Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

 

Milieudefensie start petitie tegen CETA en TTIP

het TTIP-paard van Troje-rr

De strijd tegen CETA heeft succes gehad, maar niet genoeg om het resultaat aanvaardbaar te maken. En aan TTIP is nog niets verbeterd.

Daarom heeft Milieudefensie een petitie gestart om een referendum over TTIP en CETA mogelijk te maken. Ik roep al mijn lezers op om te tekenen op https://milieudefensie.nl/ttip/teken-ttip-referendum/teken-ttip-referendum (voor zover ze dat al niet eerder gedaan hebben).

De petitie-pagina geeft nadere uitleg.

Artikelen over vakantie in Ierland in 2014

Ik heb enkele artikelen geschreven over de fietsvakantie van Willemieke en mijzelf in Ierland in 2014 en eerdere jaren. Behalve vakantieverhalen staan er ook beschouwingen in over Ierse zaken als de nonnen van Tuam, Gerry Adams, het drama in Doolough Pass, aardappels en de hongersnood en andere zaken.

Killary Harbor, een fjord bij Leenane
Killary Harbor, een fjord bij Leenane in West_Ierland

U kunt ze vinden onder:
De nonnen van Tuam
Doolough Pass
Ierland, boeken, Gerry Adams en The river that kills
Céide Fields en de “wraak van Gaia”?
De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH

Orovilledam Californie bijna slachtoffer van het klimaat (en de omgeving ook) – update

Het is fiks of niks met de neerslag in Californië  komt uit de online Scientific American van 14 februari 2017 naar voren

Na jaren extreme droogte was het de andere kant op raak. Een ‘atmosferische rivier’ trof het Noorden van Californië, waardoor een reeks regenstormen het gebied trof.

De Sierra is weer Nevada (de bovenste plaatjes) en dat is mooi voor de bewoners van Californië, maar het stuwmeer achter de Oroville Dam liep zowat over, wat een ijlingse evacuatie van 188.000  omwonenden nodig maakte. De overloop van het stuwmeer had het begeven na een ‘pothole’ en de nood-overloop dreigde ook in te storten, wat een watermuur van 10m hoogte veroorzaakt zou hebben. Dat kan overigens op papier alsnog gebeuren, want dd 14 febr  werd er nog meer regen verwacht).

De Oroville Dam in het Noorden van Californie, die het in feb 2017 bijna begaf

In de Scientific American zegt Swain, klimaatwetenschapper bij UCLA, dat “de grootste gebeurtenissen die de grootste problemen veroorzaken, daarvan zijn we tamelijk zeker dat die vaker gaan voorkomen”. Hoewel het nog te vroeg is om de specifieke februari-problematiek van de Oroville-dam klimatologisch uit te leggen zegt Swain verder “we zien de stress die het huidige klimaat aan onze infrastructuur oplegt, en we zien dat dat genoeg is om hele grote problemen te veroorzaken aan beide kanten van het spectrum”. De stromen van de afgelopen week hebben we vaker gezien, aldus Swain, maar ze vielen nadat er eerder ook al heel veel water was gevallen. ‘De vraag is wat er met Californië gebeurt als er regenstormen komen die we nog niet eerder gezien hebben.”

Peter Gleick, emeritus-president en wetenschappelijk leider van het Pacific Institute stelt ‘Californie’s watersysteem is ontworpen en gebouwd voor een klimaat dat we niet meer hebben, voor het klimaat van gisteren, niet dat van morgen.”

Gouverneur Jerry Brown, die noodhulp wil hebben van president Trump, liet zich niet uit over het klimaat als oorzaak van de problemen. Wel noemde hij een groot aantal gevolgen van de regenvloeden: ’overstromingen, aardverschuivingen, erosie, schade aan de infrastructuur en niet meer werkende elektriciteitsproductie.’

Voor het volledige artikel zie www.scientificamerican.com/article/broken-california-dam-is-a-sign-of-emergencies-to-come/ .

In een tweede artikel kwam de SciAm nog eens op de bijna-ramp terug (zie www.scientificamerican.com/article/california-dam-crisis-could-have-been-averted).
De boodschap was dat toen in 2007 de vergunning weer voor 50 jaar verlengd moest worden, de naburige couties Butte en Pluma een rechtszaak begonnen tegen de staat Califormie omdat die ‘op roekeloze wijze’ nagelaten had de klimaatverandering in zijn lange termijn-beheerplan mee te nemen.
al eerder hadden drie milieugroepen geadviseerd de noodoverstort (nu gewoon de helling van de heuvel) te verharden.

Toen de dam in de jaren ’60 gebouwd werd, bleef een groter deel  van de neerslag als sneeuw boven de dam liggen. Tegenwoordig racet het smeltwater naar beneden, het stuwmeer in.
De overheid ( de California Department of Water Resources DWR) vond ‘de informatie te beperkt’ en het smeltende sneeuwverhaal ‘te speculatief’. Het meest ironische is dat de twee counties klimaatwetenschap gebrukten die mede door de DWR zelf ontwikkeld was.

Er zijn meer stuwmeren met een toekomstige problematiek die lijkt op die van de Oroville dam. Toekomstig, want ze liggen op grotere hoogte.

De VS hebben 84000 dammen, meestal gebouwd tussen 1950 en 1980, gegeven het toenmalige klimaat. En toen woonden er veel minder mensen omheen.

Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken

Ik ploeterde om half zes als een ochtendzombie mijn bed uit om mee te doen met de actie van Milieudefensie voor eerlijke melk, fase 2 (voor fase 1 zie Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk! ). Het zombiebestaan duurde niet lang want het was pokkeweer.

Milieudefensie Eindhoven had affiches gemaakt (gelukkig vanwege de regen geplastificeerd) om het gevoel te geven van een fictieve bomenkap, zoals die in het echt voorkomt in grote delen van Zuid-Amerika voor de productie van soja, die hier naar toe gesleept wordt om in de maken van koeien, varkens en kippen te stoppen die er melk, eieren en vlees van maken. En heel veel stront, wat ook weer een probleem is.
De door de soja-monoculturen gecreëerde wantoestanden worden beschreven op de site op de affiche https://milieudefensie.nl/allemaallokaal/kapbezwaar .

Ik hielp mee in het Gebroeders Hornemanplantsoen, en de andere ploeg werkte in het Philips-de Jong wandelpark. Na iets van anderhalf uur (in de regen) zag het er heel anders uit.

Anti-sojaaffiches ophangen in het GebrHornemanplantsoen op 22 feb 2017
Straatbeeld van de Edenstraat toen het licht was, en ik aan het werk

 

Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3)

Inleiding
De provincie Noord-Brabant wil mineralenkringlopen sluiten binnen Noordwest-Europa en voorkomen dat de gassen ammoniak, methaan en lachgas worden uitgestoten. Dat is een onderdeel van het nieuwe mestbeleid, dat in die vorm terug gaat tot op de roemruchte Ruwenbergconferentie in februari 2013.

Aan een van de zijtafels van de (inmiddels afgeronde) Mestdialoog hebben vertegenwoordigers van de Brabantse Milieu Federatie BMF (waaronder ik) en van de  ZLTO een paar zittingen gesproken over dit onderwerp, in aanwezigheid van deskundigen van Wageningen University Research (WUR) en onder een onafhankelijk voorzitter.

Ik heb hierover een eerder artikel geschreven vlak na de eerste zitting (zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (1) en ik heb de voorlopige eindverklaring genoteerd (zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (2) .

