Milieudefensie bij de Rechtbank tegen het wegvallen van de Knip – verzoek afgewezen (update)

NSL-viewer NO2 over 2017

De situatie
Er bestaan wettelijke grenzen aan de luchtvervuiling. Het gas NO2 mag al sinds 2015 op geen enkel, regulier voor mensen toegankelijk, punt in Nederland in Nederland meer boven de 40µgr/m3 uitkomen. Dat zegt het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Desondanks sterven er nog jaarlijks duizenden mensen in Nederland aan luchtvervuiling.

Op de Vestdijk wordt deze wettelijke waarde hardnekkig en nog steeds overschreden, en op locaties als de Mauritsstraat en de Wal is het kiele-kiele .

In de vorige raadsperiode (2014-18) is besloten dat het autoverkeer op de Vestdijk flink teruggedrongen wordt. De straat wordt heringericht en er zou een ‘knip’ komen op het kruispunt Vestdijk-Ten Hagestraat-Kanaalstraat. Die Knip was al provisorisch aangelegd.

De knip toen hij er nog (provisorisch) was.

Dat was tegen het zere been van CDA en VVD. In hun verkiezingsprogramma beloofden ze dat er geen ‘Knip’ zou komen. Het voornemen om de Knip eruit te knippen werd neergelegd in een formeel verkeersbesluit dd 02 april 2019. Op dat moment was overigens de provisorische knip er al uit geknipt.

(Tekening van het verkeersbesluit in de nieuwe situatie, zonder knip)

Het anti-knip besluit raakt veel mensen: in het Medina-appartementencomplex, in het grote Mignot en de Block-complex, de owonenden Hertogstraat, de bewoners Oude Stadsgracht, en die van DELA Vastgoed.

Milieudefensie maakt bezwaar
Milieudefensie-deskundige Anne Knol schreef een brief aan de gemeenteraad om voor behoud van de Knip te pleiten. Dat hielp niet, de gemeenteraad stemde toch in met het verkeersbesluit.

Daarop maakte Milieudefensie formeel bezwaar. Dat is een coproductie van plaatselijk en landelijk. De Eindhovense Milieudefensievoorzitter Wen Spelbrink en idem secretaris Bernard Gerard dienden het bezwaar in op basis van een machtiging door landelijk (verantwoordelijk is daar Bram van Liere).
Omdat het bezwaar geen opschortende werking heeft, moest Milieudefensie tevens een voorlopige voorziening (VoVo) aanvragen dat de bouw niet mocht beginnen. Die staat gepland om eind juli 2019 te starten, als de Kanaalstraat af is.
De VoVo-procedure heeft inmiddels op 14 juni plaatsgevonden, waarbij voor Milieudefensie het woord gevoerd werd door Bram van Liere en juridisch adviseur Janneke Bazelmans (milieujurist).
Hieronder haar pleitnota.

(Bram van Liere en Janneke Bazelmans)

Daarna zal het bezwaar behandeld worden in de Commissie voor bezwaarschriften (datum nog niet bekend, doet Bernard Gerard) en eventueel in een daarop volgende bodemprocedure (maar daarover is nog geen besluit genomen).

De Voorlopige Voorziening-procedure op 14 juni 2019
De Voorlopige Voorziening (VoVo) kwam in de Rechtbank in Den Bosch aan de orde op 14 juni 2019, bij rechter Joyce Lie.

Janneke Bazelmans argumenteerde dat de Knip (volgens TNO) de meest effectieve maatregel was en dat geen Knip maar half zo goed werkte. Bovendien, stelde ze, was de Knip met de minister afgesproken (als onderdeel van het NSL) en daar mocht de gemeente niet zo maar op terugkomen. De gemeente had al in 2015 aan de norm moeten voldoen, en nog steeds was het gemeentelijke halfslachtig met een wazig resultaat als uitkomst. De gemeente shopte, volgens Bazelmans, selectief bij TNO.

De gemeente vond dat het allemaal heel anders in elkaar zat. De Knip was niet essentieel en ook zonder knip zou het al een stuk minder druk zijn. Men verwachtte dat er alleen nog bestemmingsverkeer op de Vestdijk zou zitten en dat doorgaand verkeer nu een andere route zou volgen. En de minister wist wel degelijk van de veranderde opzet af.
Verder meende de gemeente te weten (maar dat kon niet worden bewezen) dat het NO2-gehalte in 2018 net onder de 40 zou liggen (de tekening in de aanhef van dit artikel is over 2017).
Maar hoe dan ook, stelde de gemeente, kon je de eerste negen maand toch niet fatsoenlijk over de Vestdijk rijden, dus er was geen spoedeisend belang.
En ze gingen het monitoren, dus als het toch onvoldoende hielp, kwam er alsnog een knip.

Niet alles was goed te volgen, want rechter Lie nodigde de betrokkenen aan haar tafel uit en wat daar allemaal gesmiespeld werd, was vanaf de publieke tribune niet altijd goed te verstaan.

Rechter Lie vond het allemaal maar ingewikkeld en wilde er twee weken over nadenken. Dus tot 28 juni. Dan is duidelijk of ze vindt dat er genoeg spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit lijkt op dit moment niet een bij voorbaat gelopen race.

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen

Op 21 juni heeft de Rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Rechter Lie oordeelde dat het vereiste spoedeisende karakter ontbrak. Ze oordeelde dat de Vestdijk nog maanden slechts beperkt bruikbaar is, en dat de maatregelen die de gemeente neemt in een optimistisch scenario voldoende kunnen zijn. Ze heeft kennis genomen van de waarschuwende woorden van TNO over al te rooskleurige verwachtingen van het spontaan verschonen van het wagenpark, maar stelde daar tegenover dat er een nieuw onderzoek komt en dat de Knip alsnog kan worden aangelegd als blijkt dat dat nodig is.
Al met al vond rechter Lie het gemeentelijek standpunt niet evident onrechtmatig.
Hieronder de tekst van de uitspraak. Het is overigens een goed leesbaar vonnis.

Behandeling bezwaar

Inmiddels heeft het College van B&W laten weten niet binnen de wettelijk vereiste termijn van 6 weken (ingaand op 9 mei) een besluit te kunnen nemen op het bezwaar van Milieudefensie. Men neemt er nog uiterlijk 6 weken bij (wat mag). Dat eindigt op 1 augustus, dus in de vakantie.
Milieudefensie Eindhoven zal nadenken over hoe dit opgevangen wordt, indien nodig.

Een telefoontje naar de Commissie voor Bezwaarschriften leert, dat men het bezwaar van Milieudefensie en dat van andere bezwaarmakers in deze commissie ergens eind augustus of begin september denkt te behandelen. Een precieze datum is nog niet bekend.
De uitgebreide inhoudelijke behandeling van de bezwaren vindt dan dus plaats. Voor een dergelijke behandeling was in het kader van de Voorlopige Voorziening-procedure geen gelegenheid.
Nader nieuws volgt.

Actie helpt, maar soms anders dan je denkt
Al met al wordt de luchtvervuiling op de Vestdijk teruggedrongen, of dat nou linksom of rechtsom gaat, en sneller of langzamer. Wie tussen de oogharen doorkijkt, ziet over de grote lijn winst die er zonder actie niet geweest zou zijn.

Wordt vervolgd.

Gevolgen sluiten drie extra kolencentrales – Amercentrale blijft open

Het politieke besluit
De Staat der Nederlanden heeft het door Urgenda aangespannen proefproces verloren. De rechter bepaalde (ook in hoger beroep) dat Nederland in 2020 een kwart minder broeikasgassen moet uitstoten dan in 1990 . Dat gaan de Staat niet halen. Het PBL heeft becijferd dat het percentage tussen de 17 en de 24% zal liggen. Er is een gat van 2 tot 17 Mton CO2, eq  (een Mton is 1 miljard kilo).

