jaar TAG ingenomen zonder dat er noemenswaardige verwijdering plaatsvindt, terwijl dat hooguit drie jaar had mogen duren.
4) Daarom moet de TAG-berg aan de eisen van een stortvoorziening voldoen en die zijn strenger als aan een werkvoorraad. Met name de vloeistofdichte bodem is van belang, omdat TAG een potentieel bodembedreigende stof is. Deze vloeistofdichtheid is echter niet te beoordelen, omdat het TAG erop ligt. Ten tijde van de zitting was nog steeds niet duidelijk hoe de grondwatermonitoring zou moeten plaatsvinden.
5) De provincie ging ervan uit dat voor de aangevraagde revisievergunning met een ‘vormvrije MER’ volstaan kon worden en heeft in zijn vergunning geen enkele passage gewijd aan het al dan niet nodig zijn van een MER.
De Rechtbank stelt dat de provincie “mede gezien de aard van de gebreken” binnen zes maanden na 24 juli 2015 “een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.” Er moet namelijk toch een vergunning voor de thermische reiniger komen en het is het meest logisch om alles in één keer goed te doen (aldus vrij vertaald de Rechtbank).
In afwachting van deze nieuwe vergunning mag Jansen Recycling geen TAG meer innemen.
De provincie is veroordeeld tot de proceskosten, alles samen €1790.
Op 10 sept 2015 werd bekend dat Jansen BV en de provincie in hoger beroep gegaan zijn tegen het vonnis. Deze zaak zal zich dus nog wel even voortslepen.
Op 4 november 2015 heeft de branche-organisatie BRBS Recycling opheldering geeist bij de provincie vanwege de voorlopige voorziening in dit beroep. De brancheorganisatie vroeg zich af hoe het kon, dat tegen hen altijd verteld wordt dat een berg TAG er maar één jaar mag liggen (hooguit drie als er onmiddellijk een nuttige toepassing op volgt), terwijl de provincie het bij Jansen Recycling probeert te verkopen alsof zeven jaar nog steeds een tijdelijke opslag is, die bovendien door de regen steeds schoner wordt. Inderdaad een merkwaardige redenering. Op 11 februari 2016 had BRBS Recycling, ondanks enkele aanmaningen, nog steeds niets gehoord van de provincie. Daar klaagt BRBS over in een op die dag gedateerde brief aan PS en GS. BRBS wil snel antwoord want “de zienswijze van de provincie heeft namelijk ook bij andere recyclingbedrijven een stevige impact op de dagelijkse gang van zaken.”
De ergernis is begrijpelijk, maar het antwoord zou op dit moment ongetwijfeld zijn dat de kwestie nog onder de rechter is (namelijk bij de Raad van State). En dat had BRBS Recycling dan ook wel weer kunnen weten.
Op 1 maart heeft de Raad van State zich over de omgevingsvergunning gebogen en over de handhavingssituatie rondom het TAG. Dat resulteerde in een uitspraak op 6 april, die alleen over de TAG-berg ging.
De eerdere uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd, Jansen en het Brabantse College van GS kregen geen poot aan de grond, en buurman Van Pelt, exploitant van Aquabest, en de gemeente Son en Breugel kreeg gelijk.
De Raad van State besliste dat het TAG al vanaf 2008 ingenomen wordt en dat heel veel TAG er dus veel langer dan drie jaar ligt. De RvS maakt korte metten met de redenering van Jansen dat de hoeveelheid die er ligt (zijnde 600.000 ton) minder dan drie maal de verwerkingscapaciteit van de gedroomde Thermische Reinigings Installatie is (zijnde 300.000 ton per jaar), en dat daarom er geen overtreding was. (Overigens staat deze TRI er nog niet en is zelfs nog niet vergund, dus de feitelijke capaciteit is momenteel 0 ton/jaar, maar daar is de RvS al niet eens meer aan toegekomen bg). De RvS heeft bepaald
a) dat de provincie binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtname van wat er allemaal gezegd is.
b) dat bij voorlopige voorziening het moment, waarop het TAG tot de vergunde hoeveelheid terug gebracht moet zijn, verlengd wordt tot 1 april 2017. Voordeel van de verlenging is de de grommende en stuivende machines en auto’s dan niet bezig zijn terwijl Van Pelts badseizoen loopt.