Daarna hebben de WUR-mensen, voor wie deze sessies ook een beetje kleuren buiten de lijntjes waren,  zich ingezet om een net eindrapport van de zittingen te maken. Dat rapport is op 25 november, met een notitie van Gedeputeerde Spierings erbij, aangeboden aan de leden van Provinciale Staten. De volledige tekst is hier te vinden –> Eindrapport WLR _Sluiten van nutriëntenkringloop op het niveau van Noordwest-Europa_25nov2016 .

Overigens heeft ook het Plan Bureau voor de Leefomgeving hier in 2011 een tekst over geschreven, zie www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/passende-veestapel-nl.pdf . Het PBL meent (zonder doelgericht onderzoek) dat zonder externe wisselwerking buiten NW Europa de huidige veestapel ‘nauwelijks’ kan, WUR meent (met doelgericht onderzoek) dat het net kan, mits een heleboel.

Een samenvatting op het niveau van Noordwest Europa
Het WUR-onderzoek herhaalt de globale conclusies waarover ik in artikel 2 al geschreven heb, maar onderbouwt dit met nieuw materiaal waaraan ik ten onrechte nog geen aandacht gewijd had.

Let wel dat WUR slechts de beperkte vraag heeft proberen te antwoorden wat er gebeurt als alleen de im- en export van veegerelateerde producten te stoppen. WUR heeft aangenomen dat er verder niet wat verandert – bijvoorbeeld het globale consumptiepatroon in ons deel van de wereld. Val ze dus niet aan met allerlei normatieve opvattingen over het eten van vlees! – want dat was hun opdracht niet.

Overzicht im- en export veeteeltproducten buitengrenzen zes landen 2014 (WUR)

Hierboven de stromen in en uit de zes landen, die gedefinieerd zijn als Noord-West Europa (Benelux, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittanie – toen nog).

In het model stoppen de importen van grondstoffen voor veevoer en de im- en export van dierlijke producten. O.a. zal de export naar buiten de zes landen van zuivel, eieren en varkensvlees stoppen, en de import van rundvlees uit Ierland en Argentinie.
Het stoppen van de veevoerimporten komt er op neer dat plantaardige eiwitten schaarser worden. Het systeem zal trachten zichzelf in stand te houden en gaat op zoek naar vervangers. Als de huidige netto export van granen wordt beëindigd, komt er 13 Mton (miljoen ton) beschikbaar (31,7 – 18,4, zie afbeelding). Als dat veevoer wordt, blijft er een veevoergrondstoffen over van 10Mton.

Omdat er teveel melk zal zijn en te weinig veevoer, zal een deel van het bestaande grasland weer akker worden (voor graan, vlinderbloemigen, of koolzaad), en compenseert de veeteelt dat ten dele door uit te wijken naar nu marginale gronden.

Er zullen methodes ontwikkeld worden om gft, swill (halfvloeibare voedselresten tbv varkens) en diermeel uit pluimvee en varkens, alsmede insecten, veilig aan dieren te kunnen voeren. Vanwege het risico  van dierziektes vraagt dit wel aandacht.

Verder zal het aantrekkelijker worden om poten, neuzen en zo door de worst te draaien.

De systeemrespons op schaal van NW Europa

Per saldo komt er minder organisch materiaal, met daaraan gekoppeld nitraat en fosfaat, beschikbaar.
Voor nitraat heeft dat geen belangrijke gevolgen, want dat kan naar believen bijgemaakt worden (en is er nu ook al teveel).
Voor fosfaat zal het richting extra import van kunstmest gaan, en richting menselijke stront terug op het land.
Voor organisch materiaal maakt het nauwelijks uit, omdat de import zeer gering is t.o.v. de hoeveelheden die de gewassen jaarlijks op locatie produceren.

Het klimaateffect van het kappen van bos op marginale weilanden, en van het scheuren van oud grasland t.b.v. akkerbouw, zal fors zijn. Dat is het nu in Zuid-Amerika ook, naar alle waarschijnlijkheid verhoudingsgewijs nog groter. We importeren een deel van het probleem in ruil voor een verkleining van het probleem elders.

Gevolgen voor Brabant
Veehouders en mengvoerfabrikanten zullen zich moeten aanpassen aan nieuwe voerstromen.

Melkveehouders krijgen het zwaarder, want het voer wordt duurder en er ontstaan overschotten.
Varkenshouders krijgen het ook zwaarder en in het studiegebied als geheel zullen er minder varkens zijn, maar de verwachting is dat die krimp vooral in Bretagne en Zuid-Duitsland terecht zal komen omdat ze daar minder concurrerend werken. In brabant zou niet veel veranderen.

De studie heeft een aparte bijlage over de mestafzet. Het Brabantse mestoverschot is ca 60%.
De export van nitraat, dat sterk verdund in heel veel water zit, is nu al moeilijk want veel te duur, en blijft in het denkbeeldige straks even moeilijk.
De export van integrale mest en/of fosfaat naar Duitsland en Frankrijk blijft ‘vooralsnog’ mogelijk, maar is op de langere termijn niet te voorzien vanwege zaken als aanscherpingen van de regelgeving, het risico van dierziektes en de kosten/batenverhouding bij steeds verder transport.

Im- en export vanuit de zes landen naar de rest van de wereld op veegebied

Welwillend, maar afhoudend antwoord op brief over warmteplan Kempervennen – update 20feb2017

De energiemanager, Wilbert Hermans, van de landelijke organisatie Centerparcs heeft Milieudefensie geantwoord op de brief over een warmteplan voor zijn vestiging Kempervennen in Bergeijk. De afvalwarmte van skihal Montana (een zelfstandige onderneming) zou ingezet moeten worden in de naastgelegen Kempervennen-faciliteiten. Zie het eerdere artikel Milieudefensie in Open Brief aan Kempervennen: maak een warmteplan!

Montana Snowcenter op het Kempervennenterrein in Westerhoven (Bergeijk)

Een dergelijk plan is al eens besproken in november 2015, zegt Hermans. Er zijn echter nogal wat mitsen en maren, zoals de onderlinge
afstand, de benodigde temperaturen, de kosten van een backup-voorziening en de kosten van verbouwing in een draaiend park.
Daardoor is het nog niet tot realisatie gekomen, maar wat niet is, kan in gewijzigde omstandigheden nog komen.

Centerparcs wil in 2020 20% energie bespaard hebben t.o.v. 2010, en zat eind 2016 op een tussenstand van 12,5% (dus ongeveer op koers).
De vergelijking met Landal (een klein prikje) gaat men graag aan.

Voor de volledige brief zie brief kempervennen-antwoord 09 jan 2017

Luchtfoto Kempervennen

Commentaar.
Wat Hermans zegt, is niet absurd. Het zijn de gebruikelijke problemen bij warmte-investeringen.
Technisch zijn de problemen oplosbaar. Met warmtepompen zijn temperaturen van elk niveau naar elk niveau op te fokken. Er worden met warmteleidingen veel grotere afstanden overbrugd dan van de skihal naar de Kempervennen, hoewel dat op een gegeven moment onpraktisch wordt.
Het is vooral een financieel verhaal. Daarmee geldt voor Centerparcs wat voor veel andere ondernemingen ook geldt, nl dat in praktijk alleen hele korte terugverdientijden tot investeringen leiden.