Op 12 februari 2019 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin staat dat

  • De kolencentrale Hemweg (Amsterdam) voor 31 december 2019 dicht moet
  • De kolencentrales van Uniper en Engie op de Maasvlakte, en van RWE aan de Eemshaven voor in 2020 dicht moeten
Overzicht van de effecten van het ‘binnenlandse scenario’

Het CE Delft – onderzoek
Op verzoek van Natuur en Milieu, Greenpeace en het Longfonds heeft CE Delft doorgerekend wat dat voor gevolgen zou hebben. CE Delft heeft drie scenario’s opgesteld:

  • Het referentiescenario (bestaand beleid, waar de sluiting van de Hemweg al in zit, en waarin genoemde drie andere centrales doorfunctioneren t/m 2029)
  • Het kolencentrale sluiten-scenario, waarin genoemde drie centrales op 1 jan 2020 dichtgaan, en er in het buitenland niets verandert (het ‘binnenlandse scenario’) . Dit resulteert in extra gasstook en extra import
  • Een gevoeligheidsscenario, waarin in dezelfde periode ook extra kolen- en bruinkoolcentrales in Duitsland dichtgaan

Gevolgen van alleen het binnenlandse scenario:

  • Drie extra centrales sluiten jaagt binnen de Nederlandse staatsgrenzen 8 – 10,5 Mton broeikasgas minder de lucht in. Aan het vonnis is voldaan.
  • Omdat in het buitenland de centrales harder moeten werken, bederft dat de pret voor ongeveer de helft. Binnen de EU-grenzen is de daling 4 – 6 Mton.
  • De groothandelsprijs van stroom gaat een paar tiende cent/kWh omhoog (in 2020 van 4,2 naar 4,5 cent/kWh. Voor een gemiddeld huishouden scheelt dat ca €15 per jaar
  • Er komt wat minder gif in de lucht. Vooral voor zwavel scheelt het.
  • De stroomvoorziening blijft gegarandeerd
  • De drie centrales stoken wat biomassa bij. Dat telt als duurzame energie. Nederland moet van de EU 14% halen. Als de drie centrales niet gesloten worden, zou dat in praktijk op 12,3% blijven steken. Worden ze wel gesloten, dan is het 11,7% (plus of min flink wat).
  • De exploitant lijdt overal, opgeteld over 10  jaar, netto 2 miljard of minder verlies. De staat bespaart zich 1,2 miljard euro aan SDE+ – subsidie

Gaat tegelijk Duitsland ook centrales sluiten, dan moeten bij ons de gasgestookte centrales wat harder werken, en dat bederft de voordelen binnen de landsgrenzen in lichte mate.

Het ETS
Er worden wel eens lelijke dingen gezegd over het Emission Trade System, de koolstofbeprijzing van de EU. Het is een soort bonus-malussysteem waarin boeven rechten moeten aankopen en helden kunnen verkopen. Daar staat een prijs voor. Dat leidt tot een waterbedeffect.
Het totaalbedrag van alle rechten (de ‘cap’) daalt langzaam.
Tot voor kort was dat een farce, want er waren zoveel rechten uitgegeven dat de prijs effectief nagenoeg nul was (een paar Euro).
Maar er is flink ingegrepen. De cap gaat sneller dalen en er is in 2019 een soort verdwijnput geïnstalleerd, waarin alle ongebruikte rechten vernietigd worden voor zover het surplus meer is dan één jaar veiling.
Als de Nederlandse kolencnetrales inderdaad dichtgaan en  wel voor 2022, verdwijnen hun koolstofrechten in de verdwijnput.

Het verloop van de ETS-prijs (Sandbag)

Inmiddels is de prijs gestegen tot ca €24/ton CO2 . CE Delft verwacht dat de prijs verder stijgt tot €31/ton in 2025 en tot €46 in 2029.
Het begint te werken, maar eigenlijk zou de prijs nog hoger moeten worden.

De Amer 9 – centrale in Geertruidenberg
De Brabantse centrale is expliciet uitgezonderd in de CE Delft-studie. Dit op basis van politieke besluitvorming. In 2020 draait de centrale op 80% biomassa en 20% kolen, en dat moet uiterlijk 2030 toe naar 100% biomassa. Daarmee wordt de centrale niet langer gezien als een kolencentrale.

De Amercentrale

De centrale kan 600MW elektrisch leveren en 350MW thermisch aan de stadsverwarming. Maar die neemt uiteraard wisselend af en daarom prikt CE Delft de Amercentrale gemiddeld op 700MW. Het klinkt als een redelijke schatting.
Staat het ding 8500 uur per jaar aan, dan levert hij in totaal ongeveer 21 PJ, waarvan (bij 80%) 17PJ duurzaam. Dat tikt aan voor het Brabantse duurzame energie-budget.

Voor wie bezwaar heeft tegen biomassabijstook in elektriciteitscentrales, zie GroenLinks-conferentie over biomassa .

Milieudefensie tekent bezwaar aan tegen schrappen van ‘Knip Vestdijk’

De Vestdijk (een oostelijk onderdeel van de Eindhovense binnenring) laat al jaren luchtverontreinigingswaarden zien die boven de wettelijke norm liggen. Het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL) zegt dat de NO2 – concentratie jaargemiddeld maar 40 microgr/m3 mag zijn, maar daar zit de weg al jaren boven.

Het vorige College van B&W had plannen uitgewerkt om een ‘knip’ in de Vestdijk aan te brengen, waardoor deze niet langer als doorgaande route kon fungeren. Dat is een hele effectieve maatregel.

Het nieuwe College van B&W wil, onder druk van CDA en VVD, de Knip er weer uit hebben. Men hoopt (een beetje op de pof) dat minder vergaande maatregelen ook genoeg zullen blijken. Dit hoewel al in 2015 aan de norm voldaan had moeten zijn.

De landelijke Vereniging Milieudefensie heeft een bezwaar ingediend tegen het Verkeersbesluit van 02 april 2019, waarin een en ander wordt vastgelegd. Ik ben, samen met Wen Spelbrink (ook van Milieudefensie Eindhoven) gemachtigd om praktische zaken af te werken.

Hieronder de tekening en de volledige tekst van het bezwaarschrift.


Persbericht                                                              Eindhoven, 11 mei 2019

Milieudefensie tekent bezwaar aan tegen schrappen van ‘Knip Vestdijk’

De Vereniging Milieudefensie heeft formeel bij B&W bezwaar aangetekend tegen het Verkeersbesluit Vestdijk-ten Hagestraat-Kanaalstraat van 2 april 2019. In dit besluit wordt een herinrichting van de Vestdijk voorgesteld, waarin geen sprake is van een ‘knip’. In plaats daarvan wil het College van B&W een minder vergaande vorm van herinrichting, die tot veel minder reductie van de NO2 – concentratie leidt, en die bovendien berust op vooralsnog onzekere aannames.

Een ‘knip’ is een effectieve manier om de luchtvervuiling terug te dringen. Daaraan is behoefte, omdat Eindhoven al in 2015 aan de eisen van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) had moeten voldoen. Op maatregelen uit het NSL rust een uitvoeringsplicht.

Milieudefensie wijst erop dat niet aangetoond is dat het afgelasten van de knip, hoewel deel uitmakend van een kabinetsbesluit, bij de Minister gemeld is. Ook maakt het besluit niet afdoende melding van alternatieve en/of compenserende maatregelen.

Milieudefensie wil dat het verkeersbesluit wordt ingetrokken. Het voldoet niet aan de wet.

De Vereniging heeft twee bestuursleden van de regionale afdeling, dhr. B.J.M. Gerard en dhr. W.J. Spelbrink, gemachtigd om de Vereniging in praktische zaken m.b.t. dit verkeersbesluit te vertegenwoordigen.

Naast Milieudefensie hebben alle bewonersorganisaties uit de omgeving van de Vestdijk ook bezwaar aangetekend. Er is contact met hen geweest.