Overigens bestaan er voor het bedrijfsleven de verplichtingen van het Aktiviteitenbesluit en het systeem van MJA-subsidies. Ik ga daar voor Milieudefensie, samen met iemand anders, daar eens rustig op zitten studeren.

Het resultaat van dat rustig nadenken is dat ik voor MilDef een nieuwe brief aan Center Parcs geschreven heb met waardering voor de positieve grondtoon van het antwoord, maar met een aantal kritische vragen. De brief is hier Montana_brief aan Hermans (CPE) met vragen_16 febr2017 te vinden.
Aangedrongen wordt op een Energie Prestatie Keuring, zoals die  elders in het bedrijfsleven ook gepraktiseerd wordt. Verder wordt gemeld dat de relatief lage impact, die het gebruiken van restwarmte op het landschap heeft (vergeleken met all electric)in het belang van Center Parcs is.
de vraag over de vijf jaar-termijn staat erin omdat de Wet Milieubeheer eist dat investeringen met een kortere terugverdientijd dan 5 jaar verplicht zijn. Overigens hebben restwarmteprojecten vaak ene langere terugverdientermijn.

CETA goedgekeurd door Europees Parlement (maar bepaald niet unaniem)

(Dit bericht is overgenomen van Milieudefensie).
Toegevoegd moet nog worden dat het omstreden arbitragesysteem ICS pas van kracht wordt als alle nationale parlementen CETA geratificeerd hebben. Dat betekent dat het debat in de Tweede Kamer, dat nog moet plaatsvinden, een forse inzet heeft!
Ikzelf vind het arbitragesysteem, dat nationale wetgeving omzeilt en een parallel juridisch systeem betekent dat alleen grote internationale bedrijven bevoordeelt, de hoekigste steen des aanstoots in dit soort verdragen.

CETA is goedgekeurd door het Europees Parlement. Van de Nederlandse partijen waren VVD, D66 & CDA voor. PvdA & CU onthielden zich van stemming, alle anderen waren tegen CETA. Dit biedt wel perspectief voor de stemming in de Tweede Kamer in het najaar! Want als dan Nederland tegen stemt, kan CETA alsnog teruggetrokken worden.

CETA treedt nu in volledige werking. Zie dit artikel voor wat de gevolgen hiervan zijn (dat hebben we inderdaad niet in een half uurtje uit de mouw geschud; we waren op het slechte nieuws voorbereid).

Openbare avond Milieudefensie en FNV over CETA, TiSA en TTIP in Geldrop op 17 okt 2016

Vijf dingen die gebeuren nu CETA voorlopig in werking treedt

15 februari 2017

Ceta treedt voorlopig in werking, wat betekent dat? De voorlopige inwerkingtreding heeft een hoop gevolgen, hieronder onze top 5

1 Daling Belastinginkomsten

Beide landen schaffen bijna 99 procent van alle importheffingen af, Canada en de Europese Unie lopen daarmee miljoenen aan belastinginkomsten mis..

2 Oneerlijke concurrentie

Canada heeft lagere productie-, arbeids-, milieu- en dierenwelzijnstandaarden. Dat betekent dat zij goedkoper kunnen produceren dan landen in de Europese Unie. Met als gevolg dat onze concurrentie positie op veel vlakken enorm verzwakt.

3 Meer teerzand en schaliegas

Omdat veel restricties onder het verdrag wegvallen kan Canada makkelijker teerzandolie en schaliegas naar de Europese Unie exporteren. Beide fossiele energiebronnen zijn slecht voor het klimaat en de productie ervan heeft een verwoestend effect op het milieu en de natuur.

4 De chloorkoe en kiloknallers vol groeihormonen

De chloorkip komt er niet, maar de chloorkoe wel. Rundvlees mag in Canada worden behandeld en gewassen met chloor. Bovendien worden runderen en varkens in Canada vlak voor de slacht ingespoten met groeihormoon ractopamine. Dat is hier verboden vanwege zorgen over de gevolgen voor onze gezondheid. Het vlees komt bovendien van megastallen.Canadese kiloknallers kunnen vanaf volgende maand al in de schappen van de supermarkt liggen.

5 Amerika via de achterdeur

CETA is een achterdeur voor multinationals uit de Verenigde Staten. Zo’n 80 procent van de Amerikaanse grote bedrijven heeft een vestiging in Canada en kan zich langs die weg ook storten op de Europese markt. Bedrijven uit de Verenigde Staten zijn al volop aanwezig op de Europese markt. Nieuw is dat zij met CETA, als het verdrag volledig inwerking treedt, gebruik kunnen maken van nieuwe rechten die hen extra bescherming geven als zij zich benadeeld voelen door nieuwe wetgeving van onze overheid, bijvoorbeeld op het gebied van milieu.

Worden we er, ondanks alle nadelen, rijk van?

Was het maar waar, dan leverde het tenminste nog iets op. Volgens de Joint Study van de EU Commissie en Canadese overheid zal CETA een extra economische groei van 0.08% voor de EU opleveren. Dit komt neer op een extra 45 cent per EU inwoner, en alleen zeven jaar nadat het verdrag van kracht wordt.Dit komt neer op een kopje koffie per elke 7 weken. Als CETA er komt en je over 7 jaar een kopje koffie drinkt, geniet er van, want daar is dan een hele hoge prijs voor betaald.

Amsterdam Arena veel duurzamer dan PSV-stadion

Brainport is vooral industriepolitiek ten behoeve van de deelnemende bedrijven.
Men ronkt er op los over duurzaamheid, maar in praktijk stelt het tot nu toe geen fuck voor.
Dat geldt ook voor regionale iconen als het PSV-stadion. Wie op “PSV-stadion en duurzaamheid” googlet, komt terecht op een pagina waarin eigenlijk alleen de voortreffelijkheid van de eigen LED-verlichting bezongen wordt (ongetwijfeld aangelegd door – tot voor kort – de hoofdsponsor), en daar houdt het wel mee op.

Het PSV-stadion

Doe je hetzelfde op de Amsterdam Arena, dan komt er veel meer uit (zie www.amsterdamarena.nl/organisatie-root/duurzaamheid.htm en www.nuon.nl/grootzakelijk/slim-met-energie/artikelen/amsterdam-arena/ en www.vanzelfsprekendduurzaam.nl/ ).

Het blijkt dat de Amsterdam Arena ook LED-verlichting heeft, maar ook wordt verwarmd met restwarmte en gekoeld uit naburig oppervlaktewater, 4200 zonnepanelen heeft en windenergie gebruikt, en op watergebruik en afval let.

Het nieuwste nieuws is dat de Arena 280 hergebruikte Nissan Leaf-accu’s gaat gebruiken als noodstroomvoorziening.

Een Nissan Leaf accu

040 moet maar eens een voorbeeld aan 020 gaan nemen (en dat niet alleen voor het voetballen).

——————————–

Dit is het verhaal van www.arenapoort.nl/amsterdam-arena-wil-duurzaamste-stadion-ter-wereld-zijn/ :

Amsterdam ArenA wil duurzaamste stadion ter wereld zijn

Het bestuur van de Amsterdam ArenA laat er geen gras over groeien: in 2015 willen ze van de ArenA een klimaatneutraal stadion hebben gemaakt. Daarmee moet het stadion het meest duurzame ter wereld worden.

Amsterdam Arena

Deze ambitie werd al eerder uitgesproken, maar onlangs schreef Henk Markerink, CEO van de Amsterdam ArenA, een opiniestuk op www.sportenstrategie.nl waarin hij zijn wensen voor de komende jaren kenbaar maakte.

“We leveren deze inspanningen niet om sentimentele redenen, we streven naar een gezond businessmodel. Dankzij de multifunctionaliteit van het complex, waar sportwedstrijden, evenementen, concerten en congressen worden georganiseerd, is de ArenA een winstgevende onderneming. Wij worden vanwege onze expertise internationaal gevraagd door organisatoren van grote toernooien en evenementen. Die moeten op een maatschappelijk verantwoorde wijze worden georganiseerd. Volgens mij is duurzaamheid daarbij een onvermijdelijk, bijna ethisch principe. Je bouwt nu eenmaal niet voor eenmalig gebruik. Niemand zit te wachten op white elefants, stadions die na het toernooi leeg komen te staan. Dat is de grootste waste die je kunt bedenken”, aldus Markerink.

Duurzame energie
Om een state-of-the-art stadion te blijven, speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Samen met de partners van ArenA wordt getreacht de CO2-uitstoot in 2015 per saldo te reduceren tot nul.

Een van de maatregelen is het gebruik van energiebronnen die enkel duurzaam zijn. Geen fossiele brandstoffen meer, geen verbranding van gas of olie om warmte te creeeren. Twee jaar geleden zijn de verwarmingsketels uit het pand gehaald. Nu maakt de ArenA gebruik van het stadswarmtesysteem. Hetzelfde geldt voor de koeling. Die komt nu uit de Ouderkerkerplas. Daar wordt het water op grote diepte gekoeld, en dat wordt in de ArenA rondgepompt.

Zonnepanelen
Naast het gebruik van duurzame energie, wekt de Amsterdam ArenA dat sinds dit jaar ook zelf op. In mei zijn er namelijk voor 7000 vierkante meter aan zonnepanelen op het dak geïnstalleerd. Die kan op normale dagen de energie opwekken die de ArenA verbruikt. Op wedstrijddagen of tijdens concerten is dit echter te weinig en leveren de zonnepanelen 20 procent op. “De overige 80 procent wordt ingekocht bij Nuon in de vorm van windenergie. Het liefst hadden we een windmolen naast de ArenA gezet maar dat is praktisch helaas niet haalbaar”, vertelt Markerink.

Amsterdam Arena

Veldlampen en afvalbergen
Niet alleen aan de energieopwekking, ook aan het energieverbruik wordt gewerkt. Nieuwe technieken in de veldverlichting moeten het mogelijk maken om de gasontladingslampen die momenteel gebruikt worden, te vervangen voor energiezuinige LED-lampen. “Wij gaan hiervoor op bezoek bij Chelsea FC waar men binnenkort een installatie gaat beproeven. Ik verwacht dat we de grote, traditionele lampen binnen een jaar kunnen vervangen voor LED”, verwacht Henk Markerink.

“Daarnaast blijven we momenteel zitten met een enorme afvalberg die rond evenementen wordt geproduceerd. Een aantal jaar geleden hebben we de berg geanalyseerd; wat zit er nou allemaal in?”, legt Markerink uit. Dit afval bestond uit gft, papier, plastic, bouwafval, chemisch afval etc. Voor een duurzame verwerking gelden drie principes: re-use, to reduce en to recycle. In eerste instantie wordt dus geprobeerd de afvalberg te verkleinen door te kijken naar het verpakkingsmateriaal. Hier is de meeste winst te behalen. Daarnaast kan gedacht worden aan organisch afval, waaruit biogas kan worden ontwikkeld. Dit kan verkocht worden aan energieleveranciers als bruikbare biobrandstof voor hun ovens. Dus: de ArenA wil afval transformeren van kostenpost naar een opbrengstenpost.

ArenA als levend organisme
Het uitgangspunt, de drie p’s – people, planet, profit – gaan hand in hand bij de ArenA. Duurzaamheid wordt vaak als kostenpost gezien, maar wie het goed doet, kan het in de uitvoering vaak ook aanzienlijke bedragen besparen. “Uiteindelijk betekenen de drie p’s dat je ook wat centen overhoudt om als stadion in leven te kunnen blijven. Hier zijn de drie p’s goed in balans: we zijn een winstgevende onderneming. Dankzij onze multifunctionaliteit, door het feit dat er continu nieuwe dingen gebeuren. Een stadion is immers als een levend organisme waarin je permanent moet investeren om state of the art te blijven”, sluit Markerink af.

Het duurzaamheidsverslag van de Amsterdam ArenA is te vinden op vanzelfsprekendduurzaam.nl. Dit verslag geeft inzicht in de prestaties van de Amsterdam ArenA over het afgelopen verslagjaar en biedt een doorkijk naar de acties in 2013-2014.

 

 

Chinese geleerden berekenen koolstofbalans in en op de bodem

Een hele rits Chinese geleerden, waarvan Li Lai de eerste naam is, heeft in kaart gebracht hoeveel koolstof er tussen 1990 en 2010 aan het Chinese plantendek en de Chinese bodem onttrokken of toegevoegd is ten gevolge van Land Use and Cover Change (LUCC) en ten gevolge van het beheer van het plantendek dat hetzelfde bleef – voorwaar, een monumentale prestatie.
Je zou denken dat als dit in China kan, het ook in Nederland zou moeten kunnen en zelfs in Noord-Brabant.
De publicatie stond in Science Advances van 12 februari 2017. De tekst is te downloaden op http://advances.sciencemag.org/content/2/11/e1601063.full .

Zoals bekend hebben er van 1990 tot 2010 gigantische veranderingen plaatsgevonden in China. Er zijn miljoenensteden gebouwd, maar aan de andere kant hebben er ook grote herbebossingsprojecten plaatsgevonden. Af en toe verneemt men uit China verstandige opmerkingen, en zelfs handelingen, met betrekking tot het klimaat.

In dit artikel moet bedacht worden dat er twee belangrijke ontwikkelingen geanalyseerd worden:

  • veranderingen in een koolstofvoorraad doordat de ene gebruikswijze van een gebied omgezet wordt in een andere gebruikswijze (gras wordt bos of gras wordt stad). Dit is LUCC.
    Over de hele periode gemiddeld ging er overall door LUCC per jaar 11,5Tg koolstof uit de bodem verloren en kwam er per jaar 13,2Tg koolstof bij aan vegetatie.
  • veranderingen in een koolstofvoorraad door het beheer (management) waarbij de gebruikswijze dezelfde blijft (bos brandt af of wordt kaalgevreten, maar blijft bos) of een akker wordt goed onderhouden en slaat koolstof op.
    Bij elkaar gaat er ongeveer 131Tg/y de lucht in door rampen en slecht bosbeheer, zoals bosbranden en insectenplagen en houtkap. Daar staat tegenover dat boerenland en graslanden samen bijna 28Tg koolstof per jaar uit de lucht plukken.(Een Tg is wat normale mensen 1 miljoen ton noemen.)
    Doe deze getallen *20 en je hebt de sommatie over de onderzoeksperiode.

De totale balans wordt dus gedomineerd door slecht bosbeheer.

De getallen zijn zeer ongelijk over China verdeeld, getuige onderstand kaartje van de koolstofbalans door LUCC in zes categorieën voor elk van de zes landdelen.