De volledige tekst van het bezwaar is als bijlage toegevoegd. Met vriendelijke groeten,
en tot nadere inlichtingen bereid,

Bernard Gerard
040-2454879
bjmgerard@gmail.com

Onze rechtszaak voor gezonde lucht heeft veel in gang gezet

Milieudefensie had een rechtszaak (proefproces) lopen voor schone lucht. Een tussentijds vonnis was ten gunste van Milieudefensie. Daardoor werden er veel extra maatregelen genomen, waardoor een uiteindelijk vonnis ongunstig was. Maar toen was er al veel bereikt.

Onderstaande tekst is overgenomen van de website van Milieudefensie. Zie eventueel https://milieudefensie.nl/actueel/onze-rechtszaak-voor-gezonde-lucht-heeft-hoop-in-gang-gezet .


De rechter besloot dat Nederland geen extra maatregelen hoeft te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit is natuurlijk teleurstellend, maar eigenlijk een gevolg van onze eerdere overwinning. Dat zit zo:

Nederland moet voldoen aan Europese wet voor luchtkwaliteit
Vandaag kregen we de uitspraak in het hoger beroep van de uitgebreide rechtszaak (bodemprocedure) voor gezonde lucht. We gingen in hoger beroep omdat we het niet eens waren met de vorige uitspraak. Wij eisten dat Nederland in ieder geval aan de Europese wet voor luchtkwaliteit zou voldoen. De rechter geeft ons daarin nu wel gelijk. Alleen zegt de rechter ook dat de overheid, na jaren van veel te weinig doen, inmiddels genoeg maatregelen neemt.

Maatregelen zijn resultaat van eerder gewonnen rechtszaak
Nadat we de eerdere rechtszaak (kort geding) hebben gewonnen heeft de overheid deze maatregelen genomen. De overheid moest aan de slag om de luchtkwaliteit te verbeteren, want door onze rechtszaak moest ze in ieder geval aan de Europese luchtkwaliteitswet voldoen. En volgens de rechter heeft Nederland nu genoeg maatregelen genomen om aan die eis te voldoen. Hier zijn wij het niet mee eens, maar dat de overheid maatregelen neemt is een mooie winst.

Onze rechtszaak was dus zeker nuttig en heeft een hoop in gang gezet!

Oplossingen
Gelukkig heeft de politiek uiteindelijk geen rechter nodig om aan de slag te gaan, maar vooral daadkracht. Overheid en gemeenten kunnen met de  juiste maatregelen de lucht een stuk gezonder maken. Zoals minder ruimte geven aan vervuilende auto’s, scooters en busjes. En juist meer ruimte geven aan duurzaam verkeer, zoals fietsen, lopen en schoon ov. Ook kan Nederland andere vervuiling van bijvoorbeeld de industrie, houtrook, intensieve veehouderijen of scheepvaart aanpakken om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Onze eisen
Door ongezonde lucht overlijden in Nederland jaarlijks 20.000 mensen. Nog veel meer mensen worden ernstig ziek. Dat moet en kan anders. Daarom stapten we naar de rechter. Vandaag was het hoger beroep in de bodemprocedure, de uitgebreide rechtszaak die sinds 2016 loopt. We stelden 3 eisen:

Eis 1: Nederland moet zich houden aan de Europese wet.
Nederland houdt zich niet aan de Europese luchtkwaliteitswet. In die wet staat hoeveel vervuilende stoffen er maximaal in de lucht mogen zitten. De luchtkwaliteit is op sommige plekken slechter dan is toegestaan. Wij hebben geëist dat de overheid dit zo snel mogelijk oplost. Ze moet goede plannen maken, waardoor er minder giftige stoffen, zoals fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in de lucht komen.

Door de druk van onze rechtszaak is het luchtbeleid al wel aangepast. Het is alleen nog steeds niet genoeg. Om aan de Europese wet te voldoen moet de overheid het beleid aanscherpen.

Eis 2: Nederland moet het voorzorgsprincipe gebruiken.
Er is altijd een risico dat de hoeveelheid  vervuiling op een bepaalde plek een beetje meer of minder     is dan vooraf ingeschat. Als je overal aan de norm wilt voldoen die in de Europese wet staat, zul je daar rekening mee moeten houden. Wij hebben geëist dat de overheid geen risico meer mag nemen op het overtreden van de wet. Uit voorzorg moet ze, vinden wij, een ruimere marge aanhouden op de hoeveelheid vieze stoffen die in de lucht komen.

Eis 3: Nederland moet de mensenrechten respecteren.
Gezonde lucht is een mensenrecht. Daarom zijn er grenzen gesteld aan de hoeveelheid giftige stoffen in de lucht. Maar voor echt gezonde lucht moeten die regels veel strenger. De Gezondheidsraad en Wereldgezondheidsorganisatie zeggen dat het daarvoor zelfs 2 keer zo streng moet. Wij zijn het hier helemaal mee eens. Want de huidige Europese wet beschermt onze gezondheid niet. Daarom hebben we geëist dat Nederland de adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie op gaat volgen, Want elke dag die we in ongezonde lucht leven, is er een te veel.

Bekijk de tijdlijn:

Dankjewel Luchtwachters, petitietekenaars, crowdfunders en mede-eisers!
Onze rechtszaak was niet mogelijk geweest zonder de crowdfunders, petitietekenaars, mede-eisers en Luchtwachters. De Luchtwachters hebben het afgelopen jaar enorm geholpen met onderzoek, lobby en acties. Ze hebben bijvoorbeeld hun lokale politici scherp gehouden, bewustwording gecreëerd in hun buurt en handtekeningen verzameld voor de petitie. Heel erg bedankt daarvoor!

Hoe nu verder?
We gaan nu in overleg met onze advocaat over onze mogelijkheden en eventuele vervolgstappen. Want dankzij onze druk  heeft de overheid de maatregelen rond luchtkwaliteit wel aangescherpt, maar dat is nog niet voldoende. Daarin verschillen we dus van mening met de rechter. Dus ook de komende tijd blijven we ons inzetten voor gezonde lucht.

Lees hier de volledige uitspraak.

Het objectiveren van de geur van varkensbedrijven

De context
De vergunningverlening aan veehouderijen op geurgebied stemt tot niemands genoegen.
Op de eerste plaats omdat momenteel in vergunningen middelen worden voorgeschreven (bijvoorbeeld een luchtwasser), maar geen doelen (bijvoorbeeld een toevoeging aan de ammoniakachtergrond die kleiner is dan een gespecificeerd getal). Doelvoorschriften zijn in de milieukunde gebruikelijk. Dat de oppervlakte binnen de 35Ke-contour rond Eindhoven Airport kleiner moet zijn dan 10,3km2 is bijvoorbeeld een doelvoorschrift.
Dat dat gebeurt (de tweede plaats) is bij gebrek aan beter. Er bestaat geen wetenschappelijk systeem dat reproduceerbaar ‘geurstoffen’ kan meten. Het OU-systeem is in essentie niet wetenschappelijker dan betogen over de fruitige afdronk en het nootmuskaatvleugje in rode wijn.
Gegeven dit alles (ten derde) wordt het effect van een stal op de omgeving gebaseerd op rekenmodellen, met daaronder ‘forfaitaire aannames’. Een kraamzeug staat in de Regeling Ammoniak en Veehouderij ( https://wetten.overheid.nl/BWBR0013629/2019-01-01 ) , categorie D 1.2.5, mestgoot met mestafvoersysteem voor 3.2 kg ammoniak per jaar. Maar de ene zeug is de andere niet, de ene luchtwasser niet de andere en idem de exploiterende boer. En bovendien heb je dan alleen een cijfer voor ammoniak, maar niet voor de veelheid aan andere stankstoffen.
Daardoor kan het gebeuren dat een veehouderij, die aan de middelen-voorschriften voldoet, toch stinkt. En kan een boer die zijn bedrijf beter runt dan gemiddeld, dat niet laten zien.
Ten vierde is het moeilijk om de aanvaardbaarheid (en daarmee de vergunbaarheid) van nieuwe stalconcepten vast te stellen. Immers, hoe moet men die aanvaardbaarheid vaststellen?

De wazigheid ondermijnt op het platteland het onderlinge vertrouwen.

Een pilot om stank kwantitatief te meten
Er is behoefte aan een systeem dat een complexe zaak als ‘geur’ betrouwbaar kan meten.

De provincie Noord-Brabant heeft een pilot opgestart (uitgevoerd door Connecting Agri&Food – CAF) bij vijf Brabantse varkensbedrijven (in Reusel de Mierden, Sint Antonis, Bernheze, Boekel en Someren). Om het complexe probleem niet nog complexer te maken, zijn gebieden uitgezocht waar geen conflicten bestonden.
De deelnemende boeren moesten elk twee buren uitzoeken.
Boeren en buren kregen een logboek, waar ze, in de tweede en derde week van november 2018, hun handelingen respectievelijk ervaringen moesten noteren.

Bij één bedrijf werden sensoren in de stal gezet, bij alle vijf de boeren buiten de stal, en ook bij de buren. Een en ander vroeg om een hoop gepionier. De sensoren moeten nogal wat kunnen hebben, en een grote meetrange. Binnen de stal heb je hoge concentraties, erbuiten zit je vaak tegen de ondergrens aan van wat de sensoren kunnen meten (vandaar de stapsgewijze uitkomsten). Het bedrijf Whysor moet hier met waardering genoemd worden.

Eén type sensor mat alleen ammoniak (NH3 ), één type diende voor zwavelwaterstof (waterstofsulfide, H2S) en één type voor een pakket aan Vluchtige Organische Componenten (VOC), zoals die hierboven in de tabel staan.
De VOC-groep blijft, door technische problemen, in praktijk voornamelijk beperkt tot indicatieve uitkomsten (de eerste VOC-sensor bleek vooral op de luchtvochtigheid te reageren en is vervangen). ‘Oude’ VOC-metingen hebben nog betrekkelijk weinig waarde.
De sensoren maten om de vijf minuten en gaven de resultaten door aan een automatisch datalog-systeem, dat naast de directe meting ook voortschrijdende 2 uurs-gemiddeldes produceerde.

Geur is (net als geluid) een mengsel van objectieve en subjectieve factoren.
Er zijn concentraties (net als er deciBellen zijn), maar er zijn ook belevingsaspecten – de neus zit zogezegd tussen de oren. Dat weerspiegelt zich in per individu zeer uiteenlopende geurdrempels.

Het is gepast om de nodige relativeringen uit te spreken, en er moet inderdaad nog veel gebeuren, maar dat gezegd zijnde liggen er toch interessante resultaten.

De gegevens zijn in de maat ‘ppm’, waar µgr/m3 gebruikelijker is (ook in de regelgeving).
1 ppm ammoniak = 706 µgr/m3 en 1 ppm zwavelwaterstof = 1412 µgr/m3.

De groene punten zijn de H2S-niveaus in de stal, de blauwe buiten de stal, en de rode bij de buren.
De stapsgewijze uitkomsten zijn omdat de sensor aan de onderkant van zijn bereik gebruikt wordt.
De pieken treden op als de varkens gevoerd worden.
Voor zover bekend, treden bij dit soort concentraties bij mensen nog geen medische effecten op (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Waterstofsulfide ). Het stinkt wel in die stal.

Windrichting en windsnelheid hebben invloed op de hinder

De tekst van het onderzoek is hier te vinden –> eindrapport CAF geurmetingen varkenshouderij_04feb2019_provincie
Een iets oudere, maar nagenoeg identieke versie, is met enig gezoek te vinden op www.brabant.nl/search/brabant?q=Geurmetingen .

Dierenwelzijn
Uit (hier niet getoonde) grafieken blijkt dat de ammoniakconcentraties in stallen systematisch rond de 30 a 35 ppm liggen (dus 21 tot 25 mg/m3). Dat is fors hoog. Voor menselijk publiek zou dat verboden zijn.
En een flink deel van de groene stippen bij de H2S – grafiek ligt boven de menselijke geurdrempel, en waarschijnlijk dus nog meer boven die van varkens. Blij dat ik niet als varken in een stal lig.
De studie schrijft niet over dierenwelzijn.

Het vervolg
Zoals gezegd moet men de uitkomsten relativeren. De techniek moet verder ontwikkeld worden en er zit veel ruis op de lijn (gevolgen waar geen oorzaak bij gevonden wordt, en omgekeerd).
Desalniettemin loont het om hiermee door te gaan. Dat is de provincie dan ook van plan, liet ze weten in een Statenmededeling van 12 maart 2019.

Anne Knol (Milieudefensie) stuurt Eindhovense Raad brief over Vestdijk-knip

Anne Knol, die bij Milieudefensie landelijk verantwoordelijk is voor het onderwerp luchtkwaliteit en verkeer, heeft aan de Eindhovense gemeenteraad onderstaande brief gestuurd. De Eindhovense Raad bespreekt het opheffen van de eerder afgesproken knip in de Eindhovense Vestdijk, de locatie in Eindhoven met de grootste overschrijding van de jaargemiddelde NO2 – concentratie.

Geachte raadsleden,

Vanavond bespreekt u het schrappen van de knip op de Vestdijk in uw meningsvormende vergadering. Milieudefensie vindt het schrappen van de knip op de Vestdijk een slecht besluit:

– luchtvervuiling kost jaarlijks 20.000 mensenlevens

– de knip is een zeer effectieve maatregel tegen luchtvervuiling

– de uitvoer van de knip valt onder een wettelijke verplichting

Luchtvervuiling kost jaarlijks 20.000 mensenlevens

In Nederland sterven jaarlijks 20.000 mensen aan de gevolgen van luchtvervuiling. Ademen in Eindhoven brengt de gezondheid van uw inwoners evenveel schade toe als het meeroken van 6,3 sigaretten per dag.

De knip is een zeer effectieve maatregel tegen luchtvervuiling

De knip zorgt voor een afname van luchtvervuiling en daarmee voorkomt het ziekte en sterfte bij uw inwoners. Het is een zeer effectieve maatregel gebleken uit de doorrekening van TNO bij de aanpassing van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in 2018. Volgens de TNO berekening zou de knip en daarbij behorende aanvullende maatregelen een verkeersreductie van ongeveer 45% laten zien. Dat is meer dan de 20% reductie zonder knip. Volgens ditzelfde TNO is het verschil met of zonder knip in 2020 2,8 microgram/m3 NO2. Er zijn weinig lokale maatregelen die zo effectief zijn. Daarom is het onbegrijpelijk dat uw college deze maatregel voor gezonde lucht niet neemt. Mochten zich luchtkwaliteitsproblemen voordoen in omliggende wijken, is de enige juiste oplossing om de problemen aldaar óók aan te pakken, en niet om het oude probleem – de zeer slechte luchtkwaliteit op de Vestdijk- weer in volle glorie te herstellen.

De uitvoer van de knip valt onder een wettelijke verplichting

Het schrappen van de knip is niet in overeenstemming met juridische verplichtingen. De aanpassing van het NSL was het gevolg van het door Milieudefensie gewonnen kort geding voor gezonde lucht tegen de Staat. Hieruit blijkt dat uw college zich op glad ijs begeeft. Op maatregelen in het NSL berust immers een uitvoeringsplicht. Bovendien zou volgens het college de norm op zijn vroegst pas in 2020 worden gehaald. Dat is een jaar later dan met de knip, terwijl de norm in 2015 al gehaald moest zijn. Sindsdien moet Nederland op zo kort mogelijk termijn aan de normen voldoen. Door deze maatregel te schrappen negeert uw college deze juridische plicht.

Milieudefensie vraagt u, als hoogste orgaan van uw gemeente, de knip alsnog te doen realiseren.