LUCC-gerelateerde koolstofemissies in China

Om het te snappen neem ‘North’ = midden boven. De cijfers 1 t/m 6 staan eronder uitgelegd en 2 is herbebossing. De Chinezen leggen een gigantische bomenrij aan langs de rand van de Gobi-woestijn (welke naam in het Mongools “heel groot en droog” betekent). Dat zie je meteen terug in nieuw vastgelegde koolstof van 24Mg per hectare per jaar (een Mg = 1000kg = 1 ton). Tegelijk gaat er 9 ton koolstof per hectare per jaar uit het systeem als gevolg van het in cultuur brengen van land. Enzovoort.
Vergelijkbare cijfers voor ‘Noord-West’ = links boven.

Hieronder wordt in beeld gebracht wat er gebeurt op het schaal van elk van de zes landsdelen per jaar door de omgang (management) met bestaande bestemmingen (die dus gehandhaafd blijven). Weer om het te snappen: in “North’ gaat veel koolstof de lucht in door slecht bosbeheer, maar wordt nog meer koolstof vastgelegd door de landbouw.
Grasland legt overal koolstof vast (vooral in de bodem).

Het beeld binnen China is dus opnieuw zeer wisselend.

Koolstofveranderingen, per landsdeel en per jaar, ten gevolge van het managen van een bestaande bestemming

Is dit nou veel?

Het is lastig om een dergelijke getallenbrij te interpreteren.
In elk geval trekt de publicatie de conclusie dat er zoveel koolstof de lucht in gaat door slecht beheer, dat bij goed beheer de Chinese bodem en het erop groeiend plantendek als geheel een netto ‘sink’ voor koolstof zou moeten worden. Dat kan voor het bereiken van het Parijse Klimaatakkoord van belang worden.

In de publicatie wordt geprobeerd er wat vergelijkingsmateriaal tegen aan te gooien, maar dat is niet erg geslaagd. Het springt heen en weer tussen allerlei plaatsen en periodes, en gebruikt LUCC en management en combinaties daarvan door elkaar.
Ik zal het plaatje geven. Misschien dat er lezers zijn die er meer chocola van kunnen maken als ik. Dat hoor ik dan graag.
De bedoeling van de auteurs is in elk geval te bewijzen dat China maar een relatief klein deel van de LUCC-koolstof in de wereld voor zijn rekening neemt.

Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij

Onder deze titel publiceerde de Brabantse Milieu Federatie (BMF) op 3 februari 2017 de studie “Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij”. De studie is in opdracht van de BMF geschreven door (als hoofdauteur) Mariken Ruiter, een arts uit Nistelrode, en voor het hoofdstuk ‘Milieudruk’  door Carin Rougoor van het CLM (Centrum voor Landbouw en Milieu). De illustraties zijn van Sandra de Haan, dee foto’s van Kees de Bruijn en Geert Verstegen.

Het is een literatuurstudie. De auteurs hebben zelf geen epidemiologisch onderzoek gedaan, maar geïnventariseerd wat er al bestond en dat voor een breed publiek op een rij gezet. Dat is als regel goed gebeurd. Aan wie een snel en breed overzicht van de gezondheids- en milieuaspecten van de veehouderij wenst, kan lezing van deze studie worden  aangeraden. De volledige tekst kan gevonden worden op www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/rapport-volksgezondheid-en-veehouderij-aangeboden-aan-provincie/  .

De studie is betaald door de BMF, die op zijn beurt de kosten afgedekt heeft met crowd support. Ik heb zelf ook meebetaald.

Commentaar mijnerzijds – algemeen
Ik deel de eindconclusie van de studie (blz 49)en die samengevat kunnen worden in de eerste zin “De veehouderij brengt aanmerkelijke risico’s voor de volksgezondheid met zich mee. Deze risico’s reiken verder dan de omgeving van de stal.”

Zoönosen

Ik heb van de medische hoofdstukken te weinig verstand om mij aan een commentaar te wagen. Voor zover mijn bescheiden kennis reikt, zijn de hoofdstukken over zoönosen en resistentie goed.

Ik heb wel wat kanttekeningen bij het hoofdstuk over fijn stof en ammoniak.

Fijn stof en ammoniak
Luchtverontreiniging is een  complex verhaal, en daarbinnen de component fijn stof ook.

Het probleemveld op verschillende manieren worden onderverdeeld.
Normaliter komt men twee onderverdelingen tegen: naar grootte of naar samenstelling.
Die naar grootte leidt tot begrippen als PM10 (kort door de bocht korreltjes met een diameter <10µm), PM2.5 of PM0.1 (ultrafijn stof).
Die naar samenstelling leidt tot namen als roet, metaalslijpsel, of secundaire aerosolen.

Ruiter hanteert een eigen indeling, nl in primair en secundair fijn stof. Primair is wat direct uit de stal komt, en secundair is wat in de atmosfeer ontstaat als enerzijds ammoniak uit de stallen en anderzijds stikstofoxides NOx (vooral verkeer) of zwaveloxide (SOx) (tegenwoordig vooral vuile brandstof en dus vliegtuigen) met elkaar reageren. In het vakjargon noemt met deze reactieresultaten Secondary Inorganic Aerosols (SIA’s).
Overigens zijn ammoniak en stikstofoxides op zichzelf ook giftige gassen, dus als die gassen niet reageren tot SIA’s, is er ook een probleem.
Het is mij niet a priori duidelijk wat het ergste probleem van beide is.

Ruiter verdeelt verder dit primair en secundair fijn stof in wat wel of niet uit of door de stal komt. Haar onderverdeling stal-niet stal klopt grofweg qua orde van grootte.

Door aan primair en secundair vast stof beide een even grote halve cirkel toe te kennen, en die aan elkaar te plakken, wordt de indruk gewekt dat er evenveel primair als secundair fijn stof is. Dat is niet zo. De linker halve cirkel moet per definitie groter zijn.

De SIA’s vormen een flink deel van wat normaliter PM2.5 heet, maar niet alles. Het RIVM gaf in 2013 (Dossier fijn stof_1_stof: hoe en wat) als samenstelling voor PM2.5 (waarbij in praktijk in Brabant bijna altijd de linkerkolom geldt) :

Samenstelling PM2.5 RIVM jan 2013

De categorie “secundair” van Ruiter komt overeen met de donkerblauwe kleur in bovenstaande kolom.

Het probleem is nu dat, voor zover er recente wetenschappelijk onderbouwde medische dosis-effect relaties bestaan, gaan die vooral over PM2.5 (de totale kolom) of bijv. over roet (een deel van de lichtblauwe
bijdrage).
Er zijn geen kwantitatieve dosis-effect relaties bekend tussen alleen SIA’s (het donkerblauwe deel) en medische effecten. Ook kwalitatief is het verband niet ondubbelzinnig, ook niet in de door Ruiter aangehaalde literatuur.
Proefdieren die in  een laboratorium alleen maar ammoniumnitraat of -sulfaat in de neus gesprayed krijgen, ondervinden daar als regel geen hinder van. Tegelijk wijzen andere studies erop, dat in het werkelijke leven die SIA-stoffen wel met gezondheidsschade geassocieerd zijn. Het is daarbij niet duidelijk, of het verband causaal is, of dat het indirect is (bijv.omdat SIA’s hygroscopisch zijn). In elk geval lossen deze stoffen goed op in water, dus in het lichaam kunnen het geen korreltjes blijven.
Geleerden wagen zich op dit moment niet aan een onderverdeling naar gevaar van de verschillende bestanddelen van PM2.5 en doen alsof alle componenten even gevaarlijk zijn. Dat is een wetenschappelijk zwaktebod dat ongetwijfeld niet het eeuwige leven heeft.