Hoogachtend,

Anne Knol
Campagneleider Verkeer

Meer informatie:

www.ed.nl/eindhoven/meningen-verdeeld-over-schrappen-knip-in-vestdijk-eindhoven~a715fec1/

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/217440/Brabander-rookt-bijna-zes-sigaretten-per-dag-door-ongezonde-lucht

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=23229d3b-243b-4006-9006-ba5cb45d210a&title=TNO%20Rapport%20Luchtkwaliteit.pdf

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/nsl/uitvoering/

Milieudefensie biedt ruim 30.000 handtekeningen aan over schone lucht

Eisen en ondertekening door politieke partijen dd 07 mrt 2019, Milieudefensie

Milieudefensie en De Luchtwachters hebben op donderdag 07 maart een 30478 maal ondertekende petitie aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de eisen zie bovenstaande afbeelding.

Voor de Tweede Kamer waren aanwezig Suzanne Kröger van GroenLinks, Cem Laçin van de Socialistische Partij, Frank Wassenberg van de Partij van de Dieren, en Carla diks van de Christen Unie. Hun handtekeningen staan onder de eisen.
Kort na de aanbieding was het Algemeen Overleg Leefomgeving , waar onder andere Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) aan de orde zou komen.

Namens het Team Verkeer van Milieudefensie werd het woord gevoerd door Rob van Elburg.

Aanbieding 30478 handtekeningen schone luchtpetitie 07 mrt 2019, Milieudefensie.
Ik zit op de trottoirrand

Zie ook https://milieudefensie.nl/actueel/30-478-mensen-willen-gezonde-lucht-en-duurzaam-verkeer .

Luchtvervuiling rond vliegvelden en synthetische kerosine

De duurzame brandstof-tafel
Er is in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport een gespreksgroep opgericht, die zich bezig houdt met de eventuele invoering van duurzame brandstof op Eindhoven Airport. Op het moment dat dit geschreven wordt, heeft er nog maar één kennismakingsvergadering plaats gevonden waarbij de hele groep aanwezig was, plus een sessie in kleine kring op het ministerie van I&W. Wat er uit gaat komen moet dus nog blijken. Het eerste gesprek ging goed.

Duurzame brandstof betekent op dit moment biokerosine. Daarvoor bestaat een soort kip-ei verhaal: is duurder –> geen vraag –> geen productie –> geen schaal –> geen prijsverlaging. En ook na een eventuele prijsverlaging  zal het wel duurder blijven en dat moet dan maar op een of andere manier verrekend worden. Mogelijk zou het Eindhovense vliegveld hier wat kunnen gaan betekenen.
Er is momenteel bijna geen biokerosine te koop. De prognoses zijn dat er op termijn meer kan worden, zeker niet genoeg voor heel Europa, maar wel genoeg voor Nederland en dus ook voor Eindhoven Airport. Biokerosine is een goed begin, maar je haalt er het einde van de taak niet mee.

Biokerosine heeft voordelen. Het spaart, over zijn hele levenscyclus, CO2 uit (van de EU moet dat minstens 60% zijn, maar de vuistregel is 80%), en biokerosine verbrandt veel schoner. Ongemengde biokerosine is, anders dan conventionele kerosine, (nagenoeg) zwavelvrij en bevat normaliter geen aromatische verbindingen. Zwavel leidt tot ultrafijn stof en aromaten leiden tot extra veel roet (zie voor een eerder artikel Roet en zwavel uit straalmotoren: dat kan veel minder).
De eenvoudigste aromaat is benzeen (een ringvormige koolwaterstof). Daaraan kunnen allerlei toevoegingen geplakt zitten en dat zijn dan de zwaardere aromaten.

Bij het taxien en het proefdraaien ontwijkt er altijd niet of gedeeltelijk verbrande kerosine. Het zou voor de omgeving een slok op een borrel schelen als taxiën op de straalmotoren op Eindhoven Airport verboden werd, en als de vliegtuigen op eigen elektrische kracht of met elektrokarretjes gesleept, hun posities zouden innemen.

Sommige mensen zeggen dat ze kerosine kunnen ruiken en denken daarbij dat die kerosine in de lucht geloosd is. Van vliegtuigen in Duitsland is inderdaad bewezen dat ze in de lucht kerosine lozen, maar voor Nederland is daar niets van bekend. Aannemelijker is dat die mensen het taxiën ruiken (of het proefdraaien).  

Als er in biokerosine geen aromaten zitten, dan kunnen die ook niet vrijkomen, is de redenering. Meer specifiek zou er dan minder benzeen vrijkomen.

Benzeen
Bij het woord ‘benzeen’ gingen belletjes rinkelen. Bij mij en bij een, chemisch deskundige, kennis van een BVM2-vrijwilliger.

Benzeen is namelijk gore zooi. De IARC heeft het geclassificeerd in categorie 1 als ‘zeker kankerverwekkend’, want je krijgt er (onder andere) leukemie van. De kennis stuurde artikelen van het NIOSH (zeg maar, de Arbeidsinspectie van de VS) en andere artikelen met deze boodschap.
Ik had zelf ook gegoogled. Je vindt dan al snel veel materiaal van de luchtmacht van de VS, die het personeel op de bases heel wil houden als ze vliegtuigen bijtanken of repareren. Metingen geven aan dat het er bij vlagen ruig aan toe gaat met de benzeenconcentraties.


(Benzene and naphtalene in air and breathe as indicators of exposure to jet fuel_Rappaport ea_2003)

Ter vergelijking: de Nederlandse atmosferische norm is 5µgr/m3. De benzeenconcentraties in stedelijk gebied in Nederland zitten rond de 1µgr/m3.
Metingen door de provincie in 2012 bij het hek van Eindhoven Airport, bij de Spottershill, leverde dit op:


Door de provincie uitgevoerde meting over 2012 op de Spottershill bij EhvAirport

Voor een goed verhaal over benzeen in Nederland zie www.clo.nl/indicatoren/nl0457-benzeen .

Benzeen heeft een grote hazard en in een vliegtuighangar van de VS kan dat ook wel een grote risk worden (jargon voor een potentieel en een reëel bestaand gevaar), maar het feitelijk gevaar van benzeen, indien aanwezig, op en rond Nederlandse vliegvelden is een stuk beperkter dan in die hangar.

Op de eerste plaats omdat er in conventionele kerosine weliswaar 10 tot 20% aromaten zitten, maar dat zijn bijna allemaal zwaardere aromaten. Het benzeengehalte zit een eind onder de 1%. Dat is logisch, want de destilleerkolom sorteert naar kookpunten, en het kerosinemengsel zit tussen de 160 en 250°C. Benzeen kookt bij 80°C.
Diezelfde vluchtigheid maakt dat het beetje benzeen, dat wel in kerosine zit, er onevenredig snel uit verdampt, waardoor het bij bijv. het tanken en reparaties toch een factor van betekenis wordt. Maar ook uit een draaiende straalmotor komt benzeen, meer zelfs dan er in de brandstof zat, omdat door de hitte de zwaardere aromaten soms uiteenvallen tot lichtere, waaronder benzeen.De vrijgekomen benzeen verspreidt zich, houdt het een paar dagen uit in de atmosfeer, en draagt dus bij aan een hogere concentratie dan die er zonder vliegveld zou zijn. Die achtergrond wordt door veel meer zaken beïnvloed, zoals het autoverkeer (op de nabijgelegen Poot van Metz rijden ca 150.000 auto’s per etmaal), industriele processen (benzeen is een oplosmiddel), bosbranden en tabaksrook.
De schaarse metingen die elders uitgevoerd zijn, kunnen benzeen in gunstige omstandigheden en in relevante concentraties apart van de achtergrond detecteren, op afstanden tot pakweg een kilometer.

Vooralsnog vind ik benzeen uit kerosine vooral een ARBO-probleem. De vakbond zou zich er mee bezig moeten houden.
Het laatste woord is er echter, wat mij betreft, nog niet over gezegd.

Zwaardere aromaten zijn ook giftig, maar anders en minder. Het zijn soms organische oplosmiddelen. Ze kunnen bijv. een invloed op het centraal zenuwstelsel hebben, maar gelden niet als kankerverwekkend. Het IARC beschouwt jet fuel in zijn totaliteit als “niet kankerverwekkend”

Ander vergif
In een ideale wereld zou kerosine volledig verbranden. In de praktisch bestaande wereld ontstaan er ook zwaveloxides (SOx), stikstofoxides (NOx), koolmonoxide (CO), roet (Csoot) en on- of halfverbrande koolwaterstoffen (UHC), Die laatste worden ook wel eens aangeduid als VOC of NMVOC, (Non-Methane) Volatile Organic Compound.
Dit verhaal gaat vooral over de UHC of VOC.

Daarvan zijn er een heleboel, en een deel daarvan is ook weer toxisch.

Deze gegevens zijn overgenomen uit het project Longe Range-Transboundary Air Pollution (LRTAP), juli 2017, van de European Environment Agency (EEA). Ze zijn gemiddeld over een LTO: Landing and Take Off – een cyclus met één start (annex taxien) en één landing. LTO wordt gedefinieerd als het vluchtdeel dat onder de 3000 voet hoogte zit (zowat een kilometer).
Een getal * 100 is een percentage van het totaal aan VOC. Dus 12,31% van de VOC bestaat uit formaldehyde en dat is (d) gevaarlijk onder de U.S. Clean Air Act en (f) valt onder een dbase van de U.S. EPA. En 1,68% bestaat uit benzeen en dat is (d) gevaarlijk .
Het geheel telt met een post ‘onbekend’ van 29,21% op tot 100%.
De getoonde precisie is overigens idioot.

Nu is het altijd interessant van wat precies het percentage genomen is. Vandaar bovenstaande tabel (ook LRTAP).
Die gaat ook over één gestandaardiseerde LTO. Een Airbus A320 (die voor een vijfde van het verkeer op Eindhoven Airport zorgt) verbrandt bij één LTO 816,17kg brandstof. Dat leidt tot 1,64 kg UHC. Ergo produceert een A320, gemiddeld over één LTO-fase, 2,0 gr UHC per kg brandstof (1640gr/816kg).
Van die 2,0 gr UHC bestaan dus 1,68% uit benzeen (en 12,31% uit formaldehyde, enz).
Dus produceert een A320 over een LTO gemiddeld 0,034 gr benzeen per kg brandstof.
CE Delft noemt in zijn studie over de emissies, die in sept 2018 gepubliceerd is, dat in het referentiescenario in 2019 in de LTO-fase 46300 ton CO2 geloosd wordt, hetgeen neerkomt op 14700 ton brandstof. Eenvijfde daarvan is A320. Ergo blaast die 100 kg benzeen de lucht in ( 14700000 * 0.034gr * 1/5de).
B737 lozen per kg ongeveer half zo veel. Ergo blazen de B737 ongeveer 200kg benzeen de lucht in (14700000 * 0.034gr * 4/5de * een half).
Totaliter is Eindhoven Airport goed voor ongeveer 300kg benzeen per jaar.

Zo kan men de rest ook uitrekenen (liever: schatten).

Als de gassen afkoelen, condenseren sommige stoffen tot (gemengd samengestelde) druppels of tot laagjes op roetkorrels. Die tellen mee voor het (ultra)fijn stof.

Het terugdringen van toxische emissies en synthetische kerosine
Ik ben mij gaan interesseren voor deze materie omdat BVM2 in zijn Manifest eiste dat de luchtvervuiling minder moest worden. Om dat waar te kunnen maken tegenover, vaak partijdige, onderzoeksbureau’s , moet BVM2 er een gevoel voor hebben van wat wel en niet kan. Vandaar deze research. Je wordt nu tenminste niet zomaar omver geluld.

Minder luchtvervuiling kan op vier manieren:

  • Minder vliegtuigen
  • Minder brandstof per vliegtuig (zuiniger vliegtuigen)
  • elektrisch taxiën of slepen
  • Minder vuile kerosine (om precies te zijn: met een lagere uitstoot per kg brandstof).

Dit verhaal gaat dus over het laatste.Een methode bestaat uit het overgaan op synthetische kerosine.  Dat kan zijn Gas To Liquid (GTL), biokerosine of (de nog experimentele) Power to Liquid. De laatste twee zijn, behalve schoner, ook beter voor het klimaat. De aandacht in de vliegsector gaat dus nu uit naar biokerosine.
Die is hierboven al aan de orde geweest. In het plaatje van Wuebbles (Aircraft Fuel Combustion) zet biokerosine, indien ongemengd, een kruis door de post SOx (en de bijbehorende vervolgproducten) en door het grootste deel van de post ‘roet’. In praktijk is voorlopig 30 tot 50% hiervan haalbaar, omdat vooralsnog tot dat percentage mag worden bijgemengd .

In ongemengde biokerosine zitten normaliter geen aromaten. Er zit dus geen benzeen in en ook geen zwaardere aromaten, die kunnen ontleden tot benzeen. Bij het tanken krijg je dus geen benzeen in je hangar en bij het taxiën in principe geen, en in praktijk een klein beetje benzeen uit de straalpijp.
In het lange lijstje vallen sommige verbindingen weg, namelijk de aromatische (bijv. tolueen of C4-benzeen etc).

Voor stoffen uit de aldehydegroep (zoals formaldehyde) is synthetische kerosine geen oplossing. Daartegen helpen alleen de simpele voorschriften minder vliegtuigen, minder kerosine per vliegtuig en elektrisch taxiën

Metingen wijzen uit dat het verbranden van synthetische kerosine inderdaad tot minder VOC’s leidt. Zie ook Bijgemengde biokerosine leidt tot halvering deeltjesuitstoot

(Falcon van de NASA meet de uitlaatgassen van een DC8)



Presentatie verduurzaming Helmondse stadsverwarming

Voorgeschiedenis
Helmond was vroeger een ‘Groeistad’. In die tijd moest Helmond, bijna geforceerd, groeien. Er zijn toen in relatief korte tijd 14000 nieuwe huizen bij gekomen. Men vond toen (we spreken jaren ’70 vorige eeuw) dat daar een modern verwarmingssysteem bij hoorde. Zodoende is toen de Helmondse stadsverwarming ontstaan in het Zuiodoostelijk deel van Helmond. Bij de elektriciteitsprijzen van toen kon een Warmte-Kracht Koppeling (WKK) rendabel draaien (op gas).
Nadien is er, mede door verwaarlozing en omdat stadsverwarming, bij de huidige elektriciteitsprijzen, een economisch marginale activiteit is, de klad in gekomen. Er bouwde zich steeds meer onvrede op en die had soms gerechtvaardigde gronden.

Nadien is de Helmondse stadsverwarming, met onvrede en al, overgenomen door Ennatuurlijk (een onderneming waarachter het pensioenfonds PGGM en Veolia). Zie https://ennatuurlijk.nl/ .
De onvrede mondde uit in een burgerinitiatief richting de gemeenteraad van Helmond. Op 1 dec 2015 stemde de Helmondse raad in met het voorstel “Verduurzaming Stadsverwarming, Versnelling duurzaamheid”.
Zie voor verdere informatie, onder andere technische, www.bjmgerard.nl/?p=2556 .

Mireille Jongen (Ennatuurlijk) in de Helmondse raadscommissie op 19 feb 2019

De presentatie van het verduurzamingsonderzoek
Op 19 febr 2019 presenteerde Mireille Jongen namens Ennatuurlijk aan de Helmondse Opiniecommissie Omgeving hoever men was met denken. Ik ben op de publieke tribune gaan zitten.
De volledige tekst van de presentatie kan worden gevonden op https://helmond.raadsinformatie.nl/document/7328692/1/CN_Presentatie_Ennatuurlijk_verduurzaming_Helmond_(19_feb_2019)

Jongen benadrukte eerst dat Ennatuurlijk de laatste drie jaar hard gewerkt heeft om alle bestaande problemen op te lossen. De emoties waren weggezakt.