Ruiter zit met het probleem dat de meeste kennis opgebouwd is door studie van het verkeer in stedelijk gebied, maar dat er weinig rechtstreeks bekend is van de landbouw. Wel staat vast dat de landbouw op zijn eentje goed is voor bijna de hele ammoniakuitstoot, en dat een deel van de ammoniak eindigt als SIA. Haar belangstelling voor SIA’s valt dus te volgen.

Bij gebrek aan beter moet Ruiter zich op genoemd wetenschappelijke zwaktebod baseren. Ze zegt terecht dat niet precies bekend is welke gezondheidseffecten in welke mate optreden door welke componenten, maar daarna (met een naar mijn smaak te grote stelligheid) dat ammoniak uit de veehouderij goed is voor de helft van de vroegtijdige sterfte van alle Nederlanders door luchtvervuiling (die is ongeveer een  jaar).
Omdat echter van de totale “PM2.5-kolom” goede epidemiologische dosis-effect relaties bestaan, is het voor al die Nederlanders een schrale troost als de SIA-component relatief minder belangrijk zou blijken. Als de totale lengte van de kolom een gegeven waarde is (bijvoorbeeld 16µgr/m3 ), dan moet er iets anders zijn wat extra belangrijk is (bijv. koolstofhoudend materiaal of metalen of ongespecificeerd). Het probleem verschuift maar wordt daarmee niet opgelost.

Hoe dan ook, alle deskundigen vinden dat de ammoniakuitstoot omlaag moet en dat is geheel terecht. De totale PM2.5 – kolom krijgt dan een lagere absolute waarde (bijv 14µgr/m3 ). Met, hoe dan ook, enige vermindering van de voortijdige sterfte.
Brunekreef e.a. zeggen in The Lancet Respiratory Medicine (07 okt 2015) dat de EU tussen 2005 en 2020 de zwaveloxides met 59% terug wil brengen, de stikstofoxides met 42%, en ammoniak met maar 6%.
Overigens zeggen Brunekreef ea in dit artikel ook dat de stikstofbelasting de EU jaarlijks €75-485 miljard per jaar kost, en dat technische anti-ammoniakmaatregelen en handhaving daarvan zeer veel minder kosten.

Nog een laatste kleine opmerking, nl dat Ruiter de EU-fijnstofnorm noemt van 40µgr/m3  bij een WHO-aanbeveling van 20µgr/m3 . Dat is voor PM10.
Voor PM2.5 zijn dezelfde getallen respectievelijk 25 en 10µgr/m3 .

Milieudruk: gezondheidsschade in binnen- en buitenland, en overige risico’s
Hier enkele kleinere opmerkingen.

Anders dan gezegd, is de landbouw in de Brabantse Kempen waarschijnlijk niet de voornaamste bron van zink en cadmium in het grondwater. Er staat in de aangehaalde referentie dan ook dat er voor De Kempen een apart grondwaterplan is.
De hoofdschuldige daar is de non ferro-industrie in de tijd dat die nog met thermische processen werkte, bijvoorbeeld de zinkfabriek in Budel. De dampen waaiden als een deken over de omgeving en elke onderwaterbodem in dit deel van de wereld is chemisch afval zolang het tegendeel niet bewezen is.

Luchtfoto Nyrstar Budel. Men zou zich hier een zonnepark kunnen voorstellen. De bekkens zijn 0,43km2 groot.

Ten aanzien van het bestrijdingsmiddelenverhaal focust ook Ruiter zich weer op Roundup. Het is zeer wel mogelijk dat in de hoeveelheden Roundup, die op de Argentijnse soja-monoculturen uitgestort zijn, daar medische effecten hebben.
In Brabant echter blijkt uit metingen, dat Roundup/glyfosaat een relatief klein probleem is te midden van andere bestrijdingsmiddelen, die gevaarlijker zijn en meer voorkomen.
Het Brabantse milieu zou er baat bij hebben als milieumensen zich op basis van wetenschap met bestrijdingsmiddelen gingen bezig houden, en niet op basis van gemakzuchtige vooroordelen.
Zie Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater

Het H2S-probleem in Deurne is in hoofdzaak niet antropogeen, wat de maatschappelijke discussie hierover ook beweert. Hetzelfde verschijnsel heeft zich ook voorgedaan midden in Eindhoven en in Utrecht.
Er zijn echter mechanismes voorstelbaar die maken dat het wel in bijzaak antropogeen is, waaronder gebonden aan de landbouw. Of dat werkelijk zo is, is niet goed uitgezocht.
Zie Zwavelwaterstof in Deurne (en in de rest van Brabant)

Ik heb in deze kolommen mijn mening over het bewerken van mest in extenso gegeven en ga dat niet herhalen.


Mijns inziens is het vergisten en hygieniseren van mest verstandig, niet omdat het iets aan het mestprobleem verandert, maar omdat het andere problemen helpt oplossen (klimaat, energie, volksgezondheid). Denkbare problemen zijn met een goede ruimtelijke ordening en een goede vergunningverlening op te vangen.
Het scheiden en indikken van mest is een methode om fosfaat toegankelijker te houden en daarmee in principe goed, maar niet als methode om de veestapel in stand te houden of zelfs te laten groeien.
De 25% van de ‘mest’ die zoek is, is in praktijk de 25% van het nitraat dat zoek is. Fosfaat raakt niet zoek en dikke fractie ook niet, want heeft waarde. Nitraat heeft nauwelijks waarde.

Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk!


De anti-sojaimportactie
Ik heb op deze site al wel vaker geschreven over de anti-soja importactie van mijn Vereniging Milieudefensie.
Aan de leverende kant leidt de grootschalige teelt van soja tot problemen. Zittende boeren worden van hun grond verdreven, de bodem wordt uitgeput, er wordt op grote schaal tropisch regenwoud gekapt, de monocultures worden in grote hoeveelheden met gif bespoten.
Aan de ontvangende kant (dus bij ons) helpt diezelfde soja mee om een dolgedraaide veeteelt in stand te houden. Dit kleine en dichtbevolkte land is de tweede agrarisch exporteur ter wereld en voorziet elk jaar 50 miljoen mensen van vlees en zuivel. Het veeteeltsysteem is alle draagkrachtgrenzen van het systeem gepasseerd.

Er heeft een hele tijd een handtekeningenactie gelopen, die eind november 2016 55000 handtekeningen opgeleverd heeft (waarvan 1200 via onze Eindhovense Milieudefensie-afdeling).

De melk-actie
Als vervolg hierop heeft Milieudefensie een landelijke campagne opgezet, die zich richt op het agrarische systeem als zodanig, met melk als icoon. Hoe eerlijk is onze melk? Niet dus.

Milieudefensie heeft als eerste stap een krant gecomponeerd waarin alle aspecten van ons agrarisch systeem aan de orde komen, met nadruk op de melkveehouderij. Die krant is op maandag 6 februari 2017 in een landelijke oplage van 125000 verspreid, eerst bij een groot aantal stations en daarna in buurten en via organisaties.