Verduurzaming blijkt nog niet zo eenvoudig.
Ennatuurlijk heeft gekeken naar zes opties, die ik hier geef met enig commentaar mijnerzijds.

  • Industriële restwarmte, waarover men oordeelt dat het afvalt want ‘onvoldoende warmte beschikbaar”. Toch leveren de Asfaltcentrale, de Voergroep Zuid, Coppens (BZOB) en Van Rooi Meat samen 23% van de warmtevraag. Ik vind het merkwaardig om deze bijdrage af te schrijven.
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (Ennatuurlijk, 19 feb 2019, Helmond)
  • Energie uit het oppervlaktewater (Thermische Energie Oppervlaktewater, TEO). Helmond heeft met de Nieuwe Aa en de Zuid-Willemsvaart veel bruikbaar oppervlaktewater. Dit is volgens Ennatuurlijk financieel onrendabel en is on hold gezet. Dit moet opgelost worden, voorlopig met subsidiemogelijkheden.
  • Zonthermie (dus warmte en geen stroom). Daartoe zou een veld van 65000m2 ontwikkeld moeten worden tussen het bedrijventerrein Bokhorst en de Zuid-Willemsvaart. Deze omvang heeft in Nederland nog geen precedent.
    Dit is volgens Ennatuurlijk financieel onrendabel en is on hold gezet.
    Dit moet opgelost worden, voorlopig met subsidiemogelijkheden.
  • Biomassa. Dat is waar uiteindelijk in eerste instantie voor gekozen wordt, op basis van afval- en snoeihout uit de omgeving.
    De tekst bij het biomassaplaatje is niet heel duidelijk. Inzet zou t.o.v. de huidige inzet 19000 ton CO2 per jaar schelen, omgerekend 10 miljoen Nm3aardgas, goed voor 320TJ/y. Dat betreft een besparing van 80% op de CO2 (een soort standaardwaarde voor veel biomassa), dus zou de biomassa goed moeten zijn voor 400TJ/y . Bij de genoemde 15MW zou  de centrale dan 7400 van de 8760 uur in een jaar draaien. Als  die 15MW jaargemiddeld is (de STEG’s die er staan kunnen 25MW warmte leveren per stuk en men wil er één vervangen), zou het misschien kunnen.
    De presentatie is hier niet erg informatief.
  • Duurzame samenwerking met de industrie. Daarover werd niet veel gemeld. Gaan daar misschien de potentiele bijdragen, die onder het eerste punt genoemd zijn, naar toe?
  • Geothermie. Dit wordt onderzocht en kan misschien een optie zijn voor de toekomst. Even afwachten hoe dat uitpakt vanwege de geologische breuken in de regio.
de diverse mogelijkheden voor verduurzaming in helmond

In de raadsdiscussie werden vragen gesteld en ontstond discussie. Het meeste ging over de biomassacentrale. De gebruikelijke misverstanden passeerden de revue, onder andere over dat

  • biomassa bij verbranding per GJ meer CO2 in de lucht brengt dan aardgas (wat waar is, maar irrelevant omdat je over de hele levenscyclus moet rekenen)
  • houtstook geassocieerd wordt met milieuvervuiling (wat voor huishoudelijke stookinrichtingen ongetwijfeld waar is, maar niet waar is bij professioneel geleide industriële inrichtingen. De installatie krijgt drie filterstappen. De biomassainstallatie in Meerhoven werd als voorbeeld genoemd (verantwoordelijk wethouder Maas) en daarover wordt niet geklaagd.

De vraag die niet gesteld werd) en die ik zelf wel had willen stellen) was hoeveel van het gewenste snoeiafvalhout de regio eigenlijk leveren kan. Als en Helmond en Meerhoven en StrijpS (beide Eindhoven) snoeiafvalhout willen, is er dan genoeg? En als er nog meer steden op hetzelfde heldere idee komen?
Ik heb zelf niet de ideologische preoccupatie tegen biomassa, die velen in de milieubeweging hebben. Mijns inziens kan biomassa een bijdrage leveren aan duurzame energie. De vraag is voor mij niet dat die bijdrage er is, maar hoe groot die is en welke voorwaarden gehanteerd worden.

Mijns inziens moet de regio urgent een soort structuurvisie voor biomassa maken.

Tijdschema verduurzaming Helmondse stadsverwarming

Ammoniakemissies, – concentraties en -depositie van 2005 – 2016

Het politieke belang
De emissie van ammoniak, de opbouw van ammoniak in de atmosfeer, en het neerdalen (‘depositie’) van ammoniak op en in de bodem zijn politiek heftig omstreden onderwerpen. Ze hebben namelijk een direct verband met de veeteelt.
Ammoniak komt voor grofweg 85% uit de veeteelt, ongeveer fifty uit de stal en uit het uitrijden van mest. Tegen de emissie vanuit de stal moeten luchtwassers worden ingezet en daar heeft geen enkele boer zin in. Ze kosten kapitalen en vreten stroom. En ze helpen niet bij het uitrijden van mest.
Nu het water veel boeren tot de lippen staat, en de ammoniak tot de neusgaten, is er een markt voor twijfelzaaiers en boerenpartijen of anti-milieupartijen als de PVV en het SGP, CU en CDA zijn daar vatbaar voor. Op gezette tijden staan er beroepstwijfelzaaiers op, zoals bijv. Crok en Hanekamp, om met hele, halve en onwaarheden te tetteren dat er geen probleem is en dat de linkse kerk het helemaal verkeerd ziet.
En bijna altijd ligt dan het RIVM onder vuur, omdat dat nu eenmaal de instantie is die over dit onderwerp gaat.
Ik heb er bij een eerdere gelegenheid al op deze site over geschreven (zie www.bjmgerard.nl/?p=4332 ).

Het gas ammoniak (NH3 ) stinkt en is toxisch. In een stal kan de concentratie hoge waardes bereiken, die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier, maar buiten de stal dalen de concentraties zo snel dat in de vrije atmosfeer de concentraties ver onder gezondheidsbedreigende waarden liggen. Het kan wel stinken – men ruikt ammoniak al voor het gevaarlijk wordt.
De oplossing van ammoniak in water (dat heet ammonia) wordt in huishoudens gebruikt, maar is niet onschuldig – alleen met enig verstand gebruiken.

Het grootste probleem is dat ammoniak op en daarna in de grond komt en bijdraagt aan de verzuring en vermesting van de bodem. In grote delen van Brabant gebeurt dat in enorme hoeveelheden. Dat tast de natuur aan en daar, waar die Europees beschermd is (de Natura2000 – gebieden) leidt dat tot juridische problemen. Vandaar in eerste instantie de luchtwassers.

Iets over de stikstofscheikunde
Stikstof heeft een ingewikkelde scheikunde. Er zijn ontelbaar veel verbindingen, maar chemici rangschikken die op basis van een kengetal, de valentie. Daarvan zijn er zeven.

  • Valentie -3 .
    Daarbij hoort ammoniak en ammonia (NH4+) , en stikstof die in eiwitten en andere levensmoleculen zit ingebouwd (‘organisch gebonden stikstof’).
  • Valentie 0 hoort bij de neutrale stikstof, die als N2-gas 79% van de aardatmosfeer uitmaakt.
  • Valentie +1 hoort bij lachgas (N2O).
  • Valentie +2 hoort bij NO, dat ontstaat doordat bij verbrandingsprocessen bij hoge temperatuur atmosferische stikstof met atmosferische zuurstof reageert
  • Valentie +3 hoort bij nitrieten ( NO2)
  • Valentie +4 hoort bij NO2, dat ongeveer ontstaat als NO
  • Valentie +5 hoort bij nitraten (NO3), de meest voorkomende vorm als er voldoende zuurstof anwezig is. Stikstofkunstmest bevat nitraat.
Bron RIVM-rapport

De atmosfeer is een ingewikkeld reactievat, waarin de verschillende valentietoestanden in elkaar kunnen overgaan. Vaak gebeurt dat onder invloed van zonlicht en dus relatief vaak als er smogomstandigheden heersen. Ammoniak kan in de atmosfeer met bijvoorbeeld zwaveloxide of stikstofoxiden doorreageren tot er combinaties ontstaan als ammoniumsulfaat of ammoniumnitraat, die deel uitmaken van het (ultra)fijn stof.

De bodem is ook een ingewikkeld reactievat, waarin eveneens de verschillende valentietoestanden in elkaar kunnen overgaan. Dat kan, afhankelijk van de omstandigheden, beide kanten op. Vaak gaat dat onder invloed van bacteriën.
Bacteriën oxideren ammonia (het NH4+– ion) tot hetzelfde nitraat dat met kunstmest ook in de bodem gekomen zou zijn (vandaar ‘vermesten’) . In dat proces komen waterstofionen  vrij die de bodem ‘verzuren’.

  • Sommige regelgeving gaat specifiek over ammoniak (zoals die rond luchtwassers). Ammoniak wordt gemeten op zes, kwalitatief goede, meetposten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) en op enkele tientallen. Kwalitatief minder goede, meetposten van het Meetnet Ammoniak Natuurgebieden (MAN). De goede meters worden gebruikt om de minder goede te calibreren.
  • Regelgeving over de luchtkwaliteit heeft betrekking op NO2 of op een mengsel van NO en NO2.
  • Sommige regelgeving (bijvoorbeeld het Programma Aanpak Stikstof, PAS)  gaat over het totaalbedrag aan stikstof, ongeacht het valentiegetal (maar getalsmatig is dat vooral de nitraatvorm).

Het is dus essentieel om ammoniak te zien als onderdeel van een groter geheel.

Voor een explainer van prof. Erisman over ammoniak zie www.chemischefeitelijkheden.nl/Uploads/Magazines/CF-139-Ammoniak.pdf

“Ontwikkelingen in emissies en concentraties van ammoniak in Nederland tussen 2005 en 2016”
Dit onderzoek van het RIVM kwam uit op 15 januari 2019. Het kan niet los gezien worden van de politieke context en de voorgeschiedenis.
De afbeeldingen komen uit dit rapport.
Men kan het onderzoek vinden op www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2018-0163.html . Dit onderzoek gaat dus specifiek over ammoniak.

Bron RIVM-rapport

Hierboven de sleutelgrafiek. De grilligheid van het weer heeft invloed op de resultaten, en daarom wordt er gerekend met een vereenvoudigde trendlijn.

Vanwaar het verschil tussen de blauwe en de groene lijn?
De grafiek roept twee vragen op, waarvan het RIVM er één behandelt: nl waarom de metingen van de ammoniak door de jaren heen niet de emissies volgen. Waarom wijkt de groene lijn van de blauwe af?
Het RIVM hanteert het Operationeel Prioritaire Stoffen-model (OPS-model). Normaliter werkt dat goed en volgen de gemeten en berekende concentraties beide braaf de emissies. Die emissies worden niet gemeten (dat is onuitvoerbaar) maar worden modelmatig gereconstrueerd.

Er zijn bekende en onbekende redenen waarom een gedaalde emissie zich niet vertaalt in een navenant gedaalde concentratie.

De belangrijkste bekende reden is dat de lucht, vanwege het milieubeleid, minder stikstofoxides bevat en veel minder zwaveloxides. In het atmosferische reactievat wordt er daardoor minder ammoniak weggevangen, met als voordeel dat er minder (ultra)fijn stof wordt gevormd en als nadeel dat er meer ammoniak overblijft. Bovendien hangt er aan de planten en de bodem ook minder van die oxides, waardoor droge depositie (als de lucht langs de grond wervelt zonder regen) trager verloopt – met hetzelfde resultaat.
Verder blijkt er een zwak lange termijn-effect van het weer te zijn en is er een beetje invloed van een veranderde emissie van verspreiding uit stallen en bij het uitrijden van mest. Deze bekende effecten worden in het OPS-model gestopt en leveren in de grafiek de paarse lijn op. Werkend met de vereenvoudigde trendlijn is daarmee ongeveer driekwart van de afstand tussen blauw en groen overbrugd.

Blijft een kwart over waarvoor het RIVM zelf geen verklaring weet.
Het RIVM gaat daarvoor af op de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM), die al eerder een advies uitgebracht heeft waaruit afgeleid kan worden dat een aantal factoren samen (waaronder het slechter-dan-verwachte functioneren van combi-luchtwassers) goed zijn voor het ontbrekende kwart. De emissies zijn te laag ingeschat, maar dat is nog niet verwerkt in de blauwe lijn. Anders uitgedrukt: in de grafiek moet de blauwe lijn een eind worden opgetild. Resultaat is dat dan de berekende concentratie-trendlijn samenvalt met de gemeten trendlijn.

Maar waarom daalt de emissie al sinds 2013 niet verder?
Die vraag beantwoordt het RIVM niet. Mogelijk ziet het dat als de taak van iemand anders (bijvoorbeeld de CDM). Sinds 2013 stijgen de ammoniakemissies en, als de CDM gelijk heeft, is de emissiedaling sinds 2005 nog een stuk kleiner.
‘Stikstofprofessor’ Erisman van de VU meent in De Boerderij van 18 jan 2019 dat de emissiecijfers van ammoniak sinds 2004 een onderschatting van de werkelijkheid zijn, en dat er sindsdien helemaal geen significante afname meer bestaat van de ammoniakemissies uit de landbouw ( www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2019/1/Meer-ammoniak-in-schonere-lucht-383139E/ ).
Mogelijk wordt elke technische vooruitgang ongedaan gemaakt door navenant meer vee (en blijkt daarna de techniek niet goed te werken…).

Gemeten verloop ammoniakconcentraties Kampina

Welke stikstof meet men en waarom?
Om de luchtkwaliteit te monitoren meet men NO2 . Dat is een goed meetbaar gas dat in zichzelf al een beetje giftig is, maar dat ook een goede indicatie geeft van wat er aan andere gassen nog meer aanwezig is. NO2 heeft een sterk regionale-lokale verkeerscomponent bovenop een diffuse internationale achtergrond.

Ammoniak meet men omdat dat relatief eenvoudig is, en omdat ammoniak sterk lokaal is. Ammoniakgas verplaatst zich in de atmosfeer over minder dan 100km. Als men ammoniak meet, is dat naar alle waarschijnlijkheid emissie van Nederlandse ammoniak, en wel uit de veeteelt. Het zegt dus iets over het milieugedrag van de veeteelt.
Als het gas vastgelegd is in (ultra))fijne korreltjes ammoniumnitraat of -sulfaat,  en daarmee de NH4+ vorm heeft aangenomen, kan het zich met gemak over meer dan 1000 km verplaatsen (Erisman). Het buitenland speelt een veel grotere rol (twee kanten op). Daardoor zijn fijn stof-metingen  minder bruikbaar voor  beleid. Ultrafijn stofmetingen zijn nog lastig.

bron www.clo.nl/indicatoren/nl018915-vermestende-depositie

Alle geëmitteerde stikstof, in welke  vorm dan ook, valt vroeg of laat terug op de grond (depositie). Een flinke regenperiode schoont de lucht flink op. Met de tijd meekijkend eindigt elke stikstofemissie op of in de bodem. Immers, er worden voortdurend stikstofverbindingen aan de atmosfeer toegevoegd, maar hun concentratie neemt niet toe, ergo gaan ze er ook weer uit. De enige vraag is of dat dicht bij of ver van de bron is – maar dat geldt andersom ook voor buitenlandse bronnen.
Tegen de tijd in kijkend bieden de concentratiemetingen een middel om iets over de bron te zeggen. Bijvoorbeeld of de emissieberekeningen kloppen – de ammoniakmetingen leerden dat de ammoniakemissies hoger waren dan gedacht, en dat bevestigde het verhaal over de gedeeltelijk falende luchtwassers,