In het donker voor het station (maandag 6 feb 2017, foto Ank Hermens)

In Eindhoven maakte ik deel uit van een ploeg van negen mensen, die van half zeven tot negen bij de stations Centraal en Strijp S gestaan heeft. Grofweg de helft van de Eindhovense oplage (7000) ging daar weg en het merendeel van de rest kort daarna. Er is nog een beperkte voorraad voor wie wil, maar niet lang meer.

Er komt in februari nog een tweede actie.

Op 4 maart wordt deze campagne afgesloten met een ludieke actie en een feestelijke talkshow.

Geheel ouderwets met bakfietsen (na afloop aan de koffie)

De krant
is een spoof-versie van wijlen De Pers, die als gratis krant een goede reputatie had (bij het verspreiden vragen mensen af en toe verheugd of De Pers weer terug is, maar dan moeten we helaas antwoorden dat het maar voor één keer is).

Het is een leuke krant geworden. Ik raad hem iedereen ter lezing aan. Dat kan op https://depers.org/ .


Het is een mengsel van (weinig) satirische artikelen en (veel) serieuze artikelen.

De positie van de boer wordt uitgelegd, o.a. aan de hand van de kostprijs van melk. De ‘gewone’ (niet-biologische) boer ving in de afgelopen jaren zo’n 30 cent per liter melk, terwijl zijn kostprijs (afhankelijk van het bedrijf) rond de 36 cent per liter schommelde. Volgens de Dutch Dairymen Board (die samen met Europese zusterorganisaties laat uitrekenen wat een eerlijke prijs voor melk is in de verschillende EU-landen) zou dat in Nederland 45 cent per liter moeten zijn. Dan heeft ook de boer een reëel inkomen. Nu draaien in feite veel boerderijen op het werk van de boerin.
Bij Albert Heijn betaal je als consument ergens rond de 100 cent/liter (online). Bij de LIDL in de winkel kost melk iets van 70 cent/liter.

Biologische boeren draaien beter, omdat dat een beschermde titel is. Veel ‘gewone’ boeren willen ook wel biologisch worden, maar als dat er meer zijn dan de vraag, slaat ook deze reddingsboot om. Dus lezer: meer biologische melk gaan drinken!

De impact van koeien op het klimaat

Onder de titel “De koe maakt gehakt van ons klimaat” pleit klimaat-
wetenschapper Pier Vellinga voor een halvering van onze veehouderij. Het klimaateffect van alle mondiale herkauwers (anderhalf miljard stuks) is even groot als het klimaateffect van alle auto’s ter wereld opgeteld. Telt men ook de voerproductie mee, bewerkingen en transport, dan schiet het klimaateffect omhoog tot dat van alle transport samen (auto, schip, vliegtuig opgeteld). Vellinga vindt dat iedereen 80% vegetarier moet zijn (6 dagen vlees per maand).

Interview van Vincent Bijlo met de Boze Koe die zich niet gehoord voelt

Mijn persoonlijke favoriet is het (satirische) interview van Vincent Bijlo met de Boze Koe die zich niet meer gehoord voelt. Het beest is overigens zwart-wit.
Ik ga dat verder niet verklappen.

Er staat ook een puzzel in de krant en een recept voor een veganistische rode kool-stoofschotel.

Enig voorbehoud
Ik ben het op hoofdlijnen met de Milieudefensie-analyse eens, want anders zou ik de actie niet zelf steunen.

Maar nogal eens komen dit soort opvattingen in de maatschappij voor als een soort ideologisch totaalpakket. Als je vindt dat het klimaat gespaard moet worden en dat er meer vegetarisch gegeten moet worden en meer agro-ecologisch of biologisch geboerd moet worden, zit dat vaak in een totaalpakket met kleinschaligheid, terug naar vroeger-romantiek, leven als een monnik geacht werd te doen, een anti-technologische houding en genetische modificatie die principieel verdorven is. Dit ideologische, een soort Groenlinks-achtige, totaalpakket deel ik niet.

Eigenlijk pas ik in geen enkel hokje helemaal.

De melk-krant van Milieudefensie is wat dit betreft redelijk koosjer, maar bij andere gelegenheden komen die reflexen nog wel eens naar voren.
Bij andere milieuverenigingen overigens nog vaker en intenser.

Vliegen en klimaat na de recente ICAO-overeenkomst (en Eindhoven Airport)

Inleiding
De luchtvaart is de snelst groeiende bron van klimaataantasting. De luchtvaart is goed voor ca 2,5% van de mondiale CO2 – uitstoot. Omdat veel uitlaatgassen op ca 10km hoogte in de atmosfeer komen, bestaan er ook niet-CO2 – mechanismes die een ongeveer even groot effect op de opwarming van de aarde hebben.

Bij de Klimaatovereenkomst in Parijs heeft men de lucht- en scheepvaart bewust buiten beschouwing gelaten. De mondiale luchtvaart moest via de International Civil Aviation Organization (ICAO) ingeperkt worden. Na lang onderhandelen werd in oktober 2016 door de 191 ICAO-landen het eerste klimaatakkoord in de luchtvaart gesloten. Een akkoord wat door de luchtvaartwereld bejubeld werd, en door de milieuwereld verguisd.

In Europa probeert men al langer tot een regulering van de luchtvaart te komen. De 28 EU-landen plus Noorwegen, Ijsland, Liechtenstein en Zwitserland (gemakshalve aangeduid als EEA+) heeft de Europese luchtvaart ondergebracht in het Europese Emission Trade System (EU ETS). Voor wat dat waard is, want de bedoeling is dat men emissierechten koopt die elders vrijkomen, maar die kosten bijna niks.
Het systeem gold voor vluchten met start en landing binnen de EEA+
(kortheidshalve Intra-EU). In 2012 heeft de EU geprobeerd om het systeem uit te breiden met vluchten die alleen de start of landing binnen de EU hadden (waarmee uiteraard de reikwijdte van het systeem vele malen groter zou zijn geworden), maar toen de groten der aarde een grote mond opzetten werd dit idee snel weer in de ijskast gezet. Men wilde wel Airbussen blijven verkopen aan China.
Het zou in de ijskast blijven tot de ICAO zelf met een plan was gekomen – wat dus nu gebeurd is. Nu moet de EU zeggen wat ze willen, en de uitkomst is dat de intra-EU versie van kracht blijft (liet de EU weten op 3 februari 2017).
Dus binnen de EEA+ gelden de Europese regels, en daarbuiten de ICAO-regels

Het ‘maatregelenmandje’ van de ICAO

Hoe werken beide systemen?
De ICAO-afspraken zijn:

  • tot en met 2020 gebeurt er niets
  • in 2021, 2022 en 2023 is er een pilotfase met vrijwillige deelname
  • van 2024 t/m 2026 is de eerste fase met vrijwillige deelname
  • van 2027 t/m 2035 is de tweede fase, die verplicht is. 118 landen, waarvan de gezamenlijke luchtvaart zeer beperkt is, hebben ontheffing.

66 landen, goed voor 86,5% van het internationale vliegverkeer, doen de hele tijd mee. Vanaf 2027 zullen ook  Brazilie, India, chili, de Phillipijnen, Rusland, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika meedoen. De lijst, alsmede veel informatie, is te vinden op www.icao.int/environmental-protection/Pages/market-based-measures.aspx .

De in de verschillende fasen deelnemende landen
  • De ICAO-afspraken gaan alleen over CO2 , niet over niet-CO2 -effecten
  • Het gemiddelde van 2019 en 2020 wordt als baseline genomen ten opzichte waarvan gemeten wordt (de rest van de wereld meet t.o.v. 1995 of pre-industriele tijden)
  • Het is een ‘offset-systeem’. De luchtvaart mag onbeperkt groeien, maar groei boven de baseline van 2020 moet ‘gecompenseerd’ worden vanaf het moment dat een land meedoet met het systeem.

Deze set afspraken heet het ‘CORSIA-stelsel’.

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over een efficientere organisatie en routering in de lucht, en (zeer conservatieve) afspraken over technische verbeteringen aan nieuwe vliegtuigen. Deze blijven hier buiten beschouwing.

De EU-afspraken zijn:

  • De luchtvaart binnen de EEA+ wordt ondergebracht in één stelsel met andere grote CO2 – producenten als energiecentrales, raffinaderijen, staalfabrieken
  • op het totale stelsel komt een cap die langzaam daalt (dus een maximale productie)
  • ook enkele andere broeikasgassen tellen mee, maar de speciale effecten op 10 km hoogte niet
  • vooralsnog daalt de cap op het luchtvaart-deel niet
  • emissierechten zijn verhandelbaar. Een windmolen in Nederland produceert als het ware rechten die een kolencentrale in Polen kan kopen. (De praktijk is dat deze emissierechten per ton CO2 bijna niets kosten, want er zijn er veel te veel van).

Informatie is bijvoorbeeld te vinden op http://ec.europa.eu/clima/news/eu-tackles-growing-aviation-emissions_en .

Wat is (of zal zijn) de papieren praktijk van beide systemen?
CE Delft heeft op verzoek van de groene lobby-organisatie  Transport & environment (T&E) in Brussel een vergelijking gemaakt tussen de praktijk van beide systemen. ( zie voor de T&E – publicatie www.transportenvironment.org/publications/comparison-between-icaos-co2-offsetting-scheme-and-eu-ets-aviation  . De CE Delft-studie kan hier worden gedownloaded).

De mening van T&E over het ICAO-plan

Daartoe heeft CE Delft uiteraard aannames moeten doen:

  • groeipercentages per werelddeel
  • een verbetering van het brandstofrendement van 0,96% per jaar voor nieuwe vliegtuigen
  • een bezettingsgraad die toeneemt van 77% in 2010 tot 82% in 2040
  • een kerosineprijs die oploopt van ca $2/gallon in 2010 naar ca $3/gallon in 2040

Voor CORSIA komt CE Delft tot de slotsom dat over de looptijd van de overeenkomst (dus 2021 t/m 2035) mondiaal 3325 van de 12544 Mton CO2 worden afgedekt met een “offset”. Anders gezegd, 26,5% van de emissies wordt ergens op aarde door iets weggevangen. Omdat niet alle landen meedoen, is het in praktijk 21,6%.

Voor de EU komt CE Delft tot de slotsom dat over de looptijd van de overeenkomst (dus 2021 t/m 2035) in de EEA+ voor 796 van de 1707 Mton CO2 rechten moeten worden gekocht. Anders gezegd, 46,6% van de CO2 uit kerosine wordt gecompenseerd omdat elders een kolencentrale sluit of een staalfabriek efficienter gaat draaien, of iets in die geest.

Een goed artikel over het onderwerp is te vinden op http://www.lexology.com/library/detail.aspx?g=8d3a9753-2199-45ae-869d-4e558df8c43c .

Een ander goed artikel (begin 2017) is van de Belgische journalist De Cleene. Men vindt het bij Eos, Nr.July/Aug, p.20-25, “Groetjes uit Utopia: Duurzaam vliegen bestaat niet” (te vinden op http://eoswetenschap.eu/content/eos-juli-augustus-2016 )

Eindhoven Airport en het klimaat
Alle vluchten tussen Eindhoven Airport en een EEA+-bestemming (bij-
voorbeeld Athene) vallen onder het EU ETS. Van deze vluchten wordt de geproduceerde CO2 geacht voor 46,6% elders binnen het EU ETS-systeem gecompenseerd te worden.

Alle vluchten tussen Eindhoven Airport en een niet-EEA+-bestemming (bijvoorbeeld Antalya) vallen onder Corsia. Van deze vluchten wordt de geproduceerde CO2 geacht voor 21,6% elders op aarde met iets gecompenseerd te worden.

Tot 2020 (toevallig ook de looptijd van het huidige, op het Aldersadvies gebaseerd, beleid) gebeurt er sowieso niets.

Is de werkelijke praktijk op de grond gelijk aan de papieren praktijk?
Op het EU ETS bestaat veel kritiek, omdat de emissierechten zo goedkoop zijn. Daardoor is zit er weinig drang op om klimaataantastende processen op te schonen.
Op de statistiek van het gebeuren is mij geen wezenlijke kritiek bekend.

 

De praktijk van CORSIA in reëel bestaande omstandigheden is voorals-
nog onduidelijk.

  • op de eerste plaats is de vraag of een ongemaximeerde groei uiteindelijk ongemaximeerd kan worden gecompenseerd.
    Ik heb hierover in december 2016 een hele discussie gehad op De Correspondent naar aanleiding van een artikel van Bart Crezee is (te vinden op https://decorrespondent.nl/5759/deze-boeren-planten-bomen-om-onze-vlieguitstoot-te-compenseren-en-krijgen-daar-zelf-ook-veel-voor-terug/632464823133-cfee8ab6) , over herbebossing als compensatie voor de luchtvaart. De lezerreacties (waaronder die van mij) zijn alleen voor abonnees toegankelijk. Ik heb mijn eigen bijdrage eruit gelicht. Wie wil, kan hem lezen (discussie_Corresp_vliegtuigcompensatie met bosbouw_dec2016) .
    Wat punten:
    * hoe wil je een oneindige exponentiele groei als die van de luchtvaart bijhouden met een eindige reeks incidentele maatregelen?
    * Bos groeit lineair, niet exponentieel
    * Bos wordt na bijv 40 jaar gekapt. Alleen als het hout daarna een lang leven krijgt, blijft het buiten het systeem
    * Hoe voed je het bos met stikstof en fosfor en kalium?
    * Er is veel grond die herbebost kan worden, maar er is ook veel nodig voor andere doelen
  • Op de tweede plaats bestaan er al klimaatcompensatiesystemen, zoals de Clean Development Mechanismes van de VN (bestaand sinds het Kyoto Verdrag), en zoals het REDD (om het tropisch regenwoud te beschermen. (zie http://unfccc.int/kyoto_protocol/mechanisms/clean_development_mechanism/items/2718.php ) . Het is mij niet duidelijk hoe deze concurrentie gaat verlopen.
    Bestaande MBM’s in 2014 (dus ver voor het luchtvaartakkoord)

    Projecten (derde plaats) moeten ‘additioneel’ zijn. Het moet dus zonder luchtvaartgeld niet, en met luchtvaartgeld wel uitgevoerd worden. Dat is een zeer moeizaam verhaal.

  • Je moet een hele structuur opzetten van bureautjes en ontwikkelaars om het geld om te zetten in praktijk. Voor je het weet, gaat het net als met de herbouw van Italiaanse dorpen na de aardbeving of Groningse huizen na de gaswinning: 80 tot 90% blijft onderweg steken.

Kortom, ik zie nog niet meteen.

Mijn stelling: geen oneindige exponentiele groei van het vliegverkeer meer.